VANDAAG
De waarheid achter ‘Dr. Frank’
Waarom worden we dik en hoe komen we er vanaf? Dat is de grote vraag, want vetbuik en diabetes II schieten de lucht in en minister Klink heeft nog niet eens het begin van een clou om die trend te keren. Het Convenant Overgewicht is mislukt. In Ik Kies Bewust gelooft inmiddels niemand meer als oplossing.
Een nieuwe goeroe zou het weten met zijn ‘eigen onderzoek’ en fabuleuze resultaten. Dr Frank heet’ie.
Volgens Martijn Katan is ‘dr Frank’ van Berkum, internist en werkzaam bij de Ziekenhuis Groep Twente, een charlatan. Hij heeft Dr. Harvey en diens latere volgelingen Atkins, Montignac en het South Beat-diet afgestoft. Deed daar zijn eigen sausje overheen. Plakte er vervolgens zijn naam op geplakt en exploiteert 5 afvalklinieken. Hij zou onderzoek hebben gedaan, maar dat mag volgens Katan geen naam hebben. Daar heeft hij gelijk in, want het heeft geen wetenschappelijke status. Auw. Af door de zijdeur.
De Nederlandse diabetesfederatie waarschuwt tegen het dr. Frank-dieet. Ook het Voedingscentrum raadt het dieet van dr. Frank af.
Dr. Frank bewerkt de markt via De Telegraaf en via de altijd tegendraadse Hans Labohm van Elsevier, Simon Rozendaal. Ook al geen serieuze reclame.
Ikzelf opende hier een balorig lijntje over Dr. Frank omdat ik wist dat Nick Trachet met diens dieet was begon. Als scepticus, schreef hij me nog. Want hij vroeg zich af of diëten ook werken als je er niet in gelooft. Het leek me een prachtig experiment. Vooralsnog ziet het er naar uit dat Nick inmiddels aan nieuwe broeken of bretels toe is. Ik had het kunnen weten, want ik ‘Atkinste en Montignacte’ ooit met mijn vrouw mee en – toen toch al niet al te dik – viel er te veel van af.
En toen dook die ‘dr Frank’ opeens op foodlog.nl op. Onder zijn eigen naam, Frank van Berkum. Ik sprak hem afgelopen week. Ik verbaasde me over de literatuur en namen die hij niet of alleen zijdelings kent. We kwamen te spreken over artsen en wetenschappers. Over voedingsleer en het feit dat er geen voedingsmedici zijn. Het gesprek deed me denken aan contacten die ik had met een kinderarts. Hij vertelde me dat artsen geen bal verstand van voeding hebben en voedingsleermensen en diëtisten al evenmin. Alleen kinderartsen kwamen een beetje in de buurt. Het deed me ook denken aan gesprekken die ik had met Frits Muskiet en Tiny van Boekel, beide gerespecteerd als genuanceerde hoogleraren. Beiden maakten me duidelijk dat humane voedingsleer een medisch tintje heeft, maar geen medische wetenschap is. Het onderzoekt de lichamelijke kant van voeding, maar zit ergens tussen voedingsmiddelentechnologie en medicijnen in. Voedingsleerjongens zijn eerder omgekatte voedingsmiddelentechnologen, dan medicijnmannen. Ze doen onderzoek. Behandelen doen ze niet.
Dat onderzoek willen ze dan weer heel rigide opzetten. Zo empirisch dat je me maar heel weinig te weten komt en met dat weinige heel veel moet kunnen verklaren om wat praktisch toepasbare zaken te kunnen melden. Daar zit dan ook een fundamenteel probleem. Zit het onderzoeksdenken achter de voedingsleer wel goed in elkaar? Voedingsleer opbouwen vanuit experimenteel onderzoek is, leerde me ooit Muskiet, een ingewikkelde zaak. Dat komt vooral omdat de mogelijke invloeden van voeding op ons lichaam zo veelomvattend zijn - er zijn alleen al miljoenen voedingsstoffen - dat zuivere experimenten vrijwel onmogelijk zijn. Om het simpel te zeggen, er komen altijd stofjes mee (of juist niet) die misschien ook iets doen alleen weten we dat niet. Om die echt uit te sluiten zijn zoveel varianten op hetzelfde onderzoek nodig dat dat onbetaalbaar wordt. En dan nog geldt: voor zover dat al kan. Om onderzoek te doen, moet je dus maar aannemen dat een paar stofjes niet meedoen in je onderzoek. Het ligt zelfs nog complexer. Voeding heeft alleen in de tijd een effect op je lichaam. Wetenschappers moeten al die experimenten dus ook nog eens uitvoeren met zgn. ‘longitudinale studies’. Ze moeten kijken hoe je er over een periode van jaren op reageren. Nog lastiger is, dat we allemaal toch weer net een beetje anders zijn. In mijn eigen geval: ik reageer geweldig op medicijn A, maar helemaal niet op het nauw daaraan verwante B. Rara hoe kan dat? Mijn reumatologen – ik heb er maar liefst drie waaronder 1 hooggeleerde – weten het niet. Voedingsleerjongens die keihard bewijs eisen en met keihard bewijs zwaaien, zijn dus eigenlijk een beetje verdacht. Ze verwachten en pretenderen het bestaan van 'hard' onderzoek dat eigenlijk niet kan. En toch eisen ze het. Dat noemen ze ‘evidence based medicine’.
Let op en hou je vast, want dit weten maar weinig mensen: veel ‘medicine’ is helemaal niet zo ‘evidence based’ als je zou denken. Dat wil niet zeggen dat wetenschappelijke artsen hun praktijkbroeders maar wat wijs maken, maar wel dat die kennis slechts bestaat uit meer of minder sterke aanwijzingen.
