Je weet niet waar je het over hebt!
Gisteren bezocht ik de Foodlog-tuindersbijeenkomst. Onderwerp: het zware weer waarin de branche verkeert. Vraag: wat zit er nou echt scheef?
Ik kom uit de marketing, reclame en verkoop en juist misschien raak ik daarom zo geprikkeld als men denkt bij elk probleem steeds maar weer de oplossing te kunnen vinden in ‘marketing’. Of in zoals dat tegenwoordig zo modisch heet ‘luisteren naar de consument’. En ook hier gebeurde het weer. Fred van Heyningen van Rabobank, de financier van de tuinbouw, bleek te vinden dat bedrijven niet aan de door hem zo gewenste marketing doen. Nou zijn banken zelf natuurlijk ook niet het ideale voorbeeld voor ordentelijke marketing. Luisteren naar klanten is ook bij hen niet een favoriete bezigheid. Maar daar wil ik het niet over hebben. Ik raak geprikkeld als mensen zeggen dat een schep of blik marketing het allemaal wel zal oplossen. Gisteren werden de bedrijfsresultaten van Unilever, bolwerk van briljante marketing en reclame, bekend gemaakt. De winst daalde 30% door de concurrentie met huismerken. Het machtig marketende en echt heel knappe marketingbedrijf Unilever verliest van een paar huismerken! Het nieuwsbericht vertelde dat het verlies eigenlijk nog wat hoger lag, maar werd nog geflatteerd door de acquisitie van nieuwe ondernemingen. Begrepen? Zelfs de knapste marketeer moet begrijpen dat marketing niet alles is. Het tegendeel begint zelfs waar te worden.
Dat vond ik voldoende reden om maar eens in de spits naar Utrecht te rijden en te kijken hoe tuinders, hun bestuurders en banken (er waren er maar liefst drie) tegen zichzelf en hun marketing aankijken.
De twee mantra’s
In de volle zaal die voor ongeveer de helft bestond uit tuinders, bleek alras dat het ging om een tweetal dingen. En misschien wel om beide tegelijk. Eén: de totale afhankelijkheid van coöperatie, vereniging, bond (hoe heet dat LTO, ZLTO, PT, Greenery, APO, GMO en wat nog meer? – ik begrijp nooit wat van al die woorden waar hele werelden achter schuilgaan), overheid, banken, retail en aan het eind van de rit de consument.
Twee: de daaruit voortvloeiende machteloosheid om er wat dan nog maar aan te kunnen veranderen. Behalve dan het roepen van twee mantra’s. De ene: marketing en innovatie. De tweede: organiseren en clusteren. Nou is er op zich niet zoveel mis met deze mantra’s. Maar wel met de intenties die eronder liggen.
Marketing en innovatie zijn geen wondermiddel. Het zijn geen trucjes die je even op de branche plakt. Voor je het weet eindigt het met een aantal best aardige conceptjes, zoals groentendrankjes of Klopt & Smaakt-achtige zaken die met veel geld in op de markt worden gezet, maar uiteindelijk niet de door al die mensen van vlees en bloed zo gewenste veranderingen zullen brengen. De noodzakelijke innovatie die moet ontstaan, heeft alleen zin als hij OOK een oplossing is voor het onderliggende probleem: dat de tuinders hun macht uit handen hebben gegeven aan allerlei lieden die er dingen mee doen die nauwelijks in hun voordeel zijn. Dat moet stoppen. Hoe het allemaal zo gekomen is? Niet meer over lullen of ruziën. Dat is voor de geschiedenisboeken. Kijk vooruit. Het initiatief moet terug naar de tuinder. Die moet zelf veranderen (en voor mijn part gebruiken we de woorden marketing en innovatie daarvoor, maar dan weten we nu in ieder geval wat ze echt betekenen) en juist niet ‘organiseren’ en bundelen omdat dat vastgelopen structuren (de gesprekken met de Bobo’s in de zaal maakten het duidelijk) die broodnodige frisse eigen verantwoordelijkheid in de weg staan.
En nog wat. De roep om organisatie (de tweede mantra dus) is slechts slechts bedoeld om de marketing kracht naar de handel te verbeteren. Hou toch op met die protectionistische en marketingpower gedachten. Zo zinloos. Zelfs Unilever kan niet tegen de handel op. Stap toch binnen in de marketing van de 21 eeuw!
Om werkelijk te veranderen moeten er een paar grote dingen gedaan worden. Maar ze kunnen vast nog wel met kleine stapjes. Sommige doen pijn, laat dat duidelijk zijn.
komkommerteler Robert Bergenhenegouwen
Schiet er maar op, maar ik denk dat ze hier zo'n beetje staan:
1. De verantwoordelijkheid in eigen hand nemen. Het gezicht naar de echte wereld toe, kijken wat daar in omgaat en daarop reageren en anticiperen. Zelf denken en dit niet uitbesteden aan bobo’s die er per ongeluk voor zijn aangesteld.
2. De verslaving aan ‘volume- en kostprijsreductiedenken’ stoppen. Starten met kwaliteitsdenken. Terug in productie, betere kwaliteit, prijzen die daarbij passen, andere afzetkanalen. Andere manieren van afzetten, andere klanten. Kleiner, leuker, mooier. In eerste instantie misschien armer, voor zover dat nog kan, maar het geeft wel weer perspectief.
3. Reorganisatie van de branche. Nutteloze, pratende maar niet poetsende tussenlagen eruit. Gedelegeerde verantwoordelijkheden (die toch niet werken) terugnemen en desnoods opnieuw toedelen. Het laatste zou ik niet vertrouwen. Ik zou pleiten voor het creëren van een netwerkorganisatie, een open organisatie zonder hiërarchie. Die heeft als doel kennis uit te wisselen, spullen te delen en elkaar te helpen wanneer nodig. Eigenlijk werd het begin daarvoor gisteravond gelegd. Iedereen was er bij. Geen nieuwe organisatie dus zoals een bestuurder in de zaal even dacht, maar een netwerk van mensen die wat toe kunnen voegen en de boel vooruit kunnen helpen. Laat de tuinbouw na de les van Unilever niet straks ook nog eens in de valkuil van de 'machtige organisatie' lopen. Vraag het ze daar maar eens. Ze weten er alles van.
Mannen in pakken
Het stemt me verdrietig om te zien hoe mannen die zo dicht bij het aardse staan, die zulk mooi en echt werk doen, van generatie op generatie, zo stoer en sterk, bezig met zoiets essentieels als het verzorgen van ons voedsel, zo afhankelijk en machteloos zijn geworden.
Ze zijn in handen gevallen van de mannen met pakken (die er deze avond ook weer waren, dat is wel lef en laat zien dat er alle reden is om hoop te hebben). We stonden erbij en keken ernaar. Dat laatste mag de tuinders kwalijk worden genomen. Nou ja, na gisteren dan want er werd iets duidelijk: op de huidige manier gaan deze prachtmensen niks samen doen.
En nu moeten ze zich gaan bevrijden. Niet om revolutie of oproer te kraaien, maar om producten te maken waar mensen blij van worden en die de handel uit hun handen rukt.
Dat is niet makkelijk, het zal misschien niet iedereen lukken, maar samen komen we verder. Samen, dat woord gebruiken de tuindersbobo’s ook. Samen heeft in de 21 eeuw een nieuw toon gekregen. Unilever weet dat allang. Ze werken er achter de schermen keihard aan om samen opnieuw uit te vinden.
Vergeet marketing, vergeet innovatie, vergeet organisatie. Als iemand die daar wel een beetje verstand van heeft, kan ik u zeggen: het gaat niets oplossen. Daar zit het probleem niet en laat u niet wijsmaken dat het probleem daar wel zit. Afhankelijkheid vernietigt een positief zelfbeeld. Daar begint de slag.
De oplossing zit in het zelf gaan doen. Dichter bij de echte mensen. En voor de rest weet ik inderdaad niet waar ik het over heb, zoals een komkommerteler in de zaal terecht opmerkte. Maar waar hebben al die mensen u gebracht, die wel weten waar ze het over hebben?
Videobeelden van de sessie:
Reacties (99)
Mooie nabrander, die goed aansluit bij mijn gevoelens over gisteravond. Ik mocht het avondje ‘presenteren’ (doel: mensen laten praten en kijken waar ‘het’ zit).
Altijd ben ik weer verrast hoe goed boeren en tuinders als egeltjes met elkaar kunnen omgaan. Daarom komen ze tot samenwerkingen en afspraken die minder hecht zijn als je zou denken. De gevoelens blijven onder tafel al komen ze er soms fel uit. Ermee omgaan is wat anders. Ze doen het als kerels: lekker technisch concreet zijn en onderwijl eigenlijk heel wat anders willen.
Dat voelde ik ook gisteren in die zaal. Vertrouwen scheppen blijkt moeilijk. Zo moeilijk dat sommigen in de zaal beweerden dat de tuinbouwcrisis eigenlijk al opgelost is, ook al werkt het allemaal al jaren niet echt florissant en ook al zat het zaaltje vol en werd er tot in Berlijn (waar op dit moment een belangrijke beurs voor de AGF-sector plaatsvindt) over gesproken. Bijna deed ik het daarom. Zeggen: geweldig, dan volg ik het graag in de krant en maken we nu vast een wedje. Maar dat hoefde niet. Genoeg mensen, w.o. de Westlandse Raboman Van Heyningen, wilden nou juist wel een gesprek aan waarin alles eens gezegd om dan op basis van gelijkwaardigheid aan de slag te gaan en de onderlinge kinnesinne opzij te schuiven. Iets verziekends remt dat. Weg ermee.
Dat morbide wedje hoefde niet. Gelukkig, want ik zou niet hebben geaarzeld om het te doen. Het moet maar eens kunnen gezegd worden. Lang over lullen? Welnee, maar wel ff goed, duidelijk en zonder enig woord Spaans. Dan kunnen tuinders weer door. Nu hangen ze. Dat weet ik sinds gisteravond zeker. Raboman Van Heijningen zei het: ‘ik hoor driehonderd meningen hoe het verder moet’ en hij dacht erbij ‘dat gaat dus niet’. Dit zei hij wel: ‘daarom weet ik ook niet hoe het moet’. Help maar, moet hij gedacht hebben, want waar deze bus rijdt zonder chauffeur.
Dat waren 2 uitspraken met echt lef.
Overigens: in het geweld van gisteravond ging bijna verloren dat Biologica-baas Peter Jens de tuinders een bijzonder aanbod deed. Hij pleit voor biologische teelt op substraat. Dat mag niet in Nederland, maar hij vindt dat het wel moet mogen en wil ervoor ijveren als de telers het ook willen. Nou?
Tuinders weten dat ze daarmee nieuwe markten kunnen openen. Ik vernam al van Rob Baan dat hij ervoor gaat.
Jan Peter, ik wil er wel eens een keer offline met jou over bomen, misschien met Dick en/of Pieternel erbij. Ik sta helemaal open voor jouw visie, maar ik begrijp het wellicht nog niet allemaal.
Als ik nu even naar mijn eigen idee kijk wat ik gisteren presenteerde, maar wat een beetje te snel moest allemaal, dan sluit dat toch al aardig aan bij jouw “ding 1” dat er zou kunnen gebeuren? “Ding 2 en 3” hebben we dan toch helemaal niet nodig?
Ho ho ho stokebrand: Dick even de nuances hier:
1. In Denemarken en de Verenigde Staten wordt biologisch geteelt op substraat. Da’s nie zomaar substraat, da’s topsport. Onze ShiTake wordt op superspeciale substraat geteeld maar dat is logisch. Ik twijfel of Nederlandse tuinders en telers zo maar effe bio substraat kunnen doen om een snelle winst te maken. Ik zal er alles aan doen om opportunisme daarbij te voorkomen. Grondgebondenheid is belangrijk voor ons. Dus: Onderzoek naar biologische substraat, ja, als de donder en dat gebeurt ook… Biologica wil het aan de burger kunnen uitleggen waarom in het ene land wel en het andere niet.
2. Naast ecologie en gezondheid heeft biologisch ook zorg (-voor elkaar en voor de menselijke biotoop) en billijkheid (in onze relaties) als vaste principes. Met die laatste moet je een eventuele substraatdiscussie bezien. In samenhang en met een zorgplicht voor en naar alle betrokkenen. Dus: Systeemdenken, integrale kringlopen, menselijk handelen en zorgplicht en billijkheid betrachten.
Ik besef me donders goed dat hier over spreken in het publiek gevoelig ligt. Onze biologische tuinders en telers zijn veelal kanjers van olympisch formaat. Hebben met veel risico gekozen voor “the hard way” en er komen bijzondere producten vandaan. Ik zie ook geen redenen voor LNV en de biologische sector in Nederland te veranderen van interpretatie hierover. Zolang we het maar kunnen uitleggen aan de burger.
Dank! Ben blij dat je het even echt goed neerzet. Het ging allemaal zo snel.
