De toekomst van ambacht en techniek
Wat leerden we nu precies van de analyses van het 2e smaakexperiment rond 'ambacht & techniek' dat we op kasteel Groeneveld deden? Ik ontving de resultaten al een week geleden, maar ze bleven nog even 'hangen'.
Dat kwam omdat de rapporteurs in het licht van de discussies naar aanleiding van de proeverij nog iets wilden toevoegen. Over de economische en maatschappelijke implicaties van de proeverij.
Een van de heren houdt zich nl. in opdracht van het Nederlandse ministerie van EZ bezig met het economisch sterk en innovatief op de kaart zetten van Nederlands eten. Of ze er in het verslag van de proeverij ook iets over mochten zeggen. Jazeker, vond ik, want de proeverijen op Groeneveld zijn er niet alleen voor de leut van het proeven, maar ook om het er eens stevig over te hebben.
Ik las dus met rode oortjes wat er aan het einde van het rapport staat. Als ik het heel snel vertaal: zorg voor een echte 'ambachtelijke sector' met topproducten, dan kan tussen dat en de industrieel genepte reut die nu Nederlands eer moet verdedigen
een echt en betaalbaar kwaliteitssegment ontstaan. En het is opschieten, want de bedrijven die dat nog kunnen hebben het nu niet makkelijk. Ze worden nl. overgenomen door hun grotere neppende broeders omdat de banken hun rekening courantkredieten dichtdraaien.
Dat noemen we dus een keuzemoment. Ik zou zeggen: downloaden dat rapportje en even goed tot je door laten dringen.
Wat mij betreft is het een onverwacht pareltje uit zo'n proeverij om het plotseling over de positionering en de kwaliteitstoekomst van Nederlandse producten, hier en in het buitenland te kunnen hebben.
Reacties (26)
Rapportje laat zich op dit moment, 12.49 uur, maandag 25 mei, nog niet downloaden. Helaas, want ben zeer benieuwd.
Nu wel. Tis ook zo vervelend met code, een teken fout en niks werkt meer. Thx!
Fijn dat het nu wel te lezen is, want dat is zeker de moeite waard. Ten eerste, om als aanwezige terug te kijken naar een helder en heel prettig leesbaar verslag van wat er nu eigenlijk plaatsvond. Wanneer je midden in zo’n proeverij zit, ben je meer met het moment bezig dan met birdseyeview.
Wat betreft de conclusies: boeiende materie. Is het zo dat je in principe misschien drie categorieën van producten kunt formuleren en dat zulks prima is, mits daar open over gecommuniceerd wordt naar de klant:
1. echt ambachtelijk
2. ambachtelijk industrieel
3. grootschalig industrieel.
Voor alle producten is een plaats, mits er geen foute etiketjes geplakt worden op de producten van groep 3.
“Om dit economisch aantrekkelijke tussensegment – 1) het heeft volume, 2) het kan tegen aanvaardbare kosten in retail worden gedistribueerd”
Bovenstaande gecopieerde zin komt uit het rapport. In feite is dat hetgeen er nu gebeurd en zal blijven gebeuren als ik de aanbevelingen in het rapport lees.
De afgelopen 40 jaar in de foodbusiness hebben mij geleerd dat “oude wijn in nieuwe zakken” niet werkt. Eventjes wel, maar dat gaat gauw over. Als de consument niet op z’n bord terugvindt hetgeen hem bij aankoop is beloofd, dat is het gauw over met de pret.
Authentieke producten met een authentieke smaak, vaak op authentieke wijze gemaakt, hebben een bepaalde kostprijs. Een dergelijk product geeft tegenwicht aan de ons veelvuldig voorgeschotelde meuk. Het is niet zo dat een consument een product niet koopt omdat het te duur is. Als je je inspant om de consument duidelijk te maken (laten proeven, uitleggen etc= verkopen dus!!) wat voor product het betreft zal hij/zij gauw geneigd zijn tot aankoop. De herhaling komt dan vanzelf. Onderschat de consument niet, dat wordt al teveel gedaan!
