Het PAS is een groot beleidsprogramma van de Nederlandse regering die de bouw van nieuwe veestallen en wegenbouw moet reguleren om natuurgebieden te beschermen tegen de uitstoot van stikstof. Kritische burgerbewegingen vinden dat de PAS te veel uitstoot mogelijk maakt. Vereniging Leefmilieu en Mobilisation for the Environment hebben samen met Stichting Behoud de Peel beroep ingesteld bij de Raad van State tegen het PAS. Op basis daarvan heeft de Nederlandse Raad van State aan het Europese Hof in Luxemburg om een uitspraak gevraagd.

Het advies van Kokott is kritisch over het Nederlandse beleidskader. Het PAS maakt het mogelijk vergunningen uit te geven voor projecten die natuurschade veroorzaken als die gelijktijdig ook herstelmaatregelen voorzien. De adviseur van het Europees Hof van Justitie noemt dit strijdig met de Habitatrichtlijn, omdat natuurherstelmaatregelen niet de oorzaak van de natuurschade aanpakken, maar enkel de gevolgen.

Kokott stoort zich aan de ruimte die het PAS biedt om nieuwe vergunningen te verlenen, die een voorschot nemen op de resultaten van technische middelen. Dat vindt ze een vorm van met hulp- en lapmiddelen dweilen met de kraan van natuurbeschadiging open in gevallen waar veelal al sprake is van een te grote natuurbelasting..

Daarmee lijkt de advocaat-generaal de kern van het PAS strijdig te noemen met de Europese Habitatrichtlijn die de biodiversiteit in de Europese Unie moet garanderen. Daarnaast noemt zij de aanpak van de stikstofemissies door het uitrijden van mest strijdig met de Habitatrichtlijn.

Volgens mr. Valentijn Wösten, die de rechtszaak voert namens Vereniging Leefmilieu en Coöperatie Mobilisation for the Environment, "zal het onvermijdelijk worden dat de Nederlandse veestapel moet krimpen." Wösten: "De meeste beschikbare milieutechnieken worden al lang toegepast. Bovendien blijken veel milieutechnieken slecht te presteren, zoals de luchtwassers. Dan resteert enkel nog reductie van de veestapel. Nederland is het meest veedichte land van Europa en is al decennia oorzaak van meerdere milieuproblemen. Zeker moet worden vastgesteld dat de Nederlandse Overheid andermaal zwaar tekort schiet in haar zorgplicht voor een goed milieu- en natuurklimaat."

Dick Veerman
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


De definitieve uitspraak van het Europese Hof wordt in het najaar van 2018 verwacht.

Update, maandag 30 juli 2018, 13;30 uur
Lambert Polinder, juridisch adviseur voor boeren bij Agrifirm Exlan, ziet minder negatieve gevolgen voor de veestapel dan Wösten. Dat schrijft hij in reactie #13 hieronder. Polinder: "De Advocaat Generaal legt inderdaad de vinger op de zere plek. Het uitgeven van ontwikkelruimte waarover onzekerheden bestaan kan niet, net zo min als bemesten en beweiden zonder dat daar de effecten op de natuur van bekeken zijn. De Advocaat Generaal geeft ook nadrukkelijk positieve noten, wijst richting en getuigd van realiteitszin. Dat is wat ik mooi vind aan het advies. De Advocaat Generaal is ronduit enthousiast over de integrale beoordeling van de milieugevolgen die plaatsvindt met de PAS. Ook is de advocaat Generaal niet negatief over het systeem van drempelwaarden waaronder er geen vergunningplicht is. Daar brengt de Advocaat Generaal ons juist weer even terug in de realiteit door te constateren dat 0,05 mol en 1 mol wel heel lage waarden (waar we in Nederland de laatste tijd discussies voerden over bijdragen en toenames van 0,00nix).

Verder constateert de Advocaat Generaal dat de PAS eigenlijk economische en ecologische belangen tegen elkaar afweegt. Dat is niet verboden, maar daar is op grond van de Habitatrichtlijn wel een ander, zwaarder traject voor nodig dan nu is gevolgd. Voorwaarde daarvoor is dat er sprake moet zijn van een groot openbaar belang. De advocaat Generaal concludeert met zoveel woorden dat de Nederlandse veehouderij wel zo'n groot openbaar belang heeft en dat dat andere traject alsnog gevolgd kan worden. Dat geeft mij hoop dat we er wel uitkomen. Mijn inziens zou daar de inspanning van het ministerie en van de sector (LTO) zich ook op moeten richten."
Dit artikel afdrukken