Peter, in de reguliere tuinbouw zijn verschillende substraattelers die wel oren hebben naar een discussie over biologisch. Ik besef dat dit onderwerp heel gevoelig is, maar stel nu eens dat veel substraattelers hierin een nieuw doel vinden, dan zal dat mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de gevestigde biologische telers die het nu al heel goed doen. Aan de andere kant maak je een product waar Nederlandse producenten zich echt mee kunnen onderscheiden op wereldschaal. Als het ergens kan dan is het hier. Kasproducten zitten met hun biologische bestrijding en terugbrengen van middelengebruik al zo’n eind in die richting.
Dick, “lef” om te erkennen dat je het zelf ook niet meer weet(v Heijningen).
Wat een stel vastgeroeste figuren zitten er dan in de top van Nederland.
Durven die gasten dan gewoon niet te erkennen dat het niet een kwestie van individuen of organisaties is maar een catastrofale systeemfout.
Het is niet alleen de tuinbouw maar alles in een economisch systeem wat eronder lijdt.
Zelfs een wereldconcern als Unilever, die zelf nog profiteren kan door goedkopere inkoop, moet zich hier als verliezer tonen.
Waar de fout zit? In het groter worden van de afnemers, de vraag naar volume, de race naar de laagste prijs en veel product van gelijkwaardige kwaliteit.
Zie het totaalplaatje en concludeer dat de term “massa” van groter belang is dan exclusieve kwaliteit.
Ik kom het woord Europa nergens tegen en wereldhandel mis ik eveneens, alleen dat er geen woord Spaans bij is. Stille link naar die andere tuinders daar?
Dit is geen Nederlands probleem.
Uit het verslag van Jan Peter lees ik een uitweg in het gaan produceren van exclusieve producten voor regionale consumenten.
Deze nichemarkten bestaan reeds en bij toename van dit soort buitencategorie producten zal daar ongetwijfeld eveneens concurrentie en prijsdruk ontstaan.
Hoeveel perspectief dit geeft voor enkele ondernemers is afwachten, de grote massa boeren en tuinders heeft er niets aan, einde verhaal waarschijnlijk.
Ik blijf ervan overtuigd dat alleen bescherming van basisproducenten in een continentaal geregelde quotummarkt, met basisprijs voor hoogwaardig, verantwoordt product, de boer en tuinder weer de mogelijkheid geeft om zelf te beslissen in welk kanaal hij of zij die producten op de markt wil brengen.
Dan hebben zij de verantwoordelijkheid zelf over kwaliteit en volume en zijn niet afhankelijk van de huidige schakels die hun product onherkenbaar maken.
Dan zijn er nog al die neveneffecten van liberale handel t.o.v. een vorm van continentale land en tuinbouw, die zijn al eens genoemd.
Iemand hier de Ingenieur gelezen met uitgebreid verhaal van Joost van Kasteren over stapelteelt (Dossier: flatfood, vertical farms)? Bij interesse wil ik hem wel vragen om het digitaal toegankelijk te (mogen) maken.
Jan Peter,
Die netwerkorganisatie is vrij snel in het leven te roepen met mensen die het gevoel ‘Yes we can!’ willen uitstralen. Gewoon verder praten met mensen die zich willen losschudden van structuren, zonder daar nodeloos veel tijd en gezever in te steken.
Wat mij betreft: laat de mensen zich bij ons melden. Vooral die tuinders, want dat zeg je. Die moeten het gaan doen. Ook Koos de Vries en Theo Polman uit Erica, met hun honderdduizenden komkommers. Die hebben veel meer potentie dan alleen heel veel komkommers produceren.
Paul, ik interviewde gisteren Ruud Huirne, de baas van het Landbouw Economisch Instituut. De systeemfout die je daar noemt is zo voor hem zo evident, dat hij hem bij wijze van spreken allang vergeten is. Hij ziet twee echte problemen: de enorme verdeeldheid onder boeren en het onderlinge wantrouwen. In sectoren, tussen sectoren en tussen leden en koepels en cooperaties en al die organen en handelsfuncties die ik niet eens allemaal kan opnoemen. Dat zorgt ervoor dat de werkelijke beperkende factor niet van de grond komt. Een bewuste omgang van de markt. Noem het integraal marketingmanagmenet in de breedste zin van het woord (zeg maar in de zin van Peter Drucker die nog steeds past bij wat Jan Peter hierboven schrijft.
Zo erg is het, dat jij daar nog steeds over moet praten. Zoveel zo evidents is onbespreekbaar. Dat is wat mij triest maakt.
@ Jan Peter van Doorn
Jammer dat er defensief werd gereageerd op jouw inbreng. Het was nou juist bij uitstek een gelegenheid voor het nadenken over ‘een andere manier’. Jouw visie vergt waarschijnlijk een bepaalde veelzijdigheid die we niet allemaal hebben.
Op mijn visitekaartje bijvoorbeeld, staat productiemanager (potplanten). Dat past bij mijn karakter (het woord identiteit durf ik niet zo goed te gebruiken..). Mijn held is Henry (eenheidsworst) T-Ford. Marketing en klanten zijn voor mij een noodzakelijk kwaad wat ik graag aan mijn collega’s over laat. (Goed dat ik geen ondernemer ben…)
Veel tuinders (?) kijken op dezelfde manier naar marketing en klanten. Dat mocht honderd jaar lang en nu (plotseling) niet meer. Je MOET ‘het’ zelf doen. Maar ‘het’ past niet bij mij (ik zet even de pet van tuinder op). Mag ik ‘het’ niet uitbesteden aan een werknemer? Mag ik ‘het’ niet uitbesteden aan een coöperatie? (Daar werken toch ook echte mensen, ook al dragen ze dan soms een pak?) Want de rest van het tuinderleven past wel al jaren zo goed bij mij.
Als we trouwens ‘het’ allemaal zelf gaan doen, wie doet dan het werk? Oh, ja daar kunnen we werknemers voor aannemen. Zijn dat trouwens echte mensen van vlees en bloed?
Dick, dan moeten we nog maar even wachten totdat het geheel in elkaar sodemietert.
Nou, Paul, nee. Ik hoorde vanmorgen van Pieternel dat een aantal mensen die door hadden wat er werkelijk gebeurde gisteravond - de problemen benoemen in plaats van ze te verstoppen in zgn. ‘oplossingen’ - hebben gevraagd ‘waarom doen jullie dit?’
Jij geeft het antwoord, want waarom zouden we er niet een avondje en desnoods nog eentje aan besteden als er hier toch al zoveel over gesproken is.
Dit is hoe Elbert van den Berg, hoofredacteur Vakblad voor de Bloemisterij de discussieavond samen vatte. Klopt dat met jullie beleving?
@Paul 13.28. Waar zegt Jan Peter iets over “produceren van exclusieve producten voor regionale consumenten?” Ik heb het artikel nog een keer doorgelezen, maar denk dat ik er overheen lees.
Marc, ‘jammer’? Eigenlijk niet: het laat zien waar het zit. Dat was de bedoeling van gisteravond. De zaal laten kijken in zijn eigen spiegel. Als je het beeld kunt accepteren, heb je de helft en misschien wel meer van de oplossing.
Ik zag overigens dat Drees (de andere kant van Willem) gisteren een weblogje schreef schreef over wat je na dat stapje kunt doen: http://dreespeter.wordpress.com/2010/02/04/de-agrarische-sec tor-moet-keuzes-maken/
Maar het bovenstaande blijft gelden: eerst het werkelijke probleem even uitzieken.
Harold en Paul (die allebei goed Duits verstaan), dat heet nou hineininterpretieren.
@Paul. Subsidie - in welke vorm dan ook - is alleen geschikt om een landsbelang te kickstarten, waarna het initiatief zijn eigen broek moet ophouden. Kijk wat dat betreft maar naar de verkeerde voorbeelden als hypotheekaftrek of duurzame energie. IEDERE vorm van continuïteit in subsidie is gedoemd te mislukken. Dus de door jou geopperde handhaving van quota met beschermde prijzen en afspraken was al een sterfhuisconstructie, voordat hij zijn aanvang nam.
De verandering zit dus inderdaad in de niche markten. Als voldoende producenten zich op de vraag uit de markt richten en ernaar gaan produceren, zal de producent van traditionele producten vanzelf ook verlichting merken.
Mark, ik heb in het geheel geen subsidies in gedachte. Als boeren en tuinders een vastgestelde basisprijs krijgen gaat het vanaf daar verder in de keten.
De overheid is nodig om het systeem op poten te zetten en als toezichthouder op basisprijsvorming. Sectoren zijn vervolgens zelf verantwoordelijk voor de hoeveelheid product, vraag en aanbodmarkt, en om overschotten weg te werken.
Denk aan biogasinst. e.d.
Prijzen hoeven niet veel te stijgen om een redelijk inkomen te genereren en exportsubsidies, importheffingen, inkomenstoeslagen en allerlei subsidies om ontwikkelingen te sturen worden overbodig.
Waarmee landbouw de enige branche is waarin prijsgaranties worden gegeven. Waarom moet de overheid basisprijzen vaststellen? Daar is in de regel vraag en aanbod voor.
Ik weet dat het zo vergroeid is in de loop van vele jaren, maar nog meer overheidsinterventie lijkt mij in elk geval niet het te prefereren pad.
Mark, Ik heb deze discussie al meerdere malen gevoerd en er steeds op gewezen dat vrije wereldmarkteconomie in de land en tuinbouw niet werkt.
Door de jaren heen zijn er niet voor niets productondersteuning en inkomenstoeslagen geweest. Dit steeds om het verschil in levensstandaard tussen werelddelen te compenseren en producten die elders goedkoper “gestolen” worden van een prijsniveau te voorzien om hier het circus draaiende te houden.
Om maar niet te spreken van overschotten die gedumpt worden.
Ga je een totaal vrije markt toepassen dan loopt de voedselvoorziening gevaar.
Je krijgt in het duurdere westen een grote sanering omdat hier productie te duur is en drijft vervolgens de voedselprijs dermate hoog op dat armere delen op de wereld het niet meer kunnen betalen.
Er zijn nu al 1 miljard mensen die amper genoeg te eten hebben.
Multinationals die de wereldhandel beheersen gaan niet voor sinterklaas spelen.
Zij zullen op termijn weleens de hele voedselproductie kunnen gaan beheersen.
Bedenk daarbij dat boeren geen baan is maar een levenswijze, zijn ze eenmaal gestopt heb je direct geen nieuwe.
De overheid en productschappen moeten prijzen vaststellen op basis van verantwoorde productie. Denk daarbij aan milieu, dierenwelzijn en energiegebruik. Overheden stellen nu eisen, het gelijke speelveld verdwijnt, waardoor er misbruik plaatsvind in andere werelddelen.
Toegewezen quota worden geen eigendom van boeren of tuinders. Zij worden voor ondernemers een licentie om te produceren. Overheid, zoals b.v EU, hebben de mogelijkheid om quota in te zetten in gebieden waar productie gewenst is.
Zo zou je in het overvolle westen productie kunnen verminderen en in Oost-Europa gaan stimuleren. Interne ontwikkelingshulp zonder subsidie.
Goed voor het behoud van het platteland dat in de vrije markteconomie anders een leegloop tegemoet kan zien.
1 Punt is mij onduidelijk gebleven gisteravond, dhr van Doesburg (overigens heb ik er respect voor dat hij er wilde zijn ) sprak op 1 van de sheets dat maar eens duidelijk moest worden waar het verschil bleef tussen telersprijs en de winkelprijs, of heb ik ehm hier niet goed in begrepen?
Graag daag ik hem uit dit uit te zoeken
Wim, ik weet dat Arie van Doesburg (van PLUS) hier regelmatig meeleest dat geldt trouwens meer supers), maar voor alle zekerheid zal ik hem dit doorgeven. Zijn aanwezigheid was nog opmerkelijker dan je misschien vermoedde: hij voelde zich beroerd vanwege een griepje en wilde er toch beslist bij zijn.
Paul, geldt deze redenering niet voor elke markt? Arbeid is duur in Europa, klopt. Openheid van de markt zal leiden tot kapitaalvlucht en productie in andere landen en gebieden. Maar we praten nu al over een markt met een krapte, dus is er vraag. Toch?
Je argument dat een aantal grote supers de markt meer kunnen gaan beheersen is een juiste, maar niet persé een reden om te blijven hangen in de huidige situatie. Nog los van de tendens ‘schoenmaker blijf bij je leest’ waar alle handel (en dus ook de supers) aan meedoet, is de gemiddelde levensduur van een multinational 52 jaar (naar het schijnt). Dus zou het wel eens kunnen loslopen met de beheersing. Stel: de Aholds van deze wereld besluiten dat ze zich concentreren op het telen en aan de man brengen van - zeg - kikkererwten. De consument is toch degene die bepaalt of hij of zij het koopt. Dus ze moeten en willen wel heel zeker zijn van hun strategie.
Misschien bedoel je te zeggen dat de 100% marktwerking een te grote verandering is. Daarin zou je dan wel eens gelijk kunnen hebben. Verschuivingen van productie, leegloop in Europa, ongetwijfeld. Maar ook: differentiatie, specialisatie, focus op kwaliteit en kennis en: een eerlijker model waarbij de producent meer zijn eigen prijs bepaalt.
En de overheid kan nog steeds eisen stellen.
Goede analyse, JP.
