Op sociale media circuleren al tijden afwijzende opinies en misleidende informatie over Nutri-Score, het voedingslabel dat in 2017 door Frankrijk en daarna ook door België en Spanje is ingevoerd. Soms klinken ze zelfs door in de woorden van vooraanstaande politici. Vooral de afgelopen weken was dat duidelijk te merken. Vermoedelijk als gevolg van discussies in een aantal Europese landen die overwegen het logo in te voeren en het gesprek dat verschillende organen van de Europese Gemeenschap in Brussel er over voeren. Daar wordt veel over geschreven.

Het borrelt. Een groeiend aantal aanvallen op de geloofwaardigheid van de Nutri-Score moet voorkomen dat Europese landen het voedingslabel invoeren, ondanks de meer dan 30 internationale wetenschappelijke publicaties die overtuigend bewijs leveren voor de voordelen van de Nutri-Score ten opzichte van andere voedingslabels. Nutri-Score krijgt daarnaast alle steun van Europese consumentenorganisaties. Niettemin wordt het label nog steeds nadrukkelijk afgewezen door een groep lobby’s van de agro-industrie (de vereniging van levensmiddelenproducenten FEVIA in België, BLL in Duitsland, Coldiretti in Italië, etc.).

Sommige fabrikanten en distributeurs in Frankrijk, België en Spanje, maar ook in Duitsland, Oostenrijk, Portugal, Zwitserland en Slovenië hebben ervoor gekozen om de Nutri-Score op hun producten te zetten. Toch is er ook een aantal grote multinationale voedingsbedrijven dat weigert de Nutri-Score te gebruiken.

Deze bedrijven probeerden de Nutri-Score te omzeilen door bijvoorbeeld zelf ontwikkelde alternatieve labels voor te stellen die volgens hen geschikter zijn. Denk aan het Evolved Nutrition Label (ENL) op Europees niveau en de BLL in Duitsland. Het ‘nepnieuws’ speelt deze grote internationale bedrijven, die het voedingslabel in diskrediet willen brengen, in de kaart. Het valse nieuws verspreidt zich ook via internetgebruikers die geen wetenschappelijk bewezen informatie delen, maar hun eigen meningen gebaseerd op uit de context gehaalde details.
Daarmee willen deze tegenstanders de betrouwbaarheid van het systeem te niet doen.

Er is een duidelijk verschil tussen onjuiste informatie, zoals die momenteel rondzingt, en legitieme kritiek die de basis kan vormen voor een nuttig wetenschappelijk debat. Dit debat gaat met name over de beperkingen van het systeem, zowel wat de doelstellingen als de vormgeving betreft.

Serge Hercberg
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Nepnieuws
Nepnieuws kenmerkt zich door misleidende informatie die alleen maar tot verwarring leidt. Het bestaat uit het naast elkaar plaatsen van voorbeelden, die elk op zich juist kunnen zijn, maar die verwarring kunnen veroorzaken bij lezers die de achtergrond van de Nutri-Score niet kennen.

In het geval van nepnieuws wordt een enkel, bevreemdend, voorbeeld uit context gehaald om het hele systeem onderuit te halen. Dat voorbeeld wordt vervolgens in brede kring gedeeld met een krachtig plaatje en in een pseudo-wetenschappelijke vorm. Het nieuws gaat vaak ook vergezeld van minachtende en beledigende opmerkingen.

Een ander kenmerk van nepnieuws is dat het online wordt gezet door anonieme personen of door personen die hun opinies blijken te baseren op dezelfde (foutieve) informatie. Deze personen zijn waarschijnlijk zelf misleid of onvoldoende geïnformeerd om nepnieuws te kunnen herkennen. Gek genoeg wordt deze verkeerde informatie door sommige media en belanghebbenden (zoals lobby’s, wetenschappers die een band hebben met de economische sector, politici en ministers) zelfs gebruikt als wetenschappelijk bewijs.

Mechanismen
Aan het ontstaan van onjuiste informatie over de Nutri-Score en het feit dat die wordt verspreid door verschillende partijen, liggen verschillende mechanismen ten grondslag.

In de eerste plaats het gebrek aan kennis over of de ontkenning van wat er van de Nutri-Score te verwachten is (of van elk ander voedingslabel). De foutieve informatie laat dus overduidelijk het principe, het doel, de beperkingen en de reikwijdte van een voedingslogo buiten beschouwing. Ook worden de wetenschappelijke bewijzen, het algoritme en de grafische vormgeving niet meegenomen.

