Is voedsel een maatschappelijke dienst?
Hier deed boerenvoorvrouw Annechien ten Have onlangs een bijzondere uitspraak: vlees is een maatschappelijke dienst. In het gesprek rond het interview waarin ze die uitspraak deed, ging ze zelfs zover alle boerenproductie van voedsel als een maatschappelijke dienst te benoemen.
In de boerenkrant van Nederland werd ze kort daarop geprezen. Eindelijk een boerin en traditionele boerenbestuurder die moedig stelling durfde te nemen, want ze zei dat varkens niet meer ruimte kunnen krijgen dan economisch uitkan en dat het meer dat de maatschappij kennelijk wil dan ook door de leden van die maatschappij opgebracht moet worden. Wat bedoelde Ten Have precies? De reacties van een stel schamperende boeren in die krant maakten duidelijk dat ze het niet met haar eens zijn of ... dat ze niet begrijpen hoe economie en onze keuze voor wat echt willen in plaats van wat-alleen-maar-economisch-kan tot stand komt.
Een korte cursus boerenverstand van economie. Boeren maken liever net te weinig eten, dan meer dan genoeg. De Minister-President en die van Economische Zaken zien het liever omgekeerd omdat dat de economie vooruit helpt. Moeilijk te begrijpen? Welnee. Als al je geld opgaat aan eten, kun je geen auto betalen of met vakantie. Is het goedkoop, dan wel en dan help je dus meteen anderen aan het werk die ook weer meer kunnen kopen. Eten is de basis van een economie die zich ontwikkelt van eten, naar het autootje voor iedereen, een klerenkast vol, de 2e vakantie en na de vaste telefoon ook nog eens de mobiele en, nog wat later, een laptop voor je 10-jarige dochter. Dat lukt allemaal als je begint eten goedkoop te maken. Dat proces volgt met ijzeren hand zijn weg. Alles wat er altijd al was of een 'basisbehoefte' werd - bijv. je auto of je mobiel - moet altijd goedkoper worden om de volgende nieuwe 'behoefte' te kunnen betalen. Eten, onze meest primaire behoefte naast slapen onder een fatsoenlijk dak en je-weet-wel, staat helemaal onderaan en raakt dus helemaal uitgeknepen. Uiteindelijk moet er alleen nog maar iemand zijn die zo gek is dat hij het wil maken. Bijna voor niks. Maar echte boeren zijn niet gek, maken ze te weinig dan kunnen ze prima leven want dan komen ze dubbel en dwars uit de kosten en houden ze er genoeg aan over om vooruit te kunnen. Maar dat mogen ze niet meer. Van de rest van de economie.
Wat karikaturaal, maar zo waar als de echte logica van het moderne boeren schetsen die paar regels de essentie van ons landbouwbeleid na WO II. Sicco Mansholt, onze eerste landbouwminister zette dat beleid in. Eerst deed hij het anders dan de VS waar ze er al voor de oorlog mee waren begonnen. De Amerikanen gingen meteen voor steeds grotere boeren omdat die steeds groter en dus steeds goedkoper kunnen produceren. Hoe groter, hoe lager de kosten per eenheid product. En hoe lager die kosten, hoe meer individuele consumenten andere spullen - auto's, een klerenkast vol, mobiele telefoons en laptops - zouden kunnen kopen. Mansholt gaf aanvankelijk alle boeren steun, de kleine boeren incluis. Dat deed hij om ze allemaal in gelijke mate te motiveren niet te weinig maar liever teveel te maken. Hij startte met dit beleid in Nederland en bouwde het later uit in Europa tot het verguisde subsidie-systeem.
Mansholt had al snel door dat het niet werkte omdat het leidde tot grote overschotten die met hoge kosten op de wereldmarkt moesten worden gedumpt. Melkplassen en graan- en boterbergen noemden we ze. Hij wilde het corrigeren. Onze rode landbouwminister had Amerikaans-liberale maatregelen in zijn hoofd. Maar het was te laat. De subsidies zijn er nog steeds, ook al zijn ze bezig aan hun laatste jaren. Maar al zijn Mansholt en Europa al lang uit elkaar, de logica van het landbouwbeleid is er ook nog steeds. Het volledig liberale beleid dat nu leidt tot de crisis in het Westland laat precies zien dat de kleur van het beleid niet uitmaakt: het streven naar lage prijzen leidt tot overproductie en faillissementen.
Is het een wonder dat Ten Have zo'n voorstel doet? Als je de productiekosten van eten naar omlaag blijft duwen en er tegelijk eisen aan stelt die economisch niet meer te realiseren zijn door de boer, dan steven je af op een ramp. Want stel je voor dat ze er mee ophouden. Ze maken allemaal hetzelfde en allemaal teveel. Hun afnemers spelen hen tegen elkaar uit. Ze krijgen dus allemaal niks. Dat weten ze van elkaar en op een hete avond kan het zomaar genoeg zijn. Van een overvloed die niks kost, kom je opeens terecht in hongersnood en torenhoge prijzen. Of, dat kan ook, in een soort staatsbedrijven.
Dat zijn voor dit moment voldoende gedachten om de vraag eens heel simpel te stellen: is voedsel in plaats van een functie in de economie, misschien toch niet een maatschappelijke dienst waarvoor we als burgerij bij moeten betalen als we meer willen dan kan in de economische ratrace naar steeds groter en goedkoper? Voor dat laatste hebben we als maatschappij voor gekozen. Willen we meer, dan zullen we daarvoor moeten dokken. Of kan het toch anders?
Reacties (159)
Vergelijk boeren en hun producten met leerkrachten, verplegers,… Het is een vak met een hoge toegevoegde maatschappelijke waarde en wat mij betreft een edel beroep.
Zoals zo vaak wordt het kapotgemaakt door de politiek. Wat een leerkracht moet verdienen, of de tandarts, of de vuilniman of of of… voor hun diensten, daarover kunnen ze (we) het steeds eens worden. Maar voor de landbouw kan dit niet?????
Er is maar één alternatief: de politiek buitenspel zetten en zélf naar alternatieven toe gaan werken.
Waar ik nog aan toe wil voegen: in Vlaanderen wonen eerder tandartsen in een groot huis met een grote auto voor de deur dan de vuilnisman. De vuilnisman zou het mss ook wel anders willen.
Steven, laten we het nou eerst - binnen deze draad - eens proberen binnen de politiek, cq. de kaders van ons maatschappelijk bestuur. De vrijbuiters daarbuiten zijn al lang bezig, in niches met veel geld of juist in naar ruilhandel neigende netwerken. In zeker zin is het hierboven aangesneden probleem voor hen misschien dus zelfs wel irrelevant.
“Voor de landbouw kan dit niet???” vraag je verbaasd om vervolgens meteen te constateren dat het ook echt niet kan. Een boerenvoorvrouw uit het traditionele bestuur gooit nou juist de vraag op. Je antwoord is op z’n minst haastig.
Haastig? Ik slijt mijn dagen en schoenzolen met dit aan politici proberen duidelijk te maken.
Ik vind de vraag van die boerenvoorvrouw schitterend. Wil zeker niet in haar plaats treden en zal mijn mond houden.
Een melkveehouder stuurde me dit artikel door met de boodschap: “Zo wordt een coöperatie voor het leven arm gehouden.”
Zuivelindustrie: Melkboer zoekt eeuwig kapitaal Oud nieuws, maar exemplarisch.
Lijkt mss weeral niet relevant in deze draad, maar wat John Lanchester in It’s Finished neerpende over het waarom van het ontstaan van de huidige economische malaise was voor bepaalde kringen 2 jaar geleden ook niet relevant.
Ik ben content dat eindelijk iemand zich ook hardop de vraag durft stellen over of het niet in elkaar gaat klappen, dat voedselsysteem van ons. Wat denkt Annechien ten Have daarover? Ik hoop het antwoord hier te kunnen lezen. Van de politiek zal het niet komen.
“Jullie in het Westen hebben geen idee hoe de rest van de wereld tegen jullie aankijkt. Ze zien een keizer zonder kleren. De wereld is enorm veranderd, maar jullie begrijpen totaal niet wat dat betekent.”
Kishore Mahbubani in De eeuw van Azië.
Met zulk een mentaliteit moeten we naar de oorlog?
Ik wil het graag positief, maar niet naïef.
Nu zwijg ik helemaal.
Interessant,
Is het een denkrichting om de overheid regelgeving te laten ontwikkelen om het in de hele keten te halen? Dus producenten verkopen hun gewassen niet maar delen mee in de uiteindelijk opbrengst? Net als bij voetballers?bij elke transfer gaat er een deel naar de club waar hij vandaan kwam?Hoe meer het verhandeld word en hoe meer het waard blijkt, des te meer de boer vangt? bijna soort btw.
Als alle wortels niets waard zijn in den beginne is er vraag naar iets wat niets kost. dus voor iedereen gelijk als er veel is zul je het voor weinig moeten verkopen maar betaal je evenredig een groter deel terug aan de producent. andersom is het veel waard omdat er minder is betaal je evenredig minder terug.
De boer blijft dan ondernemer en de handel kan nooit uitknijpen.
Of droom ik en zie ik iets over het hoofd?
Om de discussie een beetje aan te scherpen. Klaas Jan Osinga, eveneens boerenbestuurder, stelde onlangs in een artikel in NRC H’blad (30 juli, opiniepagina) dat de liberalisering van de landbouw niet eng is als je boeren toestaat ‘krachtige cooperaties’ te laten vormen die op basis van gelijkwaardigheid met Europese retailers kunnen onderhandelen.
In Nederland bepalen 6 inkooporganisaties waar de producten van enkele tienduizenden boeren en tuinders heengaan die allemaal hetzelfde product maken. Bij overproductie hebben ze vrij schieten. In melk zou het anders moeten zijn, maar is het dat niet Daar is 1 grote organisatie - Campina-Friesland - verantwoordelijk voor de verkoop. Toch werkt dat niet. Grote buitenlandse coöperaties van dezelfde snit zijn hun concurrent. Over de melkprijs en het melkprijsbeleid, zijn de nodige ruzies gaande in boerenland.
Dat laat zien dat het een theoretisch plausibel voorstel is, maar een vergaande coöperatie in boerenland vergt op de schaal van een Monsanto en Syngenta (die hun markten wereldwijd volledig beheersen, dat is de kern van hun patentenstrategie). Op mondiaal niveau dus, en wel zodanig dat er een stuk of 3-5 spelers overblijven voor iedere productgroep. Mevr. Kroes, concurrentie-commissaris bij de EU, heeft er alvast voor gezorgd dat in Nederland na de fusie tussen Campina en Friesland nu de Deense zuivelgigant Arla in Nederland moet worden toegelaten. Dat is de dood in de pot van een dergelijke laat-Mansholtiaanse gedachte.
Zou voedsel als maatschappelijke dienst worden gedacht, dan plaatsen we het weer in de top van de waardetoevoegingen die steeds nieuwe behoeften creeren. Voedsel moet goedkoop blijven. Maar het gewenste betere voedsel zit in een andere deel van de lifecycle van onze economie. Het stukje waarin mensen bereid zijn meer geld uit te geven omdat het een bewuste behoefte is. Kwalitatief in plaats van kwantitatief voedsel kun je vergelijken met de plek van een iPhone of content in de eigentijdse economie.
Dat wil - in mijn optiek - niet zeggen dat kwalitatief voedsel kleinschalig is. Integendeel, dan wordt het net zo onbetaalbaar als die Nederlandse luxe sportwagen Spyker. Dat bedrijf draait nog steeds in het rood. Apple niet. Hoe groot is de behoefte aan Apple-voedsel? 20% beter eten voor een nette, maar niet bodem-prijs is misschien wel haalbaar. Wellicht zelfs meer.
Dick, goede opinie over problematiek van overaanbod. Een paar kanttekeningen, ik denk dat ook Mansholt zich verbaasd heeft over enorme productiestijging als gevolg van zijn plan. Het werkte zeer motiverend voor de boeren. Andere landen die er minder op ingespeeld hadden wilden voorts niet meer van het systeem af. Verder denk ik dat, mocht deze ontwikkeling zich voortzetten, de overheid of EU tot inzicht komt dat de leefbaarheid van het platteland in stand gehouden moet worden en de reeds op gang gekomen grote trek naar de uitpuilende steden niet door kan gaan. De schaalvergroting gaat verder en zolang afnemers (multinationals) het product goedkoper krijgen als dat zij zelf kunnen produceren blijft dat zo. Mocht het zich voordoen dat ook die steeds schaalvergrotende boeren het niet meer trekken nemen zij de toko over. Staatsbedrijven zie ik niet ontstaan maar eerder systemen zoals Heineken en verwanten doen met hun cafe’s. De maatschappij heeft weinig te kiezen in deze ontwikkeling, ze kunnen alleen met hun koopgedrag ageren of door “twijfelachtige” protesten van actiegroepen. Dus extra betalen voor voedsel als maatschappelijke dienst voor behoud van het platteland en daar mogen zeker eisen als dierenwelzijn e.d bij.
“liberalisering van de landbouw niet eng is als je boeren toestaat ‘krachtige cooperaties’ te laten vormen die op basis van gelijkwaardigheid met Europese retailers kunnen onderhandelen.” Daar kan ik het totaal niet mee eens zijn. Het is naar mijn sterke overtuiging geen kwestie van marktstructuur, maar van machtsmiddelen. Voorbeelden: er zijn maar enkele autofabrikanten tegenover honderden miljoenen autorijders. Toch lukt het die fabrikanten niet omde kopers uit te persen middels torenhoge prijzen. Uit de voedselketen: een aantal jaren geleden waren het de grote leveranciers als Unilever, etc die de marktmacht hadden tegenover de supermarkten. Zij konden zeggen: voor die prijs willen we onze A-merken leveren en anders niet. Sinds de opkomst van de huismerken (doordat het kwaliteitsniveau vergelijkbaar is geworden) zijn het nu de supermarkten die tegenover de Unilevers het prijsniveau kunnen bepalen.
In de arbeidsmarkt (die veel overeenkomsten vertoont met de voedselmarkt, zoals prijsinelasticiteit – is het mechanisme van de WW-uitkering werkzaam. Dat lijkt tot doel te hebben dat werklozen ook een redelijk bestaansminimum hebben. Een ander effect is m.i. veel groter, nl de bescherming van de werkenden. Als er een leger werklozen achter je staat die ook aan het werk wil – al is het voor de helft van het loon – dan ben je alle marktmacht kwijt.
Mijn stelling is: Liberalisering hoeft niet eng te zijn als er een systeem komt waarbij er een balance-of-powers is via een systeem á la Haanstra/Kloos.
Wat betreft Mansholt heb ik een heel andere visie. De landbouw heeft hem veroordeelt als “Der Bauernmörder” .
In eerste instantie was zijn beleid om alle boeren te ondersteunen. Maar hij realiseerde zich dat – toen er eenmaal overschotten ontstonden – het een doodlopende weg was om alle boeren in de landbouw aan het werk te houden. In “De graanrepubliek” en de Mansholt-biografie van Johan Merriënboer wordt het volgende voorval beschreven. De Duitse minister nam Mansholt mee naar een klein bedrijf met iets van 5 of 8 koeien. “Mijn vrouw en ik zijn zo druk met ons bedrijf, dat we al in geen jaren vakantie kunnen nemen” zei de boer. Conclusie van de Duitse minister: deze boer verdient steun om te kunnen blijven produceren. Conclusie van Mansholt: deze boer is een gevangene van zijn bedrijf en verdient steun om iets anders buiten de landbouw te gaan doen. Toendertijd waren er nog 10 miljoen boeren in West-Europa, Mansholt wilde dat halveren. Inmiddels zal het aantal nog een aantal keren gehalveerd zijn.
Wat betreft het idee om voedselproductie als maatschappelijke dienst te zien. Of het uitvoerbaar is is even de vraag, maar het is in ieder geval interessant genoeg om het als gedachtenexperiment te doen. Hierdoor wordt de situatie geheel anders.
In de huidige situatie is de vraag: kunnen we wel of niet meer produceren dan we kunnen verkopen? Arme mensen die geen geld hebben om voldoende voedsel te kopen zijn daarbij niet relevant.
Als iedereen voedsel als bestaansminimum gegarandeerd krijgt, wordt de vraag: kunnen we genoeg produceren om iedereen te voeden?
Daarmee is volgens mij het duidelijk dat dit in het voordeel van de landbouw is.
Vraag blijft uiteraard hoe dit uitgewerkt wordt. Krijgt iedereen een “ijzeren broodmandje” met daarin een portie granen? Of wat nog meer? Moeten mensen die wel geld hebben hiervoor betalen en de anderen niet – en wie bepaald wie in welke categorie behoort?
Huib, mijn vrouw leest hier ook mee en zei: die Huib is even hardnekkig als jij!! Ik noem dat een sterke persoonlijke mening ofwel gewoon eigenwijs!! Autofabrikanten houden gezamelijk de prijs hoog, vergelijk prijzen nu met het guldentijdperk, je krijgt weliswaar meer meuk in je auto maar betaald richting het dubbele. Bij computers en electronica krijg je ook steeds meer maar de prijs stijgt niet!!. Ik ben het met je eens dat grote cooperaties tegen grote afnemers geen enkele garantie geeft voor een kostendekkende prijs. Zie Friesland-Campina. Het WW mechanisme in de landbouw? Geef de boer of tuinder een uitkering en productieverbod. De bijstand lonkt nu al naar velen. Dan dat hardnekkige waar ik het over had, jou idee over het verwerken tot biobrandstof kan uitsluitend met bergen subsidie en heeft wel degelijk grote invloed op de landbouwproductie omdat er verschuivingen plaats gaan vinden richting die subsidiestroom. Tot slot (on topic) de maatschappij laten meebetalen als dienst voor voedselproducenten in de vorm van voedselbonnen, eerlijk verdeeld zodat niet alleen de burgermeester een varkenshaasje kan eten maar ook de junk. Die zal de bon wel gaan ruilen voor iets anders. In dit schrijven zitten een paar knipogen, daarvoor begrip.
Steven stelt een vraag over ons ‘voedselsysteem’.
Na de Tweede Wereldoorlog was voedsel voor iedereen, voedselzekerheid erg belangrijk. Doordat we in de oorlog een voedseltekort hebben ervaren.
Vervolgens kregen we een tijd van voedseloverschotten. De productie werd gestimuleerd. Boeren gingen meer produceren.
Momenteel hinken we op twee gedachten mijns inziens.
Aan de ene kant verwachten we wereldwijd een sterke stijging van de bevolking die gevoed moet worden. Maar het voedsel is niet evenwichtig over deze aardbol verdeeld. Sommigen hebben veel en anderen niets of weinig.
In onze westerse wereld hebben we veel voedsel. Houden we overvloedig aanbod van voedsel in de westerse wereld? Ik denk het wel.
Als je je over het basispakket voedsel geen zorgen hoeft te maken en het er altijd is, komt de vraag aan de orde of er meer kan. Dat is de fase waarin we nu zitten. Maar… hoe speel je daar op in in een geliberaliseerde markt?
Je houdt wellicht een basispakket voedsel: goedkoop en geproduceerd volgens wettelijk vastgestelde minimum normen.
Daarnaast is er ruimte voor een pluspakket: vlees onderscheidend qua smaak en productie. Dat is biologisch als topsegment. Maar er is ook ruimte voor iets tussen basis en top. Dat kan ook onderscheidend zijn qua smaak en productie. Dus iets extra’s doen voor het dier, milieu en de smaak.
Om te zorgen dat dit vlees met een plusje in het schap komt, moet de overheid dat stimuleren. Dat kan door de investeringen extra welzijn, milieu e.d. te stimuleren, te ondersteunen. De maatschappij vraagt. Mijn voorkeur heeft het dat de markt de extra inspanning betaalt, als dat nu echter nog niet zo is en de maatschappij wil toch die ontwikkeling is het terecht dat ze daarin investeert. En dan is vlees met een plus een maatschappelijke dienst.
Het is uiteindelijk aan de burger hoeveel vlees met een plus of van het topsegment er in het schap komt. Het is een kwestie van U vraagt en wij draaien!
Mijn antwoord is JA: Voldoende voedsel is een maatschappelijke dienst en een burgerrecht. Daar zijn we naar toe gegroeid, we staan op de schouders van miljoenen voor ons die daar aan gewerkt hebben en eerlijk gezegd zijn we er nu niet alleen aan toe, maar het is technisch/technologisch te realiseren met de bestaande productie. We produceren met zijn allen een ruime 2700 calorien per wereldburger/dag met voldoende voedingswaarde.
Zo’n project ontwikkelen is toch aantrekkelijker dan mannen op de maan, het deltaplan en het beteugelen van de financiele crisis tesamen. Hoe gaan we dit gedachtenexperiment aanpakken?
Paul, je mag mij wel eigenwijs noemen hoor, met of zonder knipoog.
“Ik ben het met je eens dat grote cooperaties tegen grote afnemers geen enkele garantie geeft voor een kostendekkende prijs.” zeg je - hoewel je het voorbeeld van de autofabrikanten geen goed voorbeeld vindt.
Je beschuldigd mij van hardnekkigheid tav mijn pleidooi van biobrandstof.
Biobrandstof vindt ik een krakkemikkige oplossing, maar ik kan zelf geen betere bedenken. Ik sta echter open voor andere ideeën.(natuur, bio-plastic,etc) Veevoer hoort daar uitdrukkelijk niet bij. Dat is immers geen flexibele bestemming. Dat is een oplossing van het type waterbed: als je op een plaats drukt gaat het ergens anders omhoog. Het is dus geen oplossing voor overschotten. In mijn ogen is het naïef te veronderstellen dat Brazilië vanzelf wel stopt met produceren van veevoer als wij meer tarwe in het voer stoppen. Dat vindt ik een zelfde redenering als: “Als die varkens maar laag genoeg zijn in prijs is het probleem van overschotten direct weg” [NB. dit is juist niet mijn mening]
Biobrandstof is en blijft een krakkemikkige oplossing. Maar ook krakkemikkige oplossingen kunnen heel zinvol zijn. Vandaar mijn vergelijking met de WW. Werklozen geld geven om niks uit te voeren is immers ook ridicuul. En toch is het een zinvolle maatregel, nl ter bescherming van de totale arbeidsmarkt.
Biobrandstofbeleid heef “grote invloed op de landbouwproductie omdat er verschuivingen plaats gaan vinden richting die subsidiestroom.” Dat klopt, ik vindt het zelfs wenselijk. Voorbeeld: in West-Afrika is katoen een belangrijke teelt. Die wordt echter kapot gemaakt doordat de USA en Europa hun katoenboeren steunen met subsidies (omdat ze hun productie niet flexibel willen hebben, maar uit alle macht op hetzelfde niveau houden). Dit soort subsidies vindt ik hemeltergend - vandaar mijn bevlogenheid leidend tot hardnekkigheid/eigenwijsheid.
