We weten best wat duurzaam is
Grappig al die discussies over kruissubsidies, discounters, consumentenplatformen, rode tractortjes, concepten, overheidsingrijpen, maatschappelijke dienstenen andere slimme hoogstandjes. En natuurlijk de discussie rond het zoeken naar een eensluidende betekenis van duurzaam. Vooral die is onvergetelijk en onmogelijk.
Terwijl we het natuurlijk best weten. Misschien niet op de vierkante millimeter, maar wel op de vierkante meter. De gisteren door Bart Schmall aangehaalde Friedman heeft het uitstekend verwoord en we zijn het er allemaal mee eens. Net zoals met de milleniumdoelen.
Het praten, schrijven, confereren en eindeloos delibereren over duurzaamheid en hoe dat dan zit, is een niet eens kwaadwillige poging om te verdoezelen hoe het werkelijk zit.
We zijn niet bereid ons leuke leventje op te geven. Of voor zover het leuke leventje nog niet helemaal bereikt is de droom van het leuke leventje te laten vervliegen. Zeker als we niet exact weten wat we ervoor terugkrijgen.
Diep van binnen voelen we wel dat het niet helemaal klopt, maar we hebben nog voldoende legitimaties in handen om niet naar dat gevoel te hoeven luisteren: ik heb het verdiend, ik heb er voor afgezien, ik heb er recht op, iedereen doet het, er zijn grotere schuldigen, de overheid moet het oplossen, de industrie is aan de beurt, zo vrolijk zijn die bio- en milieufreaks ook niet.
Daarbij worden we cultureel erg gesteund in onze opvattingen. De economische cultuur wel te verstaan. En die is simpel: we hebben recht op ongelimiteerde consumptie, we hebben de plicht te concurreren om de economische groei te stimuleren. Concurrentie geeft groei, groei geeft inkomen, inkomen geeft consumptie, consumptie geeft geluk. Kun jij niet (meer) meekomen in dit economische model, dan is dat niet mijn probleem en niet mijn falen. Maar ik ben niet lullig; als het me uitkomt wil ik misschien de afvallers wel steunen.
We weten best wat duurzaam is.
Alleen accordeert duurzaamheid niet met onze diepere gevoelens, behoeften en angsten:
1. We weten niet zeker of duurzaamheid onze materiële veiligheid in de weg staat en daarmee onze angst voor armoede of sociale buitensluiting. 2. We weten niet zeker of duurzaamheid de controle, die we hebben bemachtigd over onze eigen bestaan, onze eigen identiteit (wat die ook is), niet zal ondergraven. 3. We weten niet zeker wat er gebeurt als we de economische dekmantel loslaten: rest ons dan eenzaamheid, eindigheid, leegte.
En omdat we dat allemaal niet zeker weten, er geen garanties voor krijgen, houden we vast aan dat wat niet klopt. Beter iets dat niet helemaal klopt, dan de onzekerheid van het nieuwe. En gaan we voor oneindige consumptie in alle vrijheid en houden we de moeilijke vragen op afstand. Après nous le déluge.
Kleine stappen, langzaam thuis.
De economische recessie, de milieuproblematiek en de voedselcrisis dwingt ons nog steeds niet tot grote stappen. Daar moet het allemaal nog erger voor worden. Er mee dreigen als de feiten niet zo gevoeld worden en de legitimaties nog hun kracht hebben, leidt eerder tot tegenovergestelde. Maar wat dan wel? Wat is het alternatief?
Er is natuurlijk het ‘grote alternatief’. Het loslaten van agressieve consumptie, het uit handen geven van de controle, het onder ogen zien van de moeilijke vragen dat zal leiden tot - en hier praat ik wetenschappers, filosofen, sociologen en psychoanalisten na (wat ik niet zou doen als ik er ook niet in zou geloven) – een wereld met meer intimiteit, meer respect, meer gelijkheid, meer diversiteit. Maar dit alternatief is te groot. Te onzeker ook. En daarom werkt het niet.
We zullen onze soelaas moeten zoeken in het kleine alternatief (wat op zich alweer groot genoeg is). Het kleine alternatief gaat over de dingen die we vandaag kunnen doen, waar de situatie nu om vraagt en die ook min of meer haalbaar zijn. Kleine stukjes van het geconditioneerde gedrag bewust te maken en te verleiden tot ander gedrag. Op basis van de belofte en niet door een gebod. Voor en bij iedereen: boeren, producenten, retailers, consumenten, overheid, burgers, aandeelhouders, medewerkers. Dat gaat misschien ook langzaam, wie zal het zeggen, maar het gaat.
Natuurlijk kan je door allerlei regeltjes gewenst gedrag afdwingen, maar neem maar van mij aan dat er nieuw ongewenst gedrag voor in de plaats komt. Het gaat dus om vrijwillige gedragsverandering, alleen die is duurzaam. En vrijwillige gedragsverandering ontstaat door communicatie. Hoe beladen het woord inmiddels ook, er is geen alternatief. Communicatie dus, het contact zoeken en de dialoog aangaan, gedachten uitwisselen, open en gelijkwaardig. En vooral begrijpelijk. Het tegenovergestelde van het klassieke eenrichtingverkeer, het declameren of het intellectualiseren.
In feite gewoon met elkaar samenwerken aan een zaak die deugt. En ervaren hoe prettig dat wel niet is. De startvraag is ontwapenend simpel: wat gaan we samen doen?
We weten best wat duurzaam is.
Reacties (62)
Een verstandige tekst om het eindeloze gekakel in dit land over duurzaamheid te plaatsen waar het hoort: bij mensen zelf en hun eigen levenshouding. Nou ja, niet dat gekakel natuurlijk, maar dat waarover het zou moeten gaan. Als je het daar niet krijgt, zullen belanghebbenden ons nog meer dan we nu al niet meer kunnen verstouwen ("we want it all and we want it now") blijven verkopen. Maar dan duurzaam natuurlijk en wel meteen en allemaal.
En nog iets. Al reiken de vraagstukken ver over onze grenzen heen, laten we maar eens wat bescheidener worden en gewoon ons eigen best doen in plaats van wereldkampioen te willen worden. Dat kan niet in duurzaamheid, want dat is nou juist een wereldomspannend vraagstuk waarin je niet beter dan je eigen best kunt doen.
Nabrander: 1. Wat gaan we samen doen, 2. Waar, 3. Op basis van welke te delen inzichten en feitelijkheden en 4. Wie maakt dat financieel mogelijk?
Over de laatste vraag kunnen we ruimhartig heen stappen. Toch is dat niet juist. Er zijn vele mensen die er heel zinvol aan zouden kunnen bijdragen, maar die niet van de lucht alleen kunnen leven. Er worden op dit moment de nodige gelden in convenanten met de industrie en handel gestopt. Waar zijn de convenanten met burgers - w.o. individuele slagers, tuinders, melkboeren, wetenschappers, bakkers, grachtengordelaars, voermengers, mestmakers en het hele leger van boeren, burgers en buitenlui - die zich betrokken voelen?
