Ik heb nergens gezegd dat ik de voordelen die Richard in #108 opsomt met betrekking tot biologische akker- en tuinbouw ontken. Ook heb ik niet gezegd dat er één uniek landbouwsysteem is dat de wereld veilig kan voeden. Waar ik wel redelijk zeker over ben is dat a) de huidige dominerende vormen van landbouw een grote bedreiging vormen voor biodiversiteit, dus voor duurzaamheid van de landbouw, dat b) landbouw zonder kunstmest de wereld absoluut niet kan voeden, c) dat er (nog?) geen redelijke alternatieven zijn voor kunstmest, d) dat er misschien alternatieven zijn voor pesticiden, maar als dat zo is dan zijn ze niet overal en voor ieder beschikbaar en/of te duur, en d) dat duurzamer vormen van landbouw minstens de kennis en ervaring van gangbare- en van bio landbouw nodig hebben (punt 7 van de notitie die deze hele discussie aanzwengelde).

Een voorbeeld wil ik uitwerken, gebruik makend van Richards inbreng in #100 en #108. In de eerste inbreng presenteert hij het nut van de diverse vormen organische mest. In het tweede accentueert hij- het nut van biologische akkerbouw in geval van droogte. Richard is vooral beschrijvend, ik wil iets meer analyseren om te argumenteren dat met kunstmest naast organische mest en je beheermogelijkheden toenemen en de totale productie sterk kan stijgen.

Begin 2011 was er sprake van een serieuze droogte in Noord-Oost Rwanda, een gebied met nauwelijks 900 mm regen per jaar, verdeeld over 2 seizoenen, en met vooral zandige bodems. Denk aan het Drenthe van vroeger (nog geen kunstmest, nog geen compost van de VAM uit de grote steden in West NL, nog geen veeboer met import van mest van elders) maar dan gemiddeld nauwelijks meer regen in een groeiseizoen dan de helft van de regen in Drenthe. In het seizoen waarover ik het heb was de regenval de helft van normaal, 220 mm! Radio en TV begonnen over droogte en honger te spreken. Omdat ik tot dan toen tegen mijn Rwandese collega’s gezegd had dat droogte in een land als Rwanda niet voor hoefde te komen bij goed bodembeheer, maakte ik een studiereis door de regio en schreef na terugkomst het boekje “Integrated Soil Fertility Management in a Season of Drought”. Het betreft een voorlichtingsboekje met veel en heel illustratieve kleurenfoto’s (bij interesse stuur ik het op).

De belangrijkste waarnemingen:
- Het dominante gewas, maïs, op “traditionele, gangbare” akkers, was niet of nauwelijks in bloei gekomen; kolven waren nergens gevormd. Op heel veel velden waren de planten al verpieterd of dood toen er 200 van de 220 mm gevallen was. Deze velden waren slechts organisch bemest, maar in een regio met arme gronden kan slechts weinig vee gehouden worden, dat weinig goed voer vreet en dus weinig en dan nog slechte mest produceert. Tussen haakjes, hier en daar erg droogte resistente sorghum en het knolgewas cassave; die waren nog wel in leven.
- Ik vond één groot veld waar met ruime hand kunstmest gestrooid was. De maïs was heel goed opgekomen en had in korte tijd tot fikse goed ontwikkelde planten gegeven; het weinige water dat gevallen was kon tijdens kieming en vestiging effectief gebruikt worden, want aan voedingsstoffen was geen moment gebrek. Toen kwam er een droog intermezzo en de bodem had onvoldoende water om de fikse maïs planten in leven te houden; alles ging dood voor er sprake was van bloei. Maar de hoeveelheid geproduceerde maïsplant massa was zeker 5x hoger dan die van de velden met gangbare maïs.
Ik bezocht 2 boeren die de aanbevelingen van het CATALIST project (IFDC) hadden opgevolgd, kunstmest gebruik in de context van geïntegreerd bodemvruchtbaarheid beheer: gebruik kunstmest in de eerste plaats om het gewas te voeden, gebruik bodemverbeteraars (organische stof, kalk ….) om de bodem te verzorgen.
NB organische mest, ook de vaste vorm, is niet de beste bodemverbeteraar; de mineralisatiesnelheid is te hoog om het bodem organische stof gehalte sterk op te krikken. Deze boeren hadden met 220 mm regen ongeveer 2200 kg korrelopbrengst per hectare!

Richard heeft gelijk, op zandige grond bij weinig regen is bio akkerbouw een effectievere productie vorm dan alleen kunstmest gebruik. De organische mest helpt inderdaad water vast te houden en afstroming en diepte infiltratie te voorkomen of te remmen. Maar hoe beter de mest als bron van voedingsmiddelen, des te slechter zijn rol voor opbouw bodem organische stof! Gebruik je fosfaat als meststof, dan kun je in droge gebieden “wonderen” verrichten. Fosfaat stimuleert de wortelgroei van kiemplanten, waardoor het bewortelde grond volume veel groter wordt. Ook water in diepere lagen wordt zo gebruikt, en de hoeveelheid voedingsstoffen die bereikt kunnen worden wordt tegelijkertijd veel groter. Microdoses fosfaat geven in droge gebieden productieverhoging die ver uit gaat boven de opbrengst die je door de doses kunt verklaren. Het bereiken van een groter grond volume met zijn water en voedingsstoffen is het belang van die doses; fosfaat is slechts een beperkende factor bij het starten van de groei in geval van droogte.

Organische mest geproduceerd door slecht gevoed vee op arme gronden heeft dat effect niet! Het Drenthe van vroeger leek op een Burkina Faso, op Noord-Oost Rwanda van vandaag (lees mijn “The lesson of Drenthe’s essen” waarin ik die vergelijking maak. Om een groeiende bevolking te voeden breidt het areaal aan akkerland uit, het weide areaal neemt af. Maar het veebestand neemt toe, want er is steeds meer mest nodig. De veedichtheid wordt uiteindelijk zo hoog dat de weiden kapot gaan; het zand begint te stuiven. In Drenthe gebeurde dat bij een veebezetting van 1 grootvee eenheid op 5 hectare! Alles was nog bio, veehouderij en gewas productie, en de zaak liep uit de hand, zoals ze nu uit de hand loopt in Burkina Faso, Rwanda en waar niet in Afrika.

Ik heb nergens gezegd dat biologische landbouw geen positieve effecten heeft. Maar ik blijf er bij dat, kijkend naar het geheel van akkerbouw en de mest leverende veehouderij, de productie veel lager is dan de 80% die bio landbouw in veel literatuur wordt toegedicht. En ik onderstreep dat Drenthe van nu vele malen productiever is dan Drenthe van toen, of het nu biologische of gangbare landbouw betreft, door kunstmest, VAM compost en aanvoer van veevoer, alles van elders. Stop je die aanvoer, dan ben je in geval van een serieuze circulaire productie, uiteindelijk weer terug bij af: 1 grootvee eenheid vraagt om 5 hectare, en die worden uitgeput en vernield door die grootvee eenheid.