Ik had ook het gevoel dat het werkelijke probleem niet zozeer onderwerp van gesprek was. Het is wel een aantal keren benoemd in diverse bewoordingen: overproductiecapaciteit. Waarom kwam dit (te) weinig aan de orde? Omdat deze avond niet over landbouwbeleid ging, maar slechts over hoe een sector daar op kan reageren. Kortom: er vanuitgaande dat het huidige beleid (liberalisering) een gegeven is, iets wat onontkoombaar is.
Dat maakt voor de discussie nog al wat uit. Wat het werkelijke probleem is hangt er van af welk uitgangspunt je vertrekt. Discussies of je gezamenlijk moet verkopen of individueel, of we meer of minder organisaties boven ons moeten hebben, of er wel of niet geveild moet worden hebben zijn zinvol op dat niveau.
Als je zoals Paul doet het landbouwbeleid wel ter discussie stelt verandert dit de discussie fundamenteel. Wat eerst het probleem is - marketing die niet het gewenste resultaat geeft, organisatievormen die niet goed functioneren, etc - zijn dan opeens geen oorzaken, maar gevolgen.
Wat gebeurt er als een sector slecht draait en de vooruitzichten zijn (naar gelang de analyse) slecht of hoogst onzeker? Dan worden er zaaltjes afgehuurd waar de problemen volgens het geijkte poldermodel worden besproken. Alleen komen daar geen polderresultaten uit, maar verwarring en tegenstrijdige oplossingsrichtingen.
Zijn de gedachten die uit de discussie voortkomen daarmee zinloos? Geenszins. Met name het idee van Jan Robben vind ik een zeer sympathiek idee. Eén die het verdiend om uitgewerkt te worden omdat het kansen biedt op hoge kwaliteit voedsel waar consumenten zich bij betrokken kunnen voelen.
De geschiedenis is wat we er met zijn allen van gemaakt hebben. Het zelfde geldt voor het heden. Alles is op volstrekt logische, traceerbare wijze tot stand gekomen. De geschiedenis herhaalt zich altijd. Maar de toekomst is altijd weer anders.
Door de globalisering is in de landbouw een nieuwe situatie ontstaan. Er is volstrekte onzekerheid over de toekomst (geen onbekend verschijnsel voor de overgrote meerderheid van de boeren wereldwijd). Hoe lang en hoe diep zal de crisis zijn? We zijn er zo aan gewend dat zaken beheersbaar zijn. Maar dat is het dus niet. De glastuinbouw kan 100% energieneutraal zijn, geen residuen bevatten, hoge kwaliteit en torenhoge opbrengsten en toch niet concurrerend zijn tegenover arme boeren in Afrika die niet €1.000.000 per ha hebben geïnvesteerd. En lage prijzen kunnen met een half jaar over zijn, of over 3 of 20 jaar.
Mark, waar zie je die markt met krapte? Ongelijk verdeeld over de wereld, ja dat wel, maar geenszins krapte. Dan zie je dat er land en tuinbouwproducten, uit landen die zelf een hongerende bevolking hebben, hier naartoe gesleept worden omdat wij het nog wel betalen kunnen. Dat moet je niet erger gaan maken.
Ik geloof dat jij je eens goed verdiepen moet in de handelswijze van multinationals en manier van expanderen.
Voorbeeldje: een multinational gaat zoeken naar een locatie waar productie plaats kan vinden, onderhandeling met land en/of gemeente resulteren in goedkope bouwlocatie en voorzieningen. Subsidies met betrekking tot werkgelegenheid e.d. toegekend. Productie wordt opgezet en lokale ondernemers weggeconcurreerd. Een paar jaar later moet er gesneden of gesaneerd worden wegens overproductie (tredmoleneffect) en wordt er uitsluitend gekeken waar men het gunstigste verder kan. Productielocaties worden genadeloos gesloten en het land of de regio achtergelaten met de erfenis.
Er zijn voldoende voorbeelden van machtsmisbruik door grote bedrijven.
Nokia startte in Duitsland een productiefabriek en kreeg investeringssteun van de deelstaat vanwege werkgelegenheid. Jaren later ging de fabriek dicht en Nokia naar Roemenië. Niet omdat die Roemenen nu harder werken maar omdat ze in Roemenië datzelfde grapje nog een keer uit konden halen maar nu met EU ontwikkelingsgeld.
http://tweakers.net/nieuws/51321/nokia-sluit-duitse-fabriek- en-ontslaat-personeel.html
http://www.duitslandweb.nl/actueel/uitgelicht/2008/1/Nokia+s luit+fabriek+in+Bochum.html
Kun jij je voorstellen wat er eventueel met de voedselvoorziening kan gebeuren en jij gedwongen kikkererwten moet eten.
Daarom een landbouwsysteem in handen van boeren en tuinders en niet van calculerende managers.
Geu Siebenga stuurt me zojuist een knipsel uit het Financieele Dagblad van 2/2 jl waarin het hoofdkantoor van de Rabobank zegt:
Dirk Duijzer
“Tomaten- en aardbeientelers stappen over op bulk”
Telers van kwalitatief hoogwaardige kleine tomaatjes stappen massaal over op het bulksegment. Hetzelfde gebeurt in de aardbeienteelt. Dat stelt Dirk Duijzer, directeur Food & Agri bij de Rabobank, in het Financieele Dagblad. Duijzer verklaart dat een terugkeer naar de “verkeerde rassen” de Nederlandse tuinbouw uiteindelijk op een kopersstaking in belangrijke markten kan komen te staan. In de jaren ‘90 lieten Duitsers de Nederlandse waterige tomaat, de “Wasserbombe”, massaal links liggen.
Duijzer stelt tevens dat telers van komkommer, paprika, tomaat en champignon de komende tijd in de problemen dreigen te komen wanneer prijzen niet duurzaam verbeteren. De wisselvalligheid van telers in het algemeen maakt volgens Duijzer dat de verwerkende industrie het vertrouwen in leveringszekerheid verliest. Hij vreest een uittocht naar Duitsland en België, waar ook kosten voor arbeid en vestiging lager zijn.
Daar staat dus dat Nederlandse telers zo dom zijn om allemaal dezelfde smakeloze tomaten te maken. De telers hebben het gedaan. Hij wast zijn handen in onschuld. Terecht voor zover ee bank niets te maken heeft met het beleid van de klanten die hij financiert. Maar hij zit wel met de portefeuille. Da’s zijn verantwoordelijkheid en die tomaatjes dus ook een beetje. Zijn collega’s bij de afdeling Industrie financieren ook geen scheerapparatenfabriek die apparaten uit 1950 maken meer.
Ik ben eerlijk gezegd blij te constateren dat Rabobank Westland een verstandiger man aan het roer heeft staan. Die beseft dat zijn kredietportefeuille uit mensen van vlees en bloed bestaat die je moet motiveren om ergens te komen. Dan hoef je niks af te schrijven. Bravo voor Van Heyningen dus wat mij betreft. M’n andere oordeel moge duidelijk zijn. Merkwaardig dat Duijzer zich gisteravond niet toonde. Laat ook dat maar bespreekbaar gemaakt worden. Ook daar gelden nl. de woorden van onze aanstaande koningin: ‘een beetje dom’. Net als die uitspraken in de krant.
Deze uitspraken zijn uiteraard voor mijn rekening. Niet voor die van Geu. Dat is een nette bankier van de heel oude stempel: maak het niet te dol. Die houding zie ik ook bij Van Heyningen voor wie ik steeds meer achting krijg als ik de context zie waarin hij moet opereren.
Dick, de vraag is waarom ze overstappen op bulk? Vanwege productopbrengsten en veel voor weinig of voor een product waar onvoldoende volume van is om een aantrekkelijke partij te zijn voor de retail.
Paul, heb jij wel eens een Fransman gevraagd wat die vindt van Nederlandse spullen die hij in zijn super koopt (Franse supers zetten vaak het ‘pays d’origine’ erbij)?
Ligt het misschien aan wat de handel denkt dat aantrekkelijk is voor de super?
Ik spreek geen Frans en of Fransen, maar ik heb geen brood in huis.
Oud grapje uit oude tijden.
Het bevestigd een eerder gesteld vermoeden dat volume en lagere prijs wint van extra kwaliteit.
Ik laat de inhoudelijke reactie op jou graag aan anderen. Maar wel dit: voor Fransen is een Hollands product geen aanbeveling. Het is ‘de la grande cavalerie’. Vrij vertaald: buikvulling. Ik realiseer me dat ik me in bepaalde kringen beweeg, maar meen te mogen gokken dat het segment dat dit vindt toch wel een procent of 30-35 van de kopers betreft.
Kan ik me goed voorstellen. Dat is waarom nichemarkten en biologisch zich hebben kunnen ontwikkelen. Ik wil graag dat het met een basisprijs voor iedere ondernemer mogelijk wordt om die extra kwaliteit te produceren en niet verleidt en uitgebuit te worden in de laagste prijsmarkt.
Ik kon donderdag helaas niet bij de discussie aanwezig zijn en heb dus niet helemaal recht van spreken. Maar aangezien ik de aanloop naar de bijeenkomst van gisteren wel van een afstandje heb gevolgd, neem ik toch maar de vrijheid om te reageren in de hoop een positieve bijdrage aan de discussie te leveren. Net als Jan Peter heb ik een achtergrond in marketing en communicatie (zowel binnen als buiten de tuinbouw) en onderschrijf ik de oplossingsrichtingen, die hij aandraagt, in grote lijnen. Met name het eerste aspect dat Jan Peter noemt (de verantwoordelijkheid in eigen handen nemen…) vind ik heel relevant. Als zoon van een gewezen tomatenteler, nam mijn vader me 30 jaar geleden elke zondag mee naar Kijkduin. Om daar terplekke van de weersomstuit steeds een beroerte te krijgen als hij constateerde dat de prijs van (zijn) tomaten drie of vier keer over de kop was gegaan in het kleine groentenwinkeltje aldaar. “Maar pa, als je dat nu zo vervelend vindt, dan moet je zelf de verkoop ter hand gaan nemen”, probeerde ik hem toen steeds vergeefs een spiegel voor te houden. Gelukkig is de gemiddelde teler vandaag de dag iets minder aan de goden overgeleverd als het gaat om prijsvorming. Maar in basis is er misschien niet eens zoveel veranderd ten opzichte van toen; kweken in bulk terwijl het product in alle anonimiteit ergens in het winkelschap belandt. Veel verkoopinspanningen van de meest vooruitstrevende telers zijn vaak gericht op het supermarktkanaal. Toegegeven, daar koopt het leeuwendeel van de consument zijn of haar agf-producten. Maar het is ook het kanaal dat voor een belangrijk deel bestaat bij de gratie van lage prijzen. En wil je jezelf daaraan (blijven) overgeven? Even terug naar het nemen van de eigen verantwoordelijkheid, of beter gezegd, het zelf regie voeren over je afzet. Er spelen een aantal ontwikkelingen die naar mijn mening een verschuiving naar het concept van de speciaalzaak rechtvaardigen. Om maar eens wat te noemen: de steeds intensievere voorlichting over gezond eten, een groeiend bewustzijn bij de consument dat gezond eten belangrijk is en daarbij ook lekker kan zijn, een hang naar authenticiteit en individualisering én last but not least een voldoende groot segment dat écht wel bereid is iets meer te betalen voor topkwaliteit.
Wat let de beste telers (met topproducten met een uitzonderlijk goede smaak, verantwoord geteeld, én met geloof in eigen kracht) om de koppen bij elkaar te steken (tja, momenteel misschien de bank )en zelf retailconcepten te ontwikkelen en hier voor eigen rekening en risico in te participeren? Eigen verkooppunten, gedreven door eigen mensen met passie voor en kennis van het product. Winkels, waarin hoge kwaliteit, aantrekkelijke presentatie, smaak(beleving) en heldere communicatie de boventoon voeren. Naast het af-kwekerij product worden kant-en-klare maaltijden aangeboden, evenals alle mogelijke varianten, waarin agf-producten zijn verwerkt. Winkels waar altijd iets gebeurt en waar mensen op ideeën worden gebracht. Van proeverijen tot kookdemonstraties. Bovendien een plek waar het verhaal achter het product goed wordt uitgedragen (door instore communicatie, maar bovenal door de medewerkers). En als je dan toch uit je vertrouwde comfort zone treedt, zou je ook kunnen denken aan het leggen van verbindingen met andere verssegmenten, zoals zuivel, vlees, broodwaren (en vis) met als resultaat een versplaza, die als het gaat om one-stop-shopping binnen het verssegment het supermarktkanaal qua aanbod ver achter zich laat.
Ik realiseer me terdege dat dit geen sectorbrede oplossing is. Maar ja, je moet ergens beginnen. Bovendien kunnen dit soort onderscheidende, innovatieve retailconcepten een rol spelen bij het (her)opvoeden van de consument als het gaat over gezonde en lekkere voeding en smaak(beleving). En daar kan de hele sector weer van profiteren! Eén ding weet ik zeker: als mijn vader het over zou moeten doen, zou hij er niet meer voor kiezen (zoals 30 jaar terug) om elke dag met de trekker naar de veiling te rijden en ’s avonds een kaarsje op te steken in de hoop een goede prijs te beuren.
