Genetische modificatie (GM) is een technologie met vele toepassingen. Er lopen dan ook in veel verschillende kringen debatten over de voor- en nadelen ervan. Ongelukkig genoeg worden de argumenten vaak verstrengeld, wat resulteert in verkeerde inschattingen van potentiële problemen of voordelen. Het discours behoort over aparte aspecten te gaan, die apart geëvalueerd, beoordeeld en behandeld moeten worden. Dat zijn:
- de technologie zelf
- de gecreëerde producten
- het eigendom van de technologie en de producten
- het gebruik van de producten.

1. De technologie
Zoals de meeste mensen weten, kan de technologie van GM simplistisch omschreven worden als het uitsnijden van een klein stukje uit het DNA van het ene organisme, en het overplaatsen in dat van een ander, soms heel verschillend organisme. Zo kan een tomaat uiteindelijk een gen van een vis krijgen. Dit klinkt heel eng, en heeft aanleiding gegeven tot de beschuldiging dat wetenschappers voor God spelen. Maar we spelen al voor God sinds we met landbouw zijn begonnen, door te besluiten welke dieren zouden sterven en welke mochten leven om hun genen door te geven, het creëren van planten die geen schijn van kans meer hebben in de natuur (bv. maïs), en het duidelijkst sinds we de moderne geneeskunde ontwikkelden. We sterven niet langer meer zoals onze voorouders, en de manieren van Moeder Natuur om onze genetische code binnen haar natuurlijke grenzen te houden, hebben al lang hun effect verloren. Mijn dierbare echtgenote zou bijvoorbeeld samen met onze eerste zoon in het kraambed zijn gestorven als er geen keizersnede was geweest. Nu leven ze allebei, vrij om de genen door te geven voor een te smalle geboortekanaalopening in het bekken van een vrouw. Zo onnatuurlijk als het maar kan, door de mens gestuurd, God spelend. En we zouden het natuurlijk ook niet anders willen.

Het is nu algemeen bekend dat we in slechts 5% van ons DNA verschillen van chimpansees, maar minder bekend is dat we ook ongeveer 40% van het DNA van een fruitvliegje in onze genen hebben
Maar hoort nog minder eng te zijn als je beseft hoeveel overeenkomsten er al zijn in DNA tussen soorten. Het is nu algemeen bekend dat we in slechts 5% van ons DNA verschillen van chimpansees, maar minder bekend is dat we ook ongeveer 40% van het DNA van een fruitvliegje in onze genen hebben - hoewel een fruitvlieg slechts ongeveer 16 000 genen heeft, en de mens 22 000. Een groot deel van het DNA codeert voor heel elementaire chemische processen die nodig zijn om de mechanismen van een levend wezen, of het nu een schimmel of een olifant is, te bouwen en in stand te houden. 'Vreemde genen' is bijna een contradictio in terminis. In het normale proces van mutatie ontstaan constant genen die er niet eerder waren, dat wil zeggen vreemde genen. Als ze nuttig zijn, blijven ze meestal, maar zo niet (en dat is in de overgrote meerderheid van de gevallen) dan verdwijnen ze.

Er is ook veel aandacht besteed aan de mechanismen die worden gebruikt om de genoverdracht te bewerkstelligen, met name het inbrengen in de ontvangende cel. Er is kritiek geleverd op de willekeur, het gebrek aan richting, en onze onbekendheid met mogelijke onbedoelde gevolgen. Die klacht gaat helemaal voorbij aan het feit dat tijdens de gewone celdeling, of het nu gaat om mitose of meiose, dingen regelmatig fout gaan, met onbedoelde gevolgen! We weten nu dat fouten in het kopiëren en uitwisselen van segmenten tussen chromosomen, die beide resulteren in het constant creëren van nieuwe genetische combinaties, in de overgrote meerderheid van de gevallen resulteren in waardeloze of neutrale genen, of schadelijke combinaties. Slechts zelden, zeer zelden, is het resultaat een nuttige innovatie. Maar cellen hebben hun eigen mechanismen om dergelijke schade te herstellen, wat dan ook routinematig gebeurt. En als de fout niet kan worden hersteld, sterft de cel of het organisme. Probleem opgelost. Dit is geen ontwerpfout in het celdelingsproces! Dit is de basis van alle genetische variatie, adaptatie en evolutie, het mechanisme wat ons heeft gevormd uit de oer-apen, en uiteindelijk uit de eerste eencelligen.