Door meer onderzoek krijg je steeds betere aanwijzingen of zelfs aanwijzingen die zo goed zijn dat ze de wetenschapper leren dat hij het in een heel andere hoek moet zoeken. En hou je nog een keer vast. Artsen leren ook in de praktijk. Op basis van hun ervaring doen ze ervaringskennis op die werkt. Waarom weten ze soms ook niet. Geen zorgen. Protocollen zorgen ervoor dat ze er niet maar allemaal op los experimenteren. Zo delen ze hun kennis. Maar het is bepaald wat anders dan bijvoorbeeld de manier waarop een ingenieur op basis van natuurkundige kennis een brug bouwt of aanpast aan moderne eisen.
Waar de rekenkunde leert dat 1+1=2 en de natuurkunde dat E=MC2, daar weten medicijnmannen en –vrouwen vrijwel niets met die zekerheid. En toch doen ze iedere dag hun werk. Vanwege de complexiteit van voeding ligt dat voor voedingsleermannen en –vrouwen zo mogelijk nog lastiger. Ze hebben ze niet meer dan wat werkhypothesen.
Terug naar de doctor. ‘dr. Frank’ wordt door wetenschappers als Katan beschouwd als een charlatan. Toch lijk zijn ‘hoge dosis eiwit zonder koolhydraten’ afvalmethode te werken. Sterker nog die staat in een grote traditie en is daadwerkelijk niets nieuws onder zon. Ga eens kijken bij Annika Dahlqvist, Dr Richard Bernstein, Dr Jörgen Vesti-Nielsen, Jenny Ruhl
en Dr Jay Worthman van My Big Fat Diet.
(ik dank Melchior Meijer voor het naspeuren van al deze internationale ‘dr. Franks’)
Of de manier van afvallen deze hele serie dr. Franks werkt, beklijft en gezond mag heten als je afgevallen bent, is de grote vraag.
Over dr. Frank’s manier had ik twee telefoongesprekken met Frank van Berkum. Ik viel van m’n stoel toen hij me vroeg of foodlog.nl niet in de openbaarheid met Nederlandse wetenschappers en goed ingevoerde mensen met relevante kennis een aantal vragen aan de orde wilde stellen waarop hij de antwoorden op die vraag ook niet heeft. In het licht van het bovenstaande is het misschien duidelijk, maar ik vind het wel lef hebben. Al helemaal voor een populaire goeroe, die voor de 'established scientific community' alle schijn tegen heeft.
Hij vroeg me of we bereid zijn hier een soort openbare metastudie te starten. Een onderzoek dus naar wat verslagen van wetenschappelijk onderzoek nu eigenlijk zeggen als je ze allemaal naast elkaar legt. Dit zijn de vragen:
- Welke effecten zijn bekend van voeding op diabetes II (‘T2DM’)?
- Is overgewicht bepalend voor het moment waarop je T2DM ontwikkelt en zorgt afvallen dan voor een weg terug?
- Spelen marconutriënten (vetten, eiwitten, koolhydraten) daarin een rol als je al T2DM hebt?
- Is er een relatie tussen lage graad ontstelingsziekten en T2DM?
- Valt er evolutionair iets te zeggen over T2DM en obesitas en heeft de mens wellicht voordeel bij de ontwikkeling T2DM, cq. heeft hij baat bij insuline resistentie?
- Waarom leidt vetweefsel tot de productie van ontstekingsmediatoren? Levert dat naast de bekende nadelen ook voordelen op, want de natuur doet dat toch niet zomaar?
- Zijn de antwoorden op bovenstaande vragen een indicatie dat zgn. MNT (Medical Nutrition Therapy) een krachtige en bovendien goedkope remedie kan zijn tegen T2DM?
Tsja dit is geen discussie voor leunstoeldiscussieerders. Maar degenen die wel mee kunnen doen, zijn van harte uitgenodigd de dr. Frank therapie genadeloos op de pijnbank te leggen.
Doen we het? Dan openen we een dossier in de kantlijn en komen we eindelijk tot de best mogelijke werkhypothesen van dit moment, of ze nou ‘dr. Frank’, Annika Dahlqvist of weet-ik-hoe heten.
REAGEER (1 REACTIE)
Je weet niet waar je het over hebt!
Gisteren bezocht ik de Foodlog-tuindersbijeenkomst. Onderwerp: het zware weer waarin de branche verkeert. Vraag: wat zit er nou echt scheef?
Ik kom uit de marketing, reclame en verkoop en juist misschien raak ik daarom zo geprikkeld als men denkt bij elk probleem steeds maar weer de oplossing te kunnen vinden in ‘marketing’. Of in zoals dat tegenwoordig zo modisch heet ‘luisteren naar de consument’. En ook hier gebeurde het weer. Fred van Heyningen van Rabobank, de financier van de tuinbouw, bleek te vinden dat bedrijven niet aan de door hem zo gewenste marketing doen. Nou zijn banken zelf natuurlijk ook niet het ideale voorbeeld voor ordentelijke marketing. Luisteren naar klanten is ook bij hen niet een favoriete bezigheid. Maar daar wil ik het niet over hebben. Ik raak geprikkeld als mensen zeggen dat een schep of blik marketing het allemaal wel zal oplossen. Gisteren werden de bedrijfsresultaten van Unilever, bolwerk van briljante marketing en reclame, bekend gemaakt. De winst daalde 30% door de concurrentie met huismerken. Het machtig marketende en echt heel knappe marketingbedrijf Unilever verliest van een paar huismerken! Het nieuwsbericht vertelde dat het verlies eigenlijk nog wat hoger lag, maar werd nog geflatteerd door de acquisitie van nieuwe ondernemingen. Begrepen? Zelfs de knapste marketeer moet begrijpen dat marketing niet alles is. Het tegendeel begint zelfs waar te worden.
