VANDAAG

Marketing gaat tuinbouwsector niet verlossen


31 augustus 0:27 pieternel van velden

Nu het zo slecht gaat in de voedingstuinbouw is marketing plotseling benoemd tot zwemvest voor de naar adem snakkende tuinders. Na de bijeenkomst ‘Actie in Utrecht’ afgelopen voorjaar, waar Jan Peter van Doorn een paar rake uitspraken over wat je vooral niet met marketing moet willen doen, was de interesse gewekt bij Weekblad Groenten&Fruit. Deze week publiceert dit tuindersvakblad in zijn printeditie het interview dat ik onlangs met Van Doorn deed. Groenten&Fruit biedt foodlog.nl graag de gelegenheid om het hier online te plaatsen.

Een goed product heeft geen marketing nodig, vindt Jan Peter van Doorn. Zorg dus voor goede producten en leg uit, vertel waarom ze zo goed zijn. Boeren en tuinders hebben geen marketingprobleem, maar een identiteitsprobleem.

Jan Peter van Doorn volgt de agrarische sector al lange tijd. Als reclame- en marketingman pur sang kijkt hij terug op een lange carrière vol campagnes voor grote bedrijven, waaronder de food- en retailsector. In zijn ogen moet de voedingstuinbouw die platgetreden paden niet bewandelen, maar naar nieuwe wegen zoeken.

Wat kan marketing betekenen voor de voedingstuinbouw?
“Marketing is beïnvloeden. Marketing is macht. Marketing is alleen geen wondermiddel meer. Naar mijn mening loopt marketing van de twintigste eeuw op z’n laatste benen. Het is geen geheim dat grote bedrijven op dit moment hun strategie wijzigen, omdat deze niet meer werkt. Het tijdsbeeld verandert. Consumenten laten zich niets meer aanpraten. Ze willen niet voorgekauwd of genept worden, maar eisen echtheid. Ze willen als verstandige mensen worden benaderd, niet als ‘couch potatoes’.
De voedingstuinbouw heeft één voordeel op de voedingsindustrie. De sector heeft weinig aan marketing gedaan, dus hoeft ook niet de ‘ontmarkten’. Zonder die bagage kunnen tuinders dus nieuwe wegen inslaan. Uitgangspunt is het product. Dat moet kwalitatief heel goed zijn. Een goed product heeft geen marketing nodig. Daarover vertelen, die boodschap brengen is genoeg. Jezelf zichtbaar maken, uit het schuttersputje en uit de slachtofferrol is het devies.”

Dat klinkt wel erg makkelijk.
“Dat is het in wezen ook, maar de teler zal wel moeten leren zijn verhaal te vertellen. Tot op heden heeft hij verteld dat hij nog meer paprika’s of komkommers kan maken voor een nog lagere prijs. En dat is een doodlopende weg gebleken, want er is altijd iemand die nog goedkoper kan leveren. Het buitenland, bijvoorbeeld.
Natuurlijk is de situatie beroerd. Ik zou er zelf zo ongelukkig van worden als ik zo afhankelijk was van het weer, de bank en het energiebedrijf. Maar ik zou de oorzaak toch voor een belangrijk deel bij mezelf zoeken, in plaats van bij die stomme consument of lakse overheid.”

Waar ligt de toekomst van tuinbouwbedrijven?
“Het gaat volgens mij twee kanten op. Een deel van de ondernemers zal zich richten op industriële productie van groenten en fruit. Dit zijn ondernemers, die je op dit moment van crisis ook nauwelijks hoort. Die vinden hun eigen weg en hebben de anderen niet nodig. Industriële productie is nodig om de bevolking van voldoende voedsel te voorzien.
Volgens kenners hebben we in Nederland bijzonder vruchtbare grond. Als ik alle verhalen hoor over lage rendementen, dan vraag is me af of we die vruchtbare grond wel optimaal genoeg gebruiken.
Een ander deel van de tuinbouwondernemers gaat zich ontwikkelen tot ‘traitteur’. Zij maken iets bijzonders, met een verhaal erbij. Dat kan een bepaalde dienst zijn, een speciaal product of een verwerkt product.
In relatie tot vruchtbare grond zou dit wel eens een groeimarkt kunnen zijn met behoorlijke rendementen. Tenminste, als ze er in slagen deze producten relevant te maken. Relevant genoeg om de concurrentie met bankstellen, vakanties en dergelijke aan te gaan. Maar in feite geldt dat voor de hele voedingssector. Eten is nog niet belangrijk genoeg.”