Ten tweede gaan de voorbeelden en vergelijkingen altijd over een beperkt en hetzelfde aantal voedingsmiddelen. Deze producten worden steevast naast elkaar gezet om de indruk te wekken dat de Nutri-Score de voedingswaarde of gezondheidswaarde van voedingsmiddelen op absurde wijze classificeert, en dus consumenten misleidt.

Interessant is dat de gebruikte voorbeelden altijd gaan over dezelfde merkproducten. Dat zijn er minder dan 15, terwijl de Nutri-score berekend kan worden voor meer dan 200.000 producten. De voorbeelden zijn bedoeld voor mensen die traditionele perceptie gebruiken om voedingsmiddelen te beoordelen (traditionele voedingsproducten zijn gezond, industrieproducten zijn ongezond) en mensen die oordelen door te kijken of een product goed of slecht geclassificeerd is. Geen enkele tegenstander heeft het over de andere 99,9% van de voedingsmiddelen waarvoor de Nutri-score geen probleem vormt!

Het is interessant op te merken dat de gebruikte voorbeelden altijd gebaseerd zijn op dezelfde merkproducten en bedoeld zijn om een snaar te raken door hun imago bij het publiek (traditionele voedingsmiddelen worden als gezond gezien, industriële voedingsmiddelen als ongunstig) en door het tegen elkaar afzetten van een goede of slechte classificatie. Op geen enkel moment wordt door de tegenstanders vermeld dat Nutri-Score geen enkel probleem vormt voor 99% van de overige voedingsmiddelen die niet door hen worden aangevallen!

Hieronder presenteren we verschillende soorten nepnieuws die de afgelopen maanden op sociale media zijn verschenen. We leggen ook uit waarom het nieuws onjuist is.
De uitingen die in het Spaans, Engels, Italiaans en Frans op de sociale media of in de pers circuleren, zijn letterlijk vertaald.

1. Een voorbeeld van onjuist nieuws dat gebaseerd is op een echt misverstand over het doel van de Nutri-Score
“Aan de Nutri-Score heb je niets en is pure consumentenmisleiding. Het bewijs: sommige ultra-bewerkte voedingsmiddelen die additieven of pesticiden bevatten krijgen een ‘goed’-classificatie van de Nutri-Score.”

Nutri-Score pretendeert op geen enkele manier een informatiesysteem te zijn dat naast de voedingsdimensie ook de totale wereldwijde gezondheids- en milieudimensies omvat.
Dit soort kritiek heeft te maken met het feit dat de Nutri-Score voedselproducten niet beoordeelt op additieven, het productieproces of pesticiden. Dat uitgangspunt geldt net zo goed voor Nutri-Score als voor alle andere voedingslabels (zie voor meer details dit artikel in The Conversation).

Het is onmogelijk om met de wetenschappelijke kennis die er nu is een voedingswaardelabel te ontwikkelen dat alle gezondheidsaspecten omvat. De Nutri-Score is een systeem dat voedingsinformatie geeft op een zodanige manier dat het helpt consumenten bewuster te worden van de voedingswaarde van levensmiddelen. Consumenten kunnen zelf kiezen voor voedselproducten met een hogere voedingswaarde. Nutri-Score pretendeert op geen enkele manier een informatiesysteem te zijn dat naast de voedingsdimensie ook de totale wereldwijde gezondheids- en milieudimensies omvat.

Alomvattend
Het is de droom van elke expert op het gebied van volksgezondheidsvoeding om voor consumenten een voedingslabel te creëren dat alle gezondheidsaspecten omvat en het totale gezondheidsrisico kan voorspellen. Het is een enorme klus. Daarom is het ook geen toeval dat tot nu toe geen enkel internationaal onderzoeksteam, volksgezondheidsorganisatie, comité van deskundigen of zelfs de WHO er in is geslaagd zo’n label te ontwikkelen. Daar zijn verschillende verklaringen voor:

1. Ten eerste maakt het uit naar welke dimensie van een levensmiddel je kijkt. Het kennisniveau en de mate van zekerheid over de sterkte van het bewijs voor een verband tussen de gezondheid en de onderzochte dimensie verschillen. Er zijn inmiddels talrijke epidemiologische, klinische en experimentele studies verschenen die voor bepaalde voedingscomponenten gedocumenteerd en robuust bewijs aandragen voor hun impact op chronische ziekten. Deze bewijzen variëren in internationale classificaties van 'waarschijnlijk' tot 'overtuigend'. Voor andere dimensies, met name aspecten die betrekking hebben op een groot aantal additieven, nieuwe stoffen of verontreinigende stoffen (pesticiden, antibiotica, hormoonverstoorders) zijn er hypothesen opgesteld over het gezondheidseffect. Maar daar lopen de onderliggende bewijzen sterk uiteen (vooral als je het over onderzoeken bij de mens hebt).

