Restanten van de beschaving
In boerenblad Nieuwe Oogst schrijft akkerbouwer Huib Rijk deze week een tekst over beschaving en voedsel. Volgens Huib kun je alleen maar naar het geheel kijken en zorgen deeloplossingen altijd weer voor problemen. Honger is niet het gevolg van een tekort aan eten maar van armoe. Geld is het gevolg van genoeg eten, maar het zorgt voor honger elders als we daar niet ook voor genoeg koopkracht zorgen.
Komen we ooit uit deze vraagstukken met de eendimensionale manier van denken die onze tijden kenmerkt?
Het wereldvoedselsysteem zit vol systeemfouten: 1 miljard mensen kampen met overgewicht. Tegelijk zijn er 1 miljard mensen die met honger naar bed gaan, terwijl cijfers van FAO-OECD aantonen dat boeren voldoende voedsel kunnen produceren voor 9 miljard mensen. Verder worden recordhoeveelheden graan in bio-ethanol omgezet, vruchtbare polders onder water gezet, oerwoud gekapt voor teelt van soja, waar koeien melk van produceren die boeren weggooien uit protest tegen machtsmisbruik van supermarkten. In dit artikel wil ik een analyse maken, niet alleen van deze verschijnselen afzonderlijk, maar ook in hun samenhang. Analyses zijn op diverse niveau’s – van het individu tot de mensheid als geheel – sterk verschillend, zelfs vaak tegenstrijdig.
Honger als verdelingsvraagstuk
Een veel gehoorde gedachte is dat er voldoende voedsel is, maar dat slechts de verdeling ongelijk is. Vanuit die gedachte is voedselhulp een logische gedachte: “We feed the world”.
Honger als technologisch vraagstuk
80% van de hongerigen is zelf boer of landarbeider. Maar hun productiemethoden leiden tot lage opbrengsten en uitputting van de grond. “Geef je iemand een vis dan kan hij één dag eten, geef je hem een hengel dan kan hij zichzelf voeden”, dit is het motto van ontwikkelingshulp. De G-20 lanceerde deze zomer het initiatief investeringen in de landbouw sterk te verhogen. Een verhoging van 1% van het landbouwbudget leidt tot 2 á 3% productieverhoging, waarbij landbouw een positieve bijdrage vormt aan de totale economie.
Honger als sociaal-economisch vraagstuk
Input aan productiemiddelen is voor arme boeren te duur, doordat ze te weinig ontvangen voor hun producten.
Het lijkt logisch dat onder moeilijke omstandigheden de ware ondernemers boven komen drijven. Maar ondernemersschap vereist goede omstandigheden: redelijke, en vooral stabiele prijzen. Een boer met koe, maar zonder afzet voor melk, richt zich op zelfvoorzienende landbouw – zolang zijn grond wat opbrengt. Vissers met hengel bij een lege zee investeren niet in een tweede hengel maar gaan op zoek naar alternatieve inkomsten. Opvallend gevolg van piraterij bij Somalië is dat grote vissersboten uit de kust blijven en de visstand zich herstelt. Jongelui zonder nuttige besteding van hun energie en tijd, zijn creatief genoeg om onnuttige bestedingen te bedenken.
Honger als gevolg van machtsstructuren
Boeren worden op diverse niveau’s geconfronteerd met machtsstructuren die in hun nadeel werken. Hierdoor hebben zij geen marktmacht en kunnen geen rendabele prijzen afdwingen. Zij dreigen vaak hun land kwijt te raken omdat ze niet over eigendomspapieren beschikken. Door gebrek aan opslagcapaciteit zijn ze vaak genoodzaakt hun producten na de oogst voor lage prijzen te verkopen – soms moeten ze hetzelfde product later voor veel hogere prijzen terugkopen als hun eigen voorraad op is. Hun belangen worden stelselmatig verkwanseld voor de belangen van de stadselite. En de belangen van arme landen worden weer tegengewerkt door welvarende landen. Dit gaat soms op subtiele wijze. Zo zijn er voor onbewerkte grondstoffen (cacao, koffie, ertsen) geen importheffingen ingesteld. Maar hoe meer bewerking er heeft plaatsgevonden, hoe hoger deze heffingen zijn (tariefescalatie). Ontwikkeling van verwerkende industrie wordt daarmee tegengehouden.
Is het geen schande hoe ontwikkelingslanden hun landbouw verwaarloosd hebben? Maar als die landen IMF-leningen willen, krijgen ze ‘dringend advies’ hun markten te openen voor export uit rijke landen die wel hun boeren beschermen. Honger hangt samen met structuren, zelfs al zien die er barmhartig uit. Als boeren bij voedseltekorten niet profiteren van hoge prijzen, maar juist moeten concurreren met gratis voedselhulp, zijn de gevolgen verwoestend.
Honger als overcapaciteitsprobleem
De landbouw kan voldoende produceren om 9 miljard mensen te voeden. Maar er zijn slechts 6,7 miljard mensen, waarvan er één miljard elke dag met honger naar bed gaan. Dit resulteert in een felle concurrentie om afzetmogelijkheden. Belangrijk is te realiseren dat hier veel indirecte effecten uit voortkomen. Want hierdoor zijn producenten uitwisselbaar en bezitten geen marktmacht. Lage prijzen maakt het arme boeren onmogelijk hun grond goed te verzorgen. Honger en armoede zijn er niet ondanks, maar juist doordat we zo veel kunnen produceren.
