Tussen markt & marge
Vandaag presenteert het Landbouw Economisch Instituut zijn jaarlijkse Landbouw-Economisch Bericht. Daarna is er een seminar over prijsopbouw in de agrarische keten. Vorige week lieten komkommertelers in Nederland weten het niet meer te zien zitten. Per komkommer krijgen ze 16/17 cent. De kostprijs ligt op ongeveer 25 cent. Per komkommer moet een teler dus een derde van de kosten van zijn bedrijfsvoering zelf maar betalen. Waarschijnlijk heeft hij in deze som zijn eigen salaris - de winst van zijn bedrijf - nog niet eens meegerekend.
Het ziet er naar uit dat de komkommertelers niet hebben opgelet. De Spanjaarden maken inmiddels betere, dat wil zeggen goedkopere. Ze zijn niet gemaakt om lekkerder te zijn, maar om tegen warmte en kou daarginder te kunnen. Daarmee rijden ze de Nederlandse ondanks hun 2000 eetkilometers van de sokken. Toch hebben de Spanjaarden ook lekkerdere en duurdere komkommers. Die zie je hier niet. Daar wel. Maar waarom hier niet? Een paar cent meer ben je als consument graag bereid te betalen. Vijfentachtig cent bijvoorbeeld, in plaats van de negenenzestig cent die hij nu kost bij Albert Heijn. Nederlandse telers kunnen die ook maken.
Over dat soort zaken gaat het debat vanmiddag. Zoals het LEI het zegt: op dit moment wordt de primaire producent geconfronteerd met lage prijzen en een steeds verder liberaliserende wereldmarkt.
Boeren moeten méér ondernemer worden. Maar een grootschalige agrarische onderneming is, wereldwijd gezien, nog steeds een kleine onderneming. Hoe moet deze zich opstellen tegen de inkoopmacht van bijvoorbeeld de supermarkt? Hoe zijn de marges verdeeld in de keten?
Bij het seminar ‘Tussen markt en marge’ zal de huidige stand van het LEI-onderzoek op dit gebied gepresenteerd worden. In een forumdiscussie met vertegenwoordigers van ketenpartijen wordt gereflecteerd op de vraag of, en hoe, er in Nederland met agrarische producten verdiend kan worden.
Krijn Poppe van het LEI nodigde me vanwege het debat hier over 'prijsnep' uit om deel te nemen aan het debat. Wellicht kunnen we het vanmiddag vanuit de zaal meenemen naar hier.
Deze poll is geëindigd op 29 juni om 9.31 uur.
Reacties (68)
In de supermarkt ligt de minder goede komkommer omdat die daar zoveel miljoen keer die paar cent extra kan verdienen. Die betere komkommer komt er ook vroeg of laat en gaat dan Tasty Q heten oid en voor heel wat meer dan die paar cent liggen. De eetbladen bevelen hem immers aan vanwege het subtiele, dorstlessende, aan vroeger doen denkende bitterje ofzo.
De gemiddelde consument (je kent hem wel) geeft niet zoveel om die iets betere komkommer wanneer hij daar voor moet omfietsen. De gemiddelde supermarkt legt hem alleen meer voor een wurgprijs voor foodies.
Als Spanje goedkoper is door een beter klimaat en lagere loonkosten dan moet je daar als komkommerteler niet over miepen, maar in Spanje gaan werken. Dat is het idee van de EU. De deskundige in de doorklik ziet zelfs kansen in Kazachstan. De telers geven ook toe dat ze zo verdeeld zijn waardoor ze te zwak staan tegenover de supermarktinkopers. Daar is veel winst te behalen.
Bij de groentewinkels ligt, vreemd genoeg, ook vaak genoeg spul van supermarktkwaliteit.
De consument wil het hele jaar door goedkope komkommers, die stevig zijn, donkergroen en geen zaadvorming hebben. Dan moet je niet gaan liggen mieren dat ze elders in Europa beter in staat zijn aan die vraag en die eisen te voldoen. Gaat Nederland huilen als de kassenteelt van komkommers uit dit land verdwijnt? Gingen we vroeger huilen als ze massaal werden doorgedraaid omdat ze in het hoogseizoen niets opbrachten op de veiling? Zouden de Nederlandse telers een betere prijs krijgen voor een niche-komkommer? Zeg het maar.
Dick, jij zegt: “Vijfentachtig cent bijvoorbeeld, in plaats van de negenenzestig cent die hij nu kost bij Albert Heijn. Nederlandse telers kunnen die ook maken.”
Denk je dat Albert Heijn meer dan 17 cent voor een lekkerder komkommer zal betalen als ze ook voor 16 cent gewone, identiek eruitziende exemplaren krijgen aangeboden? Echt niet…
Ik begrijp er niets van, doorgaans hoor je het direct als een product duurzaam is, en nu blijft het stil? Komkommers uit Spanje zijn klimaat neutraal, sterker nog, ze koelen de aarde af.
Dat lees ik tenminste in Nieuwe Oogst (ledenblad van LTO Noord, ed. West) van zaterdag 10juni.
De enige plek op aarde die afkoelt is Almeria. De afgelopen 30jaar is de temperatuur daar met 0,9graden Celsius af genomen, terwijl in de rest van Spanje de temperatuur over een periode van 50jaar met 1,3graden Celcius is gestegen.
De clou: De daling wordt veroorzaakt door de 30000ha witte kassen in dit gebied.
Even wat cijfers uit een LEI rapport van een paar jaar geleden:
Bij de teelt van komkommers in Nederland wordt 9 keer zoveel energie verbruikt als in Spanje.
Per eenheid product gebruikt men in Almeria 26 keer zo veel werkzame stof (=bestrijdingsmiddelen) als in Nederland.
Het is best mogelijk om minder bestrijdingsmiddelen te gebruiken, maar dan zullen de Spanjaarden hun kassen ook moeten gaan verwarmen. In dat geval kunnen ze minder fungiciden gebruiken.
De opbrengst in Spanje is 9 kg/m2. In Nederland gemiddeld 70 kg/m2. Het lijkt me duidelijk dat de kosten voor aanleg van verwarmingssystemen te hoog zijn voor de Spanjaarden.
Persoonlijk eet ik liever een Nederlandse komkommer, omdat die schoon is.
Jan, misschien toch wel. Ik had een rare dag. Ik weet niet waar Wouter en Lizet hun wijsheid vandaan halen, maar hij blijkt niet te kloppen. De cijfers laten het zien.
Vanmorgen ontmoette ik een marktonderzoeker van IRI die voor mij een zaal biologische marketeers toesprak. Aan de hand van heel wat cijfers, liet hij zien dat de verkopen van biologisch duidelijk zijn gestegen sinds er meer herkenbaar geclusterd op het schap ligt. Aan de hand van de cijfers valt nu zelfs te voorspellen wat het natuurlijk marktaandeel van biologisch zal zijn als het duidelijk zichtbaar, met flinke aantallen product op het schap ligt. Ik vroeg het de statisticus. ‘6, wellicht 7%’, zei hij zonder aarzelen. De oude wetenschap werd hier weer eens bewezen: aanbod schept vraag. Niet omgekeerd. Als je de keuze niet biedt kunnen mensen die niet kiezen. Leg de producten in serieuze hoeveelheden neer en ze verkopen en blijven dat doen mist ze aan de verwachtingen die je ermee wekt voldoen.
Zelfs een duurder product verkoopt dus, en zelfs al ziet het er niet echt anders uit. Het wordt slim als een duidelijk herkenbare keuze naast andere geboden.
Waarom zou de consument dan niet zo gek zijn een anders uitziend en apart gepresenteerd echt beter smakend product te kiezen?
Waarom AH dat zou doen, Jan? Omdat hij er meer aan kan verdienen. Net als Jan de komkommerboer, als hij die tenminste ook een beetje van de extra ruimte laat.
Daarna kwam ik in het LEI-debat de Plus tegen aan wie Jan Robben zijn Gijs-aardbeien levert. Het was boeiend. Hij wil ze graag, als hij ze maar in volume kan leveren. Ook hij snapt het principe van aanbod scheppende vraag verdomde goed. Wat nog niet landt is dat op-is-op heel spannend kan zijn. Dan kun je nl. weer wat anders in volume leveren.
En de prijs, zo leerde ik, wordt bepaald door wat de consument wil uitgeven en de kostenstructuur van de retail.
Daar ging een groot deel van de discussie over. De prijs van de markt is een gegeven. Maar zou de manier waarop supers hun margemix en kruissubsidie (dat bleek een moeilijk woord) samenstellen misschien niet zorgen voor een teveel aan kosten? Misschien kan het dus toch anders als de ontwikkeling die de LNV-man voor zich leek te zien: minder familiebedrijven en meer grote en megabedrijven die allemaal hetzelfde maken.
Dat is immers dodelijk saai. Een consument die keuze krijgt aangeboden in komkommers of aardbeien, zou dus zomaar voor variatie kunnen vallen. Hoe onlogisch is dus een pleidooi voor volume in onderscheidende producten? In plaats dus van vrijwel alles hetzelfde, met 2% onderscheidende producten die onbetaalbaar zijn en die niemand op het schap wil omdat er toch onvoldoende van is?
Hoofdschuddend reed ik weer naar huis. Blij van de les van de morgen en gniffelend om het denken dat alleen maar meer van hetzelfde de oplossing is om steeds minder te verdienen aan steeds meer omzet. Minder kosten, meer keuze en meer variatie, terwijl de prijs niet omhoog gaat. Als daar geen kopers op af komen rennen weet ik het niet meer. De man van http://www.mijnboer.nl die aan het debat mee deed was het daar roerend mee eens.
De essentie is dat natuurlijk iemand zijn nek moet uitsteken, kortom moet investeren. Een nieuwe markt wordt gemaakt door innovatieve ondernemers. Nu willen ondernermers alleen een markt maken als er ook een redelijke kans is dat investeringen worden terugverdient (inclusief een redelijke vergoeding voor het genomen risico). Meneer van de PLUS is een typische inkoper; die niet (nooit?) bereid is om een gedeelte van het risco op zich te nemen van een leverancier. Want dat zou natuurlijk het model kunnen zijn. Retail EN leverancier nemen SAMEN het financiële risico aan de voorkant. Hiermee kan je voor een bepaalde periode -als de volumes nog klein zijn en de prijzen per eenheid relatief hoog- toch een aantrekkelijk consumentenprijs neerzetten.
