Streken die nergens op slaan - tijd voor een Nederlandse INAO?


24 mei 2009 7:56 redactie

Een jaar of twee lang stelde foodlog.nl streeknep aan de orde. De redactie vernam zelfs dat een retailer de eis heeft gesteld dat "streken" bestand moeten zijn tegen onze scherpe pennenstreken.

Aan de redactietafel hadden we erover. We moesten grinniken toen we het hoorden, maar werden er ook een beetje somber van. Het is zo sneu voor die mensen die wel degelijk iets echt streeks proberen te maken. De streek wordt onder hun serieuze pogingen vandaan gegrist, nog voor ze streek serieus inhoud hebben kunnen geven. Want ook al heeft Nederland nauwelijks vier producten die streek zijn zoals een appellation contrôlée of een denominazione d'origine controllata dat is, ze doen hun best om ze te maken. Zo begon het daarginds ten slotte ook, al lopen wij een jaar of honderd achter.

Het Sallandse brood van het plaatje wordt gemaakt van buitenlands meel. In fabrieken die niet in het Salland staan. Voor brood dat geen Sallander ooit at, behalve dan tegenwoordig. Albert Heijn laat het bakken van broodmix door zijn grootbakker die er ook zijn andere 'streekbroden' van bakt. Het meel is geen meel maar kant-en-klare mix. Het komt van de grote broodmixmakers Meneba en Zeelandia, die kannie-mislukken-meel maken voor bakkers die te lui zijn om zelf hun deeg te maken. En natuurlijk voor bakkers die geen bakkers meer zijn, maar net als wij thuis de mix in de broodmachine weten te mikken in de juiste verhoudingen met water, suiker, vet en zout.

Wat moet je nou tegen dat soort streken, als je wel probeert iets volgens de regels van een kunst te maken? Eer je een eerbaar streekproduct hebt, zijn de grootwinkeliers en snelle jongens alweer bezig met de volgende hype. Een rotstreek, want dan wil niemand jouw echte streek meer. Alsof Cartier op de markt komt, nadat het merk eerst groot is gemaakt door Chinese kopieerders.

En dan hebben we het nog niet eens over het feit dat echte Goudse streekkaas nooit uit Gouda kan komen. Daar hebben ze nl. vergeten er een Beschermde Oorspongsbenaming - een zgn. BOB - van te maken. De beste Goudse kwam de laatste jaren dan ook uit Friesland en Groningen. Of ze daar geen eigen koeienrassen, eigen gras, een eigen typische ondergrond, eigen wind en weet-ik-wat-nog-meer aan eigens hebben. Niettemin maken ze er Goudse kaas.

Nederlanders doen het met grote stappen om gauw thuis te wezen. Een jaar geleden werd een spinazie-geitenkaastaartje het beste streekproduct uit de IJsselvallei. De dag voor het beroemd werd was nog niet bekend dat bewoners IJsselvallei er ooit van hadden gegeten. Daarna trouwens ook niet.
Geen wonder natuurlijk, want zelfs de echte strekers vroegen zich niet af wat dat blije taartje met de IJsselvallei te maken had.

image

Da's vragen om problemen.

Streken moeten ergens op slaan. Maar waarop? Is het wat Slow Food in zijn Ark van de Smaak en Praesidia stopt? Of wat Erkend Streekproduct mag heten? Gaat dat helpen tegen de Chinese Cartiers die nuchtere Hollandse nepverkopers laten maken omdat ze geld zien in een leuk 'verhaaltje' om hetzelfde spul dat ze altijd al verkochten weer even te peppen?

Als het je werkelijk serieus is met 'streek', moet er dan geen echt en meteen maar heel streng Nederlands Institut national de l'origine et de la qualité? Een streekbewakingsinstituut van appellaties, zoals de Fransen het hebben en waarin Friese Kaas toch echt moet komen van Fries Roodbont van kleigronden, Leidse van Blaarkoppen, Maasse kant-en-klare Boeuf Meusien van MRIJ-runderen die op uiterwaarden liepen.