Armoede als oorzaak van honger
Binnen het comité voor voedselzekerheid (CFS), onderdeel van de FAO, is de visie dat honger het best bestreden wordt door voedselprijzen zo laag mogelijk te maken. Maar gevolg hiervan is leegloop van het platteland, en daardoor druk op de arbeidsmarkt en nog lagere lonen. Het voedselprobleem hangt samen met het probleem van werkgelegenheid. Als er voor arme boeren voldoende werkgelegenheid in de stad is, dan zijn ze niet genoodzaakt hun onzekere bestaan op het platteland voort te zetten.
Armoede en honger als onderontwikkelingsprobleem
Aanhangers van het neoliberale gedachtengoed zeggen het zelf. De drijvende kracht achter hun systeem is hebzucht; alleen eigenbelang zorgt ervoor
dat mensen zich optimaal inzetten. Zij geloven daarbij dat de markt altijd eerlijk is. Weliswaar niet op korte termijn, maar uiteindelijk corrigeert de markt zichzelf en gaat productie daar plaats vinden waar dat economisch gezien het gunstigst is. Want iedereen die onvoldoende beloning ontvangt voor zijn inzet zal iets anders gaan doen. Dit verschijnsel is zelfs de basis van onze welvaart: efficiëntieverhoging van voedselproductie leidde tot uitstoot van arbeidskrachten, die benut werden om andere goederen te produceren. De economie bleek keer op keer in staat tot ongekende welvaartsvorming. De sleutelvraag is daarmee: waarom leidt dit systeem niet tot welvaart voor iedereen?
Het systeem van vrije markten gaat van één vooronderstelling uit: dat er voldoende mogelijkheden zijn om iets anders te gaan doen als je te weinig verdient. Maar dit is een ongefundeerde gedachte.
De vervanging van menselijke arbeid door machines is een autonoom proces. En dit proces gaat juist versnellen. Het grootste deel van alle arbeid wereldwijd is ongeschoold. Middels kunstmatige intelligentie kan het grootste deel hiervan binnenkort door machines uitgevoerd worden. Want hoe moeilijk kan het in elkaar zetten van een spijkerbroek zijn als zelfs kinderen van 8 of 10 jaar – zonder enige vorm van scholing! – er 10 in een uur maken?
Daarmee komen we in een spagaat terecht. We zijn in staat voortdurend meer te produceren, maar daar hebben we een steeds kleiner deel van de mensheid voor nodig. Belangrijk is te beseffen dat het grootste effect indirect is. Werkloosheidsuitkeringen lijken uitsluitend ter bescherming van werklozen te zijn. Maar juist de werkenden worden er door beschermd. Zij hebben geen enkele machtspositie als er tien anderen achter hen staan die hun werk over willen nemen voor minder loon. Net zoals boeren geen marktmacht in de voedselketen bezitten als ze elkaar verdringen bij de afnemers.
Wij zijn met duizelingwekkende snelheid op weg naar een science-fictionachtige beschaving, maar de beheersing van onze capaciteiten is onderontwikkeld. Het gevaar is levensgroot dat er een onderklasse ontstaat van “onrendabelen”. In dit verband is opmerkelijk dat instrumenten als microkredieten met name effectief zijn voor diegenen die het al redelijk vergaat. De “Bottom billion” zijn onbereikbaar.
Er is nog een tweede spagaat: vanuit economisch oogpunt zouden we veel meer kunnen produceren, maar vanuit duurzaamheidsoogpunt produceren we al veel te veel.
De beschaving van het beleid
Mijn analyse van het huidige beleid is kort en hard: wij zijn heel meelevend in het uitdelen van onze overvloed (voedsel/ontwikkelingshulp), maar slechts zolang dit de bestaande machtsstructuren niet aantast. En maatregelen op beschavingsniveau die zijn zelfs helemaal afwezig.
Dan blijven er slechts “onsmakelijke keuzes” over: boeren in rijke landen een reëel inkomen gunnen of arme boeren rechtvaardige kansen bieden. Of alles aan het marktmechanisme overlaten met verpaupering en ontvolking van het platteland als gevolg. En moeten we kiezen om ons volop te richten op onze internationale concurrentiepositie of voor behoud van een sociaal vangnet en productie die rekening houdt met milieu en duurzaamheid?
Alternatieven
Machtsmisbruik kan alleen bestaan als mensen zich er niet aan kunnen onttrekken. Alternatief beleid moet daarom bestaan uit … alternatieven.
LTO-Akkerbouw heeft een plan ontwikkeld voor variabele bijmenging van bio-brandstof: hoe lager de graanprijs, hoe meer bio-ethanol. Autorijden op voedsel is niet onethisch; juist met alle middelen doorproduceren van overschotten is dat.