De vraag is volgens mij of voedselproductie nu een ‘normale’ economische bezigheid is, inclusief alle wetten van vraag en aanbod of een maatschappelijke dienst waarvoor de markt blijkbaar niet optimaal functioneert?
Onder minister Veerman (en trouwens ook al onder zijn voorgangers) is duidelijk de weg ingeslagen van de landbouw als normale economische bedrijfstak die op eigen benen moet kunnen staan zonder inkomenssteun vanuit Europa. De huidige inkomenssteun wordt langzaam omgebouwd tot een systeem dat boeren beloont voor extra inspanningen, zoals landschapsbeheer of dat boeren een vergoeding geeft omdat ze een landschap in stand houden waarin suboptimaal kan worden geproduceerd (bijv. veenweidegebieden).
Het gevolg is dat boeren en tuinders te maken krijgen met grote fluctuaties in prijzen. In de varkenssector is dat al heel lang zo (vandaar het begrip varkenscyclus in elk economieboek), in de melkveehouderij begint dat nu te komen. Louise Fresco noemt dat een ongewenst effect van liberalisering, omdat de meeste productiemiddelen in de landbouw vastliggen en een boer moeilijk kan inspelen op wisselende prijzen.
Het is een aardig gedachte-experiment om voedselproductie als maatschappelijke dienst te zien, maar het is realistischer om te zoeken naar mogelijkheden om kwaliteit en extra toegevoegde waarde uit de markt te halen.
Ik kan me veel situaties voorstellen waar je landbouw als een maatschappelijke dienst zou kunnen zien, maar daar zou ik de huidige situatie in West Europa niet onder willen rekenen. Een land als Nederland heeft een buitengewoon efficiënte landbouw, die op een klein areaal overschotten produceert. Die moeten dus geëxporteerd worden, tegen soms hele lage prijzen, waarmee we al jaren landbouw in andere landen proberen weg te concurreren.
In de intensieve veehouderij importeren we grote hoeveelheden voer vanuit andere continenten, die we efficiënt en goedkoop omzetten in grote hoeveelheden goedkoop vlees, die heel goedkoop geëxporteerd worden. Het dumpen van dat vlees en melk werkt bijv. in de Derde Wereld verstorend op de lokale landbouw. Die lokale landbouw zou ik nog wel als maatschappelijke dienst (voor die betreffende landen) willen zien, de exportgerichte bulkproduktie van de westelijke landen zeker niet.
Hoe de moderne kastuinbouw met een grote input aan energie en geoogst door legertjes Roemenen en Bulgaren als maatschappelijke dienst gezien moet worden, is mij onduidelijk. Het lijkt mij op Europees nivo een stuk gezonder als die Roemenen en Bulgaren in hun eigen land paprika telen en dat naar Nederland exporteren.
Er is op dit moment op veel terreinen een enorme overproduktie die we ook niet meer in andere landen kunnen slijten. Produktie handhaven door ze als maatschappelijke dienst te bestempelen? Wat mij betreft een slecht idee, laat maar bedrijven(en vooral produktiecapaciteit) verdwijnen. Dat is voor de betrokken bedrijven en gezinnen een drama, maar waarom niet? Je kunt in Nederland geen lampen, computers, TV’s of zelfs kleren kopen die in Nederland gemaakt zijn en toch draait Nederland gewoon verder. Ik ben zelf tuinder en in mijn ogen heb ik het mooiste beroep ter wereld waar ik op dit moment mijn boterham mee verdien. Maar als ik er vijf jaar achter elkaar geld op moet toeleggen gaat de stekker eruit.
Net als Joost zie ik wel iets in de beloning voor geleverde diensten op terrein van milieu, natuurbeheer of landschap. En luister, alleen als we (de maatschappij)dat ook als beloning willen zien en niet als subsidie.
Ik heb hulp nodig, want ik ben het spoor kwijt.
Wat gaat het betekenen als we landbouw als maatschappelijke dienst zouden zien? Gaan boeren dan van de maatschappij een basissalaris krijgen? Of een minimale vergoeding per kg geproduceerd product? En wat is dat dan anders dan het huidige subsidiestelsel?
Zijn leraren ook maatschappelijke dienstverleners? En zo ja zijn we dat niet allemaal?
Kortom wat betekent dit voorstel nu praktisch? (ik vraag voorlopig nog niet hoe we het gaan realiseren; een omschrijving van de gewenste situatie in de praktijk zou ik wel willen hebben).
Ik raak het spoor ook bijster. Ik denk dat het voorstel te snel binnen de gebruikelijke denkstromen wordt geïnterpreteerd. Pleit Ten Have voor het (gedeeltelijk) uitschakelen van het marktmechansime en dus steun? Of probeert ze iets anders te zeggen? Iets waarvan je de redelijkheid en nieuwigheid pas gaat voelen als je eerst weer even stil staat bij de analyse van wat de economie met de rol van landbouw in ons leven doet en je je van daaruit afvraagt wat haar motiveert om iets (schijnbaar) ‘mansholtiaans’ te zeggen?
Annechien, pleit jij weer voor een terugkeer op het - ook wat mij betreft heilloze -pad van de subsidies of andere vormen van staatssteun? Ik denk het niet, maar had het voordeel er met je over te spreken.
Toch lezen de meesten (iedereen, ook Peter Jens?) het hierboven zo. Is er misschien een wezenlijk onderscheid tussen landbouw en, zeg, de autosector. Beiden verdienen niets meer omdat ze plaats moeten maken voor de ‘bovenbouw’ (jeemig, zomaar een marxiaanse term .... ) van de rest van de economie. De auto-industrie voegt - anders dan Paul hierboven suggereert - krankzinnige gebruikswaarde toe aan auto’s die steeds goedkoper worden. Zonder echter economische waarde te genereren. Maakt het uit dat we inmiddels allemaal in dezelfde auto rijden, of we nou een Skoda, VW, Audi of Seat rijden? Of een Ford, Volvo of Jaguar?
Maakt het uit of we allemaal hetzelfde even eenvormige (uitgeknepen?) eten terwijl we als burgerij wel degelijk eisen stellen aan de velgen en de cruise control, zoals het leven van de beesten, het vervoer voor we ze doden, hun voer etc.? Om de cruise vroegen we nooit. Hij kwam en toen dachten we dat we hem nodig hadden. Om het goede leven van iedere plofkip of iedere 60cm varken vragen we wel.
Een poging om de dicussie daar te krijgen waar Wouter ‘m terecht wil plaatsen.
Nederland en Europa kiezen, zoals Joost aangeeft, voor een landbouwbeleid zoals in de VS. Nederland telt nog zo’n 70.000 boeren waarvan de helft enige omvang heeft. In de VS zouden ca. 300-500 boeren dit land kunnen uitstekend kunnen bewerken. Tegen lage kosten en steeds hogere opbrengsten, zoals het hoort in de rest van de economie Misschien zelfs wel biologisch of - nog beter - in zoveel mogelijk geïntegreerde cycli. Jopie maakt het punt volstrekt helder: wat maakt die shake out uit? In vergelijk met de rest van de economie is het niet helemaal niks maar ook niks bijzonders.
Is er iets mis met deze redenering? Dat is de basisvraag. Als’ie klopt, moeten we de markt zijn werking laten hebben en de shake out zo spoedig mogelijk laten plaatsvinden.
Om even te prikken, ook deze opmerking (die geen hoofdlijn in deze draad moet worden, maar wel even de aandacht verdient): LNV moet bovendien in die optiek zo spoedig mogelijk verdwijnen, omdat het absurd is een compleet ministerie in de benen te houden voor:
- een beroepsgroep in de primaire secor, terwijl die niet groter is dan de omvang van een derde van het personeelsbestand van bijv. ING, inmiddels ook een staatsbedrijf dat er sinds kort door een ministerie even bij wordt gedaan.
- terwijl de gezondheidskundige (voedselkwaliteit) en warencontrole kant onder andere ministeries al wordt vormgegeven; dat zou veel efficiënter zijn (minder ambtelijk overleg en ‘organisational slack’)
- en de toerisme-kant waar Joost en Huib het over hebben als grond voor meerwaarde-betalingen uit de staatskas een gewone economische sector is die onder EZ thuishoort (ook educatief en op maatschappelijke inbedding gericht toerisme moet op zichzelf kunnen staan en zijn eigen meerwaarde vinden; precies zoals Joost die - terecht - bepleit voor een karbonade of biologische broccoli)
Nee, ik pleit niet voor terugkeer naar subsidielandbouw.
Ik wil toe naar marktwerking. Ik zie echter dat om ontwikkelingen te stimuleren er in het begin een taak voor de overheid kan liggen om de ontwikkeling aan te jagen. Het uiteindelijke doel moet zijn dat de boer zijn inkomsten uit de markt kan halen.
Om uit de kip-ei discussie te komen, kan het zo zijn dat een stimulans van de overheid maakt dat we uit de vicieuze cirkel komen.
Wat ik ook duidelijk wil maken, is dat de verantwoordelijkheid niet alleen op de schouders van de boer moet liggen, maar dat ook supermarkten en burgers een verantwoordelijkheid hebben.
Da’s heldere taal! Er is een omslagpunt en -zetje nodig want het marktmechanisme is te traag, cq. zo traag dat wat we willen niet kan ontstaan en verdwijnt. Om te beginnen uit ons land.
Joost, Jopie, kan dat punt jullie kijk op de zaak veranderen?
Annechien zal op haar beurt moeten aangeven waarom dat zetje het kind snel in staat stelt om zelf rechtop te blijven zitten op z’n fietsje en niet na verloop van tijd steeds weer zal omvallen.
Een poging om enig licht in de duisternis te werpen, dan wel nog meer verwarring te zaaien.
Landbouw is uiteraard een mengsel van economische activiteit en maatschappelijke dienstverlening. Maar waar houdt het een op en begint het ander?
Een denkrichting kan zijn: datgene hoort bij het onderdeel maatschappelijke dienstverlening dat ten onder gaat als alles aan het vrije marktmechanisme ten onder gaat. Het landschap (zoals we dat nu kennen), de leefbaarheid van het platteland. Eisen aan dierenwelzijn, milieu etc vind ik een twijfelgeval. Enerzijds betreft het “extra toegevoegde waarde” die door consumenten al dan niet naar waarde worden geschat (en betaald). Anderzijds zijn het eisen die de landbouw een ‘license to produce’ geven, zoals het niet toepassen van die bestrijdingsmiddelen die het milieu grondig verpesten.
Huib, je kunt dergelijke licences ook afdwingen door wetgeving. Dat zou zelfs heel toepasselijk zijn, want licenses gaan ten slotte over wat mag en wat niet. Het probleem is alleen dat dergelijke wetgeving komend jaar nodig is, terwijl zeker is dat hij de eerste 75 jaar niet tot stand zal komen omdat hij op mondiaal niveau nodig is.
Een goedkope, maar onveilige Chinese auto weerden we kortgeleden uit Europa omdat hij niet veilig is (obv wetgeving). Een goedkopere kip uit Brazilie weren we niet op basis van milieu- of diervriendelijkheidsoverwegingen (er is geen wetgeving voor). Dat is ook niet nodig, want we maken voor vele Nederlanden aan kip, varken, melk en (vrucht)groenten. Maar o jee, dat maakt het nog moeilijker dus. Nederland stelt eisen aan z’n productie die voor de export bestemd is, die de ontvangende landen helemaal niet willen. Om in auto-termen te blijven: we voegen elektrische ramen, cruise control en park assist toe, terwijl onze handelspartners alleen een kaal ding willen. Dat is maf. Dat weet ieder gezond denkend mens. Maar dan?
Er zijn boeren die iets moeten van Nederland en van Nederlanders, maar ze worden niet beloond met verkopen en krijgen er geen wettelijk kader voor. Mooie liberale markt is dat. Hij leidt tot dat beroemde bordje: EXIT.
Is dat misschien, niet het bedoelde natuurlijk, maar wel onvermijdelijke effect van het geldende beleid voor onze mainstream landbouw? Er zijn wat luxe niches die het wel zullen redden. Dat gaat - vertelden mij marktcijferspecialisten - in de komende 10 jaar over 5-7% van onze totale Nederlandse consumptie (in termen van productie is het niet meer dan 1 - 1,5%).
Ik werkte vroeger bij een bank. Daar gold een gevleugelde uitspraak: ‘is het beleid, of is er echt over nagedacht?’
Ik ben benieuwd wat de overheid dan concreet zou moeten doen om een steuntje in de rug te bieden. LNV doet dat nu vooral door de inzet van kennis en onderzoek (bijv. nu onderzoek naar gedrag van ongecastreerde beren in de stal, wat nog helemaal niet zo gemakkelijk is om te managen) en door het sluiten van convenanten met betrokken partijen (bijv. het convenant tussensegment dat onlangs is getekend). Hierin is (financiële) ruimte om met projectvoorstellen te komen om diervriendelijker vlees te promoten. Moet de overheid dan prijsmaatregelen gaan nemen? Een wet maken die retailers dwingt om x% diervriendelijker vlees in de schappen te leggen?
Is voedsel een maatschappelijke dienst?
Dit is een dubbele vraag:
1. Vanuit burgerperspectief is voedsel een recht. Ik heb recht om te kunnen eten, anders verhonger ik. Met de hoeveelheid eten die er is, kan iedereen voldoende eten.
Burgers hebben eten nodig om te kunnen leven, om te consumeren en te produceren. Dit basispakket is een recht. Als ze minder uitgeven aan het basispakket eten kunnen ze meer consumeren. Onder meer consumeren valt volgens mij ook het luxere eten. Eten dat beter of meer is dan de wettelijke eisen.
2. Vanuit boerenperspectief is de vraag: is boeren in Nederland een dienst? Dan kom je wat mij betreft uit op de vraag over voedselzekerheid: toegang tot goed kwalitatief voedsel. En misschien nog een landschappelijke wens: willen wij in Nederland nog boerenlandschappen zien?
Boeren hebben een inkomen nodig om door te kunnen gaan met boeren. Als ze niets krijgen, dan gaat alleen de zon nog op.
Dan kom je op de maatregelen:
Een consument denkt ‘als het in de supermarkt ligt, dan mag ik het eten, anders had de overheid het wel verboden’.
Wetgeving vanuit burgerbelang gaat volgens mij helpen de vragen te beantwoorden. Een gezonde bevolking leidt tot hogere productiviteit.
Welke eisen stellen wij aan ons eten?
Welke wetgeving gaan we daarop toepassen?
Met wetten kan je vervolgens ook bepalen in hoeverre je het van ‘nationaal’ belang vindt dat voedsel uit je eigen omgeving moet komen.
Kies je voor een subsidiebeleid op hoeveelheid dan krijg je de bekende overschotten en daardoor dump en wereldmarktprijsdalingen in met name ontwikkelingslanden, waar de boeren niet meer kunnen boeren…
Kies je voor inkomenssteun, dan haal je een impuls om te innoveren weg bij de landbouw.
Wetgeving over de eisen van het eten in het basispakket. Wetgeving over wat wel of niet mag met ons eten. Waar het vandaan moet komen.
Dat zou een manier kunnen zijn. Gezondheid en politieke keuzes.
Maar complex...pfff. Kan de markt ‘t niet uitleggen? Is het echt marktfalen?
M
Dick zegt: “Een goedkopere kip uit Brazilie weren we niet op basis van milieu- of diervriendelijkheidsoverwegingen (er is geen wetgeving voor). Dat is ook niet nodig, want we maken voor vele Nederlanden aan kip, varken, melk en (vrucht)groenten. Maar o jee, dat maakt het nog moeilijker dus. Nederland stelt eisen aan z’n productie die voor de export bestemd is, die de ontvangende landen helemaal niet willen”
Dat is het beeld dat wij van hier uit hebben. Het is een van de rechtvaardigingen van de inkomenssteun: omdat onze boeren met veel strengere regelgeving te maken hebben dan boeren in andere landen en er daarmee geen sprake is van een level-playing-field. Dat is zeker zo.
Maar het beeld vanuit andere landen is aanmerkelijk anders. Voor boeren in Afrika bijv is het bijna onmogelijk om te exporteren naar Fort Europa. En vaak blijkt het dat hetgeen wij naar Afrika exporteren (kippevleugels met salmonella en campylobacter) helemaal niet zo goed is. In de auto-termen: het gaat niet alleen om een kaal ding, maar ook is het chassis met krantenpapier opgevuld.
Waar ik in de discussie over maatschappelijk belang van voedselproductie wat moeite mee heb is het volgende. In bepaalde gevallen wordt gezegd dat onze boeren ondersteund/afgeschermd moeten worden omdat die op een concurrentieachterstand staan. Die bescherming is dan op basis van het maatschappelijk belang. Want het kan toch niet zo zijn dat onze landbouw weggecocurreerd wordt! Logische redenering toch?
Maar in andere gevallen worden beschermingsmaatregelen van anderen afgedaan als concurrentievervalsing. Onlangs las ik een artikel van handelaren in aardappels en uien. Onze Nederlandse uien- en aardappelexport wordt geregeld gefrustreerd door allerlei handelsbeperkende maatregelen. Zelfs gebeurt het dat “van de ene op de andere dag exportheffingen worden ingesteld”. Strekking: dat moet toch niet kunnen! Eveneens een logische redenering toch? Want onze sterke concurrentiepositie moet toch beloond worden.
Allebeide redeneringen zijn plausibel - voedsel als maatschappelijke dienstverlening vs voedsel als economische activiteit. Alleen wordt het meer dan dubieus als handelsbelemmerende maatregelen worden ingesteld als dat ons goed uitkomt en als alles er aan gedaan wordt om ze af te breken als ons dat goed uitkomt. Per product wordt die afweging gemaakt. Bovendien kan per moment weer geswitched worden naar ander beleid. Van de ene op de andere dag worden er dan exportrestituties ingesteld. Zelfs worden de twee soorten beleid tegelijk toegepast. Melk wordt beschermd met hogere prijzen of met inkomenssteun voor de interne markt, maar daarnaast hebben wij natuurlijk “recht” op een deel van de wereldmarkt, want “anders vullen anderen de gaten op die wij laten vallen”.
Als dubbelzinnig beleid af en toe voorkomt is dat een incident. Als het regel is dan gaat het om asociaal beleid.
Huib, je maakt je schuldig aan gangbare interpretaties. Althans ... zo zie ik mijn opmerking niet. Er zit geen greintje nationalisme of eigen marktbescherming in.
Wat er wel in zit, is deze redenering:
- we maken productie in Nederland onmogelijk door eisen die we als burgerij stellen
- daarmee verdwijnt’ie
- krijgen we daarmee dan wel wat we willen?
Als er prima productie uit het buitenland komt en Nederland krijgt het niet voor elkaar? Meteen stoppen. Hoewel .... je moet je nog wel afvragen of je je hele voedselproductie afhankelijk wilt maken van verre handelspartners in een onzekere wereld. Maar dat is weer een andere afweging.
Ik vind dat Joost de goeie vraag stelt: hoe zou zo’n zet er concreet uit zien, omdat we in Nederland kennelijk iets willen, maar het niet zonder meer voor elkaar weten te krijgen. Zelfs Willem, een uitstekende marketeer met het hart op de goeie plek, komt er ff niet uit als ik het goed begrijp.
Is het echt zo moeilijk en moeten we dus de facto maar laten gebeuren waar het naar uitziet: de grote shake out naar alleen-maar-goedkoper laten plaatsvinden?
Maatschappelijk belang is een begrip waar in het licht van de moderne landbouw erg weinig mee kan. De beperkte eisen die we stellen aan diervriendelijkheid of milieubewuste productie zijn magere compromissen als resultaat van eindeloos gepolder met belangengroepen.
Ik heb wel vertrouwen in de burger/consument die zelfbewuste keuzes maakt. Alleen lukt dat op dit moment niet, omdat in de supermarkt 12 maanden per jaar een uniform produkt moet liggen, waarvan we amper weten uit welke streek, land of continent het afkomstig is. Asperges in mei kunnen even goed uit de Peel als uit Griekenland afkomstig zijn. Ik wil kiezen op basis van goede informatie: hoeveel voedselkilometers; gemiddelde CO2 produktie van het teeltsysteem, milieubelasting. Een bedrijf als Eosta heeft dat begrepen, deze week vond ik op een doos trostomaten niet alleen het nummer aan waarmee ik het bedrijf op hun site kan opzoeken, maar elke tros werd ontsierd door een sticker met daarop het hoofd van de teler (ik wil geen stickers op tomaten, wie weet wat er in de lijm zit, maar dit terzijde). Ook Udea (biologische groothandel) brengt de koppen van hun telers in de winkel met hun verhaal erbij. Op AGF.nl stond een foto van een Engels warenhuis, waar gegevens over km en CO2 op een sticker stonden. Het kan wel en ik heb vertrouwen in de consument.
Laat mensen kiezen en laat hen weten dat zíj de keuze kunnen maken. En als de Franse consument dan ondanks alle info toch liever goedkope Spaanse nectarines heeft dan Franse, dan moet de Franse producent daar lering uit trekken. Laat consumenten de afweging maken tussen prijs en belangen die de prijs overstijgen zoals lokale produktie/werkgelegenheid, milieumaatregelen, inspanningen op het terrein van landschap.
Ik zie hier weinig rol voor nationale overheden. Ons maatschappelijk belang botst waarschijnlijk met dat van buurlanden, Egypte of Mali; het Franse maatschappelijk belang met dat van Spanje. Europees zijn we het waarschijnlijk niet voor 2050 eens.
Het punt dat ik wil maken is dat je moet bepalen of je wilt dat er lokale landbouw blijft of niet.
Dat is een keuze voor voedselveiligheid en het behoud van kennis van het produceren van voedsel.
En in hoeverre wil je dan kunnen voorzien in je eigen voedselvoorziening?
Om dat te realiseren moet je dat gaan vastleggen in wetten. Dat zou mijn suggestie zijn aan Joost, probeer het wettelijk vast te stellen. Dat kan op volume en op kwaliteit.
Jopie, je interpreteert maatschappelijke dienst niet op de manier zoals ik er naar kijk.
Even een vergelijk met biologisch.
De overheid heeft biologisch in de beginfase en ook nu nog fiks ondersteund.
Op twee manieren:
- door boeren een eenmalige omschakelingssubsidie te geven
- door ondersteuning van de campagne: Da’s logisch biologisch
Daarnaast is er om biologisch van de grond te krijgen in het vlees een convenant gesloten tussen partijen: AH, boeren, etc. Er is een ketenregisseur aangesteld.