Ik ben er nog steeds van overtuigd dat ambachtelijk ook industrieel kan zijn. Als de fabricant zich maar aan de vastomschreven regels van het recept houdt....
?Om dit economisch aantrekkelijke tussensegment ? 1) het heeft volume, 2) het kan tegen aanvaardbare kosten in retail worden gedistribueerd?
Begrijp ik iets van dit malle EZ gezwam? Begrijp ik het goed (of verkeerd) dat het advies inhoudt dat Nederland de wereld kan veroveren met Old Amsterdam? Want dat is mooi zat? Wat een rare kruideniers die vinden dat het ook wel voor een beetje minder kan....
Zouden de 2 adviseurs/rapporteurs EZ niet wat wijzer advies kunnen geven, bijvoorbeeld dat als Nederland van de Italianen en de Spanjolen de kunst van kazen of hammen wil afkijken, de mooiste producten die er zijn - boerenkaas bijvoorbeeld - ze de kans moet geven om om überhaupt te kunnen bestaan. Met zo?n kaas als uit Tijnje, kun je denk ik Beatrix op pad sturen… maar de praktijk is dat ze Old Amsterdam of Reypenaer meekrijgt.
Ik hoop dat ik verkeerd gelezen heb… als dat zo is komt het door de tranen in mijn ogen. In de paar jaar dat ik over eten schreef heb ik een paar boerenkaasmakers redelijk gedegen leren kennen, en allen vertelden dat de keuringsdiensten er alles aan doen om hen het leven zuur te maken, want ?rauwmelks? wordt eng gevonden. Derhalve zijn de keuringskosten voor rauwmelkse kazen hier hoger, de analyses vele malen frequenter dan in omringende landen, zodat kaasmaken hier een financieel-zware dobber is, en dan doet het Voedingscentrum (en zelfs mijn huisarts) er alles aan om te waarschuwen tegen rauwmelkse kaas, want daar schijn je cholesterol van te krijgen.
Een grote handicap voor boerenkaasmakers is ook dat de reglementering voor rauwmelkse kaas versoepeld (!) is om de industrie terwille te zijn: gedeeltelijk ?thermiseren? (dus verwarmen, dus pasteuriseren tegen het risico) mag ook, en zo kan fabriekskaas (van vijf of tien melkgangen, en van koeien die op mais worden grootgebracht) dus boerenkaas heten. Ik vermoed als kwaaie pier dat de heren adviseurs voor hun advies niet op het idee zijn gekomen om eens een D.O.P. reglement voor de authentieke boeren-Parmezaan te bestuderen, om enig idee van superieure kwaliteit te krijgen. In die D.O.P, herinner ik me bij benadering, wordt geëist dat de verwerkte melk uit de avond- en ochtendmelk van 1 dag moet zijn, en de voeding moet uit gras bestaan - ?s winters wordt er geen kaas gemaakt, wat naar ik begrijp ook fijn is voor de koeien om niet voortijdig versleten te raken.
Heeft hier ooit 1 EZ adviesmeneer bedacht dat het misschien goed zou zijn om de 330 ambachtelijke kaasmakers die er in Nederland nog over zijn (het bedroevende aantal is een nationale schande) te steunen met een B.O.B.? Is er ooit een EZ functionaris op het idee gekomen om hun kazen eens te laten proeven, naast de Old Amsterdam waar ze mee weg lopen omdat die voor ?aanvaardbare kosten? worden gemaakt?
Een van mijn leveranciers nam zulke boerenkazen wel eens mee, naar Japan, en daar vielen ze van hun stoel van verbazing, want Nederlandse boerenkaas is - door de kleine productie, en omdat EZ er alles aan doet om de makers uit te roeien - nimmer de grens overgegaan: ze kennen in onze buitenlanden alleen Uniekaas.