'Stapelen' van gemodificeerde genen (dat wil zeggen meer dan één gemodificeerd gen in dezelfde plant samenbrengen) is nauwelijks verschillend van één enkele inbrenging. Als de combinatie niet werkt of onvoorziene effecten heeft gooit de kweker hem weg, als het organisme zelf dat al niet heeft gedaan. Er is maar een heel klein deel van het totale cel DNA bij betrokken, aangezien elke cel tienduizenden genen heeft die allemaal met elkaar in wisselwerking kunnen staan of niet, afhankelijk van de functie van de cel.

Harry van den Burg
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Dan is er het gebruik van bepaalde chemicaliën in het proces, dat theoretisch het risico met zich meebrengt dat resistentie tegen antibiotica bevorderd wordt. Er waren daar oorspronkelijk inderdaad enkele potentiële problemen, maar met de laatste ontwikkelingen op het gebied van genbewerking (CRISPR/Cas9, kortom CRISPR) wordt dit achterhaald. CRISPR maakt het mogelijk om nieuwe genen te vormen door het herschikken van de eigen nucleotiden van de cel, bijna zoals een soort van genetische anagrammen. Dit zal het GM-landschap fundamenteel veranderen. Het betekent dat we het eigen DNA van de tomaat kunnen gebruiken om een gen van een vis te maken. Een groot deel van het DNA van een cel is gedupliceerd aanwezig of gewoon inactief, dus er lijkt voldoende ruimte te zijn om mee te werken.

Naar mijn mening is genetische modificatie een verfijning en een grote efficiëntieverbetering in de toolkit van de plantenveredeling, met weinig of geen nadelen op zichzelf.

2. De gecreëerde producten
Toen GM voor het eerst in het begin en midden van de jaren' 90 op de markt werd gebracht, was het erg duur. GM-zaden moesten worden verkocht tegen een prijs van 50% tot 100% meer dan conventionele zaden. Dit betekende dat het alleen betaalbaar was voor die grote, commerciële boeren voor wie een opbrengstverhoging of kostenbesparing van zo’n 5% groot genoeg was om het kopen van het zaad de moeite waard te maken. Dit betekende dan weer dat bij productontwikkeling de nadruk moest liggen op zaken die voor deze doelmarkt van belang waren, plus uiteraard de mogelijkheid voor de chemische bedrijven om GM zaad te koppelen aan de verkoop van spuitmiddelen. De resistentie tegen insecten en herbiciden heeft daarom voorrang gekregen boven droogte- of zouttolerantie of voedzaamheid.

De resistentie tegen insecten en herbiciden heeft daarom voorrang gekregen boven droogte- of zouttolerantie of voedzaamheid
Deze laatste eigenschappen kunnen net zo goed via GM worden aangepakt, maar zijn voor de grote bedrijven commercieel niet interessant, want de boeren die deze eigenschappen willen, hebben geen geld. De belangrijkste instituten die agrarisch onderzoek doen voor de arme kleinschalige agrarische sector, de' grote 13' internationale CGIAR-centres of excellence die hiervoor het meest geschikt zouden zijn, werden door hun financiers buitenspel gehouden: de grote internationale fondsen als de Ford en Rockefeller Foundations en de hulpprogramma’s van de overheden van donorlanden, die bang waren voor de publieke opinie, wilden het geld niet ter beschikking stellen. Dit was wel dezelfde publieke opinie die GM-zaaizaadontwikkelaars dan verwijt dat ze geen aandacht besteden aan kenmerken die de kleine boeren nodig hebben! En zelfs wanneer min of meer bij toeval (bv. de gouden rijst-testcase bij IRRI, een CGIAR instituut) GM voor dergelijke doeleinden werd gebruikt, beschuldigde de publieke opinie zaadontwikkelaars ervan symptomen aan te pakken en niet de oorzaken van het onderliggende probleem: in dit geval ondervoeding door armoede. Ga verdikke een econoom de schuld geven!