Dat alles heeft ertoe geleid dat biologisch een permanente plek in de supermarkt heeft verworven. Op alleen eigen kracht was dit nooit zo gelukt.
Overigens AH heeft behoorlijk zijn nek uitgestoken. Dat heeft ze veel geld gekost. Ze stonden namelijk garant voor een bepaalde afname en die ruimte in de markt was er niet. Daar heeft AH van geleerd; zo zouden ze het nooit meer doen, hoorde ik....
Ook nu moeten we weer een behoorlijke hobbel nemen. En komen niet uit de kip-ei discussie dus....
Met biologisch heeft de overheid door haar inzet de ontwikkeling gefaciliteerd. De maatschappij, de burger vond het belangrijk dat er biologisch in het schap kwam. Op eigen kracht lukte dat niet of maar heel, heel langzaam. Biologische productie is als het ware een maatschappelijke dienst die de overheid heeft gestimuleerd. Met als doel om uiteindelijk op eigen kracht verder te kunnen en de kost uit de markt te verdienen.
Zo kijk ik ook naar vlees met een plus. Het segment tussen biologisch en basis.
Al deze reacties lezende kom ik nog een keer met mijn idee om landbouwproductie continentaal te regelen. Productie afstemmen op consumptie, in ruime zin, geen gesleep en dumping van producten en geen oneerlijke concurrentie. Je behoudt het platteland en zorgt zo voor de leefbaarheid aldaar. De drang naar groot, groter, groots wordt beperkt en er blijft meer ruimte voor diversiteiten i.pl.v. megabedrijven. Welke beren zien jullie op deze weg???
De WTO beer. Die zal niet toestaan dat er op welke manier dan ook handelsbelemmerend zal worden opgetreden. En ons verhaal over voedselveiligheid is op zijn minst enigszins kortzichtig. Nederlandse boeren en tuinders hebben decennia lang hoge opbrengsten gehaald die geëxporteerd werden. Daarmee werden lokale producenten in andere landen weggedrukt. Nu men daar dat truukje herhaalt, is de wereld opeens te klein en komt onze voedselveiligheid in gevaar.
Als de helft van de kasbedrijven in Nederland stopt hebben we waarschijnlijk nog steeds ruim genoeg tomaat, paprika en komkommer. De bulk van ons basisvoedsel (harde tarwe voor brood en pasta en rijst) komt uit het buitenland en dat is tot nu toe nooit een probleem geweest. Voor koffie en cacao zijn we al eeuwen afhankelijk van “verre handelspartners in een onzekere wereld”. De druiven en meloenen zijn grotendeels uit het Westland verdwenen en er is nooit gebrek opgetreden.
Ik begrijp ieders zorgen, maar ik mis argumenten.
Precies Jopie, vrijhandel zal het verbieden. Niet voor niets zit Campina-Friesland om die reden nu met het Deense Arla in zijn ‘eigen’ Nederlandse achtertuin.
Dat is precies de makke in het stuk van Osinga dat ik hierboven linkte. Boeren maken een uitwisselbaar product. Zelfs als er maar een paar duizend in de wereld overblijven, zal liberalisatie hen dwingen hun kostprijzen nog verder in te dikken en leiden tot een strategie die gericht is op omloopsnelheid. Net als die van de grote voedingsmiddelenconcerns (die hun product in 1 fabriek in de wereld maken) en de supers. Weinig verdienen op tientallen miljoenen levert geld op, als je het aantal handen waarover dat verdeeld moet worden maar beperkt.
Liberalisatie en gratuite, dwz alleen maar luimakende, subsidiëring zonder nadrukkelijke vorm van een prestatiecontact met producenten, verwerkers en verkopers zijn dus ook een ‘no-go’ in dit voorstel.
Goede reactie van Jopie. Mijn mening is dat boeren wereldwijd vooral collega’s zijn (maar uiteraard ook concurrenten). Om Europa maar af te sluiten van de rest zoals in de goede oude tijd van Mansholt is een gepasseerd station. Daar zitten nadelen aan, maar ik vindt het een zegen voor de mensheid. We zitten op één grote boot en zullen met zijn allen moeten blijven drijven - of niet.
“De WTO beer. Die zal niet toestaan dat er op welke manier dan ook handelsbelemmerend zal worden opgetreden.” Ik ben altijd kritisch geweest op de WTO en op IMF en Wereldbank. Daar begin ik wat genuanceerder naar te kijken. In die zin dat er daar begrip komt voor zaken die wij belangrijk vinden: voedselveiligheid en -zekerheid, milieubeleid en dierenwelzijn. Dat biedt uitzicht op aanvaardbare onderhandelingsresultaten. Als ik mijn wensenlijstje dienaangaande mag uiten:
1.Landen mogen - in de huidige voorstellen - hun landbouw beschermen als die kwetsbaar is. Dat wil ik nog wat verder opvoeren, voor de ontwikkelingslanden met name.
2.Landen mogen hun landbouw beschermen middels tarieven ter compensatie van strenge eisen aan milieu, dierenwelzijn, etc. Hierdoor is er geen rem op dit soort maatregelen, maar een stimulans (Het argument dat we niet te veel voor de muziek uit moeten lopen vervalt daarmee grotendeels).
3. Protectionisme dat ten koste gaat van anderen moet uitgebannen worden (dit is al min of meer in de huidige voorstellen). Exportsubsidies kan de landbouwsector missen als kiespijn. Een totaal verbod hierop met strenge sancties is mijn voorstel. Inkomenssteun valt hier ook onder: dit is door 2. niet meer noodzakelijk.
4. Marktregeluerende maatregelen mogen alleen zodanig dat ze geen overlast hebben voor anderen. Subsidies voor braaklegging, natuurontwikkeling, bio-based econmie (incl biobrandstoffen) zijn uitdrukkelijk wel toegestaan. Die maken de markt gezond voor boeren van het betrokken land zowel als voor alle andere betropkken boeren (met name de arme).
Ik heb een idee!
Ik ga uit van drie niveaus van productie:
1. Basis: volgens de wettelijke normen geproduceerd
2. Vlees met een plus: onderscheidend op vb. welzijn, milieu en smaak
3. Biologisch: spreekt voor zich
Joost vraagt wat we nodig hebben.
Er is al een convenant tussensegment, maar dat is niet genoeg. Er moet een prestatiecontract worden afgesproken tussen een groep varkenshouders, een retailer, een vleesverwerker en een groep burgers. In dat prestatiecontract levert iedereen een gelijkwaardige resultaatsinspanning. Het doel is om te komen tot meer keuze voor vlees in de supers. In dit geval vlees met een plus: één ster van de Dierenbescherming voor welzijn met een lekkere smaak middels een transparante productie. In dat prestatiecontract wordt vastgelegd wat ieders rol is: de varkenshouders die het gewenste varken leveren, de verwerkers die het vlees herkenbaar verpakken en tegemoet komen aan de wensen van de supers, de supers die een bepaald volume afnemen tegen een meerprijs en de burgers die uiteindelijk dit product willen kopen. De supers moeten het vlees met een plus extra aandacht willen geven en in marketing ondersteunen.
Wat is de rol van de overheid?
De overheid faciliteert en jaagt aan mede namens de burgers. De overheid zorgt mee voor een ketenregisseur die de partijen bijeen brengt. Middels de regelingen die er zijn zoals investeren in duurzame stallen wordt de boer ondersteund. Of een regeling om bestaande stallen aan te passen. Deze regeling is er in de beginfase om de beweging op gang te brengen. De overheid kan ook meehelpen om te communiceren over het nieuwe vlees met een plus. Op deze manier kunnen we een stap maken. Komen we uit de vicieuze cirkel en maken we samen een stap voorwaarts.
De boeren zijn er. Een aantal burgers wil dit kopen. Nu de supers nog?
Het uiteindelijke doel is om een marktgericht nieuw concept in de supers te krijgen, die zonder subsidie zelf zorgt voor meerwaarde voor boer, burger èn super!
Misschien is het goed om dit idee aan burgers voor te leggen, een soort referendum of enquête. Uiteindelijk moet het uitmonden in een prestatiecontract tussen de verschillende schakels.
Even zien of het helemaal scherp is. Ik zie de volgende elementen:
- een prestatiecontract
- in essentie tussen enerzijds de burger en anderzijds boer, verwerker (= slager?) en super
- overheid is geen subsidie-gever, maar regisseur in opdracht van burger
Hoe wordt de prestatie geregeld? Het betekent immers dat er iets moet zwaaien.
Toen we er in de loop der weken over spraken ging het mogelijk over een financiering (itt een subsidie): een ondersteuning die nodig is om 1) de dieren naar het genoegen van het dier en de consument te houden, vervoeren en slachten (vastgesteld moet nog worden wat dat exact is), 2) het vlees lekkerder te laten smaken en betere vleeswaren te maken (dat laatste is met zekerheid te realiseren door een zorgvuldiger behandeling, die is duurder maar duidelijk lekkerder) en 3) de super bereidwillig te maken om het zgn. ‘presence’ te geven in zijn schappen (zoals de ontwikkeling van biologisch in 2008/9 laat zien is dat een voorwaarde voor verkoop en werkt het, zelfs tegen de crisis in).
Lukt het, dan moeten de partijen die financiering terugbetalen. Dan functioneert het als voorfinanciering en vloeit het terug in de staatskas. Mislukt het dan is het geld weg.
Je brengt het referendum ter sprake. Zou het een idee kunnen zijn om Nederlandse burgers een som te laten voteren voor dit experiment? Als het lukt krijgen zij die som terug. Misschien moet het dan ook regionaal. Het zou er dan als volgt uit kunnen zien:
- definieer pilots en hun omvang (wees wijs en zorg voor een omkeerbare schaal, zodat het risico niet te groot wordt)
- bepaal de daarvoor benodigde investering (incl. die van - liefst slimme - promotie)
- laat de burgers daarvoor kiezen en de som opbrengen in de vorm van een extra heffing: zij de helft, de algemene staatskas de andere (of een andere verdeling, cq. een waarin de super meedoet)
- lukt het, dan betalen de aanbieders de gedane investering terug aan de burger. cq. overheid
- lukt het niet, dan moeten de betrokkenen rustig kunnen afbouwen en hun toekomst kiezen (= onderdeel van de financieringskosten)
De burger zit nu zelf mee aan het roer en voelt zijn verantwoordelijkheid als consument. Hij kan ook kiezen voor ander vlees, maar dient mee te investeren in het dier dat we in Nederland willen. Zo wordt het tastbaarder en krijgt de burger een eigen rol, en wordt de overheid waarvoor zij dient: een dienaar van de democratische burgerij.
De vraag die nog rest is: kan dit fiscaal-juridisch?
Mijn gevoel: dit is maatschappelijke innovatie binnen een betrokken maatschappij die zelf besluit over de aanwending van maatschappelijke gelden en daar zelf mede controle ophoudt. Het heikele thema dierenrechten in ons land is belangrijk genoeg om de burger zo indringend te betrekken.
Goed plan, Annechien.
Positief punt dat mij opvalt: LTO is bezig om waarlijk vooruitstrevend beleid te formuleren. (Zie ook plan Haanstra/Kloos).
Dick, ik denk dat we het meeste belang erbij hebben dat de partijen bijelkaar worden gebracht. Door bijvoorbeeld de ketenregisseur. Die ketenregisseur regisseert dat het prestatiecontract met elkaar wordt afgesproken. De verantwoordelijkheden worden vastgelegd. Dat is al lastig genoeg. Doordat er een regeling is voor duurzame stallen en misschien nog een regeling voor de aanpassing van stallen wordt de extra investering van de boer vergoed. Dat is eenmalig. De extra kosten voor de houderij kunnen best wel uit de markt komen. Op deze manier is het risico te overzien.Ben het met je eens dat er geen onomkeerbare investeringen gedaan moeten worden, maar dat hoeft ook niet.
Het motto is voor alle partijen: “Waar een wil is, is een weg” Dat geldt vooral voor vlees met een plus.
Dus ik denk dat de belangrijkste uitdaging is om het prestatiecontract te maken en daarbij dus de juiste spelers te vinden. Als dat er is, komt het van de grond.
Het rondpompen van geld maakt het denk ik nodeloos moeilijk en ingewikkeld. Dan zit je zo in de heffingensfeer en dat maakt me niet blij.
De afspraken met het prestatiecontract doen er toe, daar kan ik verder mee.
En natuurlijk met de uitslag van een referendum of enquete dat dit een goed plan is.
Fiscaal zijn de stimuleringsregelingen van de overheid geen probleem. Het gaat om bovenwettelijke maatregelen en die mogen ondersteund worden van Brussel.
Juridisch is het ook geen probleem. Qua mededinging moet het ook kunnnen. De nationale mededingingswet geeft mogelijkheden tot samenwerking binnen het landbouwbeleid mits er geen al te grote marktdominantie ontstaat. (Van marktdominantie is echt helemaal nog geen sprake) (Was het maar zo....)
Dick, is dat niet een vergelijkbare aanpak als het Label Rouge in Frankrijk?
Rene, Label Rouge beschermt inhoudelijke kwaliteit tegen neppers die er als het ware met de inhoud vandoor willen gaan. Ik kan je even niet helemaal volgen.
Ik kan me wel voorstellen dat Annechien’s driedeling leidt tot een Label Rouge-achtige indeling die juist ook gaat over smaakkwaliteiten ipv alleen maar de diervriendelijkheid van vlees (die we soms graag even vergeten als we net iets duurs hebben gekocht). Dat maakt het voor de consument des te aantrekkelijker.
Als je dat er ook nog bijpakt, beginnen we hier warempel te komen tot een visie op het levensvatbaar ‘ontbulken’ van vlees in Nederland.
Beste mensen, jullie comments lezende kom ik tot de conclusie dat er voor een kleine markt geproduceerd gaat worden. Ik adviseer om op google de volgende trefwoorden in te typen: Albert Hein biologische varkens contract. Ik vrees dat we bij deze kleinschalige operatie tegen hetzelfde probleem aanlopen. Wat betreft de smaak van het vlees, iedere ambachtelijke slager weet dat je een geslacht dier moet laten “besterven”. Een varken minimaal een week en een koe twee weken. Dit maakt al een groot verschil. Het verwerkingsproces gaat nu veel te snel, maar dat zal wel weer iets met euro’s te maken hebben.
Annechien, hoe wil jij er door prikkels voor zorgen dat de contractpartijen hun stinkende best gaan doen?
Kun je het eens aangeven voor ieder van de partijen:
- boer
- slager/vleeswarenmaker
- super
- consument
Mijn associatie met Label Rouge was niet zozeer de indeling in gradaties van diervriendelijkheid, maar inderdaad vooralhet daarmee samenhangende kwaliteitsysteem en de rol van de overheid die als facilitator en aanjager zo´n systeem mee opzet. In onze lijntjes over ambachtelijkheid en streekproductenlabels werd ook vaak de vraag gesteld wat de rol van de overheid zou moeten zijn. Volgens mij is die hier door Annechien goed verwoord (om 20.14 uur). En laten we wel wezen, diervriendelijkheid alleen verkoopt natuurlijk niet, het moet dan ook wel een veel beter product zijn.
Helder Rene. Met deze aantekening, Label Rouge is ontstaan vanuit de boeren en hun verwerkers. De overheid beschermt het en garandeert de consument dat het is wat het is. Die rol is inderdaad belangrijk.
Om het concreet te maken:
- De boer levert het product wat samen wordt overeengekomen. En houdt zijn dieren zoals overeengekomen is.
- De verwerker/slager zorgt voor een goede verwerking zodat er een kwaliteitsproduct in het schap komt.
- De super zorgt voor marketing van vlees met een plus.
- De burger koopt het vlees met een plus.
Waarom zouden de partijen dit doen?
Zorgen voor een meerwaarde voor al die contractpartijen. Zorg voor het dier, plezier in het werk, doet iets extra’s. Super sluit aan bij wat de burger/consument wil. Een ruim assortiment wat aansluit bij de vraag van de markt. Het moet voor alle schakels in de keten een meerwaarde geven. Ook dat moet in het prestatiecontract worden vastgelegd.
Paul, je mist het punt: de mislukte karbonaadjes van AH destijds legden het hele probleem bij AH. Nou is dat toevallig de meest rendabele super, dus hij kan wat hebben. Niettemin, hij doet het niet weer zo. Dit voorstel motiveert nou juist door de promotie, ontwikkeling en het op het schap nemen te ondersteunen en het risico met openbare middelen te financieren. Werkt het, dan mag er ook wat terugkomen, cq. zou er een afbouwregeling moeten zijn.
De consument is natuurlijk de crux: als we nou ‘ns beginnen met nadrukkelijk lekkerdere vleeswaar (daar kan het hele varken in, zodat het sowieso al een betere verwaarding oplevert van al die bruto kilo’s die het in vers vlees niet altijd best doen) met een prijsplus van max. 20%. Pakt de consument die niet, dan verstiert hij de boel zelf. Maar waarom zou’ie? Eindelijk weer lekkere vleeswaar.
Uiteraard met proefpromoties in de supers en slimme virals om de consument er tegen lage kosten mee bekend te maken. Dat vindt ook de super fijn, want dan kost het weinig promotie en dat geld kan allemaal naar het dier en de kwaliteit van zijn verwerking..
Goed idee Annechien. De pilot financiering lijkt me geen probleem. Dick heeft er al leuke ideeen voor (met name consument participatie vind ik sympathiek). Wel ben ik benieuwd hoe de structuur er volgens jou op lange termijn uit gaat zien.
Persoonlijk vind ik dat de overheid buiten moet blijven. Laten we die lekker klein houden (maken). Volgens mij zijn de partijen die mee moeten doen: boer, verwerker, verkoper en de (potentiele) vlees met een plus consument. Omdat die laatste (nog) geen groep is communiceert het lastig. Je zou als alternatief partijen als de Dierenbescherming en Natuurmonumenten kunnen vragen om mee te doen in de opstartfase. Als het gaat lopen krijg je de kans om een community op te bouwen en zou je daar mee kunnen communiceren. Verder moet je een onafhankelijke partij vragen of creeren om de prestaties van de verschillende partijen te toetsen aan de gemaakte afspraken. Blijft over (liefst zo klein mogelijk) een partij (de Orgie) die het geheel organiseert. Deze Orgie bepaalt niets maar faciliteert en voert uit. Het zou een stichting kunnen zijn of een commerciele partij. Het zou mooi zijn als de hele keten kostentransparant zou zijn.
Ik heb een vraag. LTO (en zeker ZLTO) is een van de rijkste clubs van Nederland o.a. door het eigendom van VION (zie slide 24 ) en allerlei vastgoed. Financiering vanuit de eigen organisatie lijkt me dan ook niet meer dan logisch. Aankloppen bij LNV niet gepast.
Ik ben het dan ook met Wout eens dat veel meer zelf moeten doen en minder naar onze overheid zouden moeten kijken. Dat een paar ambtenaren vanuit LNV wat tijd reserveren kan natuurlijk altijd. Dus samengevat : het idee is er, de middelen zijn er, wat blijft wellicht over? krachtig leiderschap. Mijn suggestie: zoek deze leider en ga het doen!
@Wouter de Heij, het klopt dat ZLTO zeer vermogend is. LTO, de koepel van de gewestelijke landbouworganisaties ZLTO, LLTB en LTO Noord, is dat echter niet. Vanuit LTO-Noord zijn voorstellen gedaan voor een fusie. Dat die er nog niet is hangt o.m. op de zeggenschap over die ‘buit’.
Ik vind het voorstel van Ten Have erg verfrissend! Maar zou haar willen aanmoedigen om op het pad dat Wout Kranenburg en Wouter de Heij suggereren door te denken. Reken niet op Vion, ZLTO of de overheid, maar bepaal hoeveel geld er nodig is om met varkens als concrete case eten weer belangrijk en lekker te maken. Nu doneren burgers geld aan Slow Food, Wakker Dier, Varkens in Nood etc. Die hebben hun functie en praten over beter eten en een plezieriger dierenleven. Waarom zouden ze niet investeren in een organisatie die het doet? Waarom zouden er geen bedrijven zijn die daarin mee willen investeren? Maak een pot van risicodragend kapitaal zoals Dick Veerman voorstelt, want de retailer zal inderdaad niet investeren. Maar waarom zou hij dat niet ook weer in die pot? Zeker als er op een goeie manier enthousiasme omheen wordt gecreëerd en iedereen meeprofiteert van het lukken. Zou wordt eten boven de wettelijke normen daadwerkelijk een maatschappelijke zaak en maak je een basis voor een heel concreet prestatiecontract.
Als ik er zo verder over fantaseer, wordt het voorstel alleen maar verfrissender. Uiteraard mogen van mij ook overheid en ZLTO doneren aan dit financieringsfonds voor beter eten. Maar hou het in eigen beheer. De rol van de overheid ligt in het openlijk ondersteunen van de gedachte.
Wat een mooie lijn!! De wederkerigheid tussen producent en consument verterken dat spreekt me erg aan. De consument geeft aan wat hij echt wil, en laat dat zien door ‘aandelen’te nemen in de productie. De boer produceert het langs die lijn, en is bereid om de consument daar ook inzage, inspraak en aandelen in te laten houden. Op die manier wordt voedselproductie een gedeelde verantwoordelijkheid!! Een echte maatschappelijke dienst.
Waar ik benieuwd naar ben is de rol van virtuele netwerken, internet, en communities als deze om deze ideeen echt om te zetten in initiatief. Als je via internet de link al kunt leggen, zijn er een hoop minder partners nodig in het prestatiecontract; de keten wordt sterk verkort en tussenschakels worden dienstverleners.
Kortom.... kan internet helpen om het prestatiecontract behapbaar te houden?
Als inspirerend voorbeeld moet ik hierbij steeds denken aan legofactory. Door consumenten hun eigen legobouwwerk te laten ontwerpen, is Lego (qua gevoel)mede van de consument geworden en is hun innovatie en productenpakket verveelvoudigd.
Het voorstel ontmoet enthousiasme. Ik blijf met maar 1 vraag zitten: hoe krijg je nou, zeg, 20-25% van de varkensvleesomzet in het betere segment dat Annechien voor ogen heeft?
Daar is maar 1 antwoord op:
1. als het product ook echt beter smaakt
2. als - zoals een marketeer het zou zeggen - het verhaal eronder klopt (de diervriendelijkheid moet overduidelijk grote voordelen te zien geven)
Als je dat weet te realiseren voor een nette prijs, dan moet er toch een markt van die omvang kunnen ontstaan. Daar moet een business plan voor gemaakt worden.
