Rudy Rabbinge: “samen optrekken tegen retail”
Over debat II in de Rode Hoed-serie werd hier gisteren al nagesproken. Hoogste tijd voor een verslag en een echt debat. Dat ontbrak te veel, lieten mensen voor- en achterlangs weten. Ik heb besloten de 2 sprekers ieder een aparte posting te gunnen. De eerste valt te beurt aan de eerste spreker, Professor Rudy Rabbinge. Zaterdag volgt LEI-man en Eetbaar Rotterdammer Jan-Willem van der Schans.
Een flink deel van het publiek leek te verwachten dat het uit zou lopen op een clash tussen de visies van Rabbinge als verdediger van zeer intensieve industriële landbouw en Van der Schans als verdediger van landbouwconcepten op menselijke maat. Het pakte anders uit. Ik had het gevoel dat de zaal deels in verwarring, deels met ongeloof een borrel of de bus pakte. Het werd een soort “bien étonnés de se trouver ensemble” van beide heren. Of dat zo is, gaan we zien in het debat dat hier hopelijk wel vorm krijgt.
Bij ons: voedsel genoeg in de vorm van veel graan
Rabbinge was lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, senator voor de PvdA, is universiteitshoogleraar aan de WUR en speelt zowel in Nederland als internationaal een belangrijke rol op het gebied van landbouwbeleid. In zijn volkscollege onderbouwt hij met veel historische statistiek de enorme productiviteitssprong die de landbouw dankzij het gebruik van technologie en innovatie van gewas heeft kunnen maken. Thomas Malthus was eind 18e eeuw nog bang dat de snelle, exponentiële bevolkingsgroei in relatie tot de veel tragere, lineaire groei van het beschikbare voedsel voor honger zou zorgen. In 1966 rekende de Nederlander C.T. de Wit uit dat de wereld wel 146 miljard mensen zou kunnen voeden. Ruim 21 maal zoveel als vandaag en zo’n 140 maal zoveel als ten tijde van Malthus.
De zgn. Groene Revoluties zorgden er sinds de Industriële Revolutie voor dat de voedselproductie wel degelijk exponentieel kon stijgen. In de 15e eeuw produceerden we 800 kg graan per hectare. In 2000 was dat rendement gestegen tot maar liefst 9000 kg.
Die enorme stijging ging gepaard met een nog veel opzienbarender daling van het aantal daarvoor benodigde arbeidsuren. In de vijftiende eeuw waren 600 manuren nodig om die 800 kg te maken, in 2000 nog maar 12 voor 9000 kg. Die wonderbaarlijke prestatie leverden we door slimmere gewassen met een hogere voor ons eetbare biomassa te ontwikkelen. 70% van onze voedselproductie bestaat uit granen (tarwe, rijst en maïs) en aardappelen. Bij de gratie van het feit dat we die gewassen zo efficiënt kunnen telen, kunnen we nu met 7 miljard en straks nog veel meer mensen op aarde zijn. Zouden we geen graan, rijst en aardappelen of er veel minder van eten zoals aanbevolen in Frits Muskiet's volkscollege in de Rode Hoed, dan zouden we hier met niet meer dan 2 miljard kunnen zijn. De naar aanleiding van Muskiet's bijdrage gestelde vraag blijft dus pijnlijk staan: accepteren we de gezondheidsconsequenties van onze talrijke aanwezigheid en leren we ermee leven of besluiten we dat het tijd is om eens goed na te denken over de natuurlijke grenzen van ons technisch vernuft?
Ook in 2e en 3e wereld zgn. Groene Revoluties, Afrika blijft achter
Terwijl de wereldbevolking de afgelopen 40 jaar verdubbelde, groeide de voedselproductie nog sneller. Voor de totale wereldbevolking is er technisch gezien zelfs sprake van een voedseloverschot van bijna 10%. Helaas heeft niet iedereen in gelijke mate toegang tot voedsel zodat de verdeling ervan scheef loopt. 1 miljard mensen in de welvarende delen van de wereld is obees, terwijl in de derde Wereld 1 miljard honger lijdt. De rijke landen maken het meeste eten en eten er ook het meeste van op, aldus Rabbinge.
In Azië en Zuid-Amerika vinden op dit moment Groene Revoluties plaats. Weliswaar bestaat in die regio’s nog altijd voedselschaarste, maar intensivering van de landbouw analoog aan onze landbouwrevoluties zal die op termijn gaan oplossen.
Alleen Afrika is een zorgenkind. Voedselproductie komt er niet op gang als gevolg van gebrek aan politieke stabiliteit. Zelfverrijking en machtspolitiek staan de totstandkoming van een voedselpolitiek als basis voor economische ontwikkeling en het ontstaan van koopkracht onder de bevolking in de weg. Honger is immers het gevolg van ontbrekende koopkracht. Ondanks ongunstige bodemgesteldheden, schat Rabbinge dat Afrika binnen 20 jaar zelfvoorzienend in voedsel kan zijn, als de Afrikaanse landen zichzelf weten te organiseren. De moderne agronomie heeft of zal de weg vinden om dat voor elkaar te krijgen.
Vertrouwen in techniek
Uit Rabbinge’s mond kwamen de woorden van een man die het allemaal heeft meegemaakt, mede bepaald en daar nog steeds aan werkt. De wereld valt te voeden. Er zijn geen technische, maar alleen politieke obstakels.
Uit de zaal kwamen vragen. Of er wel voldoende water zou zijn? Jazeker, naast alleen al hergebruik zijn er besparingen van duizenden procenten in teelt te behalen. Daarnaast zijn bijv. ontzilting van zeewater en irrigatie denkbaar. Of er voldoende fosfaten zouden zijn voor kunstmest? Jazeker, via hergebruik en teelt van wieren. Of er wel voldoende olie, cq. niet te veel uitstoot zou zijn? Nee, duurzame energie (zon, wind, water) kan dat oplossen. De ‘ja-maar’ vragen van biologici en alternatievere denkers losten op in de logica van de antwoorden.
Tot slot introduceerde Rabbinge het begrip ‘metropolitane landbouw’, als naam voor zeer intensieve landbouw rond de wereldsteden waar de toekomstige wereldbevolking naar verwachting zal wonen. Dieren leven er in desnoods gestapelde ‘bungalows’, zoals hij de ook mij dierbare varkensflat noemde. Diervriendelijk, al morde een deel van de zaal bij die gedachte. Al kwam de gedachte niet helemaal uit de verf, het begrip was bedoeld om een regionale primaire voedselvoorziening en –verwerking met minder voedselkilometers en meer zelfvoorzienendheid te creëren.
Wat Rabbinge betreft wordt duurzaamheid technisch gegarandeerd, door slim gebruik van technologie, besparing op verspilling en hergebruik van hulpstoffen en vergaande reductie van uitstoot. Landbouwgrond is er meer dan voldoende in de wereld. Nieuwe is niet nodig omdat de productiviteit van het bestaande areaal nog enorm kan worden verhoogd. Intensieve landbouw en duurzaamheid gaan dus samen.
Lastiger vragen
Er kwamen wat lastiger vragen. Zouden dieren het wel fijn hebben in flats? Is intensieve landbouw wel duurzaam en leidt het niet tot een gebruik aan essentiële micronutriënten? Op de eerste kwam als antwoord dat mensen wel dieren eten, maar dat niet willen weten terwijl hun moderne behuizingen wel degelijk diervriendelijk kunnen zijn. Ook al lijken onze huizen niet meer op onze oerhabitat, daarom zijn ze nog niet mensonvriendelijk. Mogelijk geldt zelfs het omgekeerde. Micronutriënten kun je toevoegen aan de mest. Het klonk als een Rudolf Steiner die ontdekt heeft dat je ook met high tech biologisch-dynamisch kunt telen als je maar geen tegenstelling ziet tussen natuur en technologie. Ook die lastiger vragen gleden weg.
Samen tegen retail optrekken
Op een vraag van Felix Rottenberg over de macht van supermarkten kwam een antwoord dat me verraste uit de mond van een zo publiek figuur als Rabbinge: “Het is van belang dat consumenten en boeren samen optrekken tegen de veel te grote macht van de retail.” Zoals hij het zei, moeten een dikke 6 miljoen boeren in Europa hun spullen via 30 grote supers verkopen aan 500 miljoen consumenten. Die fuik leidt tot een onaanvaardbare machtspositie van supermarkten die correctie nodig heeft vanuit een dringend te formeren ‘tegenkracht’, zoals Rabbinge het noemde.
Het was alsof ik mijn eigen analyse terughoorde, hoewel nog zonder mogelijke oplossing.
Reacties (116)
Rabbinge heeft een onwrikbaar geloof in technologische oplossingen en ik denk dat hij gelijk heeft met de enorme potentiële groei die mogelijk is in de landbouwproductie. Maar tegelijkertijd redeneert hij de grote problemen wel heel gemakkelijk weg. Als we voldoende nutriënten ter beschikking willen krijgen voor de Afrikaanse landbouw (met name stikstof en fosfaat) dan moet dat door middel van kunstmest. Productie van stikstofkunstmest kost veel fossiele energie. Fosfaatkunstmest is een eindige bron. Als Rabbinge dan zegt dat we fossiele energie vervangen door zonne-energie en fosfaat wel even terugwinnen aan de monding van de grote rivieren, dan vind ik dat bijna een naïef geloof in technologie. Theoretisch kan het allemaal, maar ik denk dat het zo ongelooflijk veel geld kost, dat ontwikkelingslanden dit nooit kunnen betalen. Waarschijnlijk zal een hogere prijs wel een eind maken aan de verkwisting in de westerse landbouw (Rabbinge noemde zelf de VS), maar als we niet snel maatregelen nemen, ligt al ons kostbare fosfaat op de bodem van de zee en kunnen we het niet meer terugwinnen. De groei van de productie is dan een stuk moeilijker geworden. In Nederland zitten we met ons fosfaatoverschot op rozen, maar de grote problemen treden op in de armere delen van de wereld.
Rudy Rabbinge is een belangrijk en invloedrijk wetenschapper met een zeer optimistische visie op technologische verbetermogelijkheden. Tegelijk is het contrast met de dagelijkse werkelijkheid nog erg groot. Sterke reductie van bestrijdingsmiddelen en kunstmest zou geweldig zijn. Maar via welke lijnen en belangen moeten die verbeteringen gaan lopen? Wie financiert die vormen van wetenschap om zijn eigen producten overbodig te laten worden? Universiteiten zijn steeds afhankelijker van derde geld stromen. In dat verband was het wel verheugend dat Rabbinge nu ook de micro-kredieten naar voren bracht en kritiek had op de positie van de retail. Dat was nieuws. Maar Rabbinge komt met zijn visie wel steeds geïsoleerder te staan. Het meest recente VN rapport van de rapporteur over voedselzekerheid Olivier de Schutter die op 10 november zal spreken neemt de focus op productieverhoging ‘outdated and misplaced’ en gaat net als het IAASTD rapport (waar meer dan 150 onderzoekers aan hebben gewerkt en dat is ondertekent door meer dan 70 landen ) uit van meer lokaal gerichte landbouw dat vanuit participatief onderzoek en met zo min mogelijk inputs wordt geproduceerd. Niet iedereen wil het horen maar er zijn vele voorbeelden van biologische landbouw in Afrika waarbij de productie enorm is toegenomen. Denken en werken vanuit een systeembenadering werpt zijn vruchten af. Zonder ruime vruchtwisseling, en erkenning van de ecologische grenzen van een bepaald gebied kun je misschien een paar jaar pieken, maar op de lange termijn is het een ecologische catastrofe.