Als er echte Nederlandse streek moet komen, aan welke voorwaarden zou het dan moeten voldoen? Of heeft het geen zin en moeten de makers ervan gewoon zorgen voor een goed, misschien wel lokaal product? En waarin onderscheidt dat zich dan van de Chinese Cartiermakers die in Nederland als paddestoelen uit grond schieten? Want één ding is ook de echte strekers die het goed bedoelen duidelijk: zo kan het niet doorgaan, want met al die woordkapers op de kust wordt het fröbelen in de marge.

Let wel, dit debat is bedoeld om een beetje te helpen. Tegen rotstreken die nergens op slaan.






toegevoegd op 28/5: de nep AOC Oudendijkkaas waar Nick het over heeft in het 3e commentaar



image


Reacties (61)


25 mei 12.55 lizet kruyff

Een Nationaal Instituut voor de Berscherming van Originele Streekproducten lijkt mij zeer verstandig, ter bundeling van de krachten die goedbedoelend maar met te weinig armslag en gewicht aan het ‘zelfkazen’ zijn (of is dat in dit verband een beetje een foute woordkeus?). Paal en perkstellen aan de flauwekulstreken.
Zijdelings in dit verband: gisteren vertelde iemand me al dat ze kersen uit de boomgaard hadden gekocht, vorige week. Eh..... dat is knap, die bomen zijn net aan het vruchtzetten. Dat duurt nog wel een maandje. Nepstreek dus. Want weliswaar de Betuwe, maar Buitenlandse kers. Zonder dat te vermelden natuurlijk.


25 mei 12.59 dick veerman

Ik dacht al: waarom blijft het reactieveld zo lang maagdelijk? Omdat de redactie zo suf was het debat niet voor ieder’s reacties open te zetten bloot. Dat was nog een ondemocratische weeffout uit het ontwerp van de huidige site.

Het ziet er trouwens zo’n beetje naar uit dat er hier weer accenten kunnen worden geplaatst, zodat ingrediënten niet zonder trema door het leven hoeven, ‘des gens qui ont des façons’ en ‘les arts ménagers’ weer zoals het hoort kunnen worden aangesproken.


28 mei 8.24 Nick Trachet

Ik stuurde zonet een kopie van een reclame uit de Belgische pers naar Dick, waarin kaasboer “Oudendijk” doet alsof het over een AOC beschikt.  Dit moet het bestaan van een Nederlands INAO impliceren?


28 mei 16.59 dick veerman

Nick, het staat erop (onder de hoofdtekst). Om wat technische redenen duurde het een beetje lang voor het plaatje erop stond.

Noord-Hollandse Gouda heeft een Beschermde Oorsprongsbenaming (BOB), terwijl de echte Goudse (uit Gouda) die niet heeft. De zgn. Boeren Goudse Oplegkaas die wordt gemaakt door twee Zuid-Hollandse boeren (in Zoeterwoude en Rijpwetering) is vogelvrij hoewel het een oorspronkelijker en rauwmelkse kaas is van uitsluitend grasmelk.

Als je BOB door AOC vertaald liegt Oudendijk niet. De vraag is alleen, zoals Flipse in een verwante draad zegt, of de Nederlandse BOB’s wel een voldoende streng ‘cahier des charges’ hebben om zinvol te kunnen zijn.


28 mei 17.15 lizet kruyff

Noord Hollandse Gouda, eh.... geografische miskleun of opzet? Of hebben we twee Gouda’s in Nederland? Eén in Zuid- en één in Noord-Holland?


28 mei 17.33 MrOoijer

De term BoB is een beetje onduidelijke
De EU onderkent drie soorten keurmerken.