Dat vond ik voldoende reden om maar eens in de spits naar Utrecht te rijden en te kijken hoe tuinders, hun bestuurders en banken (er waren er maar liefst drie) tegen zichzelf en hun marketing aankijken.
De twee mantra’s
In de volle zaal die voor ongeveer de helft bestond uit tuinders, bleek alras dat het ging om een tweetal dingen. En misschien wel om beide tegelijk. Eén: de totale afhankelijkheid van coöperatie, vereniging, bond (hoe heet dat LTO, ZLTO, PT, Greenery, APO, GMO en wat nog meer? – ik begrijp nooit wat van al die woorden waar hele werelden achter schuilgaan), overheid, banken, retail en aan het eind van de rit de consument.
Twee: de daaruit voortvloeiende machteloosheid om er wat dan nog maar aan te kunnen veranderen. Behalve dan het roepen van twee mantra’s. De ene: marketing en innovatie. De tweede: organiseren en clusteren. Nou is er op zich niet zoveel mis met deze mantra’s. Maar wel met de intenties die eronder liggen.
Marketing en innovatie zijn geen wondermiddel. Het zijn geen trucjes die je even op de branche plakt. Voor je het weet eindigt het met een aantal best aardige conceptjes, zoals groentendrankjes of Klopt & Smaakt-achtige zaken die met veel geld in op de markt worden gezet, maar uiteindelijk niet de door al die mensen van vlees en bloed zo gewenste veranderingen zullen brengen. De noodzakelijke innovatie die moet ontstaan, heeft alleen zin als hij OOK een oplossing is voor het onderliggende probleem: dat de tuinders hun macht uit handen hebben gegeven aan allerlei lieden die er dingen mee doen die nauwelijks in hun voordeel zijn. Dat moet stoppen. Hoe het allemaal zo gekomen is? Niet meer over lullen of ruziën. Dat is voor de geschiedenisboeken. Kijk vooruit. Het initiatief moet terug naar de tuinder. Die moet zelf veranderen (en voor mijn part gebruiken we de woorden marketing en innovatie daarvoor, maar dan weten we nu in ieder geval wat ze echt betekenen) en juist niet ‘organiseren’ en bundelen omdat dat vastgelopen structuren (de gesprekken met de Bobo’s in de zaal maakten het duidelijk) die broodnodige frisse eigen verantwoordelijkheid in de weg staan.
En nog wat. De roep om organisatie (de tweede mantra dus) is slechts slechts bedoeld om de marketing kracht naar de handel te verbeteren. Hou toch op met die protectionistische en marketingpower gedachten. Zo zinloos. Zelfs Unilever kan niet tegen de handel op. Stap toch binnen in de marketing van de 21 eeuw!
Om werkelijk te veranderen moeten er een paar grote dingen gedaan worden. Maar ze kunnen vast nog wel met kleine stapjes. Sommige doen pijn, laat dat duidelijk zijn.
komkommerteler Robert Bergenhenegouwen
Schiet er maar op, maar ik denk dat ze hier zo'n beetje staan:
1. De verantwoordelijkheid in eigen hand nemen. Het gezicht naar de echte wereld toe, kijken wat daar in omgaat en daarop reageren en anticiperen. Zelf denken en dit niet uitbesteden aan bobo’s die er per ongeluk voor zijn aangesteld.
2. De verslaving aan ‘volume- en kostprijsreductiedenken’ stoppen. Starten met kwaliteitsdenken. Terug in productie, betere kwaliteit, prijzen die daarbij passen, andere afzetkanalen. Andere manieren van afzetten, andere klanten. Kleiner, leuker, mooier. In eerste instantie misschien armer, voor zover dat nog kan, maar het geeft wel weer perspectief.
3. Reorganisatie van de branche. Nutteloze, pratende maar niet poetsende tussenlagen eruit. Gedelegeerde verantwoordelijkheden (die toch niet werken) terugnemen en desnoods opnieuw toedelen. Het laatste zou ik niet vertrouwen. Ik zou pleiten voor het creëren van een netwerkorganisatie, een open organisatie zonder hiërarchie. Die heeft als doel kennis uit te wisselen, spullen te delen en elkaar te helpen wanneer nodig. Eigenlijk werd het begin daarvoor gisteravond gelegd. Iedereen was er bij. Geen nieuwe organisatie dus zoals een bestuurder in de zaal even dacht, maar een netwerk van mensen die wat toe kunnen voegen en de boel vooruit kunnen helpen. Laat de tuinbouw na de les van Unilever niet straks ook nog eens in de valkuil van de 'machtige organisatie' lopen. Vraag het ze daar maar eens. Ze weten er alles van.
Mannen in pakken
Het stemt me verdrietig om te zien hoe mannen die zo dicht bij het aardse staan, die zulk mooi en echt werk doen, van generatie op generatie, zo stoer en sterk, bezig met zoiets essentieels als het verzorgen van ons voedsel, zo afhankelijk en machteloos zijn geworden.
Ze zijn in handen gevallen van de mannen met pakken (die er deze avond ook weer waren, dat is wel lef en laat zien dat er alle reden is om hoop te hebben). We stonden erbij en keken ernaar. Dat laatste mag de tuinders kwalijk worden genomen. Nou ja, na gisteren dan want er werd iets duidelijk: op de huidige manier gaan deze prachtmensen niks samen doen.
