Ongeveer eens per maand verschijnt er een boek van een voedingsgoeroe die de oplossing biedt voor mensen met overgewicht of van een orthomoleculair geneeskundige die het eeuwig leven, zonder ziekte, lijkt te beloven. De onderbouwing van de aangeprezen methoden lijkt degelijk. Er worden netjes referenties genoemd en het falen van gezaghebbende instanties wordt overtuigend aangetoond.

Hoe kun je nu als consument de adviezen van voedingsgoeroes en alternatieve supplementengeneeskundigen onderscheiden van echt goed onderbouwde adviezen?
Daartoe geven we een zevental drogredenen en methoden die doorgaans door de voedingsgoeroe worden gehanteerd. Vervolgens leggen we uit waar, in onze ogen, goed onderbouwde voedingsadviezen aan moeten voldoen. We hopen zo een handvat te kunnen bieden aan consumenten om de goeroe te ontmaskeren. Let wel, niet alle punten zijn op alle goeroes van toepassing.

Voorbeelden van geboekte successen en getuigenverklaringen
Het meest opvallende in boeken van de goeroes is het gebruik van persoonlijke voorbeelden en getuigenverklaringen van mensen die succesvol het goeroeprotocol hebben gevolgd. De lezer wordt persoonlijk aangesproken en uitgelegd dat hij zich niets van anderen moet aantrekken, want kijk maar naar de getuigenverklaringen in het boek. ‘Ik ben 20 kilo afgevallen met de methode van X. Kende ik deze aanpak maar 20 jaar eerder’. Zo’n verhaal lijkt sterker dan welk wetenschappelijk artikel dan ook.

Onzekerheden van de wetenschap als bewijs van het eigen gelijk
Reguliere wetenschappelijke inzichten worden in het boek van de goeroe afgedaan als onjuist. De goeroemethode wérkt immers, dus kan de wetenschap het niet juist hebben. Waak daarom voor de redenering: A is niet waar dus B is juist. Nog subtieler gebeurt dit proces als de goeroe met de nodige wetenschappelijke referenties onzekerheden in de wetenschap gaat toelichten om vervolgens zonder wetenschappelijke onderbouwing het eigen gelijk te halen. Een mooi recent voorbeeld is de halvarine-roomboter-discussie: een recente nieuwe analyse van oude data vond dat hartpatiënten die in hun voeding verzadigde (dierlijke) vetten door plantaardige onverzadigde vetten met relatief veel omega-6 vetzuren hadden vervangen een grotere kans hadden te overlijden aan hart- en vaatziekten. Dit onderzoek werd aangegrepen om te verkondigen dat halvarines die omega-6 vetzuren bevatten gevaarlijk zijn en de wetenschappelijke aanwijzingen voor de negatieve effecten van roomboter werden genegeerd. Hierdoor lijkt het voor de leek dat de onderbouwing van het gebruik voor halvarine (A) niet meer zo sterk is. Dus moet je roomboter (B) smeren. De onderbouwing van het advies om halvarine te smeren is echter veel uitgebreider en gebaseerd op meerdere ingrediënten van halvarine.

Eén zwaluw maakt nog geen zomer
De mogelijk meest misleidende tactiek van goeroes is het aanhalen van één enkele wetenschappelijke publicatie om een geclaimd effect te onderbouwen. Goede adviezen over voeding kunnen alleen gegeven worden op basis van wetenschappelijke consensus en wanneer bij voorkeur uit meerdere typen onderzoek het effect gebleken is. De wetenschappelijke consensus wordt bereikt door het wegen van onderzoeken die wel en niet het effect vinden in combinatie met de kwaliteit van de studieopzet. In het algemeen geldt dat als het achterliggende mechanisme van een effect (bijvoorbeeld X verlaagt Y) niet bekend is, voorzichtigheid geboden is bij het uitdragen van dit advies.