Waarom is het voor de teler zo moeilijk om zijn verhaal te vertellen?
“Dat zit als het ware in de genen. De agrariër heeft geen marketingprobleem, maar een identiteitsprobleem. Op het wat scherp te zetten: een ingebakken minderwaardigheidsprobleem. Bang voor de stad, de wereld, de consument.

image

Ik ken zowel de stad als het platteland. Naarmate de tijd vordert zie ik die twee steeds meer uit elkaar groeien. Agrariërs voelen zich veilig in hun eigen habitat. Dat zie je eigenlijk aan hun hele gedrag. Hun vriendenkring, interesses, het leven in een veilige omgeving. Je ziet eigenlijk niet of nauwelijks dat ze zich ontwikkelen tot wereldburgers.
Die emancipatie is nodig om meer zelfvertrouwen te ontwikkelen. Met het ontwikkelen van een eigen identiteit ontwikkelen zij ook het vermogen om voor hun product te staan en het voor een eerlijke en goede prijs te verkopen, waarmee de afhankelijkheid en het gevoel van machteloosheid voor de omgeving afneemt.
Eigenlijk verwachten agrariërs dat de stedeling naar hen toe komt. En die bereidheid is er zeker, merk ik. Steeds meer mensen in de stad zijn bewust bezig met hun voedsel, of het nu om gezondheid gaat of culinair genot. Nu die stap om beide werelden samen te brengen.
Breng de stad naar het platteland en andersom. Wat kun je leren van elkaar? Het belangrijkste is misschien wel communicatie. In de stad zitten we boven op elkaar. We moeten wel communiceren om met elkaar om te gaan.
Ik denk trouwens dat dit proces verder gaat dan communicatie. Er ligt ook werk voor architecten en planologen. Integratie van tuinbouw en stedenbouw.”

Maar nu graag een paar ‘vernieuwde’ marketingtips voor boer en tuinder
“Ah, daar zijn we weer: marketing tips. Okay, als eerste noem ik ‘authenticiteit’. Zorg voor een goede basiskwaliteit en hanteer die norm. Maak dus een product waar jezelf volledig achter kan staan. Twee eigenschappen zijn dan belangrijk: onderscheidingsvermogen of kritisch vermogen en vakmanschap. Eigenschappen die door hoge druk en stress nogal verwaterd zijn.
Dat er in de tuinbouw grote volumes bestaan lijkt onvermijdelijk, maar ook dan blijft het om kwaliteit draaien. Tot nu toe heeft de sector het geluk gehad dat consumenten echte kwaliteit niet herkennen, maar dat begint nu snel te veranderen.
Ik adviseer de tuinder om dicht bij zichzelf te blijven. Past een industrieel product bij hem, of wil hij zich onderscheiden. Laat hem doen waar hij goed in is. En vooral waar hij blij van wordt. Een andere keuze is er niet. Gewoon het goed benutten van kansen en het uitventen van mogelijkheden. Dit alles moet leiden tot wat je de primaire betekenis van marketing zou kunnen noemen: relevant onderscheid. Les één van marketing. Meer marketing is er eigenlijk niet.”

Dat is het?
“Ja. Zorg er voor dat je als sector oogcontact maakt met de samenleving en schudt dat minderwaardigheidscomplex af. Neem deel aan de maatschappij.”

Ontploeteren
Jan Peter van Doorn heeft ruime ervaring in reclame en marketing. Als strateeg werkte hij bij Prad en JWT. Tien jaar lang had hij zijn eigen bureau, Benjamens van Doorn Euro RSCG en werkte voor opdrachtgevers als Heineken, Douwe Egberts, Nuon, ABN, Achmea, Unilever, Delta Loyd, Ministerie LNV, Ministerie Verkeer en Waterstaat en retailers als Albert Heijn en C1000. De afgelopen tien jaar is hij getriggerd door het thema ‘identiteit’. Hij schreef twee boeken: ‘Ontploeteren, zie het, snap het, doe het’ en ‘De ontdekking van je ding’. Je vindt ze op http://www.janpetervandoorn.nl.


LEES MEER REAGEER (85 REACTIES)

Roos Vonk: ‘zelfs vleeseters zijn geen hufters’


28 augustus 19:39 dick veerman

Vanmorgen verscheen in de Volkskrant een column van Roos Vonk. Tussen haar en mij is het sinds een lange draad hier over haar 'hoogleraren-brief' niet meer goed gekomen. We hadden nog even mailcontact, maar toen ik weigerde te verklaren dat de mening van die hoogleraren niet door haar bij elkaar was geboetseerd werd het stil. Ik vroeg haar destijds nog eens mij te bellen omdat haar nummer aan de Radboud-universiteit stil bleef. Niettemin zoek ik het gesprek, op feitelijke termen en zonder de politieke ideologie. Persoonlijke keuzen vind ik prima, maar met als universeel vermomde heb ik een probleem. Ik wil nl. niet iets moeten vinden omdat een ander iets vindt.

Volgens Vonk zijn zelfs vleeseters geen hufters. Ze weten alleen nog niet hoe de wereld in elkaar zit. Vonk legt dat uit aan de hand van een vergelijking, waarin ze Sylvia Witteman betrekt:

Stel dat mensen in hun achtertuin varkens houden in kleine donkere hokken, op roostervloeren zonder stro. De buren verderop en hun kinderen hebben honger, want hun tuin wordt gebruikt om het varkensvoer te verbouwen, waardoor ze zelf nauwelijks eten hebben. De varkenspoep wordt uitgestrooid over de hele wijk en vervuilt het water van alle bewoners. De varkenshouders zitten vrolijk te barbecuen en zeggen: ‘Tja, rot joh, maar het is gewoon lekker!’