Ik drop de gedachte inmiddels voorzichtig her en daar in mondelinge circuits. Nu ook maar eens op schrift: zitten we niet een beetje met een democratisch gat?
‘Een wereld met meer intimiteit, meer respect, meer gelijkheid, meer diversiteit.’ Hmm, Jan Peter, dit voelt heel comfortabel. Waarom is het dan zo eng?
Ik hou bijvoorbeeld heel erg van reizen, maar dat hoeft niet zo heel erg frequent. Ik kan erg genieten van de voorpret en nagenieten van wat ik heb meegemaakt. Soms vraag ik me af waarom mensen drie keer per jaar weg willen, met alle haast van dien. Zijn ze verslaafd aan stress? Het is toch ook heerlijk om thuis te zijn en te genieten van het ‘zijn’ met gelijkgestemden om je heen.
Inderdaad kleine stappen. Als ze maar worden genomen.
Het is zo eng omdat we onze controle op de verworven (pseudo?) zekerheden moeten loslaten. Dat is extra lastig omdat we, om ons echt veilig te voelen, drie keer zoveel zekerheden willen hebben dan we nodig hebben. Deze te grote ‘footprint’ van zekerheden, staat intimiteit, respect, gelijkheid en diversiteit in de weg.
En in onze economische samenleving kennen we de waarde daarvan niet zodat we ook niet tot een ruil bereid zijn. Misschien levert het wel niets op. Die gedachte is ook eng.
Een en ander culminerend in de vraag: ben ik minder als ik niet meer leuk kan reizen?
Dick, ik ga natuurlijk niet zeggen dat geld niet belangrijk is. Die convenanten komen wel, eerst het initiatief, het bewegen. We hebben allemaal wel een beetje lucht over. Ik refereer nog maar eens naar http://www.slimmesturing.nl waar bijzonder heldere tips staan voor het initieren van veranderingen:
Tip 2 - Start ondergronds
Begin met een klein budget en met mensen met passie
;-)
Dat vind ik een uitstekende gedachte. Je wilt niet weten, waar je hier in terecht gekomen bent ;-)
De Vlaamse zanger Luc Devos (Gorky) gaf een CD van zijn groepje de titel ‘Volksmacht’. Dat is de naam van de cafées (tegenwoordig eerder brasseriën) die nog steeds verbonden zijn aan de christelijke vakbond. Hij stelde zich daarbij de vraag “honderd jaar na Priester Daens heeft het volk de macht; wat nu? is het dit?”
Vroeger stonden er bij ons in het dorp verkeersborden met de boodschap: “voor onze kinderen, rijdt voorzichtig”. Mss moeten we die maar eens terug bovenhalen en ervan maken: “voor onze kinderen, leeft voorzichtig”.
“een wereldomspannend vraagstuk waarin je niet beter dan je eigen best kunt doen” zegt Dick, en hij beantwoord die stelling zelf met de retorische vraag: “zitten we niet een beetje met een democratisch gat?”
Er is een gebrek aan moreel leiderschap in onze streken. Beginnen bij jezelf en wat dan? Mensen moeten zich terug organiseren. Alles wat we aan verworvenheden hebben (dus ook het geld om overbodige vliegtuigreizen te maken) is ooit voortgekomen uit coöperatie. Maar vandaag meent iedereen dat hij of zij het zelf voor het zeggen heeft. Niks is natuurlijk minder waard.
‘Moreel leiderschap’. Mooi woord, maar het is zo’n groot begrip. Jan Peter brengt het terug naar iets veel praktischers, al moeten de vormen nog gevonden worden om dat gesprek te voeren. Mij verbaast een beetje dat zijn tekst (schijnbaar?) weinig herkenning oplevert onder de lezers hier.
Het zou juist erg boeiende input kunnen zijn voor de laatste ‘Rode Hoed’ waarin dinsdag a.s. de Nederlandse minister van Landbouw Gerda Verburg een belangrijke rol heeft.
De twee organisatoren - Wouter van der Weyden en Bert van Ruitenbeek - en ondergetekende zullen daar ieder een stelling poneren waarop de minister en de zaal kunnen reageren. De mijne zal iets te maken hebben met dat democratische gat en de woorden van Tim Lang dat het overlaten van duurzaamheid verkopers en producenten alleen ‘usually ends up in tears’. Het zal breder en controleerbaarder moeten, dan krijg je meer en betere resultaten voor iedereen.
Het is - meen ik - niet de bedoeling dat de stellingen al voor dinsdag naar buiten komen. Maar een beetje vooraf en wat discussie daarover kan best alvast. Jan Peter’s tekst is er wat mij betreft een prima aanleiding voor.
Dick verbaast het dat de “tekst (schijnbaar?) weinig herkenning oplevert onder de lezers hier.” Het onderwerp duurzaamheid is hier al een aantal keren aan de orde geweest. Geheel terecht natuurlijk, maar er is wel sprake van de wet van de afnemende meeropbrengst. Dit bedoel ik niet vervelend. Er is alleen al zo veel zinvols over gezegd hier dat er vooral sprake is van verdere verfijning in het debat ipv revolutionaire ideeën.
Het tragische is ook dat het grote publiek “het nu al wel weet” met al die thema’s als duurzaamheid, etc, terwijl de echte veranderingen nog moeten komen.
Het bericht van Jan Peter geeft precies aan waar het om gaat. Wij zijn allemaal maar kleine wezentjes die geplaagd worden door angsten en onzekerheden.En is het zo dat hoe meer we bezitten hoe angstiger we worden om dat kwijt te raken? Of is dat een ontkenning van de angsten van de bezitlozen waarvoor geldt “freedom’s just another word for nothing left to lose”? En is hun angst daarmee pijnlijk tastbaar en onze angst pijnlijk ontastbaar?
Tragisch is ook dat juist op het moment dat actie noodzakelijk is, we door angst verlamd dreigen te worden.
In de landbouw is de grote angst dat de concurrentie ons inhaalt. Dat is de reden dat boeren een systeem dat minder productie geeft - strengere milieuregels bijv. om tot meer duurzaamheid te komen - afwijzen. “Als wij onze productie verminderen, springen anderen in het gat dat wij laten vallen”. Zie
Juist het analyseren en benoemen van die angste is essentieel. Er zijn immers betere raadgevers dan angst. In dit artikel dat vorige week hier gelinkt werd, staat een wijze opmerking. Triodos heeft de groenfinanciering, maar nadere banken hebben dat overgenomen en groeien sneller. Geen nood zeggen ze bij de Triodos: als groei bij onze concurrenten betekent dat wij ook groeien is dat gunstig. En als groei van bio bij de supermarkt betekend dat natuurvoedingswinkles het goed doen is dat evenzo positief.
Misschien, Dick, moet je toch wat duidelijker formuleren wat een ‘democratisch gat’ precies is. Of wat jij denkt wat het is.