Ook Fransen en ook Italianen zie ik wekelijks omvallen van verbijstering: ze kopen zich (na gedegen proeven en keuren!) helemaal suf bij de Amsterdamse kaaswinkel aan wie ik mijn superieure ganzerillettes (dat is ?huisvlijt?, begrijp ik uit de EZ rapportage) lever - want bij hunnie thuis wordt de daar verkrijgbare ?Goeda? beschouwd als een kaas die je aan kleuters geeft.
En ja, Flipse, ambachtelijk kan industrieel, zo denk ik er ook over, maar dan moet de maker en niet de financiële man zeggenschap hebben over de kwaliteit, niet alleen over het recept maar ook over de inkoop van de grondstoffen en de duurte van de machines… (een gedachte die ik aan een recente mijmering van Dick Veerman ontleen, waarvoor dank).
@ Diny, het lijkt alsof iemand op je tenen is getrapt.Ik sta op het punt in de auto te stappen en beloof vanavond nog een reactie te geven op jouw reactie. Wel wil ik een paar zaken alvast kwijt. (1) ik/we heb niets met EZ te maken, wij hebben een behoorlijk hoeveelheid tijd in deze klus gestoken omdat we het een belangrijk onderwerp vinden. Kortom wij adviseren noch LNV noch EZ, (2) wij schetsen een productportfolio (marketingmix) waar zowel kleinschalig als hoogkwaliteit grootschalig in voorkomt,Maar geven tevens ook enkele risico’s aan vooral voor kleinere producenten, (3) wij hebben alleen een rapport geschreven over de smaaktest en ja we konden het niet laten om nog een aanvullend hoofdstuk te schrijven, (4) aangezien wij in NL een mal LNV ministerie hebben die over landbouw en veiligheid gaat, gaat EZ niet over “rauwmelksekaas boeren”, (5) ik ga nog inhoudelijk in op je rauwmelkse kaas opmerkingen. Wordt vervolgd!
Het is maar een detail, maar toch. Diny maakt geen onderscheid tussen twee fabriekskazen.
‘Met zo’n kaas als uit Tijnje, kun je denk ik Beatrix op pad sturen… maar de praktijk is dat ze Old Amsterdam of Reypenaer meekrijgt.’
Reypenaer met zijn rare naam is geweldig. Old Alkmaar ook. Komen trouwens uit dezelfde fabriek.
Old Amsterdam is neppig. Diny moet weten waar ze t over heeft.
Wouter, zijn er significante verschillen? Ik mis de statistiek een beetje. Laten we maar hopen dat de groepen te klein waren want de resultaten laten duidelijk zien dat er bij alle groepen een inverse correlatie tussen ambacht en smaak bestaat. Toch? Ambacht wordt minder gewaardeerd. Of lees ik het rapport niet goed?
En Diny:
Reypenaer is prima kaas die de vergelijking met menige kleinschalige kaas goed aankan.
Niemand beweert dat je van rauwmelkse kaas “cholesterol” krijgt, dat heeft met vetten en niet met al dan niet pasteuriseren te maken.
In de winter wordt er bij mijn weten wel gewoon Parmezaan gemaakt, is alleen anders van structuur en smaak. Voor de koeien lijkt het me ook beter wanneer ze wel gemolken worden…
In welke categorie valt deze kaas ?
http://www.beemster.us/en-US/the-beemster-story/commercials/
1. echt ambachtelijk
2. ambachtelijk industrieel
3. grootschalig industrieel.
@ Jurgen, we hebben inderdaad niet alle statistiek opgenomen in het rapportje. Welke significante verschillen bedoel je? In de beoordeling op schaal 1-4 (N=47 personen!), tabel 1a - 1c (p. 8) zie je dat we verschillende producten met een gelijke score zijn beoordeeld. In mijn ogen is de groep relatief groot, de correlatie tussen “beoordeeld als ambachtelijk” en “score” is inderdaad omgekeerd evenredig. Maar let op een score van “1” betekent “zeer goed”, er is derhalve een correlatie tussen kwaliteit en “als ambachtelijk beoordeeld”.