Ligt het probleem bij ‘de’ retail of de hard-discounters? Het is wel erg makkelijk om zich in deze tegen ‘de retail’ te profileren zonder enig feitelijk cijfermateriaal. Mensen als Rabbinge weten dat in de volledige keten dingen foutlopen.
2 jaar geleden beweerde Rabbinge nog dat er 40 miljard mensen kunnen gevoed worden. Beweert hij dat nog?
Wat betreft ‘wereldbevolking’: “People who claim that population growth is the big environmental issue are shifting the blame from the rich to the poor”, zegt George Monbiot.
Honger wordt vooral geörganiseerd. Het is een verdelingsvraagstuk. Er dienen politieke keuzes gemaakt te worden. Zoals ook: Israel mag kernwapens hebben, Iran niet. Vinden wij. Het overgrote deel van de wereld lacht ons (al dan niet in het gezicht) uit om onze grootheidswaanzin en vermeende onaantastbaarheid. Rabbinge is een typische exponent van de wereld in de 20ste eeuw.
Steven, voor de boer maken full service supers of harddiscounters geen wezenlijk verschil. Dat onderwerp hebben we hier al heel vaak behandeld. Ik draai het zelfs om: discounters maken geen lucht die ze uit de boereneconomie laten lopen om lokkers (’Nu 3 pakken Pampers voor de prijs van 2’) en een nodeloos grote (schijn)keuze aan producten te financieren.
De boer schiet er geen fluit mee op, maar discounters maken tenminste geen luchtbellen.
Bert en Joost, hoe irreëel is een high tech vorm van nutriëntencycli nu werkelijk?
Dick, ik ben geen bodemkundige. Ik weet wel dat er in een hand vruchtbare aarde net zoveel organismes leven als er mensen op aarde wonen. Dat zou van ieder van ons een wat onderzoekender en nederiger positie vragen. Net als dat we veel van DNA lijken te weten, kunnen we weinig met geisoleerde kennis omdat de samenhang van alle processen, de essentie van het leven en ook hoe het leven zich manifesteert in verschilende omstandigheden, zich niet in formules laat uitdrukken. Bodemvruchtbaarheid en kwaliteit is doorslaggevend, ook voor de gezondheid van ons voedsel. Wij injecteren mest in de bodem en zien daarna de dode pieren in de greppels liggen. Er zal een andere kijk moeten komen op bodemkwaliteit waarbij groenbemesting en compostering (waaraan in Nederland weinig gebeurt) belangrijker wordt, maar vooral participatief onderzoek. Minder vanuit het laboratorium, meer vanuit de boer binnen zijn/haar ecologsiche systeem en mogelijkheden. Decentraler.
Dick, ik ken de hier gemaakte analyses tav retail. Ik wil cijfers. Ik krijg vanop de vloer heel andere analyses.
Geen harddiscount-luchtbellen? naaah
’Nu 3 pakken Pampers voor de prijs van 2’ - Proctor & Gamble spelen dus toch ook mee?
mooi beeld Bert, dat in een hand vruchtbare aarde net zoveel organismes leven als er mensen op aarde wonen. De ecosysteemdienstbenadering waar steeds meer organisaties (Vrom) mee werken bepaalt dat de financiele waarde van zo’n handjevol aarde erg hoog is, zo hoog dat het je inderdaad tot nederigheid stemt. En zo hoog, dat je dat met betaalbare technologie uiteindelijk niet kan vervangen.
Off topic, maar belangrijk om bij stil te staan bij de grote gebaren in de debatten, dat wonder van een handjevol vruchtbare aarde.
Joost, stikstof is geen probleem er zit zoveel in de lucht. Slimme rotatieteelt met vlinderbloemige lost dat probleem wel op. Maar fosfaat is een heel ander verhaal. Afgelopen april heb ik een opdracht gedaan in Brazilie voor een Nederlands mengvoerbedrijf. De rundveesector en mengvoermarkt van Goias in kaart brengen. Tot mijn verbazing draait de mengvoerbusiness voor rundvee meer en meer om fosfaat. De prijs is de laatste jaren enorm gestegen en de grootste leverancier van rundveemengsels heeft niet toevallig ook een eigen fosfaatmijn.
In Europa maken we ons nog niet zoveel zorgen om fosfaat tekorten maar ook hier zijn de fosfaatkosten in ons eten flink gestegen.
o.d.z. dilution is not always the solution for pollution
Er werd geschamperd over voorbeelden van stadslandbouw waar Jan-Willem van der Schans mee kwam. Het zou nooit voor de productierendementen per ha. kunnen zorgen die technologische landbouw voortbrengt.
Daarom een stukje tekst uit een interview van Maarten Fischer met Will Allen, een van Van der Schans’ voorbeelden:
Wat is de rol van bodemleven in jullie concept?
Zonder een goede bodem is goed voedsel verbouwen niet mogelijk. Helaas is de meeste grond, zeker in steden, erg vervuild en verarmd. Zodra we een goede basis hebben in een gemeenschap gaan we die contacten gebruiken om zoveel mogelijk afval in te zamelen: etensresten, karton, papier, houtsnippers, bladeren, etc. Al die resten composteren we in de juiste mix van koolstof en nitraat. Vervolgens brengen wij zelfgekweekte wormen in de compost die de compost verder afbreken. Wormen zijn onze hardste werkers en wij zorgen goed voor ze; in ruil daarvoor leveren zij meststoffen, zuiveren zij allerlei onzuiverheden uit de grond en kunnen zij de bacteriedichtheid in de bodem 14-voudig verhogen. We zorgen daarmee niet alleen voor goede en betaalbare compost, maar verwerken ook enorme hoeveelheden afval lokaal en duurzaam. In 2008 verwerkten wij 25 miljoen pond afval tot supercompost; vanuit alle hoeken van het land is er vraag naar onze compost.
Is duurzaamheid voor jullie belangrijk?
Duurzaamheid is echt erg breed begrip en iedereen gebruikt het. Wij zijn er vrij pragmatisch in. Voor onze tuinderij proberen we zoveel mogelijk uit te gaan van de natuurlijk orde en een oneindige horizon. Wij verbeteren dus slechte milieuomstandigheden, zoals bij vervuilde grond, en we dragen verantwoordelijkheid voor goede omstandigheden.
Er is nog veel te onderzoeken, maar er is al zoveel bekend over praktische manieren van gezondheid. Zo kweken wij met zeer goedkope en simpele middelen tillapia en verwarmen wij onze boogkassen door werkende compost onder en in de kas op te slaan. En onze focus om altijd te werken aan verbetering van het bodemleven (meer enzymen,nitraten, koolstofverbinding, bacteriën) versterkt natuurlijke weerstand in de bodem en de planten . Uiteraard maken we geen gebruik van pesticiden en allerlei vormen van kunstmest; dat geeft sowieso ook allemaal gedoe in een stedelijke context.
Ik moet er trouwens wel bij zeggen dat wij voor dit soort kennis, over natuurlijke kringlopen en dergelijke, weinig denkkracht krijgen vanuit universiteiten; die zijn meer bezig met systemen waarin controle van de natuur de norm is voor productievergroting.
Typeren jullie jezelf als intensieve of extensieve tuinders?
Zeer intensief. Door onze zeer rijke bodem, halen wij voor groentes opbrengsten van 5 $ per vierkante voet. Omgerekend is dat $ 200.000 per acre (0,40 hectare), dat is veel in vergelijking met een gemiddelde opbrengst van $ 500 per acre voor gangbare landbouw. Als je dat vervolgens bekijkt voor cressen die wij verbouwen, dan kun je omgerekende opbrengsten van meer dan een miljoen per acre behalen met onze manier van landbouw. Dat moet ook wel op dure grond zoals in de stad en voor een sterk groeiende wereldbevolking.
Let vooral op het antwoord op de laatste vraag.
Kunnen de anti-Rabbianen hier mij op agronomisch niveau eens uitleggen waar het essentiële verschil zit tussen Allen en Rabbinge?
Wat mij na twee, overigens zeer interessante avonden, begint op te vallen en te verwonderen - de rest van het programma ook bekijkend - is het ontbreken van de consument in het verhaal. Nu weet ik wel hoe moeilijk gedrag te veranderen is, maar steeds proberen alles aan de productiekant op te lossen (mogen de led lampjes wel de hele dag branden?) is niet houdbaar. Misschien leuk voor techneuten om uit te zoeken wat er nog te medicaliseren is (obesitas) of op nutrientengebied (nog hogere opbrengsten) is uit te vogelen. Ik denk dat de mens als onderdeel van het probleem onderbelicht is. Ik zie dat in de duurzaamheid discussie ook steeds. En dus ook hier.
Jan Peter, hier gaan we zelfs wel eens zover om het taboe ‘bevolkingspolitiek’ open te breken. Maar vertel: wat zijn jouw gedachten om consumenten hun bijdrage te laten leveren?
smulvragen Dick. gerelateerd aan de jouwe over Allen vs. Rabbinge: moet stadslandbouw in de stad? Kan het ook in het westland, of Oost Groningen? Of afrika?
China gaat Afrika helpen. Maak je maar niet druk. Een Tanziaanse vriendin is pas terug uit haar geboorteland: “eindelijk gaat het weer de goede kant uit bij ons”. Dank u, China.
Bevokingsvraagstuk: cijfers VN van een aantal jaren geleden “voor iedere Europeaan mogen er 40 Afrikanen geboren worden” als het gaat om de draagkracht van onze planeet. In Azië leven 4 op de 6 mensen in de wereld. Die zijn geouwehoer van Europeanen die leven in een visbokaal-met-vergulde-rand beu als koude pap.
Zonet een mail teruggekregen van een bron bij Delhaize over wat Dick zegt over harddiscounters en boeren: gevloek. Ik heb geen aandelen bij Delhaize, maar welke kant kan een verduurzamende super nog uit?
In de visie van Prof. Rabbinge met landbouw in flats komt er een einde aan het begrip boer(zoals we het kennen) en is het een stap richting landbouwbeheersing door multinationals. Het is zeker mogelijk en vanuit de beleving van het dier zal het ook niet slechter zijn dan traditioneel.
Door high tech (multinationals zijn kapitaalkrachtiger) wordt het waarschijnlijk alleen maar beter aangepast aan het gedragspatroon van het dier.
Joost, de productie van mest door dieren (mensen ook??) en het verwerken ervan zal het rendement van de voedingsstoffen uit mest doen stijgen waardoor kunstmest niet meer als basismeststof gebruikt wordt doch als bijsturingsmiddel.
Er dient ook nog wat fosfaat naar zee te ontsnappen want vissen willen we ook nog eten!!!
Bert, je hebt een goed punt zoals je de bodemvruchtbaarheid benoemd.
Vooral het gehalte organische stof in de bodem is de basis voor een goed gewas.
In de USA hebben we kunnen zien hoe de prairies half verwoest werden. Daarintegen is het Nederlandse verplichte vanggewas na maïs totaal onzinnig.
Het gewas komt nauwelijks tot ontwikkeling en wordt in het voorjaar vaak doodgespoten voor de volgende teelt. Per saldo negatief voor CO2, uitspoeling en millieu (Round-up bestrijdingsmiddel).
Chemische bestrijdingsmiddelen zou ik ruim voldoende achter de hand houden om massale plagen (sprinkhanen e.d) te kunnen bestrijden. Die gaan nu meestal ook dood omdat ze niets meer te eten hebben.