Nu naar een concretisering van die punten:
- in vleeswaar is gemakkelijk te scoren omdat de kwaliteit van de Nederlandse charcuterie is ondergemiddeld tot laag. AH heeft inmiddels een wat beter smakende doodgewone cervelaat in het assortiment. Waarom daar geen herkenbare serie van gemaakt?
- er is veel discussie over de ruimte voor het dier, er is echter nauwelijks discussie over OPLOSSINGEN voor het vervoersprobleem en de stress van de dieren voordat ze in het slachthuis aankomen. Varkens in Nood wijst bij herhaling - volkomen terecht - op het feit dat vervoer een veel belangrijker dierwelzijnsissue zou moeten zijn. Afgelopen week vertelde mij biologische kalvermester Bart Boon van Ecofields in Wekerom dat hij in de VS een mobiele slachtinstallatie heeft gezien die op enige schaal aan huis kan slachten; Boon zou er graag zelf mee werken (hij heeft zelfs een complete uitsnijderij aan de boerderij). Daarmee kan met zekerheid een grote dierwelzijnswinst worden behaald. Over de houderij-vorm en ruimte per dier bestaat onder ethologen consensus. Die bestaat niet zozeer uit een ruimtenorm per dier maar uit eisen aan de vrijheid waarmee het dier zich kan gedragen zoals het dat van nature wil in een huiselijke context (in tegenstelling tot een wilde).
Liggen daar niet 1) de markt (ja, ik wil die producten kopen en wellicht wel meedoen in het fonds dat Wim Janssen voorstelt als dat moet helpen om ze weer in het schap te krijgen) en 2) de basiselementen voor een kloppend verhaal.
En voorts. Nederlanders zijn handelaren. Wij differentiëren graag met labels en namen, zonder het onderliggende product op hetzelfde niveau als de gewekte verwachting te brengen. ‘Neppen’ noemt foodlog.nl dat doorgaans. Het zou zeer zeker goed zijn om voor deze producten de inhoudelijke bescherming af te geven en die wettelijk te beschermen. René de Bruin trekt de vergelijking met Label Rouge die zeker op zijn plaats is. Daarmee kan dus ook een herkenbaar kwaliteitslabel voor de consument worden vormgegeven. Neppers die er even gauw van willen profiteren wordt de pas afgesnijden.
Willem, jij hebt verstand van de marketing van eten waar niet aan genept is. Valt met deze elementen te werken?
Opmerking nog over de ruimtenorm. Eén vierkante meter per varken, per mens of per 10 kippen is heel anders als 50 vierkante meter per 50 varkens, mensen, etc.
Zou het een idee zijn om al deze ideeën te combineren met de Boerensuper die hier eerder ter sprake kwam. Dus: als we nu eens ‘gewoon’ dat idee in eerste instantie als gedachtenexperiment verder uitwerken, (wat mij betreft tot in details als vestigingsplaats) en daarna.....
Bedenk één ding bij eten: wij (consumenten) willen het niet weten.
Chris Dutilh van Unilever zegt het altijd erg mooi: de overheid geeft een license to produce, de burger een license to operate en een consument een license to sell.
De discussie die hier plaatsvindt en waar de donaties voor wakker dier e.d. vandaan komen zijn van burgers en gesteund door overheid. De consument, tja die vertoont een ander gedrag.
Op het moment dat je met dit idee een brede groep van 20-25% van de bevolking tot gedrag wilt bewegen. Dan ben je echt flink onderweg. Vanuit angst kan je dat misschien snel realiseren, maar dat wil je niet.
Met grote partijen zou je hun huidige aanbod kunnen aanpassen. Dan praat je met Zwanenberg, Unilever of VION. Als je een ketenproject opzet, waarbij de partijen zoals Annechien vermeld bij elkaar zet, kan je snel deze stap zetten. Is het dan een aanbodgeregisseerde situatie of komt het vanuit een consumentenvraag?
Op consumentenniveau moet het de A-standaard worden om dat aandeel te gaan bereiken. Dat vergt veel tijd, aandacht en ontwikkeling.
Misschien iets voor Marqt, Landmarkt, out of home/horeca: écht lekker vlees.
Of met McDonalds een soort varkenspatty.
Dick, zoals ik al zei: je moet met een paar mensen rond de tafel gaan zitten om te kijken of je hier iets baanbrekends voor kan ontwikkelen. Alle elementen er in stoppen is stap één. Uiteindelijk moet het totaalplaatje aanslaan. Daarvoor heb je een bevlogen vleesondernemer nodig.
Of om met Willem&Drees;te spreken: wij leveren duurzaam geteelde producten met minder voedselkilometers en een eerlijke prijs voor de boer voor een onderscheidend product dat bijdraagt aan de diversiteit van gewassen in Nederland (=license to operate). De consument vindt eten dat uit de buurt komt vooral lekker vers!
Dus Willem&Drees;is voor consumenten: groenten en fruit uit de buurt, lekker vers van ‘t seizoen (license to sell). Broccoli in plastic verkoopt beter dan onverpakt.
Precies: “één vierkante meter per varken, per mens of per 10 kippen is heel anders als 50 vierkante meter per 50 varkens”
Nou naar Willem: mensen willen helemaal niet dat de ham en worst van een varken komen.
Dus: dat alleen maar ‘toevallig’ goed regelen? Of juist de schouderklop van Varkens in Nood en Wakker Dier organiseren?
En voorts: zorgen voor geweldige vleeswaar die iedereen overtuigt omdat het lekkerder is.
Slotvraag: staat dus de facto iedere vorm van diervriendelijkheid (die altijd met doden te maken heeft) de licence to sell in de weg?
Annechien, bedankt voor je bijdrage aan deze discussie.
Op dit eigenste moment een item op de Vlaamse Radio 1: Geef je kind geen ham of salami op zijn brood.
“Het Wereld Kanker Onderzoek Fonds zegt dat je je kinderen beter geen boterhammen met ham of salami geeft of meegeeft. ‘Bewerkt vlees’ verhoogt immers de kans op darmkanker.”
Waar past dit binnen de discussie rond vlees als een maatschappelijke dienst?
Wie speelt de scherprechter?
Steven, voedsel, niet alleen vlees, is het eigenlijke topic. Overigens bestaat er onder voedingskundigen een bepaald niet smal gedragen gedachte:
- mensen hebben het type eiwitsamenstelling zoals die in vlees voorkomt nodig
- ze kunnen zonder vlees, maar dan moeten ze een uitgekiend menu nemen dat een hoge mate van discipline vergt
- met high tech zijn voedingsmiddelen te maken die in de vorige hobbel voorzien
- (het gedachtenstreepje van degenen onder hen die voelsprieten hebben voor ‘l’air du temps’:) streepje 3 verhoudt zich lastig tot wat Tim Lang noemt het “Ecologisch Geintegreerde Paradigma” dat een sterkte aanhang heeft onder bewuste en actieve burgers
Overigens: de kankeronderzoekers maken een oneigenlijke gezondheidsclaim als zij impliceren dat je van salami kanker krijgt. Mogelijk krijg je het van teveel salami. En van welke eigenlijk? Mag salami wel meetellen als vlees? Niemand echter die daartegen protesteert, cq. om de nuance vraagt. Ze zijn kankeronderzoekers. Helaas gedragen ze zich als activist.
Van een van onze correspondenten op het gebied van nuance en marktcijfers kreeg ik meteen na deze reactie de volgende teksten uit het AD door. Daaruit blijkt dat de kankeronderzoekers zelfs in hun korte communicatie naar het publiek meer nuance betrachten dan Peters en Pichal:
Het Britse Kankerfonds vindt dat we onze kinderen slechte eetgewoonten aanleren.
Miljoenen kinderen krijgen elke dag een boterham met ham of salami. “Niet doen”, waarschuwt het Britse Kankerfonds, dat vindt dat we onze kinderen op die manier slechte eetgewoontes aanleren. “Als iedereen minder dan 70 gram bewerkt vlees per week eet, kunnen heel wat darmkankers voorkomen worden.” De Britse wetenschappers schatten dat er in hun land op die manier 3.700 minder darmkankergevallen zouden zijn.
Volgens het Kankerfonds moeten mensen bewuster worden over dit probleem. Recent onderzoek bewijst dat twee derde van de Britten niet weet dat het eten van bewerkt vlees tot maag-, long-, prostaat- of slokdarmkanker kan leiden. De waarschuwing geldt voor vlees waarin zout of additieven zijn verwerkt. Gezondere alternatieven zijn vis, vetarme kaas of kleine hoeveelheden onbewerkt mager vlees als kip.
Bewerkt vlees verwijst naar vleesproducten die zijn:
* gerookt, zoals gerookte ham
* gezouten, zoals worst en salami
* geconserveerd op een andere manier door toevoeging van conserveringsmiddelen, zoals veel vleeswaren
Hamburgers en gehakt zijn alleen bewerkt als er zout of conserveringsmiddelen aan zijn toegevoegd.
Zo hebben we meteen ook weer een discussie over conserveringsmiddelen en vers. Dat opent meteen perspectieven om vers vlees - dat naar verhouding een fractie opbrengt van vleeswaren - anders te positioneren.
Dick, ik begrijp best wel dat het thema voedsel is.
Ik wil hier verder helemaal geen thema maken van vlees-eten of niet. Maar wil aangeven dat er krachten zijn die er wel een thema van maken. Met de klemtonen/nuances die zelf best vinden passen in hun wereldbeeld. Vandaar de vraag: hoe wil je uit dit soort debat komen op basis van ethische of sociale argumenten?
‘De prijs is onredelijk’ : over de verwaarding van duurzaamheid in de biologische zuivelsector. Een document van de WUR. Erg lezenswaardig document.
Ik blijf met de vraagzitten: waar begint de maatschappelijke dienst en waar houdt die op? Levert Danone bijv. een maatschappelijke dienst met dure, hoog-industriële producten? Waarbij de melkproducent weinig van de uiteindelijke verkoopprijs terugziet. Aan wie wordt dan de maatschappelijke dienst verleend?
Danone zijn geen boeren? Okee, hoe krijgen bijv. de melkveehouders dan een serieuzer (gegarandeerd?) stuk van de gemaakte winsten? Of zijn ze veroordeeld tot het alternatief het allemaal _zelf_ te moeten gaan doen?
Danone levert al bij al een flinke dienst aan de melkveehouders, want zet met succes hun productie af bij de eindconsument. Is veel zuivel consumeren echter gezond?
Een ander iets. ‘Think global, eat local’. Dat zei de nieuwe voorzitter van de Boerenbond bij ons in de ‘Boer&Tuinder;’ van april dit voorjaar. Hij hekelt de bereide maaltijden waarin goedkope import verwerkt wordt. Het moet vers van bij ons zijn.
Diezelfde Boerenbond is wel tegen aanbodbeheersing, want daar liggen… exportmogelijkheden. ‘Vers vlees van bij ons’, zegt hij ook, de voorzitter. Het overzees veevoer verzwijgt hij. Opnieuw: waar begint en waar eindigt het maatschappelijk belang? _Wiens_ maatschappelijk belang?
Wat ik aan de bijdrages van Huib op Foodlog erg waardeer is dat hij de globale/mondiale context regelmatig mee in het debat trekt. Ik mis dat bij de ‘belangenorganisaties’. En de politieke klasse. Vaak vallen elkaars belangen naadloos samen.
Ik blijf toch effe bij vlees. En de Boerenbond. Momenteel loopt er een Ronde Tafel voor Verantwoorde Soja. Een door de Nederlandse overheid zwaar gesponsorde klucht. Van de veevoedersector over Shell over Monsanto tot de overheid, en door deze laatste zwaar gesponsorde NGO’s.
Solidaridad (o.a. gekend van het Max Havelaar-initiatief) kreeg enkele jaren terug een cheque van 20 miljoen euro van de Nederlandse overheid. Solidaridad moet haar oefening van het ‘succesrijke’ (3% marktaandeel in Holland) nichekoffielabel hiervoor overdoen, maar ditmaal moet het uitdraaien op een ‘mainstreamverantoordesojalabel’. Ook WWF helpt mee.
Shell, BP, Monsanto, de overheid en tal van ‘koploper’boeren zien het graag zo. De soja- en dus vleesstroom moet blijven aanzwellen. Verantwoord? Geen woord over koeien weer te laten grazen op glas- en klavervelden. De koe moet mordicus meer vlees en/of melk geven. Maatschappelijk belang?
Wetgeving en regelgeving. Ben ik voor. Maar wie schetst het kader en mag uiteindelijk scherprechter spelen? De bal wordt telkens in de richting van de consument gekaatst. En die kaatst de bal terug. De overheid kijkt toe en amuseert zich kostelijk bij dit schouwspel.
Vragen aan iedereen:
1. is een scherprechter de oplossing?
2. waarom krijgt de verkoper geen license to sell in de zin van Dutilh voor dat betere product?
3. (herhaling:) op welke incentives is geen ingrijpen nodig (alleen een zet) om de consument autonoom om niet alleen efficienter, maar ook kwalitatiever (zowel ethisch als beter dan gemiddeld) geproduceerd voedsel te vragen en dus te krijgen?
Over scherprechterij schreef ik per ongeluk vanmorgen een scherp filosofisch stukje. Het vraagt helaas wat vakinhoudelijke kennis. Scherpe geesten komen er wel doorheen: het is maar wijsbegeerte en vraagt geen praktijkervaring of technisch chemische kennis.
Eens overigens met Steven’s laatste zin. In varkensland moet in Nederland de sector op 30 november met een voorstel komen, compleet met afspraken met supermarkten. In de huidige marktverhoudingen en de openheid van Europese alternatieve leveranciers is dat vrijwel uitgesloten omdat de discussie een inbreuk nodig heeft: we moeten iets willen. Dat vergt een gezamenlijke intentionele ingreep. Het ziet ernaar uit dat de economie beslist omdat de overheid vraagt dat de markt zijn werk doet.
Ethisch mag de vraag gesteld worden of de overheid niet de plicht heeft na te denken over een mogelijke rol als facilitator om niet alleen het economische zijn werk te laten doen maar ook het intentionele een kans te geven.
“Niet de consument, maar de supermarkt is de beslissende factor in het openbreken van de markt,” staat in het document van de WUR, dat ik hierboven vermeldde. Dat is in mijn ervaring correct gesteld. Ik probeer het (geïnspireerd op Willem en Drees) momenteel met succes uit door de lokale supermarktuitbater aan te spreken. Vergt echt maar vijf minuten moed.
Mss enkele antwoorden op jouw vragen, Dick, in het document van de WUR.
Vraag 1: de supermarkt speelt voor scherprechter.
Vraag 2: kweenie
Vraag 3: de consument dient buiten spel gezet te worden; Niks mis met deze redenering. De consument is niet geïnteresseerd ín, maar daarom niet tégen beter eten. De prijs. Ach, de prijs. Honger doet eten.
Verder licht ik dit uit het document:
Leerpunten Vecozuivel nav het niet slagen van het project Boerenfairmelk:
- Begin bescheiden in de markt, bouw het verhaal langzaam op.
- Profileer het concept vanuit een duidelijk onderscheiden regio.
- Verstrek goede en betrouwbare informatie aan de consument.
- Probeer producenten, verwerkers en handel onder één noemer te krijgen.
- Profileer het concept in het begin met een sticker op het pak en geef de
consument dan de keuze tussen pakken met en zonder stickers.
- Zoek specifieke afzetkanalen, zoals natuurvoedingswinkels of regionale
supermarkten.
- Communiceer de bijdrage van het product aan het behoud van natuur en
landschap in de regio.
- Onderzoek betalingsbereidheid bij consumenten om meerprijs te bepalen.
Succes- en faalfactoren
- de reguliere (groot)handel is niet enthousiast en ook voor natuurvoedings-
winkels is het vooralsnog niet haalbaar om deze - voor hun andere -
stroom op te nemen;
- naast de huidige zuivelstromen is nog een derde stroom (faire zuivel), (lo-
gistiek) niet haalbaar gebleken;
- het concept is wellicht ook wat te bewerkelijk of te complex;
- de retailer koopt de stickers in, betaalt deze en ontvangt (pas later) het
geld hiervoor weer terug op het moment dat de consument bij de kassa
het gestickerde pak afrekent;
- het was niet geheel vrijblijvend voor deelnemende veehouders;
- van hen werd een eerste éénmalige inleg van 500 euro verwacht;
- landenverschillen: in Duitsland zijn meer subsidiemogelijkheden en Neder-
land kent wellicht een toch meer prijsbewust gevoelig publiek;
- prijs is belangrijk; is het niet bij de consument, dan wel bij de handel;
- al met al heeft Vecozuivel er veel tijd, geld en energie ingestoken, maar
helaas is dat (nog) niet terugverdiend in de markt.
Verder wordt er Max Havelaar doorgelicht ("veroordeeld tot een erg kleine niche, het huidige marktaandeel zal niet meer stijgen").
Geleerd uit Max Havelaar:
- De supermarkt maakt het verschil. Niet de consument, maar de supermarkt is de beslissende factor in het openbreken van de markt. Het supermarktkanaal vereist een professionele marketing aanpak.
Volgens mij the way to go: de werkwijze van Utz Kapeh. Utz Kapeh is een
initiatief van een voormalig Ahold medewerker die, na jarenlang koffie inge-
kocht te hebben, iets terug wilde doen voor de koffieproducenten. Samen met
producenten uit Guatemala en Ahold Coffee Company hebben zij gezorgd
voor de oprichting van de stichting Utz Kapeh.
Het is in volumes de fair trade al ver voorbijgespurt.
In Nederland zijn belangrijke inkopers Ahold Coffee Company, Sara
Lee/Douwe Egberts, Drie Mollen Holding, en andere en supermarkten zelf (Al-
bert Heijn, Laurus, Schuitema en andere).
Je leest er alles over op blz 48 van dit document.
Beste Annechien, voor de manier waarop je probeert de intensieve veehouderij weer een plekje in de maatschappij te geven heb ik veel respect. Maar ik denk dat je in je betoog toch de plank mis slaat.
Je zegt dat het produceren van voedsel een maatschappelijke dienst is en in één adem door noem ook de vlees productie een maatschappelijke dienst, zonder enig voorbehoud. Ik ben het daar niet mee eens.
Voedsel is inderdaad van strategisch belang en is in de jaren achter ons ook altijd zo behandeld door de economische blokken Subsidies die tot in de hemel reikten.
Voor de westerse wereld is dit inmiddels een gepasseerd station: voedselproducenten moeten ook hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Weg met de subsidies en als er publiek geld (dus belasting geld) nodig is zullen daar stevige tegen prestaties voor gevraagd worden
Ik begrijp de rationele keuzen die jij maakt, maar daarmee is het antwoord niet gegeven.
Alleen roepen dat het produceren van vlees een maatschappelijke dienst is helpt echt niet. Je appelleert aan het geschonden vertrouwen in de intensieve veehouderij. Natuurlijk is het produceren van voedsel een basale bezigheid die we moeten koesteren, maar dan wel op een maatschappelijk verantwoorde manier. Dus tot je dienst met de oproep dat het produceren van vlees een maatschappelijke dienst is.
Dieren welzijn, ingepast in het landschap, zorg voor de volksgezondheid, voldoen aan de strenge milieu eisen en arbeidsomstandigheden is dan het minste dat je als maatschappij kan vragen van de sector.
Veel te vaak zien we dat door de politiek een oogje dicht gedaan wordt. Natuurlijk is de economische drijfveer van de ondernemers belangrijk. Er moet geld verdiend kunnen worden.
Ik ben zelf ondernemer genoeg om dat te kunnen bevestigen. Maar traineren, wegkijken en net doen of het helemaal niet belangrijk is wat de goegemeente er van vindt is te veel en te vaak het parool van jullie sector.
Dat je enthousiast bent over varkens in de stad begrijp ik wel. Je wilt met die boodschap de consument - en dus de burger- dichter bij het productieproces brengen. Laten zien wat er in de stal gebeurt. Maar de burger verwacht iets anders van jou als voorzitter van de varkenssector.
Ze verwachten dat je een antwoord geeft op hun bezorgdheid over het dierenwelzijn.
Ze verwachten dat jij het voortouw neemt in het maatschappelijk debat over megastallen, de belasting van het milieu en de risico?s voor de volksgezondheid, de aantasting van het landschap en de manier waarop dieren worden gehouden.
Volgens mij ga jij daar volledig aan voorbij!
Zichtstallen is een prima initiatief, schaalvergroting geen probleem, maar dan wel allemaal op die plaats die daarvoor gereserveerd is.
Ik pleit voor agrarische vestiging terreinen. Reserveer bovenregionale bedrijfsterreinen voor de intensieve veehouderij. Je zet daarmee de ontwikkeling niet op slot, maar maakt duidelijk dat de intensieve veehouderij keuzen maakt. Stuit de schaalvergroting niet, maar stuur die van uit de vaste overtuiging dat niet de schaalgrootte het probleem is maar veel meer de plek waar je dit wilt realiseren en de manier waarop dieren worden gehouden. Kwaliteitseisen boven kwantiteit .
Ik hoop oprecht dat je met mij mee wil denken over de kwaliteit van het houden van dieren. Het belangrijkste punt in het debat blijft hóe de dieren gehouden worden.
Een maatschappelijk dienst? Tot je dienst zou ik zeggen!
Harm Evert Waalkens
Lid van de fractie van de PvdA Tweede Kamer
Meneer Waalkens, ik wil op uw betoog reageren zonder A. ten Have het gras voor de voeten weg te maaien. U richt uw bezwaren nu wel erg in de richting van de intensieve veehouderij, dus zou ik graag uw mening willen vernemen over de ontwikkeling in de zuivelindustrie (behoorlijk subsidie gerichte bezigheid) die in het debat voedselvoorziening als maatschappelijke dienst ook mee doet. Door het loslaten van marktbeschermende maatregelen stevent deze sector snel aan op een fikse sanering en de bijbehorende (door mij ongewenste) schaalvergroting. Voor zover de maatschappij vindt dat dit nog geen vorm van intensieve veehouderij is gaat dit ongetwijfeld gebeuren. Dit zal uiteraard ook de nodige neveneffecten met zich meebrengen, koeien niet meer in de weide en ook geuroverlast. Nu al, en dan spreken we nog over redelijk kleine gezinsbedrijven, spreek ik mensen die commentaar leveren over stankoverlast. In hun onwetenheid en waarschijnlijk beinvloed door de publieke opinie denken ze dat het wel van varkens zal komen en zijn ze verbaasd dat het of koemest of kuilvoer is wat hun neus prikkelt. Gaat u met uw plan de varkenshouderij clusteren en met moderne technieken overlast beperken, hoe moet dat dan straks met de melkveehouderij?