Er viel me bij nader inzien nog iets op in het artikel van Jan Peter. JP, jij noemt ‘ons leuke leventje’. Is dat eigenlijk wel zo’n leuk leventje, vraag ik me af? Het woord coöperatie(Steven) is in dit verband ook al gevallen. Het ieder voor zich in een schijnbaar luxe wereld, gebaseerd op materieel succes en aanzien begint me steeds minder te bevallen. Zouden veel mensen niet wat instant ‘leuk leventje’ willen inruilen voor waardevolle menselijke relaties? Die bouw je niet op met verworvenheden, maar met betrokkenheid. Niet iedereen vindt loslaten eng. De moedigen onder ons kunnen daarin het voortouw nemen.
Pieternel: Je hebt gelijk, loslaten is niet eng! Het mooie van “ loslaten “ is dat je tijdens een val opgevangen wordt door volstrekt onverwacht aanwezige- en onbekende “handen”. Ik heb geen “leuk” leven, en ambieer dat ook niet, en, ik zou niet weten wat een leuk leventje is. Maar ik weet wel dat vasthouden mijn leven er niet spannender en waardevoller op maakt.
If you do what you did you will only get what you got.
Een leuk leventje is utopie. Zeg ik dat goed? Dus hoeven we ook niet vast te houden, want je hebt niets in handen. Vasthouden remt iedere vorm van vooruitgang.
Gewoon met elkaar samenwerken aan een zaak die deugt. Dat is een eenvoudige en mooie zin, die mij blij maakt.
Van de week hoorde ik iets wat me trof. In zijn eenvoud.
Naar aanleiding van de film die we maken over Comfort Class heeft Els één van de PR mensen die geheel buiten de landbouw staat, getroffen als ze was door het verhaal van de varkenshouder met zijn Canadese Strooiselstal, de stoute schoenen aangetrokken en bij haar JUMBO supermarkt in de Betuwe gevraagd naar het Jumbo bewuste varkensvlees. Ze kon het in het schap niet vinden. Hoe kon dat nu?
Els vroeg het aan de slager in de winkel. Nou, er was geen vraag in de Betuwe. Dat artikel “liep niet”. Maar hij wilde het wel voor haar bestellen. Een paar dagen later kreeg Els tien pakjes met het JUMBO Bewuste varkensvlees. De slager had wat meer pakjes gekocht en die kwamen in het schap.
Enige dagen later kwam Els weer in de winkel en daar zag ze nog steeds de pakjes Jumbo Bewust varkensvlees liggen, niemand had ze gekocht. Els liet me weten dat ze me wil helpen…
Wat trof me nu:
- Dat Els zo enthousiast was dat ze het vlees direct wilde kopen
- Dat het vlees niet in het schap lag, terwijl er wel veel over gepraat wordt
- Dat Jumbo het wel direct bestelde
- Dat Els enthousiast is, maar de rest ligt eenzaam in het schap te wachten
- Dat Els nu in actie wil komen, want er moet meer in het schap komen
Als we nu eens meer van deze Elsjes kunnen vinden?
Mooier kan het toch niet?
Annechien,
Meer Elsjes, maar ook meer aandacht voor dat product. Dus een Jumbo, die zijn klanten op het product wijst. Of acties op de winkelvloer, waarbij een boer zijn product aanprijst. Een bord boven het schap: boer Jan kiest voor de strooiselstal. Foto van de boer tussen zijn varkens.
Ja, dat klopt. Je krijgt alleen maar meer Elsjes als er aandacht is voor het product.
Els is geactiveerd door de verhalen van de varkenshouders. Doordat ze via haar beroep in aanraking kwam met… Voor varkenshouders is het ondoenlijk om dit verhaal goed te verspreiden. Daar ligt een belangrijke taak voor de supermarkt.
Een actie is meer dan alleen stunten met vlees. Dat is ook een nieuwe insteek. Hoe richt je de aandacht op een andere manier op een bepaald segment.
Annechien,
Dit vind ik altijd een mooi voorbeeld van een supermarkt die met dit onderwerp bezig is: http://www.wholefoodsmarket.com/values/
Even doorklikken voor lokally grown: http://www.wholefoodsmarket.com/products/locally-grown/index.php
Daar vind je ook de boeren en tuinders, die leveren per regio.
Wholefoods is in de VS populair bij mensen die bewust met voeding bezig zijn.
Dit is ook een mooi voorbeeld: http://www.thefreshmarket.com/
Als je in deze supermarkt rond loopt kan je niet om het betere eten heen.
Pieternal, het democratische gat dat ik bedoel ontstaat als er keuzen worden gemaakt waar ‘we’ niet aan mee kunnen doen. Een voorbeeld? Alles moet hetzelfde blijven, maar dan duurzaam - dat wordt nu voor ons besloten. Het is niet waar, maar ik mag het niet weten. Ik mag ook niet weten hoe het anders zou kunnen, daarover een mening geven, net als jij en iedereen. Daaruit kan een idee ontstaan over hoe het moet en daaruit zouden richtlijnen (’wetten’) kunnen ontstaan waarbinnen bedrijven kunnen opereren. Nu draaien we dat om: we laten de belanghebbende bedrijven beslissen hoe ze de resten van de buit verdelen. Dat kan op heel veel manieren en zelfs heel prettige. Maar het is iets dat ons als mensen aan gaat en niet alleen als bedrijven.
Dick, je maakt deze draad weer moeilijk door ‘jouw democratisch gat’. Ik heb het nogeens gelezen. Jij schrijft over organisaties, overheden etc. die convenanten afsluiten, waarbij de ‘gewone’ man buiten schot blijft. Ik vermoed dat jij dat het democratisch gat noemt.
Ik weet niet zeker of dat het probleem is. Ik vind het goed dat er intenties in het openbaar worden beklonken in een convenant door overkoepelende organisaties. Dat alleen is niet genoeg.
Juist dat wat mist is door Jan Peter zo mooi beschreven. Hij zegt het zo treffend: gewoon met elkaar samenwerken aan een zaak die deugt! Dat staat goed in mijn geheugen geschreven.
De boerensuper is een zaak die deugt en waar we samen kunnen werken. Dat hoeft niet verborgen. Niks geen convenanten of zo. Burgers, boeren en wie wil samenwerken, kan geld inleggen, expertise leveren en meedoen. Gewoon omdat het goed is. Ik doe mee!
Daarmee overstijg je het ‘democratisch gat’ zo maar ineens.
Dat klopt: de openbaarheid staat garant voor de controleerbaarheid en tegen nepperij. Daarom vind ik het een goeie tekst en wordt het intellectuele gedoe triviaal.
Sorry, maar ik vind convenanten altijd maar een heleboel drukdoenerij. Ik voel meer voor de gedachtengang van JP. Begin bij jezelf.
Kunnen we de boerensuper op één lijn zetten met duurzaamheid?