Stephan Peters
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Complottheorieën
Als wetenschappelijke argumenten niet aanwezig zijn, is het belangrijk de integriteit van gezaghebbende instanties aan te vallen. Dit gebeurt op verschillende niveaus. Belangenverstrengeling is het meest voorkomende: de integriteit van individuele onderzoekers wordt aangevallen, omdat ze eerder hebben gewerkt of onderzoek hebben gedaan voor een producent. Mensen die het bijvoorbeeld oneens zijn met uitingen van het Voedingscentrum proberen ook graag het gerucht te verspreiden dat het Voedingscentrum wordt betaald door de industrie. Dit is pertinent onjuist. Het Voedingscentrum is een onafhankelijke stichting die wordt gefinancierd door de ministeries van VWS en EZ. Rode lijn onder dit punt is: hoe meer complottheorieën er worden aangevoerd, hoe kritischer u moet zijn bij de beoordeling van het boek van de goeroe zelf. De goeroe heeft geen andere belangen dan uw gezondheid. Nou ja, en verder geld te verdienen aan zijn boek en de verkoop van supplementen. En het wellicht gevaarlijkste belang: ego.

Linus Pauling en supplementen
Tweevoudig Nobelprijswinnaar prof. dr. Linus Pauling is de uitvinder van de orthomoleculaire geneeskunde. Hij definieerde deze als ‘de behandeling van ziekte door de organen te voorzien van een optimale moleculaire omgeving, in het bijzonder de optimale concentraties van stoffen die normaal in het lichaam aanwezig zijn’. Met dit laatste bedoelt hij vitamines en mineralen. Om tot die optimale concentraties te komen zou je hoog gedoseerde voedingssupplementen moeten slikken. Volgens Pauling zorgt dit ervoor dat bijna elke ziekte voorkomen of genezen kan worden. En wie twijfelt er nou aan een Nobelprijswinnaar, zo lijken schrijvers van veel (supplementen- en orthomoleculaire) boeken te zeggen. Wat er niet bij wordt verteld is dat beide Nobelprijzen van Pauling helemaal niet in relatie staan tot zijn ontdekking van orthomoleculaire geneeskunde. De eerste Nobelprijs was voor zijn prestaties op het gebied van de scheikunde (opheldering van molecuulstructuren) en de tweede was de Nobelprijs voor de vrede. Erg respectabel, maar geen Nobelprijs voor zijn latere theorie over optimale nutriëntenconcentraties in de cellen. Deze theorie is verre van bewezen. Niemand weet wat de optimale concentraties in de cellen zijn, laat staan hoe je die kan bereiken met orthomoleculaire producten. Het gebruik van Linus Pauling in de inleiding van een boek is reden genoeg het boek terzijde te leggen (zie ook het volgende punt).

‘Geneeskundige’ met natuur, orthomoleculair of alternatief ervoor
Is een geneeskundige een arts die een gedegen opleiding op wetenschappelijke leest achter de rug heeft? Neen dus. Iedereen mag zich geneeskundige noemen. ‘Geneeskundige’ is geen beschermde titel. Heeft u een voedingsprobleem? Blijf uit de handen van natuur-, orthomoleculair en alternatief geneeskundigen. Deze ‘geneeskundigen’ hebben hun hele entourage ingericht als echte artsen. Ze hebben eigen beroepsverengingen, met de daarbij behorende nascholingseisen en accreditaties. Maar erger nog: ze nemen anamneses af en schrijven tabletten voor in de vorm van kruiden en voedingssupplementen. De zieke patiënt kan hierdoor misleid worden en, erger nog, uit het reguliere geneeskundige circuit worden gehaald. Zodra u bij een geneeskundige bent die supplementen met hoge doses van verschillende vitamines voorschrijft of u met een kruidenpreparaat de deur uit stuurt, is de kans uiterst groot dat u met een geneeskundige en niet met een arts van doen hebt.

