Plofkip is een ingeburgerd begrip. Het P-woord raakte ooit in zwang door een taalvondst van journalist Wouter Klootwijk. Hij duidde er de wonderlijk snelle groei van een kuikentje tot een slachtrijpe kip mee.

Zo'n dier ontwikkelt zich in minder dan zes weken (ca. 40 dagen) van een bolletje dons van ca. 25-30 gram tot een dier van 2,2-2,4 kilo. Het gewicht van het beestje verhonderdvoudigt bijna. Dat is een veredelingsprestatie van jewelste, want een kip in de natuur doet er maanden over om groot te worden.
Het moderne beestje groeit zo hard dat je het als het ware van dag tot dag kunt zien gebeuren. Klootwijk zelf gebruikt ook wel het woord 'racegroeier'.

Wakker Dier
Wakker Dier koos het woord in zijn campagnes tegen vleeskip die geen ster van de Dierenbescherming heeft. De organisatie wil dat kippen minimaal één ster hebben. Dat betekent dat ze van een trager groeiend ras moeten zijn, wat ouder moeten kunnen worden, meer ruimte hebben én een beschermde uitloop naar buiten.

Foodlog gebruikte de prefix plof- in een berichtje dat informeerde over het kerstaanbod van kalkoen in de Nederlandse supers. De 'plofkalkoen' - ook een snellere groeier die in hoog tempo vlees aanzet - verdwijnt uit de winkels zei het bericht. Niet-plofkalkoenen moeten van de Dierenbescherming minimaal 126 (hanen) of 98 dagen (hennen) oud zijn. Dat verschilt nog niet heel veel van de P-kalkoen, zodat het tragergroeiende dier doorgaans wat lichter is.

Onze commentatoren Pollemans en Van der Lee protesteerden tegen al dat ge-P.

Dick Veerman
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Van der Lee merkte op: “Plofkalkoen”, “ploffers”.... de redactie van Foodlog papegaait Wakker Dier na. Wat voegt deze framing toe?

Welke objectiverende discussie wil je voeren als je het P-woord niet wilt horen, maar weet dat die uit het aanbod is verdwenen en verder aan het verdwijnen is?
'Obscuur en Goebbelliaans'
Pollemans lanceert een stelling: "De obscure kracht van Wakker Dier en activisten is vrijwel zonder uitzondering gebaseerd op suggestief (Goebbeliaans) taalmisbruik. Het woord plofkalkoen is taalkundig een bewust suggestieve foute benaming, met het strategische marketingdoel van Wakker Dier de zaak erger voor te stellen. Ze ploffen niet."

Het P-woord is ingeburgerd en staat nog altijd voor wat Klootwijk bedoelde: het dier groeit snel. Het ontploft niet, het blaast zich wonderlijk snel op tot vooral grote borstfilets. Daar houden we hier tenslotte zo van.

Welke objectieve discussie?
Het P-woord stigmatiseert inmiddels, maar dat doet het begrip 'oude vervuilende diesel' toch ook? Die mogen de binnensteden niet meer in, terwijl het auto's zijn die - dat geven de objectief rekenende energiekenners inmiddels wel toe - vrijwel zeker een gunstiger totale CO2-uitstoot per kilometer hebben dan nieuwe elektrische auto's omdat de levensduurverlenging het vervuilende bouwproces en de niet-recycleerbare accu van een heel nieuw en snel verouderend wagenpark voorlopig vermijdt.
Minder gemotoriseerd eigen vervoer in de stad is objectief een veel betere oplossing. Toch accepteren we het 'oude vervuilende diesel'-woord. In de stad zorgen elektrische auto's immers voor een lagere concentratie aan uitlaatgassen. Ook al is het milieu er niet mee geholpen, oude diesels uit de stadscentra verbannen, is beter voor de volksgezondheid vanwege het vermijden van fijnstof. Dat scheelt kankergevallen en is een objectief voordeel.

Wie het P-woord niet wil horen, lijkt te willen zeggen dat er geen objectief voordeel in zijn tegengestelde - de trage groeier - zit. Het is tevens een ontkenning van de realiteit op het supermarktschap: plofkippen zijn daar vrijwel uit verdwenen, al worden ze nog volop in Nederland geproduceerd.

Wat ik mij afvraag: welke objectiverende discussie wil je voeren als je het P-woord niet wilt horen, maar weet dat die uit het aanbod is verdwenen en verder aan het verdwijnen is?
Dit artikel afdrukken