De markt van de “komkommers” is een gewone commodity market. Spijtig genoeg zijn er ruwweg drie business modellen mogelijk in een dergelijke markt : (1) accepteren dat een ‘grijze’ muis in een sterke concurrentie strijd zit, zolang er veel aanbieders zijn, is de prijs (en ook marge) zeer laag. (2) Zorgen dat je een hoger kwaliteit product maakt die in een ander -lees niet commodity - segment zit. (meer smaak, speciaal ras, merk-komkommer, ...), voordeel is dat je een hoger prijs per stuk kan bedingen met een relatief hoger marge, maar dat je volumes ook klein blijven, (3) hoger in de keten gaan zitten. Voorbeeldje is komkommer sap gaan maken of voorgesneden schijfjes. Kortom toegevoegde waarde producten gaan maken.
Kies je voor (1) dan is schaalvergroting en investeren op mechanisatie (OpEx) het antwoord. Let wel op een gegeven moment is de rek eruit. Subsidies hebben in een dergelijke markt geen zin. Kies je voor (2) dan bestaat de kans dat je een zg early adapter bent, je maakt een nieuwe markt, kan een wat hogere marge vragen, maar je volumes zijn laag.
Voor meer achtergronden. Zoek via google naar : product life cycles. Dit is echt klassiek innovatie management theorie ..... (en mocht dat de boodschap zijn van LEI en IRI dan kunnen we wat geld besparen daar in Den Haag.
Voor de geïnteresseerden onder ons : http://en.wikipedia.org/wiki/Product_life_cycle_management
PS Ik ben tegen crosssubsidies (moet dat met 3-s-en?); vind dat AGF Ondernemers een betere vuist moeten maken; en maak me zorgen over de te grote dominantie van maar een beperkt aantal supermarktketens (6 in NL, 4 in UK, ...). Vele malen eerder is hier op foodlog over gesproken. Kan spijtig genoeg niet de juiste refs vinden (de zoekfunctie van Foodlog kan wel een update gebruiken :-) )
Wouter,
Als producenten en retailers samen investeren in nieuwe ontwikkelingen, dan zijn ze ook tot elkaar veroordeeld. Dat is een enge gedachte. Is dat goed voor een stabiele prijsvorming?
Dick, mijn les was dat de Plus het nog niet begrijpt hoe b.v. aardbeien groeien. Hij wilde volgend jaar wel een week een aktie organiseren, volgens mij heeft een teler ze minstens een seizoen lang! Ook het voorbeeld met de kersen is een mooi voorbeeld, liever een keer nee verkopen omdat het heeft geregend, dan de consument verleiden met goedkope smaakloze kersen en zo er voor zorgen dat ze de rest van seizoen geen kers meer aanraken. Ik denk dat we groenten en fruit weer echt moeten verkopen en de consument moeten informeren en leren hoe het werkt met groenten en fruit in plaats het zelfbedienen in de supermarkt.
Wat jammer dat ik niet wist dat het LEI hier een debat over organiseerde. Dick, je had me toch wel even in kunnen seinen.
Ik begrijp de samenvatting van het verhaal van Dick niet helemaal… Meer variatie, meer keuze en minder kosten, was mijn boer het daar mee eens?
Wat mij nu opvalt bij het doen van onze test is dat:
1. de supermarkt er echt wel in wil investeren. Zeker als deze zich daarmee kan onderscheiden van de concurrentie.
2. je door kleine regionale distributie per definitie variabeler kan inspelen met aanbod op vraag.
3. dat je het eenvoudig moet houden. Wij hebben meerdere aardbeirassen, maar de systemen en de supermarkten willen niet drie prijzen. Dan willen ze de variant met de meeste marge en de laagste prijs. Dus daar moet je iets op bedenken.
Ik zie eigenlijk een mini-winkel ontwikkelen, waarbij je landelijk een kernassortiment afspreekt en lokaal daar invulling aan geeft.
voorbeeld: onze sla is op, maar we hebben nu wel wortels. Die wortels zijn eerder oogstbaar dan gepland en de sla sneller op dan verwacht. Omschakelen dus. Dat is lastig voor winkels en dit zal zeker regionaal zijn.
We hebben de afgelopen twee weken kersen van Theo Vernooy uit Cothen gehad. Maar nu even niet...Kortom, het varieert de hele tijd.
En dat is nu zo prachtig. Maar ook erg lastig te plannen en te verwerken.
@ Jan V,
Datzelfde gevoel bekroop mij ook. Die actie met Lambada vond ik een heel slecht voorbeeld. Waarom heb je als super geen Elsanta en Lambada naast elkaar staan, met ieder hun eigen prijs? Als er dan gestunt moet worden, doe het dan met die Elsanta. Het mag toch best duidelijk zijn dat Lambada iets speciaals is, dat niet in grote massa’s beschikbaar is?
Overigens vonden wij afgelopen zaterdag op de markt in Leiden een pallet Lambada van zeer goede kwaliteit, die voor 1,98 per doosje weg ging. De kostprijs van de teler is ongeveer 2,50, heb ik me laten vertellen. Dat moet niet mogen!
Dick, wanneer de matige komkommer 25 cent kost en de betere 26 cent, dan is het toch duidelijk dat de betere meer overgeprijsd in het schap zal komen te liggen?
Dick, vraag eens om je heen hoeveel mensen graag komkommers kopen die al zaadvorming in de kern hebben? Een komkommerteler vertelde mij indertijd dat de komkommer hard, donkergroen en recht moet zijn, met een gave schil. En hij mag niks kosten. Dat is kennelijk in de laatste vier jaar veranderd?
Dat was het antwoord op de vraag die ik stelde: ik vind iets rijpere komkommers smaakvoller, je kunt er betere komkommersoep van maken, maar ik kan hem alleen krijgen als ik hem zelf in de tuin zet. En krom mag de komkommer ook al zijn wat mij betreft. Dat zegt niets over de smaak, wel over het verpakkingsgemak.
@ Pieternel, essentieel voor een goede innovatie is dat de kosten door samenwerking worden verlaagd (lees gedeeld risico). Natuurlijk wel in tijd gebonden (bijvoorbeeld 2-4 jaar). Rust in de relatie kan ertoe leiden dat je meer begrip voor elkaar hebt en dat je dus de ander meer ‘gunt’ en ‘kennis deelt’. Dit zijn essentiële aspecten in een goed innovatieklimaat. En in een goed innovatieklimaat kunnen nieuwe ideeën, mooiere producten, lekkerder etc. beter ontsnappen. De grap is dat een Samenwerking veel lastiger is te kopiëren. Het begrip stabiele prijsvorming is ouderwets en geldt alleen in een markt waarin meerdere vragers en aanbieders rondom een mainstream de prijs maken (bv via de ouderwetse veilingklok). Kortom, dit geldt alleen voor commodities en veel minder (of zelfs niet) voor specials.
Lizet, ik dacht eigenlijk dat je het anders bedoelde. Een komkommer is net zomin een komkommer als een aardbei een Elsanta hoeft te zijn.
Neem de Noa’s die in Franse en Spaanse supers gewoon zijn. Of de meest wonderlijke die ik ooit in Nederland proefde. Hoog droge stof gehalte en knapperig als een wokkel. Het scheen een heel oorspronkelijke te zijn uit een ver land. Maar ik kan ze niet kiezen, want niemand legt ze op het schap, terwijl die nieuwe BBQ saus van Calve of het IKB ijs van Ola er wel komt.
En denk zo door over tomaten. Van een Franse kleine teler waarvoor een super in het gelid zu springen. Snijden en eten. Heel hoog droge stof gehalte. Helaas maakt ze er maar heel weinig van, zodat zelfs een lokale super er niet mee te bevoorraden is. Dat moet hier toch in honderden hectaren in onze kassen kunnen? Tastytoms verbleken erbij tot waterbommen. Wie zegt dat de consument ze niet wil?
Dick, ik denk niet dat we het met elkaar oneens zijn ;-). Ik zou ontzettend vrolijk worden van supermarkten waar ik kan kiezen of ik een rijpe, kromme, geurige lichtgroene of gele komkommer kan kopen, of een donkergroene rechte jonge keiharde knapperige, afhankelijk waar ik trek en zin in had en het seizoen mij die mogelijkheid zou bieden. Voor mij hoeft het niet altijd allemaal mogelijk te zijn. Asperges bijna voorbij? Nou, tot volgend jaar dan maar weer, het was leuk.
Heel even kapucijners te krijgen voor goud geld? Nou, dan fuiven we ons er een paar keer op. Prachtig, gaan we over tot de volgende groentesoort. Ik heb veel liever de keus uit allerlei vers, dan die enorme stellingen met fabrieksdingen waar ik niks mee heb. Het boodschappen doen is een plezier als je dingen kunt ontdekken: een rare tomaat, als de Marmande (nee, niet in dit land natuurlijk), of prachtige koolrabi (ja, bij de Ommuurde Tuin, zaterdag). Boodschappen doen als ontdekkingreis. Maar, ik heb geen zestigurige werkweek (meer), voedsel is mijn hobby en ten dele mijn werk, en ik heb geen nest met hongerige spreeuwen thuis zitten te wachten met een drukke agenda. Dus ik tel niet mee in de statistieken.
@Wouter,
Ik zie zeker de voordelen van samenwerking tussen producent en retail. Het gebeurt in de praktijk natuurlijk ook. Ik probeer voor mezelf helder te krijgen waarom het nog geen gemeengoed is.
De pijn zit ook bij de commodities, ofwel bulkproducten. Die straalt natuurlijk wel uit naar de specialties. De grote drang van producenten om specialties te ontwikkelen heeft als oorsprong dat je je daarmee kunt onderscheiden en daardoor een betere prijs kunt bedingen. Zulke ontwikkelingen slaan bij sommige producten door. Naar mijn smaak zijn er al te veel verschillende soorten tomaten. Maar, als ze goed worden betaald is mijn mening van ondergeschikt belang. Komkommers daarentegen kunnen wel wat segmentatie gebruiken.
Samenwerking zou dus wel eens het behoud kunnen zijn voor juist de grote productiebedrijven, die bulkproducten leveren.
Overigens merkte paprikateler Aad van Dijk vanmiddag op dat dit onderwerp onze landsgrenzen overschrijdt. De Nederlandse producenten van vruchtgroenten beleveren ‘s zomers heel Noord-Europa. Sommige bedrijven zijn alleen al te groot voor een retailer als Albert Heijn. Samenwerking tussen grote producenten of telersverenigingen liggen dus op het niveau van Aldi, Tesco en Carrefour.
Inderdaad, als je er emotie aan toevoegt verkoopt een lekker product beter en is de prijs minder belangrijk. Of de teler er wat mee opschiet blijft de vraag.
Maar ook rommel kan met toegevoegde emotie-triggers door consumenten als waardevol ervaren worden en aantrekkelijk gemaakt worden om te kopen.