@ Sander, ik ben geen kaasexpert en weet niet hoe Beemster haar kazen maakt. Mijn inschatting is dat Beemster kazen grootschalig industrieel zijn. Wel probeert Beemster een ambachtelijke uitstraling aan het product te geven. Dit laatste zie ik dan als een ‘nep’ marketing-uiting.
@ Diny, heb je de aflevering van de makers vd keuringsdienst van waarde gezien (De slag om Brussel - VPRO) ? http://www.nrcnext.nl/blog/2009/05/18/ze-smelten-de-kazen-in -europa/ (zie ook linkje naar de betreffende aflevering)
Ik begrijp verder niet wat je punt is. De VWA heeft -van EU hoeft dat niet- de veel te hoge monsterfrequenties opgelegd. Blijkbaar hebben 330 ambachtelijke kaasmakers te weinig kennis (of samenwerkingskracht) om de VWA standpunten met argumenten te weerleggen (zo moeilijk is dat niet :-) ). Dat het voedingscentrum specifieke doelgroepen waarschuwt is gedeeltelijk wel terecht naar mijn mening. Verder gaat LNV (VWA) over keuringen en niet EZ.
Diny, volgens mij heb je gewoon een ander rapport gelezen dan ik, cq. ben je allergisch voor de afkorting EZ. De Heij en TOP zijn van zichzelf en helpen dat ministerie zijn gedachten te vormen vanuit echte kennis ipv het zoveelste beleidsmatige geklets.
Er staat nl. echt zo ongeveer wat ik al schreef: “Zorg voor een echte ‘ambachtelijke sector’ met topproducten, dan kan tussen dat en de industrieel genepte reut die nu Nederlands eer moet verdedigen een echt en betaalbaar kwaliteitssegment ontstaan. En het is opschieten, want de bedrijven die dat nog kunnen hebben het nu niet makkelijk. Ze worden nl. overgenomen door hun grotere neppende broeders omdat de banken hun rekening courantkredieten dichtdraaien.”
Daar staat niets anders dan de natte droom van een Franse president en die geweldige zelfkazende geitenhoedster uit Montesquieu (toevallig ken ik ‘r). En voor wat betreft die president, denk ik meer aan de vorige dan aan de huidige.
En, Diny, ik zie dat Wouter de Heij en ik bijna gelijk reageerden en vergat nog iets over ‘rauwmelks’ (vlgs mij idd beslist een meerwaarde tov gepasteuriseerde kaas).
Binnen de boerenkaasbeweging wordt flink gefraudeerd. Er wordt zgn. ‘gethermiseerd’, een eufemisme voor pasteuriseren. Dat doen hel wat ambachtelijke kaasmakers omdat ze hun processen onvoldoende onder de knie hebben, cq. niet van plan zijn daarin te investeren.
Inmiddels is er daarom een ‘echte boerderijzuivel’ - keurmerk. Kaasmakers mogen daarin ‘thermiseren’. Ik ben bang dat een Reypenaar en Old Alkmaar vaak beter is dan een nepboerenkaas van een ‘echte’ boerderijzuivelaar. Snap je?
Wouter, dank, verkeerd gelezen. Ambachtelijk wordt (gelukkig...?) beter gewaardeerd.
Wat betreft de statistiek vroeg ik me af hoe significant deze correlatie is. De groep lijkt mij ook groot genoeg. Dat is toch een belangrijkste conclusie niet?