Als je het zo voorstelt, is het duidelijk dat de vleeseters (wij westerlingen, in de analogie) asociale lomperiken zijn. In Het lekkerste dier vindt zelfs liefhebster Sylvia Witteman: ‘Wie nu nog varkensvlees uit de bio-industrie koopt, verdient het om de rest van zijn leven met veertig mede-asocialen in een stilstaande lift te worden opgesloten en gevoederd te worden met doodgekookte elleboogmacaroni.’

image

Als het in hun achtertuin gebeurde, zouden de vleeseters publiekelijk in Wittemans lift te schande worden gesteld. Maar in onze ‘beschaafde’ samenleving zijn de dieren volledig aan het oog onttrokken, en onze relatie tot de andere gedupeerden – de mensen in de derde wereld en de generaties na ons – is diffuus.

Zouden de lezers hier hun reactie eens willen geven op Vonk's tekst? U kunt hem hier lezen of downloaden.

Ik heb zelf een artikel in voorbereiding over de emoties en het gebrek aan rede rond vlees. Wilt u dus zeggen wat u vindt en waarom? Ik wil het nl. graag kunnen gebruiken, met uw naam en toenaam.


LEES MEER REAGEER (374 REACTIES)
ADVERTENTIE Adverteren op Foodlog

Kijken naar Albert Heijn varkens


25 augustus 23:53 dick veerman

Dit bord staat dezer dagen in Aalten, voor de boerderij van Dinie en Paul Jansen. Ze houden varkens en hebben begin dit jaar besloten het anders te gaan doen. Ze schakelden om. Niet naar biologisch, maar naar die ene Dierenbeschermingsster die binnenkort bij Albert Heijn op het schap is te vinden. Minder komt er daar niet meer in. Ik viel er destijds een beetje door van mijn stoel, want super Heijn is over het algemeen van de sierprojecten, wel zeggen dat je iets doet en dat ook doen, maar vooral niet teveel. Zo neem je criticasters de wind uit de zeilen en kun je toch gewoon je oude gangetje gaan. Bij varkens doen ze dat dus niet. De Zaandammers van Albert Heijn sloten een deal met de Brabantse grootslachterij VION om alleen nog varkensvlees te verkopen van dieren die een leuker leven hebben gehad. Opmerkelijk want een jaar of tien geleden gingen ze plat op hun snuit omdat wij, consumenten, geen duur biologisch vlees bleken te willen kopen. Die Dierenbescherming beloonde die voortvarendheid met één ster. Niet met drie zoals bij biologisch en niet de twee van een varken dat even buiten kan luchten.

De boer wordt een beetje beter beloond voor zijn extra kosten. Paul gaf hier al verschillende keren aan daar blij mee te zijn. Niet omdat Dinie en hij hun extra kosten terugkrijgen, maar omdat er niet zomaar andere varkens met die ene ster - de Good Farming Star noemt VION het in onvervalst Brabants - de Nederlandse grenzen over zullen komen. Varkenshouders zoals zij hebben dus minder last van prijsconcurrentie, omdat het aanbod zal worden afgestemd op de ca. 1 miljoen varkens die Albert Heijn zijn klanten jaarlijks in de vorm van karbonaden, speklapjes en gehakt verkoopt.

Eén miljoen dieren gaat leven zoals op het film hieronder. Niet buiten, maar binnen. Op foodlog.nl wordt nogal eens beweerd dat dieren beter binnen kunnen blijven.

image

Daar zijn twee belangrijke redenen voor:
- zo kun je de uitstoot van hun mest opvangen en die weer nuttig gebruiken; de vrije uitloop varkenshouderij is om die reden niet zo milieuvriendelijk
- zo kunnen mensen en dieren niet ziek van elkaar worden

Het is dus eigenlijk een ideale oplossing. Beesten binnen en toch gelukkig. Maar veel mensen geloven daar niet in.

Paul en Dinie zijn trots op hun nieuw ingerichte stallen en willen graag weten hoe wij vinden dat hun dieren erbij lopen.

Daarom maakten ze een film van bijna 25 minuten. Er zijn geen voice-overs. Je kijkt naar de dieren alsof je in de stal bent en ze aan je aanwezigheid gewend zijn. Tegen het einde vertelt voerspecialist Wim Krajenbrink waar het voer van de dieren vandaan komt. Dat werd gedaan om het eens te hebben al de soja die speciaal voor de varkens helemaal uit verre landen naar hier zou worden getransporteerd. Ze eten de peulenschillen die overblijven nadat wij er de olie voor ons eigen gebruik uit hebben geperst.

Vertel wat u vindt, voelt, ziet en wat zou u nog meer willen weten na deze kijk in de stallen.


LEES MEER REAGEER (105 REACTIES)

U bent een luddiet - of niet?


24 augustus 9:12 dick veerman

Weet u wat luddieten zijn? Het is heel waarschijnlijk dat u een eetluddiet bent zonder dat u het weet.

U bent het nl. als u denkt dat goed eten vers is en zelf klaargemaakt.

