De behoefte om in superfoods te geloven is een wonderlijke karaktertrek van de moderne mens, niet alleen van de worried well. Met de toenemende health literacy groeit ook weer de waardering voor ouderwetse waarden, lijkt het wel. Boter en volle zuivel mogen weer, daar zit zelfs een stukje groeimarkt. Ingrediënten voor de Hollandse pot staan vooraan in de supermarkt, maar dat kan ook een seizoensverschijnsel zijn. De belangrijkste rehabilitatie valt de bruine boterham ten deel, vooral het onverteerbare deel daarvan, de zemelen. Ofwel vezels.

Doop het Voedingscentrum gerust om in het Vezelcentrum, want de instantie die het officiële nationale voedingsadvies verkondigt heeft een lijvig dossier over voedingsvezels aangelegd en zet de promotie van vezelconsumptie op één. Geheel in lijn met de heersende trend in de voedingskunde en voortbordurend op oude wijsheid, moet daar direct aan worden toegevoegd. Want wie vezelrijk voedsel eet, leeft langer en gezonder.

Dat is een oud geloof, maar toch in korte tijd de belangrijkste nieuwe voedselkundige hype geworden.

Vezeldossier
‘Voedingscentrum duidt: de gezondheidseffecten van vezels’, luidt de kop van de meest recente bijdrage aan het vezeldossier. Daarin komt het recente onderzoek van Nieuw-Zeelandse voedingswetenschappers aan de orde. Foodlog schreef er ook al kort over.

Het bijzondere aan dat grote literatuuronderzoek, in vergelijking met andere publicaties over het onderwerp, is dat er man en paard genoemd worden. “Gegevens van observationeel onderzoek suggereren een vermindering van 15-30% in sterfte aan alle oorzaken en sterfte gerelateerd aan cardiovasculaire oorzaken,” concluderen de onderzoekers. Als de groep met de hoogste vezelgebruikers wordt vergeleken met de groep met de laagste gebruikers is ook een vermindering van kransslagaderziekte, beroerte, diabetes type 2 en darmkanker zichtbaar.

Huib Stam
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


In moedermelk zitten vele verschillende soorten koolhydraten die de baby niet kan verteren, maar die dienen voor de groei van de bacteriën in de darmen, die na de geboorte steriel zijn. Overal is aan gedacht, zou je bijna zeggen
Verder komt uit klinisch onderzoek, dus in gecontroleerde situaties met echte mensen, “een aanzienlijk lager lichaamsgewicht, lagere systolische bloeddruk en lager totaal cholesterol” in de hoge gebruikersgroep. Een duidelijk verlaagd risico werd zichtbaar als de “dagelijkse inname van voedingsvezels lag tussen 25 en 29 gram”. Een grafiek waarin de dosis vezels afgezet is tegen de risico’s laat zelfs nog een “groter voordeel van bescherming tegen hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en darm- en borstkanker” zien. Hoe meer vezels, hoe beter.

Glucosehuishouding
Een belangrijke opmerking over de kwaliteit van het bewijs staat in de discussion van het artikel. “De overeenstemming tussen de uitkomsten uit trials [klinisch onderzoek -hs] en prospective study [observationeel onderzoek -hs], samen met de dose-respons relationships [verhouding dosis-risico -hs] bevestigt dat het effect op hart- en vaatziekten waarschijnlijk causaal is en niet het gevolg van vertekenende variabelen”.

De dose-respons relationships worden zelfs ‘striking’ genoemd. De vezelinhoud van de voeding bleek zelfs belangrijker te zijn in de glucosehuishouding dan de glycemische lading van de voeding. Een en ander brengt de onderzoekers tot de slotsom dat “aanbevelingen om de inname van voedingsvezel te verhogen en geraffineerde granen te vervangen door hele granen naar verwachting de gezondheid van de mensheid zal verbeteren.”

Darmtuinieren
Dat is nogal wat. Daarmee lijkt de zaak beklonken. Vezels zijn cruciaal in goede voeding en leiden tot gezondheidswinst en een langer leven. Dat is misschien geen nieuws. Op Foodlog is al eerder over het belang van vezels geschreven en is het begrip darmtuinieren geïntroduceerd voor het bewust voeden van de darmflora in een poging via het darmmicrobioom de gezondheid te bevorderen.

De toegenomen kennis van het microbioom leert hoe de mens samen met zijn microbioom is geëvolueerd naar een symbiotische relatie. Om een voorbeeld te geven van die wederzijdse afhankelijkheid: in moedermelk zitten vele verschillende soorten koolhydraten, oligosachariden, die de baby niet kan verteren, maar die dienen voor de groei van de bacteriën in de darmen, die na de geboorte steriel zijn. Overal is aan gedacht, zou je bijna zeggen.

De optimale dagelijkse hoeveelheid vezels is voor vrouwen 30 gram en voor mannen 40 gram
Grammen en percentages
Vezels vullen goed. Vezelrijkvoedsel is verzadigender dan witte kadetten en zou een rol kunnen spelen in het beheersen van het lichaamsgewicht. Maar dat werkt natuurlijk alleen als de hele leefstijl verandert. Sommige soorten vezels vormen een gelachtige substantie, die de absorptie van voedingsstoffen in de dunne darm beperken en daardoor een verlagende invloed op de glucose- en cholesterolniveau’s hebben. Je ziet het mechanisme voor je.

Dat is allemaal geen nieuws. Wat wel nieuws is, is dat er nu grammen en percentages worden genoemd die nagestreefd dienen te worden. De optimale dagelijkse hoeveelheid vezels is voor vrouwen 30 gram en voor mannen 40 gram. Google ‘hoeveel vezels’ en je krijgt 470.000 hits die ongeveer allemaal zeggen wat de Maagleverdarmstichting zegt: ‘Per dag heb je zo’n 30 tot 40 gram vezels nodig. Dat blijkt voor velen een grote uitdaging te zijn.’

Dat laatste zinnetje komt in vele variaties voorbij in de adviezen. ‘30-40 gram per dag is een behoorlijke hoeveelheid!’, aldus Stichting Darmgezondheid.

Is het realistisch om dat te vragen? Is gewoon gezond eten dan wel genoeg?
Dit artikel afdrukken