2. In lijn met het bovenstaande is het op dit moment onmogelijk om levensmiddelen te beoordelen op elk aspect en ze een totaalscore te geven dat het algemeen gezondheidsrisico voorspelt. Er bestaan wel wat apps die dit doen, maar die hebben geen sterke wetenschappelijke basis. Er zijn nog steeds veel methodologische onopgeloste vraagstukken. Hoe komt je bijvoorbeeld tot een nauwkeurige meting van het risico van elk aspect, van elke mogelijk schadelijke component, hoe ga je om met het potentieel cocktail-effect, etcetera. Het berekenen van een uniek indexcijfer dat het totale gezondheidsrisico van een voedingsmiddel weergeeft en in een absolute eindscore uitmondt, is niet gebouwd op voldoende robuuste wetenschappelijke kennis en is daarom nogal willekeurig.

3. Tenslotte, wat betreft additieven en bestrijdingsmiddelen, is de oplossing bij een bewezen gezondheidsrisico niet een informatief voedingslabel voor consumenten. De oplossing is dan simpelweg zo'n element te verwijderen uit de voedselketen. Een voorbeeld is het controversiële additief E171, dat door de Fransen uit de handel wordt verbannen.

Hoe complex deze kwestie ook mag zijn, het neemt niet weg dat consumenten het beste kunnen kiezen voor voedingsmiddelen met een hoge Nutri-Score, zo min mogelijk additieven, bij voorkeur onbewerkte voedingsmiddelen en bij voorkeur (gecertificeerd) biologisch.

2. Een voorbeeld van nepnieuws gebaseerd op pseudo-tegenstrijdigheden in de Nutri-Score-classificering op basis van voedingswaarde
"De Nutri-Score klopt niet, het bewijs: frites zijn niet gezond, maar hebben wel een betere score dan sardines die veel goede bestanddelen bevatten. Of neem olijfolie, die een slechtere ranking heeft dan Coca-Cola zero.... !”

Een voedingslogo als Nutri-Score heeft niet als doel voedingsmiddelen in absolute termen in te delen in 'gezond' of 'ongezond', zoals een binair logo zou doen (goed versus slecht)
Een voedingslogo als Nutri-Score heeft niet als doel voedingsmiddelen in absolute termen in te delen in 'gezond' of 'ongezond', zoals een binair logo zou doen (goed versus slecht). Dat zou volstrekt discutabel zijn, omdat zo'n oordeel samenhangt met de hoeveelheid en frequentie van consumptie van het betreffende levensmiddel en niet te vergeten de totale individuele voedingssamenstelling. Een voedingsbalans wordt niet opgemaakt op basis van de consumptie van een enkel voedingsmiddel of maaltijd, noch op basis van een hele dag. Dit soort complexe begrippen kunnen, uiteraard, niet worden samengevat in een voedingslogo dat wordt toegekend aan een specifiek product van een bepaald merk...

Nee, het werkelijke doel van de Nutri-Score is om consumenten informatie te verstrekken. Een relatieve waarde waarmee consumenten in één oogopslag de voedingswaarde van voedingsmiddelen gemakkelijk kunnen vergelijken. Dat is al belangrijk om op het moment van aankoop een afgewogen keuze te kunnen maken. Nog relevanter wordt het als die vergelijking steeds de kop op steekt, vooral bij voedingsmiddelen waarmee de consument in het dagelijks leven mee geconfronteerd wordt (op het moment van aankoop of consumptie).

Niets nieuws
De Nutri-Score is in principe niets nieuws. Het logo geeft op de voorkant van de verpakking in een grafische vorm de bestanddelen weer van de verplichte voedingswaardedeclaratie op de achterkant.

En dan zien we dat het nepnieuws juist probeert af te leiden van het belang van de Nutri-Score door pseudo-tegenstrijdigheden te benadrukken die gebaseerd zijn op vergelijkingen zonder echte betekenis...

Zoals het plaatje hieronder. Dit beeld circuleert het vaakst op sociale media en krijgt veel aandacht van internetgebruikers, sommige media, pressiegroepen en politici.

Fake news
Nepnieuws


Met dit vaak op de sociale media gedeelde beeld wordt geprobeerd het principe van de Nutri-Score tot een karikatuur te maken door te suggereren dat bepaalde categorieën van bewerkte producten de classificatie 'gezond' zouden krijgen en beter zouden scoren dan 'traditionele' voedingsmiddelen die als 'ongezond' zouden worden beschouwd.