Gijs kersen en aardbeien zijn natuurlijk sowieso al lekker, anders zouden ze geen Gijs of Beste van Deen heten, maar zonder de herkenbare verpakking met de foto van de teler erop, die dan weer geen Gijs heet, mooie gewasfoto’s en een duidelijke slogan zou de consument in de winkel geen idee hebben van wat hij ziet liggen in het schap.
Komt ie thuis en het smaakt lekker dan weet ie het dankzij de herkenbare verpakking de volgende keer ook weer te vinden. Dus dan denk ik dat een hogere prijs ook wel haalbaar kan zijn. Ik zie het hier in onze boerderijwinkel ook. De duurste aardbeien verkopen het beste.
Er zijn nu ook komkommers met het merk Q&Me;. In plaats van een condoom dragen ze slechts een stickertje. Als ze echt lekkerder gevonden worden is dat stickertje zijn prijs meer dan waard want dan kunnen ze gevonden worden in het schap. Heeft iemand die komkommers al een keer geproefd?
Ik vond het debat van vanmiddag interessant. Het maakte denkpatronen en verwachtingen over en weer zichtbaar. Er glipten probleemperspectieven en oplossingsrichtingen door het beeld die nog onvoldoende concreet zijn, maar zich langzaam vormen.
Ik zal er morgen een stukje over schrijven. Vanuit mijn hoogst persoonlijke beleving van de communicatie tussen tuinders, boeren, agri-economen en handelaren en retail en hun beeld van ‘de consument’.
Maar eigenlijk komt het toch gewoon neer op eerlijke handel? Als een boer in Spanje zijn transport-kosten lager zijn dan de energie kosten in Nederland dan is het toch helemaal niet gek om het product uit Spanje te halen. We willen een open markt krijgen hem en dan gaan we de excessen benoemen tja…
Bart, dat is wat mij betreft een uitstekend en volstrekt terecht punt. Het gaat om het beste product.
De draad hierboven is wat verward geraakt. Het debat en seminar draaiden om de vraag of er geen systeemfout is ontstaan in de opbouw van de keten boer, handel, verwerker, verkoper. De eerste staat op rendementen op Eigen Vermogen die rond de nul hangen en niet zelden negatief zijn. De laatste behaalt rond de 20%. Deze verhouding is structureel en zorgt ervor dat er aan het begin van de keten geen ontwikkeling meer mogelijk is, terwijl het kapitaal cumuleert aan het einde. Dat geld gaat niet meer terug naar het begin want daar rendeert het niet. Zo hol je het systeem uit.
Verdient de boer te weinig en de retailer te veel? Dat is de vraag die vaak met een merkwaardige waarheid wordt beantwoord. De marges van de retailer zouden ook maar procentenwerk zijn. Die heeft het dus ook moeilijk en daarom is er volgens sommigen niets aan de hand. De retailer wijst graag op zijn kosten en beperkte marge. In werkelijkheid is er heel wat anders aan de hand. Iemand die drie keer een kwartje krijgt voor een product dat hij voor 20 cent inkocht verdient, verdient 15 cent en houdt 20% over. Iemand die 20 keer een dubbeltje krijgt voor een product dat hij voor 7 cent inkocht, verdient 80 cent en houdt ook 20% van zijn omzet over. Hij verdient alleen wel dik 4,5 maal zoveel. Dat is een kwestie van omloopsnelheden. Daar gaat deze discussie over. En daarbij moet je bedenken dat het eigen vermogen op de balans van een boer, tuinder of teler heel groot is; bij een verwerker (bijv. een grootslagerij of een groentensnijder) ook. Bij een handelaar of een retailer is het maar weinig. Kijk je dan naar de winst en rendementsgegevens, dan is het drama compleet.
Dick,
Even je sommetje opnieuw uitrekenen. Iemand die 20 keer een dubbeltje verdient voor een product dat hij voor 7 cent inkocht verdient volgens mij 60 cent en houdt 30% over.
Overigens heeft nummer twee natuurlijk voor meer geld ingekocht.
Dat klopt. Maak er 8 cent van en die verneukeratieve ‘zelfde’ marge van 20% op omzet staat er weer. Ik citeer te veel voorbeelden uit m’n hoofd. En dan maar klagen over het slechte rekenonderwijs in dit land ;-)
Pas ook het aantal verkochte producten voor een dubbeltje aan. Zet het rustig op 1000, want het gaat om omloopsnelheden en niet om marges per verkochte eenheid product. Dan zie je waar het probleem ziet.
Overigens: dit is een cruciaal punt voor betere aardbeien-en-andere-betere-etenswaren-verkopers zoals Jan Robben hier. Bij volume vliegt je betere product de winkels uit en kun je er meer aan overhouden, al krijg je minder per aardbei. Als de winkeliers maar het lef hadden ze op het schap te nemen en de makers ervan ze in volume zouden kunnen leveren.
Arie van Doesburg van PLUS verklaarde zich daartoe bereid. Dat is geen onbelangrijk punt. Waar het om gaat is nl. om erop te kunnen vertrouwen dat Jan’s (bederfelijker Lambada-) aardbeien in tientallen tonnen hup de winkel in kunnen om die minder smakende te beconcurreren met hooguit dezelfde prijs. Daarom moet beter eten niet duurder worden neergelegd (zoals bij Gijs en Marqt), maar eerder goedkoper. Er is echter wel een betrouwbare afspraak voor nodig tussen verkoper en producent. De consequenties daarvan zijn ingrijpend.
NB: die vermaledijde kruissubsidie - die Van Doesburg gisteren eufemistisch ‘margemix’ wilde blijven noemen - staat dat in de weg.
Verdorie, nou heb ik in de staart van deze draad een boel geschreven van het tekstje dat ik vandaag even netjes bij elkaar wilde zetten ;-)
Ik wil wat andere gezichtspunten inbrengen. Zelf ben ik betrokkene in de voedselketen als zijnde boer. Daar dat om biologische landbouw gaat beschouw ik mezelf ook als iemand die niet voor de bulkproductie gaat maar voor de niche. De biologische landbouw draait als een van de weinige sectoren goed ondanks de economische crisis, wellicht is het zelfs zo dat door iedere crisis - economisch, klimaat of voeedselcrisis - mensen bewuster worden en daar in hun aankoopgedrag op reageren. Maar deze niche is geen enkele garantie voor een inkomen. Zo’n vijf jaren geleden stokte (let wel hij liep niet terug)de biomarkt terwijl de productie groeide (door de gesubsidieerde omschakeling). Het gevolg was dat veel bioboeren, zowel groot als klein, aan de rand van failliesement zaten. Dat het momenteel slecht gaat in grote delen van de landbouw komt doordat wij boeren veel meer kunnen produceren dan we kunnen verkopen. Voor inkopers is het een peuleschil om beneden de kostprijs in te kopen. Het idee dat boeren dit kunnen veranderen door samen te werken komt mij absurd naïef over. Ook geloof ik niet dat het een kwestie is van de varkenscyclus zijn werk laten doen. Veehouderij is volgens mij principieel een industriesector. Daar bedoel ik mee dat economische effecten als productievermindering werkt als bij een industriesector: niet van harte, maar toch. Landbouw is principieel een andere sector: de productie wordt bepaald door de oppervlakte en niet door het aantal boeren. Marktevenwicht is ook in de landbouw een logische uitkomst. Alleen is het zo dat marktevenwicht niet leidt tot kostendekkende prijzen. Het is juist andersom: de prijzen zijn te laag omdat er anders geen marktevenwicht is. Aanpassingen in de landbouw vergen meer periodes van 10 tot 20 jaar. Voorbeeld is de fruitsector die meer dan tien slechte jaren achter de rug heeft. Zeer velen horen inmiddels bij de uitvallers, ondanks velerlei initiatieven voor huisverkoop, speciale producten en andere niches. Dat is volgens mij de reden dat de vrije markt zo slecht uitpakt. Let wel: liberalisering is niet iets wat nog nooit is uitgeprobeerd in de landbouw.
@ Dick, daar ben ik het volledig mee eens, ons wonderlijke economische systeem draag daar zorg aan, nergens is de verhouding aanbieder afnemer zo groot als in de primaire sector, wat mij verbaasd is de manier waarop tuinders die gebukt gaan onder negatieve winstmarges toch dit product blijven produceren.
Maar de discussie
1) waarom gebruikt de Supermarkt zijn macht tot onder de kostprijs,
2) waarom produceert men nog komkommers in Nederland, als het goedkoper en milieu neutraler kan.
Als ik de link met Nicaragua mag leggen, een boer zal hier zijn product niet onder zijn minimale marge verkopen, enerzijds vanwege zijn eer (een prachtige eigenschap maar heel ook een lastige) en anderzijds omdat hij het niet kan compenseren met een fonds, als ik het goed heb begrepen (vertel het AUB als het niet goed in elkaar zit) kan de tuinder overleven door belasting kortingen en verschillende subsidies.
Wat zou er gebeuren als de tuinder alleen nog producten maakt die hij wel kan verkopen voor een minimale prijs? Een soort van EU regel dat een product niet meer onder de kostprijs weg mag, zou er nog kas productie zijn voor het massa product?
De boeren hier probeer ik voor te houden dat voedselveiligheid en een betere samenstelling van het product een betere prijs oplevert dus niet alleen de hoeveelheid.
Om dan weer terug te komen bij de supermarkt wanneer er een verschil in aanbod is en geen verschil tenminste niet zichtbaar voor de “gemiddelde” consument dan gaat de supermarkt voor de voordeligste en ik geef ze geen ongelijk.
Zolang de consument onverschillig is en zolang er geen sterkere tegen kracht (met prachtige initiatieven als de Greenery) is tegen de supermarkten, heeft de Supermarkt nog rijke tijd.
@ Bart. Het is niet zo dat boeren niet beneden hun marge verkopen. De minimumprijs waarvoor product soms verkocht wordt is iets wat burgers zich niet kunnen voorstellen. (Doet u eens een gok voordat u verder leest) Enige jaren geleden was de prijs voor uien bijna een half jaar lang €0 per kg. Dat wil zeggen voor goede kwaliteit. Voor slechte kwaliteit werd -€0,01 per kg “betaald”. Waarom doen boeren dat?? Als ze een product hebben wat wegens overproductie onverkoopbaar is betalen ze liever geld toe (en zijn soms blij dat ze van de troep af zijn) dan het alternatief: kosten maken om het product uit de schuur te halen en op het land te storten. Ook hier geldt: het marktevenwicht wordt pas bereikt als het teveel van de markt verdwijnt.
@ Huib Rijk,
Zoals te zien in het voorbeeld van de Uien (trouwens ook prachtig door KVW in het kader geplaatst) is het een verhaal van vraag en aanbod.
