Herinnert u ze zich nog, de jaren van de zure regen? Naast de zwaveluitstoot van industrie en de auto zonder katalysator, zouden gierende boeren er een belangrijke oorzaak van zijn. Met een boog van vier meter hoog sproeiden ze hun drijfmest over het land uit. De ammoniak die er uit opsteeg sloeg een paar kilometer verderop neer in bossen en op kerktorens die er door aangetast raakten. Zo werd de gierende boer in de tachtiger jaren van de vorige eeuw één van de symbolen van de zure regen.

Gedonder
Dat gedonder begon toen boeren overstapten op een nieuw stalsysteem dat de poep en pis van hun koeien bij elkaar liet lopen. Daarvoor keken ze wel uit om dat te laten gebeuren en scheidden ze de vaste afscheiding van de dunne. Poep en pis bij elkaar zorgen immers voor de vorming van ammoniak. Hou je ze uit elkaar, dan heb je nergens last van. Maar de keuze was gemaakt en niemand wist nog dat het gedoe zou geven. De nieuwe ligboxstal hielp de boeren verder in de vaart der volkeren. Ze wilden meer koeien kunnen houden en zo’n stal met roostervloer was de oplossing. De overheid maakte er normen en regelgeving voor en dus ook mestwetgeving. Inclusief een verbod op het bovengronds uitrijden van mest.

God & de natuur
De zure regen was aanleiding voor ammoniakbeleid. De uitstoot daarvan als gevolg van gieren werd drastisch beperkt. Inmiddels twintig jaar geleden werd bedacht hoe dat kon. Door mest direct in de bodem te injecteren konden de emissies vergaand worden teruggedrongen.
Van meet af aan waren religieuze boeren tegen. Zo had God het niet bedoeld. Als de koe het zo had gewild, groef ze wel een gaatje, zegt een spotprentje uit die kringen. Daar lachte het seculariserende Nederland destijds misschien om. Toch komen we er langzaam achter dat in ieder geval de natuur het zo niet bedoeld heeft. De kwaliteit van de bodem is namelijk zienderogen achteruit gekacheld. "We zijn er qua bodem bepaald niet op vooruit gegaan", zegt milieuspecialist en melkveehouderijkenner Wiebren van Stralen van boerenkoepel LTO Noord. "Het gehalte aan organische stof is hard achteruit gelopen", zegt de grote conventionele melkveehouder Jan Cees Vogelaar uit de Flevopolder. "Injectie tast niet alleen de bodemvruchtbaarheid aan, maar zorgt er ook voor dat de wortels van planten worden vergiftigd door de vrije ammoniak", zegt boerenadviseur Frank Verhoeven. De natuur wil het niet.

Duurzamer & rendabeler
Al eerder lieten de wat alternatievere, zogenaamde kringloopboeren weten dat het mis zou gaan en anders moest. De bekendsten zijn boer Kok, over wie een knappe documentaire werd gemaakt, Theo Spruit (zie de video hieronder) en Paul Blokker (die in de Telegraaf een podium vond).
Oud-minister Cees Veerman toonde begrip voor hun standpunten. Niettemin mochten zij ook onder zijn bewind geen mest bovengronds uitrijden.
Toch is dat een manier van bemesten die niet alleen beter is voor het milieu maar nog meer voordelen heeft. Kunstmest – en dus de kosten daarvan – kan aan de kant. De grasopbrengst stijgt significant; sommigen zeggen tot 20% - zonder één gram kunstmest bij de slimst werkende boeren. De biodiversiteit aan de randen van de weilanden neemt toe. De melk zou aantoonbaar gezondere stoffen bevatten (en dus meer geld kunnen opbrengen). De dieren van bovengronds uitrijdende boeren zouden gezonder zijn, langer meegaan en minder veterinaire kosten vergen. Bovengronds mest uitrijden is dus niet alleen duurzamer, maar ook beter voor consumenten en rendabeler voor boeren.

Vieze, stinkende boeren?
Het publiek heeft een hekel aan stinkende boeren, maar stinkt dat uitrijden? Nee, zeggen de kringloopboeren. Frank Verhoeven die velen van hen kent, zegt “Het stinkt juist veel minder, als je het doet zoals het moet. Op de oude manier, van voor het gieren, is er sowieso geen probleem.’ Maar er is ook een nieuwe, de zogenaamde Duospray-methode waarbij water op de mest gespoten wordt. Het water bindt de ammoniak zodat die niet kan vervluchtigen. Tevens wordt het land volkomen egaal bemest, terwijl de injectiemethode zorgt voor een patchwork van kleine lokale onder- en overbemestinkjes.

Dick Veerman
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Volgens metingen van de Wageningse onderzoeker Egbert Lantinga kan de watersproei-methode minstens even lage emissies van ammoniak bereiken als ondiepe injectie. Zijn student Ciska Nienhuis deed veldwerk bij Klaas Wolters die de Duospray-methode heeft doorontwikkeld nadat die eerder door boer Jan Treur was uitgevonden en weer opgegeven omdat hij beboet werd voor het gebruik ervan. Wolters gebruikt zijn apparaat wel en heeft er de waardering van zijn dorp voor. ‘Ze vinden dat het veel minder stinkt dan injectie. Het is eerder een lekkere boerengeur. Ga het maar vragen.’ Het apparaat dat Wolters gebruikt heeft, vol optimisme, de naam The Green Duo gekregen.