Beste Harm Evert, ik richt me even tot jou.
Juist met: “vlees als een maatschappelijke dienst” richt ik me op de zorgen van de burger over dierwelzijn, maar ook over gezond eten.
Juist middels deze discussie wil ik stappen voorwaarts maken op dierwelzijn en op smaak. Ik wil dit doen voor 10 tot 15% van de vleesstroom. Je komt dan tot grofweg drie segmenten van vlees: 1. Basisvlees volgens de wettelijke normen geproduceerd. 2. Vlees met een plus onderscheidend op welzijn en smaak. 3. Biologisch, het topsegment.
Mijn worsteling is om zover te komen dat dit onderscheidende vlees met een plus in de supermarkt komt te liggen. Hoe kom ik uit de kip-ei-discussie?
Juist daarvoor zoek ik mensen die dit proces mee willen helpen stimuleren. Ik ben er namelijk van overtuigd dat dit een kwestie is van willen en verantwoordelijkheid nemen.
Een cruciale rol ligt hier voor de supermarkten. Zij geven de doorslag en bepalen wat er in het winkelschap komt te liggen. Ook zij moeten willen. Supermarkten moeten willen kiezen.
Voordat supermarkten zover komen dat ze willen en durven kiezen, moeten burgers zich weer bewust zijn van hun rol in met betrekking tot eten. Daarvoor zie ik ook een rol voor de politiek. Ook jij Harm Evert kunt meehelpen om burgers weer bewust te laten worden van de functie van eten. Filmpjes over varkens tijdens transport zijn niet het middel (dat is wijzen naar een ander..), maar dat gaat veel meer over eetgewoontes. Wat doet de burgers zelf!
Dus wat dit onderwerp betreft moeten we ons niet verliezen in gemeenplaatsen over bedrijventerreinen, megastallen enzovoort, maar moeten we zoeken naar daadwerkelijke mogelijkheden om vlees met een plus in de markt te zetten. Wat kan ik zelf bijdragen, is wat mij betreft de centrale vraag.
Dan nog even over subsidies. In principe moet ook vlees met een plus als normale economische activiteit worden gezien. Dat is belangrijk omdat het anders niet economisch duurzaam zal zijn. De markt moet betalen. Maar voordat het zover is, is de taak van de overheid om mee te stimuleren dat dit van de grond komt. Niet alleen de overheid, maar ik vind dat alle partijen hierin een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben: boer, burger, super en verwerker. De overheid heeft de rol om het proces te faciliteren.
En ach ja, ik ben ook wel benieuwd wat je op de reactie van Paul hebt te zeggen.
Ik ben verrast door de laatste zetten in deze discussie. Annechien Ten Have stelt voor een forser deel dan alleen de top-niches van voedsel uit de ratrace van meer en goedkoper te halen. Dat lukt niet, zegt ze, als we niet een beetje ruimte maken om mensen te laten zien dat ze iets anders kunnen willen als er te KIEZEN valt. Als er niks te kiezen is, kunnen mensen alleen maar theoretisch ‘dat betere’ willen, maar kunnen ze er niet naar handelen en zich er ook niets bij voorstellen.
Kamerlid Waalkens pint haar vast op varkenswelzijn en geeft haar een veeg uit de pan. Hij vindt dat de discussie moet gaan over de manier waarop de dieren gehouden worden (en vervoerd en gedood?), terwijl aan boerenkant al het onroerend goed al is beleend, de kredietlimiet angstig dichtbij komt en duidelijk is dat van welzijnsvlees alleen geen heil te verwachten is. Hij gaat eraan voorbij dat die discussie al tenminste 10 jaar gevoerd wordt en vraagt zich niet af waarom dat nooit lukte. Albert Heijn ging - toen voor een flink deel op eigen kosten (dapper en lovenswaardig!), wijs geworden doen ze het nu anders - nat op de biologische karbonaden (vraag: wordt het dier gelukkiger en lekkerder van duur biologisch voer?). Nog geen 2 op de 100 consumenten die er iets in zag: ze smaakten net als een gewone karbonade. Die laatste was alleen veel goedkoper.
Beter vlees vergt een ketenaanpak. Van voer dat verschil maakt voor de smaak, tot betere dieren, betere levens, betere vervoers- en slachtprocedures en vooral het maken van een dondersgoeie ham in plaats van zo’n zompige. En natuurlijk weer zo’n gekookte worst waar je je vingers bij aflikt. Wil de consument die niet? Wie vroeg het hem ooit? Hij kan niet kiezen uit wat hij niet kan kopen. Hij moet weten wat ‘lekkerder’ kan betekenen.
De vraag is dan ook wie in de keten risico wil lopen voor de ontwikkeling daarvan. Het duurt nl. even voor het pakt. Als iedereen naar iedereen gaat zitten kijken, gebeurt er niets en krijgt de varkenshouder steeds meer op z’n kop.
‘Den Haag’ (ik deed een ander voorstel hierboven, maar wat maakt het uit): breng eens mensen bij elkaar om consumenten een jaar lang lekkerder smakende en voelende spullen te laten kiezen. Als het lukt, kan de keten aan de slag. Doe het als echte ondernemers, die snappen dat je nu even in moet willen grijpen om dat te bereiken. Anders blijft het bij elitair pielen in een nicheje van een paar procent dat z’n weg allang heeft gevonden. Daar zit geen oplossing in voor die 20 miljoen varkens die Nederland jaarlijks produceert. In het verdwijnen daarvan wel, maar als dat is wat politici willen, dan moeten ze dat duidelijk uitspreken.
Ik ben nu benieuwd of de politici nu ook uit “de kast” komen? Doen ze mee? Of blijven ze in hun ivoren toren zitten? Gaan ze ook voor vlees met een plus of blijven we mekaar aankijken? Wordt het niet eens tijd voor echte stappen?
Nog even een ander onbedoeld neven effect, dat gisteren toevallig in het Agrarisch Dagblad gemeld werd: door het invoeren van steeds meer keurmerken, worden mensen steeds minder tevreden met het gangbare.
http://www.agd.nl/1083663/Nieuws/Artikel/Keurmerk-benvloedt- reputatie-van-andere-producten.htm
of is de meerderheid niet geinteresseerd en/of best tevreden met het huidige goedkope gangbare vlees?
Is de roep om dick-iaans “lekkerder” en Partij voor de Dieren “diervriendelijker” afkomstig van een kleine, mondige, minderheid?
Dick zegt, dat weet je pas als je de keuze aanbiedt. Maar er moet toch iets aan te onderzoeken zijn? En stemmen niet dagelijks vele mensen met hun koopgedrag.
Ik hoor al een nieuw radiospotje: 67% van de nederlandse bevolking is tevreden tot uiterst tevreden over de veehouderij en vleesaanbod in ons land, blijkt uit koopgedrag.
Josien, het is een misvatting dat ‘vlees’ in Nederlandse supers goedkoop zou zijn.
Vers vlees is goedkoop in de kiloknallende aanbieding en wordt gebruikt als lokker. Als zodanig vormt het een onderdeel van de marge op de totale assortimentsmix. Supermarkteconomen schudden altijd weer het hoofd bij analyses die ervan uitgaan dat de prijs van een product in de super iets te maken heeft met de inkoopprijs ervan.
Vleeswaar is (schreeuwend) duur. Van goedkope tot dure zitten er uitstekende directe productmarges op, die in geen verhouding staan tot de inkoopprijs van het basisproduct. Ik vroeg hier onlangs hoe het kan dat de gemiddeld duurdere Franse super zoveel goedkoper kan zijn met ham die een aantal stappen beter van kwaliteit is dan Nederlandse. Gangbare Nederlandse vleeswaren zijn bepaald niet van de beste kwaliteit, en dat ligt niet aan het feit dat grootslagers het niet beter zouden kunnen.
“Is de roep om dick-iaans ‘lekkerder’ en Partij voor de Dieren ‘diervriendelijker’ afkomstig van een kleine, mondige, minderheid?” - daar raak je het bijzondere en het moeilijke van Ten Have’s oproep. In oude taal zegt ze iets nieuws: waarom zouden we beter eten voorbehouden aan die kleine elite?
Josien,’I know it when I see it’, ken je die uitspraak? Zo is het met consumenten. Je moet het concreet maken. De rest is geklets. Dat gebeurt al minstens tien jaar. Ik schoot onlangs uit m’n slof bij weer het zoveelste overheidsgefinancierde projectje rond een streekvarken. Een stel goedwillende ‘procesbegeleiders’ zonder kennis van het vak of het werkelijke ‘Umfeld’ waar het om draait, nodigen een paar kleinschalige slagers, koks en mensen die al jaren niet verder kunnen komen met hun 5-50 slachtvarkens in de week uit er weer eens over te komen praten en te kijken naar hun ideetjes. In het verleden liet ik me nog wel eens verleiden eraan mee te doen. Ditmaal heb ik beleefd laten weten er niet meer in mee te willen denken en geen enkele vertrouwen meer te hebben in dergelijke onzin. In goed katholieks noem ik het ‘aflaten’ en nog hele slechte ook.
Als er dan toch politici meekijken kunnen we wel wat Kamerfaehige terminologie aan de woordenschat van het debat toevoegen: hoelang blijven we denken vanuit een louter monetaire economie en wanneer realiseren we ons dat het van belang is de weg te vinden naar de invloed daarop van een intentionele? ‘Echte’ economie, noemt emeritus prof. en PvdA econoom Arnold Heertje die mix ook wel.
De economie gaat niet regelen waar Ham Evert Waalkens hierboven om vraagt. Omdat het te veel geld kost met onzeker resultaat om die ‘zwieperd’ even te geven. Consumenten zijn anders opgevoed. Dus inderdaad, Josien, ze zullen best tevreden zijn want ze gaan niet de straat op. Ze zouden ook niet weten waarvoor. Wel stellen ze eisen. In het algemeen, maar niet aan hun eigen bord. Behalve dan die kleine groep waar jij het over hebt. De rest zul je concreet moeten overtuigen met iets dat ook in hun voordeel is. De vraag is wie bereid is daarvoor een hapje uit de slechts op winst en niet op welzijn (= ‘maatschappelijk’) gerichte monetaire economie te nemen en het daarin te investeren. Individuele bedrijven zullen wel gek zijn (het is een prisoner’s dilemma). Individuele varkenshouders zitten echter wel met het probleem. Voor tuinders en hun tomaten en komkommers is het probleem overigens niet anders, maar laten we het probleem maar even concreet houden en helemaal op varkens toespitsen.
Opmerkelijk 1: ‘Dick-iaanse’ eisen en die van de Partij van de Dieren blijken opeens complementaire strategieën die meer dan in elkaars verlengde te liggen!
Opmerkelijk 2: de PvdA zoals die in de Kamer zit, wijst een intentionelere economie af en kiest voor een elitaire. Basaal en verder uitgekleed voor de massa. Voor wie meer middelen en/of meer verstand heeft en zijn bestedingspatroon weet te prioriteren, dat betere (dat vaak alleen maar nepbeter is, getuige het oude bio karbonaden-débâcle van AH). Misschien vergis ik me, maar ik kan de bijdrage van Waalkens hierboven niet anders lezen.
Dick,Annechien, ik zou een nog groter deel van de productie in dat betere segment plaatsen om simpelweg de kostenkant beheersbaar te houden. Als je kleinschalig bezig gaat kun je je eigenlijk wel bij de biologische tak aansluiten om te voorkomen dat je elkaars concurrenten wordt. Het lijkt mij ook dat supermarkten niet nog eens voor een vergelijkbaar product schapruimte gaan creeren. Eigenlijk zou ik dit gewoon Europees geregeld willen zien zodat het overal beter wordt. Heb ik al eens uitgelegd maar ik heb ook een sterke persoonlijke mening. Ha ha.
Groter dan 20-30%? Ik ook (en Annechien waarschijnlijk nog veel meer), maar zelfs in de overgang van een louter monetaire economie naar een intentionele, staan Elsschot’s wetten in de weg en van die praktische bezwaren. Er moet een start van formaat kunnen worden gemaakt. Anders blijft het rommelen in de marge.
Let wel. We lieten Bush zijn gang gaan in Irak. Het kostte vele mensen - over huisdieren is nooit gesproken - het leven. Verbeteringen kosten kruim. Het is wel goed er pijnlijk op te wijzen, zodat het besef als een katalysator kan werken.
Ik zit al een aantal dagen de discussie te volgen zonder voor mijzelf tot een totaalbeeld te komen. Een aantal bijdragen bepalen de ‘ruimte’ waarin dat totaalbeeld zich bevindt.
De bijdrage van Annechien met name die zegt dat boeren wel aan eisen op divers gebied willen voldoen, maar dat alleen kunnen als ze economisch kunnen overleven. Met het schrikbeeld van de varkens(houders) in Zweden die wel heel diervriendelijk produceren, maar daar niets voor vangen. Aan de andere kant vond ik de bijdrage van Deborah een zinvolle (ik herhaal er wat van):
“Het verhaal van dierenwelzijn vs economie is een oud maar vals argument om dieren te laten lijden. Met de slavernij en de kinderarbeid was de argumentatie niet anders. het zou economisch niet uit kunnen ze af te schaffen, het probleem zou zich verplaatsen naar andere landen en dan waren slaven en kinderen ‘nog verder van huis’.
Onzin natuurlijk, ondanks het feit dat het economisch gezien niet uit kon, hebben we de slavernij afgeschaft, de kinderarbeid afgeschaft en vrouwen rechten gegeven. Gelukkig ook maar.
En zelfs in economische zin heeft ons dat geen windeieren gelegd.
Het terugkerende verhaal dat consumenten hun portemonnee niet willen trekken is ook onzin.”
Naar mijn idee is haar bijdrage hier iets te gemakkelijk neergesabeld. (Dick: uiteraard wordt kinderarbeid/slavernij in arme landen niet veroorzaakt doordat wij dat afgeschaft hebben, maar doordat het gaat om de meest economische arbeid; economisch onmisbaar zullen ze daar zeggen)
Ik ben het niet met haar totaalvisie eens: wat velen in de dierenwelzijnsbeweging een gevangenis of martelkamer zien (een hok) is in de visie van die dieren vooral een veilige beschutting waar altijd voldoende voedsel aanwezig is.
Maar Deborah snijdt daar op intelligente wijze een belangrijk thema aan: is het goed om niet-duurzame vormen van productie middels wetgeving te verbieden zelfs al gaat dat ten koste van de economie?
In de film van Al Gore geeft deze het voorbeeld van de Amerikaanse auto-industrie die met succes(?) allerlei wetgeving wist tegen te houden. Op de korte termijn een fraai lobbyresultaat, maar op de lange termijn rampzalig. Want zoals dat gaat met lange termijnen: die zijn altijd dichterbij dan je denkt. Met als resultaat dat de Japanse auto’s zo ver voor kwamen te liggen dat ze bijna niet meer in te halen waren qua brandstofverbruik. Die strengere regelgeving heeft de Japanners “in economische zin geen windeieren gelegd”.
Wat zijn gevolgen van onduurzaamheid? Die zijn er op diverse niveau’s. Mijn zoon was vorig jaar in het zuiden van Tunesië. Daar pompen ze grondwater van anderhalve kilometer diep omhoog. Dit water is 80 graden en moet eerst afgekoeld worden voor gebruik. Het gaat hier om eenmalig gebruik van grondwaterlagen: uitputting dus. In de Sovjet-Unie was DDT nog heel lang toegestaan. Het werd standaard een aantal keren per jaar gespoten in hoge doseringen. Lekker goedkoop en geen last van insecten. Gevolg is dat op dergelijk land oliehoudende gewassen zoveel DDT bevatten dat ze onverkoopbaar zijn. Ook graanteelt is zeer problematisch doordat bij de oogst altijd wat stof in het product komt. Gevolgen van dergelijke onduurzaamheid zijn direct voor de producenten.
Er is ook onduurzaamheid waarvan de gevolgen worden afgewenteld op het milieu of op de rest van de bevolking. Bestrijdingsmiddelen die ernstige gevaren voor de gezondheid opleveren of die rivierwater vervuilen. Beijing dat zo vervuild is door smog doordat China weinig eisen stelt aan de industrie.
Er is ook onduurzaamheid op niet-materieel vlak. Als de maatschappij vindt dat dierenhouders het niet goed doen qua dierenwelzijn is dat op te vatten als een bedreiging voor duurzame afzet naar die maatschappij toe.
Maar hoe zit het dan met het economisch overleven van de producenten op de korte termijn? Annechien zegt dat boeren wel aan eisen willen voldoen als ze maar genoeg inkomensmogelijkheden zouden hebben. In het vorige debatonderwerp hield ik een pleidooi voor regulerend beleid: biobrandstoffen als uitlaatklep voor overproductie. Steun voor braaklegging, natuuraanleg of andere is evengoed (alles beter dan subsidie om overproductie in stand te houden). Peter Jens zag hier een vorm van marktfundamentalisme in. Welnu, regulerend beleid zorgt voor meer machtsevenwicht in de voedselketen, waardoor meer inkomensmogelijkheden voor boeren, waardoor allerlei maatschappelijke waarden van voedselproductie beter tot hun recht kunnen komen. Beleid met regulerende effecten is daarmee niet alleen voor boeren van belang, maar voor de hele maatschappij.
Deborah’s commentaar komt uit een andere lijn. Laten we wel de gesprekscontexten respecteren.
Om er scherp op te reageren: ik denk niet dat haar manier van denken de boel veel vooruit helpt als je die hier presenteert als alternatief voor Ten Have die een boerenvorm zou zijn van US-vervuilend-auto-lobbyisme. Dat is Ten Have niet, zoals ik haar lees en af en toe spreek.
Als ik nog scherper ben: Ten Have’s voorstel legt de basis voor een manier van denken die daar ver boven uitgaat. Het stelt voor een voorsprong te nemen op de snelheid waarmee de markt biologisch kon ontwikkelen, om maar eens een voorbeeld te noemen. Juist door scherp te maken waar de monetaire economie faalt en een intentionelere nodig is om sneller, grotere sprongen te kunnen maken. Decennialang is er nl. veel geld verdiend dat niet terugging in investering in kwaliteit (in de breedste zin van het woord), maar slechts in efficiency. Het mechanisme waar onze economie mee gepogrammeerd is, heeft roofbouw gepleegd op armere mensen, dieren en hun omgeving. Ze stelt dat mechanisme aan de orde.
Vervolgens zal het inderdaad moeten voldoen aan bedrijfseconomische eisen om van A naar B te komen. Maar wat ze doet is wat we WILLEN weer voor wat alleen-maar-geld-maakt zetten.
Daar zit voor mij de charme van haar voorstel. Ik ben bang dat je het realisme waarmee ze al in de uitvoering gaat, verwart met de vernieuwende geest ervan.
NB: ik denk, Huib, dat jij weet waarom biologisch een beetje een succes kon worden in de supers. Het is zo’n aardige margepakker in de totale assortimentsmix. De meerpijs van biologisch staat immers in geen enkele verhouding tot de directe meerprijs in productie. Zelfs niet bij correctie voor het risicodeel in de prijsopbouw.
In een andere draad googelde Paul Jansen gegevens bij elkaar. Hij noemt daarin Biofood. Ik weet dat de redactie van dat blad zich erg druk maakt om biologische ‘prijsnep’op het niveau van de groothandel en de super.
Het valt Deborah niet kwalijk nemen dat ze zich niet bewust is van de werkelijke werkelijkheid. Hoe kunnen ‘gewone mensen’ (een term die ik met respect gebruik en bedoel) of zelfs Kamerleden het ook weten? Een maand of twee geleden hoorde een boerenvoorman uit mijn mond hoeveel geld er zit tussen de af fabriek prijs van gesneden, verpakte en gestickerde vleeswaar en de prijs die de consument ervoor betaalt. Ik zag zijn ogen van verbazing wijd open gaan. Als het voor hem al nieuws was, hoe moeten dan Kamerleden, andere politici, NGO’s en laat staan consumenten het weten?
Enne ... ik zei het een tijdje geleden in een vakblad: dat maakt de super niet tot boef (over de groothandels moet je wel even nadenken, is mijn vermoeden), want het heeft grote winstmakers nodig om het grote deel van zijn verlieslatende productstromen te kunnen financieren. Zo werkt dat nu eenmaal. Zo werkt de door strengere wetgeving gedreven ‘markt’ die ervoor zorgt dat we nog steeds in auto’s rondrijden, al zijn ze zuiniger, en ermee vaststaan in file’s terwijl er veel geavanceerder oplossingen mogelijk zijn.
Dat ‘willen’ is belangrijk voor alle partijen. We moeten ons bewust zijn van het aloude spreekwoord: Waar een wil is, is een weg en dat geldt ook voor hier. Daarom spreekt de intentionele economie mij ook aan. Als het doel maar helder en scherp is en een ieder zelf dit WIL dan komen we er ook, is mijn overtuiging. Een ieder is in dit geval niet alle burgers, maar: een aantal boeren, verwerkers, supers. Genoeg om een start te maken. Als zij willen en de neus dezelfde kant ophebben. Dan is er draagvlak bij de overheid om ons verder te helpen en de eerste hobbels te nemen. Op weg naar een marktgerichte en economische activiteit.
Paul, ik denk aan 10-20% van onze productie. Het liefst meer. Dat snap je. Maar 10-20% is al een superuitdaging. Er zijn allerlei onderzoeken waaruit blijkt dat burgers best wel iets meer willen betalen voor vlees met een plus.
Realiteit is dat het meer moet zijn dan 10 tot 50 varkens, want met kleine aantallen schieten we er niets mee op. Ik moet dan wel heel veel keer ‘een meneer Mulder’ zoeken die bij mij een half varken koopt voor de bbq. Ja, want dat doet meneer Mulder ieder jaar maar weer. Hij krijgt het varken overigens netjes bbq-klaar geleverd.
Stappen verder maken door een integratie op te richten waarin varkenshouders zich verenigen en dan in samenwerking met een slachterij een eerlijk product verkopen. Zou een middelgrote slachterij als Compaxo die ook een vleeswarenbedrijf heeft te porren zijn om hun productie hierop in te stellen? Een bestaand distributiekanaal is ook direct voorhanden en een merknaam. Nu weet ik niet of Dick(fijnproever) gecharmeerd is compaxo vleeswaren, maar dat horen we dan wel. Steun van de overheid is dan niet direct nodig (mag wel). Transparante keten en weg uit de merkenloze massa.
