De uitspraak van de hoogste Europese rechter is hier te lezen. Tegen de uitspraak is geen beroep meer mogelijk.

In essentie zegt het Europees Hof dat de Nederlandse overheid ten onrechte heeft besloten bemesten en beweiden buiten het vergunningenbeleid te plaatsen. Dat oordeel haalt feitelijk een streep door het natuurvergunningenbeleid dat Den Haag en de provincies hanteren voor veehouderijbedrijven. Het tweede belangrijke punt is het anticiperen op toekomstige natuurherstelmaatregelen. Dat is een belangrijke basis in het Nederlandse vergunningenbeleid. Boeren mogen een voorschot nemen op een situatie die mogelijk nooit gerealiseerd wordt. Niettemin wordt hun nieuwe bedrijf door de vergunning wel gebouwd of uitgebreid; als de beoogde hersteleffecten uitblijven, is het nieuwe bedrijf al lang gevestigd en staat het in zijn recht om te worden voortgezet. Dat accepteert het Hof niet.

De regering wist dat al lang en moet daarom onheus gedrag worden verweten
Drie kleine milieuorganisaties vochten het Programma Aanpak Stikstof (PAS) van de Nederlandse overheid aan. Namens de milieuorganisaties reageert Johan Vollenbroek, voorzitter van Mobilisation for the Environment, verheugd: "Dit is een enorme overwinning voor de natuur. Net als met de Urgenda-uitspraak geldt ook hier: de overheid moet zorgen dat eerder gedane beloftes nagekomen worden."

Jurist Valentijn Wösten, raadsman coöperatie Mobilisation for the Environment en vereniging Leefmilieu, zegt: "Onze leefomgeving, natuurgebieden en biodiversiteit gaan ten onder aan het huidige beleid, en het Europese Hof bevestigt nu dat het beleid niet klopt. De Raad van State kan nu aan de slag met de vele honderden wachtende rechtszaken en die vergunningen ongeldig verklaren. De ministers van LNV en I&M moeten als de wiedeweerga terug naar de tekentafel. Het PAS is als een pleister plakken op een patiënt die aan het infuus ligt. Het helpt geen zier. Rigoureuzere maatregelen zijn nu nodig van de regering waaronder een krimp van de Nederlandse veestapel. Wat nu met het PAS gebeurt, is als dweilen met de kraan open." Over het voorschot dat het beleid maakt over te verwachten natuurwinst zegt Wösten: "De regering wist dat al lang en moet daarom onheus gedrag worden verweten".

Ambitie te laag
De rechtszaak is terecht gekomen bij het Europese Hof via de Raad van State. De rechtszaak is bij de Raad van State aangespannen door coöperatie Mobilisation for the Environment en vereniging Leefmilieu, in samenwerking met stichting Behoud de Peel.

Dick Veerman
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


De Europese rechter is het met de drie organisaties eens dat de ambitie voor natuurbehoud in het vergunningenprogramma duidelijk te laag is, en dat de beloofde positieve effecten van de natuurherstelmaatregelen nog veel te onzeker zijn.

Het is nu aan de Raad van State om deze uitspraak te vertalen naar een groot aantal lopende rechtszaken over - zoals nu blijkt - onterecht verleende vergunningen voor bedrijfsuitbreiding. Omdat het oordeel van het Europese Hof onherroepelijk is, lijkt nu de Nederlandse overheid aan zet om de Raad van State een nieuw kader te bieden.

De Raad van State zegt in een eerste reactie dat de Afdeling bestuursrechtspraak "in mei 2017 de behandeling van de zaken geschorst in afwachting van het arrest van het Hof van Justitie in Luxemburg. De Afdeling bestuursrechtspraak zet de behandeling van de zaken waarin zij de prejudiciële vragen heeft gesteld, nu voort. Dat betekent dat zij de komende periode het arrest van het Hof van Justitie inhoudelijk zal bestuderen. De Afdeling bestuursrechtspraak streeft ernaar om in het eerste kwartaal van 2019 een zitting te houden in de zaken waarin de vragen zijn gesteld. Andere zaken die zijn aangehouden in verband met deze vragen, zullen daarna worden afgedaan."