Zoals u eerder schreef: “Het idee dat boeren dit kunnen veranderen door samen te werken komt mij absurd naïef over” is dat echt zo negatief zouden boeren er niet goed aan doen om met elkaar afspraken te maken in een overleg orgaan over product differentiatie?
U schrijft ook over een lagere productie maar zal die zonder markt regie ooit van de grond komen? Want op zulke kleine prijzen gaat juist de hoeveelheid tellen.
Waar ligt het markt evenwicht en hoe kan je dit aan de gemiddelde consument kenbaar maken? Ik heb hier in Nicaragua geleerd dat als je dichter bij je voedsel staat je er meer vertrouwen en meer waarde aanhecht. Maar hoe zouden we dat in Europa ooit voor elkaar kunnen krijgen?
@ Bart, Ik bedoelde met mijn opmerking dat boerenorganisaties weinig invloed hebben het volgende: velen in de landbouw zeggen dat bijv. de zuivelcoöperaties slecht presteren omdat zij beneden de kostprijs aan de afnemers verkopen. “Ze zijn alleen met hun eigen bonus bezig en het belang van de boer interesseeert ze geen zier” en dergelijke opmerkingen. Of: “Afnemers spreken met elkaar af om beneden de kostprijs in te kopen”. Welnu, in de huidige marktsituatie wordt een verkoper die niet onder de kostprijs verkoopt welwillend glimlachend binnengelaten en schaterlachend buitengelaten - zonder contract. Er zijn immers genoeg aanbieders in binnen/buitenland. Er is geen ander alternatief dan beneden de kostprijs te verkopen.Boeren accepteren immers niet dat hun product niet wordt opgehaald.Het punt is niet dat consumenten geen waardering hebben voor voedsel of dat ze er niet voor kunnen/willen betalen. Als er bijvoorbeeld te weinig uien zijn dan worden er grif boerenprijzen van €0,40 of €0,50 per kg betaald. Het punt is dat het marktmechanisme uitstekend werkt per product. Als er te veel uien zijn dan wordt er het jaar daarna minder van geteeld. Alleen werkt het marktmechanisme zo beroerd als de totale productiecapaciteit te hoog is. Op dat moment is de uitkomst zo dat vrijwel alle producten beneden de kostprijs liggen. Vrijwel alle marktregulering die wordt toegepast bestaat uit maatregelen die de problemen niet oplossen maar afschuiven. Exportsubsidies zijn daar het meest schunnige voorbeeld van. Maar ook quotering is geen echte oplossing: daardoor komnt er weer extra productiecapaciteit voor andere producten vrij. Inkomenssteun heeft weer een ander effect. Bij te hoge productiecapaciteit wordt er pas een marktevenwicht bereikt als de verkoopprijs beneden kostprijsniveau liggen, zoals ik eerder stelde. Inkomenssteun zorgt er dan voor dat bij prijzen net beneden de kostprijs nog geproduceerd kan worden. Degenen die dan geen inkomenssteun ontvangen - arme boeren - worden dan op oneerlijke wijze weggeconcurreerd. Mijn uitgangspunt is dat er maatregelen moeten komen die a. flexibel zijn, en b. probleemoplossend zijn. Dat moet dan leiden tot een systeem waarbij productie wordt gestimuleerd van zaken waar nog wel vraag naar is: biobrandstof, natuur, biologisch afbreekbaar plastic, etc.
Huib, ik hoor het van alle kanten: overproductie is het probleem. Ik betoogde afgelopen maandag bij het LEI dat het probleem de enorme MONOvolumes zijn. Iedereen produceert dezelfde komkommers. Waarom komt niemand op het idee om MULTIvolumes te produceren, met grote variaties tussen de komkommers, tomaten en zelfs de rucola? Zo groot dat een TastyTom en een waterbom hetzelfde lijken
@v dick veerman, boeren zijn creatief genoeg - ook die in het buitenland overigens. Er wordt juist overal geloerd: waar is er nog een gat in de markt. In de akkerbouw was een tijd het gevleugelde woord: wat wordt het vierde gewas (na aardappels, suikerbieten en tarwe). Er zijn wel gewassen die geteeld worden - uien, conserven, blauwmaanzaad, groentes, etc.maar geen daarvan is een oplossing van alle problemen. Betreffende het idee van productvariatie heb ik zelf de volgende ervaring: wij teelden biologisch een bepaalde soort groene krulsla als proef(makkelijk te telen omdat de lieveheersbeestjes tussen de blaadjes de luizen kunnen opeten). Op het verkoopkantoor regeerden ze met: “Nee hè, niet weer een boer met een nieuwe slavariëteit” Ook variatie binnen een gewas wordt wel toegepast. Zo heeft het zaadbedrijf Bejo peenrassen met gemengde kleuren. Dat wordt dan een mengsel van paarse, gele, oranje en alle tussenliggende kleuren. Zelf vindt ik dit heel leuk om te zien, maar het is de vraag of het aanslaat. Wellicht dat consumenten bij voorbaat al denken dat dat duurder zal zijn. En dat zal ook wel zo zijn omdat de omloopsnelheid (daardoor) lager is. Bejo is trouwens een bedrijf die graag creatief is met oranje en paarse bloemkool, etc. In het buitenland is variatie veel gewoner. In Afrika worden bijv. aardappels van diverse kleur en vorm langs de kant van de weg verkocht.
Huib, zat een consument te wachten op drie kleuren paprika’s in een lange zak? Zit’ie te wachten op 5 kleuren penen die hij qua smaak ook al niet uit elkaar kan houden?
Ik ben even heel hard: dat is borrelnoten-marketing. Ogenmarketing, geen smaakmarketing. Hetzelfde, in meer kleuren en vormen.
Waar is de tomaat met een heel hoog droge stof gehalte? Het is een belevenis; ik ken ze uit oude variëteiten en proefde er nog nooit een moderne versie van. En ondanks het feit dat TastyToms in het seizoen vaak uitstekend zijn, is het geen vergelijk. De intrinsieke smaakverschillen kunnen veel groter en zouden wel eens tot een heel andere vraagdynamiek kunnen leiden. Ik weet dat het ook geldt voor komkommers waarin heel grote onderscheiden kunnen worden gemaakt.
Elders gaat het hier nu over een platte perzik die ik hier een beetje frauduleus als ‘gekke vorm’ aanbracht; het is een andere variëteit. Hij druipt minder, is minder kwetsbaar en heeft voor iedere ongeoefende proever ‘meer smaak’. Toch vind je hem nergens en zijn perziken in dit land sowieso geen vergelijk met zuidelijke landen, terwijl ik me in Montpellier kan wanen als ik er eentje koop in London of New York. Er zijn dus markten voor een goed product, al moet Nederland - maar ‘n klein stipje voor de productie van Nederlandse AGF - het doen met wat onze nationale grootwinkeliers wel best en makkelijk genoeg vinden.
Dick, ware woorden. Dat is de tragiek van Nederland wat eten betreft. Het moet goedkoop zijn. Aan lekkere producten wenst de gemiddelde Nederlander niet veel geld uit te geven - voor zover hij het verschil kan proeven of herkennen. Ruim dertig jaar geleden kocht ik vaak bij een simpele Zuid-Italiaanse delicatessenwinkel mijn spullen op zaterdag (de enige dag dat ik op winkeltijden in de stad was om mijn boodschappen te kunnen doen). Daar trof ik mijn Italiaanse vuilnisman en zijn Italiaanse en Spaanse consorten (die dan ook vrij waren om boodschappen te doen), die in die tijd vooral ook bij de NDSM werkzaam waren. Daar heb ik geleerd dat hoe klein het budget van deze mediterrane landgenoten ook is, ze veel geld uitgeven aan goede spullen omdat ze lekker willen eten. Daar kunnen doorsnee Nederlanders nog heel wat van leren.
Om het heel simpel te zeggen: ik mis het verschil tussen de ene en de andere rode paprika.
Dick@ De groene paprika is fris en de rode en gele zijn minder fris maar weer veel zoeter en geschikter voor bepaalde bereidingen. Zoals b.v. grillen om de schil te verwijderen en dan met een frutseltje knoflook en royaal olijfolie en zout te eten als antipasto. Zoute kappertjes of zoute ansjovis erbij maakt ook een lekker hapje van die zoete geroosterde paprika’s. met groene paprika’s lukt dat minder goed. Groene doen het beter in sla, op brood, in Hongaarse stoofgerechten en nog zo wat. maar die netjes zijn ondingen want 1 van iedere kleur is te weinig om er een zinnige kant mee op te kunnen als je ze wilt gebruiken zoals ik omschreef.
Dick.@ De ene rode paprika kan vlezig zijn en op andere grond geteeld zijn en in een ander klimaat en van een andere varieteit zijn. En dan zijn er nog rode puntpaprika’s Dat maakt toch enorm veel verschil uit in smaak. Paprika’s die minder vlezig zijn, bakken of roosteren niet goed en laten zich ook minder goed vullen. Enfin, koop eens en paprika in Italie, zo’n extra lang en grillig gevormd model (die Nederlanders vast lelijk vinden en laten liggen omdat ze er niet uitzien zoals ze denken dat paprika’s eruit moeten zien) en gooi die eens in de pan. Je valt om van geur!
Florine, je punt? Dat bedoel ik nou juist. Het kan veel sterker aan worden aangezet. Laat de rode, de punters, de groenen en de gelen dan ook inderdaad de smaakeigenschappen hebben die je schetst. Het zijn nu meer ideaaltypen, dan werkelijkheden, tereijl nou juist in AGF duidelijk herkenbare smaakverschillen te halen zijn (in vlees is dat veel lastiger).
En dan nog zijn er verschillen in variëteiten die niet op de markt zijn, die best in multivolumes zouden kunnen gaan. Heb je trouwens die kleine oranje ‘snackpaprika’s’ al eens geprobeerd? Misschien had ik het verkeerde (dure) zakje, maar het smaakte als een mixje van oninteressant rood, groen en geel.
Florine ! (wat een mooie naam !)
Helaas nog nooit smaakvolle paprika’s hier in een super gekocht, maar helaas wel eens gedwongen gekocht omdat er geen alternatief was. Nog steeds worden sommige Turkse winkels in Gent en Antwerpen (en op andere plaatsen) bevoorraad door Turkse import. Het verschil is te groot. Ander alternatief: zelfkweek. Mijn buurman moppert elk jaar dat zijn paprika’s te klein zijn; maar smaakvol ! In Turkse winkels vervaagt het begrip ‘bibèr’ voor paprika, en zo hoort het. Pepers dus. Rijk van smaak.
Er jubelt hier wel eens iemand hier over de Hollandse hydrocultuur van tomaten en paprika’s en ze zien er inderdaad uit om te zoenen. Maar da’s ook al.