PDO: Protected designation Origin.
PGI: Protected Geographic Indication
TSG: Traditional Speciality Guaranteed

Nederlandse producten met een PDO-keurmerk zijn:

- Noord-Hollandse Goudse Kaas
- Noord-Hollandse Edammer Kaas
- Boeren-Leidsekaas (met de sleuteltjes)
- Kanterkaas
- Opperdoezer Ronde

Kazen met een PGI-keurmerk zijn : Edam Holland en Gouda Holland (althans die aanvraag lag er op 1-2008), en TSG de Boerenkaas (ook 1-2008). En Dick, houd je vast: in de aanvraag voor Boerenkaas wordt verhitting tot 40 graden toegestaan.

De Noord-Hollandse Goudse is een fabriekskaas; bijvoorbeeld de WapenaeR, het huismerk van Super de Boer, komt uit de ultramoderne fabriek van Campina in Lutjewinkel. Alle huismerken van de supermarkten zijn PDO Noord-Hollandse Goudse kazen en komen allemaal uiteraard uit de fabriek. Geen slechte kaas, dat zeker niet, maar de sfeer van ambachtelijkheid die bijvoorbeeld de Wapenaer uitstraalt is dus geheel nep. Ik ben er niet in geslaagd een PDO Noord-Hollandse Goudse voor de export te vinden (en daar was PDO nu juist voor bedoeld).

De Noord-Hollandse Edammer is niet meer op de markt, want (vrijwel) alle Edammer wordt tegenwoordig in de Frico fabriek in Marum (Groningen) gemaakt.

De Boeren-Leidse is een ambachtelijk product van een vereniging van 15 kaasmakers uit de regio Leiden. Maar regio is hier ruim: één deelnemer zit in Udenhout (Noord-Brabant).

De Kanterkaas is er in allerlei varianten (onder meer nagel, komijn) . Het is een fabriekskaas uit Friesland en een stukje aanpalend Groningen.

Conclusie IST-situatie: rommeltje.
SOLL? Ik zit nu even op Texel en kan daar volop genieten van streekproducten als Waddengoud garnalen, Boerenkaas van de hoeve Wezenspyk en talloze Texelse jenevers, bittertjes en likeuren. Maar is dat wat wij onder streekproducten wilen verstaan?


28 mei 21.10 Rene de Bruin

Mr Ooijer, je vergeet nog de Westlandse Druif, ook een BOB product.
Of PDO bedoeld is om export te stimuleren? Volgens de Nederlandse denkwijze misschien wel. In het buitenland wordt daar overigens heel anders tegenaan gekeken. Door een EU bescherming leg je feitelijk het unieke gebruiksrecht van de productnaam vast, waarbij de producent haar nationale agentschap, in Nederland het HPA (Hoofdproductschap Akkerbouw) de verplichting heeft om op te treden tegen misbruik. In Nederland heeft zeker in het begin van de EU labels vooral de industrie er gebruik van gemaakt, vandaar de Noord Hollandse Gouda. In Zuid Europese landen vragen ook veel producenten van ´kleine´ producten de EU erkenning aan om zo een bescherming te krijgen tegen nep en namaak. Maar deze procedure is tijdrovend en in Nederland is de mogelijkheid nog vrijwel onbekend.
Overigens: van Waddengoud producten en Texels Lamsvlees weet je zeker dat ze uit de Waddenstreek afkomstig zijn (dit wordt gegarandeerd en gecontroleerd). De Texelse bittertjes en dergelijke komen, net als die van Vlieland, Ameland en de andere eilanden, gewoon uit een fabriek in Schiedam.


28 mei 22.19 Rene de Bruin

Dick heeft het in de discussie over ambacht over het geëvolueerde streekproduct en het overslaan van een traditie die we niet hebben. Het is me niet duidelijk wat dat geëvolueerde streekproduct is, maar ik ben het eens dat ook een INAO systeem natuurlijk z´n beperkingen heeft en in zekere zin rigide is. En een aantal zaken hiervan zijn natuurlijk op EU niveau al geregeld. Maar wat dan wel in Nederland? Hoe voorkomen we de nepperij en het oneiglijk gebruik van streeknamen? Moeten we dit helemaal aan het particulier initiatief over laten, zoals bij een liberale economie schijnt te horen? Of is enige wettelijke bescherming hierbij toch op z´n minst wenselijk? De mensen van het particulier initiatief willen best die handschoen oppakken (ik ben daar zelf ook van), maar ´de grote coalitie´ om dit te realiseren ontbreekt vooralsnog.