Het ontbreekt ons niet aan werkzame instrumenten: subsidies, quotering, regelgeving. Het ontbreekt ons aan de wil om deze zodanig in te zetten dat ze ten bate zijn van de gehele mensheid. Door de globalisering komen we als boeren in één groot systeem. Wij kunnen alleen wat verdienen als we zorgen dat boeren elders op de wereld dat ook kunnen. Er zijn nog meer mogelijkheden: landbouwgrond omzetten in natuur. Dit roept sterke weerstand op, op nationale schaal is dit zelfs kapitaalvernietiging, maar voor de mensheid is natuur van onschatbare waarde. Voor boeren is het van belang te bedenken dat lage prijzen niet komen doordat er te veel boeren zijn, maar te veel productiecapaciteit. Interessant is het voorstel dat landen die in het verleden hun bossen hebben gekapt andere landen ondersteunen hun oerwouden onaangetast te laten.
Hetzelfde geldt voor maatregels voor duurzaamheid. Op individueel of nationaal een concurrentienadeel, op beschavingsniveau essentieel.
Als we de keuze maken om geen keuzes te maken lopen we gevaar in een darwinistisch systeem te belanden waarbij iedereen tegenover iedereen komt te staan: het ene continent tegenover het andere, de ene bevolkingsgroep tegenover de andere (in onze binnensteden bijv). Maar van alle intelligente beschavingen zullen slechts de beschavingen overleven die op beschaafde, duurzame wijze samen leven.
Reacties (27)
Huib, fraai stukje gedachtengang naar een betere verdeling van producten en productie. Het is in diverse forums naar voren gekomen.
Je invulling om overproductie te ondervangen door energiegewassen te verbouwen roept enkele vragen op.
Bij welke prijs van graan moet het in werking treden? De kale wereldmarktprijs? De wereldmarktprijs met of zonder verrekening van subsidies of inkomenstoeslagen?
Beide zijn indirekt een vorm van productondersteuning.
Het huidige stelsel van toeslagrechten is inkomenssteun ongeacht welk gewas je produceert.
De prijs gebaseerd op een landen of continentaal quotum? Bij een soort wereldquotum zal er in landen met grote productieruimte en lage kostprijs, bij een rendabele bedrijfsvoering, toch meer geproduceerd worden.
Om prijzen af te stemmen op lokaal, regionaal of continentaal niveau zal er rekening gehouden moeten worden met de diverse levensstandaarden in de wereld.
Ik zou niet direct kiezen om grond uit productie te nemen voor energiegewassen maar om hoogkwalitatieve landbouwgewassen te blijven verbouwen en alleen datgene dat niet direct voor humane of diervoeding geschikt is gebruiken om eventueel biobrandstof of andere energievormen van te maken.
Ook hier kan de kwaliteitslat op een hoger niveau getild worden.
Huib, in je laatste zin doe je iets onnavolgbaars. Je definieert duurzaamheid als beschaving, cq. beschaving als duurzaam. Mensen zijn per definitie onduurzaam omdat ze behoren tot een diersoort die met heel velen is (dominantie gaat altijd ten koste van anderen) en ook nog eens zo slim is dat we de wereld in belangrijke mate naar onze hand hebben weten te zetten.
Duurzaamheid is moeilijk te definiëren, of je moet het heel realistisch doen: ons minder vrijheden permitteren en minder roofbouw plegen ten koste van anderen die er last van zouden kunnen hebben, zowel in het heden als in de toekomst.
Is jouw definitie van beschaving dezelfde of is het wat anders? Ik zit nl. met een probleem: andere dieren zijn volgens die definitie in de meeste gevallen beschaafder dan wij. Op wat - in vergelijking met ons mineure - plagen na dan.
Een vraag aan de lezers: ik wil graag weten wat de bedragen zijn die aan voedselhulp, ontwikkelingshulp, Groene Revolutie, exportsubsidies en andere landbouwsubsidies worden uitgegeven.
Ik heb veel geleerd hier op Foodlog. Juist door al die tegenstrijdige visies. Wat ik me gaandeweg ging realiseren is dat al die tegenstrijdige visies te combineren zijn, dat ze zelfs gecombineerd MOETEN worden. Voorbeeld: Ik zag niets in het plan van de G-20 om te komen tot A Green Revolution In Africa (AGRIA). Stimulering van de productie zal leiden tot nog meer overschotten, heb ik hier wel gezegd. Ik moet bekennen dat ik mis was. Vorig jaar hoorde ik dat arme boeren vaak minder kunstmest en zaaizaad gaan gebruiken door de voedselcrisis. Omdat die input te duur is en ze (terecht) weinig vertrouwen hebben in prijzen die stabiel zijn. Ook ben ik beïnvloed door de visie van Hendrik Kaput. Landbouw moet het hebben van input, zelfs al is dat onduurzaam.
Als niet alle visies gecombineerd worden dan eindigt dat meestal “in tranen”. Hoe kan het dat na decennia van ontwikkelingshulp er nog niets is verbeterd? [Overigens gaat het om bedragen van zo’n ?100 per Afrikaan in dertig jaar] Uit cijfers waar ik bovenaan naar vroeg zal denk ik het antwoord blijken: ontwikkelingshulp komt alleen tot zijn recht als er niet aan de andere kant door onrechtvaardige structuren iedere ontwikkeling gefrustreerd wordt.