Over de micro kredieten ben ik er nog niet helemaal uit. Er moet een basis zijn om te kunnen starten, maar om die mensen nu ook direct in of aan een leven van lenen te wennen?? We hebben nu in de westerse wereld kunnen zien hoe dat fout kan lopen.
Beter is het om cooperaties op te richten die een kostendekkende prijs betalen van waaruit men, op menselijke maat, verder kan bouwen. Ik ken de mening van Rabbinge over micro kredieten en het VN rapport niet, maar als het mijn mening hierboven onderschrijft chapeau.
Josien, ja, het landbouwprincipe kan overal. Allen haalt rendementen waar ook Rabbinge van zal smullen.
Maarre .. stadslandbouw hoort in en om de stad daarom heet het zo. In het stuk over Van der Schans kom ik daarop terug. Landbouw is voor hem meer dan voedsel alleen. Dat is een aspect dat de technoloog en de gezondheidskundoloog vergeten. Iets anders dus dan mensen-brandstof alleen is bepalend voor de betekenis die Van der Schans hecht aan stadslandbouw. Het gaat hem om de sociale band tussen mensen onderling, de aantrekkelijkheid van stedelijke gebieden, de band van mensen met hun eten (die herstellen zou wel eens een zichzelf regulerende anti-obese oplossing kunnen zijn) en de agronomische voordelen tegelijk.
Paul, Cees Veerman, onze oud-LNV minister, gebruikt de woorden ‘farming’ en ‘agriculture’ om het onderscheid te maken tussen de nieuwe en de oude boer zoals we die in Europa nog kennen. Kleine boeren worden dus ‘agriculturelen’, een nog wat onwennig woord in het Nederlands. Zeker voor mensen die graag met de koeien op het land lopen.
Mijn Franse buurman is een kleine boer. Ik moet altijd een beetje lachen als hij chique wil doen en zegt dat hij een ‘agriculteur’ is. Het is tenslotte een doodgewone ‘paysan’ die z’n ding doet zoals hij het al heel lang gewend is.
Wat mij opvalt in de debatten is de tegenstelling tussen systeem- en technologie gelovers. Rabbinge wegzetten als een technoloog is mij te makkelijk. Hij geeft juist aan dat de werkelijke belemmeringen in het grotere sociaal-culturele-politieke systeem en markt instituties zit. Een groot vertrouwen in het ecosysteem is weliswaar erg duurzaam, maar kun je daar zonder slimme techniek ook voldoende en goed eten uit halen voor allen? Zowel van der Schans als Rabbinge stapten (soms onverwacht) over de barrière tussen de twee werelden heen. Metropolitane landbouw en Urbane landbouw lopen voor je het weet door elkaar heen. En dan gaat er volgens mij echt wat gebeuren. Systeemdenken zonder techniek aversie, en techniekdenken zonder oogkleppen voor het grotere geheel.
Ik begrijp niet precies wat je met het openbreken van de ‘bevolkingspolitiek’bedoelt.
Maar wat consumenten moeten doen, weet ik weer wel ;-)
Kwaliteit ipv kwantiteit
Kennis van voedsel
Liefde voor voedsel
Psychologische leegte niet met eten en materie dempen, maar duurzame alternatieven zoeken
Van zelfbediening naar bediening
Van processed food naar zelf bereiden
Waardering voor het vakmanschap van de maker (voorzover dat vakmanschap weer wordt opgefrist)
Eten kopen, eten koken, samen eten als sociale verbinding
Een nieuwe Wet van Engel
Zoiets denk ik Dick
Dick, zullen we de agriculturelen dan maar direct museumboer gaan noemen.
http://www.agd.nl/1085203/Nieuws/Artikel/Melk-met-seks.htm.
Steven, wil je jouw contact eens vragen of jouw boeren blijer zijn met Delhaize dan met Colruyt of Lidl? Of dat ze met beiden even weinig blij zijn.
En maak een uitzondering voor uitzonderingssituaties waarin een Lidl of Aldi ineens een grote buitenlandse partij tomaten of champignons voor bijna niets wegzetten. Want let wel: Aldi’s en Lidl’s dumpen soms in onze interne markt, terwijl onze politiek en grote handel dat liever in Afrika doen. Hou daarmee ook even rekening ajb.
Alweer het idee op foodlog dat “systeemdenken” en “techniek” elkaars tegenpolen zijn. Absurd. Waar dat toch vandaan komt? Ik stel Fresco, Rabbinge en Veerman hiervoor verantwoordelijk, maar niet noodzakelijkerwijs in die volgorde.
Jan Peter: minder mensen. Dat is een variabele waar het zelden over gaat.
Dick, ik ken persoonlijk een fruitboer die wachtte tot Aldi belde vanuit Duitsland. Dan hing hij de oplegger aan en stoof richting Duitsland. De vrachtwagens met zijn appels van gisteren kruisten hem onderweg. Ex-boer nu.
Boeren zijn blijer met supers die inzien dat het anders moet.
We verkopen in de Wereldwinkel koffie uit Bolivië. De familie Albrecht liet die koffie vroeger opkopen door weinig fraai gezelschap.
Ik wil ook nog een leven na(ast) Foodlog, maar kennelijk hoort geörganiseerd banditisme nog steeds niet benoemd.
Concreet antwoord op je vraag: Colruyt is een betere betaler, wanneer je om de veiling heen wilt (lees: durft) werken.
Prijsvergelijking: supermarkt ? hoeveverkoop ? veiling
Ik weet dat men bij Colruyt dit heeft gelezen. Ik heb nog geen cadeaucheck ontvangen.
Dick, zet je hersencellen nog es aan het werk. En bedenk een formule waar de discussie ten gronde kan gevoerd worden.
Rabbinge predikt als een fosiel. Hij is slimmer. Ik heb achting voor wat hij weet en dus moet denken, maar verafschuw eigendunk.
Fien, ben blij met je reactie over ‘systeemdenken en techniek’ Die sluiten elkaar namelijk bepaald niet uit. Het gaat er alleen wel om in hoeverre je technische oplossingen uiteindelijk wilt plaatsen in hun effect op het totale systeem. Integrale duurzaamheidsindicatoren zijn dringend gewenst, maar de overheid wil er nog niet aan. Nu vindt er vaak afwenteling plaats van problemen in tijd, plaats en op onderwerp. Dat schiet echt niet op. De biologische sector probeert vanuit systeemdenken te werken en tegelijk gebruiken biologische boeren volop GPS navigatie en andere technieken. Techniek is prachtig, mits doordacht benut. En vooral ontwikkelt in participatie met de praktijk, aangepast op de lokale omstandigheden. Universele oplossingen bestaan niet voor voedselproductie. Daarvoor is de natuur veel te complex en weerbarstig.
Nieuwgierige, onbevooroordeelde en integraal denkende onderzoekers kunnen ons helpen. Daarom is een professor als Muskiet in de eerste debatavond ook een verademing. Integeraal denken. En wat waren nu echt de grootste denkers en wetenschappers uit onze geschiedenis: Da Vinci, Einstein, integraler kan haast niet....
O dat. Wat zei Rabbinge ook al weer: emancipatie en welvaart. Hetgeen tot vergrijzing leidt en tot stagnatie in de bevolkingsgroei. Hebben we straks weer de pastoor nodig om ons te vertellen dat we meer kindertjes moeten maken. Nu niet voor de Roomse kerk, maar voor ons voortbestaan.
Minder mensen? Nieuwe ziekten, oorlogen en honger?
Inderdaad, als vrouwen mannen worden, neemt de bevolking vanzelf af. Helaas moet dat proces in de grote delen van de wereld nog beginnen. Een tijdschaal in acht nemen is daarom handig. Tegen de tijd dat overal de grafieken vlak gaan lopen, kunnen we ons de laatste pastoor allang niet meer herinneren.
Minder mensen is economisch ongunstig. Daarom is het toch goed het er eens over te hebben: wat willen we nou eigenlijk?
Ik verbeeld me overigens weinig: dat ‘we’ is met zovelen en zo divers velen dat het niet in staat is de vraag te beantwoorden. Bewonderenswaardig dus wat de Chinezen voor elkaar hebben gekregen. Vanuit een louter technisch en machtsdenken natuurlijk.
Steven, ‘de discussie ten gronde voeren’ (voor ‘gastlezers’: dit blog is niet alleen Nederlands-, maar ook Vlaamstalig), dat zal toch altijd bij stukjes en beetjes steeds een beetje verder komen. Tis net de natuur zelf.
Voor jouw info: volgende week maandag is het onderwerp distributiekanalen en distributiemacht aan de orde in de Rode Hoed lezing van retailspecialist Jan-Willem Grievink.
Dick, in ‘t schoon Vlaamsch vraag ik om tegensprekelijk debat in een foodcorner van deze log.
Ben verder benieuwd of de bouwfirma’s die bij ons de varkensstallen neerzetten en mengvoederbedrijven die de uitbaters van die stallen voor zich uitdrijven, ook tot de distributiekanalen worden verheven, die maandag. Kafferen op de distrubutie doe ik ook wel eens graag als zijproject van mijn hobby, maar het gaat me ten lange leste om wie de centen pakt. En wie de wereld voedt. Of juist wil verhinderen dat die wordt gevoed.
Waarom is er Foodlog? Omdat er o.a. teveel gezwegen wordt. Dat ook voor jou een dag maar 24 uur heeft besef ik ook wel. Waar blijven die betaalde banners van Nestlé en Knorr zodat die foodiepedia d’r kan komen?
Laten we on topic blijven (en voor jouw info: onze ‘foodiepedia’ is softwarematig inmiddels gereed, zonder Knorr!). Ik begrijp je niet: wat kun je hier niet zeggen dat je op een andere uithoek van dit electronische debatzaaltje wel kunt zeggen?
Dick, ik was even bang dat het met het openbreken van de bevolkingspolitiek de verkeerde kant zou opgaan. Gelukkig ten onrechte.
Nog steeds staat mijn vraag waarom de consument niet in het verhaal is opgenomen?
Jan Peter, dat is een vraag voor de organisatoren van de debatten: Bert van Ruitenbeek en Wouter van der Weyden. Heren?
Jan Peter, wie is ‘de consument’? Laat de consument maar mee komen debatteren.
Kunnen we hier iets mee? Een kader dat Michiel Korthals aanreikt. Laten we het niet over Korthals hebben, maar over wat hij hier samenbrengt?
De bal terugspelen Steven. Fair enough. Er zitten steeds zo’n honderd consumenten in de zaal, maar die spelen allemaal een andere rol. Dus daar hebben we niet zoveel aan. En consumenten die alleen maar consument zijn, zijn daar niet. Weinig debat dus.
En de mevrouw die dinsdagavond stelde dat duurzaam biologisch voedsel duur is en daardoor niet erg toegankelijk werd nauwelijks gehoord.
In het kader dat Korthals aanreikt zitten een aantal interessante thema’s:
Er is maar een beperkte gezonde keuze.
Het kost erg veel moeite om de juiste keus te maken.
Er wordt niet veel gedaan om de kwaliteit van voedsel transparant te maken.
De informatie cq communicatie is onvolledig en gekleurd.
Jan Peter, mijn beroep is consumenten motiveren over hun aankoopgedrag na te denken. Idd vanuit de hoek van fair :-)
Ik denk dat de consument wel degelijk beluisterd wordt. Hij/zij wordt murwgepoll’d en gepijld. Het is van groot belang professionele foodlui die weten dat het anders moet en kan met juiste informatie aan te reiken.