Luddieten ontlenen hun naam aan hun 18e eeuwse voorman Ned Ludd. Zijn volgers waren lieden die het liever zonder techniek deden en de Industriële Revolutie wilden terugdraaien. Handwerk zou beter zijn. Veel natuurlijker. Het zou menselijk zijn en een betere maatschappij opleveren.

Het klinkt heel vertrouwd en typisch vroeg 21e eeuws. De moderne hippe Luddiet weet niet dat hij zo ouderwets is als de pest en realiseert zich niet dat mensen sinds ze stopten met jagen dankzij steeds meer technologie eindelijk romantici konden worden. Dat zeggen de niet-Luddieten.

De media zijn luddiet en wij dus ook: eten moet vers en slow zijn, anders is het eigenlijk niet goed. Of bent u ontsnapt aan de greep der beïnvloeding en heeft u een originele mening?

Gisteren stuurde Nick Trachet me een tekst van Rachel Laudan, de auteur van de Gastronomica Reader. Laudan rekent af met het 200 jaar geleden ook populaire natuurlijkheidsactivisme.
Er staan woorden in haar tekst in die je niet van een culinair schrijfster zou verwachten. Misschien zou je de hele tekst wel niet verwachten.

Zou u mij een ongelofelijk plezier willen doen en haar stuk (het zijn een paar pagina's, maar zeer de moeite waard) of de regels in de volgende kolom lezen en aangeven wat er voor gevoelens in uw hoofd opkomen?

image

That food should be fresh and natural has become an article of faith. It comes as something of a shock to realize that this is a latter-day creed.

If we assume that good food maps neatly onto old or slow or homemade food, we miss the fact that lots of industrial foods are better. Certainly no one with a grindstone will ever produce chocolate as suave as that produced by conching in a machine for 72 hours. And let us not forget that the current popularity of Italian food owes much to two convenience foods that even purists love, factory pasta and canned tomatoes. Far from fleeing them, we should be clamoring for more high-quality industrial foods.

Nostalgia is not what we need. What we need is an ethos that comes to terms with contemporary, industrialized food, not one that dismisses it; an ethos that opens choices for everyone, not one that closes them for many so that a few may enjoy their labor; and an ethos that does not prejudge, but decides case by case when natural is preferable to processed, fresh to preserved, old to new, slow to fast, artisanal to industrial. Such an ethos, and not a timorous Luddism, is what will impel us to create the matchless modern cuisines appropriate to our time.


U weet het toch wel hè, 2010 is het jaar van het conservenBIcentennium?



LEES MEER REAGEER (100 REACTIES)

Na 5 jaar


22 augustus 11:22 dick veerman

Een laat-zomerse zondagse mijmering. Foodlog.nl bestaat komende winter 5 jaar. In die tijd heeft het van alles uitgehaald. Het liet zien hoe instituten als bijvoorbeeld de Reclame Code Commissie, de Stichting Ik Kies Bewust en het Voedingscentrum functioneren. De wereld is nog altijd Vondel's pijpkaneel waaraan we allemaal zuigen en ons deel krijgen, sommigen een groter dan anderen. Zo groeien relaties nu eenmaal.
Het liet zien dat reclame voornamelijk nept, terwijl er allang weer het nodige over producten te vertellen is.
Het liet zien dat de relatie tussen voeding en gezondheid een onderwerp is dat nog niet eens in de kinderschoenen staat terwijl er bergen beleid voor worden gemaakt.

In vele standjes maakten we duidelijk dat als boeren niets verdienen we straks echt allemaal hetzelfde eten. Ons eten komt dan volledig van multinationale Food Shell's. Voor benzine maakt dat (nou ja, maar dat is weer een ander verhaal) niet uit. Voor eten wel omdat dat én niet leuk is én ons menu heel eenzijdig maakt. Dat laatste zou gezondheidskundig wel eens heel onverstandig kunnen zijn.
Zelfs voor grote jongens als Nestlé en Unilever is het uiteindelijk niet goed omdat straks niemand zich meer kan onderscheiden en de laatste drie ooit elkaar's licht uit moeten proberen te doen.

We zaten dierrechtenactivisten op de huid omdat we voor dieren zijn, maar tegen volksverlakkerij die uiteindelijk de dieren niet vooruit helpt. Politiek heel incorrect lieten we zien dat minder vlees eten niet tot minder vleesconsumptie leidt. Al net zo incorrect lieten we zien dat ons eten niet natuurlijker maar juist met veel meer tech gemaakt zal worden en dat het zaak is als publiek om daarbij te zijn. De ene tech is de andere niet en daar zijn keuzen in te maken.

We probeerden alle ingewikkelde relaties te laten zien tussen al die onderwerpen. Soms bloedserieus, soms fel, soms vrolijk en soms vol azijnpisserige ironie. We lieten zien en probeerden een opinie te vormen op basis van feiten. Maar opinievorming op basis van consensus en eindeloos geklets, is dat nog wel van deze tijd?