Ik ben zelfs voorstander van visies waar ik me tegen afzet: het marktdenken. Alleen niet in zijn fundamentalistische vorm. Op AGDFoodlog zegt Ruud Huirne dat het fout gaat omdat mensen zich niet bij het systeem aanpassen. Ik ben het fundamentalistisch met hem oneens. Als het (op grote schaal) fout gaat komt dat omdat we het systeem weigeren aan te sluiten bij de mens.
Het is waar Dick. Wij leven onduurzaam. Het enige wat we kunnen doen is om onze capaciteiten te benutten (ook al doen we dat liever niet). Creativiteit en ondernemingszin, dat zijn de wapens die we in zullen moeten zetten en dan ook nog in het algemeen belang.
Hoe dan? Ik ben voor vrijheid: als een land er voor kiest helemaal op de vrije markt te vertrouwen (Brazilië, Australië) is daar niets tegen in te brengen. Als er besloten wordt om in te grijpen in de markt, dan alleen zodanig dat anderen daar geen last van hebben. Exportsubsidie is het meest extreme voorbeeld van hoe het niet moet. Zulk beleid is ook tegen het boeren belang: bij lage prijzen heb je geen belang bij steun om productie op peil te houden.
Ik ben ook voor gelijkheid. Wat Paul zegt: prijzen af stemmen op de diverse levensstandaarden; dat vindt ik dubieus. Want daar zou je uit concluderen dat wij recht hebben op hogere prijzen omdat hier de lonen hoger zijn. Ik zie het (ook) andersom: arme landen hebben recht op redelijke prijzen zodat daar de lonen kunnen stijgen.
Ik ben ook voor broederschap. Arme landen hebben recht op extra bescherming. Hoe dan? Creatief idee van mij: wereldwijde belasting op een positieve handelsbalans van 35% (landen zelf kunnen 65% houden!) en dit inzetten voor subsidie voor input van arme boeren én voor subsidie om voedselprijzen in arme landen laag te houden. Ander voorbeeld: werkgelegenheidsprojecten om wegen aan te leggen, gebouwen te maken na een aardbeving, waarbij het loon deels in natura is: voedsel dat ter plaatse is gekocht.
Huib, je hebt een mooie bijdrage gemaakt. Maar wat is de oplossing?
1. Je zegt het zelf al: creativiteit. De onuitputtelijke bron die we moeten inzetten om ons onduurzame leven om te zetten in een duurzaam. Er wordt mij ook hier op foodlog iets te gemakkelijk geaccepteerd dat mensen per definitie onduurzaam zijn. Dat is ongeveerd hetzelfde als dat de erfzonde zou bestaan.
2. De tweede oplossing heet liefde. Eveneens onuitputtelijk. Een woord waarvoor we zogezegd in ons broek schijten. Lezen, zien, luisteren er graag in, over en naar in miljoenen boeken, films en liedjes. Maar doen is weer wat anders.
Het lijkt wel vlees: we willen het wel eten, maar waar het vandaan komt en hoe het geslacht wordt, houden we ver van ons. Liefde gaat over voelen. Voelen dat iets goed zit of fout. Dat voelen we vaak goed, maar willen het niet weten.
Kortom we proberen de problemen op te lossen met het begrippenkader dat ze hebben veroorzaakt. Einstein zei ooit dat dit niet zo werkt. Een nieuw begrippenkader en idioom is dus nodig. Daar horen creativiteit en liefde (en ja jouw broederschap hoort ook in dat rijtje) in te staan, wat mij betreft. Ben benieuwd waar ons dat gaat brengen. Elke keer is het weer een keuze: in het spoor van liefde of de weg van de vernieling.
Zondag of ouderdom, ik ben hier bloedserieus in. Er is een positief causaal verband tussen liefde, creativiteit en duurzaamheid.
Wat we nodig hebben zijn zowel de zachte krachten als de harde nuchtere.
Als mensen hebben we een verwoestend optimisme. En er is reden voor optimisme. Als honger en armoede niet op te lossen zouden zijn omdat het ons aan technisch vernuft ontbreekt, dan zou er reden voor pessimisme zijn. Maar we hebben een bijna onbegrensd technisch vermogen. [Zwaktes liggen altijd in het verlengde van sterke eigenschappen]
Ik zie mogelijkheden voor een nuchtere vorm van landbouwbeleid. Stel de prijs voor biobrandstof wordt zodanig gesteld dat daar kostendekkend graan voor geteeld kan worden. Bij te lage prijs gaat er veel hier naar toe. Als er tekorten aan graan zijn dan verdwijnt deze afzet. Dit is feitelijk het systeem Mansholt, alleen was daarbij de anonieme wereldmarkt de uitlaatklep.
Als graanboeren een inkomen gaan verwerven hebben ze wel de vrijheid maar niet de noodzaak om groentes te verbouwen of dieren te gaan houden. Met dergelijke eenvoudige middelen kan het hele landbouwsysteem gereguleerd worden.
Boeren in EU en USA ontvangen nu inkomenssteun. Als dit gekoppeld wordt aan biobrandstofproductie is het mogelijk de grenzen te openen. Hierdoor kan het zijn dat er biobrandstof van de wereldmarkt binnenkomt. Is dat het grootste probleem: dat we meer biobrandstof en minder fossiele energie gaan gebruiken? En let wel: als de prijsstelling van biobrandstof op een redelijk niveau ligt gaan boeren zeker wel voldoende voedsel produceren als de prijzen daarvan kostendekkend zijn.