En nu moeten ze zich gaan bevrijden. Niet om revolutie of oproer te kraaien, maar om producten te maken waar mensen blij van worden en die de handel uit hun handen rukt.
Dat is niet makkelijk, het zal misschien niet iedereen lukken, maar samen komen we verder. Samen, dat woord gebruiken de tuindersbobo’s ook. Samen heeft in de 21 eeuw een nieuw toon gekregen. Unilever weet dat allang. Ze werken er achter de schermen keihard aan om samen opnieuw uit te vinden.
Vergeet marketing, vergeet innovatie, vergeet organisatie. Als iemand die daar wel een beetje verstand van heeft, kan ik u zeggen: het gaat niets oplossen. Daar zit het probleem niet en laat u niet wijsmaken dat het probleem daar wel zit. Afhankelijkheid vernietigt een positief zelfbeeld. Daar begint de slag.
De oplossing zit in het zelf gaan doen. Dichter bij de echte mensen. En voor de rest weet ik inderdaad niet waar ik het over heb, zoals een komkommerteler in de zaal terecht opmerkte. Maar waar hebben al die mensen u gebracht, die wel weten waar ze het over hebben?
Videobeelden van de sessie:
REAGEER (98 REACTIES)
Ontdekking: wat eet een Nederlands varken?
Doe je ogen dicht en denk er even over na. Waar wordt zijn voedsel verbouwd?
Nee, echt niet. Niet kijken op het plaatje foto met het voermengsel.
Nou, waar komt het allemaal vandaan?

REAGEER (72 REACTIES)
Martijn, Melchior en Frits: en nu de waarheid over vet!
Vet. Het is waarschijnlijk het onderwerp waardoor foodlog bekend werd. Melchior Meijer is de medische wetenschapsjournalist die hier zorgde voor discussies die ooit Unilever behoorlijk in beroering brachten. Het begon allemaal heel onschuldig met deze posting over voortschrijdend inzicht. Google op Becel en Unilever en foodlog en je komt alle discussie tegen die er hier en op andere sites ooit over werden gevoerd. In print bestaat het dossier inmiddels uit honderden A4's discussie.
Dit weekend schreef Martijn Katan, de andere M, een column over zuivelvet en -belangen in de NRC. Medische charlatans vinden het tegenwoordig goed en dus wordt het goed, zegt hij. De zuivelindustrie maakt er misbruik van. 'Hoe melkvet gezond wordt', noemt Katan het terwijl hij rustig maar kokend zijn autoriteit bevestigt en verwijst naar de literatuur op http://www.mkatan.nl. Volgens anderen, o.m. onze Nederlandse professor Frits Muskiet, is vet niet het probleem, maar de koolhydraten. Een kwestie van een volmaakt verkeerd accent.
foto: martijn katan, ref. dagblad
Hoe zit het nou? Zijn artsen als Uffe Ravnskov, Malcolm Kendrick, Michel de Lorgeril, theoretische medici als Frits Muskiet en journalisten als Gary Taubes en onze eigen Meijer dan knettergek? Ik stuurde de Nederlanders in dit gezelschap een mail. Het zou flauw zijn als ze hier niet op elkaar zouden willen reageren. Heren, hoe zit het? Het moet eens uit zijn met die poppenkast. Het volk moet weten hoe het zit. Melchior of Frits, willen jullie starten met een commentaar op de tekst van Martijn in de NRC? Het is tijd om het vetdebat eens finaal te voeren.
REAGEER (237 REACTIES)
Als tuinders actie willen, dan krijgen ze die
We bespraken hier de koers van de Tuinders Titanic en daarna keken we mee met de Kapitein van het Westland vanuit zijn stuurhut.
Tuinders riepen om actie. Dat gebeurde zowel in reacties hier als in de mail.
Welke actie? Het bleef maar onhelder. Wat zei de kapitein hier? Dat werd voor sommigen ook al niet helder.
Hoe kun je het hele vraagstuk van de zinkende Nederlandse tuinbouw in een paar woorden duiden? Als je dat kunt, heb je namelijk meestal ook de oplossing te pakken. Sommigen fluisteren dat het probleem in de handel zit: het systeem is inefficiënt geworden. Dat zou anders moeten. Er zijn zelfs pleidooien om de klok weer terug te halen in de vorm van een modern beurssysteem ('veilen 3.0')
Anderen zeggen dat het heel ingewikkeld in elkaar zit. Zo ingewikkeld dat je er alleen heel gedetailleerd over kunt praten. Zo gedetailleerd dat je er niet uitkomt zonder echt het een en ander op zijn kop te zetten door wat heldere besluiten te nemen.
Weer andere denken dat het probleem in de marketing en producten zit.
De Westlandse Rabovoorman Fred van Heyningen biedt de tuinders een zaal. Foodlog.nl faciliteert de discussie. Tuinders en degenen die hier aan de discussies deelnamen zijn welkom.
Op de agenda staan drie onderwerpen:
1. wat is het probleem nou eigenlijk?
2. als het helder te benoemen is, is er dan ook een oplossingsrichting te benoemen?
3. hoe zou een 21e eeuwse veilingklok er uit zien en wat zou die betekenen voor de bestaande handelssystemen?
En dan: proeven! Van hypermoderne innovaties. Om de zinnen te verzetten.
Datum: Donderdagavond 4 februari, 19.30 uur.
Locatie: Utrecht, Rabobank, Croeselaan 18. De precieze zaal maken we nog bekend.
Wil je erbij zijn?