Dan hoeft deze Nederlandse bonenteler: http://www.agf.nl/nieuwsbericht_detail.asp?id=4616 geen boontjes uit Egypte te halen om nog een goede partij te zijn voor de retail. Hetzelfde geldt voor deze telers, die allang geen telers meer zijn: http://pieternelvanvelden.blogspot.com/2008/08/wendy-broerse n-bulkproducten-laten-we.html
Het klopt. Convenanten zijn ook een vorm van drukdoenerij. Maar soms is het wel goed dat intenties in het openbaar door belangrijke partijen worden uitgesproken. Daar moeten we ze ook aan houden. Het is een kwestie van èn èn.
Over de boerensuper en duurzaamheid. Dat is een kwestie van openheid. De openbaarheid moet zorgen dat er niet genept wordt, zoals Dick het zegt. Het is wel een begin.
Ik wil hier nu geen hele verhandeling starten over wetgeving, democratiie, wetshandhaving en de trend om de verantwoordelijkheid bij het zgn. ‘maatschappelijke middenveld’ te leggen. Ik vind convenanten gevaarlijk als ze niet in het openbaar op basis van complete informatie over wat kan en de keuze die daaruit is gemaakt tot stand komen. Ze zouden van te voren duidelijk gedefinieerde en daardoor openbaar controleerbare doelingstellingen moeten stellen op basis waarvan de resultaten ook in de openbaarheid kunnen worden gecontroleerd. Dat wat ontbreekt is die openbaarheid. Dat is niet een klein dingetje, maar een heleboel. Zoveel zelfs dat je er een transparant bedrijf op zou kunnen bouwen. Dat heeft geen convenant meer nodig maar kan vanuit wat het feitelijk communiceert de sympathie van het publiek winnen.
Dat soort voorbeelden bestaat. De Belgische super Colruyt heeft besloten in 2010 al energieneutraal te zullen zijn met zijn winkels. Komt geen convenant of het woord duurzaamheid aan te pas. Iedereen snapt het. Zij die het niet zijn lopen achter.
Een boerensuper duurzaam? Ik zou dat woord ‘wegfloepsen’ en gewoon duidelijk maken wat je realiseert, waarom en hoe en het publiek er vooral bij betrekken zodat duidelijk wordt dat je het best mogelijke product tegen de beste mogelijke condities probeert te brengen.
Vandaag zat ik naar de prijswinnaars van de IDFA te kijken. Vandaar de wat late antwoorden op een paar vragen die aan mij gesteld werden. Overigens ging een documentaire over de verdwijnende bijen (the colony collapse disorder), de andere over de 20.000 dolfijnen die elk jaar in een Japanse baai worden afgemaakt. Ondanks dat de hele wereld tegen is, blijven de Japanners het gewoon doen.
Ik hoorde daar ook dat de Chinese walvisvloot weer is uitgevaren om 6000 walvissen te vangen. Maar goed er waren twee vragen:
Peter: Wie bedoel je met we.
Bijna iedereen. 20% die het precies weet. 30% die goed weet waar het over gaat. 30% die de klok heeft horen luiden (co2 gescheiden afval). 20% die geen idee heeft waar het over gaat.
Pieternel: het leuke leventje, is dat wel zo leuk?
Daar gaat het verhaal een beetje over. Het alternatief zou wel eens veel vervullender en bevredigender kunnen zijn. Maar de zekerheid daarvoor ontbreekt. Dus houden we ons liever vast aan het oude. Loslaten betekent inderdaad vallen zoals Peter zegt. Als je niet zeker weet of er handen zijn die je opvangen is loslaten makkelijker gezegd dan gedaan. En vraagt moed. Soms moeten er een paar mensen voorgaan. Volgens mij zitten die hier.
En dan Peter zijn we WIJ.
Voor de categorie die niet zo moedig is: Als je niet zeker bent van die handen, zorg dan voor een goede parashute. M.a.w. bereid je goed voor.
Om even terug te gaan naar Dick en zijn democratische gat: informeer je en blijf kritisch. Dan moet er ook voldoende informatie naar buiten komen om je goed te kunnen informeren. Dus gedreven mensen die de waarheid naar boven halen.
Zie ik het goed? De mensen die durven springen zien dat gat wel aankomen. Juist de grote groep met een parashute moet goed worden voorbereid. Ja en dan heb je nog een grote groep die nooit zal durven springen. Daarvoor heb je veilige landingsbanen nodig.
Een prachtige ontdekking van Wouter van der Land over dat ‘we’ en ‘wij’. Hij laat hier zojuist weten dat AH perfect demonstreert hoe het niet moet. Ook het onderwerp openbaarheid behoeft geen verder betoog in dat onderwerp.
‘t Is een mooie draad van gedachtespinsels en praktische invulling.
Dat vind ik ook Pieternel ;-)
Maar bedoel je met die parachute, dat die mensen het zelf maar moeten uitzoeken?
JP, waar je zo al op kan komen op een regenachtige zondag;-)
Met die parachute bedoel ik geestelijke bagage. Mensen hoeven niet alles zelf uit te zoeken. Je hebt ook parachute-bouwers. Mensen die anderen van hulpmiddelen voorzien. Bruggenbouwers, cartografen, leiders.
Poeh, zo is het wel even genoeg voor vandaag. Het is een heftige tijd in mijn (tuinbouw)sector. Ik zie de angst om te vallen om mij heen.
Huib’s opmerking intrigeerde me: afnemende meeropbrengsten. Veel, zo niet het meeste, is al gezegd, zegt Huib. Maar waar leidde het toe?
Op deze late avond valt het me in. Foodlog is nu al duurzaamheidsmoe omdat het een kletsonderwerp is.
Ik denk dat dat een model is van de maatschappelijke reactie. Als het niet concreet te krijgen is, verdwijnt het weer heel snel van de agenda.
Is er wat te DOEN?
Duurzaamheid, eerlijke handel, dierenwelzijn en al die vormen van bewust handelen, het is eigenlijk helemaal niet zo leuk. Niet-bewust handelen, of bewust niet-bewust handelen is eigenlijk veel leuker. Dan zijn er natuurlijk altijd van die bewusto’s die je inkonsekwent vinden, maar daar kun je korte metten mee maken. Want juist die bewusto’s zijn de inkonsekwenten. Ze zijn een beetje of af-en-toe bewust. En milieuvriendelijk is weer wat anders als diervriendelijk. Sommigen willen én milieubewust én diervriendelijk én een rechtvaardige marge voor alle schakels in de keten. Interessant, ben benieuwd hoe ze dat gaan doen?
Nee, alles bij het oude laten of alles aan de vrije markt over laten, dat is eigenlijk veel bevredigender.
juist. NIETS ligt ons in de weg om NU achter Annechiens varken te gaan staan, of een ander concreet iets. Maar, blijkt ook mij, ergens voor kiezen en doen is veel minder cool dan iets roepen. Zodra het concreet wordt is het opeens niet meer verheven, maar een van de vele initiatiefjes die we hier afdoen als ‘knuffelprojectjes’. Fijner om te baselen op Foodlog over hoe het zou kunnen.