Biobrandstof een absurd systeem? Kan maar zo, iedereen is vrij om zijn creativiteit te benutten. Worden boeren (en burgers) daarmee afhankelijk van een systeem dat afhankelijk is van de politieke wil? Kan maar zo, maar is afhankelijkheid van een volledig geliberaliseerd systeem aantrekkelijker?
http://weblogs.nrc.nl/wereld/2010/02/05/slachtoffers-van- china-verenigt-u/
Met deze link wil ik aangeven hoe handel gestuurd wordt.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Handelsbalans
Hier wil ik aangeven dat grote landbouwexporteurs je creatieve idee niet helpen financieren.
http://zaplog.nl/zaplog/article/mythe_1_industriele_landbouw _zal_honger_beeindigen
Lees ook de andere mythes.
Huib, mijn opmerking om berekende graanprijzen af te stemmen op levensstandaard bevat meer als alleen loonkosten. Het gaat om het kostenplaatje om granen te verbouwen. Dus nogmaals de vraag: welke prijs moet je gaan hanteren om wereldwijd voedselproductie op een verantwoorde manier te vervangen voor biobrandstof?
Jan Peter, om het heel anders te zeggen: duurzaamheid is geen issue, onverantwoordelijkheid wel.
Jij zou onverantwoordelijkheid misschien wel ‘liefdeloosheid’ noemen.
Onverantwoordelijkheid is liefdeloos. Maar is verantwoordelijkheid niet een te groot begrip zo in een keer. Maar goed om uit de semantiek te blijven. Onze socioloog Kees Schuyt verwoordt het in termen van deugden, om er een paar te noemen:
1. Intimiteit: het vermogen relaties aan te gaan.
2. Generativiteit: maatschappelijke verantwoordelijkheid.
3. Integriteit: het als zinvol ervaren van het eigen bestaan in relatie tot de medemensen.
4. Diversiteit: Juist de verschillen koesteren en niet in het verschil vast blijven zitten. Niet alles willen gelijkmaken. Van eenvormigheid naar veelvormigheid.
De laatste is van mijzelf.
Yep, ‘van eenvormigheid naar veelvormigheid’. Het einde van het verschil als geschil of ruzie, maar als ‘spannendheid’, avontuur en ontdekking. En dus vooral GEEN grote oplossingen, want die bestaan niet.
Ik varieerde overigens op een uitspraak van een verantwoordelijke bankier die het al was nog voor we ontdekten dat zijn beroepsgroep het niet was. Hij heet Bart-Jan Krouwel en is inmiddels met pensioen. Van hem zijn de woorden - ik ze een beetje aan - ‘je moet niet beginnen met maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar ophouden met maatschappelijk onverantwoord ondernemen’. Duurzaam is 1 nieuw woordje voor die drie van nog maar een paar jaar geleden. Dat was te moeilijk. Duurzaamheidsmarketeers zochten simpelheid waar die niet bestaat en niet zinvol is.
Oei, krijgen we deze discussie ooit met twee benen op een wat complexere ondergrond?
Huib, je schrijft in een commentaar vanmorgen ‘Als het (op grote schaal) fout gaat komt dat omdat we het systeem weigeren aan te sluiten bij de mens. Het is waar Dick. Wij leven onduurzaam.’
Dat ben erg met jou en Hendrik Kaput oneens. Als we aansluiten bij mensen, zijn we niet onduurzaam, hooguit onhandig omdat we onze eigen glazen ingooien door het evenwicht waarin we leuk kunnen leven te veel verstoren.
Aansluiten bij mensen geeft Hendrik ongelijk: we zijn niet onduurzaam, maar we exploiteren de aarde en dat moeten we handig en verstandig doen.
Milieumensen denken niet vanuit mensen en gaan uit van een ‘natuurlijk evenwicht’. Dat bestaat sowiewo niet, want de natuur gaat gewoon zijn gang. Verstoringen van zgn. metastabiele evenwichten zijn de normaaltoestand, de evenwichten zelf zijn dat niet. Er kwam geen mens te pas aan het verdwijnen van de dino’s. Er kwam geen mens te pas aan de kleine ijstijd van een paar honderd jaar geleden. Evenmin kwam er een mens te pas aan de ‘warming’ die daarna weer optrad.
Dat denken is irrelevant. Zowel voor de natuur - die het geen fluit interesseert wat wij met haar uithalen, ze zal altijd doorgaan: ‘natura est naturans’ - als voor ons.
Het gaat dus om ons en wat wij willen. Als we dit draadje dan toch starten, moet deze filosofische (vanuit de afdeling ethiek) correctie van het ‘duurzaamheidsdenken’ ook maar eens gemaakt worden. Voor de praktische uitvoering van een wat wijzere manier van met de aarde omgaan heeft het overigens geen consequenties. Het kan wel helpen om een wat creatievere kijk op oplossingen voor mekaar te krijgen.