Nutri-Score maakt het mogelijk om het voedingsprofiel van voedingsmiddelen te vergelijken, maar alleen als deze vergelijkingen relevant en nuttig zijn voor de consument en hem sturen bij zijn keuze. Nogmaals, bedenk dat de Nutri-Score bedoeld is om de voedingswaarde te vergelijken van:

1. voedingsmiddelen die tot dezelfde categorie behoren. Bijvoorbeeld om binnen de productgroep ontbijtgranen muesli's te vergelijken met cruesli's, chocoladegranen en gevulde ontbijtgranen. Het vergelijken van koekjes met fruitkoekjes en chocoladekoekjes. Of vleeslasagne vergelijken met zalmlasagne en spinazie-lasagne. Of verschillende pastagerechten, verschillende soorten pizza's, of verschillende soorten drankjes (water, vruchtensappen, vruchtendranken, frisdranken, ...). In elk van deze categorieën varieert de Nutri-Score van A tot E, wat consumenten nuttige informatie geeft voor hun keuzes.

2. hetzelfde soort voedsel dat door verschillende merken wordt aangeboden (bijvoorbeeld chocolade en gevulde ontbijtgranen van het ene merk vergelijken met het equivalent van een ander merk, of chocoladekoekjes van verschillende merken). Ook hier kan de Nutri-Score variëren van A tot E, wat ook nuttige informatie is om consumenten te helpen levensmiddelen met een betere voedingswaarde te herkennen.

3. voedingsmiddelen die tot verschillende families behoren, op voorwaarde dat ze op dezelfde manier geconsumeerd of gebruikt worden (vaak liggen ze bij elkaar het supermarktschap): yoghurt versus zoete toetjes; ontbijtgranen vergeleken met repen, brood of fabrieksgebak....

Maar wat heeft het voor zin, om zoals het nepnieuws doet, frites te vergelijken met Roquefort, ontbijtgranen met sardines of olijfolie met Coca-Cola Zero? Komt bij de aankoop of consumptie van levensmiddelen deze vraag echt op deze manier bij consumenten op?

Het is zeer onwaarschijnlijk dat consumenten van tevoren sardientjes als ontbijt overwegen, of hun salades op smaak brengen met Coca-Cola of als het warm is een frisse slok olijfolie willen… In de praktijk moet de consument de voedingswaarde van levensmiddelen kunnen vergelijken die relevant is voor zijn of haar eetpatroon. Als hij zijn ontbijt wil samenstellen, is het belangrijk dat hij voedingsmiddelen van verschillende categorieën kan vergelijken die hij bij het ontbijt eet. Zoals brood, croissantjes, ontbijtgranen of repen. En dat hij toegang heeft tot transparante informatie over de voedingswaarde binnen die categorieën of volgens de merken, om verschillende ontbijtgranen onderling te vergelijken, of verschillende fabrieksgebakjes of broodjes, afhankelijk van het merk......

In deze context werkt de Nutri-Score perfect, zoals blijkt uit onderstaande voorbeelden.

Bijvoorbeeld:
Verschillende voedingsmiddelen behorend tot verschillende categorieën, die meestal bij het ontbijt worden gegeten:

voorbeeld 1

In dit voorbeeld, dat slechts een paar van de vele mogelijke voedingsmiddelen omvat, zie je in één oogopslag dat sommige ontbijtproducten gunstiger zijn dan andere: volkoren broden of muesli's scoren beter dan koekjes of gebak. Bovendien kunnen er, afhankelijk van het soort brood (volkoren of niet) en het soort koekjes of ontbijtgranen, aanzienlijke verschillen zijn in voedingswaarde. Binnen de categorie ontbijtgranen is er bijvoorbeeld een zeer grote variatie in voedingswaarde met een Nutri-Score die varieert van A tot E, afhankelijk van het type graansoort. Hetzelfde geldt als je naar dezelfde soort ontbijtgranen kijkt, maar van verschillende merken:

voorbeeld 2

Dat geldt ook voor de variatie in voedingswaarde van zoete toetjes, die, zonder een voedselkeuzelogo, voor de consument niet makkelijk te beoordelen zijn. Met het tonen van de Nutri-Score komen de verschillen duidelijk naar voren. Afhankelijk van de producten kan die variëren van A tot E:

voorbeeld 3

Door het vergelijken van voedingsmiddelen waarbij er geen enkele reden is om ze met elkaar te vergelijken terwijl het belangrijkste belang voor de consument wordt weglaten, namelijk het vergelijken van levensmiddelen onder relevante omstandigheden, wekt dit type nepnieuws de indruk dat de Nutri-Score niet consequent is in de classificatie van levensmiddelen.