Als groepen consumenten iets gaan willen en zich daarover uitspreken (door in te stemmen met een blogpost bijvoorbeeld), en groepen producenten doen hetzelfde, dan kunnen we heel wat. Keten partners worden erbij gehaald, convenanten kunnen in de vorm van videootjes. Want praatjes vullen wèl (democratische) gaatjes als ze gaandeweg gedocumenteerd en gedeeld worden. Het is allemaal oneindig veel dichter binnen bereik nu we sociaal internet hebben.
Maar of het daarmee ook echt binnen bereik komt? Zelfs Foodloggers worden niet concreet, spreken zich wel uit ‘iets te willen’ maar niet wát.
Samen werken aan een zaak die deugt. In de extra lucht die we allemaal hebben. Oke. Maar welke zaak, en hoe zorg je dat al vrij snel enige schaal bereikt wordt. Wat zegt jouw boekje veranderkunde daarover JP?
Mijn boekje zegt dan altijd heel simpel: doe eens iets!
En maak je niet druk of het precies het goede is. Je erover druk maken is niets anders dan vermijdingsgedrag. Blijven praten ook. Het gaat er niet om wat je wilt.
Dat is vaak veel te groot. Het gaat om kleine haalbare ideeen. En om mensen die die ideeen niet meteen desavoureren met woorden als hoog knuffelgehalte. Maar om mensen die zeggen hé wat een leuk idee, laten we het gewoon doe, dan zien we later wel. Dus:
1. Laten we met Annechien kijken of er wat helderheid is te krijgen in haar varkensprobleem. Al aangeboden, maar toen werd het wel stil.
2. Wie doet er mee aan het boekje: Duurzaam eten, is dat het allemaal wel waard?
(werktitel hè Dames en Heren). Over hoe veel tijd en geld duurzaam eten werkelijk kost. En wat het uberhaupt is. Genoeg schrijvers en kenners hier op foodlog dacht ik. Ben benieuwd of het nu weer stil blijft.
Ik doe niet mee zolang dat fake-woord ergens vermeld staat.
Waar ik wel voor ben om mensen te benaderen via een enquete en ze te polsen in hun bereidheid om te participeren in een boerensuper.
Dit systeem van participatie geeft binding met de super en de mogelijkheid van consumenten om hun wensen met betrekking tot voedsel te realiseren.
Alternatieve projecten lopen steeds weer tegen een nooit eindigende prijzenslag aan.
Dick zou hier op foodlog al een poll kunnen starten, al vrees ik dat die niet de massa vertegenwoordigt.
Ah, Huib en Paul hebben de handdoek in de ring gegooid. Eens kijken wie er wel mee doet.
Jan Peter, zielig he. Buiten een selecte groep politici en ambtenaren, die misschien betaald worden per keer dat ze dat woord uitspreken of typen, is het gros van het publiek dat woord beu.
Het heeft nauwelijks nog effect. Je moet met iets beters komen, iets zichtbaars.
Dat kun je door producten in het schap te leggen waarin consumenten zich kunnen herkennen.
Iets van “kijk, wat er nu op mijn bord ligt. daar heb ik zelf over mee kunnen beslissen”.
JP, het is inderdaad stil, maar misschien wel vanwege het voorstel. Moet er wel een boekje komen? De definitie duurzaam eten kan ook makkelijk aan deze site hangen. Ik vraag me af of je met een boekje bereikt wat je moet of wilt bereiken. Het voorstel van Paul vind ik zo gek nog niet.
ja, paul, daar hebben we het toch over? (jij mag het ipv duurzaam varken duur-samen varken noemen). Samen meebeslissen, en ons uitspreken over deugdelijk varkens houden en deugdelijk vlees.
En een eventueel boekje is het later bijelkaar zetten van de ‘timeline’ van het mozaiek van uitingen via social media die dit experiment documenteren.
Smeed onverwachte coalities was een van de tips voor veranderingen. Dat moet wel, want de verwachte coalities leveren niets op. De houden alleen maar tegen met nieuwe (grote)woorden en geen daden.
Of het ligt natuurlijk aan het voorstel. Na vele jaren reclame, haal ik de meeste ‘meesterkrakers’ er wel uit. Soms slipt er wel eens een doorheen. Het zij zo.
Zielig, ja dat wel.
Duurzaamheid is een fake-woord, het is zielig, je stopt er een heleboel energie in met minimale resultaten, en onduurzaamheid is vele malen leuker.
Dan kan er voor mij maar één conclusie zijn: IK DOE MEE.
Want als er eens iets gebeurt dan wil ik later wel kunnen zeggen dat ik er bij ben geweest. Leve de Revolutie! Of die nu wel of niet slaagt.
Dus kom maar op met dat boek. Ale vaste reageerders (en de stille lezers) ieder een bladzijde - mag ook over waarom duurzaamheid een fake-woord is.
Plus een idee hoe we verder gaan met de boerensuper. Hier is de mijne (met dank aan Paul): via internet kan er democratisch gekozen worden welk artikel de volgende maand in de Boerensuper komt te liggen (als het er al ligt dan krijgt het extra aandacht). Producenten kunnen zich hiervoor aanmelden met de beschrijving van het product plus de motivatie waarom zijzelf vinden dat het product zo duurzaam is.
http://www.agd.nl/1090141/Nieuws/Artikel/Markt-diervriend elijk-vlees.htm
Een begin is er. Nu heb ik al 10 jaar stallen die voldoen aan de eisen van comfort class en de nodige ervaring.
Zo functioneert strooisel in de stal goed zolang de temperatuur laag is.
De varkens die bij elkaar gaan liggen in de strooiselruimte produceren veel warmte.
Bij buitentemperaturen richting 25 graden gaan de varkens verkoeling zoeken op de roostervloer en mesten(noodgedwongen) in de ligruimte.
Het voordeel wordt dan snel een nadeel.
De vraag blijft of varkenshouders hun extra investering en werk betaald gaan krijgen?
@Jan Peter van Doorn,
Wat nog wel bij Friedman (1999) gezegd moet worden is dat hij dit schreef in de gedachten van globalisering. Een van de ontwikkelingen onder deze paraplu is Duurzaamheid. Zijn argumenten zijn vrij helder mensen kunnen niet kiezen om voor of tegen te zijn want wij zijn deel van het conflict.
Dit conflict gebied wordt door iedereen gegrepen in het debat, de ene keer om voor handel vanuit een ontwikkelingsland te pleiten de andere keer weer tegen.
Door alle regeltjes en alle kleine voorbeelden waarover door overheid en producent wordt gekibbeld is het niet eenvoudig om als consument een mening over duurzaamheid te ontwikkelen die ook maar een beetje voldoet aan de definitie van de Verenigde Naties.