Ik kreeg een reactie van een teler, die ik nu met zijn toestemming op Foodlog zet:
Heb de hele lijst vanmorgen eens rustig doorgelezen. Met alle respect voor allemaal de wijze opmerkingen???..
Ik mis in het hele geheel DE kern waar het allemaal om draait.
Ik hoop dat je begrip hebt voor het feit dat ik niet op foodlog uitpak. Ben bang dat kritiek tegen me word gebruikt.
Maar ik ben het met een boel zaken oneens. We worden gewoon misbruikt als tuinbouw doordat onze inwisselbaarheid zo makkelijk is. Er worden echt corrupte spelletjes gespeeld in de handel en bij de inkoop van de supers.
Er word steeds geroepen dat er een overproductie is. Moet je van een overproductie spreken vanaf het moment dat er géén schaarste is??? Ik denk het niet.
Het is gewoon een rotte circel waar we in terecht zijn gekomen. Er moet gewoon eens echt geschreven worden hoe de situatie is.
Publiceer de jaarstukken van de handels bedrijven
Maak wekelijks alle winkel prijzen van de (grote) producten publiek
Schrijf eens welk GMO geld er besteed is aan lampen in de kas, of rookgas reinigers van WKK installaties.
Schrijf eens dat die rookgas reiniger er niet is voor het milieu maar voor nog meer CO2 in de kas te kunnen blazen zodat de ballen nog sneller en smakelozer groeien
Schrijf eens dat de sale en lease back constructie de concurrentie verhoudingen scheef trekken
Er moet eens opgeroepen worden tot een debat tussen PT DPA LTO RABO en misschien nog een paar clubs die zich belangrijk voelen.
Neem nou DPA. Waar hebben ze het over????.GMO en verpakkings belasting
Neem nou PT die roepen over de hele wereld dat we in Nederland zo?n innovatieve en sterke tuinbouw hebben maar laten ons naar de klote gaan
En het LEI dan ???? dat zegt doodleuk dat Nederlandse boeren en tuinders maar geluk hadden. ‘Als je in USA failliet gaat heb je echt niks meer. Hier in het mooie Nederland krijg je tenminste lekker bijstand’, zeggen ze.
En dan moet je eens in Berlijn over de beurs lopen. Daar denk je dat het geld niet op kan in de AGF.
Iedereen speelt gewoon verstoppertje in onze sector. En daar moet aan gewerkt worden.
Laat PT nou eens uit zoeken hoeveel komkommers, tomaten en paprika er nou teveel was afgelopen jaar.
Een simpel sommetje
1400 ha tomaten??? X 500.000 kg ?? = 700.000.000 kg.
Stel er is 1 % te veel. Dan zouden er bijvoorbeeld 7 hopen langs de autobaan in het weiland liggen. 7 x 10 hectare weiland met daarop één meter hoog de tomaten. En dat dan 10 weken achter mekaar opnieuw aangevuld met 100.000 kilo per locatie.
En dan natuurlijk nog komkommers en paprika.
Nou Pieternel????..ik weet zeker dat we elke dag op SBS6 waren.
Dus?????er zal best af en toe een palletje weggegooid worden. Maar ik durf te zeggen dat er nagenoeg alles is verkocht. En niet voor schijt prijzen.
Geachte teler van de reactie hierboven, ik ben langzaamaan tot de conclusie gekomen dat onze hele economie anders in elkaar zit dan we denken. De logische gedachte is dat A. het marktmechanisme vanzelf vraag en aanbod op elkaar afstemt zodat er marktevenwicht ontstaat en B. vervolgens een evenwichtige markt leidt tot kostendekkende prijzen. Dat zijn twee veronderstellingen.
De eerste klopt. Het marktmechanisme leidt perfect tot marktevenwicht. “Dus……………er zal best af en toe een palletje weggegooid worden.” Landbouw blijft natuurlijk een productieproces dat op de biologie is gebaseerd. De ene keer groeien gewassen beter als de andere keer. Maar al die “hopen langs de autobaan in het weiland” zijn er dus inderdaad niet. Want er gebeurt al iets eerder: de prijzen dalen zo ver dat het aanbod vanzelf ‘opdroogt’.
Structurele overschotten zijn er normaal niet. Toch zijn ze er wel geweest: de boter- en graanbergen uit de jaren zeventig. Die waren er omdat de overheid product opkocht en in bewaring nam. Zo werd het normale marktmechanisme ‘verstoord’. Overigens zijn zulke overschotten weer terug van weggeweest. In de melkveehouderij was vorig jaar interventie (= opslag van overschotten).
Als er dan geen overschotten zijn, waarom zijn dan de prijzen zo laag? Dat is wat boeren zich overal afvragen. Feitelijk gaan ze er van uit dat redenering B hierboven opgaat. Maar dat is niet zo. Lage prijzen leidt tot marktevenwicht. Maar marktevenwicht leidt juist niet tot goede prijzen.
Want als de prijzen wel op behoorlijk niveau zou zijn, waren er weer overschotten.
Het lijkt meer dan absurd dat de markt niet tot goede prijzen leidt. Immers, hoe kan een systeem stabiel zijn waarbij er structureel te weinig wordt verdiend?? Zo’n situatie is perfect stabiel. Het kan tientallen jaren duren. Oorlogen willen nog wel eens helpen om het probleem op te lossen.
Maar als boeren zo weinig verdienen waarom stoppen ze dan niet?? Niemand dwingt hen toch om door te gaan?
Verkeerde conclusie: boeren stoppen juist massaal. In Nederland 3 á 5 per dag.
Dan wordt de situatie toch vanzelf beter, als er boeren stoppen?
Wederom verkeerde conclusie: de rest van de boeren neemt de productiecapaciteit over. Gevolg: een perfect stabiel systeem.
Donderdagavond op de terugweg naar huis, terugdenkend aan de bijeenkomst kwam er ineens iets in me op wat me toen pas opviel. De hele avond zat me al iets dwars maar ik kon het toen niet plaatsen waarom ik tekort voldoening uit de avond haalde. Maar de ingeving die ik kreeg maakte dat(voor mij dan) ruimschoots goed.
Ik meen me te herinneren dat aan het begin van de avond iemand zei dat het goed was dat de groenteveiling was verdwenen omdat tuinders daardoor marktgerichter en afzetgerichter zouden zijn geworden. Op het midden van de avond werd er besproken dat tuinders tekort onderscheidend zijn, merken zouden moeten creeren en innovatieve producten. Nog iets later werd er geroepen dat verhoudingsgewijs de nederlandse agrarische producten tegenwoordig helemaal niet meer van betere kwaliteit zouden zijn als die van buitenlandse concurrentie, sterker nog, het zou weleens kunnen zijn dat de Nederlandse kwaliteit minder zou zijn.
Nu brengt mij deze informatie als ik die aan elkaar koppel op de volgende constatering. Het is goed dat de groenteveiling is verdwenen omdat tuinders daardoor marktgerichter en afzetgerichter zijn geworden, dit valt namelijk te zien aan het feit dat tuinders weinig onderscheidend zijn, tekort merken en innovatieve producten creeren en de kwaliteit van Nederlandse agrarische producten achterblijven op de buitenlandse concurrentie. Logisch toch?
Nu weten de meesten hier dat ik een voorstander ben van een nieuwe veiling, maar goed, dat laten we even buiten beschouwing. Eigenlijk wordt er gezegd dat het huidige systeem van de agrarische sector niet goed functioneerd. Waarom, dat is me ook wel duidelijk geworden. In het huidige systeem wordt kwaliteit en onderscheidend vermogen niet meer voldoende beloond (uitzonderingen daargelaten). En dat is krom. Contractteelt, om het maar zo even te noemen, roept op tot het leveren volgens voorwaarden, niet tot het telen van de beste kwaliteit. Tekort marktinzicht leidt tot het schuiven met producten of achterhouden van, waardoor producten minder vers in de winkel komen dan mogelijk is. Nieuwe innovatieve producten of het leveren van betere kwaliteit door de “bulkproducenten”, daar zitten de grote retailers op te wachten werd ook gezegd. Maar als puntje bij paaltje komt en de woorden omgezet moeten worden in daden, wil men er niet veel meer voor betalen dan de standaardproducten, anders wordt het al gauw te duur en verdient men er tekort aan.
Kortom, iedereen wil kwaliteit en de beste producten, maar het systeem zorgt ervoor dat deze wensen niet in vervulling gaan.
Ik heb afgelopen donderdag de presentatie van veilen 3.0, zoals het nu werkt in de bloembollensector ook gezien. Het zal best een systeem kunnen zijn waar je ook groenten en fruit mee kunt verkopen. Op dezelfde avond heb ik ook bloembollenkwekers gesproken die zeggen dat de prijzen van bloembollen ook drie keer niks zijn. Dus of veilen 3.0 dan dé oplossing is? Ik denk het niet. Misschien wel één van de oplossingen.
Ik heb het Kapitein van het Westland debat nog eens helemaal doorgespit en daar telde ik 22 verschillende forse problemen waar de tuinbouw mee kampt. In het Titanic Debat zijn er ook nog andere problemen genoemd. Het ene probleem is misschien wel weer een gevolg van het andere. Maar met alleen aanbod bundelen en/of veilen 3.0 gaan we die problemen echt niet oplossen.
Daar is nog veel meer voor nodig en er zullen hele grote stappen ineens gezet moeten worden naar iets nieuws waarvan je jezelf nu misschien nog geen voorstelling kunt maken. Maar dat zal wel moeten. En Jan Peter is op donderdag wel uitgemaakt voor iemand die niet weet waarover hij het heeft.
Ik zou haast zeggen: gelukkig maar, want we hebben frisse ideeën nodig. Eén van de spelregels die ik in mijn opleiding creatief denken heb geleerd is: geef extra aandacht voor ideeën die je vauit je bestaande denkpatroon snel als naïef zult kwalificeren.
Heel vaak blijkt namelijk dat die “naïeve” ideeën later helemaal niet zo naïef blijken te zijn. En “naïeve” ideeën zijn vaak ook nog eens relatief eenvoudig uit te voeren.
Jan, heb je die 22+ problemen opgeschreven? Kun je die hier posten?
In bovenstaande reacties staan overal meningen en stellingen waar een stevige kern van waarheid in zit. Punten waarmee niet alleen de tuinbouw kampt maar de meeste agrarische sectoren. Vraag en aanbod spelen in de prijsvorming een minder grote rol als er gedacht wordt. Pas in een flinke tekortmarkt, niet alleen in NL, zal er een forse prijsstijging zijn. In een balansmarkt zijn de afnemende partijen door hun grote volumes nog steeds bij machte om de prijs onder druk te zetten.
Omdat boeren en tuinders braaf opgeven hoeveel product ze gaan produceren zijn afnemers geinformeerd over het aanbod.
Huib, jij vraagt waarom boeren en tuinders niet stoppen? Het antwoordt is omdat ze niet kunnen. Veel bedrijven hebben verplichtingen en zijn gedwongen om door te gaan in de hoop op betere tijden. Betere tijden resulteren in uitbreiding productie en herhaling van zetten. Dus kom je er zo niet uit.
Iedere keer zijn er afvallers en bedrijven die groter worden, of ze gezonder zijn is een andere vraag.
Het aantal bedrijven dat per dag stopt is relatief klein als je onderstaande link leest.
http://www.agd.nl/1094373/Nieuws/Platteland/Meer-nieuws-plat teland/Bijna-derde-agrarische-bedrijven-klein.htm
Jan, als ik als boer of tuinder het vooruitzicht had dat er een grote kans is,in het huidige landbouwbeleid, dat ik tot in lengte der dagen voor iemand anders aan het werk ben en op het eind van het liedje nog geen euro te makken had, dan stapte ik uit mijn naïviteit en in creativiteit.
Ik betaalde al mijn toeleveranciers, ging naar de bankier en vertelde hem dat hij het vanaf nu zelf mag gaan doen.
Je kunt jezelf van slavernij bevrijden, het leven duurt niet eeuwig dus maak er nog wat van.
@Harold, Deze tuinbouwproblemen heb ik het het Kapitein van het Westland debat gedestilleerd. Ik zal er vast nog een aantal over het hoofd hebben gezien. In het Tuinders Titanic debat staan er ook nog wel genoemd verwacht ik. Vul ze anders zelf maar aan. Veel problemen zijn natuurlijk het gevolg van weer andere problemen.
1. structureel te lage prijzen
2. uitwisselbaarheid producten
3. anonimiteit producten
4. murw geslagen en gedemotiveerde tuinders
5. kostprijsdenkers
6. marktdenken is door de veilingen uit de genen van telers geëvolueerd
7. producten niet transparant
8. weinig productkennis bij consument
9. wantrouwen bij consument
10. onbekendheid eindbestemming product bij tuinders
11. blokvorming = streven naar een 6-je
12. kwaliteit in het winkelschap is vaak bedroevend
13. slechte communicatie tussen teler en consument
14. smaakniveau producten te laag
15. telers zitten in te klein netwerkkringetje en kijken niet verder dan de eigen toko
16. te nuchter, te weinig creativiteit
17. tuinders kijken teveel naar anderen als de schuldigen van alles
18. risico ligt vooral bij de teler en minder verderop in de keten
19. de marges in de keten zijn niet transparant en onrechtvaardig verdeeld
20. er wordt geplant, zonder klant
21. telers durven te weinig te delen met anderen
22. vraag en aanbod zijn niet transparant
Dames en heren boeren en tuinders maak deze interessante discussie eens wat meer politiek.
