Daarom introduceert Upfield een vernieuwd recept voor Becel, zonder palmolie en apenleed. Dat klinkt goed, tot je kijkt waardoor de palmolie vervangen wordt.

Consumenten keren zich tegen palmolie vanwege campagnes tegen ontbossing. Dat onderwerp is al jaren een dilemma. Op de keper beschouwd palmolie duurzamer dan bijvoorbeeld zonnebloempitten en koolzaad. Dat komt simpelweg omdat die gewassen minder olie per hectare opleveren. Meer landgebruik betekent minder ruimte voor natuur. Dat neemt niet weg dat de bomen de plek innemen van kostbare ecosystemen in met name Azië (Indonesië en Maleisië).

Daar is al voldoende over geschreven, zie bijvoorbeeld het voorgaande linkje. Vandaag een andere vraag: wat stop je in margarine als je de palmolie eruit laat?

FlowerFarm, die andere palmolievrije margarine, laat zich voorstaan op zijn duurzaamheid door het gebruik van shea butter, karitéboter, een beauty-product gemaakt van de vrucht van oude bomen in midden-Afrika. Het is niet duurzaam als iedereen het zou willen gebruiken in plaats van palmolie. Er is te weinig van en het zou het leven van Afrikanen ontwrichten.

Vanuit zorgen om landgebruik zou Upfield er beter aan doen de palmolie in de Becel ongemoeid te laten. Vooral ook omdat er genoeg gecertificeerde palmolie op de markt is. Maar dat verkoopt niet. De claim 'palmolievrij' wel, want dat is wat de consument wil
Hoe lost Upfield het probleem op? We mailden de klantenservice. Bellen kan niet, want op de site van Upfield is geen telefoonnummer te bekennen. Er komt een antwoord: Onze Becel Zonder Palmolie bevat de volgende ingrediënten: Plantaardige oliën (zonnebloem, lijnzaad, koolzaad, kokos), water, emulgator (zonnebloemlecithine), zout 0,2%, natuurlijke aroma's, kleurstof (caroteen), vitamine B1 en D.

Al die plantaardige oliën zijn volgens Upfield stukken beter voor het milieu dan boter. Plantaardige spreads, zoals margarine in vaktaal heet, hebben gemiddeld een 70% kleinere CO2-voetafdruk, gebruiken twee derde minder land en de helft minder water dan boter, zegt de nieuwe eigenaar van Becel.

Dubbel zo groot landgebruik
De oude Becel Original ingrediëntendeclaratie vermeldt als ingrediënten: Water, plantaardige oliën 45% (zonnebloem 26%, lijnzaad 11%, palm 6%, koolzaad 2%), emulgatoren (mono- en diglyceriden van vetzuren, zonnebloemlecithine), azijn, natuurlijk aroma, vitamine (A, B1, B2, B6, B12, D, foliumzuur). Upfield past de receptuur aan om die 6% palmolie te kunnen vervangen. Of er nu 6% kokosolie in zit of dat er een beetje meer of minder van de andere ingrediënten in de vernieuwde receptuur zitten, zal hopelijk straks op de ingrediëntendeclaratie blijken. De 6% palmolie werd in het verleden gedurende lang tijd niet op het etiket vermeld.

Ook kokosolie is een beauty-product. En ook aan deze olie kleven ontbossings- en ethische bezwaren als kinder- en apenarbeid. Het landgebruik van kokosolie is iets meer dan dubbel zo groot als dat van palmolie. Van een hectare palmoliepalmen komt jaarlijks gemiddeld 5.950 liter palmolie. Van een hectare kokospalmen komt 2.689 liter olie. Vanuit dat perspectief zou Upfield er beter aan doen de palmolie in de Becel ongemoeid te laten. Vooral ook omdat er genoeg gecertificeerde palmolie op de markt is. Maar dat verkoopt niet. De claim 'palmolievrij' wel, want dat is wat de consument wil omdat hij dat uit de campagnes van NGO's heeft begrepen dat hij palmolie fout is.

Wel moet gezegd worden dat kokospalm vrijwel pesticidenvrij geteeld kan worden. Dat kan van palmolie niet gezegd worden. Eerder deze week betoogde de Leidse hoogleraar Peter van Bodegom dat duurzame claims moeten worden beoordeeld op hun milieueffect, terwijl dat vrijwel nooit gebeurt. Upfield zou hem eens kunnen bellen en zal dan ook te horen krijgen dat Van Bodegom kritisch is op gecertificeerde palmolie omdat het certificaat geen garantie geeft op positieve natuureffecten.

Er bestaat een Sustainable Coconut Charter, maar er is geen gecertificeerde duurzame kokosolie. Ook is er een Global Shea Alliance, maar die certificeert al evenmin.

Er zijn wel initiatieven en projecten om aan duurzame alternatieven te doen, maar van certificering is geen sprake meldt ons Frans Claassen van MVO, de ketenorganisatie voor oliën en vetten.
Dit artikel afdrukken