Ik merkte hier het volgende eerder op, maar ontving nimmer een reactie:
Mij valt op dat de ‘takstructuur’ in de tomaat zelf harder en groter wordt, en ik heb soms bijna een appelboor nodig om die harde troep er uit te halen. Dat vind ik niet in mijn eigen tomaten.
Een gevolg van geforceerde snelle groei (time is money), die om zwaardere toevoekanalen vraagt ??? Niet te vreten.
Of zoals ze in het Vlaams wel een zeggen (ook over vrouwen):
“Schone van verre, maor verre van schone !
Guillaume@ Die harde steelaanzet die tot diep in de tomaat zit zal waarschijnlijk een kwestie van varieteit zijn die geteeld wordt in de kas. Ze moeten in eerste instantie hoge klimmers zijn en de vruchten moeten in trosjes aan de tak blijven hangen! Afvallen van de vruchten is verlies van opbrengst, dus er zal wel weer aan gemorreld zijn. Vraag er een zaadhandel of veredelaar naar. Wa bedoel je precies dat het verschil te groot is tussen supermarkt paprika’s en de Turkse import. Is het een goede zaak of vind je ze er minder ‘mooi’ uitzien. Mooi vorm heeft niets met smaak te maken toch?. Ik vind die paprika’s van kasteelt er steriel uitzien en weinig opwindend. Als ik bij een Turkse winkel grillig gevormde puntpaprika’s zie liggen (want bij AH zijn ze weer glad en glimmend) dan koop ik ze meteen, ook al heb ik ze niet nodig. Mijn humeur verbetert er meteen door. Groenten met een ziel, dat is waar wij behoefte aan hebben.
Dick@ Ja, dat zou ideaal zijn maar de AGF sector staart zich dood op de verkeerde aspecten. Om een voorbeeld te geven. Een medewerker van het appelproefstation in Zeeland, die ik jaren geleden eens consulteerde over enkele appelsoorten, kon mij alles vertellen over het uiterlijk van de diverse appels, wanneer hun plukseizoen is, hoe lang ze houdbaar zijn, of ze gevoelig zijn voor wespen en wormen, regen, hagel en nog meer donnerwetter. Maar toen ik aan die man vroeg hoe die appel smaakte, zei hij doodleuk: ‘Dat weet ik niet’. Dat is de kern van het hele probleem. Anderzijds is het zo dat grondsoort en klimatologische omstandigheden, afgezien van ras en varieteit, de smaakbepalers zijn. Je kunt wel volume telen op hydrocultuur voor een redelijke prijs (ik zag laatst een kas in het Westland van enkele kilometers lang) maar dan wordt er voorbijgegaan aan smaak. Een importeur van mediterrane groenten zegt altijd tegen mij, als ik weer eens mijn beklag bij hem doe over de afwezigheid van die lekkere citroenen uit Zuid-Italie, de San |Marzano-tomaten (vel droge stof zoals jij dat noemt), de grillige rode paprika’s met een dosis geur en smaak die ongekend is hier, dan zegt die aardige man: meisie, ze willen er hier de prijs niet voor betalen. En omdat het inmiddels ook al niet duurzaam is om die verrukkelijke citroenen van de Costa Amalfitana te importeren en de San Marzano-tomaten uit Campania voor onze tomatensaus (bezuiden Napels),zie ik het somber in. Alternatief: emigreren.
Florine,
Ik bedoelde, dat het een plezier is om in een Turkse winkel ‘echte’ paprikas te kopen, die je al ruikt als je de winkel binnenkomt. Die bij de Lidl b.v...zien er fantastisch uit, maar hebben veel minder smaak.
Florine en Guillaume,
Een goede vriend van mij teelt rode paprika’s op zeven hectare en op steenwol. Dat zou dus eigenlijk een verschrikkelijke teeltmethode moeten zijn van bulkproducten die niet smaken. Het tegendeel is waar. Als je bij hem de schuur binnen stapt hangt er een heerlijke paprikageur. Er liggen daar paprika’s waar je zo in bijt en ze smaken fantastisch, want ze zijn ontzettend vers. En in die verse toestand kan Dick heel goed het verschil proeven tussen rood, groen, geel of oranje (en paars, bruin, wit).
Paprika’s gaan direct van de tuinder naar de handel. Geen tuinder zal ze lang in zijn koelcel bewaren, omdat ze er gewoon niet in passen.
Een fantastische eigenschap van een paprika is de houdbaarheid. Als ik paprika’s van hem krijg kan ik ze met gemak vier weken goed houden in de koelkast, zonder kwaliteitsverlies. Dat kan omdat ze zo direct bij hem vandaan komen, rijp geplukt.
Maar dan begint de ellende. De handel en retail weet dat ook. Zij kunnen dus een voorraad inkopen op een prijstechnisch gunstig moment en sparen. Die paprika’s die dan vervolgens als stoplicht (een onhandige uitvinding) in de supermarkt liggen kunnen al weken oud zijn. In het gunstigste geval zie je optisch mooie vruchten, maar ook vaak gerimpeld spul of schimmels bij het kroontje. Dat is een teken dat ze echt oud zijn of niet bij de juiste temperatuur bewaard.
Ik ben er van overtuigd dat jullie vers en rijp geoogste Nederlandse paprika’s lekker vinden. Neemt niet weg dat Turken vaak andere typen telen, die wij ook lekker vinden. Er is heel veel variatie in paprika’s en pepers, dus er is nog een wereld te winnen.
Over tomaten. Dertig jaar geleden teelden wij (mijn vader) veel tomaten, die in die tijd echt niet zo heel erg lekker waren. Het waren productietomaten, waar de Nederlandse telers toen best op hun kop voor hebben gekregen. Lang verhaal.
Die variëteiten plukte je makkelijk en het kroontje viel er bijna altijd af. Iets dat hoort bij een vrucht, die op de grond moet vallen. Dat werd op de veiling niet op prijs gesteld. Een tomaat moet een mooi kroontje hebben. Dat past er gewoon bij. Toen zijn veredelaars gaan letten op kroontjes, die vast moesten zitten.
Tegenwoordig zijn er telers die losse tomaten oogsten en telers die trostomaten oogsten. Dit zijn verschillende rassen. Losse tomaten pluk je per vrucht, van boven naar beneden. Eigenlijk voordat het kroontje los laat plukt de tuinders de vrucht. Trostomaten moeten langer aan een plant hangen, totdat de hele tros mooi rood is. De eerste tomaten zijn dus veel eerder rijp en mogen niet loslaten tot de laatste vrucht van de tros ook rijp is. Wij willen graag zo’n mooi trosje kopen, omdat het steeltje lekker ruikt en toont of het product vers is. Daar hebben veredelaars op ingespeeld. Zij hebben gezocht naar rassen waarvan de vrucht niet loslaat. En kennelijk is dat zo goed gelukt dat je het kroontje bijna los moet snijden en de vrucht een hard stukje heeft.
Overigens lijkt het me heel nuttig om eens een smaaktest te doen met paprika’s en tomaten, zowel in Nederland geteeld als daarbuiten. Ik denk dat de resultaten verrassend zullen zijn. Goede producten uit Nederland en uit Zuid-Europa.
Maak je overigens geen illusies over rasverschillen. Het zijn dezelfde veredelingsbedrijven die veredelen voor de Nederlandse, Turkse, Italiaanse, Mexicaanse of Israëlische tuinders.
Pieternel@ dank voor je uitgebreide en zinnige expose. Ik geloof je meteen als je zegt dat versgeplukt zo van de teler lheerlijke paprika’s oplvert. Alleen… de consument krijgt ze zo nooit. De consument is overgeleerd aan het bewaargedrag en centenmikkengecijfer van de tussenhandel met alle gevolgen van dien (zoals je ook schetst). Punt blijft, waarom de paprika’s in Italie die ik op de markt koop daar toch zo veel lekkerder zijn en heus niet de nacht voor de verkoop zijn geplukt. Ik denk toch echt dat grondsoort en klimaat samen met het ras de smaak bepalen. Dat is ook de redenatie achter de beschermde herkomstbenaming (DOP). Zoals ook bij wijn het geval is. Dezelfde druif op andere grond in een ander klimaat, geeft andere wijn. Als dat niet zo was, waar blijft dan de eerste wijngaard op steenwol? Scheelt een hoop werk voor de wijnboeren. En wat de zaden en rassen betreft van de Nederlandse veredelingsbedrijven, ik weet dat Nederland internationaal daar een hele belangrijke rol vervult (net als met de pootaardappelen). Maar tomaat A op Tukse grond geteeld of op Franse of Italiaanse grond of op steenwol, ze zullen allemaal anders smaken. Of ze anders ruiken, is de vraag. Maar gooi ze in een pan met een laagje olijfolie en de verschillen zullen zich aandienen. Maar mischien heb ik gewoon intense heimwee naar de Italiaanse markten en hun groentevrouwtjes die je altijd iets speciaals toestoppen. Wie zal het zeggen - ambiance doet veel.
Florine, ik sluit niets uit. Grondsoort is natuurlijk van wezenlijk belang, vraag maar aan aardappeltelers. Ik hoef de Nederlandse telers ook niet te verdedigen. Het frustreert me wel enorm dat er zo verschrikkelijk met lekkere groenten en fruit wordt gerommeld, zoals laatst in AH XL, waar ik over schreef. Daar kan ik me enorm over opwinden.
Ik pleit ook voor minder afstand tussen tuinder en consument. Ik denk namelijk dat ze beiden hetzelfde willen. Goede, verse, gezonde en lekkere producten
Twee jaar geleden schreef ik een lang verhaal over Nederlandse tomaten, dat na lang ge-heen-en-weer in NRC werd gepubliceerd. Daar vertelde ik nog dat eenderde van de Nederlandse tomaten tot het segment ‘smaaktomaat’ hoort. De rest is bulkproduct. Prima voor pastasaus en gemaksvoeding. Op dat moment merkte ik al dat er een omslag gaande was. Veel tuinders besloten toch maar weer voor de bulk te gaan, omdat de smaaktomaatjes nu eenmaal minder kilo’s geven en dat het maar niet lukte om daar een voldoende goede prijs voor te krijgen. Tuinders kiezen dan toch voor de economisch veilige weg door kostprijzen te verlagen, zodat ze niet interen op eigen vermogen dat op grote, nieuwe bedrijven al niet hoog is.
MultiVolumes: Vandaag een mooi bedrijf bezocht: Wijngaardhof in Malle. Veel verschillende groenten (44 soorten) in precies die hoeveelheden die voor 90% de directe verkoop ingaan. Prachtig gezicht. Zeer overtuigde boer die zich geen zorgen maakte over prijzen. Immers: Hij heeft voor het merendeel vaste klanten die zijn prijszetting vertrouwen.