Stuur een mailtje met je naam en adres naar foodlog’s tuinbouwredacteur, Pieternel van Velden:
REAGEER (115 REACTIES)
Over 17% en vreemdgaan
Als 17% van de consumenten tijdens het winkelen op een etiket kijkt, is dat dan veel of weinig? Het zou weleens veel kunnen zijn. Je routine-aankopen gooi je routinematig in je karretje of mandje. Wat er ook op staat, ze horen bij je manier van doen en dus is het logisch dat je allemaal wel gelooft.
Hoeveel routine-aankopen van producten met een etiketje doen we eigenlijk? Als je een nieuw product koopt dan - zo leerde ik in Nederland van marktonderzoekers - kijken veel mensen wel degelijk goed naar het etiket. 'Veel' betekent een procent of 40 tot 60, afhankelijk van het product Stel nou dat je maar voor een procent of 10% aan het vreemd of nieuw gaat, dan is die 17% hoog. Je zou immers verwachten dat we maar in zo'n 4 tot 6% van die gevallen wat verder kijken dan onze neus lang is.
Hoe vreemd gaan foodloggers per keer boodschappen doen bij hun keuze van verpakte producten met een uitgebreide ingrediëntendeclaratie? Niet meer dan 10%? Als dat zo is kijken mensen nl. vreselijk goed naar etiketten.
Consumenten kijken zeer weinig op het etiket van voedingsmiddelen voordat ze een product kopen. Tijdens het winkelen kijkt 16,8% van de consumenten op het etiket. Dat blijkt uit een onderzoek in 6 Europese landen uitgevoerd door de European Food Information Council (EUFIC) en gepubliceerd in het Journal of Public Health.
Het onderzoek werd uitgevoerd in Groot-Brittannië, Zweden, Frankrijk, Duitsland, Polen en Hongarije. Onderzoekers bekeken 6 productgroepen: ontbijtgranen, frisdranken, snoep, kant-en-klaar maaltijden, zoute snacks en yoghurt. In de winkels werd gescoord hoeveel consumenten het voedingswaarde-etiket bekeken voordat ze het product kochten, en werden interviews gehouden. Gemiddeld gebeurde dat door 16,8% van de er consumenten, maar er waren grote verschillen tussen landen.
Als het etiket al werd bekeken, was er vooral aandacht voor vet, calorieën, suiker en zout. Ook werd er veel gekeken naar de Dagelijkse Voedingsrichtlijn, de Guideline Daily Amounts (GDA). De onderzoekers testen ook of consumenten deze GDA-tabel konden gebruiken. In Groot-Brittannië, Zweden, en Duitsland konden consumenten dit goed begrijpen, in de andere landen was dat minder. Er waren meer consumenten die begrip hadden van de Dagelijkse Voedingsrichtlijn dan gebruikers van het etiket, dus volgens onderzoekers is er ook gebrek aan motivatie bij consumenten.
Er bleek een relatie te zijn tussen het begrip van de GDA en de interesse in gezond eten, de voedingskennis en de sociale klasse.
bron: EUFIC met dank aan foodholland
REAGEER (11 REACTIES)
Symboolpolitiek in Lutjebroek
'Je kon erop wachten', twitte een LNV ambtenaar. Zijn minister noemde minder vlees eten in Nederland en de vegetarische dinertjes van een collega ministerie 'symboolpolitiek' De Partij van de Dieren stelde er Kamervragen over. Boodschap: een minister mag geen realist zijn en hardop zeggen dat het geen fluit uitmaakt wat we in Nederland met z'n 16,5 miljoenen doen op de 9 miljard mensen met wie we ons over een tijdje op deze aardkloot bevinden. Of ze dus nog even hardop wil herhalen dat Nederland nog geen druppel op de gloeiende plaat van de wereldvleesconsumptie kan veranderen. Dan kunnen we met z'n allen heel hard foei roepen vanachter onze dijken.
Een advies aan de minister: zeg het nog een keer en nog veel harder. Dat laat nl. de echte uitdaging zien: minder mensen en meer bescheidenheid in de wereld dan wij hier ooit hadden. Als de PvdD wat wil, moet ze zich serieus laten nemen op het wereldtoneel.
Betekent dat dat wij niks hoeven te doen? Zeker niet. Maar wel dat we de zaken in perspectief moeten zien. Het is zinloos om de burgemeester van Lutjebroek te vragen de bevolking van Beijing en Guangzhou nu voor de laatste keer te waarschuwen.
REAGEER (130 REACTIES)
MEEST GELEZEN VANDAAG
De waarheid achter ‘Dr. Frank’
Waarom worden we dik en hoe komen we er vanaf? Dat is de grote vraag, want vetbuik en diabetes II schieten de lucht in en minister Klink heeft nog niet eens het begin van een clou om die trend te keren. Het Convenant Overgewicht is mislukt. In Ik Kies Bewust gelooft inmiddels niemand meer als oplossing.
Een nieuwe goeroe zou het weten met zijn ‘eigen onderzoek’ en fabuleuze resultaten. Dr Frank heet’ie.
Volgens Martijn Katan is ‘dr Frank’ van Berkum, internist en werkzaam bij de Ziekenhuis Groep Twente, een charlatan. Hij heeft Dr. Harvey en diens latere volgelingen Atkins, Montignac en het South Beat-diet afgestoft. Deed daar zijn eigen sausje overheen. Plakte er vervolgens zijn naam op geplakt en exploiteert 5 afvalklinieken. Hij zou onderzoek hebben gedaan, maar dat mag volgens Katan geen naam hebben. Daar heeft hij gelijk in, want het heeft geen wetenschappelijke status. Auw. Af door de zijdeur.
