Net voor de Kerst van 2009 sprak ik de toen zojuist gepensioneerde bankman Geu Siebenga. Hij was van 1986 tot juni 2009 werkzaam op de afdeling Agrarische Bedrijven van ABN AMRO; het laatst als directeur. Volgens Siebenga ontbrak het agrarisch Nederland destijds aan de juiste probleemanalyse.

Waait het of stormt het?
“Waaien? Nee, het stormt ! We dreigen zelfs een orkaan over ons af te roepen, omdat niemand bereid lijkt eens rustig te kijken naar wat wat er aan de hand is. Je moet opnieuw op zoek naar de sterke punten en beïnvloedbare factoren van de onmiskenbare landbouwcrisis waar we nu middenin zitten. Zulke analyses zie je niet vanuit de officiële instanties, zoals de boerenkoepels, het ministerie of de banken. Niet in het openbaar tenminste. Individuele ondernemers moeten het zelf maar uitzoeken.”

Waar begint die analyse volgens jou?
“Bij het zoeken naar de beïnvloedbare factoren waarmee je de storm kunt temperen die zich op alle terreinen van de dierhouderij en land- en tuinbouw voltrekt. Hoe kon het gebeuren dat de prijs van landbouwproducten zo structureel onder de kostprijs is gedaald?
Als een industriëel bedrijf als Philips teveel scheerapparaten maakt, gaan ze er minder maken. En als scheerapparaten uit de mode raken omdat mannen zich weer ‘nat’ willen scheren, dan verzint Philips een nieuw product. Waarom gaan boeren niet – net als Philips - minder of wat anders produceren? Dan ben je immers uit het probleem. Dat kunnen ze wel, maar ze doen het niet. Als je weet hoe dat komt, heb je misschien het begin van een antwoord.”

Waar zit het probleem precies?
“Boer en tuinder hebben nooit de slag van een kopers- naar een aanbiedersmarkt gemaakt. We hebben ze geleerd dat ze vooral veel moesten maken. Ze produceren. Zeker voor de commodities werkte dat werkte prima in markt van tekorten, maar niet meer in de markt van overaanbod die er mede het resultaat van is geweest.
Daar komt nog iets bij. Toen de cooperatieve veilingen nog dicht bij de producent functioneerden, wisten boer en tuinder meteen dat ze teveel of te weinig maakten. Dat zorgde voor transparantie en werkte prima. Ze reageerden er meteen op. Nu de rol van de veilingen is veranderd of zelfs is verdwenen en op veel manieren wordt bemiddeld en de transparantie is verdwenen weet niemand meer precies hoe het zit. Bij het geringste vermoeden van een te ruim aanbod wil iedereen dolgraag verkopen en dalen de prijzen. De supermarkten spinnen er garen bij, want de producenten prostitueren zich als het ware uit angst buiten de boot te vallen. Raar, want of dat zo is weet eigenlijk niemand meer.
Inmiddels gaan we gewoon door: financiers steken geld in bedrijven die technisch failliet zijn. De productiecapaciteit blijft intact in de hoop dat de omstandigheden verbeteren. Maar uiteindelijk moet de productie toch aan de vraag van de consument worden aangepast. Het is net als bij Philips”

Zijn de supers het probleem?
“Welnee, ze profiteren ervan, maar zijn zeker niet de oorzaak van het probleem. Wie valt er nou niet voor leveranciers die over elkaar heen buitelen en zeggen ‘van mij kun je het nog een paar cent goedkoper krijgen?”

Dick Veerman
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Waar zit het begin van de oplossing?
“Bij de aanpak die Philips zou volgen. Niet doorgaan met veel produceren terwijl er geen vraag is, maar iets verzinnen dat anders is en waar een super meer mee kan verdienen.
Met de huidige overproductie maak je het de super wel heel makkelijk om geld te verdienen. Boeren en tuinders moeten met concepten komen die zij zelf op het schap mee vorm kunnen geven. Zij kennen hun product beter dan de retail en kunnen laten zien hoe je het beter bij de consument kunt krijgen en er daardoor optimaal aan kunt verdienen in de winkel. Die kennis moeten ze commercieel inzetten.”