Het verfrissende aan het idee van Annechien vond ik de interactie met de burgers. Door ze erbij te betrekken en prestatieafspraken te maken wordt de burger een tevreden consument. Niet de poging om een tussensegment te maken met hulp van de overheid en dan maar hopen dat het verkocht wordt of nog kwalijkere overheidshulp; verplichte afname in overheidskantines zoals Minister Cramer graag met biologisch voedsel zou willen. Dat is in mijn ogen niet verfrissend.
Laat die overheid nou eens links liggen en denk na over hoe je een community bouwt van tevreden consumenten. Voorlopig zul je wel met veel kleinere volumes rekening moeten houden (10-20% van de productie lijkt me sowieso veel te hoog gegrepen want dat betekent toch ongeveer het dubbele percentage aan binnenlandse consumptie. Vlees met een plus is dan weer gewoon bulk.).
Of het lukt om grote groepen mensen mee te laten denken, beslissen en misschien zelfs mee te laten delen dat weet ik natuurlijk niet. Maar dat maakt het idee spannend. De rest is voor mij business as usual.
Wout, zeker! Dat aspect maakt er integraal deel van uit en kan er voor zorgen dat economie betekenisvoller wordt. Dat kan alleen door mensen erbij betrekken.
Compaxo. Paul, ik mocht twee jaar geleden meekijken en zelfs een beetje meesturen in een dergelijk experiment met een grootslager. Een andere dan Compaxo. Het experiment leverde een aantal geweldige vleeswaren op, die een fijnproeverstest met gemak kunnen doorstaan. Grootschalige kwaliteit is realiseerbaar binnen de geldende productielijnen, maar alleen als een super het product op het schap wil nemen en consumenten het gaan kopen. Meteen dus maar in lijn met Wout’s opmerking en onder verwijzing naar de 18e eeuw waarin de basis werd gelegd voor onze moderne democratie: daarvoor is een nieuw maatschappelijk contract nodig.
Het oude is grotendeels ingehaald door de manier waarop ‘we’ - als maatschappij - onze economie hebben geprogrammeerd.
Goh, ik klink wat linksig, terwijl ik meer van liberale huize ben (en niet eens zo’n fan van de wat romantische Rousseau van wie het begrip ‘contrat social’ stamt).
Als we nog even door blijven suggeren over hoe een contract met de consument eruit moet zien, komen we eraan dat we aandelen boerenbedrijf uit gaan geven en de consument dividend uitbetalen. Geen bonus, want dat klinkt tegenwoordig vies en smaakt dus ook niet. Alleen bij Albert Heijn. Maar nu weet ik nog niet of Compaxo vleeswaren lekker zijn!!
Wat een boeiende discussie. Maar terug naar de oorspronkelijke vraag: is voedsel een maatschappelijke dienst ? Deels. In elk geval is voedselzekerheid een maatschappelijke opgave. Dat kun je niet aan de vrije markt overlaten. Het hebben van meer voedsel dan je zelf nodig hebt geeft je een strategische positie, zeker als elders tekorten zijn. Gebrek aan voedsel verandert een beschaafde natie in no time in een oorlogsbereide massa. Voedselproductie is ook een maatschappelijke plicht, zeker als je in een gebied zit met een vruchtbaarheid, watervoorraad en technologisch niveau waar 80% van de wereld slechts van kan dromen, vaak al hongerend. De landbouwsubsidies van de samenleving zijn er niet om de boeren rijk te maken (dat lukt namelijk geenszins) maar om enige productiecontinuïteit en landbeheer te waarborgen en om enigszins mee te kunnen sturen op productiewijze, volumes en kwaliteit. Een landbouwpolitiek zonder overheidsinmenging zie ik niet gebeuren en lijkt me ook niet verstandig. Vervolgens zijn subsidies belangrijk: immers, alleen maar verbieden en verplichten werkt toch veel minder dan stimuleren en belonen. Interessant is vooral of het accent moet liggen op structurele vergoedingen of op incidentele. Structurele subsidies (hectarepremies en wat nog rest aan prijssteun) kunnen niet eerder weg dan als twee grote opgaven internationaal zijn geregeld: 1. gelijke voorwaarden aan duurzame en eerlijke productie inclusief een prijs voor foodmiles en 2. een redelijke onderhandelingspositie van georganiseerde producenten t.o.v. de grote retailorganisaties. Hoe, geen idee. Althans, wel een idee, maar de uitvoerbaarheid .... ? Incidentele subsidies / investeringstrajecten, zoals genoemd door Annechien, kunnen dit ondersteunen en zijn van groot belang. Het is zaak deze uit de staatssteundiscussies te krijgen. Ik heb niet zoveel hoop op de consument als aanjager, maar deze benaderen hoort er wel bij. Buiten Nederland zijn er heel veel die niet primair naar de prijs kijken, maar naar bijv. regio van herkomst of naar bijdrage aan de gezondheid.
Zonder nu direct in details te treden, zijn mij de afgelopen decenia een aantal dingen glashelder in beeld gekomen:
-Een betere kwaliteit vlees is alleen te vermarkten als de eindgebruiker op zijn bord dit verschil ook werkelijk kan proeven. Betere kwaliteit vlees is duurder om een aantal (zoo)technische redenen, maar dit prijsverschil blijkt ineens niet meer zo belangrijk als aan bobenstaande is beantwoord. Kreten over biologisch of diervriendelijk snijden geen hout, als deze producten nauwelijks boven het maaiveld uitsteken.
-Zoals al in verschillende reacties is aangegeven, zonder partner met een landelijke dekking heeft het weinig zin een dergelijk project op te zetten. Het kan nl niet uit. Voeg daarbij ook de vraag naar bepaalde delen en dus het probleem wat te doen met de rest van het karkas. Hetgeen ook al aangeeft dat je toch met flinke aantallen moet starten.
-De mester moet gemotiveerd blijven om dit werk te doen, dus zal hij/zij een prijs voor zijn werk moeten ontvangen die realistisch is en gebaseerd is op de werkelijke kostprijs ipv op die van de wereldmarkt.
-In een dergelijk concept zou ook een vleeswarenfabrikant moeten meedraaien om de hoeveelheid incourant materiaal te kunnen verwaarden.
-Tot slot, vlees en vleeswaren moeten duidelijk herkenbaar zijn voor de consument die, het product kopend, dit doet in een blind vertrouwen omdat hij/zij weet dat het goed is.
De laatste 2 reacties zijn buitengewoon boeiend in combinatie met elkaar. Annemiek - die zich heel duidelijk bewust is van de rol van landbouw-, cq. voedselpolitiek in onze economie - zegt in haar voorlaatste zin weinig vertrouwen te hebben in de consument als aanjager. Flipse maakt met z’n eerste punt meteen duidelijk welk aanknopingspunt eten heeft om er meer van verkocht te krijgen: het moet domweg lekkerder zijn en een kwaliteit hebben die, om met de terminologie van de Mediamarkt te spreken, je alleen maar laat liggen als je gek bent.
Waarom is Nederland niet gevoelig voor betere kwaliteit, terwijl het publiek in andere landen daar wel gevoel voor heeft?
Hypothese: we zijn een handelsnatie, m.n. in voeding hebben we het publiek decennialang gewend aan het idee dat de verpakking en woorden de inhoud toch niet dekken. Dat is de reden dat de Reclame Code Commissie keer op keer duidelijk maakt dat de gemiddelde consument zich niet misleid voelt door misleidende reclame.
In het buitenland herkennen Nederlanders op vakantie kwaliteit en betalen ze er graag voor. Het zal wel ‘even’ kosten om ze er aan te wennen dat ook Nederlandse merken weer niet-nep kunnen zijn.
Annechien, ik denk dat er maar een ding op zit, biologisch gaan! Daarbinnen (of daarmee-) kunnen we met wat jij wilt als maatschappelijke dienst doorschakelen en naar een marktaandeel van 20% groeien. Biologisch alleen gaat dat aandeel misschien niet (of niet snel genoeg) halen, maar wij hebben wel verstand van omschakelen naar nieuwe wereldbeelden en systemen en moeten ook verder. Ben er van overtuigd dat we elkaar kunnen helpen.
Peter, bedoel je dat er geen ‘middensegment’ moet komen maar dat het allemaal maar biologisch moet? Of bedoel je iets veel uitdagenders, nl. dat biologisch en gangbaar hun tegenstellingen maar ‘ns moesten opheffen om door te gaan in een segment dat je ‘kwaliteit’ oid zou kunnen noemen vs. de steeds meer alleen-maar-op-efficiency gerichte vormen van teelt in dieren en planten die nu versneld aan het ontstaan zijn?
Peter, Tja, elkaar helpen dat kan zeker vind ik. Ik ben er ook van overtuigd dat we van elkaar kunnen leren. Dat is meer in het algemeen.
Iets anders Peter. Ik vind dat er ruimte is voor iets tussen basis/gangbaar en biologisch. Ik lees dat jij dat niet vindt. Klopt dat? En wat is je argumentatie hiervoor?
Annechien, het is niet het tussensegment dat ik weinig kans geef, het is wat jij de basis noemt dat geen lang leven beschoren lijkt. Ik geloof dat onder maatschappelijke druk en met gedreven ondernemers de Nederlandse gangbare landbouw zich niet meer bezig gaat houden met massabasis. Laat toch die kelk voorbij gaan! Massabasis verdient te weinig, is niet leuk en de burger (uit welke sociodemografische hoek dan ook-) wil straks geen “massabasis” meer*. Alea Jacta Est. De wal keert het schip. En dat geeft prachtige mogelijkheden voor innovatieve gangbare varkenshouders met nieuwe rassen en andere opvattingen.
Maar ik geef toe, in ben eeuwig naief: Vanwege de gigakrachten in jouw werkveld is geen enkele oplossing goed, of is elke oplossing goed. Maar wanneer jouw LTO afdeling nu zou zeggen “we gaan die kant uit en let the chips fall where they may” dan ontstaat er zeker vast veel draagvlak bij de bevolking. Was het niet Goethe die schreef: Pas als je je commiteert neemt de voorzienigheid over”.
*vooral waar het gaat om herkenbaar en traceerbaar voedsel.
Peter, misschien zijn we beiden wel naief. Maar wat is naief? Is het gek om de blik naar de toekomst te richten?
Ik ben voorzitter van LTO Varkenshouderij. Dus ik ben er voor de belangen van alle varkenshouders. Wat er met basis/gangbaar gebeurt, zal de toekomst leren. Dit vlees wordt volgens de wettelijke normen gemaakt. Ondernemende varkenshouders zullen zeker gaan kiezen. Net als consumenten kiezen.
Maar mijn dilemma is: hoe komen we zover dat er meer te kiezen is. En tegelijkertijd boeren een faire prijs krijgen. Daar wil ik mijn nek voor uitsteken. Er is een latente vraag, denk ik.
Ik weet dat om van het middensegment een succes te maken het een substantiele omvang moet hebben. Vanuit biologische weten jullie daar alles van. Het kost tijd en geld om een segment te ontwikkelen. Een paar jaar geleden werd ongeveer 20% van het biologisch varken met een meerwaarde verkocht. Nu is dat bijna 100% van het biologische varken. Dat scheelt nogal wat. Over deze hobbel moeten we ook heen met dat middensegment.
Annechien en Peter, volgen jullie elkaar nog wel? Annechien ziet drie lagen. Peter ziet de onderste snel verdwijnen en wil alleen verder met de 2e en derde. ‘Basismassa’ stuurt hij met pek en veren het land uit. Annechien verdedigt dapper de instrumentaliteit van een economisch standpunt om het gewenste ideaal te bereiken: zonder de eerste laag, zal de tweede nooit ontstaan, want dat overleven de varkenshouders niet.
Zo lees ik althans jullie reacties.
Als we even weer met beide benen op de grond gaan staan en ons de economische realiteit aanschouwen, vrees ik dat juist het goedkope segment terrein gaat winnen. De biologische tak zal door haar vaste kern van afnemers en overheidssteun (40% in overheids-eetgelegenheden) wellicht iets groeien.
Dat denk ik ook, Paul. Maar alleen omdat consumenten geen keus krijgen. Ze willen best betalen voor iets beters, maar ze kunnen het niet kopen. En de verkoper zegt ‘eerste die verkopen laten zien, dan leg ik het op het schap.’ Dat heet een kip-ei situatie. Om die te doorbreken vraagt Ten Have - zoals ik haar heb begrepen - om een voorfinanciering om die patstelling te doorbreken.
Ja Dick dat heb je goed begrepen. Om de kip-ei situatie te doorbreken zijn er stimulansen nodig. Ook dat is een economische realiteit.
Geen misverstand het goedkope basissegment is onze huidige economische realiteit.
Mijn idee is dat de tijd rijp is dat er een middensegment kan komen. Daarvoor zijn er stimulansen nodig om dit van de grond te krijgen. De markt zou ook een hele prachtige stimulans zijn en echt de beste stimulans wat mij betreft, Paul.
Gaan we dan de echte verschillen tussen biologisch en gangbaar in de varkenshouderij langs elkaar leggen, dan zit er op huisvesting een verschil, op voeders een klein verschil, medicijngebruik cq gezondheid dieren “break even”. Verder spelen emotionele factoren, omgang met dieren, een rol maar die zijn op de schappen niet terug te vinden. Volgens mij komt dat tussensegment erg dicht bij biologisch te liggen en moet ik nog zien of de retail daar ruimte voor vrij wil maken. Als je vleesproducten een “gezicht” kunt geven, een sterk merk in plaats van een schaaltje met plastic dan maak je meer kans.
Paul: Het gaat er niet om OF het goedkope segment gaat groeien, maar WAAR het geproduceerd wordt. Mijn punt: De verzamelde Nederlandse varkensboeren zijn absoluut in staat om te kiezen voor wat Annechien noemt het tussensegment. Ik schrijf alleen dat er beter geen aandacht meer zou moeten zijn voor “basismassa” in Nederland omdat dat gedoemd lijkt te zijn. Net als de scheepsbouw destijds. Nu maken we geen supertankers en onderzeeers meer, maar wel een hoop goede kleinere boten en vermarkten we de kennis over scheepsbouw over de hele wereld. We zullen gaan verdienen aan kennis over basismassa, niet op de basismassa zelf. Althans, dat is de normale economische ontwikkeling. En dat zou overigens best op termijn ook bij biologisch kunnen gebeuren…
There will be blood, sure… en daar moeten we verdorie goed mee omgaan. Maar mijn punt blijft dat zolang je twee sporen wil (basismassa en tussensegment) je tussen wal en het schip valt.
Wat is uw keuze?
Als er ruimte is voor een tussensegment waarvan jullie overtuigd zijn dat die bestaat waarom stapt bijv. Vion dan niet in die markt? Zij hebben al een biologische lijn.
Paul, Vion die tot voor kort nog ontkende iets te zien in een middensegment heeft onlangs verklaard dat nu wel te willen.
Ik ben benieuwd naar Annechien’s reactie op Peter’s laatste. Ik ben brutaal en geef er eentje: met een hoger dierwelzijn dan biologisch en smakelijker producten is een ‘middensegment’ te maken dat niet onder maar naast biologisch staat. Eindelijk keuze in het ‘andere’ segment. De consument maakt zelf wel uit wat hij lekkerder en de moeite waard vindt.
Tip: proef de gekookte biologische ham van AH eens naast wat andere hammen uit supermarkten en de ‘gewone’ van AH zelf. Je zult merken dat het niets met ‘topsegment’ te maken heeft. Nu moet je deze wetenschap nog marketen. Da’s makkelijk: gewoon laten proeven en laten opvallen in het schap. Dus niet drie pakketjes tussen de rest, maar flink wat.
Annechien ten Have Mellema : “ Mijn idee is dat de tijd rijp is dat er een middensegment kan komen. Daarvoor zijn er stimulansen nodig om dit van de grond te krijgen. “
@ Annechien, bedoel je hiermee dat de overheid deze stimulansen zou moeten geven? Als ik met niet vergis is VION van ZLTO, VION is een van de grootste bedrijven van Europa. Misschien kan er wat vanuit de eigen begroting worden vrijgemaakt? Je mag best weten dat ZLTO/LTO bij mij geen heel goede naam heeft.
Enfin, waarschijnlijk bedoel je niet eens dat de stimulansen van de overheid zouden moeten komen :-)
Peter, het is niet voor niets dat ik het middensegment onder de aandacht breng. Ik wil dat het in de markt wordt gezet. Dit is een kans, die wij moeten nemen.
Dan over de rol van VION. Ja, ZLTO is aandeelhouder van VION. ZLTO heeft mensen in de Raad van Commissarissen. Maar vanuit belangenbehartiging hebben we geen directe invloed op het beleid van VION. De directie beslist. Wel kunnen we natuurlijk praten met ze en onze visie onder de aandacht brengen. Als de argumenten overtuigend zijn, kan dat ze overtuigen. Maar het beleid van VION staat geheel los van ons. Dat moet ook.
Probleem is dat de marges bij de slachterijen niet hoog zijn. Het geld wordt in de verwerking gemaakt. Een slachterij kan alleen ook geen ijzer met handen breken. Dus alleen naar de slachterij kijken, is niet de oplossing. We moeten het SAMEN WILLEN doen. Dat vind ik de kern om verder te komen. Dus ik zou toch graag willen dat de grootste vleesverkoper van Nederland zijnde Albert Heijn ook samen met ons meedoet. Het is heel goed dat VION gezegd heeft te willen onderzoeken of er vraag is naar een middensegment.
Tja en wat moet dat middensegment precies inhouden. Het mag niet kanibaliseren op basis/gangbaar en niet op biologisch. Het moet eigenstandig in de markt staan. Dus om haar eigen onderscheidende kwaliteiten.Dat kan zijn welzijn, smaak
Als VION dit inderdaad op wil pakken en de randvoorwaarden worden afgesproken met producenten, dierenorganisaties en retail zou er ook een redelijke producentenprijs afgesproken kunnen worden. Als boeren in dit segment kunnen leveren en er financieel mee uit de voeten kunnen dan is er geen overheid nodig. Sterker nog, al dat geharrewar over welzijnseisen met overgangstermijnen zullen overbodig worden. De boer begint er morgenvroeg direct mee.
Ja, die redelijke producentenprijs is een absolute voorwaarde. En sterker nog: ik wil vanavond nog wel aan de slag. Geen probleem.
Het klinkt echter wel heel makkelijk zoals je het hier zegt. Ik ben van mening dat het niet zo makkelijk gaat en dat de materie zeer weerbarstig is. Juist vanwege de vierkantsverwaarding van het varken. Daarom is het van groot belang dat verwerkers, retailers, boeren, ngo’s zich hiervoor uitspreken en dit ook samen willen doen. Alleen praatjes vullen geen gaatjes. Ik ben van mening dat de overheid dit proces moet en kan faciliteren.
‘ Ik schrijf alleen dat er beter geen aandacht meer zou moeten zijn voor “basismassa” in Nederland omdat dat gedoemd lijkt te zijn. Net als de scheepsbouw destijds. Nu maken we geen supertankers en onderzeeers meer, maar wel een hoop goede kleinere boten en vermarkten we de kennis over scheepsbouw over de hele wereld. ‘
@Peter: denk jij dat dit ook voor de glastuinbouw geldt? Moeten we in Nederland van de tomaten- en paprikatankers af om juist met kleinere bedrijven die extra kwaliteit te produceren? Glastuinbouwtechniek en kennis is op dit moment al een enorm exportproduct. Moet de sector zich minder richten op grootschaligheid in eigen land en dit over laten aan anderen?
Excuus dat ik even op iets anders over stap dan varkens. Ik probeer een totaalbeeld voor me te zien.
Wouter, LTO (noord) Nederland en ZLTO zijn twee verschillende organisaties. Daar wordt al geruime tijd over gestoeid en of het ooit een organisatie wordt is nog te bezien. ZLTO is als aandeelhouder van VION wel de partij die het beleid bepaalt. LTO en ZLTO zijn geen ledenorganisaties meer maar belangenorganisaties en daar wringt de schoen met de achterban. De belangen van bijv. VION en Campina komen steeds verder van de leden af te staan
Het tussen- of middensegment voor primaire landbouwproducten bestaat eigenlijk helemaal niet. Je hebt basis en je hebt producten met een plus. Dat zijn producten boven de minimum wettelijke norm geproduceerd. De ene plus is de andere niet bij sommige producten is de focus milieuvriendelijker, bij andere ligt de nadruk op smaak en weer andere kiezen voor beleving. In de meeste gevallen is het een mix van plusjes.
Een ding is zeker de basis zal altijd de basis blijven. In Nederland liggen de basis eisen in vergelijking met de meeste andere landen heel hoog. Dit resulteert in een basisvoedselpakket van ongekende kwaliteit waar we heel trotst op mogen zijn. De verwerkende industrie krijgt een super product aangeleverd voor weinig waar ze de meest fantastische dingen van kan maken.
Welke producten met een plus zullen blijven of nieuw op de markt zullen komen dat is onzeker. Daar komt veel meer marketing bij kijken. Biologisch doet dat heel goed en zo zijn er nog wat succesjes maar het zullen kleine stroompjes blijven.
Gewoon omdat de basis zo goed is.
Wout, volgens jou loopt Nederland al een eind voor en is er de facto helemaal geen behoefte aan een ‘middensegment’, of, zoals ik het net zei, meer keuze in het betere segment. Verwoord ik dat zo goed?
Dick, Nederland loopt inderdaad voor met wetgeving en zeker ook de naleving hiervan voor de productie van basisvoedsel. Als je te veel uit de pas gaat lopen krijg je met name in het exportkanaal problemen. Je kunt nu eenmaal niet jouw basiseisen opleggen aan een buitenlandse consument. Als Peter Jens dat bedoelde dan geef ik hem gelijk dat een deel van de basisproductie Nederland zal verlaten. Maar voor de binnenlandse markt kan het juist een voordeel zijn dat de eisen hoger liggen. Buitenlandse producenten kunnen niet zo gemakkelijk aan die eisen voldoen en zeker niet als ze telkens aangescherpt worden. Braziliaans rundvlees heeft hier op dit ogenblik mee te maken. Dat komt maar mondjesmaat de EU in omdat de braziliaanse boeren moeite hebben de EU certificering rond te krijgen.
Maar goed je vraag was of ik denk dat er door het goede basisvoedsel geen behoefte is aan producten met een plus. Ik denk inderdaad dat de behoefte beperkt is. Maar nogmaals ik vind het plan van Annechien om met een groep burgers/consumenten afspraken te maken over hoe de plus eruit moet zien heel spannend. Voor mijn eigen bedrijf zou ik maar wat graag een klanten community hebben waar ik afspraken mee kon maken over hoe te produceren en daarmee een feelgood afzet kunnen genereren.
