“Hoe is eind 2018 de situatie aan het wetenschappelijk front, in de strijd tussen verzadigd en onverzadigd vet?” Die vraag stelt Wim Köhler, wetenschapsredacteur van NRC, in zijn stuk ‘Pas op voor verzadigd vet in het Pioppi dieet’. Die kop alleen al geeft te denken. Want wat raadt het Pioppi-dieet aan, qua verzadigd vet? “Ook kun je kleine hoeveelheden kaas eten of andere volle zuivelproducten met een goede voedingswaarde. Dit past prima in een gezond dieet” (zie Het Pioppidieet, p.60).

Is dat “onzin, want de wetenschap houdt het er op dat verzadigd vet wél riskant is”, zoals Köhler beweert? Natuurlijk niet. Köhler slaat de plank volledig mis in zijn met enige bombarie aangekondigde artikel en blijkt niet op de hoogte te zijn van de nieuwste inzichten. Niet alleen gooit hij alle soorten verzadigd vet op één hoop en negeert hij alle nuanceringen die het verzadigd vet-dogma het afgelopen decennium heeft doorgemaakt, ook bedient hij zich van lelijke drogredeneringen.

Niet alleen gooit hij alle soorten verzadigd vet op één hoop en negeert hij alle nuanceringen die het verzadigd vet-dogma het afgelopen decennium heeft doorgemaakt, ook bedient hij zich van lelijke drogredeneringen
Net nu Martine Kamsma en Geertje Tuenter de feitelijkheid van de NRC in de verslaggeving over voeding en gezondheid op een hoger niveau brengen, verpest Köhler het weer met een slecht geïnformeerd verhaal dat tendentieus uitwerkt.

Gebaseerd op theorieën
Hoe het zit met ‘de strijd tussen verzadigd en onverzadigd vet’ (en dan in het bijzonder uit zuivel) horen we van epidemioloog en cardioloog Dariush Mozaffarian van Tufts University, voorheen verbonden aan Harvard. Hij behoort tot de toptien voedingswetenschappers wereldwijd, en dat al vele jaren. Hij was ook van de school die verzadigd vet als boosdoener zag, maar is tot andere inzichten gekomen, zoals vrijwel al zijn collega’s.

Mozaffarian zegt in een interview met JAMA: “Ik denk niet dat er genoeg bewijs is om zuivel met weinig vet aan te bevelen” en voegt daaraan toe: “Ik denk ook niet dat er genoeg bewijs is om volle zuivel aan te bevelen.” De aanbevelingen die er gedaan worden zijn “gebaseerd op theorieën,” zegt hij verder nog.

Huib Stam
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Van alle theorieën over hoe slecht verzadigd vet voor hart en vaten is, is maar heel weinig bevestigd. Zo weinig, dat er in feite geen enkele aanbeveling voor de hoeveelheid verzadigd vet, niet alleen uit zuivel, gedaan kan worden. In een normaal, gevarieerd voedingspatroon, met gewone porties, bijvoorbeeld op basis van de schijf van vijf, is verzadigd vet geen factor om rekening mee te houden of iets om je druk over te maken.

Dat is niet veel nieuws misschien, maar wel waar de wetenschap op uitgekomen is na 40 jaar misleiding. Wie meer wil weten over hoe het low fat-fabeltje in de wereld is gekomen en hoe de industriële voeding met weinig vet de mondiale obesitasepidemie heeft aangejaagd, moet het artikel ’How the Ideology of Low Fat Conquered America’ van medisch historica Ann F. La Berge er eens op naslaan. In dat stuk had Wim Köhler in 2008 al kunnen lezen dat bewijs voor de ‘diet-heart hypothesis’ altijd ontbroken heeft.

Credit Suisse research
Köhler is niet de eerste die het Pioppi-dieet afserveert. Het is geen goed boek en als behandeling is het dieet naar alle waarschijnlijkheid ineffectief, zeker op de lange duur. Maar dat betekent niet dat de belangrijkste auteur Aseem Malhotra onzin beweert over vet. Ook baseert hij zich niet op onzin-literatuur, zoals Köhler het doet voorkomen. Alinea’s besteedt hij in zijn artikel aan het diskwalificeren van een publicatie van de researchafdeling van Credit Suisse, Fat:// The New Health Paradigm uit 2015. In werkelijkheid is dit een zeer goed gedocumenteerde en leerzame uitgave, gebaseerd op eigen onderzoek en de beste bronnen van alle kanten van de discussie.

Met een vergelijkbare kromme redenering doet Köhler de Britse obesitas-onderzoeker Zoë Harcombe af. Een artikel van haar hand is verschenen bij wat hij een ‘roofuitgever’ noemt en daarom deugt er helemaal niets van het werk van deze wetenschapper, die een uitgesproken, doch goed onderbouwde mening over vet heeft.

Specifieke nutriënten
Uit een artikel in Science citeert Köhler wel het tweede punt van de consensus, maar niet het eerste. Dat zegt: ‘Met aandacht voor de kwaliteit van voedingsstoffen kan voor veel mensen een goede gezondheid en weinig chronische ziekte behaald worden op voedingspatronen met een breed scala van de verhouding tussen koolhydraten en vet.’ (‘With a focus on nutrient quality, good health and low chronic disease risk can be achieved for many people on diets with a broad range of carbohydrate-to-fat ratios.)

Dat is niet voor niets het eerste punt waar de auteurs het over eens zijn. Dat is namelijk waar de wetenschap op uitgekomen is. Er zijn grote individuele verschillen tussen mensen in hoe ze voedsel verwerken. Dat maakt het doen van algemene aanbevelingen over specifieke nutriënten praktisch onmogelijk, hetgeen de basis onder het verzadigd vet-dogma van Köhler geheel wegslaat.

De WHO adviseert straks mogelijk 10% verzadigd vet in de doorsnee dagelijkse voeding voor een man van 2500 kcal; dat komt neer op 28 gram. Dat is al best veel.
Tien procent verzadigd vet
Köhler noemt de aanstaande publicatie van een rapport van de WHO over verzadigd vet. Daar wordt met belangstelling naar uitgekeken, omdat er vermoedelijk een waarschuwing en een norm in genoemd gaan worden. De concepttekst was eerder dit jaar al beschikbaar gesteld voor commentaar. Een deel van het advies zal erop neerkomen niet meer dan 10% van de energie uit verzadigd vet te halen. Dat is gebaseerd op onderzoek dat een kwantitatief verband (geen causaal verband) laat zien tussen verzadigd vet en hartziekten.

Tien procent verzadigd vet in de doorsnee dagelijkse voeding voor een man van 2500 kcal komt neer op 28 gram. Dat is al best veel. En dan is nog de vraag welke soort vetzuren dat verzadigde vet bevat, want die worden ook allemaal weer anders verwerkt door het lichaam. Niet alle vetzuren verhogen het cholesterol of zijn even atherogeen ('aderverkalkend'). Verzadigd vet uit zuivel blijkt (door andere stoffen in de zuivel) neutraal te zijn.

Maar daar schrijft Köhler niet over. Misschien is dat ook wel nepnieuws voor hem, net als de recent weer opgelaaide discussie over de vraag of er verschil is tussen calorieën, met andere woorden of de herkomst ervan ertoe doet. Erg goed heeft Köhler zijn huiswerk niet gedaan voor dit prominente artikel. Anders was hij ook wel tegengekomen dat Ancel Keys, de vader van de 'verzadigd vet is slecht'-hypothese, niet in Pioppi, maar in Minneapolis is overleden.
Dit artikel afdrukken