Als u weleens het idee heeft dat uw ingewanden een eigen willetje hebben en met respect en liefde behandeld willen worden, dan kan dat kloppen. Lezen en schrijven zullen uw darmen niet gauw leren (hoewel, je weet het nooit met die evolutie…), maar er huist wel een eigen breintje in de buikholte.

"Het enterische zenuwstelsel is het eigen zenuwstelsel van het spijsverteringsstelsel," zegt Wikipedia. Die zin was de eerste van dit lemma op de online-encyclopedie in 2011 en staat er nog steeds op.

Signalen
Er is sedertdien wel het een en ander bijgekomen aan inzichten over de wonderen van ‘the brain in the gut’ en van het microbioom. Het is niet alleen maar biologie in de buik. Er gaan meer signalen vanuit de buik naar de hersenen dan andersom en langs het hele spijsverteringskanaal zitten meer zenuwcellen dan in de ruggengraat. De 100 miljoen neuronen in het stofwisselingskanaal die in nauw contact staan met de 100 biljoen bacteriën in de darmen kunnen meer dan poep maken.

De darmen zijn zelfs voer voor psychologen geworden
De darmen zijn zelfs voer voor psychologen geworden. Die kennis gaat verder dan wat er bekend is over de hormonen, de enzymen en de korteketenvetzuren die worden aangemaakt in de darmen. Verder dan de biochemische en de fysiologische processen. Veel van die processen worden geïnitieerd door de bacteriën zelf, los van onze eigen genen, die aansturen vanuit het lichaam zelf. Er zit een wezen in ons, het microbioom (weegt anderhalve kilo ongeveer) dat zelf heel veel dingen doet waar wij niets over te zeggen hebben, maar wel veel plezier van hebben.

Neurotransmitters
Zoals het gevoel beïnvloeden. Wat wij eten heeft invloed op ons humeur, maar niet alleen omdat het lekker en fijn is. Ook omdat in de ingewanden stoffen, waaronder neurotransmitters, worden aangemaakt die de bloed-hersenbarrière kunnen passeren en een goed gevoel geven. In het bijzonder het ‘gelukshormoon’ serotonine, dat in de hersenen werkt en daar ook wordt aangemaakt, maar in nog veel grotere hoeveelheden in de darmen. En daar ook gevoelens produceert.

Serotonine reguleert een groot aantal processen in de darmen, zoals de peristaltiek. Maar het reageert ook met de talloze neuronen die via de centrale ingewandszenuw, de nervus vagus (de ‘datasnelweg’), in verbinding staan met de hersenen. Er worden meer hormoonachtige stoffen in de darmen aangemaakt, een stuk of 20, alle met meerdere functies.

De ontdekking dat een groep darmbacteriën een cruciale rol heeft in de productie van serotonine in de darmwand opende nieuwe perspectieven. Want als het microbioom bijdraagt aan een optimale hormoonhuishouding in de darmen, en het microbioom is (deels) afhankelijk van de voeding, dan heeft voeding een rol in de productie van darmhormonen.

Angstgevoelens
Het is dan ook geen nieuwe observatie dat de samenstelling van de voeding een uitwerking heeft op ons gevoel van welbehagen, op angstgevoelens en zelfs depressie. Het gaat niet alleen om darmhormonen, maar ook om stoffen als omega-3 vetzuren, fytonutriënten en vitaminen. Daarmee betreden we het gebied van de nutritional psychiatry, dat we dan in Nederland maar gewoon als ‘nutritionele psychiatrie’ vertalen.

Het is een betrekkelijk nieuw terrein, en de inzichten zijn ook nog nieuw en wankel. Gevoelens van geluk en depressie zijn subjectief en daardoor moeilijk te meten (hoewel daar in de psychiatrie methodes voor zijn). Daarnaast is maar heel weinig bekend van hoe nutriënten in voeding direct invloed hebben op de werking in het brein. Want daar gaat het over: kan je iets eten dat vrijwel direct bepaalde effecten in de hersenen veroorzaakt waardoor je je beter gaat voelen? Als die er zijn, die stoffen, dan heten ze psychobiotica.

SMILES
Hier moet een onderscheid gemaakt worden met de stoffen die noodzakelijk zijn voor de opbouw van de hersenen, waaronder allerlei vetstoffen zoals omega-3 vetzuren, micronutriënten zoals choline, en mineralen, zoals zink en magnesium. Psychobiotica hebben direct effect.

Een verbetering van het dieet is een ‘effectieve en toegankelijke behandelingsstrategie’ voor patiënten met ernstige depressieve klachten, schrijven de onderzoekers
De eerste onderzoeksgegevens waren veelbelovend, maar werden voorzichtig gepresenteerd. Een systematische review uit 2014 van 12 eerdere studies naar het verband tussen dieet en de geestelijke gezondheid van kinderen en adolescenten, liet nog weinig zien, hooguit enig effect als het slechte westerse eten vervangen werd door gezonde kost.

Maar de SMILES trial uit 2017, een RCT onder leiding van de Australische onderzoeker Felice Jacka, was al veel uitgesprokener. Een verbetering van het dieet is een ‘effectieve en toegankelijke behandelingsstrategie’ voor patiënten met ernstige depressieve klachten, schrijven de onderzoekers. SMILES kreeg meteen veel aandacht.

Criteria
Drie wetenschappers uit Leiden, Marc Molendijk, Eiko Fried en Willem van der Does, waren in een reactie minder onder de indruk. Ze waren van mening "dat de SMILES-trial niet voldeed aan alle criteria voor een RCT". De verstrekte informatie vooraf aan de deelnemers was veel te sturend over het doel van het onderzoek. Bovendien wantrouwden ze de klinkende resultaten.

Dat speelde eind vorig jaar. Vorige week publiceerde The New York Times een artikel onder de voorzichtige titel ‘Can What We Eat Affect How We Feel?’. Dat stuk begon met een patiënt van de New Yorkse psychiater Drew Ramsey, die lijdt aan depressieve klachten maar zich kiplekker voelde nadat hij in het weekend 36 oesters had gegeten.

Nu is een oestertje op zijn tijd voor velen een vrolijk makend hapje, maar bij deze patiënt was er volgens dokter Ramsey toch iets anders gaande. Oesters bevatten veel vitamine B12 en omega-3 vetzuren. Die passeren de bloed-hersenbarrière en verlichten volgens de arts de depressie.

Boerenkool
Ook komen in het NYT-artikel de zegeningen van het mediterrane dieet aan de orde. Depressieve patiënten die hun nutriëntarme, vet- en suikerrijke Amerikaanse voedsel verruilden voor die veel gezondere eetgewoonte knapten ook aanzienlijk op. De verklaring daarvoor: vezels. Die voeden bacteriën die korteketenvetzuren produceren, hetgeen de productie van serotonine bevordert. Maar ook de fytonutriënten zijn belangrijk.

Er is weinig bewijs voor dat directe effect van bepaalde nutriënten op depressie, wat toch een ernstige aandoening is. Wat mogelijk meespeelt, en daar wordt ook naar verwezen in het artikel, is de verwachte gezondheidsverbetering op langere termijn. Dat is ook beschreven door Australische onderzoekers. Patiënten die meer fruit en groente gingen eten voelden zich gelukkiger en waren tevredener over hun leven.

Dr. Drew Ramsey heeft een enthousiaste website en voert daarop als credo: ‘Eat to beat depression’. Daarop staat ook zijn boek Fifty Shades of Kale, met recepten van de superfood kale. Bij ons bekend als boerenkool. Niet als een antidepressivum, maar misschien komt dat nog.