@ Annechien en Paul, ledenorganisaties, belangenorganisaties of niet, I don’t care. Ik denk dat je ook niet kan ontkennen dat ZLTO en LTO zusterorganisaties zijn met nauwe banden.
Het is niet opportuun om naar overheden te kijken terwijl de sleutel bij ZLTO kan liggen. Gedraag je als actief aandeelhouder, gebruik de machtsmiddelen die je hebt, oefen druk uit op de directies en begin bij VION. Een beter milieu begint bij jezelf!
(hetzelfde geldt voor de leden van de Greenery en FrieslandCampina)
Het kan overigens een bewuste keuze zijn om op kosprijsbasis te leveren aan de co-ops en de marge in de vorm van dividend (hoe groot is dat overigens?) naar de boeren te laten terugvloeien. Winst maken is een keuzen, waar de winst wordt uitbetaald ook.
Dan inhoudelijk.
Ook ik denk dat er maar twee type product categorieën zijn. De (wettelijke) basis: Producten die okay zijn, goedkoop en voldoen aan alle eisen. En producten die iets extra’s hebben. De verdeling op de markt zal op termijn ongeveer 80% 20% kunnen zijn. Voor alle marketeers en ander ‘lucht’blazers onder ons: De maatschappij accepteert geen nep meer. Het verschil tussen de intrensieke en extrensieke kwaliteit zal op termijn een door de maatschappij geaccepteerd klein verschil zijn.
Ik voorspel jullie dat de waarde van ‘merken’ en de waarde van ‘advertenties’ vanzelf gaat afnemen. De huidige A-merken zijn de dinosaurussen. Merktbelofte en de reële kwaliteit moeten kloppen. Dit klinkt calvinistisch, maar we gaan toch weer terug naar een relatief calvinistisch tijdperk denk ik. Hoe meer informatie, hoe meer hoog opgeleide consumenten, hoe sneller communicatie kanalen --> resultaat is meer echte producten en hogere kwaliteit.
Organisaties die met echte innovaties komen, die hun nek uitsteken en een niet-nep (=echt) product leveren zijn de blijvers.Wat dit voor de boeren en tuinders gaat betekenen? Ik zou het niet weten, enkele suggesties uit What would google do? zijn het lezen waard.
Even terug naar de vraag: “Is voedsel een maatschappelijke dienst ?” Vervolgens gaat deze discussie vooral over de vraag of boeren wel of niet subsidie moeten krijgen en zo niet, wat dan moet gebeuren om subsidie-onafhankelijk te worden. Daarbij roepen de meesten om kwaliteit, toegevoegde waarde en marketing. Prima, maar ik vind dit geen antwoord op de vraag. Het doel moet niet zijn om van subsidies af te komen, maar om een wereldwijde duurzame en efficiente voedselproductie te organiseren, waarbij iedereen voor een redelijke prijs te eten heeft en iedere producent een redelijk inkomen krijgt. Een naieve opvatting ? Angst voor een voedseloorlog onzin ? In een toekomstverwachting met grote tekorten aan eten, water en energie ligt voor mij vast dat overheden moeten blijven sturen. En dat doe je met regels en incentives/subsidies. Als we dit voor elkaar kunnen krijgen, dan is dat absoluut een fantastische maatschappelijke dienst, met een onmisbaar aandeel van de boeren en tuinders hierin. Meer kwaliteit, biologisch, allemaal heel mooi, maar absoluut geen antwoord op de echte problematiek; het levert geen duurzame volumes. Het is het doorzetten van de lijn minder met meer grondstoffen. Over een optie minder vlees hoor ik niemand, ook niet over voedselzekerheid. En als we zo voorop lopen, waarom gaan we dan geen geld verdienen aan het vermarkten van die expertise in de nieuwe economieën (Azië, Afrika)of aan het zelf ontwikkelen van productiegebieden daar (duurzaam en eerlijk graag). We zullen niet de eerste zijn; in de afgelopen maanden is wereldwijd al 8 miljoen ha landbouwgrond door investeerders aangekocht. Een vrije markt voor voedsel? Houd je maar vast. Er staan grote machtsverschuivingen voor de deur, maar we kijken alleen naar Nederlandse problemen. Nou, ik heb niet zo vaak tijd om op deze site te reageren, maar bij deze.
Annemiek, daar zeg je iets wat me uit het hart gegrepen is: terwijl de insiders met elkaar kibbelen gaan derden er met het been vandoor.
Weten foodloglezers hoeveel 8 miljoen hectare bouwland is? Nederland heeft een oppervlakte van 3.5 miljoen hectare. 1.9 mio daarvan worden agrarisch gebruikt.
Het gaat dus om 4 Nederlanden die inmiddels in handen zijn van bedrijven als Daewoo en andere Koreaanse, Arabische en Chinese investeerders.
Zonder meer. Stel je de vraag wie deze gebieden gaat ontwikkelen en of dit op een PPP-waardige manier gaat gebeuren of niet. Wie borgt dit ! Waar blijven wij Nederlanders met het leveren van onze kennis ! Ik noem het neo-knowhow-kolonisatie.
@ Annemiek. Of dit duurzaam is om dit vreselijke woord maar weer eens van stal te halen. Het is de maar zeer de vraag of de toekomstige bewoners van Madagaskar er blij mee zijn dat de huidige overheid de helft van de vruchtbare grond verleasd heeft aan Daewoo.
Daarnaast is het natuurlijk zo dat Nederlandse rozen en chrysanten uit Kenia komen, dat er Nederlandse boeren nevenvestigingen hebben in Frankrijk, Polen de Ukraïne en waar niet en dat er zelfs Nederlandse bio boeren zijn die savooye kool in Marokko telen. Unilever heeft oliepalmplantages over de hele wereld.
Los daarvan is het natuurlijk zeer de vraag of een klein land als Nederland met een enorme druk op de grond, moet proberen om een grote rol te spelen in bulklandbouw. We hebben de kennis, maar weinig grond en dan lijkt het zinvoller om te specialiseren in produkten met meer toegevoegde waarde. Gezien de exportvolumes die we als klein land produceren hoeven we ons over voedselveiligheid geen zorgen te maken. Er is voldoende ruimte en kennis om aan de Nederlandse behoeften te voldoen, we telen meer dan 500 kg aardappels per hoofd van de bevolking!
En wat doen we toch altijd benauwd over ons eigen voedsel! We produceren geen kleding, zelfs Gazelle fietsen worden opgebouwd uit Oost Aziatische componenten en toch fietsen we goed en modieus gekleed op prima fietsen. Maar zodra we bij voedsel terecht komen is de Leiden in last. Als Nederlandse boeren en tuinders te weinig geld krijgen voor hun produkten houden ze het op termijn niet vol en dan komt er ruimte voor andere aktiviteiten. Soit!
Duurzame volumes vind ik trouwens een geweldige vondst.
Het investeren en ontwikkelen in de nieuwe economieen gebeurt al volop. In die Duitse reportage was ook een item over de initiatieven van WUR (Wageningen) over het verbouwen van voedsel in de stad. Hier werd samengewerkt met de Chinezen die hun nieuwe metropolen ook willen gaan benutten voor voedselproductie. In een andere reportage gezien hoe de Chinezen op de door hen verworven Afrikaanse grond, waar het echter meer ging om de delfstoffen dan landbouw, de Afikanen probeerden een Chinese werklust aan te meten. Een “kleine” cultuurschok. Over het verdwijnen van de Nederlandse varkensvleesproductie denk ik dat er wel schaalvergroting plaats zal vinden, maar produceren op kostprijs en niet vergeten de “ijzeren wil” van de ondernemers zullen een totale exit nog wel even uitstellen. Iemand nog iets van H E Waalkens gehoord??
@ Jopie en Paul. Bedankt, mooie reacties. Ik ben zelf nauw betrokken bij Nederlandse pogingen om knowhow naar China te brengen (o.a. Greenport Shanghai, een prachtig, duurzaam maar kostbaar en inmiddels geparkeerd project rond circle 2 circle food productie en waste management voor deze gigastad) en zie hoe moeizaam dat gaat. Ik zeg ook niet dat ik neo-kolonialisme propageer, maar ik constateer gewoon dat het gebeurt en dat je maar 1 keer de kans krijgt om mee te doen én maar 1 keer de kans hebt om het verantwoord in te richten. Dus knowhow toevoegen. Net dat laatste is het moeilijkste en daar doen we veel te weinig aan, terwijl iedereen - terecht - moord en brand schreeuwt over klimaatverandering. Kortom, er is in de nieuwe productiezones een vraag die verder gaat dan “volume” en wie kan daar beter op inspelen dan de Nederlandse agribusiness en kennisinstellingen ? Natuurlijk moeten we in eigen land koersen op toegevoegde waarde en veel investeren in innovatie en marktbewerking. Maar ik ben blij dat deze discussie nu meer in internationaal perspectief is gekomen. ...Overigens is er wel degelijk een ernstig verschil in prijselasticiteit tussen T-shirts en boterhammen.
Know how brengen naar China. ..... zucht ....... betalen de chinezen daar voor? Ontstaan er extra zakelijke kansen voor Nederlandse bedrijfspartijen? De praktijk die ik ken : met Nederlands belastinggeld (subsdies), kennis gratis en voor niet naar Azie brengen. Graag zie ik een heldere business case, na 15 jaar R&D;projecten, ben ik heel erg cynisch geworden. Kennis is ook een export product, een product waarde ontvangende partij de prijs voor moet betalen.
@ Annemiek : kan je me een toelichting geven op de Greenport Shanghai business case. Waar zit de upsite voor Nederlandse bedrijven of voor de Nederlandse samenleving?
Annemiek, wat jij beschrijft (en ik ook met we kunnen verdienen op het vermarkten van kennis over basismassa en niet alleen op de basismassa) past prima in: (ja, het wordt mijn stokpaardje zie ik)
Ephemeralization is a term coined by R. Buckminster Fuller that refers to the ability of technological advancement to do “more and more with less and less until eventually you can do everything with nothing.” Fuller’s vision was that ephemeralization will result in ever-increasing standards of living for an ever-growing population despite finite resources.
Annechien: Dit bovenstaande is ook een van mijn argumenten waarmee ik onderbouw dat het beslist verstandig is te kiezen voor hogere toegevoegde waarde producten (jouw tussensegment) en het basissegment echt te laten gaan. Je schrijft: “Het mag niet kanibaliseren op basis/gangbaar en biologisch”. Over dat laatste maak ik me geen zorgen, maar hoe voelt het als je zou zeggen “Het mag wel basis/gangbaar kanibaliseren?”.
Jij -als voorvrouw- kan je achterban aangeven dat datgene waar een ieder wakker van ligt zonder dat we er ook maar iets aan kunnen doen gewoon gaat gebeuren: Basismassa gaat het land uit. Wat de druppel is die de emmer over doet lopen weet ik niet, maar hij zal overlopen. Kies je kracht! Je hebt zo veel kwaliteit in je achterban…
“Ephemeralization”, prachtig. Uitspreken valt niet mee. Ga ik nog eens dieper induiken. Overigens, maar dat is een heel andere discussie, als we allemaal 1 of 2 generaties wat rustiger aan zouden doen met het krijgen van kinderen (hoe jammer ook) zouden alle problemen rond klimaat en voorraden opgelost zijn. Natuurlijk vergt dit wel regie op een overgangsperiode van een jaar of 25 en helaas zit het niet in de politieke genen om lijnen voor meer dan 4 of 7 jaar uit te zetten. Dit is geen kritiek maar een waarneming. Maar laten we het hier verder niet over hebben op deze site. Een wel heel goede hiervoor is die van David Attenborough.
Annemiek, over zulke onderwerpen wil de redactie van hier het juist ook laten gaan. We zwengelen het onderwerp ‘minder mensen’ hier regelmatig aan. Geef de links eens die je relevant vindt.
Terwijl vanavond in de Rode Hoed het eerste debat plaatsvond .... jammer dat ik een beetje ver weg woon. Ok Dick, de site die als invalshoek een uitgebalanceerd aantal wereldbewoners neemt, met boegbeeld sir David Attenborough, is http://www.optimumpopulation.org
Als ik dan toch bezig ben met links maak ik hier graag reclame voor de Sustainable Food Planning Conference die Han Wiskerke organiseert op 9/10 oktober, link http://ruralsociologywageningen.wordpress.com/2009/08/28/sus tainable-food-planning-conference/
Wouter, ik wil je best vertellen over het Shanghai project - geparkeerd dus, maar het concept is goed. Het is een heel verhaal, maar je vind er meer over op de site van Transforum en WUR. Zoek op “Metropolitan Agriculture”; hoe grote agglomeraties op duurzame wijze te voeden. De Shanghai variant is gericht op een rijke bevolking in een voedselarm gebied. De voedselproductie intensief maar diervriendelijk en zo organisch mogelijk (voor rijke Chinezen een grote behoefte, want locaal gangbaar Chinees voedsel in Shanghai is allesbehalve safe). Het is opgezet als een voedselbedrijventerrein, met uitwisseling van reststromen (organisch afval, bedrijfswater, restwarmte; e.e.a. t.b.v. energie, veevoer enz): binnen het terrein maar ook met een nieuw te bouwen woonwijk volgens het Cradle 2 Cradle principe. De India-variant gaat over verbinden en organiseren van local for local productie; vele kleintjes maken samen de massa om er systeem in te brengen. Deze variant loopt wel goed. Of er genoeg aan verdiend wordt door Nederland - kennis/kunde/kassa - weet ik niet ! Maar ook hier zie je hoe bevolkingsgroei en -concentratie leiden tot nieuwe benaderingen, dat gaat nog een grote vlucht nemen. Ook een interessant voorbeeld: London Food Strategy. http://www.londonfoodstrategy.org.uk
Burgers, Boeren, Geleerden, etc. allen hebben wel ideen wat voor voedsel ze zouden willen produceren en consumeren, maar er is 1 groot probleem:
DE MACHT VAN GELD
In de landbouw, maar ook in de aanverwante sectoren is de schaalvergroting doorgeslagen met als gevolg dat er op velerlei gebied maar enkele machtsspelers meer over zijn, welke elkaar niet meer “bijten”.
De leveranciers bepalen welke grondstoffen je mag gebruiken
De afnemers bepalen de prijs voor jouw product (voerloon)
Het kader waarbinnen en waarmee je moet produceren staan vast.
De uiteindelijk afnemer (consument) weet niet waar het over gaat en is afhankelijk van zijn portomonne en zal dus voor het overgrotendeel de goedkopere bulkproductie afnemen en daarmee de machtsspelers in de kaart spelen.
Media is macht, deze zullen we veel meer moeten gebruiken
In de economie is de handicap van eten dat het geen economische waarde heeft. Je kunt namelijk als consument bij de bank geen krediet opnemen om eten te kopen. De bank eist onderpand voor de kredietverlening. En eten heeft in bewerkte vorm in de regel maar een beperkte tijd economische waarde en daarna verdwijnt het eten als eventuele onderpand voor de bank, (opgegeten). Ook het wat langer houdbare eten zoals kool aardappelen uien enz zal de bank niet aanvaarden als onderpand om geld voor te lenen. Iets anders is het met het kopen van een auto. De bank wil wel krediet verschaffen bij de aankoop van een auto. Een gloednieuwe auto in de showroom van een garage heeft na een week nog steeds dezelfde waarde. (En na tien jaar nog steeds. zij het flink minder). Een liter rauwe melk af boerderij daarentegen heeft na een week een economische waarde van nul omdat het in die tijd bedorven is. Een goudstaaf houd de economische waarde veel langer vast, omdat het niet aan gebruik of bederf onderhevig is. En dan maken we de fout om eten en alle andere goederen onder dezelfde economische wetten te plaatsen. Terwijl de economische waardebepaling tussen de beide, eten en andere goederen, niet dezelfde is. Annechien heeft dus wel een punt dat productie van eten een maatschappelijke dienst is. Om dan eten zonder economische waarde in een economie mee te laten draaien met goederen die wel een economische waarde hebben, zullen we toch met elkaar overeen moeten kunnen komen op welk niveau de economische waarde van eten hoort te liggen. Want zonder eten draait geen enkele economie. Uit den treure wordt gesteld dat eten de basis van de economie is. En hoe is het dan mogelijk dat eten geen economische waarde heeft. En kijken we dan naar de situatie van vandaag de dag. Dan moet toch blijken dat eten een economische waarde heeft anders kon eten in een economie niet meedraaien. Alleen rijst dan wel de vraag of tegenwoordig de economische waarde van eten op een verantwoord niveau ligt.
In een interview voor Project Hoop vertelt Samuel Levie, oprichter van de Youth Food Movement Nederland hoe YFM de machthebbers denkt te kunnen omzeilen door directer contact met de boer. Ik vind dit een hele simpele en goede oplossing. Het lijkt me hartstikke leuk om mijn boodschappen bij de boer te doen in plaats van in de supermarkt. Kan je ook meteen zien waar het vandaan komt.
Leuk is het Lieke. Maar mensen zijn net mensen: een keertje omrijden is leuk, maar niet de hele tijd en al helemaal niet voor alles.
Daarom is het vooral een romantische oplossing. De uitdaging is om de boeren en hun verwerkers met een product dat aansluit bij de manier waarop XXIe eeuwers leven op een even geloofwaardige manier naar de stad te krijgen.
Iets boven Amsterdam is er de Groene Hoed, speciaal daartoe in het leven geroepen: directer contact tussen consument en boer. Maar dat is dus één geval en ik heb geen idee wat het bereik is op dit moment. Leuk voor de zaterdagse fietstocht? Of geschikt voor de dagelijkse boodschappen? Mij lijken boerensuper en boerenmarkt handiger.
Dat doet me weer denken aan een ander probleem. Hoe duur moet voedsel zijn ? Volgens mij bestaat er iets als een “redelijke” prijs, x% boven de kostprijs, dus met een leuke marge voor de producent. De praktijk is anders: de prijs die boeren krijgen zit op of onder de kostprijs en ze houden het hoofd boven water door in te teren op eigen vermogen en/of dankzij Europese subsidies. Met het laatste is niet zo veel mis, immers overal ter wereld krijgen boeren steun, financieel, fiscaal e.d. Bovendien is overheidssteun een goede manier om publieke waarden in het landelijk gebied te borgen: natuur, water, recreatie enz. Maar het zou toch aardig zijn als de boeren standaard een betere prijs zouden krijgen. Veel boeren roepen dat ze best een vrije handel willen, zolang ze dan maar onbeperkt mogen leveren. Dan zou steun niet meer nodig zijn. Toch gaat het mis zodra supermarkten - die ook weer elkaar om zeep helpen dus ze moeten wel - nog onderhandelingsruimte hebben. En die hebben ze al gauw als er genoeg aanbod is op de wereldmarkt of als ze een beetje met voorraden of alternatieven kunnen spelen. Dan bijten de boeren weer in het stof. Ik zie maar twee oplossingen: verplichte minimumprijzen (zoals vroeger) maar dan ook maximumprijzen, of veel meer samenwerking tussen boeren, zodat ze óók een sterk blok kunnen vormen in prijsonderhandelingen. Zo’n blok heeft dan ook een buffer nodig en maakt natuurlijk prijsafspraken. Maar wat zie je dan: daar is ineens de NMA: mag niet ! Ze komen we er nooit. Volgens mij is er een goede discussie nodig over wanneer eigenlijk wel en niet sprake is van “kartelvorming”. Gelijke monniken gelijke kappen ?
x% boven de kostprijs? dan is de boer altijd verzekerd van marge en de rest van de keten moet het doen met marktwerking.
Ik blijf van mening dat de boer een vooraf vastgesteld en doorgerekend percentage zou moeten krijgen van de Consumentenprijs. dan deelt hij mee in goede tijden maar ook in de slechte.EN! Het blijft aanzetten tot ondernemersschap. Een vaste marge op KP is einde ondernemersschap en dan wil iedereen wel boer worden.Fair trade in Nederland bestaat niet. Je hebt nl in ons land altijd een alternatief.Een keuze! Kies je voor ondernemersschap heb je KANS op een goede business maar loop je RISICO op dat het niet lukt.Zodra je zoals in andere landen afhankelijk bent dan pas kun je spreken van uitbuiting etc.Supermarkten doen niets fout. het zijn de producenten die het blijkbaar niet voor zichzelf kunnen regelen naar moderne maatstaven,.
Uiteraard doen supers niets ‘fout’. Bedrijven zijn a-moreel. Ook hun ‘goed’ doen, dient de verkopen. Daar hoeven we het dus ook niet over te hebben.
Astrid, wil jij eens verklaren hoe het komt dat hele sectoren in de landbouw op springen staan? Dat duidt immers op het feit dat niet individuele ondernemers het ‘fout’ doen, maar het collectief.
Bedrijven doen niks fout, tafels en stoelen ook niet, net zomin wolken. Maar het zijn wel constructies van en door mensen. Over de rechtspersoonlijkheid en dus aansprakelijkheid van bedrijven is heus het laatste woord nog niet gezegd. Kijk maar naar de zich ooit oppermachtig en ‘boven de wet verheven’-wanende tabaksindustrie.
Toch zullen niet overheden maar bedrijven de aarde redden. Althans, zo kopte TROUW het op 3 november.
Karl Vannieuwkerke (VRT-sportjournalist die tussen de boeren woont) was onlangs erg verrast door de stelling van Boerenbond-voorzitter Piet Vanthemsche dat een vaste melkprijs van veertig eurocent per liter een illusie is.
“Als dit klopt, lijkt het begrip ‘partners in de keten’ synoniem te staan voor ‘dieven’. Het rollenspel van de grote supermarktketens met hun toeleveranciers is schimmig. Moeten we dan alles in dat macrobestel gaan zien. Komt er straks een verdieping bij op de polder?” zei hij in een opiniestuk in de Morgen
Laat ons ook eens een paard een paard noemen in deze discussie: boer = conservatief, vaak toch? Zoöok vaak met haar belangengroepen.
De biomarkt voor voeding is in Duitsland vandaag bijv. al goed voor 4%. Een groot deel hiervan zou perfect uit Duitsland kunnen komen, maar moet vandaag ingevoerd worden omdat er nog t weinig aanbod is in Duitsland zelf. In de Benelux van hetzelfde: te weinig aanbod. Het zijn diezelfde “dekselse” supermarkten die nochtans deze markt aan het creëren zijn. En die hiermee ook kansen scheppen voor boeren hier te lande. Want voedsel krijgt terug een realtische prijs in de winkel. Je kan daar dan weer vraagtekens bijzetten (wie vangt wat van de prijs), maar ervaring leert me dat hier vooral veel weinig terechte stemmingmakerij rond bestaat. Duurder ‘vers’ in de winkel zorgt wel degelijk voor betere marges voor de boer. En zet ook aan tot minder verspillen bijv.