Annemieke Vermeulen in gesprek met Jeroen Thijssen (28 nov. in Trouw) “In Nederland is voedsel beladen met schuld. In Frankrijk hebben ze het over lekker en eten. Hier gaat het over eten en gezondheid of eten en milieu. Hoe slecht vet of de bio-industrie is. De domineescultuur zet zich voort. Seks is niet slecht meer. Eten wordt nu geproblematiseerd”
Die domineescultuur hebben we naar mijn idee ook ingezet voor Duurzaamheid met alle gevolgen van dien.
Goedwillend geschuifel KAN verduurzaming op grote schaal opleveren, zoals ook een aap een symfonie KAN componeren.
Natuurlijk is het fantastisch dat we met ons dagdagelijkse gedrag datgene DOEN waar we nu al zeker van weten dat de impact op de biosfeer zo klein mogelijk is. Zowel individueel als groep weten WIJ best wat duurzaam is. Dat klopt, eens met JP.
Maar: Het handjevol mensen dat goed weet wat absolute voorwaarden zijn voor waarachtige verduurzaming is te klein. Dat is ook de “we” in JP’s schier poetische “En dan Peter zijn we WIJ”
20 maart 1602 en 13 januari 1609 en zijn de data waarop in mijn ogen de veronduurzaming (wat een on-woord) vleugels kreeg. Oprichting van respectievelijk de Bank van Amsterdam en de VOC. We creerden een geldsysteem dat onvoldoende robuust is en rechtspersonen die amoreel zijn.
Ik durf er bijna niet meer over te schrijven, intellectuele trivia and all that Dick, maar tijdens het “Gewoon met elkaar samenwerken aan een zaak die deugt” moeten we ons realiseren dat we 400 jaar rijkelijk beloonde onduurzaamheid achter de rug hebben. Vier eeuwen lang hebben we al gewoon gewerkt aan een zaak die -dachten we, wisten we, berekenden we, beredeneerden we, vochten we voor, vonden we en voelden we- deugt. En geen haar op mijn hoofd veroordeelt de vorige generaties, we hebben er veel aan te danken. Maar we moeten juist waar het gaat over hijgerige hypes als “duurzaam” oppassen dat we historisch perspectief missen. Wat nu anders is dan de afgelopen 400 jaar is de wetenschap dat zowel “we” als “wij” en “zij” in het zelfde schuitje zitten en dat maakt het reuze spannend.
Mooi en terecht punt, Peter. Ook voor Josien’s opmerking geldt dat. Ook dit Foodlog slaat dicht als het op concreetheid aankomt.
Laten we eens een poging doen om het concreet te krijgen. Niet vragen wat duurzaam is, maar wat verstandige mensen zouden moeten doen. Ik stel een lijstje voor:
Duurzaam is:
A. een inzichtsvraagstuk: wie gebruikt welke nutriënten en hoeveel Kwh van welke origine (olie, gas, planten- of mestvergisting of zon/water/wind)?
B. een verdelings- en optimalisatievraagstuk: hoeveel voedsel en andere productie kunnen we maken om een optimale nutriëntenkringloop in de benen te houden, welke mensen hebben recht op hoeveel van de koek en hoeveel mogen we van dieren verlangen voor ons welzijn?
C. een democratisch vraagstuk: wie mag meebeslissen over die verdeling- en optimalisatie, die immers niet ‘gegeven zijn’ maar keuzes vergen (voorbeelden: 1. tussen minder biologische en meer milieutechnisch duurzamere diervriendelijke ploffers, 2. tussen het verbieden van teelt van groenten in Afrika voor export naar hier omdat het daar weliswaar tot deviezen maar ook tot armoede en gronduitputting leidt, 3. tussen intensieve teelt in gespecialiseerde bedrijven in cirkels van bijv. 500 km waarbij met technologisch ingrijpen gesloten cycli kunnen worden gemaakt en extensieve teelt in gemengde bedrijven. De laatste 2 zijn theoretisch equivalent. In de praktijk leidt het eerste echter tot risico’s omdat we nog veel te weinig weten van nutrientenkringlopen en bodemrijkdom)
D. een communicatievraagstuk: hoe laat je het mensen die Peter’s 400 jaar onduurzaamheid en altijd-meer gewend zijn accepteren dat het uit is met ongelijke verdelingen? (daar gaat Jan Peter’s tekst over)
Dat is wat duurzaamheid is. Nu wat je moet doen. Drie dingen:
1. zorgen voor het verkrijgen van inzicht in het ontstane nutrientengebruik.
Doe je dat niet dan blijven de critici eeuwig - en terecht - vragen wat duurzaamheid is. Vanuit dat inzicht kun je het managen. Er is een aparte functie voor nodig. Voor degenen die bekend zijn met het begrip ‘Commons’ uit de Tragedy of the Commons: het is de manager van de Commons die schaarse grondstofcycli in goede banen leidt.
Er moet dus een boven de partijen staand ‘accounting’-systeem worden ingericht dat gegevens naar boven haalt uit de bedrijvenketen om roofbouw te kunnen signaleren.
Daar moet vandaag mee worden begonnen. Het is een overheidstaak. Voorts moet die overheid ervoor zorgen dat er democratische keuzen worden gemaakt over zaken waarin smaken en belangen nu alleen doorslaggevend zijn.
2. je moet beginnen begrip te maken vanuit mensen zelf (= wat Jan Peter hier voorstelt)
3. je moet een aantal deuken vaststellen die sowieso in dat onduurzame pak boter van Peter zijn ontstaan
En als je dit nou samenpakt: via 2 moet je 1 en 3 en de punten A t/m D helder maken aan ‘wij’.
Dick, Foodmiles gaan boven Fairtrade? kun je punt C over de demografische verdeling misschien verder onderbouwen? Wat houd het concreet in voor Europa?
En moet dat dan ook andersom werken? Dus geen Italiaanse tomaten puree meer verslepen naar Afrika? Een Parma ham komt uit Groningen en een wijn kan niet onder Parijs gevangen worden? Fair-trade instant koffie kan niet maar AH grof gemalen dus wel?
Bart, foodmiles zijn volledig oninteressant. Het gaat om het verbruik van nutriënten, de cycli daarvan en de aard van de Kwh verbruikte energie.
Fairtrade behoort tot de verdelingsvraagstukken en de vraag wie over wie mag beslissen. In de Rode Hoed debatten is bij implicatie aan de orde geweest dat handel met de rijke wereld bijv. Afrika niet helpt. Het tegendeel is op dit moment zelfs waar. Vandaar de protesten van UN-rapporteur De Schutter. Maar laten we weg blijven uit alle gebruikelijke politieke verkleuringen van het ‘duurzaam’.