“De informatie cq communicatie is onvolledig en gekleurd.” Zeer belangrijk om weten. Mijn beroep is nl. ook informatie kleuren. Vraag is: hoever mag je buiten de lijntjes kleuren vooraleer je bezig bent aan oplichterij en volksverlakkerij.
Wie gekleurd en onvolledig communiceert heeft daar redenen voor. Daarom niet steeds foute. Edoch.
@ Dick, mooi verslag!
Zelf heb ik gisteren al wat reacties achtergelaten op : http://www.foodlog.nl/vandaag/bericht/rode_hoed_ii_werk_aan_ de_winkel/
Eerst ga ik maar even bovenstaande 36 reacties lezen, daarna ga ik meedoen met de discussie :-)
Jan Peter, ik denk juist dat het unieke van deze debatserie is dat we mensen uit de agro-keten EN burgers/consumenten hebben gevraagd te komen om met elkaar in debat te komen. En dat is gelukt. Uiteindelijk zijn we allemaal co-producenten met ons koopgedrag en kunnen we alleen verder komen als we de kunstmatige scheiding van ons burgerdenken en consumentendoen achter ons gaan laten. Dat is natuurlijk interessant. Maar wie laat je daarover aan het woord? We zijn nog wel van plan kleine onderzoeken te laten doen naar consumentendenken en gedrag om die te presenteren. En via onze mediapartners Foodlog en de Volkskrant proberen we de burger volop in de discussie te betrekken. 29 oktober zal dit onderwerp overigens het best aan de orde komen met professor Tim Lang en Marc Jansen namens de supermarkten
Bert, bedankt voor je reactie. Ik merk toch dat het debat voornamelijk gedomineerd wordt door de agroketen. Als er dan al ruimte voor discussie is, staan de burgers wat achteraan. Het is niet makkelijk vanuit een burger/consumenten standpunt in te haken. Maar ik laat het hier even bij. Ik wilde alleen wat aandacht vragen voor de consumentenkant (koop en consumptiegedrag) van de zaak.
Ik blijf de debatten met grote aandacht volgen en vind het een voortreffelijk initiatief.
Consumenten betrekken bij het debat zal het vraagstuk wie welke verantwoording in de keten heeft niet snel vereenvoudigen. Die consumenten die zich melden zullen misschien snel emotionele kanten van het verhaal erbij halen.
Productiewijze en dierenwelzijn zouden nog wel eens sterker gaan tellen dan de realiteit verdragen kan.
Hiermee tracht ik aan te geven in welk een keurslijf de producenten gedwongen worden.
Eten is emotie wordt wel eens gesteld, maar de ene emotie tegen de ander is een wereld van verschil. Bij basisproducenten van voedsel lopen de emoties ook wel eens hoog op, vooral als even helemaal niet wil.
Paul, het ging me niet eens zozeer om de consument in het debat te betrekken. Het ging mij meer om de rol van de burger/consument in de keten. Hun verantwoordelijkheden, hun gedrag. Ik denk trouwens dat als je het zo zou stellen/presenteren je ze heel goed mee kan laten debatteren. Met een goede gespreksleider, en die is er, zouden de emoties in behoorlijke banen kunnen worden geleid.
Wat me ook intrigeert in je reactie is het keurslijf waarin producenten schijnen te zitten. Kan je daar wat meer over zeggen?
Jan Peter, dat knellende keurslijf waarin producenten zitten is dat zij door hun afnemers (veilingen, slachterijen,retail) gedwongen worden om grote hoeveelheden product van uniforme kwaliteit of afmetingen te leveren en dat tegen onmogelijk lage prijzen.
Okay Paul, ik dacht even dat je bedoelde dat de consument de producent in een keurslijf propten. Maar deze begrijp ik. Heb je de levensmiddelenindustrie er met opzet uitgelaten?
Zit de levensmiddelenindustrie niet in een vergelijkbare positie als de basisproducenten, waardoor zij in de betreffende land en tuinbouwproducten eenzelfde gedrag gaan vertonen???
http://melkquotum.startpagina.nl/prikbord/9908959/groeten -uit-californie---deel-2#msg-9908959
Voor geinterresseerden nog een impressie van GROOT.
Ik probeer even terug te komen op Dick’s vraag over het verschil tussen intensieve productie volgens Rabbinge en volgens Allen. Ik denk dat het zit in de lengte van de kringloop en in de inzet van arbeid. Allen maakt gebruik van korte kringlopen: afval uit de stad composteren en via een uitgekiend systeem (met wormen en vissen) de nutriënten herbenutten. Er lekken nauwelijks nutriënten weg. Arbeidsintensief, maar dat is bij hem juist goed, want hij verbouwt naast groenten ook gemeenschappen ("it’s about growing communities"). Biologische landbouw gaat ook uit van korte kringlopen, idealiter op bedrijfsniveau.
Rabbinge gaat uit van wereldwijde kringlopen. Alleen zijn die moeilijker sluitend te krijgen. Wij importeren veevoer uit ontwikkelingslanden, maar brengen de nutriënten nog niet terug. Bovendien lekken de nutriënten weg uit het systeem. Die gaan naar het grondwater, oppervlaktewater en de lucht. Dat weglekken kun je voor een groot deel terugdringen. Rabbinge noemt dat gebruik van maken van ‘best ecological means’. Maar ik vraag me af of je de kringloop echt zo sluitend krijgt dat je niet meer afhankelijk bent van fossiele bronnen, zoals fosfaat.
Consumenten betrekken bij de discussie is niet makkelijk. De stem van de consument gaat eigenlijk via de supermarkt. De supermarkt maakt keuzes wat er in het schap komt. De supermarkt is sturend door acties en aanbiedingen. Het is tijd voor de hernieuwde emancipatie van de consument op het gebied van eten. De georganiseerde stem van de consument is net zo fragmentarisch georganiseerd als de boeren eenlingen zijn in de productie. Hier is werk te doen. Daarom is een discussie als deze goed.
Nog een verduidelijking op wat ik net zei. De stem van de consument is net zo fragmentarisch georganiseerd als boeren eenlingen zijn in productie en vaak alleen staan ten opzichte van grote retailers.
Het is niet makkelijk om als ‘eenling’ zover te komen dat je uit het systeem komt en iets nieuws kan beginnen. Zeker niet als een systeem is gebouwd op efficiency, kostprijsgedreven is, uniformiteit. Je moet grote klasse in huis hebben om hieruit te kruipen.
Daarom vind ik dat allen in de keten een verantwoordelijkheid hebben. Niet alleen de boer, de verwerker, maar ook de supermarkt en uiteindelijk de consument die zich bewust moet zijn dat hij moet kiezen. Met een louter liberaal beleid komen we niet zover. Daarom ligt er ook een taak voor de overheid om nieuwe richtingen te ondersteunen en te stimuleren. Daarmee kan er een beweging op gang komen, die uiteindelijk ook de consument beweegt tot een bewuste keuze voor voeding.
Annechien, hoe krijg je een overheid zover dat ze nieuwe richtingen stimuleren. Het gevoerde beleid is de afgelopen decennia gericht om fusie op fusie toe te staan waardoor deze situatie is ontstaan.
Anders gezegd: Wie regeert er, de gekozen poppetjes of het kapitaal.
Zoals het er nu aan toe gaat zul je van armoede SP moeten stemmen om een verandering te bewerkstelliggen.
Consumenten betrekken bij de discussie is niet makkelijk. Maar we zijn zelf toch allemaal óók consument?
Toch klopt het wel, want ik heb al moeite om mijzelf-als-consument te betrekken bij deze discussie. Dus met de billen bloot: ik zou een veel betere consument kunnen zijn.
Ik vind het leuker om mijn tijd te besteden aan een beeldscherm dan om naar de markt of alle kleine winkeltjes te gaan. Dus ik ga naar de dichtsbijzijnde super, doe in 1 uur boodschappen voor de hele week, vaak vind ik gangbare kwaliteit goed genoeg.
Ik ken ook de andere kant. Wij krijgen regelmatig groenten, fruit en soms vlees van de buren (we wonen op het portugese platteland). Dat is meestal heel mooi en heerlijk. Maar soms vraag je je af of de gifspuit van de buurvrouw niet wat kwistig staat afgesteld. Of ben je een uur bezig om achtergebleven veerpennen uit een vreemd ruikende kip te trekken. Of besteed je een vrij weekend aan het bakken van appeltaarten en afleggen van visites aan de (bejaarde) buren om de gunst te retourneren.
Ik vind de combinatie fantastisch, maar als ik gedwongen werd te kiezen koos ik het eerste. Ik hou wel van het grootwinkelbedrijf. Ik hou van het anonieme, het niets verplicht zijn, de vrijheid, de efficientie, de uniforme kwaliteit. Ik vind het een groot goed, dat ik zelf mag kiezen hoe ik geld verdien en maar weinig tijd kwijt ben aan verzamelen van voedsel. Ik hoef niet het verhaal achter ieder produkt te weten.
Dus ik WEET dat ik moet stemmen met mijn vork, ik vind ook dat verandering nodig is, het is geen geldkwestie en tóch kies ik voor gangbaar en groot, gemak, dichtbij etc. Kortom, willen we een volksbeweging die bewust kiest voor beter, dan zullen we het ‘de consument’/onszelf wel makkelijk moeten maken.
De Nederlandse overheid zet stappen. Ze wil voorlopers stimuleren en ondersteunen. Er komen regelingen om te investeren in duurzame stallen en dergelijke. Ook voor volgend jaar wordt daar fors op ingezet. Ik weet dat er gedacht wordt om iets nieuws in de markt te zetten op het gebied van Nederlands pluimveevlees. Hiervoor worden door boeren nieuwe duurzame stallen gezet. Samen met hun slachterij en verwerker. Een grote retailer gaat dit vlees in hun winkel leggen.
Hoe mooi zou het zijn als we er voor varkensvlees ook in slagen om iets dergelijks te doen. En dan niet alleen duurzaam, maar ook onderscheidend qua smaak. Daar droom ik nog altijd van.
En Josien, het zou toch mooi zijn als er een winkel is waar je deze spullen kunt kopen? Dat je niet het hele platteland rond moet tuffen om je boodschappen te doen. Jij en ik weten dat dit rondtuffen niet gaat werken. We willen snel en vlug en als het kan goed onze boodschappen doen. Dus daarom moet er een vernieuwingsslag komen in het aanbod in de supermarkten. Daartoe moet de druk ook bij supermarkten worden opgevoerd. En laten we vooral niet vergeten dat iedereen in de keten fatsoenlijk betaald moet worden. Het is toch van den gekke zoals CONO uit het schap wordt gedrukt! Hiermee wordt iedere vernieuwing/kwaliteitsslag door de supermarkt vermorzeld. Schande! En wij? Wij laten het gebeuren.....
Allen/Rabbinge: Misschien is niet alleen het verschil tussen lange/korte ketens, grote/kleine kringlopen interessant, maar vooral de in ‘t Allen artikel impliciet benoemde gekende/anonieme dimensie. Allen begint met “eerst goede basis in de samenleving” waarmee hij een kennelijk geweldige energie opwekt.
Misschien zijn “menselijke gekende” lange ketens binnen grote kringlopen uiteindelijk robuuster dan “menselijk anonieme” korte ketens binnen kleine ketens? Jan Peter; niet dat we de consument hiermee binnen de vergelijking brengen, maar wel een menselijke maat.