In wezen is deze situatie nauwelijks veranderd, hoewel de kosten van 'standaard' GM zijn gedaald en CRISPR nog goedkoper is.

3. Eigendom van de technologie en de producten
GM-technologie is over een lange periode ontwikkeld. Toen ik in 1982 en ‘83 mijn ingenieurs-examens aflegde, moest ik al vragen beantwoorden over de technologie, waarvan het principe weliswaar vast lag, maar die technisch nog in een ontwikkelingsstadium verkeerde. Het werk werd op de ouderwets-wetenschappelijke manier gedaan, met veel teams over de hele wereld die er in hoofdzakelijk openbare instellingen aan werkten en elkaar via wetenschappelijke tijdschriften en congressen op de hoogte hielden van hun vooruitgang. Als gevolg daarvan kon niemand, toen het praktisch uitvoerbaar was geworden, het totale krediet opeisen of een octrooi op de methode krijgen.

Maar wat doe je als je gepatenteerde gen dat je zorgvuldig in de tomaat hebt gemaakt ook ergens blijkt voor te komen in een wilde plant of vis, gevormd in de hierboven beschreven willekeurige processen? Moeder Natuur voor de rechter dagen?
Dit was een probleem voor de zaadbedrijven die wel commerciële mogelijkheden zagen. Volgens het al lang bestaande principe van het 'kwekers-voorrecht' kan iedereen een ras van iemand anders gebruiken als geniteur (een genen-donor) in een kruisingsprogramma. Zo kan een visgen dat zorgvuldig in een tomaat is ingebracht, tegen veel lagere kosten in ieders tomaat worden ingekruist zodra er één ras met dat gen op de markt is. Dus de zaadbedrijven gingen naar de rechter, en slaagden erin om genen octrooieerbaar verklaard te krijgen! Dit had nooit mogen gebeuren. Octrooien zijn bedoeld voor de bescherming van nieuw uitgevonden producten of processen, waarbij het belangrijkste kenmerk de creatie van iets nieuws is. De genen die in GM zijn gebruikt waren geen nieuwe creaties, maar zijn gewoon ergens gevonden! Een weinig bekend zaadbedrijf met de naam Mycogen, dat andere zaadbedrijven van basismateriaal voorziet, heeft een zaadbank met meer dan 50 varianten van het Bt-gen, elk geïsoleerd uit een andere stam van Bacillus thuringiensis van over de hele wereld. Geen enkele nieuwe creatie, maar genoeg om Bt-planten de capaciteit te geven om rupsen voor de komende anderhalve eeuw ziek te maken. Aan het einde waarvan Mycogen gewoon terug kan gaan en nog een paar bacteriën opgraven, en nieuw ontwikkelde varianten van die genen kan vinden. Geen enkel zaadbedrijf heeft ze daar dan neergelegd!

Zonder octrooiering van genen zou GM in het publieke domein zijn gebleven, en de meeste controverse die er nu omheen zit zou nooit zijn ontstaan. De prijzen van genetisch gemodificeerd zaaizaad zouden veel lager zijn geweest zonder het buitensporige winstbejag van zaadbedrijven, er zouden geen rechtszaken zijn wegens octrooibreuk, geen verbod voor boeren om eigen zaad aan te houden, en de openbare instellingen zouden materiaal hebben ontwikkeld met eigenschappen die gunstig zijn voor kleine boeren.

CRISPR opent hier een nieuwe weg, want met die technologie is het wel mogelijk om nieuwe genen te creëren. Maar wat doe je als je gepatenteerde gen dat je zorgvuldig in de tomaat hebt gemaakt ook ergens blijkt voor te komen in een wilde plant of vis, gevormd in de hierboven beschreven willekeurige processen? Moeder Natuur voor de rechter dagen?