Annechien rapporteert er hier regelmatig over: er beweegt wel degelijk iets in de supermarktsector. Varkens uit de korte keten, maar in Vlaanderen sinds kort ook een experiment met melk rechtstreeks van bij de boer. Met een houdbaarheidsdatum van 28 dagen.
Er liggen massa’s kansen voor het rapen voor boeren . Zo kreeg ik het althans enkele weken terug te horen: de verbeelding is aan de marktmacht.
Steven, een groot deel van de biologische producten bestemd voor Duitsland komt uit Roemenië. Meer als 10.000 ha wordt onder toezicht van een Oostenrijkse “verwalter”, door goedkope arbeidskrachten uit het Oostblok, geëxploiteerd.
Opmerkelijk is daarbij dan wel dat de eigenaren olieboeren uit het Midden-Oosten zijn die wat oliedollars over hebben.
Paul, een reden te meer om het uit eigen land te halen. Maar het moet er wel in aanbod zijn, hé.
Ik pleit niet om iedereen op bioproductie laten over te schakelen. Alleen is het wel een markt.
Deze Limburgers dopen het bijv. ook zeer goed. Ze hebben een mooie, goed betaalde afzet voor hun groene asperges via de Delhaize en verder maken ze boerend ondernemen (of ondernemend boeren?) tot een lust en een feest.
Een item op zichzelf waard: hoe oliebaronnen idd een heel groot deel van onze voedselindustrie beheren en beheersen. Niet voor niks dat we de weg naar vers verloren zijn.
@dick,Dat duidt immers op het feit dat niet individuele ondernemers het ‘fout’ doen, maar het collectief.
Precies!! er is geen collectief!
collectief moet zijn: iedereen heeft recht op goede, gezonde voeding genoeg om geen honger of dorst te leiden = opdracht overheid
collectief moet zijn: met voedsel dient niet teveel gesjacherd - zij die (basis)voedsel produceren, moeten weten waarvoor ze werken - minimumprijs/bodemprijs = opdracht overheid in samenspraak met ‘de sector’
collectief: sectorakkoorden met loononderhandelingen, collectieve arbeidsvoorwaarden,… = dient opgelegd door de overheid
Europa maakt ondertussen haar huiswerk: EU-wetsvoorstel op komst tegen ‘oneerlijke contractuele praktijken’ in levensmiddelensector.
Je geeft nu antwoord voor Astrid, maar er is nog steeds een vraag niet beantwoord: wat kan dat collectief volgens haar voor elkaar krijgen?
Er is een Nederlandse groep vooruitstrevende tuinders die echt iets willen en ze piekeren zich rot. Ze hebben een bankier en een rare publicist gevraagd met hen mee te denken. Die piekeren zich ook rot. Daarom zijn ze heel benieuwd naar die schijnbaar achteloos door Astrid neergeschreven woorden “het zijn de producenten die het blijkbaar niet voor zichzelf kunnen regelen naar moderne maatstaven.”
Daar staat ‘het zijn een stelletje domoren, die op hun kont (zijn) blijven zitten’. Maar misschien vergis ik me.
“Het collectief” moet overwegen te stoppen.Lees niet dat ze allemaal moeten stoppen maar dat het collectief dat moet overwegen! Gevolgen zijn voor de retailer en de consument. Economisch lost alles zich dan vanzelf op.
Het collectief zoals Astrid en Dick bedoelen is er in de vorm van de cooperaties, die echter andere belangen hebben als die van de boeren.
Daar moet iets gerepareerd worden.
Steven betrekt ten onrechte de overheid erbij die in onderlinge handel tussen bedrijven geen partij mag spelen.
Wat mij verontrust is, in de EU-link, het idee van de Europese commissie dat er een disbalans is ontstaan door de inkoopmacht van de retail.
Het gevaar dreigt nu dat er ook machtsblokken tegenover geplaatst gaan worden om te proberen de balans te herstellen.
Annemiek Canjels refereerde hier gisteravond ook aan.
Het zou verstandiger zijn om kleinere machtsblokken te vormen, zodat er meer keuze is in afzet van producten. Grote machtsblokken die grote volumes product moeten slijten worden alleen nog maar afhankelijker.
De expansiehonger van de supermarkten is nog niet over(Ahold-Delhaize, Tesco-Ahold).
Astrid, wat jij voorsteld is het ultieme. Wij kappen er mee en geven de conculega’s even de ruimte totdat zij weer aan de beurt zijn.
Dan lost het economisch inderdaad op.
Ik had heel lang nagedacht over het antwoord zonder me te verbeelden het op te lossen. Telersverenigingen? noteringen? quota?uitsluiten van tussenhandel? staatsbedrijven? concepten?etc, etc, uiteindelijk is de economische oplossing gewoon stoppen!
Hoe kun je met verlies 2000ton broccoli op de markt brengen? als je het niet doet had je meer! en nu je het wel doet verpest je het voor je collega!
Sorry, dat begrijpen we wel maar toch is het niet uit te leggen.
Paul, ik ben bang dat ik iets heel anders bedoel dan Astrid. Ik hoopte dat dat wel duidelijk zou zijn. Vandaar dat het goed is om het nog even duidelijk op te merken.
Paul, regeringen spelen voortdurend hun rol in handel tussen bedrijven. Doordat ze regels opleggen. PUNT. Het monster dat van Europa gemaakt wordt, is het zeker niet. Het is een afspiegeling van de hebzucht, dromen, wensen,… die de europeanen individueel in zich dragen. Met deze wet luistert Europa waar de staten weigeren in te grijpen. Frieda Brepoels, uit Hasselt of wat had je gedacht :-), werd onlangs uitgeroepen tot winnaar van de MEP-award. Ze maakt zich o.m. verdienstelijk op het vlak van handel. Van haar werk weet ik dat Europa echt niet de barak is die Wilders en de SP er willen van maken.
Astrid zoekt de oplossing in beperking van overproductie, maar beantwoordt niet hoe het collectief degenen aanwijst die de stop uit zichzelf moeten trekken. Steven zoekt de schuldige in ‘Europa’ die een rol zou spelen in de handel (de Nederlandse overheid treedt volledig terug en doet niets - dat is eerder het omgekeerde). Paul ziet het reeel en vraagt zich af waarom we meer diversiteit niet mogelijk zou zijn.
Ik denk dat het probleem productieregulering is. Daar is een functie voor nodig. In het algemeen belang. Het is alleen onmogelijk te implementeren. Het zou niet gek zijn als Europa daarover een politiek besluit zou durven te nemen.
Dick, productieregulering, je weet dat ik daarvoor ben. Wereldwijd!! In jouw opzet richting boerensuper is dit ook DE kans.
Zolang deze verdringersmarkt er is worden veel initiatieven in de kiem gesmoord omdat er in het prijsgeweld van de supers geen start te maken is.
Misschien dat de banken, die “eigenaar” zijn van veel agrarische ondernemingen hier wel brood in zien.
Producenten zelf hebben nauwelijks de keus om te stoppen, of om te schakelen, omdat zij er bekaaid van af komen.
Paul, een boerensuper reguleert niet, maar maakt andere vormen van ketenorganisatie en een veel diverser aanbod mogelijk. Een ‘klok’ doet dat wel, maar geen overheid zal op dit moment het besluit willen nemen die verplicht te stellen als kanaal naar de markt.
Zouden ze dat wel doen, dan zorgen ze zowel voor ondernemerschap als eerlijke prijsvorming en productieregulering. Ik vermoed dat het de beste ‘quick fix’ is, maar politiek onhaalbaar omdat de geesten de kant van de volledig liberale economie op staan, terwijl ze minimaal op Europese schaal bijsteld zouden moeten worden. De liberale economie leidt tot boeren als Nutreco’s en dan nog steeds kwetsbare ondernemingen. De klok houdt een gezond liberalisme overeind, zonder de scherpe kanten van een situatie van veel aanbieders met exact hetzelfde product.
Die “klok” discussie ga ik niet nog eens voeren. Dat een boerensuper niet reguleert weet ik ook, maar als er een basisprijs voor producten is kan men zelf kiezen welk traject te volgen.
Lever je aan VION, RFC, Greenery of stap je in een boerensupermarktformule.
Dan kun je je ook echt onderscheiden in extra kwaliteits-eisen en is een consument te overtuigen.
Paul, dat klopt. Ik denk dat er 3 boereneconomieën (menselijke maat boeren, grote boeren en grote bedrijven) zijn, alleen heeft die boerensuper/-winkel zijn wasdom nog lang niet gevonden.
In de draad over Marc Janssen had ik gedacht dat het onderwerp marktmacht binnen de voedselketen meer uitgediept zou worden. Hijzelf verkiest het stilzwijgen. Dat kan ik me indenken, hij was gevraagd te spreken over het onderwerp Duurzaamheid ten slotte.
In de lezing zei hij er over: “Boeren zijn niet zielig en supermarkten zijn niet wreed”.
Ik probeer me wel eens een onderhandelingsgesprek voor te stellen tussen een inkoper en een verkoper. Bij een inkoper van een supermarkt stel ik me zo’n snelle jongen voor. Verstand van het betreffende product is vrijwel afwezig (met zo veel producten ook onmogelijk). Voorbeeld: gehoord van een vriend die met een klein collectief (AMK-telers) uien leverde aan supermarkten. Deze konden kiezen tussen contract en beursnotering (+ enkele eurocenten per kg). Als het contractprijs een seizoen lang hoger was dan de beursnotering gingen de meesten over op de beursprijs. Als de beursprijs dan weer hoger was als het contract gingen ze massaal weer terug. Ik vergelijk ze meer met iemand die hard onderhandelt bij aankoop van een auto (of stofzuiger, etc). Die gaat brutaalweg naar een verkoper en zegt: “Ik wil deze auto kopen, maar er moet natuurlijk 10% af, en dan wil ik ook nog een gratis radio en velgen.”
Supermarktinkopers behandelen zo hun leveranciers: “Prijs moet naar beneden, en jullie moeten mee betalen voor reclameacties en als het niet verkocht wordt krijgen jullie het uiteraard niet betaald”.
“Uiteraard doen supers niets ‘fout’. Bedrijven zijn a-moreel.” zei Dick een heel eind terug. Maar consumenten hebben wel bescherming middels wetgeving. Dit soort handelspraktijken zijn op consumenten niveau illegaal, ook al had de consument kunnen weten dat… etc.
Als alles maar geoorloofd is omdat het gaat om handel en dus a-moreel gedrag, dan is het ook acceptabel (zoals in arme landen) om personeel per dag in te huren, leden van de vakbond van het terrein te schoppen en anders wel “maatregelen te nemen zodat ze tot bezinning komen”.
De boeren als collectief dan? “Boeren hebben niet één dag het recht om lui te zijn, maar worden gedwongen om aanhoudend met verlies te produceren.” Citaat uit het artikel in De Morgen, aangehaald door Steven.
Ik ben zelf boer en kan de gevoelens begrijpen, maar zo’n uitspraak vind ik een aanfluiting.
Sommig handelsgedrag is immoreel, maar oorzaak van lage prijzen ligt toch echt aan de aanbodszijde: overproductie zoals Astrid terecht stelt.
“Veel boeren roepen dat ze best een vrije handel willen, zolang ze dan maar onbeperkt mogen leveren. Dan zou steun niet meer nodig zijn.” Aldus Annemiek. Daar ben ik het niet mee eens. Bij kostendekkende prijzen overstelpen boeren de markten met hun producten.
Als we niet alles aan het marktmechanisme over willen laten moeten we er over nadenken wat we met die extra capaciteit aan moeten. Invoering van de veilingklok heeft bepaalde voordelen – beloningsmogelijkheid voor extra kwaliteit, omzeilen van immorele eisen van de afnemers – maar biedt geen oplossing voor overproductiecapaciteit. Coöperaties – grootschalig of klein – doen dat ook niet. Een boerensuper of afzet rechtstreeks naar de consument evenmin.
Toch is er wel een collectief. De EU en alle handelsblokken hebben een landbouwbeleid – hoewel dit afbrokkelt. Hier oefenen boeren invloed op uit via hun lobbyisten.
“Het zijn de producenten die het blijkbaar niet voor zichzelf kunnen regelen naar moderne maatstaven.” Aldus Astrid. Klopt volledig. Want ipv zaken regelen naar moderne maatstaven zijn ze allang blij dat de concurrent niets verdient. Kijk, dat is dan iets dat ze allemaal wel uitstekend kunnen.
Oep, ik heb mijn reactie op de verkeerde plaats neergezet.
@Huib, goede reactie!
Huib, na het mislukte definiëren van duurzaamheid, stuiten we nu op het verschijnsel “moderne maatstaven”.
Leg mij eens uit wat dat is in samenhang met zaken regelen tussen producenten en afnemers.
De verhouding tussen producenten en afnemers is niet ideaal. Simpelweg omdat mensen niet ideaal in elkaar zitten. In ieder mens is constant een afweging (strijd) tussen eigen belang vs algemeen belang. Ideale mensen kiezen ten allen tijde voor het algemeen belang. Normale mensen kiezen alleen voor algemeen belang als dit grotendeels samenvalt met hun eigenbelang.
Je kunt supermarktinkopers natuurlijk zien als gewetenloze zakenlui die naar een heropvoedingsinstituut gezonden moeten worden. Dit is mogelijk; bijv door de EU wetgeving op te laten stellen die bepaalde handelspraktijken verbiedt.
Vruchtbaarder vind ik het om een systeem te ontwikkelen waarbij algemeen belang samenvalt met eigenbelang. Dit kan op een aantal niveau’s.
Ik denk dat boeren er niet onder uitkomen elkaar als collega’s te zien. Boeren wereldwijd begrijpen elkaar uitstekend. Simpelweg omdat we allemaal met dezelfde problematiek te maken hebben. Wij zijn de Universal Famers. [And we really are to blame, our orders come from far away no more, they come from here and there, from you and me]
Wij boeren hebben nog een ouderwetse opvoeding genoten. Dwz boeren denken dat het nog mogelijk is om het landbouwbeleid te stoelen op ouderwetse maatstaven. Daar versta ik onder alle maatregelen die het eigenbelang dienen. Een groter algemeen belang is daar bij niet in beeld, omdat we geleerd hebben dat iedereen dat doet.
Regelen volgens moderne maatstaven moet met dit algemeen belang rekening houden. Waarom hebben boeren exportsubsidies altijd normaal gevonden (per saldo profiteert alleen de transportsector van al dat gesleep met overschotten)?
Waarom hebben we genoegen genomen met “ontkopppelde inkomenssteun”?
Er wordt zo onnoemelijk veel aan subsidies besteed. Met een zinvolle besteding had er zoveel kunnen gebeuren. Met gekopppelde inkomenssteun had de landbouw energieneutraal kunnen zijn: inkomenssteun alleen als er zonnepanelen voor waren aangelegd. Onze trekkers hadden op biodiesel kunnen rijden met bio-motorolie. Met veel eiwit als bijproduct. Biologische grondstoffen hadden veel grotere ingang kunnen vinden.
Dit alles vraagt een omslag in het denken die niet onderschat moet worden. Je moet dan zeggen: als wij geen melk voor wereldmarkt kunnen produceren, dan laten we dat aan onze concurrenten over, maar dan richten we ons op andere landbouwproducten die geld opbrengen. [geheel naar vrije keuze, iemand met alleen melkvee zal daar mee doorgaan, een gemengd bedrijf zal meer graan gaan telen voor die alternatieve afzet].
Feitelijk moeten we naar ons eigenbelang kijken: als we ergens geld mee kunnen verdienen moeten we dat doen ook al verdient daardoor iemand anders ook geld.
We krijgen er nog iets anders voor terug. Twee jaar geleden kwam Heineken opeens tot de schokkende ervaring dat de beschikbaarheid van gerst niet ten allen tijde een vanzelfsprekendheid is. Zulke ervaringen leiden er toe dat het algemeen belang van de gehele voedselketen meer samen gaat samen vallen met het eigenbelang van Heineken. Zo’n ervaring hoeft niet voortdurend er te zijn. Om de paar jaar is al voldoende.
Boeren moeten beseffen dat hun afnemers hen behandelen op dezelfde manier waarop de boeren hun collega’s behandelen.
Huib, ik geloof dat ik de (ironische?) woorden van je laatste 2 bijdragen als volgt mag samenvatten: boeren zijn volgens jou:
1) te stom om te begrijpen dat ze in een prisoner’s dilemma zitten
2) korte termijndenkers terwijl ze lange termiijn bedrijfsinvesteringen doen
Of zit ik er nou helemaal naast? Dat hoop ik maar, want het is een triest wereldbeeld.
Zijn boeren in de flevopolder van die egotrippers dat jij er zo’n verhaal aan moet knopen? Natuurlijk moet je er vanuit gaan dat je afnemer of leverancier geld aan een transactie overhoudt, anders komen ze niet meer terug.
De moderne maatstaven zijn dus te verdelen tussen producenten die zich met overproductie uit de markt prijzen en de afnemers die daar hun voordeel uit halen.
Hier was jaren terug al het “ketendenken” voor uitgevonden maar in de praktijk schijnen afnemers het voortbestaan van de basisproducenten minder belangrijk te vinden als het geldelijk gewin.
Misbruik maken van de mogelijkheid om veel te produceren, zoals je eerder al eens terecht aangaf, geeft deze lieden de garantie dat er toch wel voldoende aanbod blijft.
De omslag in denken dat er elders in de wereld goedkoper geproduceerd kan worden geeft mij een weinig hoopvol uitzicht op Nederlandse land en tuinbouw.
Een andere uitleg in je comment over moderne maatstaven kan zijn dat boeren en tuinders een stel “domoren” (Dick’s versie) zijn die hun handel uit de vingers gegeven hebben aan door hunzelf opgerichte cooperaties.
Typisch staaltje globalisering.
Boeren zijn ZEKER NIET te stom en begrijpen prima wat er aan de hand is.alleen de buurman boer moet het oplossen en stoppen, want zijzelf blijven doen wat ze het liefst doen.
Eerlijke prijzen bestaan niet want geeft boer zijn dan het recht op winstgevend zijn? Het collectief zal zich moeten verenigen als collectief. kostprijzen worden vastgesteld. Dat is je minimum opbrengst.Er word een maximun vastgesteld. wat teveel is wordt vernietigd tot veevoer? en je krijgt een boete als je teveel produceert. In theorie zijn er zo heel wat varianten te bedenken. Maar ik ontkom er niet aan er niet in te geloven. Is boeren dan nl.nog boeren? en welke eigen agenda creeert dan weer de vereniging van het collectief? Mag de directeur van die vereniging 200.000 euro per jaar verdienen terwijl de aangesloten boer dat niet haalt? Ik zie geen oplossing behalve ondersheiden of stoppen.Voorbeeld: boeren hadden vroeger de visie op schaalvergroting en gingen dat stuk voor stuk uitvoeren. Nu roept men : vroeger moest alles groter en nu krijgen we niets voor onze waar! NEE! het moest niet groter, je nam het risico dat te denken en te doen!De eersten kregen het goed maar nu is er teveel. Dom? nee je weet het niet. En dat is het enige wat je weet als je onderneemt. Je weet het niet!
Astrid, het heeft trekken van een piramidespel. Er ontstaat vraag, gevolgd door productie, gevolgd door overschot.
Boeren en tuinders doen niet aan marktonderzoek, zij verdienen met een product en gaan daar vervolgens teveel van produceren. Als ik het niet doe, dan doe jij het.
Jij spreekt uit tuindersbeeld over het vernietigen van product, voor andere sectoren ligt dat wat gecompliceerder.
Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid bij de ondernemer maar het hele economische en financiële(fiscale) systeem is gebaseerd op groei.
Paul? voortbestaan basisproducenten? wat een kul!
Kom jij echt nooit in een supermarkt? Koop jij alles bij de molenaar? kaasboer?slager?aardappelboer?broccoliteler? Betaal jij zelf altijd de vraagprijs van een auto? of huis? of van je grondstoffen? Of je machines?
Waarschijnlijk niet. Ik ga er van uit dat je boer bent. Ik wek misschien de indruk een hekel aan boeren te hebben INTEGENDEEL!Ik bekijk het alleen emotieloos vanuit de helikopter. En dan kom je tot de conclusie dat voortbestaan alleen gegarandeerd word DOOR geldelijk gewin. Lukt je dat niet dan zit je ernaast.
Ben ik met je eens. Heel erg eens. Maar groei kan alleen dan nog als een ander stopt en jij het erbij pakt. Want met zijn allen groeien houden we niet vol.
Excuus als mijn vorige reactie te fel is. Ben zelf ondernemer geweest maar heb het niet gered maar verwijt dat niemand. Ik nam zelf naar eer en geweten de keuzes. Ik ben allergisch voor ondernemers die successen op eigen conto schrijven maar dat mislukken altijd aan iets of iemand anders ligt. Sorry
Astrid, aanvaard. Er liggen nu al genoeg multinationals aan het infuus die dachten dat economische model van groei oneindig was.
Hier is er nog een: http://www.agd.nl/1087681/Opinie/Forum/Forum-artikel/Subsidi es-en-acties-schaden-imago-van-melkveehouderij.htm
Dick, Steven ziet wel degelijk een positieve rol voor Europa. Mss was je je reactie aan het intikken tezelfdertijd dat ik het deed. Waar staten niet meer tot beslissingen komen, doet Europa dat wel.
Landbouw wordt sinds Mansholl beschouwd als een gewone indutrietak en kreunt en steunt of juicht mee met de conjunctuur die de geglobaliseerde grootindustrie dicteert of ondergaat. Zo eenvoudig is dat.
Wanneer Astrid zegt dat boeren hebben gekozen voor grootschaligheid, dan is dat een filosofische discussie over de vrije wil van de mens waard, maar daar laat ik onze huisfilosoof Dick de leiding. Ik merk in ieder geval dat op onze landbouwscholen de boerenkinderen worden gekgemaakt (vandaag nog altijd) om het groot aan te pakken. Wellicht gebeurde dat vroeger met de stellige belofte van veelgeld te kunnen verdienen (zo draaide het in eerzte instantie ook uit), vandaag wordt je geleerd dat je anders kopje onder zult gaan (wat vandaag sowieso gebeurt wegens wat vroeger werd aangeleerd).
Ik citeer uit Schumacher’s ‘Small Is Beautifull’. Neen ik ga het effe op mijn blog zetten, want ik heb aan de rechterkant van mijn browser nauwelijks nog iets wat ik kan aanklikken om op en neer te schuiven in deze pagina. Nog meer tekst wordt seffens ‘fataal’ :-)