Van Stralen vindt dat Verhoeven en Wolters een iets te romantisch beeld schetsen en benadrukt dat de melkveehouderij terug zou moeten naar de scheiding van vaste en dunne mest. “De echte revolutie zit in het voorkomen van drijfmest en niet in 'end-of-pipe’ oplossingen, hoe goed ze het probleem ook corrigeren”, zegt hij. Tegelijk realiseert hij zich dat boeren niet zomaar even om kunnen schakelen op nieuwe stalsystemen. Een tussenoplossing als Wolters’ Green Duo kan dus toch uitkomst bieden.

Den Haag
Maar nog steeds mag het niet van Den Haag. Ontheffingen die voor studiedoeleinden waren verleend, zijn ingetrokken. Niettemin zegt Sharon Dijksma, de PvdA staatssecretaris voor EZ met landbouw in haar portefeuille, dat ze ‘sympathie’ en ‘oprechte belangstelling’ heeft voor de vraag van de kringloopboeren om mest bovengronds uit te mogen rijden.
Waar wacht haar ministerie toch op? Wie de lijst voordelen ziet én constateert dat er met het apparaat van Wolters een oplossing voor bovengrondse bemesting is gevonden, moet constateren dat Den Haag één van de grootste kansen op verduurzaming van de Nederlandse melkveehouderij laat liggen. “The Green Duo bespaart bovendien 25-30% diesel en dus CO2 uitstoot bij het bemesten. Reken je daar de besparing op kunstmest bij, dan wordt de besparing helemaal groot omdat het maken van kunstmest heel veel energie kost,” vult Jan Cees Vogelaar nog aan.

Ingewikkeld
Wiebren van Stralen legt me uit: “Het mestdossier is ongelofelijk ingewikkeld. Er zijn heel weinig mensen die snappen hoe het echt in elkaar zit. Dat is te moeilijk voor politici om er even bij te doen’. En inderdaad, je moet er goed verstand van chemie voor hebben. De chemische formules - N, P, N-NH3 - vliegen je om de oren. Wetenswaardigheden over de technieken waarmee gemeten wordt zijn nauwelijks te volgen voor de leek. Onderzoeker Egbert Lantinga kreeg, zo vertelt Klaas Wolters, te horen dat hij het onderzoek dat hij bij Wolters uitvoerde nader aan de praktijk moest toetsen. Lantinga ontwierp een betaalbare dubbele proefopstelling met enerzijds een klassieke Wageningse techniek (op basis van de zgn. fluxkamer met een gasmonitor) gecombineerd met een nieuwe internationaal geaccepteerde meetmethode die de emissie van ammoniak in het veld meet door middel van met zuur gevulde buisjes op tal van plekken in het te onderzoeken terrein. Met zijn proef blies hij tot schrik van zijn collega’s de bestaande, door de WUR vastgestelde emissiefactoren op. De discussie daarover liep hoog op, maar blijft onbeslist omdat veldproeven zwaar in de papieren lopen. Omdat het ministerie er onvoldoende geld voor beschikbaar stelt, kan Lantinga’s bewijs dat de spray-methode ammoniakemissies net zo sterk kan reduceren als injectie van mest niet door vervolgonderzoek worden bevestigd.Volgens zijn collega’s aan de WUR zouden de resultaten van het onderzoek dat Lantinga met Ciska Nienhuis bij Wolters uitvoerde methodologisch nog onvoldoende robuust zijn om als bewijs voor nieuwe emissierichtlijnen te mogen gelden.
“Wat moet je daar als politicus nou mee?”, zegt Wolters, “Lantinga toonde juist aan dat de oude emissiegetallen niet kloppen”. Van Stralen: “Als je heel goed naar de cijfers en onderzoeken kijkt, zijn zelfs door de kringloopboeren verguisde WUR-wetenschappers het lang niet zo met hen en Lantinga oneens als ze denken.” Maar inderdaad, hoe kun je daar als politicus ooit een gezond eigen oordeel over vellen?

Kritiek op WUR
Er is kritiek op de WUR te horen. De Wageningse wetenschap zou vasthouden aan niet-kloppende meetmodellen. De vraag om nieuwe meetmethodieken te testen zou niet gehonoreerd worden omdat er geen geld voor ter beschikking wordt gesteld. Volgens VU-professor en bodemkundige Jan-Willem Erisman is ammoniak een soort ‘vliegende geest’. Omdat het lichter is dan lucht vervliegt het razendsnel en is het moeilijk te meten. De eis om geheel nieuw onderbouwde rekenmodellen vanuit veldonderzoek te ontwikkelen terwijl de overheid daar geen geld voor ter beschikking wil stellen, is dan ook een onzinnige. Naar verluid houden de Wageningse wetenschappers Oene Oenema, Gerard Velthof, Julio Mosquera en Jan Huijsmans hun been stijf en eisen zij onderzoek waarvoor domweg geen geld ter beschikking wordt gesteld.