“welke prijs moet je gaan hanteren om wereldwijd voedselproductie op een verantwoorde manier te vervangen voor biobrandstof?” Dat is wel een breinkraker zo op de vroege zondagmiddag. Mijn gedachte is dat het minimum aan honger daar ligt bij de kostprijs van voedsel. Maar wat is kostprijs? Suggesties?
Dick, wel of niet verantwoord ondernemen, dat is de kwestie. Ik geloof er in dat ieder voor zich moet denken dat hij vrijheid van handelen heeft. Tegelijk moet ieder denken dat de anderen voorspelbaar zijn in hun gedrag. Daarmee zijn die andere perfect te sturen.
Daarnaast geloof ik in selectie - natuurlijke en kunstmatige selectie.
Als we alles aan het vrije-marktmechanisme overlaten treedt er natuurlijke selectie op. Alleen degenen die zich staande weten te houden in zo’n keiharde wereld zijn de overblijvers. Genade is niet iets dat daar bij past. Er zijn volop voorbeelden te vinden. Supermarkten kunnen het zich niet veroorloven op genadige wijze met hun leveranciers om te gaan. Grote ondernemingen in arme landen kunnen zich geen genade veroorloven in hun omgang met personeel. Boeren kunnen zich geen genade veroorloven tegenover het milieu, hun dieren, etc.
Daarom ben ik voor kunstmatige selectie: het marktmechanisme niet ontkennen, maar bijsturen. Als er alternatieven zijn voor landbouwproducten, voor arbeid, etc dan kan de situatie hierdoor veranderen. Dan kan het zo zijn dat supermarkten het zich niet kunnen verooloven hun leveranciers ongenadig te behandelen, simpelweg omdat ze weten dat ze er van afhanekelijk zijn. Bedrijven hebben dan geen keuze om hun personeel met respect te behandelen, omdat zij daar van afhankelijk zijn.
We zitten met zijn allen op één grote Titanic, en we moeten samen leren varen.
En dat voelt onwennig.
Het vrije marktmechanisme werkt alleen bij gelijkheid, er is een grote mate van ongelijheid in de wereld dus is er helemaal geen sprake van een vrije marktmechanisme. Waarschijnlijk is het met het vrije marktmechanisme gesteld zoals met de democratie en zoals Vaclav Havel, schrijver en president van Tjechie het zo mooi kon zeggen (uit mijn hoofd): Democratie is beperkend en belastend voor degenen die hem graag willen en geeft vrijheid aan degene die zich er niets van aantrekken. Zo is het met het vrije marktmechanisme ook een beetje gesteld. Het is maar de vraag welke groep zich op de titanic bevindt ;-)
Liefde, democratie en het vrije marktmechanisme, om het allemaal een beetje lekker zondags te houden, draait om: zorgen voor, vriendelijk zijn, mededogen hebben, tolerant zijn, delen geven, niemand kwaad doen en respect hebben voor de vrije wil van anderen (als die niemand kwaad doet).
Zou het zo simpel zijn?
Huib, laat ik het op een andere manier proberen. Het LTO biobrandstofplan is gebaseerd op het verhogen van de opbrengstprijzen voor andere gewassen. Stel zoiets gaat gebeuren. Prijzen van producten stijgen wereldwijd en zullen tot gevolg hebben dat productie opgeschroefd gaat worden. Kunstmestgebruik stijgt fors omdat het de meeropbrengst vergoed. Daarom verwees ik naar kostprijsverschillen in de wereld. Waar eindigt die spiraal? Er moet een systeem van productieregulatie aan vast zitten.
Citaat 11.24u :
En let wel: als de prijsstelling van biobrandstof op een redelijk niveau ligt gaan boeren zeker wel voldoende voedsel produceren als de prijzen daarvan kostendekkend zijn.
?????????????????
En ik maar denken dat we nu ongeveer 1 miljard mensen hebben die onvoldoende te eten hebben omdat ze het niet kunnen betalen.
Paul, je laatste conclusie is juist. Maar dan niet omdat voedsel te duur is, maar omdat ze geen inkomen weten te bemachtigen.
Ik moest even kijken naar het citaat dat je aanhaalde (heb ik dat gezegd?). Ja het klopt, staat er zwart op wit.
Ik bedoel het volgende: de landbouw kan niet meer doen dan de koopkrachtige vraag invullen. Boeren zouden best ook de niet-koopkrachtige vraag in willen vullen. Maar zo zit ons economisch systeem niet in elkaar.
Wat gebeurt er als we toch meer dan die koopkrachtige vraag proberen in te vullen? Dan dalen de prijzen beneden de kostprijs. Gevolg is dat de koopkracht daalt in arme landen.
Wij boeren bezitten simpelweg niet de middelen om honger en armoede uit te roeien. De beste bijdrage die wij kunnen leveren is om geen overschotten te produceren. Als wij meer biobrandstof produceren kunnen anderen meer voedsel produceren.
Is daardoor meer kunstmest nodig? Ja dat kan. Hoewel: vrienden van mij hebben een bedrijf in vml O-Duitsland. Hier verbouwen ze graan en mais dat allemaal in de vergister gaat. De vrijkomende mineralen gaan weer op het land.