Ik ben wat later dan ik had gepland met de plaatsing van het verslag van Van der Schans’ volkscollege waarin de functie van korte ketens in bijv. Allen’s stadslandbouw aan de orde klomt. Het gaat hier rond 14.30h online.
Helemaal eens Peter. Ik wil aandacht voor de consument in de keten. Niet alleen voor zijn behoeftes ook voor zijn verantwoordelijkheden (naar zichzelf en de omgeving). Gisteren zat ik mijn hoofd al een beetje te spelen met korte en lange ketens in relatie tot mensen. En nu jij er over begint denk ik toch dat ik de focus zou willen leggen op de ‘menselijke gekende’ kleine keten. Lang en gekend lijkt me zo moeilijk (uit het oog uit het hart).
Ik kan me nog een tv spotje herinneren voor sinaasappelen of waren het koffiebonen. We maakten kennis met Juan Valdez (wie kent hem niet) een boliviaanse(?) boer. Het was alsof hij door onze straat liep. Alsof we hem al jaren kende. Zo echt. Het was wel reclame. Maar illustreert wel onze behoefte aan ‘gekend’. Consumenten zijn net mensen.
Foei Dick ;-)
Het is zaterdag.
Kom we gaan met z’n allen boodschappen doen.
Kijken of we wat geleerd hebben deze week.
Een ander groot probleem waar Rabbinge heel gemakkelijk aan voorbij ging was de klimaatverandering. Hij zei dat er sprake zal zijn van een verschuiving in productie. Koudere regio’s worden straks geschikt voor landbouwproductie. Warme regio’s worden te warm. Per saldo blijft de productiecapaciteit gelijk. Alleen wel vervelend dat de meeste mensen nu juist wonen in de regio’s die te kampen krijgen met de effecten van klimaatverandering. Op een van de plaatjes van Rabbinge was te zien dat de meeste mensen in India langs de Ganges wonen. Juist die rivier is afhankelijk van gletsjerwater uit de Himalaya en die gletsjers worden steeds kleiner.
Ik ben optimistisch dat er nieuwe technologiën beschikbaar zullen komen als de bestaande technologiën (gebaseerd op fossiele energie) te duur worden, maar ik ben pessimistisch als het gaat om de klimaatverandering. De economische prikkel om anders te gaan produceren komt pas tientallen jaren na de oorzaak en dan houden we de verandering en de effecten eenvoudigweg niet meer tegen. Een technologisch optimist zal zeggen dat we dan met behulp van zonne-energie CO2 uit de lucht gaan halen, zeewater gaan ontzilten en met buizen gaan aanvoeren, fosfaat terugwinnen uit zee, maar ik geloof dat eerlijk gezegd niet in.
Ja dat wel, maar dat is tegelijkertijd ook wel het punt.
De behoefte aan ‘dichtbij’ doet ons naar de markt gaan.
Maar is die nu werkelijk zoveel anders dan Albert Heijn?
Ja de Noordermarkt. Onsje kaas (wel van een linksdraaiende Meppelse boer), 3 euro.
Wij verstaan elkaar. Inderdaad, de onder kirrende grachtengordelaars zo geprezen Noordermarkt is geen markt maar een openlucht delicatessenzaak voor je luxe boodschappen waar de directe productmarge in relatie tot de geboden kwaliteit te hoog is. Dat geldt ook voor boer Ben te Voortwis in Baambrugge en voor de zgn. boerensuper MarQt. Dat is allemaal Gucci-eten. Voedsel moet betaalbaar zijn; verwennen heeft niets te maken met voeding.
En of de markt voldoende onderscheidend is? Dat zou op z’n minst stukken beter kunnen, maar 1 ding is zeker: kopen op de markt houdt geld weg uit het supercircuit en houdt een voorwaarde voor keuze en diversiteit in stand.
Jan Peter, da’s nou net waar ik over denk, lang, groot en toch niet anoniem is met nieuwe communicatietechnologie juist mogelijk gemaakt, voor het eerst in onze geschiedenis. Fairtrade lijkt me een aanpak die lange keten minder anoniem maakte…
Peter, leg dat laatste ‘ns uit. Fair trade wekt de illusie dat concrete mensen worden geholpen. De werkelijkheid - waar niets mis mee is - is slechts het opgang brengen van handelsstromen met alle menselijkheid (en dus de vorming van lokale machtsstructuren) die onze diersoort met te goed uitgeruste hersenen nu eenmaal eigen is van dien.
Daar zit nu precies het probleem van de transparantie die bijv. foodlog.nl deze zomer van Fair Trade vroeg en die langs een andere weg ook al eens tot een relletje had geleid nav een Keuringsdienst van Waarde uitzending, waaruit bleek dat individuen niet aanwijsbaar profiteren van eerlijke handel. Het enige doel van eerlijke handel is handel op gang brengen. Het gaat mis in de communicatie, die individualiteit suggereert (’nept’ in foodlogtaal).
En dat is nou precies waar Jan Peter het vlgs mij over heeft: hoe kun je mensen in de organisatie van hun voedselvoortbrengingssystemen stimuleren door wederzijds geloofwaardige individuele afhankelijkheden voelbaar te maken.
Op haar eigen manier beseft Louise Fresco - hierboven door Fien in de beklaagdenbank gezet - dat respect voor eten nodig is. Ze frutselt met het abstracte begrip ‘heiligheid’. Ik vermoed dat dat een gevolg is van de context waarin haar denken zich heeft ontwikkeld. Het technologische paradigma is vergeten wat een overvloed aan anoniem en overal verkrijgbaar eten met onze notie van het belang van eten voor ons zou doen. Op een abstracte manier frutselt ze dat begrip weer in - inderdaad Fien - ‘het systeem’ dat ze met het domein van de psychologie uitbreidt. Het probleem is eerder sociologisch. Eten is societaal en moet weer als zodanig gevoeld kunnen worden. Fresco’s ontwerp van ‘voedselheiligheid’ is te intellectueel en technisch. Mutatis mutandis, treft datzelfde verwijt Rabbinge hierboven uit de mond van Joost: ‘intellectueel optimisme’.
De nieuwe tegenstelling die hier aan de oppervlakte dreigt te komen moet - voor zover ik het nu helder zie - waarschijnlijk gezocht worden in de tegenstelling tussen modi die ons nog wel of niet meer laten zien en voelen wat eten betekent voor wie zijn en wat we kunnen doen. Het zit niet langer in dimensies als lengte van de keten of grootte van de bedrijfsvoering. GroenLinksers, hard core biologen, Milieudefensie-mensen zullen hun denken aan die verandering moeten aanpassen. Denkers van ‘rechts’ zullen zich moeten aanpassen aan het feit dat hun denken ‘societaler en sociologischer’ moet worden, evenals minder reductionistisch ten aanzien van de complexiteit van biochemie en (an)organisch bodemleven waar we veel van weten, maar nog veel meer niet. Het oude Griekse onderscheid tussen techne en episteme komt bovendien weer in mijn hoofd op. Techne - weten wat werkt, ook al weet het niet (precies) waarom - wordt belangrijker, niet tegen, maar in samenwerking met theoretische agronomische kennis (die wel weet waarom, maar niet van alles en de ontbrekende delen soms buiten beeld zet).
Om het te proberen in één zin te zeggen: relaties zijn de laatste 30 a 40 jaar te transactioneel geworden. Er is wel oppervlakkige binding, maar geen tweedelaags verbondenheid. Om daar en verandering in aan te brengen zouden relaties weer wat productiever moeten worden. Gewoon samen dingen doen, samen dingen maken. Voor dat maken is behalve ‘er zin in hebben’ ook kennis en ervaring nodig. Ik noem dat voor het gemak vakmansschap. Niet iets dat alleen voor het oog goed is, maar intrinsiek goed. Door de hele keten heen. Voor mij gaat dat verder dan respect of heiligheid (Fresco), of beter is het iets dat eerder komt: vakmansschap creeert respect en ‘heiligheid’.
Ik weet dat dit niet één zin is geworden ;-)
Ik gebruik zelf zelfs maar een woordje: het is gaan ontbreken aan ‘intensionaliteit’. Transacties zijn betekenisloos (’gratuit’, zelfs in de duistere betekenis die Gide aan dat woord gaf) geworden. Maar ja, dan heb je weer heel veel woorden nodig om uit te leggen wat je bedoelt. Gelukkig deed jij dat zojuist ;-)
Om het nog ingewikkelder te maken: ook met de intentionaliteit (met een ‘t’ dus) is iets misgegaan. Maar ik hou me in!
Ik doe het gewoon: ik ga naar buiten. Veel te veel tijd verloren aan correspondentie, een fotograaf van Melkvee Magazine en geschrijf hierboven.
Jan Willem, sorry, verslag van jouw verhaal komt ergens vanavond. Dan heeft het morgen de hele regenachtige zondag. Vlgens mij staan de puntjes in ieder geval inmiddels op de i.
Van Juan Valdez tot Eosta’s Nature & More traceablity. Natuurlijk heeft Fairtrade productie uit ontwikkelingslanden een gezicht gegeven. Dat het net als Juan soms niet helemaal -en vaak helemaal niet- om werkelijke gezichten ging (Dick’s nep) doet niet ter zake. Technologie maakt het (zeker bij biologisch) mogelijk om elk product terug te voeren naar een individuele teler en zelfs individuele dieren.
“Er is wel oppervlakkige binding, maar geen tweedelaags verbondenheid” Dat is idd het probleem van de voedselketen. Maar toch hoeft dit niet automatisch zo te zijn. In de biologische landbouw komt het juist wel voor dat er meer dan een oppervlakkige binding is.
Een ervaring van dit jaar: wij teelden knolvenkel voor babyvoeding op contract via een tussenhandel. Hieraan was een behoorlijk strenge eis voor nitraat gekoppeld. Het leek eerst dat we daar bij lange na niet aan zouden kunnen voldoen. “Wat gebeurt er als het product niet aan de eisen voldoet?” vroeg ik de handelaar. Dan laten we het toch maar verwerken en delen we het risico, zei hij. Gelukkig viel alles mee en bleef het nitraatgehalte ruim onder de norm. Maar hoe veel handelaren hadden niet gezegd: “Als het product niet aan de norm voldoet, dan kan ik daar verder niets mee en hoop ik dat je er iets anders mee kunt”
Het belangrijke punt is dat tussenhandel en teler er wederzijds belang bij hebben om meer dan een oppervlakkige binding te hebben.
Met name in de verhouding tussen supermarkten en verkopers is er amper aan sprake van een band. Eerder lijkt het er op dat supermarkten juist geen band willen hebben met leveranciers. Dan kunnen ze naar hartelust de leveranciers tegen elkaar uitspelen. En dat hangt dan weer samen met het feit dat er altijd meer dan genoeg aanbod is.
Juist dat mensenwerk dat spreekt me aan. Een ander voorbeeld. Varkens in Nood vindt de bio-industrie verwerpelijk. Laatst in een discussie werd naar mij toe gezegd: “Ja, maar jij bent een goede”. De mensen kennen me. Een varkenshouder met een gezicht. Zo is het ook met voedsel.
Is dat waarom Willem & Drees zo goed binnenkomen met hun producten van de boer uit de buurt? Het sterke van hun product is, dat het een gezicht heeft en uit de buurt komt.
De spil in het geheel is de mens. In het geval van voedsel de consument. Wat wil hij kopen? Hoe krijg je de consument zover dat zijn ‘wil’ met betrekking tot voedsel beter ontwikkeld wordt. Wordt dat met intensionaliteit benoemd? In gewone mensentaal?
Ik hoor het graag.