Punt C demografisch? Dat bedoelde ik er niet mee. De (consequentie van) demografie zit eerder in punt A. Ik had het over democartie: het gaat om het nemen van besluiten en de vraag wie die neemt voor wie, cq. met uitsluiting van wiens (geïnformeerde) mening. Een paar bedrijven, de overheid, mensen in het algemeen (’wij’ als maatschappij) en in welke vorm van delegatie (een parlement) of via kranten en blogs (een meer directe, ouderwetse Griekse democratie die moderne media mogelijk maken en die gek genoeg correspondeert met de moderne trend om de inrichting van de maatschappij niet via het parlement maar via het zgn. maatschappelijke middenveld te laten verlopen).
Prima dus een equivalent van CO2 is dus het doel, dan zijn we er snel uit toch?
Maar toch nog even terug naar het demografisch vraagstuk hoe wil je ooit 400 jaar van handel uit Europa omdraaien, hoe kan je ooit Globalisering terug draaien, want daar komt het toch op neer?
Ik geloof niet in die grote stappen, alle kleine stappen samen die zullen de verandering door zetten. Die arbeider bij die Nederlandse boer in Kenia gaat echt niet pleiten voor zijn werk afschaffing.
Een voorbeeld los van eten, Slavernij: miljoenen slaven zijn er op dit moment. 50 worden er vrijgelaten er veranderd niets toch? Vraag maar aan een van die 50.
Vanuit onze troon in Europa kunnen we makkelijk praten.
Omdraaien van grote systemen en meer van die grote harige begrippen en dito vragen. Hoe kom je daar nou toch bij? Er staat gewoon: maak eens inzichtelijk hoe we ervoor staan. Iedereen roept maar wat en de critici roepen dan onweerlegbaar terug ‘jullie weten het niet!’
Er staat heel simpel: begin ‘ns te doen. Heel eenvoudig door te weten waar je het over hebt en de grootste deuken aanpakken die je niet eens hoeft uit te rekenen om wat serieuze vaart te maken. Gebruik beide punten in de communcatie-aanpak die Jan Peter hier zeer terecht voorstelt om het geen ‘fun’ te laten zijn (in business taal betekent dat ‘alles blijft hetzelfde, maar dan leuk en duurzaam’ - haha), maar ‘echt’ en toch ook ‘leuk’ maar dan anders en ‘met plezier’ uitgevoerd en geaccepteerd.
@ Bart, neen dat is nu juist het probleem het gaat helemaal niet (alleen) om CO2, het zit complexer in elkaar. De oplossing ligt in de door Dick geschetste aanpak. Doen we het niet zo, dan blijven we op het verkeerde spoor zitten. Dus inzichtelijk maken per ketenspeler hoe hun performance is, gewoon DOEN. en dan niet projectmatig maar structureel. Holistisch of kwalitatief blijven denken, en/of zg ‘oplossingen’ aandragen op een ‘consultancy’ manier dat werkt voor deze complexe case juist niet. Zelf heb ik eerder mijn ideeën op papier gezet:http://wdeheij.blogspot.com/2009/11/duurzaamheid-een-prakti sche-aanpak-deel.html
Wouter ik schreef te snel CO2 Equivalent (ECO2 of CO2 E) moet het zijn. Lijkt mij toch een duidelijke methode,
Ik vind jouw methode zeer handig maar de waardes daar kunnen we natuurlijk een leuke discussie over beginnen…
@ Bart, CO2 uit een korte kringloop is niet relevant (wel indien uit de lange kringloop dwz via olie). Zelfs met een CO2 equivalenten systeem gaan werken is niet sluitend. Het gaat om veel meer ‘atomen’. Fosfaat bijvoorbeeld. Natuurlijk heb je helemaal gelijk dat de waardes uit de duim gezogen zijn :-). We proberen eerdaags een pilot op te zetten, doe je mee?
@Wouter, maar daarom is het toch ook een equivalent, CO2 e is naar mijn idee alleen maar een opwarmertje. Natuurlijk doe ik mee :), als het lukt op goede waardes te bedenken die makkelijk zijn te gebruiken dan hebben we volgens mij goud in handen en kunnen we De ‘Max Havelaar’ van duurzaamheid worden!
Wat een interessante discussie en zo weinig tijd om achter de PC te zitten en mee te babbelen. Goed dat er verwezen wordt naar De Schutter. Alleen wordt er niet naar hem geluisterd. Dat gebeurde ook al niet metzijn voorganger.
Het is ook moeilijk luisteren naar hem, want de voedingsproblematiek in Afrika wordt wellicht ook sneller dan we denken de onze. Gisteren las ik nog hoe weinig Nederland voorbereid is inzake landbouw als reactie op de klimaatsverandering: Nederland onvoorbereid op opwarming klimaat.
Het verbaast me dat in deze discussie niemand verwijst naar de idee van transitiesteden. De discussie die hier wordt gevoerd, wordt daarbinnen al langer gevoerd: transitiesteden en -dorpen - het einde van het olietijdperk - de kracht van de lokale gemeenschap. Of permacultuur.
Ja Steven dat verbaast mij ook. Dat het ‘kleine’ niet gezien wordt. Dat alles meteen in de gigantische oplossingen wordt getrokken waar supermarkten, de overheid, IMF, de wereldbank, Europa het voortouw in moet nemen. Het wijzen naar het grote, met het gevoel dat je daar ook nog een rol in speelt, maakt wel lekker belangrijk. Maar dat is dan ook alles, want niet alleen dat ‘het grote’ het niet gaat doen,. Je kan je er ook als ‘kleintje’ niet mee verbinden.
Klein doen, misschien dan niet lekker belangrijk, maar je kan je er wel mee verbinden. En het levert zoveel meer op. En vaak zo snel.
Van vergadertafel naar de keukentafel.
het zal wel aan onze leeftijd liggen, Jan Peter, ben ook van ‘50. Als je met duurzaamheid bezig wil zijn, dan heeft dat direct consequenties voor je life style. Er moeten dingen veranderen en zoals je zegt: daar zijn mensen bang voor, ook als de veranderingen positief uitpakken. Heb al twee maanden geleden voor mijn kippen een nieuw hok gebouwd: Chicken Hilton. Denk maar niet dat ze daar in willen....!
Ik heb geen idee hoe je de grote massa meekrijgt in duurzaamheid. Ik weet ook niet of je daar nou veel energie in moet stoppen. Wat ik wel weet dat er een kritische massa dient te ontstaan, die op een echt duurzame manier bezig is. Vergelijk het met roken, van stoer gedrag naar pariagedrag. Dus als iedereen die roept dat het duurzamer moet, dat er structuren aangebracht moeten worden, dat zaken controleerbaar moeten zijn, dat er nog meer subsidie nodig is, bla, bla, bla.... vanaf direct minder auto gaan rijden, biologische kleren kopen, alleen producten in het seizoen eten, minder of geen vlees meer eten, hun huis goed gaan isoleren, geen producten meer kopen in belachelijke verpakking, niet bij de LIDL kopen (wat heb je daar te zoeken?), gewoon minder gaan consumeren, dan is die kritische massa heel dichtbij.
