Naar het er inmiddels uitziet, haalde afgelopen maand de indiening van een amendement tegen het gebruik van antibiotica bij dieren vermoedelijk door onoplettendheid een meerderheid in het Europees Parlement.

Het amendement van Europarlementariër Martin Häusling (Groenen) op de zogeheten One Health-benadering van antibiotica in de EU-verordening Regulation (EU) 2019/6 was bedoeld om minoglycosiden en macroliden, breed werkende middelen, uit te sluiten van veterinaire toepassing. Een en ander in aanvulling op carbapenems en colistine, de zogenaamde laatste redmiddelen, die door de nieuwe regelgeving reeds worden uitgesloten.

De aanscherpende motie werd geïnspireerd door de gedachte dat toepassing van kritische antibiotica bij dieren leidt tot onnodige resistentierisico's.

Als de motie wet zou zijn geworden, hadden dierenartsen nog maar 20% van de hen nu ter beschikking staande antibiotica kunnen gebruiken. Ze zouden behalve boerderijvee ook huisdieren zoals honden en katten met bijvoorbeeld een abces niet meer hebben kunnen helpen.

Omdat de risico's te overzien zijn bij zorgvuldig afgewogen individueel gebruik en een breed verbod op toepassing van antibiotica bij dieren als dieronvriendelijk te beschouwen is, protesteerden dierenartsen vanuit geheel Europa. Afgelopen woensdag 13 september werd de motie verworpen met 450 stemmen tegen, 204 voor en 32 onthoudingen. Een ruime meerderheid koos dus voor de diervriendelijkheid die de Groenen ten bate van de volksgezondheid schijnbaar op het tweede plan wilden plaatsen. De motie van de Groenen was vermoedelijk meer bedoeld om de veehouderij te beperken en niet het gezelschapsdier te treffen. Dat laatste zou echter wel een bij-effect zijn geweest.