De Nederlandse diabetesfederatie waarschuwt tegen het dr. Frank-dieet. Ook het Voedingscentrum raadt het dieet van dr. Frank af.
Dr. Frank bewerkt de markt via De Telegraaf en via de altijd tegendraadse Hans Labohm van Elsevier, Simon Rozendaal. Ook al geen serieuze reclame.
Ikzelf opende hier een balorig lijntje over Dr. Frank omdat ik wist dat Nick Trachet met diens dieet was begon. Als scepticus, schreef hij me nog. Want hij vroeg zich af of diëten ook werken als je er niet in gelooft. Het leek me een prachtig experiment. Vooralsnog ziet het er naar uit dat Nick inmiddels aan nieuwe broeken of bretels toe is. Ik had het kunnen weten, want ik ‘Atkinste en Montignacte’ ooit met mijn vrouw mee en – toen toch al niet al te dik – viel er te veel van af.
En toen dook die ‘dr Frank’ opeens op foodlog.nl op. Onder zijn eigen naam, Frank van Berkum. Ik sprak hem afgelopen week. Ik verbaasde me over de literatuur en namen die hij niet of alleen zijdelings kent. We kwamen te spreken over artsen en wetenschappers. Over voedingsleer en het feit dat er geen voedingsmedici zijn. Het gesprek deed me denken aan contacten die ik had met een kinderarts. Hij vertelde me dat artsen geen bal verstand van voeding hebben en voedingsleermensen en diëtisten al evenmin. Alleen kinderartsen kwamen een beetje in de buurt. Het deed me ook denken aan gesprekken die ik had met Frits Muskiet en Tiny van Boekel, beide gerespecteerd als genuanceerde hoogleraren. Beiden maakten me duidelijk dat humane voedingsleer een medisch tintje heeft, maar geen medische wetenschap is. Het onderzoekt de lichamelijke kant van voeding, maar zit ergens tussen voedingsmiddelentechnologie en medicijnen in. Voedingsleerjongens zijn eerder omgekatte voedingsmiddelentechnologen, dan medicijnmannen. Ze doen onderzoek. Behandelen doen ze niet.
Dat onderzoek willen ze dan weer heel rigide opzetten. Zo empirisch dat je me maar heel weinig te weten komt en met dat weinige heel veel moet kunnen verklaren om wat praktisch toepasbare zaken te kunnen melden. Daar zit dan ook een fundamenteel probleem. Zit het onderzoeksdenken achter de voedingsleer wel goed in elkaar? Voedingsleer opbouwen vanuit experimenteel onderzoek is, leerde me ooit Muskiet, een ingewikkelde zaak. Dat komt vooral omdat de mogelijke invloeden van voeding op ons lichaam zo veelomvattend zijn - er zijn alleen al miljoenen voedingsstoffen - dat zuivere experimenten vrijwel onmogelijk zijn. Om het simpel te zeggen, er komen altijd stofjes mee (of juist niet) die misschien ook iets doen alleen weten we dat niet. Om die echt uit te sluiten zijn zoveel varianten op hetzelfde onderzoek nodig dat dat onbetaalbaar wordt. En dan nog geldt: voor zover dat al kan. Om onderzoek te doen, moet je dus maar aannemen dat een paar stofjes niet meedoen in je onderzoek. Het ligt zelfs nog complexer. Voeding heeft alleen in de tijd een effect op je lichaam. Wetenschappers moeten al die experimenten dus ook nog eens uitvoeren met zgn. ‘longitudinale studies’. Ze moeten kijken hoe je er over een periode van jaren op reageren. Nog lastiger is, dat we allemaal toch weer net een beetje anders zijn. In mijn eigen geval: ik reageer geweldig op medicijn A, maar helemaal niet op het nauw daaraan verwante B. Rara hoe kan dat? Mijn reumatologen – ik heb er maar liefst drie waaronder 1 hooggeleerde – weten het niet. Voedingsleerjongens die keihard bewijs eisen en met keihard bewijs zwaaien, zijn dus eigenlijk een beetje verdacht. Ze verwachten en pretenderen het bestaan van 'hard' onderzoek dat eigenlijk niet kan. En toch eisen ze het. Dat noemen ze ‘evidence based medicine’.
Let op en hou je vast, want dit weten maar weinig mensen: veel ‘medicine’ is helemaal niet zo ‘evidence based’ als je zou denken. Dat wil niet zeggen dat wetenschappelijke artsen hun praktijkbroeders maar wat wijs maken, maar wel dat die kennis slechts bestaat uit meer of minder sterke aanwijzingen.
Door meer onderzoek krijg je steeds betere aanwijzingen of zelfs aanwijzingen die zo goed zijn dat ze de wetenschapper leren dat hij het in een heel andere hoek moet zoeken. En hou je nog een keer vast. Artsen leren ook in de praktijk. Op basis van hun ervaring doen ze ervaringskennis op die werkt. Waarom weten ze soms ook niet. Geen zorgen. Protocollen zorgen ervoor dat ze er niet maar allemaal op los experimenteren. Zo delen ze hun kennis. Maar het is bepaald wat anders dan bijvoorbeeld de manier waarop een ingenieur op basis van natuurkundige kennis een brug bouwt of aanpast aan moderne eisen.
Waar de rekenkunde leert dat 1+1=2 en de natuurkunde dat E=MC2, daar weten medicijnmannen en –vrouwen vrijwel niets met die zekerheid. En toch doen ze iedere dag hun werk. Vanwege de complexiteit van voeding ligt dat voor voedingsleermannen en –vrouwen zo mogelijk nog lastiger. Ze hebben ze niet meer dan wat werkhypothesen.