Tenslotte is het altijd de politiek economische vertaling die je portemonnee weer wat voller maakt.
@Paul Jansen, “Jan, als ik als boer of tuinder .......op het eind van het liedje nog geen euro te makken had, dan stapte ik uit mijn naïviteit en in creativiteit.”
Ik heb niet gezegd dat tuinders naïef zijn. Maar om échte oplossingen te creëren is het misschien wel eens goed om als een kind na te denken over waar we allemaal mee bezig zijn en hoe een kind of een “domme” volwassene het probleem zou willen oplossen.
Dan heb je waarschijnlijk nog niet direct dé oplossing, maar dan kun je vanuit een geheel ander, tot dan toe misschien onbekend blikveld iets nieuws creëren.
Hendrik J, je vraagt om de discussie meer politiek te maken. Ik ben het helemaal met je eens dat daar het grote probleem zit. De neoliberale politiek is het uitgangspunt van het landbouwbeleid. Dit heeft als gedachte dat problemen zich vanzelf oplossen. Nou klopt het wel dat opmerkelijk veel problemen vanzelf oplossen.
Beleidsmakers zijn net als huisartsen. Bij één derde van de bezoekers van een huisarts gaat de kwaal vanzelf over, ook zonder ingrijpen. Bij één derde gaat de kwaal niet over, ook met ingrijpen. En toch hebben huisartsen een belangrijke functie.
Neoliberaal beleid is al heel vaak geprobeerd. Al tientallen decennia. Een leuke uitspraak die ik een tijdje geleden hoorde: Als je doet wat je altijd al deed, dan krijg je wat je altijd al kreeg.
En wie geen fouten maakt, maakt meestal niets. Dus hier lullen we er gewoon over verder, ook heel zinvol, interessant en inspirerend. Maar behalve er over denken moeten we vooral ook iets gaan doen. Aldus Doenker Jan Robben.
Het spijtige van de bijeenkomst van donderdag was dat er geen kruisbestuiving tot stand kwam. Iedereen ging naar huis met dezelfde ideeën als waarmee hij kwam: degenen die vonden dat er nieuwe organisaties moesten komen, degenen die vonden dat de huidige voldeden, degenen die vonden dat je gezamenlijk moet verkopen, degene(n) die vond(en) dat je verkoop in eigen hand moet houden, degenen die vond dat de problemen op een hoger niveau (landbouwbeleid) liggen, zelfs diegenen die vonden “dat we naar drie, vier producentenblokken toe moeten in Nederland, die uit een vorm van marktkracht kunnen opereren.” De student internationale handel die blanco, zonder verwachtingen de zaal betrad is een van de weinigen die allerlei nieuwe indrukken heeft opgedaan.
Kruisbestuiving kan tot hybride-ideeën leiden. Was er dan in het hele land geen enkele die nog weerstand bood aan dit bewind? Toch wel, vanuit een klein dorpje in een uithoek van het rijk, kwam een doenker met een hybride-idee die een sprankeltje van vuur brandend hield.
Huib, ik vind jouw opmerking een interessant punt voor discussie: wat leverde maandag op?
Ik denk het verschrikkelijke besef dat de basis ontbreekt om het eens te worden en de zichtbaar geworden pogingen om dat te verbloemen. Wat denken anderen?
Mensen, ik wil iedereen bedanken die de avond hebben georganiseerd. Het zou natuurlijk ook wel erg mooi zijn geweest als je op zo’n avond met concrete oplossingen zou komen. Het heeft ons wel inspiratie gegeven en ook bevestigingen dat wat we al doen, voor ons de goede weg is. Vooral de opmerkingen van Jan Peter van Doorn waren duidelijk, maar voor verschillende telers en adviseurs erg confronterend. De opmerking: de bakkers stonden ook met de kop in de oven en met de kont in de winkel. Ik denk dat de agrische sector breed dit op de zelfde manier doet. En roepen ik heb wel 200.000 komkommers per dag en dat werkt voor mij niet was ook een duidelijke, maar als je 200.000 komkommers per dag produceert in de top. Met die hoeveelheid zul je toch anders naar de markt moeten, en niet alleen via de wegen die nu er voor zijn.
Ik zie wel hele positieve dingen in de drie punten van Jan Peter.
Vooral ook zijn slot opmerking, waar hebben al die mooie pakken U nu gebracht die wel weten waar ze over praten.
Laten we de discusie met de supermarkten eens meer opzoeken. Die meneer van de plus gaf toch stof om over te discuseren.
We moeten als telers onze aanbodsprognose invullen anders krijgen we korting op onze uitbetaalprijs. Maar ik ben ook erg geintereseerd in de vraagprognose.
Laten we die eens naast elkaar leggen, en kijken waar loopt het wel en waar het uit elkaar loopt. Daar zit een wederzijds belang om deze informatie met elkaar uit te wisselen. Door de bestaande structuren van nu, wordt de informatie tussen telers en klanten te veel gefilterd, en uitgelegd op een manier wat voor de bestaande stucturen het beste is. Maar dit is niet het beste voor ons als telers.
Uit de (goede!) debatten in de reeks Wind of storm? is mijns inziens het begin van de oplossing te vinden in de boodschap van drie koppen: “de hele keten wil dat alle schakels verdienen” (Van Doesburg), “zakelijk worden” (Jansen) en “neem regie” (Rutte). Volgens mij draait het in essentie om de keuzevrijheid die we (gelukkig!) hebben (ik postte dit bericht ook op het AgD en ben zo vrij het hier ook in te brengen).
Aan de ene kant shopt de consument (met als - huidige - trend: ik koop in bij de super, ik kies voor het huismerk en leer van de super - zeker ook weer de afgelopen weken - dat ik er beslist niet teveel voor moet betalen). Aan de andere kant levert de producent (trend: steeds minder in getal - er staan steeds minder opvolgers te popelen - en collectief licht stijgende productie - dus individueel forse stijgingen).
Tussen deze twee polen zit een wereld die markt heet, volkomen verschillend is per product, maar wel steeds als dominante speler de supers kent. En het leuke is, dankzij die ‘markt’ krijgen we vrijwel al onze productie weggeduwd, of het nu kwaliteit of rotzooi is.
Feit is dat denken in marktmacht weinig soelaas biedt. Kijk naar FloraHolland, Vion en FrieslandCampina (al jaren grootste merk in de super - hoezo schapruimte belangrijk?). Ieder groot in Nederland, met wisselend marktaandeel in het eigen segment en opererend in totaal andere ‘werelden’. Qua kenmerk sluiten ze aan bij het agrarisch bedrijf: (zeer) krappe tot negatieve winstmarge in relatie tot de inzet van kapitaal en de omzet en voortdurende de vraag: betalen we de kosten uit een hogere marge of wordt het (toch weer) een hogere omzet?
In mijn beleving zit de crux in trots. Hoe trots ben je als producent op je product? Ben je er heel trots op en heb je er een verhaal bij? Dan mik je het niet over de schutting in de hoop dat ‘iemand’ er wel een prijs voor maakt (regie nemen en zakelijk worden). Gelukkig biedt de ‘local-for-local-gedachte’ kansen en is met name met het concept van streekproducten geld te maken. Maar de ‘bulk’ gaat toch de grens over (wisselend per product, variërend van de helft tot meer dan 90%) en wordt in toenemende mate anoniem verkocht (zie hiervoor: via huismerk super).
Eén oplossing voor de malaise is er niet, daarvoor zijn de problemen en de markten te divers. Feit is wel dat producenten als groep niet om de supers heen kunnen. Feit is ook dat de producent als individu keuzes heeft: kap ik ermee of ga ik door? En als ik doorga, doe ik dat dan met of zonder trots voor mijn product? Geen trots? Succes in de ratrace! Wel trots? Koers niet op omzet alleen en werk aan een afzet - al of niet via een coöperatie - waarin de rotzooi van een ander niet de prijs van jouw kwalitatieve product om zeep helpt (zakelijk worden).
De macht begint mijns inziens bij je eigen product en de mate van trots (regie nemen). Die overtuiging moet groeien - van het individu via (het collectief van) zijn afzet naar de consument, waar dan ook in je uiteindelijke afzetmarkt (de hele keten wil dat alle schakels verdienen). Anders rest slechts het meest negatieve scenario, dat Van Doesburg schrijnend verwoordt in de zin “We hebben een intermediair, zoals bijvoorbeeld The Greenery, nodig om er zeker van te zijn dat we het juiste volume tegen de juiste kwaliteit kunnen kopen.” Het woord prijs komt er niet in voor, maar het had zo maar juiste (lees: laagste) prijs kunnen zijn.....
@Geert P , “Eén oplossing voor de malaise is er niet, daarvoor zijn de problemen en de markten te divers”
Die conclusie had ik ook al eerder getrokken en sinds donderdag ben ik nog meer bevestigd dat we van onze organisaties de oplossingen ook niet hoeven te verwachten. Het moet van onderaf komen, dus van relatief kleine initiatieven van de telers of andere betrokkenen zelf. Ook van mensen “die niet weten waar ze het over hebben” verwacht ik op dit moment meer dan van onze organisaties.
Richard, ik zal jullie iets bekennen. Ik heb concrete oplossingen donderdagavond heel bewust proberen te vermijden. Ik was uit op voortzetting van ‘het gesprek’. Niet om ‘ns lekker therapeutisch te doen met een paar duizend patiënten tegelijk, maar om een bedje te maken waarin die oplossingen eindelijk eens kunnen landen. De oplossingen zijn nl. allang bekend, al moet er nog wat gepield worden aan de fine tuning van de manier waarop die bakker uit de oven moet komen. Daar zit zelfs nog een heleboel werk en minstens zoveel achterstallig onderhoud in, maar het is alleen maar ‘werk’.
Iets zorgt ervoor dat er nooit met dat werk begonnen kan worden of dat het iedere keer misloopt. Glaskracht Bestuurder Aad van Dijk sprak wijze en dappere woorden: de Greenery was een goed idee, het is alleen slecht uitgevoerd. En toch gaat het gewoon door. En toch onstaat er een wildgroei aan oplossingen van afgescheiden groepjes van mensen die hun eigen ding gaan doen. In werkelijkheid is de hele sector met zichzelf in gevecht. Bestuurders proberen de lieve vrede te bewaren, maar realiseren zich niet dat ze zich daarmee alleen maar meer vastlullen. Dat is - naar ik begin te vermoeden - het probleem: ze proberen iedereen te vriend te houden en dat gaat niet meer. Er is teveel gebeurd en de wonden hebben te lang kunnen etteren. Weinigen zijn in staat om daar zomaar overheen te stappen en dus zal het even flink moeten roken. Mensen hebben zich ingegraven in rationele posities en ‘oplossingen’ die geinspireerd zijn door onderling wantrouwen. Als je dat niet eerst oplost, betekenen oplossingen niets. Als je nog verder doordenkt: is dit een crisis of een haantjesgevecht? Dat zeg ik suggestief, want er is natuurlijk nog meer aan de hand. Maar toch.
In de serie die Geert P zojuist noemt, verschijnt morgen een interview met Ruud Huirne, ‘jullie’ LEI-baas. Ik verklap alvast de titel: “Onderlinge verdeeldheid nekt boer en tuinder”. Ik dacht het al, maar weet het nu dus zeker: Dat is het probleem. Oplossingen lossen het niet op. De verdeeldheid moet eerst ‘ns opgelost worden, anders wil niemand aan de oplossingen en blijven ze roepen ‘aan het gas met die andere lui’. Er zijn geen andere lui. Jullie zijn allemaal tuinders en zullen een manier moeten vinden om vanaf dezelfde helft van het veld te spelen. En anders? Dan blijven jullie elkaar’s glazen in gooien. En daar hebben jullie er heel wat van.
Dit is een bericht van Willem Doorn:
Naar aanleiding van de discussie donderavond in nieuwegein wil ik het volgende weergeven:
De tuinbouw is lang geleden half in de 19e eeuw ontstaan begin 1900 zijn er veilingen opgericht. Deze oprichtingen zijn niet uit weelde ontstaan .Ze zijn ontstaan omdat handelaren toen ook al door hadden hoe een en ander ingekocht moest worden om er zelf ook goed beter van te worden. Dit was en is hun goed recht.
De veilingen zijn toen ontstaan met en dat ging met afmijnen. Dit heeft tot begin jaren 80 goed gefunctioneerd daarna heeft de klok aan belangrijkheid ingeboet, totdat in 1996 de fusie tot stand kwam en de greenery werd opgericht . Al heel gauw kwam men erachter dat produktbeschikbaarheid een heel belangrijke troef is en dat wist de handel ook. Nu werd de handelaar steeds luier en luier want de tuinders schoven de dozen en kistjes naar binnen en wachten af wat ze ervoor kregen.
