Rosselkhoznadzor, de Russische Voedsel en Warenautoriteit, staat bekend om zijn grillige en opportunistische manier van controleren. Als er een tekort aan varkensvlees in Rusland ontstaat, wordt er nauwelijks gecontroleerd door Rosselkhoznadzor, maar ontstaan er overschotten, dan vinden de Russische ambtenaren ineens larven van de West-Indische fruitvlieg op het spatbord van de vrachtauto en wordt de lading geconfisqueerd, vernietigd of teruggestuurd naar het land van herkomst.

Over de discutabele razzia’s van Rosselkhoznadzor zijn honderden anecdotes te vertellen. In Nederland prijzen we ons gelukkig met de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA). Dat is een transparante en eerlijke autoriteit die zich niet voor het karretje van de Nederlandse vee- en vleessector laat spannen. Maar toch - ik heb dit uit de eerste hand - wringt er iets bij de NVWA als het gaat om die onvolprezen eerlijkheid.

Shigo Toxin producerende E.coli
De meeste lezers weten dat ik mij bezighoud met de import van rundvlees uit Zuid-Amerika. Ook ben ik zeer geïnteresseerd in de combinatie veilig, gezond, duurzaam en diervriendelijk rundvlees. Om dat doel na te streven, heb ik mij onder meer moeten verdiepen in de veiligheidsaspecten van rundvleesproductie. Die veiligheid kan een producent beheersen door een goed HACCP plan te implementeren, bijvoorbeeld om het risico op ziekteverwekkende bacteriën, ook wel pathogenen genoemd, te beperken.

De NVWA vindt regelmatig STEC’s in geïmporteerd rundvlees en vrijwel nooit in Nederlands rundvlees
Bekende pathogenen zijn listeria, salmonella, campylobacter en E.coli. Met name die laatste staat volop in de belangstelling bij de NVWA. De NVWA controleert al het rundvlees dat in Nederland wordt geproduceerd en geïmporteerd op zogenaamde Shigo Toxin producerende E.coli (STEC). Elke keer dat de NVWA STEC’s vindt, wordt dat gemeld in een Europese database, de RASFF (Rapid Alert System Food and Feed).

'10% STEC’s op Nederlands rundvlees'
Nou heb ik onlangs die openbare RASFF geraadpleegd en wat blijkt: de NVWA vindt regelmatig STEC’s in geïmporteerd rundvlees en vrijwel nooit in Nederlands rundvlees. Mijn eerste reactie was dat dit logisch is, want Nederland staat bekend als het beste jongetje van de klas. Echter, de RIVM schrijft dit op haar website: “Uit slachthuisonderzoek in Nederland blijkt dat bij 10 procent van de onderzochte runderen aan de slachtlijn STEC aangetoond kon worden.”

Jack van Messel
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Ik heb de afgelopen dagen meerdere voorlichters aan de lijn gehad en niemand kon verklaren, waarom de NVWA alleen STEC’s vindt in geïmporteerd rundvlees.

Ook het aantal ziektegevallen als gevolg van STEC besmettingen is opmerkelijk: de NVWA beweert dat het eten van rundvlees een hoog risico heeft als gevolg van die STEC’s. Maar als tienduizenden consumenten dagelijks carpaccio of filet americain eten, hoe kan het zeer geringe aantal door STEC veroorzaakte ziektegevallen (volgens de RIVM 0.22-0.35 ziektegevallen op 100.000 inwoners) verklaard worden?

Dat de NVWA alleen STEC’s vindt in geïmporteerd rundvlees, lijkt mij onmogelijk
Belangenverstrengeling
Dat er geen duizenden consumenten dagelijks ziek worden na het eten van met STEC besmet rundvlees, is verklaarbaar: STEC’s zijn minder gevaarlijk dan de NVWA en het RIVM ons doen geloven.

Maar dat de NVWA alleen STEC’s vindt in geïmporteerd rundvlees, lijkt mij onmogelijk.

Misschien is het tijd om de NVWA te verhuizen naar het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Want het heeft er alle schijn van dat er sprake is van belangenverstrengeling tussen het Ministerie van Economische Zaken en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

Deze column verscheen onder de titel 'Rosselkhoznadzor' in de gisteren verschenen printversie van vakblad Topvers, Busser & Ten Hove
Dit artikel afdrukken