Je hebt gelijk Arnold. De kritische massa brengt de massa in beweging. Je op de grote massa richten met veel geld, bombarie en bravour leidt zelden tot het gewenste resultaat. Ik kan het weten, vaak genoeg geprobeerd, omdat we geen geduld hadden, te grote ambities en te veel geld.
Ik ben erg voor de woorden van Margaret Mead: “Twijfel er nooit aan dat een kleine groep van nadenkende en toegewijde mensen de wereld kan veranderen. Dat is het enige wat de wereld ooit heeft veranderd.”
En ik ben ook erg van het mooie idee, dat in het hoofd allerlei deuren naar nieuwe ruimtes opent. Die ideeen zijn niet eens schaars, maar ze worden niet geloofd. Nog niet. Je kippen gaan op een dag echt wel het Hilton in.
Arnold, ik ben van even voor ‘50 en heb eveneens juist een kippen Hilton gebouwd. Ze konden niet wachten om erin te gaan. Dus heb je iets niet goed gedaan. Dwingen misschien?
Ik proef in de reacties boven, de angst om daadwerkelijk je eigen weg te kiezen ookal weet je dat deze weg niet lijdt naar je doel. Het hele dorp zou kunnen roepen; “Doe niet zo stom, je bent gek”. Ik weet het is moeilijk om met minder genoegen te nemen of toch wel je moet je niet meer vergelijken met de Nederlandse buren. Er zijn tig mensen gelukkiger, dan de meeste Nederlanders en dan met minder luxe. Wij leven in een wereld die geent is op economische groei, wat dat ook mag zijn. Ik stel voor om met elkaar eens na te denken over hoe komen we uit de economie gebaseerd op; “Boarrowing our way out of Debt”. (http://www.normeconomics.com/borrowing.html)
Om deze levens wijze voort te zetten kunnen we niet zonder meer mensen die onze manier omarmen en dus onze onnodige producten kopen.
Het intrigeert mij dat de mensheid zijn toekomst opgeeft in ruil voor welvaart op korte termijn, dat we dat allemaal weten, maar dat we niet bereid zijn er (samen) iets aan te doen. We komen niet verder dan eindeloos overleg en of het nu aan leiderschap, onze verslaving aan consumeren of het noodzakelijke economische groeimodel ligt, er gebeurt (te) weinig. We realiseren ons dat het huidige economische groeimodel met daaraan verbonden het huidige financiële systeem is begonnen aan een laatste fase, maar zolang er een laatste restje leven in zit, gaan wij welvaartsjunks er vrolijk mee verder om het laatste restje BNP groei er uit te persen ongeacht de gevolgen.
Ik kwam onlangs twee studenten tegen die in Indonesië aan de lokale bevolking (op blote voeten en eten kokend op een houtvuur) onderricht hadden gegeven over hoe men daar in Indonesië duurzamer zou kunnen leven. De mensen werd geleerd om, wanneer ze een boom kapten ten behoeve van de export van hardhout naar Europa, ze een nieuwe moesten planten. De studenten vlogen tevreden over het resultaat per vliegtuig terug naar Nederland, onderweg kochten ze in Hong Kong nog wat nieuwe Nike’s omdat die daar zo goedkoop zijn. Toen ik ze vroeg of ze ook zelf iets aan hun consumptiegedrag hadden veranderd keken ze me glazig aan. Daar hadden ze nog niet over nagedacht, vertelden ze me met allebei een flesje Spa in de hand.
Er moet nog (heel) veel veranderen en ik vrees dat we op een aantal terreinen tijd tekort komen. En het gekste is dat we dat eigenlijk allemaal weten.
Fascinerend.
@ Jos: “Het lijdt geen twijfel dat de menselijke geest de werkelijkheid slecht verdraagt. Ieder tijdperk koestert een drogbeeld van zichzelf, dat aanhoudt totdat het door de gebeurtenissen wordt verdreven.” ... “Mensen mogen zich nu eenmaal graag inbeelden altijd redelijk te zijn”. Dixit John Gray.
Waarom komen we bij duurzaam steeds uit bij Reizen en (agrarische) productie. Ik denk als het ons als mensheid ernst is, kunnen we de consumptie maatschappij iets minder laten consumeren. Geen nieuw TV scherm omdat het WK voerbal is maar pas hij total loss is. Voor auto’s, bankstellen hetzelfde en ga maar door. Ik weet wel dan groeit de economie niet, daalt misschien wel. Het komt de duurzaamheid ten goede. Nu wentelen we het af op de man die voor zijn werk of lol in het vliegtuig stapt en op de boer en tuinder die het milieu (wat hier ook onder verstaan wordt) moet sparen. Liefst met zijn eigen centen, door berekenen is niet mogelijk gebleken bij deze producten. Misschien moet er wel minder, doch beter gepland worden geproduceerd door iedere producent, om geen nutteloze producten over te houden als de vraag kleiner is dan het aanbod. Laten we duurzaamheid niet afhankelijk maken van de vrije markt en de laagste prijs policy.
Jos schrijft:
“Het intrigeert mij dat de mensheid zijn toekomst opgeeft in ruil voor welvaart op korte termijn, dat we dat allemaal weten, maar dat we niet bereid zijn er (samen) iets aan te doen"en “Ik weet wel dan groeit de economie niet, daalt misschien wel. Het komt de duurzaamheid ten goede”
Daar staat nogal wat.
1. Jos is geïnteresseerd in het gegeven dat de mens zijn toekomst op geeft. Is dat zo ? Hoe komt Jos daarbij ? Geven wij onze toekomst op ? En die van onze kinderen en kleinkinderen ?
2. We doen dat (volgens Jos) in ruil voor welvaart op korte termijn.
Wat is jouw definitie van welvaart op korte termijn, Jos ? Alles op de bon en pas als iets ‘total loss’ is een nieuwe staatstelevsie ?
3. We zijn niet bereid daar met alleen of met anderen iets aan te doen.
Wat moeten we doen, Jos ? Allemaal lid worden van Milieudefensie en GroenLinks en een rode zakdoek om de hals ? Een polpotiaanse landbouwcommune stichten ?
4. Dalende economie komt de duurzaamheid ten goede (!?)
Het meest verheffend vind ik de laatste.
Economie wordt gevormd door het totaal aan productie en handel van goederen en diensten. De intensiviteit van maatschappelijk- en handelsverkeer (onverbrekelijk met elkaar verbonden) moet dus omlaag.
Ik zou maar gauw een revolutie ontketenen. Om de economie te laten dalen.
Want zeker een revolutie is duurzaam. Al was het maar omdat je er zoveel verslaafde consumenten mee uitschakelt.
Heerlijk zo’n helder wereldbeeld op kerstavond.
Over zes maanden worden de dagen weer korter. Da’s pas een drama !
En ik kan mijn draadsnijmesje voor de foie niet vinden !