Er is nog een ander element van misleiding waar het nepnieuws gretig van gebruik maakt: het inspelen op stereotypering in termen van perceptie of opvatting van voedsel.

Frietjes hebben bij veel mensen eerder een negatief imago, vaak in relatie tot fastfood. 'Traditionele' voedingsmiddelen, zoals Roquefort, Serranoham of sardientjes (of gerookte zalm) hebben juist een vrij positieve gevoelswaarde. Kijk naar de voedingswaardedeclaratie op de achterkant van de verpakking en het beeld kantelt, gebaseerd op de voedingssamenstelling. Het is heel normaal dat Roquefort of Serranoham de score E krijgen vanwege het hoge verzadigde vet- en zoutgehalte. Net als dat gerookte zalm wordt geclassificeerd als D. Gezien het hoge zoutgehalte (2,5 tot 3,5g zout per 100 g) is dat vrij 'normaal'.

Dat verse zalm een A-score krijgt, zie je nooit terug in het nepnieuws waarbij de Nutri-Score van gerookte zalm in twijfel getrokken wordt
Toch wordt deze classificatie op grote schaal gebruikt als kritiek op de Nutri-Score. Dat verse zalm een A-score krijgt, zie je nooit terug in het nepnieuws waarbij de Nutri-Score van gerookte zalm in twijfel getrokken wordt.

Ook bij dit soort producten zijn er grote verschillen in voedingswaarde binnen de categorieën (verschillende kazen, verschillende hammen,...) of voor hetzelfde voedsel, afhankelijk van de bereiding en het merk. Hoewel Roquefort nog steeds in E is ingedeeld (het bevat tussen 3 en 4 g zout/100 g en is rijk aan verzadigde vetzuren), worden de meeste kazen ingedeeld in D en sommige in C (zoals mozzarella). Zelfs voor vergelijkbare hammen, bijvoorbeeld Serranoham, kan Serranoham E of D zijn, en andere soorten ham D of C.

voorbeeld 4 ham

Bij sardines, een veelgebruikt voorbeeld om het nut van de Nutri-Score aan de kaak te stellen (altijd door middel van hetzelfde beeld), wordt standaard gesteld dat sardines in D ingedeeld zijn. In werkelijkheid vallen sardines in blik, afhankelijk van hun voedingssamenstelling, in alle categorieën van A tot D. Het is dan ook niet eerlijk om te suggereren dat sardines altijd een D krijgen van Nutri-Score.

voorbeeld 5 Sardines

Specifieke problemen met frites
Het nepnieuws over friet laat zien dat er zowel sprake is van een niet op feiten gebaseerde perceptie (een negatief imago, gelinkt aan fastfood) als een misverstand over de manier waarop een voedingslogo tot stand komt en wat de rol ervan kan zijn. De Nutri-Score is immers per definitie (net als alle andere FOP-voedingsetiketten) in feite niet meer dan een vertaling van de voedingswaarden zoals ze op de achterkant van de verpakking staan, die slaat op het product zoals dat wordt verkocht. De fabrikant moet transparant zijn over de samenstelling en voedingswaarde van de levensmiddelen die op de markt worden gebracht, maar kan geen rekening houden met en/of vooruitlopen op de wijze waarop zijn product wordt bereid, gebruikt of geconsumeerd.

Bij Nutri-Score is het zo dat alleen levensmiddelen die op een specifieke manier bereid worden volgens een standaardrecept (aardappelpuree, droge bakmixen), een Nutri-Score dragen die berekend is op basis van dat gestandaardiseerde recept.

Diepvriesfrites zijn echter op verschillende manieren te bereiden. In de oven bakken van diepgevroren voorgebakken frieten (meestal geclassificeerd als B door Nutri-Score) heeft geen invloed op de voedingssamenstelling, zodat de Nutri-Score in dit geval na het bereiden niet wordt gewijzigd (het blijft B).

Bij diepgevroren frites (niet voorgebakken frites), meestal ingedeeld in categorie A van Nutri-Score (het zijn gewoon geschilde en gesneden rauwe aardappelen), staat als aanbevolen bereidingswijze op de verpakking deze te frituren. Bij die bereidingswijze zal de Nutri-Score, afhankelijk van de gebruikte frituurolie (min of meer rijk aan verzadigde vetzuren), verschuiven van A naar B of maximaal naar C. De na het frituren aanbevolen toevoeging van zout kan ook invloed hebben op de score, maar daar valt redelijkerwijze niets over te zeggen bij aankoop van het product.