28 mei 22.55 dick veerman

De meest bekend voorbeelden daarvan zijn wijnen zoals ze opnieuw zijn ‘uitgevonden’ door eigenzinnige wijnmakers, die als het ware ‘au delà de l’appellation’ stappen. Ze gaan er niet onderuit, maar stappen er bovenuit en maken met hun kunde en kennis iets waarvan ze zeggen dat het een uniek samenspel is tussen een of meerdere druivensoorten, het klimaat (ligging, zon, regen, wind, vegetatie) en de ondergrond. Een voorbeeld is Aimé Guibert van de Mas du Daumas Gassac, die vins de table maakt die niettemin een klein fortuin kosten (ik kan ze persoonlijk niet echt waarderen; het zijn typische mannelijke, keiharde Franse wijnen van een voor mij Bordeaux-achtig type). De wijn staat nadrukkelijk buiten alle Languedoc appellaties, maar is wel degelijk een streekproduct in die zin dat hij nadrukkelijk uit zijn streek komt en - claimt - een uniek samenspel te zijn van genoemde factoren.

Een heel ander voorbeeld is een man die Thierry Navarre heet, ook uit de Languedoc. Hij heeft de afgelopen 10 jaar gevochten voor een druivensoort die verboden was geraakt - de Ribeyrenc (= occitaans, Riverain heet’ie in het Frans). Hem werd gedreigd, nota bene door de INAO, al zijn stokken uit te rukken en het plantmateriaal te verbranden. Hij heeft volgehouden en maakt nu een echt uniek streekproduct. De druif - die zorgt voor een lichtrode wijn, zoals de Bouzy rouge uit de Champagne of een Elzas Pinot Noir - was ergens in de 19e eeuw verdwenen. Hoewel zijn productie beperkt is tot nauwelijks 2000 flessen (nwe aanplant is onderweg) is het een uniek streekproduct dat past bij Thierry Navarre’s extreme terroir dat een sterk minerale wijn geeft. Het is leuk te weten is dat Thierry uit archiefonderzoek ontdekte dat de wijn gedronken werd door Henri IV, oftewel Henri de Navarre. In de late middeleeuwen en het vroege begin van de moderne tijd was hij veel voorkomend (logisch, want een warm klimaat vraagt een lichte wijn ipv de zware monsters die er nu vandaan komen). Hij blijkt dan ook zeer geschikt voor het nu steeds droger wordende klimaat in de Languedoc, veel meer dan de rassen die volgens de AOC verplicht zijn.
René Renou, de overleden vorige voorzitter van de INAO, heeft er kort voor zijn dood voor gezorgd dat de Ribeyrenc weer een officieel toegelaten druivensoort is.
Daar gemaakt, geeft die wijn z’n climat en terroir weer. Door Thierry gemaakt wordt het vooral ook zijn wijn. Dat geldt ook voor Guibert.

In Engeland zijn, nota bene, in en rond London nieuwe kazen ontwikkeld door ambachtelijke kaasmakers. Ze lijken traditioneel maar zijn het niet. Het is opnieuw uitgevonden handwerk, met een knipoog naar de grote kaastradities uit de bergstreken op het vasteland. Terroir? Climat? Maar wel uitstekende rauwmelkse kazen die iets toevoegen en die zich houden aan een strict ‘cahier des charges’ dat volledig gericht is op optimale smaakontwikkeling door trage rijpingsprocedures die de identiteit van deze producten bepalen.


28 mei 23.32 Rene de Bruin

Klinkt goed die mannelijke wijnen, ik heb een vakantie gepland in de Languedoc, ik hoop dus dat mijn vrouw ze ook kan waarderen.