Het echte probleem: ‘Haags geklungel’
Dat is toch raar, merk ik op naar Vogelaar en Wolters. Beiden hebben kritiek op de WUR. Die zou dwars liggen. Maar de WUR heeft toch alle belang bij onderzoek? Daar leeft een onderzoeksinstelling van. Dat klopt, zeiden ze me onafhankelijk van elkaar. Moet de oorzaak dan ook niet in Den Haag gezocht worden?

Volgens Wolters zijn er al meer dan 350 rechtszaken gevoerd over opgelegde boetes wegens bovengronds uitrijden van mest. Vele jaren van beleidsvorming en regelving hebben inmiddels vergaande gevolgen gehad voor bouwbesluiten en investeringen (onder meer in injectie-apparatuur) van boeren. Dat ineens op zijn kop zetten zorgt voor vele claims tégen de overheid. Dat kan een ministerie eenvoudigweg niet willen.

Dus Den Haag is echt het probleem? “Dat zou best eens kunnen”, zegt Vogelaar met enig gevoel voor understatement. “Hoewel niemand het zo hard zou durven zeggen”, zegt Van Stralen, “is dat een hypothese die zomaar in je hoofd op zou kunnen komen. Een goede bestuurder kan moeilijk het hele tafelkleed onder alles wegtrekken. Daarbij komt dat het vraagstuk zo complex en verbonden met andere is, dat heel goed voorstelbaar is, dat niemand de bereikte situatie wil verstoren.”
Wolters is directer. “Wie betaalt, bepaalt”, zegt hij recht voor zijn raap. Om het plastisch te zeggen: de overheid wil niet graag in de stront roeren omdat het dossier zowel naar het publiek als naar boeren gevoelig ligt. Toch zou dat wel moeten volgens Verhoeven: “de politiek is al twintig jaar niet bij machte te regelen dat de betere methode en de nieuwere inzichten in beleid worden omgezet. Dat is geklungel.”

Gevraagd naar wat politiek nodig is, antwoordt Van Stralen: “ Er is doelwetgeving nodig die boeren beloont als ze het goede doen in plaats van straft als ze de kantjes er vanaf snijden of over de rand gaan. Het zou weer moeten gaan over de benutting van de mineralen in mest. Misschien zelfs wel over het behalen van rendementen op basis van die kostbare grondstof.” Over de vraag hoe daar te komen zonder precedenten die de Haagse beleidsmakers in de weg zouden kunnen zitten, zegt Wolters: “waarom kunnen we niet wat we zojuist uitspreken met de benen op tafel met z’n allen doornemen en dan komen tot verstandig beleid voor de toekomst zonder precedenten voor keuzen die achteraf niet verstandig bleken te zijn?”

Wantrouwen
Verhoeven en Van Stralen maken me attent op Haags wantrouwen. Wellicht wil Den Haag nog wel vertrouwen hebben in The Green Duo van Wolters, maar hoe controleer je of een boer er wel water bij gebruikt als hij bovengronds mest met dat apparaat? Boeren flessen immers de boel nogal eens. Wolters: “dat is eenvoudig op te lossen met net zoiets als de rittenadministatie van een vrachtwagenchaffeur." Je kunt niet frauderen met een gesloten systeem dat genadeloos registreert hoeveel waterspray en mest de boer op een bepaald moment heeft uitgereden. Wantrouwen hoeft dus niet langer gepast te zijn; er zijn geautomatiseerde, waterdichte controlesystemen denkbaar. Die zijn nog lekker goedkoop ook voor de overheid. Van Stralen stelt daartegenover: “Er heerst een enorme politieke druk vanuit de Kamer. Er moeten bewijzen en garanties zijn dat er niets fout kan gaan. Politici schieten in een kramp als iets niet beheers- en controleerbaar zou blijken.”

Duurzame kans voor de Kamer
Op 15 mei aanstaande dient de zaak in een Commissievergadering tussen Tweede Kamerleden en de staatssecretaris. Dat die bijeenkomst niet moet gaan over chemische formules, bodemvruchtbaarheid, meetmethoden en zure regen moge duidelijke zijn. De Tweede Kamer heeft de kans er een geheel nieuw onderwerp van te maken: uitrijden is geen mestprobleem, maar een kans voor radicale verduurzaming. Op dit moment staan juist de Kamer en Haagse circuits in de weg om dat pad op te gaan. De vraag is: heeft de politiek het inzicht en lef om die kans waar te maken en haar verantwoordelijkheid als wetgever te nemen? Daar is maar één ding voor nodig: een beetje politiek lef dat zich – naar het zich laat aanzien – niet teveel moet aantrekken van oude ambtelijke krachten.

Boer Theo Spruit over bovengronds bemesten:



Fotocredits: dung, uitsnede, Ard Hesselink
Dit artikel afdrukken