Je vraag in het rapport naar causaliteit kun je alleen beantwoorden als je ook blind laat proeven lijkt me. Wel heel interessant en ben benieuwd of er dan hetzelfde verband uitkomt…
In welke categorie valt deze kaas ?
http://www.beemster.us/en-US/the-beemster-story/commercials/
Beste mensen,
In de beemster staat een kaasfabriek CONO.Deze fabriek maakt Noord Hollandse kazen. Het merk Beemster is er ingeslaagd dit merk als een type kaas te laten lijken. NL Beemsterkaas. In werkelijkheid is dit maar 1 van de merken die deze fabriek produceert omdat CONO’s blanco in de handel overal te koop zijn en een ieder zijn eigen merk hierop plakt. Stompetoren,Reypenaer,Old alkmaar etc. etc.
De enige verschillen zou kunnen zitten in de condities waarin deze kaas wordt gerijpt en de strenge smaakeisen waaraan de kaas moet voldoen om dit merk te dragen. Maar van oorsprong allemaal uit dezelfde fabriek.Kaas ontwikkelt tijdens rijping haar smaak daar zou je min of meer onderscheid mee kunnen creeeren de rest is merk merk en merk. als tegenhanger van de CONO’s heb je Campina kaas. Deze maken o.a de BOB kaas. Herkomst is uit 100% afgebakend Noord Hollands gebied(in tegenstelling tot de CONO die melk ook uit andere streken mengt/gebruikt.Campina heeft ook meerdere recepturen beschikbaar en gebruikt daar andere zuursels en stremsels voor zodat de oude kazen zich op een bepaalde leeftijd anders ontwikkelen dan de jonge kazen die als jong en jong belegen zullen worden verkocht. Het een is niet per definitie beter of slechter dan het ander. Het gaat erom: WAT IS LEKKER? WAAR HOU JE VAN? Helaas brengen de verschillende merken en positioneringen veel verwarring.
Onterecht want er zijn maar een paar kaasfabrieken in Nederland. De ene kaas is de ander niet maar hebben toch dezelfde producent en receptuur.
Tot zover.
De aanbevelingen aan EZ in het Groeneveld verslag zijn me uit het hart gegrepen. Een van de kenmerken van de Nederlandse voedingsmiddelensector is dat het ambachtelijke middensegment vrijwel ontbreekt, we hebben inderdaad 330 kleinschalige kaasboeren, dan een hele tijd nagenoeg niets en vervolgens een paar grote kaasfabrieken. Dat geldt vrijwel voor iedere sector. Je ziet met name in het buitenland dat het ambachtelijke middensegment vaak mooie streekgebonden kwaliteitsproducten voortbrengt, op een schaal dat ze geschikt zijn voor de supermarkt, maar met een aanvaardbare kwaliteit en zonder het genep waar we in Nederland mee te maken hebben. De krampachtige pogingen in Nederland om de streekproductensector op te schalen lopen onder meer vast op het ontbreken van dit tussensegment, en op het ontbreken van een breed geaccepteerd certificeringssysteem (maar dat is een ander debat geloof ik), waardoor grondstoffen inwisselbaar blijven en er al snel voor de weg van de minste weerstand (= laagste prijs)wordt gekozen. De grote buitenlandse voorbeelden als de Parmigiano Reggiano en Comté,om het maar even bij kaas te houden, worden in kleine kaasfabriekjes gemaakt waar bijvoorbeeld een 20 tot 40 tal boeren hun melk aan leveren dat volgens een strikt reglement geproduceerd wordt (bij de PR worden de koeien verplicht met luzerne gevoerd en is het gebruik van gefermenteerd kuilvoer verboden). In Nederland zijn dit soort voorbeelden bijna letterlijk op de vingers van 1 hand te tellen.
IK ben benieuwd overigens hoe EZ en andere ministeries de ontwikkeling van het ambachtelijke segment zou kunnen / willen ondersteunen. Ik ben bang dat daar weinig ideeën over zijn. Cruciaal bij ambacht is de kwaliteit van de grondstoffen en de kennis van processen door ambachtslieden. Bij de Parmezaanse kaas bestaat een soort van gilde structuur, waarbij de kaasmakers eerst jarenlang als assistent van de meester kaasmaker het vak moeten leren. Kom daar in Nederland maar eens om, zulke opleidingen zij er helemaal niet, en met ons systeem waarin arbeid duur is en energie en technologie goedkoop, is het onbetaalbaar. Zouden EZ zich daar misschien eens over kunnen buigen.