En nu weet ik ook wat een regenboogsnijbiet is.
“wordt de discussie net leuk, en dat stopt het in een keer”, dat dacht ik tenminste toen ik het onderwerp niet direct kon terugvinden (ik keek onder Debat, dat krijg je met die halve digibeten). Een punt wat steeds terugkomt is of boeren/tuinders wel of niet economisch gewin boven de principes laten gaan, in dit geval wel of niet smakelijke soorten verbouwen. Dat is een valse tegenstelling in mijn ogen. Telers willen het liefst zo goed mogelijke producten telen - een kwestie van beroepstrots ook - en het zelfde geldt voor de tussenhandel. Het beeld dat bij boeren heerst is dat consumenten wel met de mond beleiden dat ze veel geld over hebben voor goed voedsel (voor biologisch bijv.) maar met de voeten een andere keuze maken. Dat is een cliché, en zoals dat met cliché’s gaat: er zit een kern van waarheid in. Maar volgens mij is het anders. Bij enquêtes geeft zo’n 30% van de mensen aan biologisch product te willen kopen.Daarvan zal zo’n 10% dat als wenselijk antwoord geven. De rest varieert van äf en toe gebruiker” tot heavy user. Maar ook de bewuste consumenten kopen vaak wat anders om uiteenlopende motieven: financieel, gemak, tijdsgebrek, etc. Gevolg is dat het marktaandeel op 5-7% uitkomt. Gangbare boeren doen daar vaak smalend over. Maar BMW en Mercedes hebben ook maar een dergelijk aandeel. Met name de tussen handel heeft belang bij het hogere prijssegment, daar is immers een hogere marge te behalen. Dat wil zeggen als de omloopsnelheid hoog genoeg is. Duur spul inkopen en daar de helft weggooien schiet niet op. Wat betreft de smaakbeleving: ik denk dat ook zo’n 30% van de mensen van het avontuurlijke type zijn en dus graag nieuwe producten/smaken willen proberen (en dan ook nog af en toe). De rest heeft niet die behoefte of kan ook zo wel zien zonder te proeven dat iets niet lekker kan zijn (nu wordt ik cynisch). Overigens denk ik dat er juist heel veel veranderrt op smaakgebied. Puntpaprika’s en dergelijke is iets van de laatste jaren.
Tuinders/telers willen wel. Zodra zij een kans zien voor iets nieuws of iets beters, dan proberen ze het uit. Het gevaar schuilt wel in versnippering. Met versnippering ben je heel uniek bezig, maar kan je geen volumes maken. Die volumes zijn wel nodig om nieuwe producten in de markt te zetten.
Ik zeg het nog maar een keer: korte lijnen tussen producent en consument verbeteren afstemming over een goed productenpakket. Je kan als tuinder nog zulke mooie groenten telen, maar als het niet klopt met de beleving van de consument kan je beter stoppen. Veredelingshuizen hebben nog heel veel gewassen op de plank liggen. Nieuwe en oude. Daar zit nog zoveel vernieuwing en verbetering in. Ook op gebied van smaak.
Gaat economisch gewin boven principes? Je zou deze vraag eens moeten voorleggen aan tuinders. Ik doe een gooi: ik gok op gelijk spel.
Economisch gewin is een voorwaarde. Ze moeten gewoon een boterham verdienen. En een redelijk goede, gezien de risico’s die zij nemen en de inspanning die zij verrichten.
Principes staan gelijk daaraan. Tuinders van nu weten hoeveel bestrijdingsmiddelen hun vaders gebruikten. Dat doen zij liever ook niet met het oog op hun eigen gezondheid en die van anderen. bovendien hebben zij niet eens de beschikking over een breed middelenpakket.
Maar of ze zo ver gaan dat biologisch de voorkeur krijgt? Voor een aantal zal dat op gaan. Het merendeel zal zeggen dat de gangbare teelt ook schoon is. En ze hebben daar best een punt. Het verschil tussen gangbaar en biologisch is erg klein.
Ik ken tuinders die van steenwol terug zijn gegaan naar grondteelten. Die stap is echt niet zo moeilijk als het perspectief daarvan goed is. Ik heb net een artikel geschreven over wortelknobbelaaltjes in de grondteelt. Het kost enorm veel hoofdbrekens om die nematoden te bestrijden en de principes van de biologische teelt hoog te houden. Op dat gebied moet nog zo ontzettend veel onderzoek plaats vinden. Daar hebben consumenten geen weet van.
Geheel mee eens. Biologische boeren krijgen vaak de vraag of ze om economische of ecologische biologisch telen. Mijn antwoord is altijd dat het allebei moet zijn. Als je het alleen uit principiële overwegingen doet maar je verdient er niets mee houd je het niet vol. En als je het om economische motieven doet maar je vindt er geen bal aan wordt het ook een moeilijke zaak. Hetzelfde geldt trouwens ook voor niet-biologische boeren. Is het ook niet zo dat mensen pas in beweging komen als ze daar twee motieven voor hebben? Dat geldt ook voor de grote politiek. Als een land massavernietigingswapens heeft en ook nog de bevolking lijdt onder een misdadig regime kan dat een reden zijn om daar iets aan te doen. Het interessantste is het om te kijken hoe er gereageerd wordt als er twee beweegredenen zijn die elkaar tegenspreken. Hoe moet je een land behandelen die zijn inwoners onderdrukt maar die wel een betrouwbare handelspartner is (voor olie of gas bijv.)?
Hei Huib, altijd risky, he, zo’n vgl maken. Bekijk en tel maar eens goed uit: we helpen de halve aarde mee onderdrukken door ellendige regimes te steunen: China, Nigeria, ... Een boer die zijn werkvolk ronduit slecht behandeld moet op niet veel klanten rekenen.
Steven, ik ben bang dat de laatste zin van jou wat te cryptisch is voor mij(Dit is eufemistisch voor:ik begrijp het niet). Inderdaad is het buitenlandbeleid van USA en EU altijd door de kortetermijn bepaald. Met de logische gevolgen op de iets minder korte termijn. Wat je zegt over werkvolk en boeren: in Nederland werkt het inderdaad zo dat je als boer redelijk goed voor je werkvolk moet zorgen. Dit omdat er weliswaar genoeg werkvolk is maar toch ook weer niet onbeperkt. In arme landen is de situatie totaal anders: feitelijk is daar wel onbeperkt werkvolk. Je kunt ze dus met een fooitje afschepen, werknemers die lid van een vakbond zijn neem je dus in ieder geval niet aan en je kunt per dag bekijken hoeveel je er nodig hebt. De rest stuur je naar huis. Dat wil echter niet zeggen dat je daardoor geen klanten zult hebben, dat staat daar geheel los van. In de landbouw is iets dergelijks gaande: op de biologische markt deed zich afgelopen jaar iets merkwaardigs voor. De prijzen waren behoorlijk goed, maar de afzet liep wat aan de trage kant. Hier is een technische term voor: lui duur. (Bij marktberichten staat dikwijls: stemming rustig/flauw/vast. Lui duur past ook in deze rij). Hoe kan het dat producten goed van prijs zijn en toch moeilijk verkoopbaar? Dit lijkt totaal onlogisch. Tot vijf jaar geleden hadden we als bioboeren een coöperatie die de afzet voor afzet verzorgde. Deze is aan haar eigen succes bijna bezweken (alweer een eufemisme). De angst was dat we daarna overgeleverd zouden zijn aan de afnemers. Dit is niet gebeurd. Er is juist een redelijk sterke band tussen boeren en afnemers. Voor afnemers geld dat er weliswaar genoeg leveranciers zijn, maar ook weer niet onbeperkt. Met name zaken als het nakomen van toezeggingen van levering zijn dan belangrijk (geen vanzelfsprekendheid in de biolandbouw waar altijd meer teeltrisico’s zijn dan gangbaar). Deze band is echter geen garantie voor succes. Vorig jaar had ik vroege kool in juli/augustus geoogst. Maar in december was die nog niet op. Bellen met ander afnemers werkte niet: “wij hebben onze eigen leveranciers”. Het noemen van de prijs was dan nog niet eens aan de orde. Bij de eigen afnemer overleggen hielp ook niet: verlaging van de prijs geeft geen hogere afzet maar wel minder inkomsten, ook voor die tussenhandel die een procentuele marge heeft. In de gangbare landbouw is lui duur een weinig voorkomend effect. De situatie is net als bij het werkvolk in arme landen. Afnemers kunnen leveranciers met een schijntje tevredenstellen, morgen kunnen ze een andere nemen en de hufterigste inkoper kan de beste deals sluiten. Eén sterk staaltje van vele anderen: een inkoper van een frietfabriek belde de directeur van een sorteerbedrijf op met de eis dat de verkoper van het sorteerbedrijf (die dus handelde met de inkoper van de frietfabriek) ontslagen moest worden als ze nog handel wilden doen. De directeur trok daaruit de correcte conclusie: dat hij juist een heel goede verkoper in dienst had en niet moest ingaan op de eis. Als er bijna ten alle tijde meer dan genoeg aanbod is hebben afnemers geen enkel belang bij een (sterke) band met leveranciers. Een kwestie van natuurlijke selectie, volgens mij. Overigens komt het ook gangbaar wel voor dat er een band is, maar dan op een ander niveau. In veel omringende landen willen consumenten alleen product uit eigen land. Pas als dat op is komt import aan de orde. Zo gebeurt het wel dat Nederlandse boeren de Duitse markt van (biologische) peen proberen open te breken. Wij willen wel voor €0,05 of €0,10 per kg goedkoper leveren en dan hebben wij nog een goede prijs. Nederlandse boeren zijn daarmee de prijsvechters - de Lidl’s en de Aldi’s - van Europa.
Huib, erg bedankt voor je uitgebreide reactie.
Begrijp ik het goed: we moeten ons geen zorgen maken - de boeren zijn zelf de prijszetters?