Terug naar de doctor. ‘dr. Frank’ wordt door wetenschappers als Katan beschouwd als een charlatan. Toch lijk zijn ‘hoge dosis eiwit zonder koolhydraten’ afvalmethode te werken. Sterker nog die staat in een grote traditie en is daadwerkelijk niets nieuws onder zon. Ga eens kijken bij Annika Dahlqvist, Dr Richard Bernstein, Dr Jörgen Vesti-Nielsen, Jenny Ruhl
en Dr Jay Worthman van My Big Fat Diet.
(ik dank Melchior Meijer voor het naspeuren van al deze internationale ‘dr. Franks’)
Of de manier van afvallen deze hele serie dr. Franks werkt, beklijft en gezond mag heten als je afgevallen bent, is de grote vraag.
Over dr. Frank’s manier had ik twee telefoongesprekken met Frank van Berkum. Ik viel van m’n stoel toen hij me vroeg of foodlog.nl niet in de openbaarheid met Nederlandse wetenschappers en goed ingevoerde mensen met relevante kennis een aantal vragen aan de orde wilde stellen waarop hij de antwoorden op die vraag ook niet heeft. In het licht van het bovenstaande is het misschien duidelijk, maar ik vind het wel lef hebben. Al helemaal voor een populaire goeroe, die voor de 'established scientific community' alle schijn tegen heeft.
Hij vroeg me of we bereid zijn hier een soort openbare metastudie te starten. Een onderzoek dus naar wat verslagen van wetenschappelijk onderzoek nu eigenlijk zeggen als je ze allemaal naast elkaar legt. Dit zijn de vragen:
- Welke effecten zijn bekend van voeding op diabetes II (‘T2DM’)?
- Is overgewicht bepalend voor het moment waarop je T2DM ontwikkelt en zorgt afvallen dan voor een weg terug?
- Spelen marconutriënten (vetten, eiwitten, koolhydraten) daarin een rol als je al T2DM hebt?
- Is er een relatie tussen lage graad ontstelingsziekten en T2DM?
- Valt er evolutionair iets te zeggen over T2DM en obesitas en heeft de mens wellicht voordeel bij de ontwikkeling T2DM, cq. heeft hij baat bij insuline resistentie?
- Waarom leidt vetweefsel tot de productie van ontstekingsmediatoren? Levert dat naast de bekende nadelen ook voordelen op, want de natuur doet dat toch niet zomaar?
- Zijn de antwoorden op bovenstaande vragen een indicatie dat zgn. MNT (Medical Nutrition Therapy) een krachtige en bovendien goedkope remedie kan zijn tegen T2DM?
Tsja dit is geen discussie voor leunstoeldiscussieerders. Maar degenen die wel mee kunnen doen, zijn van harte uitgenodigd de dr. Frank therapie genadeloos op de pijnbank te leggen.
Doen we het? Dan openen we een dossier in de kantlijn en komen we eindelijk tot de best mogelijke werkhypothesen van dit moment, of ze nou ‘dr. Frank’, Annika Dahlqvist of weet-ik-hoe heten.
REAGEER (1 REACTIE)
Je weet niet waar je het over hebt!
Gisteren bezocht ik de Foodlog-tuindersbijeenkomst. Onderwerp: het zware weer waarin de branche verkeert. Vraag: wat zit er nou echt scheef?
Ik kom uit de marketing, reclame en verkoop en juist misschien raak ik daarom zo geprikkeld als men denkt bij elk probleem steeds maar weer de oplossing te kunnen vinden in ‘marketing’. Of in zoals dat tegenwoordig zo modisch heet ‘luisteren naar de consument’. En ook hier gebeurde het weer. Fred van Heyningen van Rabobank, de financier van de tuinbouw, bleek te vinden dat bedrijven niet aan de door hem zo gewenste marketing doen. Nou zijn banken zelf natuurlijk ook niet het ideale voorbeeld voor ordentelijke marketing. Luisteren naar klanten is ook bij hen niet een favoriete bezigheid. Maar daar wil ik het niet over hebben. Ik raak geprikkeld als mensen zeggen dat een schep of blik marketing het allemaal wel zal oplossen. Gisteren werden de bedrijfsresultaten van Unilever, bolwerk van briljante marketing en reclame, bekend gemaakt. De winst daalde 30% door de concurrentie met huismerken. Het machtig marketende en echt heel knappe marketingbedrijf Unilever verliest van een paar huismerken! Het nieuwsbericht vertelde dat het verlies eigenlijk nog wat hoger lag, maar werd nog geflatteerd door de acquisitie van nieuwe ondernemingen. Begrepen? Zelfs de knapste marketeer moet begrijpen dat marketing niet alles is. Het tegendeel begint zelfs waar te worden.
Dat vond ik voldoende reden om maar eens in de spits naar Utrecht te rijden en te kijken hoe tuinders, hun bestuurders en banken (er waren er maar liefst drie) tegen zichzelf en hun marketing aankijken.
De twee mantra’s
In de volle zaal die voor ongeveer de helft bestond uit tuinders, bleek alras dat het ging om een tweetal dingen. En misschien wel om beide tegelijk. Eén: de totale afhankelijkheid van coöperatie, vereniging, bond (hoe heet dat LTO, ZLTO, PT, Greenery, APO, GMO en wat nog meer? – ik begrijp nooit wat van al die woorden waar hele werelden achter schuilgaan), overheid, banken, retail en aan het eind van de rit de consument.
Twee: de daaruit voortvloeiende machteloosheid om er wat dan nog maar aan te kunnen veranderen. Behalve dan het roepen van twee mantra’s. De ene: marketing en innovatie. De tweede: organiseren en clusteren. Nou is er op zich niet zoveel mis met deze mantra’s. Maar wel met de intenties die eronder liggen.