Is misschien een probleem dat Nederland wat aan de kleine kant is voor zoveel ‘streken’? Is het misschien zo dat we Nederland in steeds kleinere nieuwe streken opknippen om een streek-gevoel te scheppen? Misschien moeten we juist de echte streken goed definiëren en de bijbehorende producten vaststellen? Zodat Friese nagelkaas uit Friesland komt en van lokale melk gemaakt is en niet van wat ander? Daar mag dan best een nationaal instituut op toezien.
Rene, de adviezen zijn aan ‘Nederland’ en werden gedaan omdat Wouter de Heij ook op deze manier zijn bijdrage aan de discussie wilde leveren. Mogelijk zullen ze ook landen bij EZ.
Ik ben het volstrekt met je eens en was daarom blij verrast met de toevoeging van het laatste hoofdstuk. Stomverbaasd was ik door de reactie van Diny Schouten. Ook door die van flipse die het Franse systeem goed kent: waarom zou het in Nederland niet kunnen lukken? Schrijf eens niet wat niet kan, maar probeer eens te zeggen hoe het wel zou kunnen.
Persoonlijk ken ik een aantal verwerkers (de laatste der mohikanen met het type leermeesterskennis dat je beschrijft; over enkele jaren geven de laatsten de pijp aan Maarten) die graag meer zouden werken zoals Rene schetst (sommigen wat meer richting nog wat groter, anderen zelfs naar kleiner omdat volume en winst opeens weer in verhouding zouden kunnen komen). Maar hun afnemers - veealal werken dergelijke fantastische ondernemers met unieke doe-kennis in ‘private label’ voor supers - willen de producten niet, cq. verkopen liever genepte alleen-maar-net-wat-betere producten. Old Amsterdam is er een knap voorbeeld van en Excellent een knap huismerkvoorbeeld.
Toch kopen Nederlanders in buitenlandse supers fluitend die producten waarvan ze graag denken dat ze door een ‘ambachtsman’* gemaakt zijn, terwijl niemand er daarginder geheimzinnig over doet dat het moderne kwaliteitsfabriekjes zijn. Dat is een segment producten - met economische toegevoegde waarde, ook voor de export van alleen al onze enorme melkplas - dat we in ons land vrijwel totaal missen.
*Voor het gemak maar even gedefinieerd zoals in de Petit Robert (een standaard Frans woordenboek): gemaakt door een ‘artisan’, dwz ‘iemand die als zelfstandige handwerk doet, daarbij vaak geholpen door zijn gezin, compagnons, leerlingen etc.’ ("personne qui fait un travail manuel à son propre compte, aidée souvent de sa famille, de compagnons, apprentis, etc.")
@ Jurgen, de producten zijn blind geproefd in de zin dat uiteraard niet bekend was welk sample welk product was. Ook is niets vermeld over wel/niet ambachtelijk (alleen achteraf). Blind proeven in de betekenis van “niet het product kunnen zien” of te wel geblinddoekt is inderdaad een onderzoek dat we graag zouden willen uitvoeren (zie ook aanbevelingen).
@ Rene de Bruin, “Bij de Parmezaanse kaas bestaat een soort van gilde structuur, waarbij de kaasmakers eerst jarenlang als assistent van de meester kaasmaker het vak moeten leren. Kom daar in Nederland maar eens om, zulke opleidingen zij er helemaal niet, en met ons systeem waarin arbeid duur is en energie en technologie goedkoop, is het onbetaalbaar. Zouden EZ zich daar misschien eens over kunnen buigen.” .
Hier maak je in mijn ogen een heel terecht punt. Spijtig genoeg denk ik niet dat EZ (of LNV) hier een pro-actieve rol in kan of wil spelen (of zou willen moeten spelen). Samenwerking tussen positieve ondernemers is de oplossing denk ik.