Dat is een meer dan interessante vraag: zijn boeren zelf de prijszetters. En met belangrijke konsekwenties voor het beleid naar mijn idee. Daar wil ik wel wat langer op in gaan maar daar is het nu wat laat voor. Eerst de vraag wie niet de prijszetters zijn: de consumenten (hoewel) en de tussenhandel (lees de supermarkten). Immers die nemen ook af als de prijzen hoog zijn, zoals vorig jaar tijdens de voedselcrisis. Dus toch, de boeren zelf die uiteindelijk de prijs bepalen? Boeren hebben het idee dat ze totaal geen invloed hebben omdat ze toch door moeten produceren. Rente en aflossing gaan immers ook door. Mijn stelling is dat als je ten alle tijd doorproduceerd per definitie geen invloed hebt op de prijs. Immers vraag en aanbod bepalen de prijs. Als het aanbod niet reageert op de prijs heb je dus geen invloed. Het gekke is dat ook consumenten eveneens zeggen dat ze geen invloed hebben op de prijs. Dat hoor je nu niet omdat de prijzen nu niet hoog zijn. Maar vorig jaar hoorde je dit wel. Over voedsel, maar - meer nog - over olie. “De politiek/oliemaatschappijen/OPEC bepaalt maar hoe duur de olie is en wij autorijders hebben daar geen invloed op”. Ja, logisch natuurlijk, als je onder alle omstandigheden wilt blijven autorijden heb je per definitie geen invloed op de prijs. Wie bepaald dan wel de prijs? Volgens mij diegenen die op een gegeven moment bepalen niet meer aan vraag c.q. aanbod mee te doen. De voedselprijzen worden bepaald door de armoedzaaiers en de hongerlijders. Dat wil zeggen: als de voedselprijzen te laag zijn stoppen noodgedwongen de armoedzaaiers - de arme boeren - hun productie. Als de voedselprijzen te hoog zijn stoppen de hongerlijders - de arme consumenten - hun consumptie. Mijn conclusie: zalig zijn zij die geen enkele invloed hebben op de prijs. Als dit allemaal wat cryptisch is wil ik dit (morgen bijv.) wel verder uitleggen. Wie weet passende termen voor de rijke boeren/consumenten?
Huib, vooral niet stilvallen nu :-) Je zegt hier erg interessante dingen en formuleert ze helder.
Wat bedoel je hiermee? “Wie weet passende termen voor de rijke boeren/consumenten?” Heb je koosnaampjes voor hen klaar?
De vgl die je maakt met ‘onder alle omstandigheden willen blijven autorijden’. We willen toch onder alle omstandigheden blijven eten? Kan je landbouw zo ‘maar’ vergelijken met andere economsiche sectoren?
Mag ik uit je uiteenzetting afleiden dat je de principes achter de fair trade (minimumprijzen, een kader dat een gegarandeerde afzet creëert voor een welbepaalde tijdsspannereguleert,...) niet zo vanzelfsprekend vindt voor onze Europese boeren?
Ik kijk uit naar je reactie.
Huib en Steven,
Misschien ook eens oog voor een totaal andere invalshoek ?
1. De kredietcrisis brak uit op het moment dat de olieprijzen tot waanzinnige hoogten schoten. De olieprijzen zakten formidabel en herstellen zich nog steeds niet.
Mijn vraag aan jullie: was de kredietcrisis eigenlijk niet een correctie om de wereld-energieprijzen omlaag te krijgen en te beteugelen ? Nog steeds (dat zag je aan de overheidskredieten aan de banken) leven we op krediet, en veranderde er helemaal niets.
2. Wat bepaalt de prijzen. Het tekort ? Een overschot ? Een machtspositie ? Albert Heijn ?
Mijn vraag aan jullie: Zou het kunnen dat het globale maximale besteedbare inkomen de prijzen corrigeert ? Je kunt nl. nooit ongestraft de energiekosten, woonlasten en voedselprijzen verhogen. Dan breekt de pleuris letterlijk en figuurlijk uit. Daarom kost dezelfde auto in Rusland, afgestemd op dat max. budget, ook veel en veel goedkoper dan in Nederland. Maw, hogere budgetten finacieren de lagere. De grote motor voor de economie is koopkracht, en die vernietig je niet.
3. Wat koop je als je spa koopt ? Koop je mineraal water, of koop de PR, advertisement, verpakking, transport en opslag, investering in de bottling plants, of.... koop je mineraalwater ?
en nu 4:-
4. Koop je aardappelen, uien, kool en varkensvlees….. of betaal je een distributieservice die het mogelijk maakt 16 milj. mensen dagelijks te bereiken, en die qua investering veel complexer en duurder is dan een pootaardappel de klei injagen.... Het herhaaldelijk oproepen de boer hogere prijzen te gunnen ten koste van de distributiekanalen zou wel eens tot ernstige prijsverhogingen en een instorten van distributiekanalen kunnen leiden. Dat gaat dus nooit gebeuren.
Je kunt varkensvlees, aardappelen, kippen etc. vergelijken met spa-water. Klinkt hard, maar distributietechnisch is dat materiaal van vrijwel generlei waarde. Check de prijzen maar. Een industriekip eet in zijn hele leven nog niet voor 50 eurocent.
Mijn vraag: kan die complexe miljardendistributie vervangen worden door alternatieve keutelmarktjes, zelfverkopende boeren, slow-food dames m.a.w. korte distributielijnen ????
Welnee.. nooit of te nimmer.
Resume:
De consumenten hebben gezamelijk een enorme macht. Ze bepalen de prijzen. Door hun besteedbaar budget en hun al dan niet aanwezige drang geld te (kunne) laten rollen. Consumentenvertrouwen noemen de economen dat, maar kunnen dat maar moeilijk manipuleren. Gelukkig maar. En de consumenten hanteren helaas hun macht niet efficient.
De macht moet niet de bron, maar naar de eindgebruiker.
Maar dat zal ook wel een utopie blijven..
Ha Guillaume, je stelt veel vragen waar jij even zinvolle antwoorden op kan formuleren als ik. Je formuleert er al enkele. (sorry, wat volgt is niet altijd even samenhangend vrees ik, maar het gebeurt tussen de spreekwoordelijke soep en patatten)
Zelf zie ik twee belangrijke vraagstukken:
- men is verslaafd aan goedkoop, maar dit tijdperk loopt ten einde, want
- het tijdperk dat men sociale onrust kon outsourcen is voorbij
Kort: de fundamenten onder onze samenleving eroderen
1) We zijn verslaafd aan goedkoop. Wie organiseert dit en waarom? Goedkoop als een verworven recht ipv betaalbaar als een verworven recht?
Waar je vroeger als consument naar de markt trok en wat kon afpingelen van de prijs was dat een slim mechanisme om producent en consument content te houden. De verkoper en koper lachten beiden in hun vuistje.
‘De consument’, daar zul je het met me over eens zijn, die bestaat niet. Wie rijk is (en jij en ik zijn dat) heeft niet te klagen over voedselprijzen. Geld is geen probleem. En wat we echt willen aan lekkers-op-maat, produceren we zelf. Ik hecht er zelf aan mijn tomatenconcentraat te fabriceren en rapen, bonen, venkel, rode bieten, bijv., wil ik zelf grootbrengen. Daar heb je niet eens veel grond voor nodig. Het is overigens een schitterend jaar voor knolgewassen! Wie verstandig leeft kan zich zelf makkelijk een lapje grondveroorloven en anders zijn er de volkstuintjes. Goed geregeld allemaal.
De consument bepaalt de prijzen? Ik weet dat niet. Volgens mij is consumentenmacht een mythe. Ik vind het een populistische stelling. Ik zou wel willen dat het anders zou zijn, dat wel. Ik voel voor Huib zijn mening hierboven en vul aan: een consument kan niet kopen wat niet wordt aangeboden. Wat schaars is wordt duur verkocht. Wit of zwart.
Dus kort: voor ons werkt het wel, zoals de voedselindustrie is geörgansieerd, maar voor miljarden mensen in de wereld niet. Dezelfde industrie die welvaart creëert vernietigt of ontmoedigt die ergens anders.
2) Outsourcing Unrest (link naar Monbiot): “The 300 year colonial adventure is over at last.” Aziaten en Arbieren gaan steeds meer bepalen wie waar wat eet. Rusland en Brazilië doen mee. Van Vlaamse en Hollandse frituren die worden uitgebaat door Chinezen tot Braziliaans kippenvlees dat hier wordt gedumpt.
Je bent het blijkbaar eens met de analyse dat het wel een erg dure structuur is die we hebben te onderhouden om in onze meest primaire behoefte - eten - te kunnen voorzien. Ik ga er niet van uit dat die dure structuur onzinnig is en ooit totaal overbodig zal worden. Dat is niet zo. In rijke landen als het onze, waar nog slechts enkele percenten van de werkende bevolking aan de kost komt door te boeren voer je discussies anders dan in pakweg China. In China staat boer zijn vandaag synoniem voor arm. Dus met veel erg weinig goede landbouwgrond en erg veel monden te voeden voert de Chinese regering vandaag een heel goed beleid: het kiest voor industrialisering/modernisering. Dat heeft zo zijn prijs.
De Chinese overheid gaat ons opleggen de modernisering van hun land in belangrijke mate mee te betalen. Net zoals het miljoenen goedkope werkkrachten in eigen land heeft geofferd.
Na veel gepalaver (waarvoor excuses) mijn slotantwoord: wie geld heeft zal altijd kunnen eten. Misschien, heel misschien, garanderen kortere, transparantere ketens meer sociaal mededogen?
PS interessant artikel op website van de WUR: ‘Het komt door het systeem, waarin de producent niet meer weet wie de consument is. Daardoor kiest de producent niet meer de kant van de eigen buren, van de gemeenschap en het milieu, maar de kant van de onbekende consument in verre exportmarkten. Dat noem ik georganiseerde onverantwoordelijkheid.’
Ik word blij van de reactie van Huib 00.12, ik heb geen economische achtergrond. Maar gevoelsmatig legt hij de vinger op de zere plek. Huub schreef: “Dat wil zeggen: als de voedselprijzen te laag zijn stopen noodgedwongen de armoedzaaiers - de arme boeren - hun productie”, hierop voortbordurend moeten we wellicht eens een discussie hebben rondom subsidies? Zorgen subsidies er immers niet voor dat armoedzaaiers in leven blijven waardoor de voedselprijzen eigenlijk te laag zijn?
Eerlijk gezegd ben ik Huib even kwijt. Wat bedoel je precies met die kreet ‘rijke boeren/consumenten’?
Het staat er nu voor zoveel uitleg vatbaar dat er prompt wijdlopige reacties komen. Huib, dit is vooral niet lullig bedoeld. Ik denk dat je op een goed spoor zit. Liever hoor ik van jou als landbouwer hoe je je gedachte zelf scherp en concreet maakt.
Ik sprak Huib - een (biologische) teler - onlangs en hoorde zulke heldere en juist niet wijdlopige woorden uit zijn mond komen dat ik die ook hier graag de ruimte geef. Graag het woord dus nog een keer aan jou vanuit jouw eigenste gedachte. Niet met alle luchtfietserij die nu dreigt te ontstaan.