Maar er is inderdaad een dilemma. Hogere voedselprijzen kunnen tot gevolg hebben dat er meer mineralen worden gebruikt en dat er meer oerwoud wordt ontgonnen. Maar het kan toch niet zo zijn dat er maar honger moet worden geleden en dat boeren maar beneden de kostprijs moeten produceren, omdat anders het oerwoud nog sneller wordt verwoest. Er is nog voldoende te doen op onze Titanic.
Huib, en daarom vond ik het idee van continentale landbouw nog niet zo slecht.
Er moet toch een vorm van regulatie komen om een en ander te sturen. Maak dat zo dat mensen in die regio’s ook profiteren van regionale productie en zo een hoger welvaartspeil bereiken.
P.S. Je moet altijd oppassen met wat je schrijft. Als Foodlog archieven eeuwig bewaard blijven?!
“Het ontbreekt ons niet aan werkzame instrumenten: subsidies, quotering, regelgeving”. stel ik in het artikel. Continentale landbouw kan door ook bij horen, mits het voldoet aan de eis dat het anderen niet nadelig beïnvloed in hun ontwikkelingsmogelijkheden.
Als ik Braziliaan,Rus, indiaan of Chinees zou zijn zou ik het idee van continentale landbouw wantrouwen. Want dat vertrouwen hebben we verspeeld bij ons vorige experiment met continentale landbouw: het systeem Mansholt. Hoe kunnen we dat weer terug krijgen? “You want amnesty? First you have got to deserve it” “How do we do that?” “Stay out of trouble!”
Maar nu zijn we een halve eeuw verder en is het schuiven en verschuiven van landbouwproblemen mondiaal. Dat moet geesten rijper maken om te veranderen.
Ontwikkelingsmogelijkheden worden in het huidige systeem juist ernstig beperkt door grondstoffen te stelen en producten te dumpen.
Ergens in het onverantwoorde kapitalistische systeem zal een grens getrokken moeten worden.
Huib, goed artikel. Honger is een politiek project. Zoals ook de erkenning van ketchup als groenten voor de schoolkantines van de VS een politiek project was.
http://www.farmsubsidy.org/
(interessante duiding hierbij (NRC): EU-subsidies: wie krijgt wat?
Steven.
“Honger is een politiek project.”
Vind ik net even te gemakkelijk zo’n opmerking. Wat kun je er mee?
Ik heb net even dat stukje over subsidies gelezen. Getuigt ook niet van een erg fundamentele analyse, vind ik ook veeeeel te gemakkelijk.
Beste Hendrik, binnekort in Hasselt, dus wellicht ook wel ergens in jouw buurt te bekijken: TheDamned of the Sea.
Synopsis:
“Essaouira, voorheen Mogador, is een stadje aan de Atlantische kust van Marokko, ooit de grootste ter wereld voor de sardinevangst.
Deze sector is op sterven na dood; Trailers uit het buitenland dreggen onophoudelijk de bodem van de Marokkaanse wateren af om miljoenen kilo’s sardinen, tonijn, garnaal en andere in Europa felbegeerde vissoorten boven te halen. Met als gevolg een gevaar voor een heel ecosysteem.
Om de visvangst verder te zetten wijken de vissers uit naar het Zuiden, Dakhla, de Sahara maar tevergeefs....
De regisseur toont de wereld van al deze uitgestotenen, geeft hen het woord, valt frontaal de industriële visvangst aan. Hij laat de gevoelloosheid zien waarmee de rijken de armsten in een wurggreep houden. Hij brengt het cynisme in beeld waarmee het Noorden Afrika tot zijn ondergang veroordeelt.”
Dit heet een politiek project.
Huib, nog een cijfer: de laatste vijftig jaar investeerde het Westen 3000 miljard euro in ontwikkelingssamenwerking, volgens Prof Patrick Develtere, in zijn boek De vrije markt van de ontwikkelingssamenwerking.
Steven, politiek project, dat houdt in dat het gaat om een bewuste actie.
Misschien zijn veel acties nog veel subtieler. Als het gaat om onbewuste actie. Of halfbewuste actie.
Of acties waarvan we eigenlijk liever niet weten wat de gevolgen zijn. Zodat we kunnen zeggen dat wij het niet geweten hebben.
Hendrik, wat mij fascineert is: wat is wel een fundamentele analyse van de landbouwsubsidies?
En wat zou het doel moeten zijn van subsidies? En wat zou er in het ideale geval mee bereikt kunnen worden?
Huib,
Wanneer je mijn losse opmerkingen hier en daar over dit onderwerp op dit blog een beetje hebt gevolgd zou je het antwoord al enigszins kunnen weten.
Subsidies dat is zo een ding, wat bij subsidies op elk terrein van ons economisch handelen gebeurd is dat de markt volgens de dan geldige politieke definities niet goed werkt en dat er vervolgens nooit zoveel wordt uitgekeerd dat je er enorm rijk van wordt. Het tegendeel is zelfs het geval, er wordt net zo veel uitgekeerd dat de machine net blijft draaien.
