Gistermiddag kwam ik terug na 2 dagen Nederland. Weer in Frankrijk, kon ik nog net wat superonderzoek doen voordat de winkels sloten. Proef-, geen echte boodschappen. Ik stopte bij de Lidl, de enige echte Europese super en discounter. Het filiaal is gevestigd in een kleine plaats, Murviel-les-Beziers, in een nog grotendeels door een druivenboeren- en toeristische economie beheerst gebied van de Languedoc.

De gerookte gekookte ham van het etiket trof me. Het gaat onder een Duitse naam, in een weinig vooruitstrevende deel van Frankrijk, maar met een snit die overeenkomt met wat Fransen gewend zijn: een redelijk dikke plak. Voor een Nederlander is het grappig dat nou juist op deze verpakking staat dat de plakken, 'nieuw', extra dun, zijn. Ook Duitsers - het land van Lidl - willen een 'dun' dat niet zo dun is. Zo kan Lidl Europees inkopen - groot en dus goedkoop - maar nationaal verkopen.
Het onderschaaltje van de ham is voorzien van een groentenfoto die je het gevoel geeft lekker fris te douchen. Mij geeft het de sugestie dat de ham is gekookt in een groentenbouillon. Het laatste bleek bij proeven niet waar. Het was een goed stuk echte achterham (geen geplakte), niet te zwaar getumbeld (weinig ingespoten met water), maar erg zout in de nasmaak. Niet dat lekkere zoet van varken. En niet die nasmaak die juist met een in groenten gekookte ham - met nitraat, dan hoef je het nitriet niet op het etiket te zetten omdat zich dat van nature vormt - goddelijk zacht zoet met groenten kan wezen. Onze katten trokken het uit m’n handen en ik liet het graag gaan. Na een flink paar flinke happen hadden ook zij genoeg. Het deed mij zeer voor het varken dat er z’n leven voor had gegeven. Voor maar een paar eurodubbeltjes meer ... Doodzonde.
Maar ik knies. Duizenden mensen zouden die ham op het eerste gezicht ERG LEKKER vinden. Voor 98% van mensen is dat het gezicht en de ham is lekkerder dan de natte gewone Hollandse super meuk uit Zaandam, Veghel en de andere superhoofdkantoren.

Toen wijn. Ik kocht twee flessen rood. Een Chileen (Cabernet-Sauvignon) en een Zuid-Afrikaan (Cabernet-Shiraz). Dolle boel dus gisteravond. De tweede won het. Het was dan ook de duurste. Maar liefst 1,99. ‘Technische wijnen’, zegt de wijnman dan. Gemaakt op doordrinken en fruit, lekker kersig door wat houtsnippers in de RVS-containers. Maar wat willen mensen: lekker of niet-technisch? Technisch proeven ze niet, lekker wel. Zelfs de goedkoopste smaakte me beter dan menige win die in je in de Languedoc voor 5,95 bij de wijnboer zelf koopt. Ook beter trouwens dan de niet-uilenzeik van Ilja Gort’s Bordeause Bedrog dat grotendeels uit het hart van nou juist de Languedoc komt, zowel de echte Tulipe als die waar de alcohol voor een deel uit is gehaald, die vaderlandse super Albert H. voor net onder en net boven de 5 euro verkoopt. Drie keer zo duur dus, terwijl ik al veel plezieriger vrolijk werd van die veel goedkopere.

Wat moet je daar nou mee?

Ik bedoel: hoe wil je kwaliteit maken, als goed al zo goed genoeg en zo onbeschoft goedkoop is?
Dit artikel afdrukken