Deze twee elementen laten zien hoe belangrijk het is dat Nutri-Score helpt om de consument te informeren over de werkelijke samenstelling van een product en bijdraagt aan het tegengaan van bepaalde stereotypen of misvattingen. In het vaak aangehaalde ‘nepnieuws’-voorbeeld van frites, blijkt de voedingssamenstelling van voorgebakken frites eerder gunstig en blijven ook niet voorgebakken frites die gefrituurd worden (geclassificeerd als B of maximaal C) uit voedingsoogpunt oké.

Dat neemt niet weg dat het noodzakelijk is voor levensmiddelen die niet kunnen worden gegeten zoals ze worden gekocht (zoals diepgevroren, niet-voorgebakken frites), en die een specifieke en gedetailleerde bereidingswijze op de verpakking hebben staan die van invloed kan zijn op de Nutri-Score, de fabrikant de consument wijst op de wijziging die zich kan voordoen in de Nutri-Score door de bereiding. Dat kan door:
1) de Nutri-Score van het product te vermelden zoals het wordt verkocht (klassieke gebruik van Nutri-Score met gebruikmaking van de elementen die op de voedingswaardedeclaratie staan) en
2) de eindscore (met de eindletter) van de Nutri-Score te vermelden na bereiding van het product volgens de op de verpakking aangegeven aanbevolen methode (voor diepvriesfrites leidt frituren tot een hogere klasse Nutri-Score).

Kortom, het is dus duidelijk dat, in tegenstelling tot wat het nepnieuws beweert, de Nutri-Score het mogelijk maakt om in één oogopslag de nutritionele kwaliteit van voedingsmiddelen te onderscheiden en om voedingsmiddelen eenvoudig met elkaar te vergelijken. Nutri-Score helpt consumenten uiteindelijk een voedingswaardiger alternatief te kiezen, hetzij in een andere categorie die aansluit bij wat de consument eigenlijk wil eten, hetzij binnen dezelfde categorie door te kiezen voor een betere Nutri-Score of voor het merk met de beste Nutri-Score.

Het is ook essentieel om te wijzen op een belangrijke regel van de Nutri-Score, die nooit aandacht krijgt in het nepnieuws: het feit dat een levensmiddel is geclassificeerd als D of E betekent niet dat het helemaal niet geconsumeerd moet worden. Het kan prima deel uitmaken van een evenwichtige voeding, maar de geïnformeerde consument zal weten dat als hij geen alternatief met een betere score wil kiezen en vasthoudt aan de keuze voor een D of E-product, het beter is om dit product in kleinere hoeveelheden en/of minder vaak te consumeren.

Is het probleem rondom de classificatie van de genoemde levensmiddelen, zoals de vergelijking tussen olijfolie en Coca-Cola Zero, specifiek voor de Nutri-Score? Hoe rangschikken andere logo's ze?

nutriscore olijfolie coca-cola zero

Aangezien alle voedingslogo's uitgaan van de gegevens over de samenstelling en voedingswaarden van een product, krijgt olijfolie bij de kleurenlogo's, zoals het Britse Traffic Light of de ENL, die door sommige multinationals worden ondersteund, twee "rode" vakjes, vanwege de samenstelling in verzadigde en totale vetten, terwijl Coca-Cola zero 4 "groene” vakjes krijgt (zie onderstaande figuur). Ook in richtlijnen voor gezonde voeding in Latijns-Amerika, Canada of Israël krijgt Coca-Cola zero geen waarschuwing mee. Dus ongeacht het systeem krijgt olijfolie een minder goede classificatie vanwege de gehaltes aan calorieën, totaal vet en verzadigd vet. Maar vreemd genoeg, gezien de forse kritiek die Nutri-Score op dit punt krijgt, werd niemand beledigd door dit classificatieprobleem bij de Britse Multiple Traffic Lights en hebben de rode vakjes geen problemen veroorzaakt voor consumenten in retailketens die dit type logo al vele jaren gebruiken (in Spanje, Portugal of het Verenigd Koninkrijk) en waar olijfolie ook minder goed ‘scoort’ dan Coca-Cola zero.

nutriscore rode vakjes olijfolie groene vakjes coca-cola zero

3. Nepnieuws over het feit dat de Nutri-Score zou zijn aangepast aan Frankrijk en niet aan andere Europese landen
"De Nutri-Score is puur Frans en is niet aangepast aan andere Europese landen. De aanpassingen in de berekening ervan werden gemaakt om de Franse kaassector te behagen"