Onderzoek aan de WUR is hiervoor overigens niet nodig denk ik; door de overheid betaalde werkgroepen in het leven roepen lijkt me ook helemaal niets :-) Wat wel, de opzet van een breed gedragen ‘gilde’ stichting (per product groep?). Misschien kan Peter Jens een rol spelen? Verder is breed draagvlak, samenwerking tussen verschillende bedrijven en ondernemerschap (wie initieert en wil zich als leider van een beweging benoemen?) nodig denk ik.
Ik heb een creatief ideetje? Ahold sponsort de oprichting van een paar “gilde” stichtingen; maar zorgt er wel voor dat deze “gildes” 100% onafhankelijk zijn en blijven. Waarom zou Ahold dit doen? Gewoon om daadwerkelijk te laten zien dat ze om lekker voedsel geven. Wat mij betreft gebruiken ze deze sponsoring in hun PR om te gebruiken dat ze ‘maatschappelijk ondernemen’. Kortom niet automatisch aan werkgroepjes of overheid denken. Ondernemerschap tonen en zelf doen. Met een half miljoen kom je al ver denk ik.
@ Lizet, laten we steekproducten en ambachtelijk (industrieel) niet door elkaar halen :-). Dat kan hetzelfde zijn, maar is het zeker niet per definitie.
Wouter, er is een club dat zich Het Nieuwe Gilde noemt. John Halmans, directeur van de Gulpener Brouwerij is daar een van de voortrekkers van. Het is een groep van oude ambachtsbedrijven, niet alleen uit de ´food´ sector overigens, die zich speciaal richt op dit soort thema´s. Kijk maar eens op hun site: http://www.hetnieuwegilde.nl
Wouter, ik zou het een uitstekend vinden als AH zou laten zien dat we ons hier geweldig in het bedrijf vergissen. Ik zou de eerste zijn die zou applaudisseren. Maar het lijkt me onwaarschijnlijk. De strategie van AH is niet om zelf een aandeel te hebben in productie. Het bedrijf zit zich liever helemaal aan het einde van de keten op en zadelt anderen op met de kapitaalintensieve kant van voedselproductie en -ontwikkeling. Daar zit immers maar een heel beperkt rendement in.
Een andere gedachte zou kunnen zijn eea door boerengeld op te laten brengen. De zuidelijke boeren beschikken over een flinke kas van vele honderden miljoenen, mede dankzij hun eigenaarschap van VION, en zijn zich zeer bewust van het probleem van de gebrekkige toegevoegde waarde van de bulk die Nederlandse boeren produceren. Ze investeren tenslotte ook in Gijs als supermarktmerk. Dat zal in z’n ontwikkeling niet makkelijk ontkomen aan de ‘ver-Excellentering’ van streek ten behoeve van AH’s kleinere concurrenten. Reden dus om zulke Gilden aan de top van de markt mee op te zetten en Gijs tot iets krachtigs tussen de bulk en die voedingsbodem van kleine inpsiratoren (’small is beautiful’, zei Schumpeter) in te maken.
Die faciliterende functie vanuit boerenkant is precies wat de oude Pater Van den Elsen beoogde toen hij de voorloper (NCB) oprichtte van wat nu ZLTO heet.
Daar kunnen dan diezelfde concurrenten van AH van profiteren. Eea precies vlgs de voorgestelde laging en nota bene met exportpotentieel.
Bij die boerenkoepel zou het moeten passen, hoewel - o ironie - ook zij rendementseisen stellen die in boerenbedrijven nog nooit vertoond zijn.