We kregen als tuinder net zoveel of weinig dat we net in leven bleven. Alleen als gekke dingen gebeuren, zoals val van de muur in Duitsland , misoogsten in Spanje denk aan 2005 werd er wat verdiend. Maar was het niet altijd zo dat als er geen ramp geweest was dan was het pas een echte ramp voor de tuinbouw. Denk aan de 60e jaren 70e jaren en 80e jaren het was altijd op en neer. En nu denk de hele kliek (retail) samenwerken met ons kan meer opbrengen dan afleveren en verder niet naar omkijken (produkt) .
Ik denk er toch iets genuanceerder over. De oplossing die ik voor ogen heb is toch in contact treden met de consument
Het verhaal achter elk produkt goed vertellen en met veel reklame campagnes zodanig dat het een waarde krijgt waar de retail niet meer om heen kan denk aan duurzaam telen met wkk, CO2 footprint etc , er zullen vast nog wel meer ideeën leven. Maar dit is de enige weg die wij als telers moeten en kunnen gaan nadat wij ons gebundeld hebben tot 2 a 3 blokken in Nederland.
Ps Misschien kunnen we een kleine bijdrage vragen van onze grootste bezitter van het glas in onze sector de rabo en wij zelf via een groente(reklame) fonds om een en ander mogelijk te maken. Produkt tot waarde brengen is een van de weinige mogelijkheden wat kan helpen bij deze crisis.
Gr Willem Doorn
Nog wat aanvullingen op wat ik zoal zie:
1. eigenwijsheid
2. halsstarrigheid
3. blindheid
4. onenigheid
5. verdeeldheid
6. de pijn niet onder ogen durven te zien
7. het ongelijk niet toe willen geven
8. te veel bestuur
9. te weinig bescheidenheid
10. geen gezamenlijkheid (tuinder, bond, overheid, bank coöperatie (ieder
probeert zijn straatje schoon te vegen).
11. verkeerde aannames (er is overproductie, het is een kwestie van vraag en aanbod)
12. Er is overfinanciering en er zijn spreadsheets. En die spreadsheet bepalen de volumes (helaas niet tegen de prijs die in het spreadsheet voorkomt).
13. Honderd jaar geleden deed de tuinder of boer zijn eigen verkoop.
14. Nu doen anderen dat smerige karweitje. En voor veel geld. Verkopen levert meer op dan produceren.
15. Ik ben en voor innovatie en voor specialisatie en voor andere verhoudingen en voor andere distributievormen en voor andere organisatie vormen en voor andere financieringsvormen en voor andere vormen van overheidssteun en voor een andere houding van de consument en voor tuinders en boeren die met vakmanschap hun werk doen en daar een behoorlijke boterham aan overhouden. Ik ben voor heel veel en denk dat er ook heel veel moet gebeuren.
@Jan, laten we een afspraak maken.
@Jan Peter, ja we moeten afspreken. Dick belt me vandaag nog zei ie. Komt goed.
@Jan Robben, jij bent toch zelf ook tuinbouwbestuurder geweest? Jij weet ook dat bestuurders niet de wijsheid in pacht hebben en van bovenaf kunnen beslissen. Bestuurders kunnen slechts signalen oppakken. Ze samenvoegen en smeden tot één geheel.
Het is logisch als de tijd heftig is en de sector zoekende, dat er een soort tijdelijke chaos ontstaat. Heel begrijpelijk. Je moet het alleen wel durven zien. Maar wat dan rest is de eindjes opzoeken en met elkaar aan de slag. Dat doen bestuurders niet alleen, dat kan alleen maar samen. Maar iemand moet mee voorop lopen en de eindjes samenbinden.
Het vergt moed om je situatie onder ogen te zien. Los van wat dat is. Dat kan uitermate pijnlijk zijn. En daarnaast moet je als tuinder ook gewoon je werk doen. En zorgen dat je financieel het hoofd boven water houdt.
Het is niet voor niets dat ik voor deze bijeenkomst schreef dat jullie moeten zoeken naar een gedeeld probleem. Het vergt moed om een dergelijk gesprek met elkaar aan te gaan. Ik zie dat dit nu gebeurt.
En om het dan toch maar even op te nemen voor de mannen in mooie pakken. Ze zijn er in mijn optiek om de draadjes aan elkaar te knopen. Ik hoop dat ze dat gaan doen. Zij moeten hun zintuigen gebruiken. Dus horen, zien en voelen wat er gebeurt. Dus actief luisteren (horen), vragen stellen, kijken. Zij moeten dit doen om de signalen op te vangen van tuinders. Waar draait het allemaal om? Wat moet ik weten om ‘wijs’te kunnen besturen.
En als dat allemaal goed loopt, dan komt het weer op zijn pootjes terecht en zullen tuinders weer voelen waar hun organisatie voor staat. Ik erken het is een moeilijk proces.
@Annechien, ja weet ik nog wel hoor dat ik bestuurder ben geweest. Daar ben ik dus op een gegeven moment mijn energie ook helemaal op kwijtgeraakt. Ik wil absoluut niet zeggen dat bestuurders bij voorbaat niks zouden kunnen bereiken op dit punt. In díe overlegcultuur kon ík dat in ieder geval niet, of in ieder geval lang niet snel genoeg naar mijn zin. Jij kunt dat misschien beter, jij durft ook hier je mening te geven, maar ik vroeg laatst een bestuurder uit onze sector of hij niet eens zijn mening wilde geven op dit gremium. “Nee, dat kan ik als bestuurder niet maken”, was zijn antwoord. En een andere vertegenwoordiger van een overkoepelende organisatie liet weten daar allemaal geen tijd voor te hebben.
Wat Dick ook zegt, de organisaties willen teveel vrienden blijven met iedereen. Nou dat kan dus niet als je snel wilt zijn. Want al die verschillende denkrichtingen, emoties, ideeën, frustraties, enzovoort samenvoegen tot één geheel is ondenkbaar. Ik kan er nu in ieder geval geen touw meer aan vastknopen wat onze organisaties voor oplossingen zien. Als ik de Nieuwe Oogst lees, moet ik goed zoeken naar een stukje over de tuinbouwcrisis, alsof de tuinbouw al niet meer bestaat. Ook Hans Huibers, de nieuwe ZLTO voorzitter ziet geen echte oplossing voor de tuinbouwcrisis schreef hij gisteren in zijn column. De tuinbouwondernemers moeten zelf met oplossingen komen volgens hem. En zo is het ook.
Jan, misschien is hetgeen Hans Huijbers zegt ook wel heel realistisch. Het kant en klare antwoord heeft hij niet. Dat is eerlijk. Hij zegt: “ZLTO wil dit ondersteunen”. Doe dat dan ook. Zeg concreet wat je van ze wilt! Dan kan ZLTO er niet onderuit.
Dat kan helpen om stukje bij beetje de eindjes weer aan elkaar te knopen. Ze steken de hand uit neem die. Houd zelf de touwtjes in handen over wat je wilt. Ook dat word je in de mond gelegd: de sector zelf moet in beweging komen. Dat zie ik nu gebeuren. De kunst is wel om een gedragenheid te krijgen.
Je weet het: wie niet waagt, wie niet wint.
O Annechien, maar dat weet ik wel dat ZLTO, PT of welke club dan ook goeie initiatieven willen ondersteunen. Ik doe alleen maar een oproep aan de tuinders en de mensen om hen heen om zelf met initiatieven te komen en niet te gaan zitten wachten op de bestuurders.
Ik refereer nog even aan een kreet van een tuinder uit de Kapiteindiscussie: “Kom kom heren...geen woorden maar daden”. Die tuinder had het dus nog niet begrepen dat hij vooral zelf in actie moet komen.
‘is dit een crisis of een haantjesgevecht?’
Da’s een doordenkertje, Dick. Eerlijk gezegd denk ik het laatste. Wel even inkaderen: een gevecht tussen teler, handel en supermarkt of een gevecht tussen telers en telersgroepen onderling. Uitgaande van het laatste: de versmelting tot The Greenery is wel een gevolg van een crisis, maar uiteindelijk is het uitgelopen op een haantjesgevecht. En dat is het nog steeds. Ik vraag me af of de overkoepelende organisaties daar ook maar enige invloed op hebben.
Is dat een mannelijke eigenschap? Steeds elkaar de loef afsteken? In afzet en in bedrijfsgrootte? De een kukelt nog harder dan de ander.
Als vrouw denk ik dan: de oplossing is zo eenvoudig. Ga vanaf onderen beginnen en probeer elkaar te vinden in overeenkomsten in plaats van in verschillen. Bedenk plannen en zoek daar de juiste mensen bij. En als die plannen goed zijn, dan willen steeds meer ondernemers daarbij horen. Dus als veilen 3.0 een initiatief is, maak dan zo’n goed podium dat mensen enthousiast instappen.
Klein advies aan al die tuindersheren (er zijn tenslotte maar een paar vrouwen in dit vak): vraag allemaal eens aan je vrouw, die meestal toch in de maatschap zit, al dan niet pro forma, of zijn eens wil meedenken over goede plannen.
Annet Kalter, ik weet dat je mee leest. Wil jij ook eens een duit in het zakje doen? Hoe is afgelopen donderdag bij jou over gekomen?
Vraag: Heeft er iemand donderdagavond de vraag gesteld waarom The Greenery geen eigen schapruimte in de super heeft?
@Paul, Is niet gevraagd volgens mij, maar zou dat niet kunnen zijn omdat The Greenery geen consumentenmerk wil zijn?
Jan, en lag daar nu net niet de kans om onderscheidend te kunnen zijn met een eigen merk en uitmuntende kwaliteit? Of wil de supermarkt haar schap en omzet niet kwijt?
Bravo Jan Peter van Doorn. Je slaat naar onze mening de spijker op zn kop!
Wij waren afgelopen woensdag ook aanwezig bij de bijeenkomst. We waren aangenaam verrast over de strijdlust van onze collega’s en onaangenaam verrast (maar wel in onze mening bevestigd geworden) over de rol van de bestuurders.
De stichting Nieuwe Vrije Agrarische Federatie (NVAF) is een samenwerking ontstaan uit een groep Westfriese agrariërs die het niet eens zijn met het verplichte karakter van de Product- en Bedrijfschappen en de wijze waarop heffingen geïnd worden.
Inmiddels zijn wij uitgegroeid tot een beweging met duizenden sympathisanten over heel Nederland. Wij strijden al een zestal jaren intensief voor onze vrijheid waarbij afschaffing van de overbodige en geldverslindende ‘schappen’ centraal staat.
Wij hebben tevens een uitstekend, goedkoop en slagvaardig alternatief ontwikkelt namelijk ‘het clustermodel’. Zie http://www.agrarischmanifest.nl
Niet de economische crisis maar de ‘schappen’ zijn de belangrijkste oorzaak waardoor het zo slecht gaat met onze bedrijven en onze concurrentiepositie. Jarenlang al wordt agrarisch Nederland structureel financieel verzwakt en de economische crisis heeft daarbij de laatste klap gegeven. Per jaar zijn wij verplicht om ongeveer 80 miljoen euro aan PT te betalen.
PT geeft dit uit aan collectieve reclame zonder dat wij ons daarmee kunnen onderscheiden. We betalen enorme bedragen aan collectief onderzoek waarvan de uitkomsten (innovaties) direct op straat liggen zodat onze buitenlandse concurrenten die meteen kunnen gebruiken. Dit zijn twee voorbeelden uit vele die aantonen dat we binnen een geglobaliseerde wereld niet meer nationaal kunnen en mogen denken. Laat staan als we ook nog eens zonder stemrecht, motierecht en kiesrecht te maken hebben met organisaties die ons in de weg zitten zoals PT.
De Publiekrechtelijke Bedrijfs Organisaties (PBO, waaronder PT) zijn slechts een verlengstuk van de overheid die daarmee veel werk uit handen genomen ziet worden zonder haar verantwoordelijkheid te nemen. De overheid denkt hiermee invloed te hebben op voedselveiligheid, bevordering van het algemene belang en het behouden van een kleine overheid. Niets is echter minder waar. De PBO is een achterhaald model en bewijst dat keer op keer. Het is niet in staat tot creatie van enige welvaart en hangt als een juk om de schouders van ondernemingen
Agrariërs zijn mensen met hart voor de natuur, een groot maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel en een uitstekende ondernemersmentaliteit. Pioniersmentaliteit is hen niet vreemd. Wereldwijd komen we deze mensen tegen.
Agrariërs willen op eigen kracht zelfstandig beslissen hoe ze zich organiseren, onderscheiden en met wie (lees nationaal en internationaal) ze willen samenwerken. Agrariërs willen zonder dwang hun bedrijven en producten ontwikkelen om daarmee te komen tot initiatieven waar structurele welvaart voor de bedrijven en dus Nederland uit voortkomt. De PBO staat dit allemaal in de weg.
Vakorganisaties (bestuurders PBO) buitelen over elkaar heen met slechts één doel: het afnemende ledental te beperken én hun eigen voortbestaan veilig te stellen. Geen enkele synergie behalve voornoemde is bij deze organisaties waarneembaar.
