Zowel de NASA als NOAA (National Oceanic and Atmospheric Administration) stelden op basis van onafhankelijke analyses vast dat 2016 het derde jaar op rij was dat het warmterecord brak. De gemiddelde temperatuur op aarde lag in 2016 0,99 graad Celsius boven de mediaan van het midden van de vorige eeuw. Sinds het einde van de 19e eeuw is de gemiddelde temperatuur met 1,1 graad Celsius gestegen.

Langetermijn-trend: opwarming
De snelste opwarming vond de laatste 35 jaar plaats; 16 van de 17 warmste jaren hebben zich sinds 2001 voorgedaan. "We verwachten niet ieder jaar een record", zegt Gavin Schmidt van NASA's Goddard Institute for Space Studies, "maar de langetermijn-trend van huidige opwarming is duidelijk."

'Twee maanden te laat winter'
"We belanden in weersystemen waarvan we de draagwijdte niet kennen", denkt Maarten Loonen, ecoloog en bioloog van de Rijksuniversiteit Groningen in Humo. Hij verblijft al 26 zomers op het arctische onderzoeksstation op Spitsbergen. Dat dit jaar het warmste jaar aller tijden was verbaast hem niets. In november en december was het in de poolstreken veel te warm.

Loonen: "Ook in het ruimere poolgebied, zoals op Spitsbergen, is de winter pas half november begonnen. Toen zakte de temperatuur onder 0 graden, terwijl dat eigenlijk al op 20 september had moeten gebeuren. De winter begon dus twee maanden te laat. Tussen november en nu is de temperatuur nog maar heel kort onder -10 gezakt, wat hoogst uitzonderlijk is, en in december zijn er zelfs nog dagtemperaturen boven 0 graden gemeten. Ik maak me dus ernstig zorgen, want ook vorige winter lagen de temperaturen ver boven wat normaal is."

'Hors catégorie'
De hoge temperaturen hebben tot gevolg dat het zee-ijs minder aangroeit en het meerjarige ijs sneller smelt. Er was nog nooit zo weinig zee-ijs als nu sinds 1981, het jaar waarin voor het eerst gemeten werd.

Cécile Janssen
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


In feite gaat de opwarming zo snel dat onze modellen tekortschieten
Loonen: "In 1990 voorspelde men dat het zomerijs mogelijk in 2100 zou verdwijnen, intussen heeft men dat bijgesteld naar zestig tot zeventig jaar vroeger. In feite gaat de opwarming zo snel dat onze modellen tekortschieten. Klimaatmodellen moeten de toekomst proberen te voorspellen, maar wat er nu gebeurt, hebben die modellen nooit voorspeld. En dat vind ik alarmerend: dat we nu in processen en weersystemen belanden die we niet kennen, die zo hors catégorie zijn dat we de draagwijdte ervan niet kunnen inschatten."

Het is niet alleen de CO2-uitstoot die voor opwarming zorgt. Er zijn allerlei factoren én interacties in het spel die we nog niet onderkennen. Zoals 'warm water pockets', donker water dat zonnewarmte absorbeert en het ijs letterlijk ondermijnt of de invloed van El Niño die toch het poolklimaat blijkt te beïnvloeden. Loonen: "Maar als ik kijk naar de 26 zomers die ik op Spitsbergen heb doorgebracht, dan kan ik alleen maar vaststellen dat het elk jaar erger was dan wat tevoren voorspeld was. Ik ga er zelfs al niet meer van uit dat het volgend jaar minder warm wordt. Dat is de trend: het gaat alsmaar meer richting versnelling, richting meer warmterecords."

Regen, permafrost, afkalving
Een van de gevolgen die Loonen op Spitsbergen aan den lijve ondervindt, is dat het meer regent. In combinatie met het ontdooien van de permafrost wordt de bodem zachter en kwetsbaarder door afbrokkeling van de kust. Dit najaar moesten 256 mensen geëvacueerd worden omdat hun huizen door slijklawines en aardverschuivingen bedreigd werden. Door de afbrokkeling van de kust op Spitsbergen zijn ook graven van walvisvaarders de zee in gespoeld. "Met noodopgravingen probeert men die stoffelijke resten nu te vrijwaren, om hun erfgoed niet te verliezen", vult Loonen aan.

Als de klimaatconferenties tot doel hebben de gemiddelde temperatuurstijging wereldwijd onder de 2 graden te houden, dan is de norm hier sterk overschreden
Rendieren en ijsberen getroffen
Loonen vertelt dat ook de lokale fauna te lijden heeft onder de afwijkende weersomstandigheden. Rendieren kunnen in principe prima tegen extreme droge kou. Maar bij regen wordt hun pels nat. Daardoor bevriest de vacht en verdwijnt het isolerend vermogen daarvan. De bevriezende regen vormt bovendien een ijslaag op de bodem, waardoor de dieren moeilijker bij voedsel kunnen komen.

Ook de ijsberen - zo'n 3.000 op Spitsbergen - hebben het moeilijk. "De wijfjesberen maken een sneeuwhol in het winterijs om rustig hun jong te kunnen werpen. Dat doen ze normaal in november, maar die maand was zó zacht en nat dat er geen ijsbodem en geen sneeuw was om een hol in te maken. En het verdwijnende ijs heeft nog meer gevolgen. Een ijsbeerjong blijft tot twee jaar in de nabijheid van de moeder, om te leren hoe het voedsel zoekt, zeehonden verschalkt en rustplaatsen vindt. Zo’n dier baseert zijn oriëntatie en zijn voortbestaan op plekken en locaties die het met zijn moeder bezocht heeft, maar als die voortdurend verdwijnen of veranderen, raakt zo’n jong doorlopend gedesoriënteerd. Dan moet het zwemmen en zoeken om elders voedsel te vinden, waardoor het alleen maar meer uitgeput geraakt."

Loonen begrijpt niet dat er nog klimaatontkenners zijn.
Barometer
Loonen begrijpt niet dat er nog klimaatontkenners zijn. "Kijk, in Spitsbergen was het afgelopen jaar 6 graden warmer dan gemiddeld, dus rekening houdend met de dag- én de nachttemperatuur. Als de klimaatconferenties tot doel hebben de gemiddelde temperatuurstijging wereldwijd onder de 2 graden te houden, dan is de norm hier sterk overschreden. Het is ook een heel zichtbare verandering. Als het in Nederland of België 4 graden warmer is, dan zal het landschap niet zoveel veranderen, maar hier verdwijnt het ijs, hier verdwijnt het landschap in z’n geheel." Hij voorspelt dat klimaatveranderingen in het noordpoolgebied ook andere weersystemen zullen gaan beïnvloeden. "Het noordpoolgebied is de barometer van de aarde".
Dit artikel afdrukken