Volgens Wösten en Vollenbroek hadden duizenden natuurvergunningen die sinds 2015 zijn verleend voor de bouw of uitbreiding van kolencentrales, veebedrijven, wegenbouw, biomassacentrales en mestvergisters niet verleend mogen worden
Mobilisation vecht natuurvergunningen kolencentrales aan
De uitspraak heeft grote implicaties. Volgens Wösten en Vollenbroek hadden duizenden natuurvergunningen die sinds 2015 zijn verleend voor de bouw of uitbreiding van kolencentrales, veebedrijven, wegenbouw, biomassacentrales en mestvergisters niet verleend mogen worden. Mobilisation en vereniging Leefmilieu hebben sinds 2015 tegen ruim 400 vergunningbesluiten beroep ingesteld. Op basis van het oordeel van het Hof zullen al die beroepen naar verwachting gegrond worden verklaard.

Mobilisation zegt verzoeken te zullen indienen om de natuurvergunningen van de drie nieuwe kolencentrales in te trekken van RWE in de Eemshaven en Engie en E.ON/Uniper in Rotterdam. Ook de vergunningen voor uitbreiding van de A27 en de bedreiging van Amelisweerd komen door de uitspraak op losse schroeven te staan.

Mobilisation en vereniging Leefmilieu zeggen, uit kostenoverwegingen, niet alle duizenden verleende vergunningen aan boerenbedrijven te hebben aanvechten bij de Raad van State. Daarom hebben de NGO's hun juridische pijlen vooral gericht op vergunningbesluiten van grote bedrijven of bedrijven die op korte afstand liggen van natuurgebieden. Dat neemt niet weg dat andere verleende vergunningen evenmin in de haak zijn.

Achtergrond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS)
De Europese Unie stelt strikte regels aan behoud van natuur en milieu, onder meer via de Habitatrichtlijn. Deze richtlijn verplicht elke Europese lidstaat al vanaf 1998 om de belangrijkste natuurgebieden in eigen land in een goede staat te brengen en houden. Om oneerlijke concurrentie tussen de lidstaten te vermijden, is afgesproken dat overal in de Europese Unie gelijke natuur- en milieueisen van toepassing zijn. Veehouders zijn de grootste bron vanwege de ammoniakemissies uit mest; volgens officiële cijfers komt circa 80% van de vervuiling van veehouderijen.

Het Europese natuurbeschermingsrecht verplicht alle lidstaten hun belangrijkste natuurgebieden in een goede toestand te brengen en te houden. Als meest minimale wettelijke eis geldt dat bestaande natuurschade in ieder geval niet erger mag worden gemaakt. Inmiddels zijn ook andere Europese lidstaten stevig op de vingers getikt omdat ze toch vergunningen bleven afgeven waarbij natuurschade toenam.

In 2015 heeft de Nederlandse regering een natuurvergunningen-programma opgezet om bouw van nieuwe inrichtingen, bedrijfsuitbreidingen en wegenbouw te kunnen blijven toestaan, ook als daarbij ernstige natuurschade optreedt door hoge stikstofconcentraties in de lucht. Met dit Programma Aanpak Stikstof (PAS) dacht de Nederlandse regering te kunnen voldoen aan de Europese Habitatrichtlijn. Het PAS is een omvattende aanpak waarin alle stikstofemissies in Nederland in een rekenprogramma worden verwerkt, met als doel om gecontroleerd vergunningen te kunnen verlenen voor bedrijfsuitbreidingen die natuurschade veroorzaken.

De regering verdedigde haar vergunningenbeleid door natuurherstelmaatregelen te beloven in ruil voor de extra natuurschade. Al verschillende jaren waarschuwen juristen dat het vergunningenprogramma van de regering vermoedelijk in strijd is met het Europees recht. In juli 2018 werd het advies bekend van Advocaat Generaal Juliane Kokott, de belangrijkste adviseur van het Europees Hof voor dit dossier. Haar advies is grotendeels door het Hof overgenomen. In het regeerakkoord van de Nederlandse regering werd al rekening gehouden met een negatieve uitspraak van de Europese rechter over het PAS. Nu zal het beleid daadwerkelijk moeten worden herzien, oordeelde vanmorgen ook de in agrarische zaken gespecialiseerde jurist Franca Damen van het Rotterdamse advocatenkantoor Kneppelhout & Korthals.

Dit artikel afdrukken