De mens wordt geboren met een relatief onderontwikkeld brein. Gedurende de kinderjaren blijkt de ontwikkeling van dat brein een buitenproportionele hoeveelheid energie op te slokken. Pas met de pubertijd verschuift het energieverbruik naar de ontwikkeling van het lichaam. Bij een volwassen mens gaat nog ongeveer 20% van de energie naar het brein, dat dan ongeveer 2% van het lichaamsgewicht uitmaakt.

Amerikaanse wetenschappers hebben met behulp van verschillende scan-methoden precies in kaart weten te brengen hoeveel glucose ons brein verbruikt en welk deel van de beschikbare energie het brein zich toeƫigent ten koste van de rest van het lichaam. Het onderzoek is verschenen in PNAS.

Kinderbrein eist helft tot tweederde glucose op
Meteen na de geboorte blijken de babyhersenen 50 tot 60% van de beschikbare glucose (de 'brandstof' voor de hersenen) op te eisen, Bij een vier- en vijfjarige gaat zelfs nog meer, ongeveer tweederde van de beschikbare energie, naar de hersenen, en blijft de ontwikkeling van het lichaam achter. Al die brandstof wordt gebruikt om de hersencapaciteit op en uit te bouwen: aanmaak van myeline en synapsen, aanleg van neurale synapsen. Die gigantische investering maakt het de mens mogelijk te leren en zijn intellectuele capaciteiten te ontwikkelen. Precies wat de mens tijdens zijn kindertijd doet.

Pas met de pubertijd komt er een einde aan de glucose-gulzigheid van de hersenen. Dan komt er meer glucose beschikbaar voor de ontwikkeling van het lichaam: met de bekende groeispurt tot gevolg.

De overlevingsstrategie van de mens: groei
"Het feit dat [de hersenen] meer of minder glucose verbruiken lijkt misschien marginaal, maar is een fundamentele factor in de evolutie", zegt Jean-Jacques Hublin, hoogleraar paleoanthropologie aan het Max-Planck Instituut, in Le Figaro. Volgens hem moet iedere soort kiezen aan welke functie hij de meeste energie besteedt; groei, voortplanting of overleven. De mens heeft zijn kaarten gezet op geboren worden met een relatief klein brein (in verhouding tot zijn volwassen grootte), "maar te investeren in een zeer langdurige groei daarvan". Dat is een gewaagde strategie, omdat nakomelingen zo heel lang kwetsbaar blijven. Maar het is ook de strategie die de mens het intellect en leervermogen heeft opgeleverd om zich tot mens - met alle daarbij behorende sociale en technologische systemen - te ontwikkelen.