We kwamen, en dat is best uniek, niet alleen met kritiek maar ook met oplossingen. De Boerensuper en Kijk-of-het-klopt zijn twee misschien wel te grote. Er waren ook talloze kleintjes. Inmiddels lurken marketeers, strategen en beleidsmakers mee om te zien wat ze eraan hebben. Foodlog.nl is een soort openbaar advies- en onderzoeksinstituut op het gebied van voedsel en voeding geworden.

Terugkijken op vijf jaar foodlog.nl en nadenken over de toekomst brengt een paar gedachten in me naar boven:

1. Moeten we niet gewoon laten zien, tot in het begrijpelijk gemaakte détail, hoe de wereld achter ons eten nationaal en internationaal in elkaar zit? Zonder oordelen, al kunnen we het over elkaars oordelen hebben. Het gesprek zou vooral moeten gaan over de onduidelijkheden en de vragen die wat we laten zien nog oproept.

image

2. Zouden we de oplossingen die we hier verzinnen niet moeten gaan 'doen'? De mensen voor wie ze zijn, zijn te druk en staan onder druk. Iedere dag moeten ze opnieuw overleven en daarom zien ze vooral de beren op de weg en niet de kansen.
Met kleine experimentjes en vallen en opstaan kunnen we laten zien wat ze waard zijn, of misschien ook wel niet. De tijd van papieren tijgers is voorbij, die van het kleine dingetjes in gang zetten is aangebroken omdat er niet maar één Grote Weg naar Rome leidt. Die manier van met heden en toekomst omgaan is te realiseren als er mensen bereid zijn de handen uit de mouwen te steken en creativiteit, diversiteit en beweging de oplossing durven te laten zijn.

3. Kritiek helpt de wereld vooruit, maar niet in de vorm van oeverloze woordenstromen en herhalingen daarvan. Is het niet veel spannender en minder 'oordelerig' als we de oplossingen van makkelijke Prinzipienreiters die met Grote Woorden de wereld verbeelden? Door te laten zien hoe ze uitwerken. Tot in het détail, zodat we ze naast de wereld van puntje 1 kunnen zetten. We hoeven niks meer te vinden van grote, maar letterlijk onvoorstelbare woorden. We kunnen het zien er het onze van vinden en onze echte eigen keuzen maken.

4. Voorzover we dat kunnen zien, trok foodlog.nl de afgelopen 5 jaar vooral de generatie van 40+ en 50+. De nog open toekomst is aan de generatie 25-. 25+ doet al mee aan hoe het is. De energie om te doen zit in de generatie rond de 20. Zouden laten zien, verbeelden, bevragen van wat nog niet helder is en die energie nou niet kunnen leiden tot iets waarin jeugd en kennis van wat er in de wereld omgaat tot iets moois kunnen leiden? Gelukkig trokken we ook die jeugd en ben ik blij met het bestaan van de Nederlandse Youth Food Movement. Van mij mag die invloed veel sterker.

Het zijn wat gedachten. De komende 5 jaar staan al snel voor de deur. Ze moesten maar eens echt spannend worden. In de online en in de echte wereld en met een echt wekelijks foodlogcafé waar we het online gesprek en de échte offline belevenissen af en toe echt kunnen voortzetten zodat dat vreselijke ge-;-) eindelijk ook naar de schroothoop kan.

En ja, ik weet het. Voor wat hierboven staat is niet alleen energie, maar ook geld nodig. Private adviseurs kosten geld. Openbare ook, anders verdwijnen ze.


LEES MEER REAGEER (24 REACTIES)
ADVERTENTIE Adverteren op Foodlog

Biologisch buiten spel


20 augustus 15:09 dick veerman

Afgelopen week stuurde demissionair minister Verburg een brief naar de Tweede Kamer waarin zij die op de hoogste stelt van het oordeel van de Gezondheidsraad over biologisch voedsel. Dat is niet gezonder, zegt de Raad. Daarmee is het meest wijze oordeel dat in Nederland officieel voorhanden geveld.

Het oordeel zoals Verburg dat van de Raad ontving is scherp en duidelijk:
1. er is geen causaal wetenschappelijk bewijs dat biologische voeding tot een hogere gezondheid leidt
2. onderzoek waaruit zou moeten blijken dat biologisch gezonder is, bestaat voornamelijk uit losse feiten waar een conclusie op basis van onbewezen redeneringen aan vast wordt geknoopt
3. de begrippen 'gezond' en gezonder moet je relateren aan de Richtlijnen Gezonde Voeding en niet aan de redeneringen die de voorstanders van biologisch hanteren
4. het is zinloos nader onderzoek te financieren naar de gezondheidseffecten van biologisch

Conclusie: biologisch staat buitenspel.