Een ander fake nieuws-bericht dat op het internet circuleert, is het feit dat Frankrijk een specifieke uitzondering heeft gemaakt op de berekening van het algoritme voor kazen om het imago van kaas, deel van het Franse culinaire erfgoed, te verbeteren! Dit is natuurlijk helemaal niet waar. Bij de ontwikkeling van de Nutri-Score in 2015-2016 werd de Nutri-Score slechts marginaal aangepast, waarbij geen wijziging werd aangebracht in de elementen waarmee rekening wordt gehouden voor de berekening van de basisscore (waardoor het mogelijk is om de verschillende kleuren van de Nutri-Score toe te wijzen) voor alle voedingsmiddelen. De "negatieve" elementen die meewegen in de berekening zijn die welke - op Europees niveau - zijn opgenomen in de verplichte voedingswaardedeclaratie op de achterkant van de verpakking (calorieën, totaal vet, verzadigd vet, zout, dat zijn de elementen die voor alle levensmiddelen beschikbaar zijn).


Een ander fake nieuws-bericht dat op het internet circuleert, is het feit dat Frankrijk een specifieke uitzondering heeft gemaakt op de berekening van het algoritme voor kazen om het imago van kaas, deel van het Franse culinaire erfgoed, te verbeteren! Dit is natuurlijk helemaal niet waar
Voor kazen, vetten en dranken zijn kleine aanpassingen van de berekeningsmethode gemaakt. Dat hangt samen met het feit dat na de analyse in 2015 door het Franse agentschap voor de voedselveiligheid (ANSES) deze drie categorieën (let op: categorieën en geen specifieke levensmiddelen) werden erkend als problemen die gemakkelijk op te lossen zijn (zonder de keuze van de specifieke voedingsstoffen voor de berekening van het algoritme ter discussie te stellen):

1. Voor kaas werd oorspronkelijk het eiwitgehalte (gebruikt om het calcium- en ijzergehalte in het Nutri-Score berekeningsalgoritme weer te geven) niet opgenomen in de Nutri-Score berekening en dus werd alle kaas ingedeeld als E. Kaas is een belangrijke bron van calcium. Het algoritme leek daarom inconsistent, aangezien het geen rekening hield met de bijdrage van kaas aan de calciuminname. Evenmin werd onderscheid gemaakt naar verschillen in zout- en/of vetgehalte. Na deze aanpassing past de overgrote meerderheid van de kazen in D (wat in overeenstemming is met de aanbevelingen voor een gezonde voeding die er op gericht zijn de kaasconsumptie niet aan te moedigen), met uitschieters naar C (voor verse kazen met een laag zoutgehalte) en E (voor gerijpte gezouten kazen).

2. Aanvankelijk vielen alle toegevoegde vetten in dezelfde categorie, maar het was duidelijk dat er om aan te sluiten bij de voedingsgewoonten van de bevolking onderscheid gemaakt moest worden tussen dierlijke vetten, die rijker zijn aan verzadigde vetzuren (boter), en plantaardige vetten, die minder rijk zijn aan verzadigde vetten (olie, margarines). Door de aanpassing van het algoritme werd het mogelijk de twee groepen vetten van elkaar te onderscheiden: alle dierlijke vetten hebben een E (net als palmolie), in tegenstelling tot plantaardige oliën en plantaardige margarines.

3. Voor dranken hield de aanpassing van het oorspronkelijke algoritme verband met het feit dat dranken een andere dichtheid hebben dan vaste producten, en dat ze voornamelijk suiker bevatten. De aanpassing leidde ertoe dat water de enige drank is die in A werd ingedeeld (en werd ook doorgevoerd om te voorkomen dat light-dranken op hetzelfde niveau als water zouden worden ingedeeld, gezien de componenten waarmee bij de berekening rekening werd gehouden).

Welke lessen zijn er te leren uit deze problemen van voedselvergelijkingen die uitgedragen worden door nepnieuws?

Ook al is, zoals eerder vermeld, de (ongerechtvaardigde) vergelijking van de voedingsscores van bepaalde voedingsmiddelen niet op zijn plaats en lijkt dit in de praktijk een irrelevante kritiek (zoals die van Coca-Cola Zero en olijfolie), en hoewel Nutri-Score voor de overgrote meerderheid van de voedingsmiddelen prima uitpakt, toch roept de nutritionele positionering van olijfolie en Coca-Cola Zero in de Nutri-Score-schaal (gekoppeld aan de berekeningen van het basisalgoritme) nog steeds reële vragen met betrekking tot de volksgezondheid. De wetenschappers die zich sinds de invoering van het systeem nog steeds bezighouden met het verfijnen van de basisuitgangspunten, zijn zich daar terdege van bewust.

Bepaalde aspecten van de indeling van een handvol bijzondere voedingsmiddelen vereisen, ook al zijn ze niet van dezelfde aard als het hierboven aangekaarte nepnieuws, een reactie op korte of middellange termijn, vanuit het oogpunt van de volksgezondheid.