Annechien, Jan Peter van Doorn zette het wat mij betreft al prima neer.
Intensionaliteit en intentionaliteit zijn 2 begrippen die gewoon zeggen ... wat Jan Peter heel intuitief neerschreef: de waarde van iets leer je kennen door ermee om te gaan en door eten en het maken ervan niet meer anoniem en om het even te laten zijn. Een gezicht en de houding van waaruit boeren en verwerkers het maken en naar de winkel brengen zijn van belang. Idem voor de manier waarop het verkocht wordt.
Op dit moment gonst het van het ‘je moet de verhalen vertellen’ in boerenland. Ik vertelde dat 3 jaar geleden ook. Inmiddels zie ik wat ervan komt. Een en al nep. Op Volwaard staat een boer die echt is en echt Volwaards houdt, maar hoe moet je dat weten? Wie is de boer op de Campina melk? Liggen er echt tomaten en stro in het weiland waar de scharrelballen tomatensoep van Gijs vandaan komt?
‘Laat gewoon zien wat er gebeurt’, zeg ik tegenwoordig ‘en ophouden met kletsverhalen, kom met de werkelijkheid’.
Daarin moet je mensen meenemen, dan kopen ze niet meer ‘om het even’ maar gaat het ze uitmaken of product A of B kopen. Om intentions/tioniliteit dan toch in gewone mensentaal neer te zetten: zo gaan ze weer iets kopen omdat de dingen die ertoe doen bij hun koopbeslissing weer betekenis voor ze krijgen.
Dick, dank je wel. Dat is een uitleg met beide benen op de grond. Dus niks nep, maar gewoon zeggen wat je doet en doen wat je zegt. Ik ben het er mee eens.
Peter, idd met RIFD kan alles. Tot en met het vaststellen van het feit dat wat jj afrekent bij de kassa nog niet betaald is aan boer Piet of slager Stegeman.
Winkels die dergelijke systemen (ze zijn per direct implementeerbaar, want alle techniek ervoor bestaat al) in hun winkels toelaten geven aan niets te verbergen te hebben. Zij die het weren, krijgen met het omgekeerde effect te maken.
Maar de menselijke maat is belangrijk om de consumentenrol waar Jan Peter op hamert weer in het spel te brengen. Jij staat een soort high tech/high touch voor?
Naar mijn mening geldt dat niet alleen in de relatie producent-consument maar ook in de supermarkt zelf. Met de wetenschap dat de vergrijzing eraan zit te komen dient men in de supermarkt(boerensuper) ook een aantal “vertrouwde” gezichten te hebben.
In veel supers wisselt het personeel uit kostenbesparing aan de lopende band. Af en toe zitten er cassiëres die zo jong zijn dat je jezelf afvraagd “kun jij al rekenen”.
Ik kan me voor de toekomst goed voorstellen dat mensen naar een super komen omdat er vertrouwd personeel is, een herkenbaar gezicht.
Dick, je intrigeert me met je opmerking: ‘laat gewoon zien wat er gebeurt!’
Dat klinkt me als een idealistische maar zeer onbruikbare aanpak.
Okay voor onbewerkte AGF producten, maar wat doe je met prachtige, met zorg bereide producten zoals Pasham, Vocking worst, soep van De Kleinste Soepfabriek, een mooie zult, jam etc. De productie ziet er niet uit!
Ik denk niet dat een consument enthousiast wordt door het slachtproces. Hoe moet je als kleine producent daar dan mee om gaan? Gewoon laten zien?!?
Ja, gewoon laten zien. Heb je wel eens gezien wat voor troep je in je eigen keuken maakt Of wat het resultaat is van kippenstront bij je tomaten? Ik ‘pimpte’ er dit jaar zo’n tomatenplantje uit een tuincentrum mee. Het plantje was gegarandeerd voor - meen ik - een tomaatje of 45. Ik haalde er minstens 200 vanaf. Tsjonge wat was ik trots; alles met de bloemetjes en de bijtjes bleek ook nog eens gelukt. Wat een wonder. Niks Brrrr.
O ja, ik ervoer dat de laatste wateriger werden en ging me afvragen hoe ik dat zo kunnen voorkomen. Snap je nu, Astrid, wat dat is, ‘betekenis’?
Natuurlijk, gewoon de consumenten weer laten zien hoe een proces van begin tot einde loopt. Waarom verstoppen voor de realiteit?
Dick, je hebt geluk dat je niet bij een LNV bureau geregistreerd staat want dat waren het dure tomaten geworden. Wegens overbemesting!!!
Paul, da’s nou een mooi voorbeeld: waarom zet zo’n tomatenplantenverkoper niet op z’n plantje hoe ik optimaal bemest voor een optimaal teeltrendement en hoe voor een optimaal smaakresultaat en - vooral - WAAROM? Dan leer ik wat en krijg ik iets met die planten en m’n ingrijpen in relatie tot hen.
Er stond alleen iets op in de trant van ‘bij goede verzorging krijg je meer tomaatjes’.
Ik vind dit grote onzin.
Je doet alsof consumenten een blik op de werkelijkheid altijd positief zullen oppakken.
Ik hoorde laatst iemand uitleggen dat een vel op een emmertje vla heel gewoon is, als je de productie kent: KANSLOOS. Consumenten willen geen vel.
Ik was laatst in een worstenmarker. Top producten geproefd, maar alleen maar veel staal, bloed en machinerie gezien: KANSLOOS VERHAAL
Een ambachtelijk slager, zag ik ooit een Duke of Berkshire afmaken en opsnijden. Prachtig beest, mooi vlees. KANSLOOS
Misschien omdat als iedereen dat doet we Spaanse tafarelen in de straat krijgen met tomatenveldslagen?
Ik ben heel benieuwd naar de reactie van een communicatiespecialist als Jan Peter van Doorn op deze laatste snelle schermutselingen hier. Nu hebben we het immers over de consument zoals hij het bedoelde.
Judith, de moderne mens reist over de hele wereld en ziet op die plaatsen hoe de lokale markten en de manier van bv vlees drogen plaatsvinden en vind dat als toeristische toeschouwer dat het daar “gewoon” zo is.
Eenmaal thuis in de “dat kan toch niet” beschermde omgeving denkt hij of zij dat wat hier geproduceerd of gefabriceerd wordt niets met leven en dood te maken heeft.
Die communicatiespecialist kan dan ook vertellen hoeveel een communicatie campagne kost.
Paul, je hebt helemaal gelijk.
De vleeswaren consumenten wil helemaal niet denken aan leven & dood als hij/zij lekkere leverworst op zijn boterham smeert.
En dat is het probleem van een eerlijk verhaal.
Judith, struisvogelpolitiek. Laat de consument er vooral niet aan denken waar het vandaan komt en geef actiegroepen keer op keer de gelegenheid om (faked)misstanden in het nieuws te plempen en daarmee te scoren.
Als de consument de realiteit weet is er geen argument over voor die actiegroepen.
Ik heb al eens eerder geschreven over een “mietjespopulatie” die in de westerse wereld geschapen wordt, maak het niet erger.
Paul, het is toch ook niet goed dat de consument niet meer wil denken en aan leven en dood. Maar het hoeft toch niet op het etiket staan. Als je vlees eet, weet je toch dat dit van een dier is wat gedood is. Maar moeten we hier elke minuut bij stil staan?
Ik eet overigens ook gewoon vlees van mijn eigen dieren. Die dieren houd ik om ze uiteindelijk te slachten.Als wij een dier geslacht hebben en ik het vlees klaar maak en in de diepvries maak, denk ik niet dat dit kansloos is. Ik verwonder me vaak over het mooie vlees. Dat is weer een heel andere kijk. Zo zou de moderne consument toch ook kunnen kijken?
Dat doen ze echter niet. Ze staan te ver af van wat er hier gebeurt. Komt dat omdat burgers zich niet meer voor kunnen stellen dat je dieren houdt die uiteindelijk geslacht worden? Komt dat omdat ze alleen huisdieren hebben. Ja, die mag en moet je niet met productiedieren vergelijken. Ik besef dat ik me hier misschien op glad ijs begeef, maar dat doe ik dan maar even.
De kern van de zaak is dat als je iets verteld je de waarheid moet zeggen. Je hoeft niet altijd alle details te geven. Let wel: je moet de details niet verborgen houden. Diegene die alles tot op het bot wil weten, moet dit kunnen opzoeken/vinden.
Maar goed ik ben geen communicatiedeskundige. Ik ben boer.
Annechien, dat zal het verschil wel zijn, het als boer of boerin gewend zijn om vrijwel dagelijks te leven met leven en dood. Dieren die verongelukken, door ziekte sterven of die voor de slacht bestemd zijn.
Wees open en laat het proces zien. Waarom kunnen boeren geen communicatiedeskundige zijn? We zitten niet allemaal in Boer zoekt Vrouw!!!
Judith, een feitelijke vraag: stonden er consumenten bij en nam je dat KANSLOOS waar in hun gedrag?
Hoeveel mensen zappen weg bij de Llink-serie over het eten van dieren die de kijker eerst levend ziet? Ik vermoed dat het meevalt, alleen al omdat de serie nog steeds bestaat.
Ik zie aan mijn posting dat het 4 okt is, dus werelddierendag. Ik ga even een stuk worst halen voor de hond.
Als het hier gaat over “laten zien” dan betreft dat niet alleen het fysieke productieproces. Juist niet zou ik zeggen, dwz als we het hebben over de verschillende posities van de schakels in de voedselketen. Dan gaat het niet over de producten als zodanig, maar over abstracte zaken. Die zijn echter ook heel goed duidelijk te maken is mijn overtuiging. Als voorbeeld de Beemsterkaas. Ik kan me zo een tv-programma voorstellen dat dit behandelt. Inclusief een kenner van de voedselketen die uitlegt hoe onderhandelingen tussen supermarktinkopers en leveranciers in hun werk gaan. (ik heb op Foodlog al een aantal mensen dit horen uitleggen) En vervolgens welke effecten dit heeft op de leveranciers en op de producten die uiteindelijk in de supermarkt liggen (het kwaliteitsaspect). En hoe consumenten wel betrokken zijn bij dit proces maar zich machteloos voelen om iets bij te sturen. De boerensuper past uiteraard ook naadloos in het verhaal.
Mijn mening is inderdaad dat kleine producenten veroordeeld zijn tot struisvogeltaktiek.
Je kunt niet serieus verwachten dat een producent altijd open alles laat zien, als je weet dat de stadse consument daar niet klaar voor is. Dat is iets anders dan het verzwijgen van misverstanden!
Ik zie niet hoe proactief ‘het verhaal vertellen’ het belang van de producent dient en vind dat foodlog hier een disputabele rol speelt. Het voelt zo gemakkelijk om te vinger wijzen naar een producent als deze niet alles laat zien en te bestempelen als ‘nepperij’. Dat is gemakkelijk scoren en je gelijk halen. Maar wat moet de producent dan?
Dick, je vraagt feiten? Heb ik niet. Ik ben geen marketeer maar steek her en der mijn neus in de materie.
Het slachten van een varken als voorbeeld: Ik vind slachten zelf mooi om te zien, maar voor normale consumenten is dit een ordinair bloedbad. Ik ben nog nooit een slachthuis tegen gekomen waar het afmaken van de beesten voor iedereen zichbaar is. Jij wel?