Dat is een interessant punt. Prof. Kromhout van de Gezondheidsraad zegt eigenlijk dat biologisch gezond een onwetenschappelijk begrip is. Tegelijk zegt hij dat daarmee natuurlijk geen oordeel is gegeven over de milieutechnische duurzaamheid van biologisch. Toch is het interessant het argument door trekken. Biologische groenten zijn volgens de Raad even goed als 'gewone' vanwege de definitie van gezondheid. Als we op deze manier de relevantie van het gezondheidsbegrip dat de biologische sector hanteert overboord kunnen zetten, dan kunnen we daarmee ook het 'andere' milieu argument van biologisch overboord zetten. Wat doet biologisch beter voor het milieu dan een duurzame niet-biologische landbouw? Opeens is het niks meer.

image

Voor die vraag hebben we in Nederland geen Raad, maar ik vrees dat het antwoord hetzelfde zou zijn. Iets is nl. duurzaam of het is het niet. Daarvoor hoeft het niet biologisch te zijn. Dat is in de basis dezelfde redenering die de Gezondheidsraad aan de minister voorstelt en die de minister nu als het standpunt van de regering aan de Kamer heeft gepresenteerd.

Biologisch is met de redenering van de Raad de facto officieel tot een life style verklaard.

Of ik me verkneukel omdat ik in de regel nogal kritisch ben op biologisch als geldmachine voor de handel? Nee. Biologisch is afgeserveerd omdat er geen uitvoerbare methodologie is om het heil ervan te meten en gezondheid gedefinieerd is zoals de Raad dat doet. De vraag mag gesteld worden welke robuuste causale wetenschappelijke legitimatie aan die definities ten grondslag ligt. Het antwoord zou u tegenvallen, maar we hebben geen hogere commissie die daar weer over oordelen mag. Dat wil niet zeggen dat het uit de lucht is gegrepen. Er valt op dit moment officieel niet meer over te zeggen omdat wetenschappers dat collectief vinden op basis van gezond verstand. Daarom staat het je zelfs rationeel gezien vrij op grond van eigen ervaringen, inzichten en gezond verstand andere conclusies te trekken.

Vandaag maakt GfK bekend dat de omzet van biologisch met 12% is gestegen. Dat is mede bereikt met overheidsgeld dat er volgens de jongste officiële inzichten niet aan besteed had mogen worden.


LEES MEER REAGEER (194 REACTIES)

Duivelsbillen


20 augustus 10:02 dick veerman

Deze aanbieding komt van een groothandel, de Metro die in Nederland Makro heet. Daar kopen mensen met een pasje. Dat betekent dat ze meer of slimmer zijn dan anderen. Ze doen hun boodschappen niet gewoon bij de Jumbo of Albert Heijn, maar daar. Ze letten op de prijs en noemen de dingen bij hun naam. Het zijn ondernemers of mensen die met ondernemers mee naar binnen sluipen. Ook slim dus.

Niettemin besluit zo'n winkel dat z'n klanten nodig moeten worden opgevoed. Heeft u ooit een vis gezien met poten en lekkere billen om ham van te maken? Natuurlijk niet, want dan zouden ze wel uit zee zijn gekropen.

Maar u vergist zich. Heden is bij de Makro te koop: Ham van Zeeduivel.

De kop van het beest is zo lelijk dat je die zelden te zien krijgt. Daarom noemen we bij ons de staart naar het hele beest. Fransen noemen het stukje op de foto 'zeeduivelstaart'. Eigenlijk beter. Maar wat is in 's hemelsnaam de reden om een zeeduivelstaart een ham te laten worden?

image

Ik denk dat we voortaan mogen kiezen tussen gewone zeeduivel en zeeduivel ham. De ene komt uit de ene doos en de andere uit de andere. Volgende week wordt de parmaham van zeeduivel geïntroduceerd.

Ziet u wel. U wist het niet. Zelfs de slimste consumenten zijn idioten die je alles kunt vertellen.







LEES MEER REAGEER (48 REACTIES)

MEEST GELEZEN VANDAAG

Marketing gaat tuinbouwsector niet verlossen


31 augustus 2010 pieternel van velden

Nu het zo slecht gaat in de voedingstuinbouw is marketing plotseling benoemd tot zwemvest voor de naar adem snakkende tuinders. Na de bijeenkomst ‘Actie in Utrecht’ afgelopen voorjaar, waar Jan Peter van Doorn een paar rake uitspraken over wat je vooral niet met marketing moet willen doen, was de interesse gewekt bij Weekblad Groenten&Fruit. Deze week publiceert dit tuindersvakblad in zijn printeditie het interview dat ik onlangs met Van Doorn deed. Groenten&Fruit biedt foodlog.nl graag de gelegenheid om het hier online te plaatsen.

Een goed product heeft geen marketing nodig, vindt Jan Peter van Doorn. Zorg dus voor goede producten en leg uit, vertel waarom ze zo goed zijn. Boeren en tuinders hebben geen marketingprobleem, maar een identiteitsprobleem.

Jan Peter van Doorn volgt de agrarische sector al lange tijd. Als reclame- en marketingman pur sang kijkt hij terug op een lange carrière vol campagnes voor grote bedrijven, waaronder de food- en retailsector. In zijn ogen moet de voedingstuinbouw die platgetreden paden niet bewandelen, maar naar nieuwe wegen zoeken.