Waarschuwing: volg een succesvol dieet niet voor een tweede keer
Sonjabakkeren, Dr. Franken, hormoonfactordiëten: deze goed doordachte adviezen werken allemaal. Vele succesverhalen doen de ronde (zie het eerste punt). Want ja, je valt er mee af. Telkens weer, keer na keer. Maar vraag eens door aan fans van deze diëten. Voor de hoeveelste keer volg je dit dieet? Heel veel mensen hebben verschillende malen gesonjabakkerd. Want je valt er van af. Maar als je binnen een jaar voor de tweede keer gaat sonjabakkeren, moet je eigenlijk concluderen dat het NIET werkt. Want de reden dat je voor de tweede keer gaat diëten is dat je weer bent aangekomen. Je bent in de val van de crashdieetgoeroe gevallen. De val is de volgende: je gaat op erg streng dieet en zodra je stopt, val je weer terug in je oude voedingsgewoonte en kom je weer aan. Het dieetconcept heeft gefaald.

Wetenschappelijk verantwoord met onzekerheden
De Gezondheidsraad bracht in 2006 Richtlijnen Goede Voeding uit. Dit advies is de basis voor de voedingsvoorlichting in Nederland. De Richtlijnen Goede Voeding is een wetenschappelijk consensusdocument waaraan vooraanstaande Nederlandse voedingswetenschappers op onafhankelijke wijze hun bijdrage leveren. In deze richtlijnen staat omschreven aan welke voedingskundige eisen een totaal voedingspatroon moet voldoen om adequate hoeveelheden voedingsstoffen te leveren en zodoende een preventieve bijdrage te leveren aan voedingsgerelateerde welvaartsziekten. Deze richtlijnen zijn geformuleerd in termen van voedingsstoffen (behalve de aanbevelingen voor groente, fruit en vis).

De Richtlijnen Goede Voeding en de voedingsnormen die gepubliceerd zijn door de Gezondheidsraad worden door het Voedingscentrum vertaald naar de zogenoemde Richtlijnen Voedselkeuze. Deze richtlijnen zijn geformuleerd in termen van voedingsmiddelen en zijn opgesteld om de Richtlijnen Goede Voeding te realiseren binnen het Nederlandse voedingspatroon. Samen met de Richtlijnen Voedselkeuze vormt de Schijf van Vijf de basis van de voorlichting en praktische adviezen voor de Nederlandse consument.

Wetenschap bevat ook onzekerheden. Dat weet de Gezondheidsraad en dat weet het Voedingscentrum. De afwegingen met onzekerheden en aannames die de Gezondheidsraad heeft gemaakt staan allemaal in een openbare publicatie: Het Achtergronddocument van de Richtlijnen Goede Voeding. Zolang er nieuw onderzoek wordt gedaan zullen er voortschrijdende inzichten zijn. Daarom worden de richtlijnen periodiek herzien. Op dit moment is de Gezondheidsraad gestart met een herziening van de huidige richtlijnen die stammen uit 2006. Zodra die klaar zijn (naar verwachting in 2015), zal het Voedingscentrum haar Richtlijnen Voedselkeuze op basis van die nieuwe Richtlijnen Goede Voeding herzien. Zowel de Gezondheidsraad als het Voedingscentrum moeten omgaan met onzekerheden en zullen ook uitleggen waar die liggen en hoe er keuzen zijn gemaakt.

Dat laatste maakt zaken transparant. Voedselgoeroes zullen altijd op onzekerheden van de huidige staat van de wetenschap wijzen om hun eigen gelijk te halen. Echter, één ding is zeker: elke schrijver, ‘geneeskundige’ of supplementenverkoper die alles zeker weet, heeft geen kaas gegeten van wetenschap.

Dr. Stephan Peters, een van de sprekers op het VtdK-symposium van 6 oktober 2012 (zie NTtdK,4,2012:22-23) en dr.ir. Astrid Postma-Smeets zijn verbonden aan het Voedingscentrum. Zij publiceerden dit artikel eerder dit jaar in het Tijdschrift van de Vereniging tegen Kwakzalverij.


Fotocredits: venezia2011 MISTERO, uitsnede, zamorano
Dit artikel afdrukken