Hoe zie je dat voor je?
“Tuinders springen de tranen in de ogen als ze zien hoe hun product vaak in de super belandt. De kwaliteit is niet zelden onder de maat omdat er in de keten handelspolitiek mee wordt bedreven. Het kan rustig zeven dagen onderweg zijn, terwijl het wel degelijk in één dag van teler naar super kan. Dat zorgt voor kwaliteitsverbetering en dus een andere waarde Ze zouden zelf het schap kunnen inrichten en de super laten zien dat consumenten bereid zijn te betalen voor die kwaliteit. Er zijn onvoldoende initiatieven om meer naar de consument te kijken. Slagers kunnen veel betere worst maken, maar krijgen en nemen de ruimte niet.
Productie, productie, productie en kostenbeheersing. We blijven maar zo denken. Er wordt veel te weinig wordt gedacht vanuit de sterke punten en de mogelijkheden van de markt. Ga in concepten denken en zorg dat je daar beter in bent dan de vers-chefs van de supermarkten. Dan laten ze je graag toe. Wie zegt dat een klant geen goed product wil als hij dat kan kopen? “

Wordt het weer mooi weer?
“Jazeker. Voedsel wordt steeds schaarser en de prijs ervan omdat de wereldbevolking nou eenmaal groeit .”

Wat kan er onderweg naar dat mooie weer fout gaan?
"Veel. Kijk naar de concurrentie tussen ons Westland, Almeria en Marokko. In de Zuidelijke landen worden kostbare zoetwater- voorraden ingezet om even snel deviezen binnen te halen met tuinbouwproducten. Die zetten zowel ter plaatse als hier in Noord-West Europa de prijzen nog verder onder druk. Onderwijl spenderen we grote hoeveelheden fossiele energie en kostbaar water aan spul dat te weinig opbrengt. Dat is buitengewoon onduurzaam en regelrecht onverantwoordelijk. Over dat soort praktische vragen zou ‘Kopenhagen’ ook moeten gaan.“

Wat zou er moeten gebeuren?
“Het denken in geld alleen leidt tot dat soort toestanden. Er zou een modern soort ‘local for local’ –denken moeten ontstaan. Geen arcadisch gedoe met van die romantische stadslandbouw. Maar efficiënte productie rond stedelijke concentraties. Met duurzame transport afstanden. Daarin zou een goede marktwerking moeten zorgen voor een keuze aan producten die voldoen aan de normen die we stellen op het gebied van milieu, dierwelzijn en een faire beloning voor arbeid en risico. En dat tegen de best mogelijke kostprijzen. Producten die niet aan die te stellen eisen voldoen zouden moeten worden belast. Die belasting zou moeten worden gebruikt om ‘short cuts’ te ondervangen. Die willen we immers niet, want we vinden ze ‘onduurzaam’. Dan moeten we daar ook consequenties aan verbinden“.

Is dat geen droom?
“Als we het niet doen, slaat de storm – ik zou het het zelfs een orkaan noemen– toe en verbrassen we tussen nu en een jaar of dertig, misschien veertig onze kostbare hulpbronnen zoals fossiele energie en water en drijven we mensen de afgrond in. De centen die dat in maar een paar zakken oplevert zijn dat niet waard. Als we doorgaan zoals het nu gaat, zou een groot deel van de landbouw en een bijbehorend deel van de belangrijke (kennis-)infrastructuur op korte en middellange termijn wel eens uit ons deel van de wereld verdwijnen. Dat moeten we niet willen. Niet voor niets is de landbouw in onze groene delta ontstaan en tot ongekend niveau gegroeid. Dat weggooien is onduurzaam, terwijl nu al te voorzien valt dat de bevolkingsgroei in de wereld ons productiegebied op langere termijn weer hard nodig maakt. Laten we nu verstandig zijn en vanuit de toekomst naar het heden kijken en de boel niet verbrassen.
Hoe? Ik denk dat mensen er gevoelig voor zijn als je het hen uitlegt. Dat biedt meteen prachtige kansen voor die verhalen op de winkelvloer. Als je dat allemaal voor je uitschuift, krijg je later in ieder geval een enorm verwijt. Dat kun je nu al voorzien.”

Fotocredits: Geu Siebenga
Dit artikel afdrukken