Wat kan marketing betekenen voor de voedingstuinbouw?
“Marketing is beïnvloeden. Marketing is macht. Marketing is alleen geen wondermiddel meer. Naar mijn mening loopt marketing van de twintigste eeuw op z’n laatste benen. Het is geen geheim dat grote bedrijven op dit moment hun strategie wijzigen, omdat deze niet meer werkt. Het tijdsbeeld verandert. Consumenten laten zich niets meer aanpraten. Ze willen niet voorgekauwd of genept worden, maar eisen echtheid. Ze willen als verstandige mensen worden benaderd, niet als ‘couch potatoes’.
De voedingstuinbouw heeft één voordeel op de voedingsindustrie. De sector heeft weinig aan marketing gedaan, dus hoeft ook niet de ‘ontmarkten’. Zonder die bagage kunnen tuinders dus nieuwe wegen inslaan. Uitgangspunt is het product. Dat moet kwalitatief heel goed zijn. Een goed product heeft geen marketing nodig. Daarover vertelen, die boodschap brengen is genoeg. Jezelf zichtbaar maken, uit het schuttersputje en uit de slachtofferrol is het devies.”

Dat klinkt wel erg makkelijk.
“Dat is het in wezen ook, maar de teler zal wel moeten leren zijn verhaal te vertellen. Tot op heden heeft hij verteld dat hij nog meer paprika’s of komkommers kan maken voor een nog lagere prijs. En dat is een doodlopende weg gebleken, want er is altijd iemand die nog goedkoper kan leveren. Het buitenland, bijvoorbeeld.
Natuurlijk is de situatie beroerd. Ik zou er zelf zo ongelukkig van worden als ik zo afhankelijk was van het weer, de bank en het energiebedrijf. Maar ik zou de oorzaak toch voor een belangrijk deel bij mezelf zoeken, in plaats van bij die stomme consument of lakse overheid.”

Waar ligt de toekomst van tuinbouwbedrijven?
“Het gaat volgens mij twee kanten op. Een deel van de ondernemers zal zich richten op industriële productie van groenten en fruit. Dit zijn ondernemers, die je op dit moment van crisis ook nauwelijks hoort. Die vinden hun eigen weg en hebben de anderen niet nodig. Industriële productie is nodig om de bevolking van voldoende voedsel te voorzien.
Volgens kenners hebben we in Nederland bijzonder vruchtbare grond. Als ik alle verhalen hoor over lage rendementen, dan vraag is me af of we die vruchtbare grond wel optimaal genoeg gebruiken.
Een ander deel van de tuinbouwondernemers gaat zich ontwikkelen tot ‘traitteur’. Zij maken iets bijzonders, met een verhaal erbij. Dat kan een bepaalde dienst zijn, een speciaal product of een verwerkt product.
In relatie tot vruchtbare grond zou dit wel eens een groeimarkt kunnen zijn met behoorlijke rendementen. Tenminste, als ze er in slagen deze producten relevant te maken. Relevant genoeg om de concurrentie met bankstellen, vakanties en dergelijke aan te gaan. Maar in feite geldt dat voor de hele voedingssector. Eten is nog niet belangrijk genoeg.”

Waarom is het voor de teler zo moeilijk om zijn verhaal te vertellen?
“Dat zit als het ware in de genen. De agrariër heeft geen marketingprobleem, maar een identiteitsprobleem. Op het wat scherp te zetten: een ingebakken minderwaardigheidsprobleem. Bang voor de stad, de wereld, de consument.

image

Ik ken zowel de stad als het platteland. Naarmate de tijd vordert zie ik die twee steeds meer uit elkaar groeien. Agrariërs voelen zich veilig in hun eigen habitat. Dat zie je eigenlijk aan hun hele gedrag. Hun vriendenkring, interesses, het leven in een veilige omgeving. Je ziet eigenlijk niet of nauwelijks dat ze zich ontwikkelen tot wereldburgers.
Die emancipatie is nodig om meer zelfvertrouwen te ontwikkelen. Met het ontwikkelen van een eigen identiteit ontwikkelen zij ook het vermogen om voor hun product te staan en het voor een eerlijke en goede prijs te verkopen, waarmee de afhankelijkheid en het gevoel van machteloosheid voor de omgeving afneemt.
Eigenlijk verwachten agrariërs dat de stedeling naar hen toe komt. En die bereidheid is er zeker, merk ik. Steeds meer mensen in de stad zijn bewust bezig met hun voedsel, of het nu om gezondheid gaat of culinair genot. Nu die stap om beide werelden samen te brengen.
Breng de stad naar het platteland en andersom. Wat kun je leren van elkaar? Het belangrijkste is misschien wel communicatie. In de stad zitten we boven op elkaar. We moeten wel communiceren om met elkaar om te gaan.
Ik denk trouwens dat dit proces verder gaat dan communicatie. Er ligt ook werk voor architecten en planologen. Integratie van tuinbouw en stedenbouw.”