Alle cijfers (LEI) wijzen op afnemende posities van Nederland als producent en exporteur van agrarische producten. In 2009 bedraagt het inkomen van de gehele agrarische sector nog geen 800 miljoen euro. Het PT, als één van de vele agrarische ´schappen´, neemt hiervan al 80 miljoen euro en heeft nog eens ruim 100 miljoen contant aan reserves. Zo kan het niet doorgaan.
Veel agrariërs worden geconfronteerd met verliesgevende situaties, dwangbevelen en beslagleggingen door de ‘schappen’. Zelfs openbare verkopingen van bedrijven en goederen worden niet geschuwd. Is dit het doel van de ´schappen´.
Dit proces kan alleen gestopt worden door te luisteren naar de roep van betrokkenen om rigoureuze maatregelen. Andere tijden, anders denken, anders handelen.
Wij zien de huidige bedreigingen nog steeds als een kans maar kansen hebben ‘ruimte’ en ‘economische vrijheid’ nodig om tot ontwikkeling en perspectief te komen.
De NVAF conclusie: Nationale Collectiviteit (zoals PT) past niet meer anno 2010 dus: Productschappen (zoals PT) zijn overbodig en afschaffen dus!
Dan ontstaat er ruimte voor oplossingen.
Dan ontstaat er niet alleen financiële ruimte, maar ook ruimte voor bedrijven om private (wellicht internationale) allianties aan te gaan. Hiermee kan men zich onderscheiden zonder gehinderd te worden door collectieve éénheidsworst.
Vakorganisaties, voorzover ze nodig zijn, kunnen daarbij ondersteunend zijn maar dit is beslist niet noodzakelijk.
C.Fischer
Voorzitter NVAF
Kan er niet iemand van The Greenery iets over het onderwerp schapruimte vertellen? Anders blijft dat hier weer een week rondzingen. Willem & Drees kunnen het ook, dus waarom Greenery dan ook niet? Nou ja, misschien heeft W&D;een beter verhaal, seizoen, regio, authenticiteit, enz.
Ik zit in mijn maag met zo’n reactie van de NVAF. Ik zie namelijk geen oplossing van het probleem door het PT op te heffen. Het is niet te onderschatten hoe belangrijk het is om één organisatie te hebben waar telers niet uit kunnen rennen. Zonder PT denk ik dat de sector helemaal ontspoort in individualisme. Ik denk dus dat je met de gezamenlijke heffing juist heel veel goede dingen kunt doen. Neemt niet weg dat het functioneren van zo’n organisatie best ter discussie mag staan.
Mensen, we hebben het hier over een afzetprobleem. Die discussie wil ik graag loskoppelen van het al dan niet voortbestaan van het PT.
@NVAF: Ik ben zeer verbaasd over de populariteit van het clustermodel voor het aanpakken van deze crisis. Zeker na het lezen van het agrarisch manifest. Waarom vasthouden aan het clustermodel terwijl het ene cluster naar het andere niet blijft te werken en er nog onlangs een zeer kritisch rapport is verschenen over deze aanpak?
Het is ook logisch dat het niet meer werkt. We zitten economisch in een overgang van een keteneconomie die informatieuitwisseling als basis had naar een netwerkeconomie die vertrouwen als basis gaat krijgen. Jan Peter schreef m.i. niet voor niets Ik zou pleiten voor het creëren van een netwerkorganisatie, een open organisatie zonder hiërarchie. .
De netwerkorganisatie gaat overigens niet alleen over de telers, maar bovenal ook over de consumenten. Daartussen moet contact worden gemaakt. Eng voor veel telers, maar het moet. Echtheid, transparantie en vooral veel onderling contact.
Als je het agrarisch manifest dan nogmaals leest met dit beeld in het achterhoofd staan er best nuttige dingen in, maar vergeet a.j.b. die clusters. Dat is denkwerk uit de jaren ‘80 en dat is een kwart eeuw geleden. Tijd voor vers denk en doewerk. Want onthoudt: successen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.
Dat is overigens nog een positieve versie. De echte zou moeten luiden: successen uit het verleden zijn het slechtste voorbeeld voor de toekomst.
In dat licht moet m.i. ook de discussie over de klok worden gezien. Het kan best even een tijdelijke oplossing zijn om nu te zorgen voor realistische opbrengsten. Maar hooguit een jaar of 2, daarna is de ellende dubbel en dwars terug. Die jaar of 2 zijn daarom geen adempauze, maar de tijd die keihard gebruikt wordt worden om de zaken die Jan Peter noemt met zeer grote kracht aan te zetten. Half werk zal zich wreken. Pijn moet het doen.
Stop maar met het vragen aan iedereen om reacties over de eventuele verkeerde keuze’s uit het verleden.
We moeten bij de feiten blijven. Die feiten zijn dat de gehele laag nu niet weet waar naar toe. Het begrip marketing zou/is een oplossing maar dan wel een voor de lange termijn. De marketing in de tuinbouw zou ook moeten groeien en dat vraagt tijd wat wij als producenten niet meer hebben. Volgens Fred van Heyningen hebben wij tot 1 september Nou, dan zijn de problemen in het gunstige geval echt niet opgelost. Wij als producenten moeten nu eerst maar is focussen op transparantie binnen de keten. Dit moet geheel van onderuit komen. Er moet dus nu iets ontstaan waar de tuinders in iedergeval het gevoel krijgen dat dat wel te vertrouwen is. Dat zou iets moeten zijn wat tussen alle partijen in staat. Dat zou iets moeten zijn waar grote producenten en kleine producenten een gelijk speelveld hebben. Dat zou iets moeten zijn waar grote en kleine handelaren ook een gelijk speelveld hebben. Het zou iets moeten zijn waar het testosteron gehalte geen enkele invloed op heeft. Het zou iets moeten zijn waar iedereen met elkaar verbonden is maar wel zijn eigen identiteit behoud. Het zou iets moeten zijn waar de gehele keten voordelen van heeft. Dit alles opsommende kom ik eigenlijk maar tot een conclusie en dat is dat deze eigenschappen niet in een man of vrouw kunnen zitten maar in een systeem wat het mijn en dein op basis van gelijkwaardigheid scheidt en dat is een veil systeem. De kwaliteit en onderscheidend vermogen komen vanzelf wel binnen een veilsysteem. Als je t.o.v. je concullega niets aan kwaliteit of marketing doet verlies je het.
Hallo Pieternel, hier de reactie van een ‘tuindervrouw’…
Afgelopen donderdagavond ben ik mee gegaan naar Nieuwegein om vooral de sfeer te proeven. Na al die reacties op tuinders Titanic was ik toch erg beniewd wie en wat er zou zijn.
De avond is eigenlijk een bevestiging op wat wij ook denken. Veel verdeeldheid en toch nog veel tuinders die denken/hopen dat anderen het probleem oplossen.
Nou dat zullen we toch zelf moeten doen.
Pieternel, goed dat je vraagt naar de mening van tuindersvrouwen. Ik denk dat veel vrouwen het er thuis wel over hebben, maar we zien ze niet in Nieuwegein. Jammer, op zo’n avond hoor, zie en proef je allerlei indrukken die je als man toch niet goed kunt overbrengen.
Mijn idee is dat je als tuinder moet nadenken over welke producent je wilt zijn.
Volgens mij heb je de Bulk-producent, de gemiddelde-producent en de kleine-producent.
Welke producent je ook bent, weet wie je klant is, dan kun je daar op inspelen.
Als bulk-producent moet je natuurlijk niet alle buurtsupers bij langs gaan. Maar verdiep je in je klant, bel hem op, nodig hem uit op je bedrijf. Ga daar ook eens kijken. Vraag dan ook eens wat willen jullie, vertel jou verhaal. Wordt niet een komkommer/paprika/tomaat in een standaard doos. Maar zorg dat je indruk achter laat bij je klant. Zelfs bij exporteurs werkt dit.
Als je weet wat je klant specifiek wil, kun je toegevoegde waarde aan je product geven. Komkommers overdwars in een doos, een ander doosje......
Ook de gemiddelde-producent moet weten wie zijn klant is, en het contact zoeken (zie hierboven). Omdat de hoeveelheden wat minder zijn, lijkt dit me de goede groep voor allerlei alternatieven, zoals ze donderdagavond zeiden, komkommer tussen de frisdrank bv..
De kleine-producent moet het meer van de buurt hebben. Maar ook hier, weet wie je klant is. Als je daar mee communiceert kom je veel te weten.
Conclusie; - Weet wie je klant is
- Communiceren met je klant
- Vertel je verhaal
- Je moet het zelf doen
- Kijk eens in de supermarkt/ groenteboer.
Vanuit de Greenery mochten we niet communiceren met onze klant, gewoon produceren, de supermarkt wil niets, de groothandel wil niets. En vooral alles in standaard verpakking.
Totdat we zelf onze klanten gingen benaderen. Zij willen best vanalles, ze stellen het zelfs erg op prijs. We overleggen over eventuele acties in de grootste piek van de productie. We gaan langs groenteboeren, supermarkten en groothandels. Overal hoor je wat, en leer je wat.
Donderdagavond heeft veel mensen de spiegel voorgehouden. T’is niet leuk om te horen dat je er zelf toch ook wat aan moet doen.
Iedereen is begonnen als tuinder om te telen en niet om te vermarkten. Maar zie het als een nieuwe uitdaging...... (misschien samen met je vrouw)
@Harold. Het Clustermodel (in welke vorm dan ook)kan functioneren maar is zeker geen garantie tot succes. Wij beweren ook niet dat dit het beste is, maar misschien is het in de huidige situatie één van de minst slechte.
De reden waarom wij Bravo Peter Jan van Doorn schreven is omdat zijn methode wellicht beter is. één ding is wel zeker, dat het pijnlijk is. De internationale markt laat zich niet dicteren en dat vraagt nu eenmaal om harde maatregelen.
Alle inzetten van bestuurders ten spijt: ze hebben voor sectoren allerminst welvaart weten te creëren. Alleen daaraan kan je al de nodige conclusies verbinden.
De Collectieve structuren van PT zijn het slechtste voorbeeld voor het globale heden en al zeker voor de toekomst. Wij begrijpen daarom de reactie van Pieternel niet. Deze discussie heeft juist alles te maken met het huidige afzetprobleem. Om dit te begrijpen zal er op bedrijfnivo gedacht moeten worden: productontwikkeling (individualisme en dus onderscheidend)-(internationale)productie met kostprijs-marktanalyse-(merk)reclame en promotie-concurrentiepositie-marge-continuiteit-innovatie etc.
De kapitein weet al dat de titanic zal zinken omdat zelfs de Rabo niet voldoende drijfvermogen kan leveren om het in een veilige haven te brengen. Buiten het persoonlijk leed dat dit brengt is dit nog niet zo erg ook, meer een economisch noodzakelijke correctie. Want op het wrakhout van de titanic zullen voldoende overlevenden zijn die opbloeien als , W & D, GIJS en ketens die voor hun klanten niet alleen uitgaan van een juiste prijs maar ook duurzame relaties aangaat met zijn leveranciers. Mede door de luizen in de pels zijn er voldoende overlevers.
Hou zou het er uitzien zonder deze luizen in de pels,
Wat zou het milieu er uitzien zonder Greenpeace
De intensieve veehouderij zonder de Dierenbescherming
De gewasbescherming zonder Milieudefensie
Het PT zonder NVAF
De tomaten zonder Tasty Tom
@NVAF: ik heb het begin van jullie reactie ook wel gelezen, maar daarom reageer ik ook. De eerste twee paragrafen geven hoop, maar daarna zakt het verhaal in mijn ogen naar een idee van 25 jaar geleden terwijl Jan Peter toch duidelijk over iets anders sprak: netwerken. Omarmen jullie dat idee?
Als ik jullie kritiek op de coops lees vermoed ik dat jullie best afscheid willen nemen van de structuren van het verleden. Dat is mooi en nuttig. Maar kijk ook uit dat je niet meteen in dezelfde fout gaat en opnieuw een verdeling kiest die niet past bij de huidige uitdagingen.
In dat verband baart het mij zorgen dat er zo negatief wordt gedaan over cooperaties als organisatievorm. Ik snap dat wel, wat jullie nu coops noemen werken niet in jullie voordeel en dat komt omdat het in feite helemaal geen coops (meer) zijn, maar uitbestedingsorganisaties die er met de toegevoegde waarde van doorgaan of vasthouden op de verkeerde plaats. Dat is wel jullie eigen schuld. Niet goed opgelet! Tijd om de huidige praktijk meteen te stoppen en het roer in eigen hand te nemen. Dat zei Jan Peter ook al!
Wat m.i. daarbij NIET weg moet is de cooperatieve gedachte: samen investeren, samen werken, samen renderen. Niet als eenheidsworst maar juist in grote diversiteit. De coops van nu zijn in feite geen coops en dat is jammer want het cooperatieve model is anno 2010 weer heel populair aan het worden. Voorwaarde is daarbij wel dat je de coop goed inricht, dat de leden ook echt te baas zijn en zich ook echt bemoeien (voor qua denkwerk) met waar het naar toe moet met het beleid.