Ik kan me overigens vinden in Rene’s gedachte dat de overheid faciliterend op zou kunnen treden. Dat mag ook best. Gisteren was ik op een bijeenkomst rond Food Valley in Ede waar Philip den Ouden van de grote Nederlandse Levensmiddelenmakers (de FNLI, van Unilever tot Campina) in een debatje waaraan ik deelnam, pleitte voor een verlaging van de OZB om zijn bedrijven zich maar in de buurt van Wageningen te laten vestigen. Het is een publiek geheim dat deze bedrijven direct en indirect voor enkele honderden miljoenen door de Nederlandse overheid en zijn kennisinstituten gefaciliteerd worden. Daar dan ook nog wat OZB bijpakken bleek toch welkom en is kennelijk een gebruikelijke manier van denken.
Als dat zo is, denk ik dat een deel van die ‘FNLI’-geldstroom mogelijk beter besteed zijn als ze naar de vorming, het onderhoud en de ontwikkeling van het type kennis dat René schetst gaan. Doen we dat niet verdwijnt die voorgoed verdwijnt en belanden we definitief in de industriële bulk. Met Wouter denk ik dat die gelden overigens niet weer via Wageningse dreven besteed moeten worden. Daar zijn nieuwe instituten voor nodig, mogelijk in alliantie met Europese evenknieën.
@Dick 26/05/2009. Je hebt mij nooit horen zeggen dat het niet kan. Ik kijk alleen met treurnis terug op de vele projecten die de laatste jaren het levenslicht mochten aanschouwen (en even zo gauw weer ter ziele gingen...)en moet constateren dat we nog steeds de plank misslaan.
En natuurlijk heb ik niet over die “eenling” die een superproduct maakt. En natuurlijk alle lof voor diegenen die tegen de stroom in proberen te zwemmen door superproducten te maken!
Zoals mij de afgelopen dagen op de Private Label beurs maar weer eens al te duidelijk werd bevestigd door de Nederlandse pro’s: “geen niche handel, alleen “spul” wat ik in de supermarkt kwijt kan"… Het woord “spul” is dan ook tekenend voor de manier waarmee “wij” met voedsel omgaan....
Ik denk overigens dat er in Nederland wel degelijk plaats is voor ambachtelijke producten,alleen, en daar heb ik in mijn diverse reacties ook systematisch voor gepleit: de productie methoden en de ingredienten moeten worden vastgelegd in een handboek (cahier des charges, zoals dat in Frankrijk te doen gebruikelijk is) en moeten en kunnen dus ook op alle punten op fraude gecontroleerd worden.
Hoort deze laatste opmerking niet (ook) thuis in het debat over de wens of noodzaak van een Nederlandse INAO? In ieder geval ontstaat er wel steeds meer consensus over het vastleggen van een aantal uitgangspunten, zoals herkomst en kwaliteit van grondstoffen, bereiding, het al dan niet gebruik van toevoegingen en termen als ambachtelijkheid, streek en dergelijke. Of is hier de wens de vader van de gedachte?
Jazeker, ik linkte hem daar vanmiddag al. Kennelijk zijn INAO-standaards een heel moeilijk onderwerp. Er komt nog nauwelijks respons.
Dick, wat bedoel je met jazeker, dat de wens de vader van de gedachte is?
Dat’ie daar thuis hoort. Enne ... ik bedoelde het niet, maar nu je er nadrukkelijk de aandacht op vestigt: ja, wellicht is de wens een beetje vader van de gedachte. Dat zeg ik omdat ik de richting niet zie.
Waar m.n. Frankrijk zijn streekproduct sinds de 19e eeuw is gaan cultiveren (letterlijk), heeft Nederland dat nagelaten. In datzelfde Frankrijk (en Italie) zie je in wijn (IGT en zelfs vin de table als rebelse, kleinschalig gemaakte drinkjuwelen) mensen zich losmaken van het INAO-systeem en een modern streekproduct ontwikkelen.
Dat is een onderwerp dat me mateloos boeit: moeten we een traditie maken die we niet hebben of die stap overslaan en aansluiten bij dat geëvolueerde streekproduct? Ik denk het laatste.
Maar laten we die discussie verder onder het INAO-onderwerp voeren.