  • Voor olijfolie speelt nog wat anders dan een niet-relevante vergelijking met andere voedingsmiddelen (die niets te maken hebben met het gebruik). Olijfolie (klasse D) heeft uiteraard een indeling die beter is dan dierlijke vetten (klasse E) of oliën die zeer rijk zijn aan verzadigde vetzuren (kokosnoot, palm), maar is minder goed geclassificeerd dan raapzaadolie (die geclassificeerd is als C). In bijna alle Europese landen zijn de voedingsaanbevelingen gericht op het bevorderen van plantaardige vetten in plaats van dierlijke vetten (dat wordt ondersteund door de oorspronkelijke vorm van Nutri-Score), aangevuld met de aanbeveling om, afhankelijk van welke voedingsgewassen geteeld worden, bij voorkeur olijf-, koolzaad- en walnootolie te gebruiken (dat wordt binnen Nutri-Score niet ondersteund, omdat olijfolie en walnootolie een mindere score hebben dan raapzaadolie).

    Er lopen gesprekken met verschillende onderzoekers in Frankrijk en Europa om deze anomalie te corrigeren zonder het basisalgoritme van Nutri-Score aan te passen. Olijf- en notenolie zouden dan net als koolzaadolie in C ingedeeld worden en behoren tot de drie best geclassificeerde oliën...

    Een wijzigingsvoorstel op het decreet van 31 oktober 2017 zou de Franse voedingsaanbevelingen (gepubliceerd door Santé Publique France in januari 2019) laten aansluiten op Europese en globale aanbevelingen en de classificatie van oliën in de Nutri-Score tot een consistent geheel maken.


  • Voor zoetstoffen is de verwachting dat die tijdens de evaluatie in 2021 aan de orde zullen komen. Verschillende landen zijn betrokken bij het proces. Mogelijke geconstateerde leemten in het gebruik of mogelijke vooruitgang in de opbouw van het algoritme in verband met de evolutie van de wetenschappelijke kennis en/of de juridische situatie in Europa (rekening houdend met vrije suikers, ...) zullen bij die herziening ook opnieuw aan de orde komen met het oog op de toekomst.


  • Tot slot moet er nog een keer duidelijk op gewezen worden dat de Nutri-Score, net als alle voedingslogo's op de voorkant van voedselverpakkingen, slechts één van de elementen is van een volksgezondheidsbeleid inzake voeding. Het moet gepaard gaan met educatieve ondersteuning (voorlichtings-, communicatie- en onderwijsacties voor het grote publiek en de gezondheidswerkers, sociale en onderwijsprofessionals, etcetera) over het gebruik, de betekenis, het belang en de beperkingen ervan.

    Nutri-Score vormt een aanvulling op andere maatregelen op het gebied van de volksgezondheid en met name op alle voorlichtingsacties over voedingsrichtlijnen, en in het bijzonder op het feit dat mensen er goed aan doen zo min mogelijke bewerkte producten te eten en bij voorkeur de producten uit een landbouw die zo min mogelijk pesticiden gebruikt (biologische voeding).

    Conclusie
    Natuurlijk is het het legitiem dat er een debat rond de Nutri-Score wordt gevoerd en dat iedereen zijn stem laat horen en vragen kan stellen (wetenschappers, consumenten, industriëlen, journalisten, specialisten of leken, ...), maar het is ook belangrijk dat het debat constructief en eerlijk blijft.

    Zowel de opbouw als de validatie van de Nutri-Score zijn gebaseerd op een zeer solide wetenschappelijke basis (met meer dan 30 wetenschappelijke publicaties in internationale, peer reviewed tijdschriften) die aantonen dat het systeem doeltreffender en beter is dan alle andere voedsellogo-systemen (die niet zo'n overtuigend wetenschappelijk dossier hebben).

    Het lijkt er op dat de lobby er slechts op uit is door heel gerichte en onevenredige kritiek, die de vele goede kanten van Nutri-Score ontkent, het uitrollen van Nutri-Score over Europa tegen te houden... en de status quo wil handhaven. Een status quo die voor de consument weinig overtuigend is en waar hij weinig aan heeft.



    Treinstations, benzinepompen, kantines op werk, school en de sportclub: het ongezonde aanbod is enorm. Nutri-score zou consumenten informeren en helpen met een gezonde keuze te maken, maar werkt het wel? Daarover - en meer - gaat het congres Gezonde Innovatie. De tweede editie vindt plaats op 6 juni 2019 in Ede. Koop je ticket hier, en praat mee!
    Dit artikel afdrukken