Daar lijkt het lang aan ontbroken te hebben en daarom zijn punt 1) en punt 3) uit het verhaal van Jan Peter m.i. dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je moet namelijk ergens snijden in het vastgelopen systeem om weer ruimte te maken voor nieuwe successen. Het snijden levert ook geld op en dat is daarvoor ook heel hard nodig: ga het anders uitgeven!
@Harold. Netwerken, prima!
Naar onze mening is het cooperatieve model iets heel anders dan het collectieve model. Laten we dit niet door elkaar halen…
@NVAF:
Wat verstaan jullie onder netwerken? Hoe werkt dat anders dan het huidige model?
En het coöperatieve model? Wat gaat er mis?
@allen: wat ben ik blij dat ik in de bloemen zit en niet in de groenten. Ik ga elke zaterdag naar de markt (vooral voor de groenten en de kaas) en zie daar tegenwoordig bij 2 van de 3 bloemenstallen mijn eigen spullen staan. Ik maak meestal even een praatje om te horen of alles nog gaat zoals het hoort (informeer bij de derde waarom hij niks van mij koopt), krijg regelmatig een tip over wat ik aan de presentatie of de kwaliteit kan verbeteren en zie heel vaak mijn eigen spullen live aan de consument verkocht worden. Dit gaat dan in de regel voor een prijs die het dubbele is van wat ik er voor krijg op de veiling. Nee, daar hebben we geen mannen in pakken bij nodig, geen clusters, APO’s, DPA’s, Greenery’s etc.
Ik wens jullie allen veel succes bij het bedenken van een uitweg uit jullie hopeloos ingewikkelde afzetsytemen.
@Henric: wat ben ik blij dat ik in de olie ben, dan kan ik de humor van jouw bijdrage nog inzien. Een bloemenveiling zonder ‘pakken’! Bloementeelt zonder problemen en zonder clubjes! Is een goeie.
C. Fischer, ik begrijp dat je in deze lijn nog eens de stellingen van de NVAF naar voren wilt brengen. Jullie zaten voor m’n neus donderdag. Ik genoot van jullie strijdershouding. Maar wees wijs: een duidelijke toekomst neerzetten waar iedereen heen wil en dan het huidige ombuigen gaat veel makkelijker dan eerste het huidige aan diggelen slaan op basis van een organisatiegedachte die weinigen iets zegt. Tuinders willen weten waar ze heen gaan en of het daar dan wel vertrouwd is.
Ik zou nog eens nadenken over m’n tactiek.
@marc
Als je even goed de bloemen analyseerd kom je tot de conclusie dat deze veel dichter op de markt zitten dan de groenten. In de bloemen is het zo dat er nu ,volgens de klok ,teveel bloemen zijn. Daar moet je als tuinder mee kunnen leven. Het is wel zo dat ik er van uit kan gaan dat het vraag en aanbod spel met daar aan gekoppeld de kapitalistische wetten er voor gaat zorgen dat er productie capaciteit verdwijnt waardoor vraag en aanbod weer in evenwicht komen. De prijs gaat weer omhoog en we kunnen weer verder naar de volgende crisis. Het veilproces zorgt voor de transparantie. Als je je niet aanpast aan de huidige crisis omstandigheden heeft je bedrijf geen bestaansrecht. Ik heb momenteel over de bloemenprijzen geen klagen. Om het nog even harder neer te zetten.... ik krijg nu meer voor een tak dan dat een krop sla oplevert.
WAT NOU VOEDSELCRISIS het is een systeemcrisis.
John, je zegt dat “de kapitalistische wetten er voor gaat zorgen dat er productie capaciteit verdwijnt”. Waar verdwijnt die capaciteit dan heen?
huib
Naar de plek die het beste met de 4 productiefaktoren omgaat. Je moet je daar ook niet tegen verzetten. Of je kiest vol de aanval en gaat met je concurrenten in de slag. Wat er ook nu gebeurt is dat er in de bloemen gewoon plastic tunnels en kassen leeg komen te staan waar ook ter wereld. Is er in een bepaalde regio wel groei zie eerste zin.
@harold 20.44
Je opmerkingen over een coop die echt luisterd naar zijn leden snijden hout.
@jhon 7.12
Volkomen gelijk Jhon en laten we de economische wetmatigheden vooral niet tegen werken door overbrugingsfinancieringen etc., want dat is vooral slecht voor de overlevers op het wrakhout van de titanic.
Op de tuinder.com staan twee presentaties die afgelopen donderdag zijn gegeven.
Één van Jan Robben over “Klopt en Smaakt” en één van John van der Hulst en mijn persoon over Veilen 3.0
Dus iedereen die geen tijd had om naar de bijeenkomst te komen, en de filmpjes gemist heeft veel kijk en luister plezier.
@John en Henric
Goeie morgen. De roes is weer voorbij. Natuurlijk (of is het ‘schijnbaar’?) zitten siertelers (over het algemeen) dichter op de markt dan groententelers. Maar het lijkt me toch een beetje ongepast om dat in deze discussie op deze manier te ventileren. Denken jullie ook niet dat de ontwikkelingen dezelfde kant op gaan? Volume in de afzet verschuift ook meer en meer van de kleine detailhandel naar de grote ketens (supermarkten, bouwmarkten, woonwarenhuizen) en dan wordt de onderhandelingspositie van producenten toch echt net zo zwak als in de groententeelt? Dreigt de Nederlandse bloementeler dan niet net zo’n anoniem product te maken als zijn concurenten in Colombia en Kenia? Hoe veel telersverenigingen zijn er inmiddels in de snijbloemen? (In de potplantenteelt inmiddels tientallen schat ik) Volgens mij doen ‘we’ als sierteelt er goed aan om scherp te letten op de ontwikkelingen in de groenteelt om niet in dezelfde fuik te zwemmen.
Marc
Moge. Marc, Ik denk wel zeker dat de ontwikkelingen in de bloemen dezelfde kant opgaan. Ik zie het zelfs zo dat wij in de sierteelt nu staan waar de groenten in 1996 stonden. Men ging het afzet systeem de schuld geven van de problematiek. Maar dat zag de groentensector verkeerd want hoe kun je een systeem zoals veilen is nu de schuld geven. Zij laat gewoon de markt zien. Je moet dan meeveranderen of stoppen. Wat ik wel zie is dat wij in de bloemen nog de juiste keuzes kunnen maken. Wij moeten in de bloemen het veilsysteem aanpassen aan de nieuwe markt omstandigheden. Wat wij nooit moeten doen is het veilsysteem ook de schuld geven en iets anders optuigen. Met een veilsysteem heb je een exit. Wat je ook doet, je moet altijd een exit hebben. Je onderhandelingspositie wordt dan nooit zwak want dan kun je altijd nog zeggen: ik doe het niet ga ze maar op de klok kopen.
De Nederlandse bloementeler hoeft helemaal niet een anoniem product te maken. Het is aan de Nederlandse telers of zij in staat zijn om iets nieuws te ontwikkelen. Maak maar bekend dat de bloemen uit afrika weliswaar onder de gratis zon staan maar dat die landen een ander artikel exporteren waar ze veel tekort aan hebben. H2O. Be good and tell it dan is het zeker niet meer anoniem.
En over de ongepastheid, laat het maar gezegd worden dat de groententeelt er een zooitje van heeft gemaakt. Dan levert tenminste discussie op. Dat hebben we veel ter weinig.
Even een toevoeging. Het zijn ‘slechts’ gemiddelden maar toch:
http://www.lei.dlo.nl/publicaties/PDF/2009/2009-088.pdf
Inkomen uit bedrijf per bedrijf in 1.000 Euro:
resp. 2007 - 2008 - 2009
Glasgroenten 56 -/- 33 -/- 230
Snijbloemen 63 -/- 6 -/- 103
Potplanten 109 66 46
Hier de rechtstreekse links naar de presentaties:
Veilsysteem 3.0 http://tinyurl.com/yags3uh
Klopt & Smaakt http://tinyurl.com/yclk9cu
Dankzij Greenpeace.de weten wij dat Landgard, de grootste door Europa gesubsidieerde Producenten Organisatie van Duitsland, rechtstreeks onder haar merk, Belgische en Italiaanse producten aankoopt.
http://www.greenpeace.de/fileadmin/gpd/user_upload/themen/ch emie/Probenliste-Salat_29.01.2010_final.pdf
De Nederlandse verkooporganisaties hebben er een serieuze concurrent bij.
Zodus ‘Buy local and Eat local’, en zoals de Fransen zeggen ‘Fruitissi’.
De lokale aanbieders breiden uit, in de voor NL belangrijke afzetmarkten Duitsland en UK. Het lokale product is voorkeursproduct bij de consument.
Local for local is een ontwikkeling die niet te stoppen is.
Red Star Trading teelt succesvol in lokale markten zoals UK en Spanje. Waar blijft de Nederlandse vakman m/v die dit in Duitsland gaat doen?
Beste Pieter Jens,
Wat ik hier lees (bioteelt op substraat) maakt mij voorzichtig enthousiast. Als oud-warmonderhoffer en nu als docent/coördinator Landbouw en Zorg & projectleider KIGO Stadslandbouw verbonden aan dezelfde instelling, die zich vnl toelegt op stadslandbouw (mede-initiatiefnemer Eetbaar Rotterdam). Loop ik al een aantal jaar tegen het probleem grondgebondenteelt in de stad (in Rotterdam is bijna geen stuk grond niet in meer of mindere mate vervuild). Ondertussen heb ik door oa kennis te hebben opgedaan in de VS een andere visie op levende grond gekregen en hier een voor mij geaccepteerde oplossing.
Graag zou ik deze eens met u toetsen aan de ideeën van biologica en SKAL.
Met vriendelijke groet,
Bas de Groot
John van der Hulst, 7.12 uur, Productiecapaciteit verdwijnt “Naar de plek die het beste met de 4 productiefaktoren omgaat. Je moet je daar ook niet tegen verzetten.”
Dat is toch een beetje een opzienbarende zin. Want stel: de Rabobank laat die 25% van de telers die technisch failliet zijn verdwijnen, incl het glas. Vervolgens komt er wat meer evenwicht in de markt, waardoor bloementelers in Kenia en Ethiopië en tomatentelers in Marokko uitbreiden. Vervolgens een nieuwe crisis, etc tot over 10 jaar het Westland 90% kassenvrij is. Is dit een reëel beeld??
Ooit was het onvoorstelbaar dat de textielindustrie zou verdwijnen. Met Peter Jens had ik het er over dat glastuinbouw redelijk industriematig is. En industrieën vertrekken gemakkelijk naar lage-lonen landen. Is dit wat de glastuinbouwcrisis feitelijk inhoudt?
De gedachten van Peter Jens van donderdag had ik eerst niet als verfrissend gezien, omdat ik ze niet begreep. Uitbreiding van biologische glastuinbouw? Terwijl ik van hem hoorde dat het met die bio-sector zo slecht gaat. (Enkele telers die teruggaan naar gangbaar). Maar misschien kan het wel: afspraken met afnemers (ketendenken) om te komen tot een flinke afzetverhoging om uit de vicieuze cirkel te komen dat bio in de winkel te duur is omdat er te weinig omloopsnelheid is en te weinig omloop heeft omdat het duur is.
Of substraat daarbij een goede gedachte is? Het spreekt mij niet zo aan. Biologisch moet wel meer biologisch dan gangbaar blijven. Grondgebonden plagen zijn de bottleneck. In de akkerbouw is bekend dat bepaalde grondsoorten veel eerder last hebben van grondgebonden ziektes. Over het algemeen is het zo dat hoe zwaarder de grond hoe gezonder. Akkerbouwers hebben veel afvalgrond in de vorm van zeef/sorteergrond. “Grond is per m2 wel duur, maar per m3 brengt het niets op” Zou je kasgrond kunnen bemesten met bodemleven van elders?
Het hier besproken probleem is niet op te lossen als de sector niet bij machte is de productie af te stemmen op de vraag. Een andere oplossing is, dat telers eens bij zich zelf na gaan >wil ik nog langer hard werken en daar geld bij leggen of ga ik geld neer tellen om andere leuke dingen te doen<. Met andere woorden stop de productie, stop eventueel met landbouw productie en zoek een andere invulling voor je leven. Uit ervaring weet ik, dat er nog een leven is na het boeren leven. Een benadering die hier reeds ter tafel is gekomen >doe niet wat de streepjes pakken zeggen< ik bedoel ren niet achter de adviezen van bank, veiling etc. aan om die productie tak die nog iets oplevert zo snel mogelijk te vernielen door nieuwe over productie via investeringen met geld van de streepjes pakken. Ga door als je een oplossing voor je probleem hebt gevonden zo niet wacht niet tot die aardige streepjes pakken komen om je deur sleutels op te eisen. Blijf baas over je bedrijf maak van moeten stoppen, ik wil stoppen, het is mooi geweest. Stoppen is moeilijker dan beginnen (eigen ervaring) en valt ook onder het hoofdstuk ondernemen. (uitspraak ex collega’s) Hoe pijnlijk ook de ratrace is een levenslang proces zonder einde, waar geen streepjes pak een oplossing voor heeft. Ook al suggereert hij dat!!