4. Het gebruik van de producten
Er is meer lawaai over kwesties die hiermee verband houden dan over alle andere categorieën bij elkaar. En op de een of andere manier krijgt de technologie zelf steeds de schuld, in plaats van de productontwikkelaars of productgebruikers. Laten we ons beperken tot de twee meest voorkomende GM-kenmerken die nu beschikbaar zijn: resistentie tegen Lepidopterae-insecten (rupsen van motten en vlinders) op basis van Bt en resistentie tegen herbiciden op basis van RR.

En op de een of andere manier krijgt de technologie zelf steeds de schuld, in plaats van de productontwikkelaars of productgebruikers
Het Bt-gen komt uit een bodembacterie die rupsen infecteert. Ingebracht in een gewasplant, maakt het die plant oneetbaar voor rupsen, en dus resistent. Hierover is veel onzin geschreven: het zou gevaarlijk zijn voor mens en dier (maar het gen codeert voor een eiwit dat de maagwand van de rups aantast. Het is aangepast aan het alkalisch milieu van een rupsenmaag. In de zure maag van een zoogdier wordt het in seconden afgebroken), het zou de beroemde Amerikaanse monarchvlinder uitroeien omdat hun rupsen in maïsvelden leven (en zijdeplant (Asclepias) eten, geen maïs. Ze bleken alleen het hoekje om te gaan als de zijdeplanten van boven tot onder met maïspollen werden bedekt), of het zou bijen doden (alleen als die op grote schaal maïspollen gaan verzamelen, wat bij mijn weten niet gebeurt, en ik heb vele, vele kilometers door bloeiende maïsvelden gelopen als zaadinspecteur).

Bt-rassen worden geleverd met een stel richtlijnen om te voorkomen dat er resistentie onder de rupsen ontstaat. De belangrijkste is dat de gebruiker een 'toevluchtsoord' moet planten, een deel van het gewas waar een niet-Bt-ras wordt geplant en waar motten zich kunnen ontwikkelen en paren. Als er resistentie in het Bt-gewas optreedt, zullen de resistente motten zich vermengen en paren met de niet-resistente en zal het effect sterk verdund worden of teniet worden gedaan. In het algemeen zijn gebruikers hiervan op de hoogte en wordt de regel adequaat nagevolgd. In ieder geval is er ook nog een groot reservoir van mutante Bt-genen, genoeg om resistentie in de motten voor vele decennia te overkomen. Dat is ook de normale manier waarop plantenveredelaars nieuwe weerstand overwinnen. In sla bijvoorbeeld hebben ze sinds de jaren zestig van de vorige eeuw (door zorgvuldige conventionele veredeling) meer dan 30 nieuwe genen, de een na de ander, ingebracht voor resistentie tegen de ziekte Bremia, iedere keer als de schimmel weer resistent was geworden tegen het vorige gen.

Maar de ontwikkeling van weerstand is een normaal adaptief evolutionair antwoord op de dood! Het gebeurt overal, de hele tijd. De malariaparasiet wordt resistent tegen profylaxe: moeten we dan medicijnen vergeten en teruggaan naar de vliegenmepper? Microben worden resistent tegen antibiotica, insecten tegen insecticiden, ratten en apen leren vallen te vermijden en elk jaar hebben we een nieuw griepvaccin nodig
De grote boosdoener is natuurlijk RR, of Roundup Ready: glyfosaat-weerstand in gewassen. Als breed-scala onkruidverdelger heeft het gebruik van glyfosaat de onkruidbestrijding in RR-gewassen erg eenvoudig gemaakt. Zo eenvoudig, dat heel veel gebruikers zich niet houden aan de etiketinstructie dat glyfosaat niet meer dan twee keer per seizoen gebruikt mag worden. Samen met het feit dat sojaproductie zonder RR veel duurder en moeilijker is door onkruidproblemen, en twee rotatiegewassen (maïs en katoen) ook RR-variëteiten hebben, heeft dit het gebruik van glyfosaat enorm gestimuleerd. Er zijn nu sterke aanwijzingen dat het vermogen van de bodem om glyfosaat af te breken zodra het daar belandt, op veel plaatsen is aangetast of vernietigd. We zien dat glyfosaat in toenemende mate voorkomt in het milieu en de voedselketen, in sommige gevallen boven eerder vastgestelde veilige limieten. Menselijke hebzucht en het zoeken naar makkelijke oplossingen hebben geleid tot een buitensporig en onverantwoord gebruik van de technologie, die op zich veilig was. Als iemand de snelheidsbeperkingsregels negeert, zal hij waarschijnlijk ernstige schade of verlies van mensenlevens veroorzaken. Moeten we dan dus auto's verbieden? Waarom moeten we dan GM verbieden als sommige gebruikers de regels overtreden?