Het punt is het volgende. Wat in ecomomisch taalgebruik koele, technische termen zijn heeft in het alledaagse leven soms een minder fraai uiterlijk. Wat ik beschreven heb zijn uitwerkingen van de termen prijsinelasticiteit en noodzaak om tot marktevenwicht te komen. Zelf heb ik een hele tijd beweerd dat het marktmechanisme in de landbouw niet goed werkt (vanwege de prijsinelasticiteit) maar dat het desondanks bereikt moet worden met als gevolg negatieve effecten als leegloop van het platteland, honger en mensen met bootjes die naar elders trachten te gaan. Weinig overtuigend voor economen realiseerde ik mij later. Hoezo, het marktmechanisme werkt niet? Oplossingen anders dan die uit de markt zijn altijd ongunstiger dan die onzichtbare hand van de markt. Je kunt deze tegenstelling niet serieus nemen met welles/nietes discussies als gevolg. Ik heb getracht ze te integreren en kwam tot het volgende: Uiteraard werkt het marktmechanisme uitstekend, evenwicht tussen vraag en aanbod wordt ten allen tijde bereikt! Alleen gebeurt dit zodanig dat de gevolgen al te vaak verwoestend zijn. (daarmee zeg ik nog steeds hetzelfde als eerder). Als vraag en aanbod ongeveer gelijk zijn is er niets aan de hand, dan zijn alle oplossingen vrijwel gelijkwaardig. Als de productie lager is als de vraag kan niet alle vraag ingevuld worden: vraaguitval. Tot zover het theoretisch beeld, het praktische ziet er uit zoals ik eerder schetste: rijke consumenten die mopperen op de hoge prijzen maar desondanks blijven consumeren (je kunt niet zonder voedsel nietwaar) en arme consumenten die hongerig naar bed gaan of alleen maar rijst kunnen betalen (de hongerlijers). Als de productie(capaciteit) hoger is als de vraag kan niet alle productiecapaciteit benut worden: productieuitval. Inhoudende boeren die in verwondering zich afvragen waarom de tussenhandel/consumenten niet de kostprijs willen betalen - maar die desondanks doorgaan met produceren, rente en aflossing gaan ook door - en boeren die geen zaaizaad, kunstmest, etc. kunnen betalen en hun productie zien dalen tot ze soms zelf honger lijden (voedselproducenten die honger lijden, kunt u zich dat voorstellen?? De armoedzaaiers als hongerlijers) en als gevolg het platteland verlaten op weg naar de stad of naar fort Europa. Hongerlijders en armoedzaaiers bedoelde ik als geuzennaam, ik heb compassie met hen (hoewel, van honger en armoede ken ik het ware gelaat niet in de verste verte). Dergelijke termen kunnen overtuigend werken, ze kunnen ook tricky zijn of verwarring zaaien. Vandaar dat mijn vraag was of er lezers waren die passende termen hadden voor boeren en voor consumenten die wel mopperen en in verwarring zijn maar toch doorgaan met produceren c.q. consumeren.
Ben ik een luchtfietser of niet, je doet hier heel mooie bijdrages, Huib, waarvoor dank!
Tsja, Willem: gewoon account aanmaken en inloggen! (echt we geven niemand je gegevens door)
Als we het zonder Captcha’s doen staat de hele site vol spam.
Huib, nogmaals mijn dank voor de reactie. Hulde. Ik zit toch nog met twee vragen (1) de rol van subsidies?, (2) is er niet gewoon “teveel” productiecapaciteit? Zouden we niet gewoon de economie zijn werk moeten doen en de “armoedzaaiers” gewoon failliet laten gaan? Of zit er nog een politieke drijfveer achter “voor voedsel niet afhankelijk willen zijn van andere landen”, dit speelde als ik me niet vergis na de 2e wereldoorlog. Zou je over deze twee vragen je visie en opinie over willen geven? Alvast bedankt.
@ Willem : of gewoon als tweede natuur je tekst selecteren en kopiëren naar je klembord. (dat is wat ik doe).
Zelf denk ik dat er nog een fenomeen een rol speelt. In de fysica/natuurkunde wordt dit “de tijdconstante” genoemd. Handel in AGF producten (computers en LCD schermen overigens ook) is typisch iets wat op korte tijdschalen plaatsvind. Het product heeft een beperkt houdbaarheid, dus je wilt als handelaar geen voorraad (buffer of stock) hebben. Aan de andere kant van de keten zitten de tuinders en telers, het duurt vele maanden voordat een gemiddelde AGF product is uitgegroeid. Een tomatenplant leeft 10 maanden als ik me niet vergis. Een tomatenplant is echter geen machine die je aan of uit kan zetten/
Bij een voedselproducerend bedrijf kan je eventueel de productie (tijdelijk) minderen door tijdelijk personeel naar huis te sturen en de machines uit te zetten. De vaste afschrijvingskosten zijn relatief laag t.o.v. de volledige kostprijs, kortom je kan wat meebewegen met de vraag. Doordat deze tijdschalen (1 dag voor handel, 10 maanden voor een tomatenteler) niet op elkaar aansluiten is het zeer last om werkelijk marktevenwicht te realiseren. Het resultaat? : zie de reacties van Huib. Dit probleem is denk ik niet ‘oplosbaar’ (tenzij we vertrouwen hebben met schaalvergroting of diversificatie van product(kwaliteit). ).
Dat inderdaad een heel belangrijk punt, Wouter. Toch hebben(hadden) telers wel een middel in handen.
In de tijd van de groenteveilingen kenden de telers doordraai. Zij droegen over iedere kilo geveild product een bedrag af dat in een fonds werd gestort. Op momenten van overproductie werd een deel van de producten uit de markt gehaald (doordraai). De telers ontvingen een minimum uitbetaalprijs uit het fonds. Dit was een heel goed zelfreinigend systeem.
Eigenlijk zou je best weer eens kunnen discussiëren over herinvoering van dit systeem. Dit kan je ook wel opzetten zonder veilingen.
In een razend tempo jaag ik alle onderwerpen die ik nog voor columns in gedachte heb er doorheen, maar wat kan het mij schelen. Om te beginnen met vraag 2: inderdaad is er te veel productiecapaciteit. Die bestaat echter niet uit het aantal boeren maar uit de oppervlakte grond die in gebruik is (vermenigvuldigd met de opbrengst die daar van af komt). De economie zijn werk laten doen lijdt idd tot failliesement van de armoedzaaiers (overigens blijkt ook vaak dat in een landbouwcrisis juist die boeren het loodje leggen die vooruitstrevend zijn. Zie bijv. de beschrijving in “De Graanrepubliek” van de Groninger boer die gemikt had op grootschalige, intensieve gemechaniseerde teelt en bijna ten onder ging). Hetpunt is juist dat het effect van het verdwijnen van boeren geen oplossing geeft: het land gaat naar de buurman. Oorzaak van landbouwmalaise is nimmer dat er te veel boeren zijn. Ook in andere sectoren is men blijer met het vrije-marktsysteem als het goed gaat dan wanneer het slecht gaat. Maar landbouw staat bepaald hulpeloos tegenover overproductie. Extensiveren, minder input van kunstmest, etc., is maar zeer beperkt mogelijk. Ook in periodes met lage prijzen is de meest rendabele strategie om gewassen goed te verzorgen. Oorzaak van landbouwmalaise is ook nimmer dat er te weinig subsidies worden gegeven. Dat landbouw principieel onmogelijk zou zijn zonder subsidies is een bekediging die ik niet wens te accepteren. Ik, voedselproducent(!) werkzaam in een minderwaardige sector?? Het punt is dat er inderdaad te veel productiecapaciteit is. In bijv. de Oekraïne ligt volop land braak en tegelijk wordt er aan de andere kant van de wereld oerwoud platgebrand voor landbouw (daar zouden boeren tegen moeten protesteren!) Er worden vele miljarden aan landbouwsubsidies uitgegeven en nog is er geen garantie dat boeren wat verdienen. De boerenlobby is zeer sterk, maar zeer ineffectief. Subsidies worden veelal besteed om overschotproductie over de wereld te verslepen (exportsubsidies) of in stand te houden. En als er teveel voedsel geproduceerd (kan) worden is subsidie voor voedselproductie absurd (in het belang van boeren) Boeren eisen dat ze ondersteuning krijgen tegen onethisch lage prijzen. De (inkomens)subsidies zien zij als reddingsvest. Maar als er op een schip dat tegen een ijsberg aanvaart maar voor 1 op de 3 opvarenden een reddingsvest is en “sommigen meer kans maken op een reddingsvest dan anderen” dan wordt dat onethisch gevonden. Liberalisering erkent die oneerlijkheid, maar zegt feitelijk: we verwijderen alle reddingsvesten zodat iedereen gelijke kansen heeft. (weer een tricky vergelijking?). Mijn ideeën voor landbouwbeleid gaan een andere kant op. Subsidies inzetten zodat niet minder maar meer reddingsvesten aanwezig zijn. Te grote productiecapaciteit en liberalisering leidt tot langdurige periodes waarin boeren elkaar afmaken. Daarom moeten subsidies ingezet worden om productiecapaciteit te benutten voor zaken waarvan wel afzetmogelijkheden zijn: energie, natuur, industriële grondstoffen,etc. Achter het landbouwbeleid zitten politieke motieven. De voedselcrisis heeft bij overheden angst veroorzaakt. Al die voedselrellen dat geeft wel een enorme troep. Zij vragen de landbouw vooral om maar zo veel mogelijk voedsel te produceren. Twee keer zoveel vraag in dertig jaar,en de prijzen dan ook op een mooi niveau, welke boer(enorganisatie) vindt dat nou geen aanlokkelijk beeld. Laat ik wel duidelijk maken dat de ontnuchtering in de landbouw behoorlijk groot is dit jaar, na het rooskleurige beeld vorig jaar tijdens de voedselcrisis. Acties van zuivelboeren zijn daarvan slechts een van de zichtbare verschijnselen.
“Het punt is dat er inderdaad te veel productiecapaciteit is. In bijv. de Oekraïne ligt volop land braak en tegelijk wordt er aan de andere kant van de wereld oerwoud platgebrand voor landbouw (daar zouden boeren tegen moeten protesteren!)”
Huib, wie licht er hen over in? De boerenbelangengroepen maken zich in
Vlaanderen) net zorgen over (dreigend) teruglopende oppervlakte landbouwgrond. En jagen er hun leden mee op de kast.
Geldt hier dan volgens jou ook weer “De boerenlobby is zeer sterk, maar zeer ineffectief” ? Want net dit punt verzuurt de relaties met tal van actoren in de samenleving. Die actoren die de boeren beter aan hun zeide zouden weten.
Mag ik voorstellen deze discussie te verleggen naar een debat over de vraag: waarom draaien we door als 1 miljard mensen hongeren en er nog een stel niet veel te eten hebben?
Zit er een fout in de manier waarop we voeding produceren, verwerken en verkopen? Is er misschien een ander ‘managementsysteem’ nodig?