De economische principes in de landbouw zijn anders dan elders in de economie. De door mij op dit blog steeds aangehaalde Thomas Frank heeft het zo geformuleerd: “Farming is a field uniquely unsuited to the freewheeling whirl of open market. There are millions of farmers and they are naturally disorganized: they can’t coordinate their plans one with another.” Ondanks deze constatering die volgens mij de werkelijkheid goed beschrijft was vrijhandelsideologie de laatste tijd in toenemende mate overheersend. De marktideologie van de globaliseringsgedachte zou economische voorspoed brengen, voor meer democratie zorgen, het zou zelfs de problemen in de ontwikkelingslanden oplossen, maar het tegendeel is gebeurd. De natuur, de landbouw behandelen als een machine. Mislukt, totaal mislukt. Toch heeft het bestaande systeem iets heel aantrekkelijks, voedsel voor de allerlaagste prijs. Zo laag zelfs dat de verwerkende industie en de retail met het mechanisme, steeds minder voor steeds meer geld, nog aardig wat krenten uit de pap kon halen die dan ook niet bij de boer en tuinder terecht kwamen. De bestedingsruimte voor de burger werd enorm, zo gaven wij voor het voedselpaket in de jaren 70 van de vorige eeuw nog 30% aan voedsel uit, tegenwoordig is het nauwelijks meer dan 10%.
Lang leve de landbouw, drie keer met vakantie, flatscreen van een paar duizend, nieuwe auto, etc, etc. Willen we daar van af, natuurlijk niet, dit hele systeem is buitengewoon aantrekkelijk. Elke verandering richting een betere betaling van de primaire sector kost meer geld, elke verandering richting minder onduurzaamheid kost dat ook. Bij de EVS die tijdens het suikerdebat de subsidies van de boer openbaar hebben gemaakt heb ik toen en nu niets van deze analyse gezien. Toen niet en nu niet. Het tegendeel heb ik steeds gehoord: Het Europees landbouwbeleid deugt niet het kan nog goedkoper, het kan ook veel beter voor de derde wereld, etc. Onzin natuurlijk. Kortom een idefix!
Dus Huib wat denk je? Minder vliegvakanties en de boer beter betalen?
Hendrik, ik zie geen verband tussen vliegvakanties en boereninkomens. Dat wil zeggen, niet dat burgers hun vliegvakanties te danken hebben aan de boeren die voor niets aan het ploeteren zijn. Ik zie het juist andersom: als grote delen van de economie waaronder de landbouw beneden de kostprijs werken komt daardoor de werkegelegenheid en dus de vliegvakantie voor allen in gevaar.
Hoe dat kan? Economie is soms onlogisch. Als het met de één slecht gaat betekent dat niet dat de ander profiteert. Het kan juist zijn dat het voor iedereen beter wordt. Het economisch systeem kan ook er toe leiden dat het voor ieder slecht gaat. Allebei de situaties zijn even stabiel.
In een andere lijn wordt gevraagd waar het geld blijft dat boeren tekort komen. Een logisch antwoord vind ik: nergens, het is mogelijk dat niemand daarvan profiteert.
“Het Europees landbouwbeleid deugt niet het kan nog goedkoper, het kan ook veel beter voor de derde wereld, etc. Onzin natuurlijk.” Dat ben ik niet met je eens, Hendrik. Subsidies die onzinnig worden besteed zijn duur en hebben voor alle betrokkennen negatieve effecten. Vergelijking: als mijn buurman onze heftruck leent heeft hij daar veel gemak van terwijl dat voor mij een miniem nadeel is. Als ik vervolgens zijn aanhangwagen leen is het andersom: groot gemak voor mij, geen nadeel voor hem.
Vergelijk dit met de landbouwsubsidies: klein voordeel voor boeren hier, groot nadeel voor anderen. En zo zijn we als mensheid heel absurd bezig.
Huib,
Wat betreft het eerste deel van je betoog heb je in principe gelijk. Dat is ook de logica onder de economische principes van de internationale handel. In de wet van de comparatieve kostenverschillen van David Ricardo gaat men er van uit dat dat zelfs wanneer een van de handelspartners op alle terreinen van het economisch handelen een inferieure positie inneemt men toch tot wederzijds voordeel handel kan drijven. Vandaar dat ik je in principe gelijk geef. Maar in deze situatie waarin vanuit de optiek van efficiency nauwelijks nog slagen zijn te maken en alle ingezette productiemiddelen grootschalig worden uitgebuit heb je volgens mij volstrekt ongelijk. Rekening houdend met die uitbuitingsgraad en de limieten aan efficiency zal onherroepelijk een groter beslag op het BNP van het land in kwestie worden gedaan. Ze mogen bijvoorbeeld wat mij betreft allemaal ook op de fiets en gaan dan nog x keer met een vliegreis.
De bewering dat onze gesubsidieerde landbouw grotendeels verantwoordelijk is voor de misère in bv Afrika vind ik een mythe. Wanneer je inzoomt zul je inderdaad hier en daar grove marktverstoringen vinden, maar dat zijn niet de hoofdoorzaken van de agrarische misère op dit continent.
Hendrik, het middelste deel van je antwoord begrijp ik niet goed. Bedoel je dat er meer geld aan voedsel uitgegeven moet worden wil de boer wat verdienen?
De laatste alinea ben ik ook benieuwd naar. Wat ik in mijn artikel bedoel te zeggen is dat er meerdere geldige verklaringen zijn, niet alleen naast elkaar, maar zelfs ook tegenover elkaar.