Marketing en innovatie zijn geen wondermiddel. Het zijn geen trucjes die je even op de branche plakt. Voor je het weet eindigt het met een aantal best aardige conceptjes, zoals groentendrankjes of Klopt & Smaakt-achtige zaken die met veel geld in op de markt worden gezet, maar uiteindelijk niet de door al die mensen van vlees en bloed zo gewenste veranderingen zullen brengen. De noodzakelijke innovatie die moet ontstaan, heeft alleen zin als hij OOK een oplossing is voor het onderliggende probleem: dat de tuinders hun macht uit handen hebben gegeven aan allerlei lieden die er dingen mee doen die nauwelijks in hun voordeel zijn. Dat moet stoppen. Hoe het allemaal zo gekomen is? Niet meer over lullen of ruziën. Dat is voor de geschiedenisboeken. Kijk vooruit. Het initiatief moet terug naar de tuinder. Die moet zelf veranderen (en voor mijn part gebruiken we de woorden marketing en innovatie daarvoor, maar dan weten we nu in ieder geval wat ze echt betekenen) en juist niet ‘organiseren’ en bundelen omdat dat vastgelopen structuren (de gesprekken met de Bobo’s in de zaal maakten het duidelijk) die broodnodige frisse eigen verantwoordelijkheid in de weg staan.
En nog wat. De roep om organisatie (de tweede mantra dus) is slechts slechts bedoeld om de marketing kracht naar de handel te verbeteren. Hou toch op met die protectionistische en marketingpower gedachten. Zo zinloos. Zelfs Unilever kan niet tegen de handel op. Stap toch binnen in de marketing van de 21 eeuw!
Om werkelijk te veranderen moeten er een paar grote dingen gedaan worden. Maar ze kunnen vast nog wel met kleine stapjes. Sommige doen pijn, laat dat duidelijk zijn.
komkommerteler Robert Bergenhenegouwen
Schiet er maar op, maar ik denk dat ze hier zo'n beetje staan:
1. De verantwoordelijkheid in eigen hand nemen. Het gezicht naar de echte wereld toe, kijken wat daar in omgaat en daarop reageren en anticiperen. Zelf denken en dit niet uitbesteden aan bobo’s die er per ongeluk voor zijn aangesteld.
2. De verslaving aan ‘volume- en kostprijsreductiedenken’ stoppen. Starten met kwaliteitsdenken. Terug in productie, betere kwaliteit, prijzen die daarbij passen, andere afzetkanalen. Andere manieren van afzetten, andere klanten. Kleiner, leuker, mooier. In eerste instantie misschien armer, voor zover dat nog kan, maar het geeft wel weer perspectief.
3. Reorganisatie van de branche. Nutteloze, pratende maar niet poetsende tussenlagen eruit. Gedelegeerde verantwoordelijkheden (die toch niet werken) terugnemen en desnoods opnieuw toedelen. Het laatste zou ik niet vertrouwen. Ik zou pleiten voor het creëren van een netwerkorganisatie, een open organisatie zonder hiërarchie. Die heeft als doel kennis uit te wisselen, spullen te delen en elkaar te helpen wanneer nodig. Eigenlijk werd het begin daarvoor gisteravond gelegd. Iedereen was er bij. Geen nieuwe organisatie dus zoals een bestuurder in de zaal even dacht, maar een netwerk van mensen die wat toe kunnen voegen en de boel vooruit kunnen helpen. Laat de tuinbouw na de les van Unilever niet straks ook nog eens in de valkuil van de 'machtige organisatie' lopen. Vraag het ze daar maar eens. Ze weten er alles van.
Mannen in pakken
Het stemt me verdrietig om te zien hoe mannen die zo dicht bij het aardse staan, die zulk mooi en echt werk doen, van generatie op generatie, zo stoer en sterk, bezig met zoiets essentieels als het verzorgen van ons voedsel, zo afhankelijk en machteloos zijn geworden.
Ze zijn in handen gevallen van de mannen met pakken (die er deze avond ook weer waren, dat is wel lef en laat zien dat er alle reden is om hoop te hebben). We stonden erbij en keken ernaar. Dat laatste mag de tuinders kwalijk worden genomen. Nou ja, na gisteren dan want er werd iets duidelijk: op de huidige manier gaan deze prachtmensen niks samen doen.
En nu moeten ze zich gaan bevrijden. Niet om revolutie of oproer te kraaien, maar om producten te maken waar mensen blij van worden en die de handel uit hun handen rukt.
Dat is niet makkelijk, het zal misschien niet iedereen lukken, maar samen komen we verder. Samen, dat woord gebruiken de tuindersbobo’s ook. Samen heeft in de 21 eeuw een nieuw toon gekregen. Unilever weet dat allang. Ze werken er achter de schermen keihard aan om samen opnieuw uit te vinden.
Vergeet marketing, vergeet innovatie, vergeet organisatie. Als iemand die daar wel een beetje verstand van heeft, kan ik u zeggen: het gaat niets oplossen. Daar zit het probleem niet en laat u niet wijsmaken dat het probleem daar wel zit. Afhankelijkheid vernietigt een positief zelfbeeld. Daar begint de slag.
De oplossing zit in het zelf gaan doen. Dichter bij de echte mensen. En voor de rest weet ik inderdaad niet waar ik het over heb, zoals een komkommerteler in de zaal terecht opmerkte. Maar waar hebben al die mensen u gebracht, die wel weten waar ze het over hebben?
Videobeelden van de sessie:
REAGEER (98 REACTIES)