Judith, vroeger - toen alles niet beter, maar wel minder kleinzielig en directer was - werd het varken in het zicht van iedereen geslacht. Nu is het uit het zicht. Daardoor is ook het respect voor het dier dat we eten verdwenen. Ik neem nog een snackworstje, zegt de consument, die geen gevoel meer heeft voor wat dat betekent aan handelingen die tot dat worstje leidden.
Laten we deze draad zo langzamerhand verleggen naar een bespreking van Jan Willem van der Schans’ gedachten die sterk de nadrukkelijk leggen op dit soort aspecten van betekenisgeving en -vorming (= het punt ‘consument’ van Jan Peter van Doorn) en vrijhandel.
Judith, Ja ik heb het wel gezien dat varkens dood werden gemaakt. Ik vind het een akelig moment. Ik moet bekennen dat ik het liever niet zie. Dus in zoverre heb je zeker gelijk.
Sterker nog ik slacht zelf weleens een kip. Maar mijn man moet het dier doodmaken en ophangen. Ik ga het daarna slachten. Tja…
Wat denk ik het verschil is dat ik wel weet hoe het dier doodgemaakt wordt. We hoeven daar toch ook niet elke dag mee geconfronteerd worden? Er is toch ook nog meer? Hoe worden de dieren gehouden? Hoe zit het uiteindelijk met de kwaliteit en smaak van vlees. Wat maakt dat nu speciaal dat stukje vlees lekker is. Daar valt ook veel over te vertellen. De consument wil dat vast wel horen.
Goed idee Dick, ik zat een beetje op dat stuk van Jan Willem van der Schans te wachten omdat ik denk dat daar ook een richting van de oplossing inzit (het verbindende element), die mij op een of andere manier erg aanspreekt.
Gezien de reacties van gisteravond en hier en daar de behoefte om dat eens vanuit een communicatie standpunt te bezien, zal ik daar graag op terugkomen.
dit gebeurt er als boeren laten zien hoe het zit: spotje kalfsvlees van de buis
moeten we Judith dus gelijkgeven?
Nee, dit gebeurt als mensen los van de motor raken en niet weten wat de consequenties zijn van de manier waarop hun eten wordt gemaakt; er wordt gerotzooid met onze beleving van de werkelijkheid, daar zit het probleem. De Dierenbescherming dient bovendien ernstig bij zichzelf te rade te gaan: hoe kunnen ze sterren uitreiken, maar niet vrolijk worden van kalfsvlees? Willen we ze dan allemaal ver verslepen naar het buitenland?
Meer kalfsvlees eten in Nederland betekent nl. zonder enige twijfel minder gesleep met deze dieren; dat geldt los van iedere houderijvorm. Zolang er melk wordt geproduceerd zullen er kalveren zijn. Dat is iets wat mensen moeten zien, in plaats van kletsverhalen. De Dierenbescherming blijkt geen consequente strategie te hebben om het publiek de werkelijkheid te laten zien. Dat is ernstig, want ze hebben een verantwoordelijkheid.
Voor heel vrolijke kalveren, al zijn ze al 10 maanden voor je ze eet, kun je naar Bart Boon in Wekerom. Bart zou ze graag op de boerderij slachten. Helaas gaat dat niet, maar dan zouden de dieren pas helemaal vrolijk worden.
Nee, hoor we hoeven direct niet bij de pakken neer te zitten. Dit spotje is van de buis. Doordat er discussie is over het gebruik van het logo van de dierenbescherming. Het beter-leven-kenmerk wordt hier in het algemeen gekoppeld aan kalfsvlees. Dat roept discussie op.
Het is ook maar de vraag of je moet vertellen middels reclamespotjes hoe het toe gaat in de veehouderij. Ik vind dat dit niet de beste manier is. Het is beter om een veehouder het verhaal te laten doen. Meer zoals Huib Rijk dat gisteravond voorstelde.
In de zin van story-telling. Let op: wel de realiteit vertellen en geen sprookjes.
In het algemeen is het zeer lastig om generiek te spreken over de veehouderij. Onze criticasters sabelen ons dan snel neer. Generiek bijvoorbeeld de kalverhouders aanpakken dat gaat goed. Maar kalverhouder Pietersen die zijn kalveren houdt met het Beter Leven- kenmerk pakken ze niet zo gauw aan. Hij vertelt de waarheid en dat kun je niet ontkrachten.
Sinds gisterochtend ben ik bezig om mijn gedachtes wat te ordenen. Rabbinge’s lezing en de discussie hierboven heeft me toch flink geprikkeld. Ik heb nu sterk de indruk dat er een causaal verband is tussen (a) het toegepaste onderzoeksbeleid in de laatste 50 jaar, (b) de lage prijzen en overproductie en (c) de huidige machtsstructuren. Helemaal helder heb ik mijn analyse nog niet op papier kunnen krijgen, maar hierbij alvast mijn eerste ‘inzichten’: link naar eerste ideeën.
Het komt het kort op neer dat het 50 jaar lang collectief investeren in toegepast R&D;geleid heeft tot een grote efficiency slag, het verkrijgen van deze kennis is betaald door de Nederlandse belastingbetaler EN boeren/tuinders (en hun collectieven). De kennis is echter ook in het buitenland terecht gekomen en heeft daar ‘concurrenten’ van Nederlands boeren geholpen om zonder investering ook ‘slim’ te worden. De lage prijzen zorgen er ook voor, doordat nu bulk zeer efficiënt gemaakt kan worden, dat kruissubsidie op producten bestaat. Kruisubsidies - en het lokale vestigingsbeleid- zijn de basis van de ‘macht van de supers’.
De kat bijt in zijn eigen staart.
Ik heb het idee dat iedereen de conclusie deelt dat story telling een waardevol en essentieel aspect is voor de beeldvorming rondom voedsel. Maar ook dat niet alle onderdelen van voedselproductie toonbaar zijn.
Het echte probleem zit in de communicatie. Eerlijkheid om productieproces en de belangen in de keten zijn niet zichtbaar voor een consument. Een consument wil het meestal ook niet eens weten, vermoed ik. Een enkele boer in Nova of Keuringsdienst van Waarde zet geen zoden aan de dijk. Boer zoekt vrouw brengt ook geen oplossing.
Grote bedrijven zoals Unilever, P&G;en AH hebben een beslissende voorsprong. Zij domineren de beeldvorming rondom eten en doen dit al vele jaren.
Het lukt Unilever om te doen geloven dat een fruitshot uit een flesje gezond en ‘normaal’ is.
De dierenbescherming kiest eieren voor zijn geld. Lekker makkelijk om sterren aan AH producten uit te delen. Iedereen wil bij succes horen.
Judith, ik denk eerlijk gezegd dat je daar een van de meest storende dogmatische denkbeelden die er zijn formuleert: dat er iets verborgen moet blijven omdat het niet te tonen zou zijn. Er is niets te verbergen. Zo zei ook varkensboerin Annechien het hierboven niet rond de consensus die je veronderstelt. Zij weet wat het is om te doden. Dat wil niet zeggen dat ze voor haar lol op excursie gaat naar de massale slachting van enkele honderdduizenden varkens iedere ochtend. De slacht van het varken op een dorp was een happening, geen lopende band werk. Je moet oppassen voor mensen die daarvan genieten, maar dat is wat anders dan het uit ons bewustzijn wissen. Vandaar mijn kritiek op het tenenkrommende communicatiegedrag van de Dierenbescherming (het zij weer herhaald, ik had en heb veel sympathie voor ze, maar dat vrijwaardt hen niet van m’n kritiek op zoveel onbezonnenheid).
Unilever en Campina hebben met Knorr Vie en Coolbest wel iets te verbergen. Het is gepasteuriseerd, dus niet meer puur en vers en al helemaal niet bederfelijk. Je kunt het gewoon op kamertemperatuur bewaren. Maandenlang. Val ik flauw als ik daarachter kom? Nee, ik weet dat ik belazerd word. Op dat punt heeft de varkensslachter alvast een groot communicatief voordeel.
De vraag luidde ongeveer als zodanig: Kan je een consument betrekken in het productieproces?
Hoe kijkt een ‘communicatiespecialist’ hier tegen aan? Hebben jullie even?
Laten we voorop stellen dat communicatie- en marketingmensen de laatste eeuw voornamelijk bezig zijn geweest met het mooier maken der dingen, met plooien glad te strijken, het beloofde land te presenteren, sowieso beloftes te doen, minder mooie zaken te verstoppen en verdoezelen, zaken pijnloos te maken (vlees eten), onderliggende (vaak niets met het product van doen hebbende) emoties te prikkelen en vooral het ene product (in het tijdperk van de gelijkvormigheid) te doen onderscheiden van het andere.
Toen ik in het reclamevak terecht kwam, pffff 35 jaar geleden, werkte ik voor Douwe Egberts koffie. Een belangrijk uitgangspunt voor communicatie was de volgende: consumenten zijn niet geïnteresseerd hoe een product gemaakt wordt, het gaat er om wat het voor ze doet. Zowel in instrumentele, als in emotionele(expressieve) zin. Dus lieten we geen bonen, boeren of branders zien (wat toch veel te weinig onderscheidend zou zijn ten opzichte van de concurrentie), maar warme enthousiaste gezellige gezinnen, waar de intimiteit en saamhorigheid vanaf spatte. “Douwe Egberts koffie, gezellige koffie”. En zo is het nog steeds. “Kalfsvlees dat word ik vrolijk van”zegt de inmiddels verboden commercial.
Nou heb ik veel productieprocessen gezien, je wilt als reclamemaker wel weten hoe het er aan toe gaat. Maar communicatief trek je daar geen volle zalen mee. Aan de andere kant en daar heeft het reclamevak van vandaag mee te maken is het voorschotelen van onbereikbare emotionele beloften ook wel een beetje uitgewerkt. De consument is er aan gewend en kijkt er wel zo’n beetje doorheen. Er is, en gelukkig niet alleen in de reclame, een roep om authenticiteit ontstaan. Tja en daar zit je dan. Maar net zoals een beetje zwanger niet gaat, zal ook een beetje authenticiteit (met integriteit in het verlengde) niet werken.
(Overigens hebben we het wel eens geprobeerd, met wisselend succes, om het productieproces of de maker (lekker authentiek) in de reclame centraal te stellen. Maar wel erg geromantiseerd, verhumoriseerd en spannender dan de werkelijkheid. Dit leidde tot de volgende zinnetjes of beelden: Bij de AMRO bank staan vriendelijk mensen voor u klaar, de eerder genoemde Juan Valdez, Cora van Mora, Wij van WC eend, De Zaanse Hoeve van Albert Heijn, de koffiebranders van Kanis en Gunnink.).
Een nieuwe trend in communicatie is story telling. De verhalen vertellen. Wat is je verhaal?
Dat lijkt me een mooi begin. Gaan we dan het echte, eerlijke verhaal vertellen? Met alle consequenties. En accepteren en luisteren we naar de feedback die we er op krijgen. En vooral nemen we die feedback serieus en passen we ons gedrag daar op aan. Of vallen we in onze valkuil en vertellen we het mooie opgeleukte, consument correcte verhaal.
Er waren gisteren nogal wat reactoren die zich afvragen of de consument dat echte verhaal wel aankan c.q. dat echte verhaal wel wil horen. Ik pik er een paar reacties uit:
“Je doet alsof consumenten een blik op de werkelijkheid altijd positief zullen oppakken”.
Nee dat zullen ze zeker niet, maar misschien dat we daar wat van kunnen leren.
“De vleeswaren consumenten wil helemaal niet denken aan leven & dood als hij/zij lekkere leverworst op zijn boterham smeert. En dat is het probleem van een eerlijk verhaal”.
