De Britse en Belgische pers nemen het nieuws met smaak over. In België en het Verenigd Koninkrijk (goed voor ongeveer een vijfde van de export) wordt dan ook flink wat van de Franse schuimwijn gedronken.

Volgens de Fransman brachten Benedictijnse monniken rode en witte wijn vanuit de Franse Champagnestreek naar Engeland. De Engelsen lieten de toen nog niet zo gewaardeerde wijn uit het noordoosten van Frankrijk in de Londense dokken staan. In de koelte ging de wijn nog een tweede keer gisten, niet in een vat maar in de fles. Het gas dat zich daardoor vormde, kon niet ontsnappen, met een bubbelwijn als gevolg. En dat was best lekker, ontdekten de mensen die zo'n fles open maakten.

“Zoals alle geniale vergissingen, leidde dat tot een grote uitvinding”, aldus Taittinger.

Op de website van champagne.fr is, ook in het Nederlands, te lezen dat mousserende wijnen op verschillende plekken 'ontdekt' zijn. Tot in de 17e eeuw werden ze over het algemeen als 'mislukt' beschouwd. Maar vanaf de jaren 1670-1690 deden de wijnboeren in de Champagnestreek iets nieuws: ze gingen gericht bubbelwijnen maken en ontwikkelden de technieken om dat heel consistent te doen. De 'echte' champagne is historisch gezien de eerste mousserende wijn die gericht en door plaatselijke producenten in een bepaalde regio is gemaakt.

Waarom versimpelt en vervalst M. Taittinger de geschiedenis? Het zou een commerciële reden kunnen hebben. Het huis Taittinger maakt als eerste buitenlandse wijnmaker schuimwijn in Kent, Engeland. Dankzij klimaatverandering zijn daar inmiddels uitstekende bubbels te maken en lokaal is nu eenmaal helemaal in de mode.