Er zijn rapporten verschenen over glyfosaatbestendig onkruid. Ook hier wordt de technologie de schuld gegeven. Maar de ontwikkeling van weerstand is een normaal adaptief evolutionair antwoord op de dood! Het gebeurt overal, de hele tijd. De malariaparasiet wordt resistent tegen profylaxe: moeten we dan medicijnen vergeten en teruggaan naar de vliegenmepper? Microben worden resistent tegen antibiotica, insecten tegen insecticiden, ratten en apen leren vallen te vermijden en elk jaar hebben we een nieuw griepvaccin nodig. En hoe harder je selecteert (bijvoorbeeld, hoe meer glyfosaat je gebruikt) hoe sneller je weerstand krijgt. Vóór RR moesten de boeren, afhankelijk van het gewas, het gewas van vorig jaar en de daarin gebruikte herbiciden, het onkruidenspectrum, het gewas van volgend jaar, het bodemtype, en de tijd van het jaar, een groot aantal verschillende herbiciden gebruiken. Geen enkel herbicide werd ooit constant gebruikt. Maar nu kan dat plotseling wel? Nee, dat kan niet. Maar sommige boeren willen dat niet zien.

Er wordt ook veel ophef gemaakt over de kans dat genetisch gemodificeerde genen 'ontsnappen in het wild'. Bij onkruid is dit gewoon een slecht begrip van genetica: het gen van het gewas 'springt niet over' naar het onkruid. Dat kan niet, tenzij gewas en onkruid nauw met elkaar verwant zijn. En het onkruid is heel goed in staat om die weerstand zelf te maken. Maar zelfs als het gen zijn weg naar planten in het wild wist te vinden zou het gewoon verdwijnen. Voor wilde planten heeft herbicidenresistentie geen nut, want niemand spuit een stuk natuur voor de lol met glyfosaat. Voor die planten is zo’n gen gewoon nutteloos gewicht, en zelfs in de natuur is dat een last. Als je het niet gebruikt, raak je het kwijt: het verdwijnt uiteindelijk.

Petities en andere protesten tegen de goedkeuring van nieuwe GGO's zijn in het beste geval een achterhoedegevecht en in het slechtste geval verkeerd gericht en nutteloze dwarsliggerij
Bt-genen kunnen natuurlijk nuttiger zijn voor een wilde plant. Maar ook dan weer moet er eerst een wilde plant zijn die met het gewas kan kruisen. Dat is niet onmogelijk: we hebben bijvoorbeeld hier in Swaziland wilde katoensoorten (gemakshalve even vergetend dat ze zelfbestuivers zijn. Maar je weet nooit.). Dit zou voor zo’n plant wel een concurrentievoordeel opleveren. Maar binnen zijn natuurlijke omgeving zou dat gewoon meer voedsel betekenen voor zijn andere natuurlijke vijanden. Een nieuw evenwicht zou zich snel instellen, misschien op een iets hoger niveau. Maar geen kans op een plotselinge tsunami van wilde katoen. En op langere termijn zouden de rupsen er ook weer een weg omheen weten te vinden.

Petities en andere protesten tegen de goedkeuring van nieuwe GGO's zijn in het beste geval een achterhoedegevecht en in het slechtste geval verkeerd gericht en nutteloze dwarsliggerij. De echte problemen liggen bij het patenteren van genen en het juiste gebruik van het vrijgegeven materiaal. CRISPR zal in heel korte tijd alle GM rumoer zo verouderd maken als de strijd tegen de stoommachine, de radio en de lopende band, die op het moment van hun introductie door sommigen ook als het einde van de menselijke samenleving werden gezien.
Dit artikel afdrukken