Maar nu graag een paar ‘vernieuwde’ marketingtips voor boer en tuinder
“Ah, daar zijn we weer: marketing tips. Okay, als eerste noem ik ‘authenticiteit’. Zorg voor een goede basiskwaliteit en hanteer die norm. Maak dus een product waar jezelf volledig achter kan staan. Twee eigenschappen zijn dan belangrijk: onderscheidingsvermogen of kritisch vermogen en vakmanschap. Eigenschappen die door hoge druk en stress nogal verwaterd zijn.
Dat er in de tuinbouw grote volumes bestaan lijkt onvermijdelijk, maar ook dan blijft het om kwaliteit draaien. Tot nu toe heeft de sector het geluk gehad dat consumenten echte kwaliteit niet herkennen, maar dat begint nu snel te veranderen.
Ik adviseer de tuinder om dicht bij zichzelf te blijven. Past een industrieel product bij hem, of wil hij zich onderscheiden. Laat hem doen waar hij goed in is. En vooral waar hij blij van wordt. Een andere keuze is er niet. Gewoon het goed benutten van kansen en het uitventen van mogelijkheden. Dit alles moet leiden tot wat je de primaire betekenis van marketing zou kunnen noemen: relevant onderscheid. Les één van marketing. Meer marketing is er eigenlijk niet.”

Dat is het?
“Ja. Zorg er voor dat je als sector oogcontact maakt met de samenleving en schudt dat minderwaardigheidscomplex af. Neem deel aan de maatschappij.”

Ontploeteren
Jan Peter van Doorn heeft ruime ervaring in reclame en marketing. Als strateeg werkte hij bij Prad en JWT. Tien jaar lang had hij zijn eigen bureau, Benjamens van Doorn Euro RSCG en werkte voor opdrachtgevers als Heineken, Douwe Egberts, Nuon, ABN, Achmea, Unilever, Delta Loyd, Ministerie LNV, Ministerie Verkeer en Waterstaat en retailers als Albert Heijn en C1000. De afgelopen tien jaar is hij getriggerd door het thema ‘identiteit’. Hij schreef twee boeken: ‘Ontploeteren, zie het, snap het, doe het’ en ‘De ontdekking van je ding’. Je vindt ze op http://www.janpetervandoorn.nl.


LEES MEER REAGEER (85 REACTIES)

Roos Vonk: ‘zelfs vleeseters zijn geen hufters’


28 augustus 2010 dick veerman

Vanmorgen verscheen in de Volkskrant een column van Roos Vonk. Tussen haar en mij is het sinds een lange draad hier over haar 'hoogleraren-brief' niet meer goed gekomen. We hadden nog even mailcontact, maar toen ik weigerde te verklaren dat de mening van die hoogleraren niet door haar bij elkaar was geboetseerd werd het stil. Ik vroeg haar destijds nog eens mij te bellen omdat haar nummer aan de Radboud-universiteit stil bleef. Niettemin zoek ik het gesprek, op feitelijke termen en zonder de politieke ideologie. Persoonlijke keuzen vind ik prima, maar met als universeel vermomde heb ik een probleem. Ik wil nl. niet iets moeten vinden omdat een ander iets vindt.

Volgens Vonk zijn zelfs vleeseters geen hufters. Ze weten alleen nog niet hoe de wereld in elkaar zit. Vonk legt dat uit aan de hand van een vergelijking, waarin ze Sylvia Witteman betrekt:

Stel dat mensen in hun achtertuin varkens houden in kleine donkere hokken, op roostervloeren zonder stro. De buren verderop en hun kinderen hebben honger, want hun tuin wordt gebruikt om het varkensvoer te verbouwen, waardoor ze zelf nauwelijks eten hebben. De varkenspoep wordt uitgestrooid over de hele wijk en vervuilt het water van alle bewoners. De varkenshouders zitten vrolijk te barbecuen en zeggen: ‘Tja, rot joh, maar het is gewoon lekker!’

Als je het zo voorstelt, is het duidelijk dat de vleeseters (wij westerlingen, in de analogie) asociale lomperiken zijn. In Het lekkerste dier vindt zelfs liefhebster Sylvia Witteman: ‘Wie nu nog varkensvlees uit de bio-industrie koopt, verdient het om de rest van zijn leven met veertig mede-asocialen in een stilstaande lift te worden opgesloten en gevoederd te worden met doodgekookte elleboogmacaroni.’

image

Als het in hun achtertuin gebeurde, zouden de vleeseters publiekelijk in Wittemans lift te schande worden gesteld. Maar in onze ‘beschaafde’ samenleving zijn de dieren volledig aan het oog onttrokken, en onze relatie tot de andere gedupeerden – de mensen in de derde wereld en de generaties na ons – is diffuus.

Zouden de lezers hier hun reactie eens willen geven op Vonk's tekst? U kunt hem hier lezen of downloaden.

Ik heb zelf een artikel in voorbereiding over de emoties en het gebrek aan rede rond vlees. Wilt u dus zeggen wat u vindt en waarom? Ik wil het nl. graag kunnen gebruiken, met uw naam en toenaam.


LEES MEER REAGEER (374 REACTIES)


LAATSTE REACTIES

Meer Reacties

POLL

Deze poll is geëindigd op 22 augustus om 0.24 uur.


ZOEK OP DEZE SITE

Uitgebreid zoeken

ARCHIEF