Cécile Janssen
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


De 'Amsterdam Primeur' is gemaakt in Amsterdam-Noord - geen gerenommeerd wijngebied - en is eigenlijk te vroeg geboren. Op een idee gebracht door de stadswijngaard in Den Haag, plantte een groep wijnliefhebbers in 2016 op een veldje aan het einde van de Meteorenweg de eerste stokken van 'No Chateau', schrijft Het Parool. Ieder van de 70 deelnemers heeft 1 of meerdere 'kavels' met 10 wijnstokken onder zijn of haar verantwoordelijkheid en betaalt daar jaarlijks €225 voor.

'Niet levensbedreigend'
"Meteen het eerste jaar waren er al zo veel druiven dat besloten werd direct te oogsten" en wijn te maken. Het werden drie verschillende wijnen, een rode van de bolerodruif en twee witte, van johanniter en solaris-druiven. Wijnkenner Harold Hamersma beoordeelde de Noord-Amsterdamse wijnen. Die van de bolerodruif, de rode wijn, is nog wat zuur. De witte doen het bij hem beter, "die beginnen op wijn te lijken". Maar eigenlijk is het nog even oefenen, want de wijnstokken zijn nog te jong, zegt Hamersma. In wijnlanden als Frankrijk of Italië komt de eerste 'wijnoogst' pas na vier jaar van de stokken. Hamersma: "In principe doet de wijndruif het overal. Als je goed je best doet, en ik denk zeker dat deze mensen dat hebben gedaan, kun je er een drinkbaar product van maken. Dit is niet levensbedreigend. Maar de edele rassen, voor echt bijzondere wijn, die doen het niet op Nederlandse grond. Onze grond is veel te rijk. Klimaatverandering of niet, Nederland is gewoon niet echt een wijnland."

Dat neemt niet weg dat de wijnbouw in Nederland de afgelopen jaren is uitgegroeid tot 140 commerciële wijngaarden, mede dankzij het warme en droge weer van de afgelopen zomers.
Dit artikel afdrukken