Dat is nog maar de vraag. In de eerste plaats zijn er maar weinig consumenten die niet weten dat voor het eten van vlees ook dieren moeten worden doodgemaakt. Ze willen er niet bij elke boterham mee geconfronteerd worden. Ze verstoppen zich er voor. Zou dat kunnen omdat het verhaal misschien toch niet helemaal eerlijk is? Dat ze misschien voelen dat er ergens iets niet klopt, maar omdat het zo lekker is daar de ogen voor sluiten.
“Je kunt niet serieus verwachten dat een producent altijd open alles laat zien, als je weet dat de stadse consument daar niet klaar voor is. Dat is iets anders dan het verzwijgen van misverstanden!”
Ik denk eerder dat de producent daar niet klaar voor is. Zeggen dat de stadse consument er niet klaar voor is, is iets te makkelijk. Als we de vicieuze cirkel willen doorbreken, moet de boel maar eens open en bloot op tafel. Er klaar voor of niet.
Er is naar mijn smaak geen ander alternatief dan een consument betrekken in het productieproces(van de hele keten), er het liefst aan mee laten doen ( laat hem/haar een keer een kip slachten), een mening er over kan vormen, feedback kan geven, waar wij dan weer wat mee doen.
We zijn beide, producent en consument, onderdeel van het probleem, maar ook onderdeel van de oplossing, zoal dat vaak zo mooi gezegd wordt. En dat geldt natuurlijk voor alle schakels in de keten. Iedereen in de keten is mijn inziens groot genoeg om die verantwoordelijkheid te dragen.
En ja Dick, dan zijn er verhalen, Knorr Vie, Coolbest en nogal wat andere, die beter niet meer verteld kunnen worden. En dat geeft weer ruimte voor nieuwe verhalen die wel waar zijn.
Tjonge, Jan Peter, het is bijna eng hoe eens wij het zijn. Een postmaterialist en een oude rot uit het reclamevak die het roerend eens zijn. Nou ja, als ik het mentaliteitenmodel van Motivaction invul, blijk ik een kosmopoliet ;-)
Maar alle gekheid op een stokje: wat je daar formuleert is de enige correcte repliek op de dwaze beschuldiging die Nederlands’ duurzaamheidsgoeroe nummer 1 recent lanceerde aan het adres van marketingcommunicatie-mensen: ‘maaarketing’ heeft volgens Herman Wijffels de wereld naar z’n onduurzame grootje geholpen. Hij moest eens weten hoezeer ‘maaaaaarketing’ nodig is om wat verstandiger met zaken om te gaan. Andere marketing, da’s waar. Waarschijnlijk ook met heel andere vormen en via andere kanalen, maar wel met echte content in plaats van bedrog als basis.
en een toevoeging: Door media fragmentatie en aandacht schaarste zijn luide, ongedifferentieerde boodschappen voorbij; die worden onmiddellijk weggefilterd. Verder is een boodschap óver een bedrijf nu net zo snel gecommuniceerd als een boodschap ván een bedrijf, en waarschijnlijk beter beluisterd.
Bedrijven moeten in gesprek. Ze zullen in toenemende mate moeten “luisteren” via het web wat er over hen en hun produkten gezegd wordt. Markt- en marketingkansen spotten en er inspringen. Zodra ze een gelegitimeerde kans op onze onverdunde aandacht krijgen, door een vraag of een leegte, zullen ze daarop inspringen met hun informatie.
Voordeel als bedrijf is dat je precies datgene kunt vertellen wat je klant vraagt. Dus wellicht op een slagersforum de technische ins en outs, op foodlog het produktie proces, en op de Yes iets over hoe dun je ervan blijft.
Dat kan alleen maar goed blijven gaan (door de zoekkracht van Google) als die losse stukjes samen nog altijd passen. Dat lukt je, met een groot bedrijf, vele werknemers, alleen wanneer je een 100% transparante boodschap geeft.
Josien, de mop van het soort boeren als Will Allen is dat er heel weinig marketingbudget nodig is om wat ze doen en verkopen weerklank te geven.
@ Josien, ik ben het met je eens (en ben dus ook best positief gestemd). Bedrijven die 100% transparant en eerlijk zijn ‘de blijvers’. Luisteren en conversatie zijn de kernwoorden.
@ jan Peter, mooi verhaal bedankt! Het gaat dus om “echt”, neppen mag niet meer. De extrinsieke kwaliteit (emotie, uitstraling, marketing, beleving) en de intrinsieke kwaliteit (receptuur, lekker, gezond, ...) mogen dus niet teveel van elkaar afwijken. Klopt dit?
Ik heb er al vaker naar verwezen, maar zelf ben ik geïnspireerd door “What should google do” . Daarin wordt een interessante doorkijk gegeven naar “the new rules of the new age”. Deze ‘new rules’ projecteren op ons eet-systeem en voeding is een interessante denk-oefening.
Ja Wouter dat klopt. Een grotere congruentie tussen woord en daad bepaalt de authenticiteit en integriteit.
En er lag nog ergens een vraag over hoeveel communicatiebudget je nodig hebt:
Een product of dienst die klopt, heeft maar weinig geldt nodig. Wat geloofwaardig is hoeft niet met veel geld geloofwaardig gemaakt te worden.
Precies,het kost allemaal geen geld meer. Wel (erg) veel tijd, aandacht, 100% eerlijkheid en consistentie in je boodschap, en snelheid.
Maar hét grote voordeel: bereikbaar, ook voor kleine bedrijven. Als je een community aan weet te spreken dan doen ze het voor je. Wildvreemden praten, scannen en luisteren voor je. De inschatting is dat kleine bedrijven hier eerder goed op aangepast zijn dan grote.
Ik sluit me volledig aan bij de “link naar eerste idieen” van Wouter de Heij. Het beschreven scenario is volledig correct. Mijn twijfels heb ik over het zoeken op internet door de grote massa die zich consument noemt.
Mensen die zich op sites als Foodlog presenteren als kritische consument, veelal producent, zijn uiteraard geinterresseerd.
Al die anderen zullen echter wel eens stilstaan bij producten of productmethodes als er weer een rel is maar verder niet eerst gaan googlen voor ze naar de supermarkt gaan.
Zie daar als voorbeeld de vaste kern van biologisch voedsel, zij tonen interresse in de productiewijze en een manier van leven. De grote massa echter??
Jan Peter, dank voor je inzichten.
Is de trend naar ‘story telling’ een trend, die jij voorspelt voor 2020 en verder? Of zie jij nu al noemenswaardige succesvolle initiatieven?
Ik lees hier veel theorie en geen voorbeelden.
zonet ben ik getipt over een heel interessant LEI rapport “Kennissysteem en belangen-behartiging in de agrosector” “Kennissysteem en belangen-behartiging in de agrosector”. Vooral de pagina’s 36 en 27 zijn interessant en passen bij deze lijn. Ik kon het niet laten om wat stukken tekst te publiceren op mijn blog.
Niemand die een voorbeeld kan noemen hoe story telling tot substantieel succes leidt..? Is dit een ontmaskering of draait deze blog om vergezichten?
Wat dacht je van Willem & Drees? Geen geklets over ‘streken’, zelfs geen klets over ‘ambachtelijkheid’, maar gewoon spul van de boer uit de buurt in je super (waar de rest anoniem is). Je krijgt z’n adres en kunt er langsfietsen. Tis nog klein, maar lijkt te lukken omdat het zo simpel en echt direct controleerbaar is.
Innocent, Ben & Jerry’s - zijn inmiddels groot en worden daarom alweer gezien als bedrog. Dat laat zien dat het echter en basaler moet. Aan Ben & Jerry’s is - naar verluidt - na de overname door Unilever niet gerommeld. Ik meld slechts wat insiders me vertellen. Kennelijk is de afzender nu een foute geworden en is het verhaal onvoldoende direct zintuigelijk. In gewoon Nederlands: niet iedereen gelooft meer dat erin zit en dat het omgeven is met wat ze zeggen.
Een winkelketen (buiten eten): Body Shop, maar wegens te groot en wat schandalen ook al niet meer betrouwbaar. Inmiddels zijn Anita Roddick’s winkels flink wat van hun glans kwijt geraakt.
Haha Judith, beetje ongeduldig?
Het is een trend of een beetje het begin er van. Storytelling is op zich zo oud als de weg naar Rome, maar wordt wel gezien als een nieuwe manier van communiceren omdat de oude manieren zijn uitgewerkt. Storytelling gaat dan niet om zomaar een verhaal te vertellen, maar het verhaal van het bedrijf. Om juist de authenticiteit van het bedrijf neer te zetten. Of het zich allemaal doorzet moeten we natuurlijk nog zien, maar de incrowd heeft het er al vaak over, dus het leeft, zullen we maar zeggen.
Er zijn twee belemmeringen: het is vaak nogal saai en de traditionele media (vooral tv) zijn er niet geschikt voor. Je hebt teveel tijd nodig en dan wordt het duur. Dus andere media, die helaas minder zichtbaar dan tv zijn, zijn nodig.
Dat gezegd hebbende:
Dick gaf al een paar mooie voorbeelden. Mind you, Bodyshop heeft nooit een cent aan reclame uitgegeven. Verder: de man van Albert Heijn is een redelijk geslaagd voorbeeld. Die vreselijke Jochem de Bruin van de Rabobank.
Maar ik zei het al eerder: verhalen vertellen is mooi, maar dan moet je wel wat te vertellen hebben.
En een vergezicht? Ik hoop niet dat je gelijk krijgt.
Ik denk dat er nog wel meer zijn (Livar, Jan Robben), maar ze zijn allemaal veel te klein en onbetekend in het spel tussen retailer en producent.
Willem & Drees zou het kunnen worden, maar is uit een categorie waar het verhaal open en bloot getoond kan worden, zonder dat de consument ervan schrikt (al hoewel, zij zullen toch ook niet het onkruidbestrijdingstraject uit en te na benoemen?).
Binnen Food lijkt me alleen Ben & Jerry met relevant impact. Een erg schamele oogst. Rabo, Body shop, AH zijn niet op basis van productieprocessen in food.
Mijn punt is: wat moet je doen als ambachtelijke producent, je leest deze blog en je weet dat niemand in jouw categorie (of een vergelijkbare) de aanpak van Story telling succesvol uitvoert?
Moet je de consument betrekken bij het productieproces?
Mijn antwoord (als consument):
Ja!
Consumenten kopen hun voedsel allang niet meer alleen op primaire behoefte. Het is ook een manier om zich te onderscheiden. Bewust kopen, kiezen voor kwaliteit, of beter leven of andere gezondheids of maatschappelijke argumenten gebruikt de consument om zijn identiteit en daarmee positie in de maatschappij te laten zien en bij zichzelf te beleven.
Met het voedsel alszodanig kom je niet meer aan deze behoeftebevrediging toe want het zijn heel veel “verhaaltjes”. Als men stug volhoud met het eerlijk vertellen zal “de consument” uiteindelijk zijn smaak ervaren bij het best bij zijn of haar natuur/aard passende productieproces.Het proces past mij en daarom vind ik het lekker! Zo werkt het nu eenmaal.
En dat geeft producenten weer de ruimte om dat proces daadwerkelijk aan te passen aan de grootste grootste vragers of om juist in het gat te springen van de minderheid.
Maar dan natuurlijk uiteindelijk wel met het “ik produceer bewust logo”!
en dan verzinnen we weer wat anders
Is bij de rode hoed ook al aangehaald : fosfaat is de beperkende factor.