29 mei 0.36 dick veerman

Ga dan naar Roquebrun (Hérault, 34460) en koop bij Navarre een paar flessen Ribeyrenc. Je zult merken dat die echt ‘hors du commun’ is. Het begin van een nieuw streekproduct, want er zijn meer mensen die weer met Ribeyrenc willen werken? Of een ieder voor zich op z’n eigen manier?

Hoe komen we van zulke producten naar iets dat ze behoedt voor nep? Is het nodig? Is een transparant gemaakt ‘cahier des charges’ (een lastenboek, zoals de Vlaming zegt) niet voldoende? Voor individuele producten gaat dat niet (concurrentie-gevoelig). Voor collectieven die zich aan een gezamenlijk gedefinieerd product willen verbinden wel. Dat blijft uniek als het ook daadwerkelijk uniek is omdat bijv. de luzerne op Zeeuwse kleigrond (mogelijk zeg ik nu iets heel doms) zo’n unieke smaak geeft in geitenmelk dat alleen daar Walcherse Geitenkaas Apellation Zélande Contrôlée vandaan kan komen.

Nog een stapje verder: waarom zouden die niet staan in een openbaar - op Internet toegankelijk - register dat volstrekt transparant maakt hoe ze gemaakt zijn? Nep wordt dan heel gemakkelijk vaststelbaar. Wellicht is zelfs geen apparaat van sancties meer nodig omdat neppers zullen oppassen.

Nog een vraag. Stel dat iemand in Groningen een geweldig geitenkaasje maakt met haar 50 geiten. Het heeft een Franse naam. Beetje gek eigenlijk, maar het product is zonder meer geweldig. Moet je daar dan een streekproduct van willen maken waar meerdere makers vlgs een vast procede mee aan de slag gaan en daarin ieder voor zich proberen te excelleren obv kleine terroir- en ambachtskundige verschillen? Zo komt er wel productie en de mogelijkheid om er echt een product met impact op de markt van te maken. Nu maakt Hanneke Kuppens - over haar heb ik het - een paar kaasjes waar, terecht, om gevochten wordt, maar is er bijna geen Nederlander die ze kopen kan, cq. weet dat ze er zijn.


29 mei 15.48 Steven

In Limburg leek deze week een heuse stammenoorlog te ontstaan over ‘streek’. Een Hasseltse jenever wordt bij mij in het dorp, Houthalen, gestookt, maar toch als typisch Hasselts product verkocht. Het wordt hier zelfs ‘erkend als streekproduct’. Een slimme ondernemer heeft zich de naam ‘Lekker Limburgs’ aangemeten en profileert, neen, wordt door jan en alleman geloofd als de referentie inzake Limburgse streekproducten.

Hij heeft zo zijn vrienden en plekken waar hij geld kan verdienen en dus kon Zonderik, een Zonhovens ‘streek’bier, geen streekbier zijn. Want niet gebrouwen in Zonhoven.

Ik heb het krantenartikel ingescand online gezet.


29 mei 16.01 dick veerman

Als Nederlander zou ik denken dat een Vlaming iets meer gevoel heeft voor nepstreken als “Lekker Limburgs”. Dat blijkt dus niet zo.

Voor de echte strekers moet dat interessant zijn: waarom geen Vlaams-Nederlands antinep verbond? Straks kunnen we er nog een winkel met een compleet assortiment mee vullen en kunnen we helemaal af van wat Willem Boevink in Trouw noemde een AH-verslaving. Naar AH en zijn collega’s ga je immers omdat dat makkelijk is. Je gaat niet naar streekwinkeltjes met cadeau-artikelen, behalve dan die ene keer. Maar wel naar een echt volwassen assortiment en verder 1 soort goedkoop WC papier en waspoeder ernaast, wel kwaliteit natuurlijk.

Je zou er zo maar van gaan dromen.


29 mei 16.11 Steven

Wouter Klootwijk beschreef eerder onze Belgisch-Limburgse interpretatie bijzonder goed hier op foodlog: streek ontmaskerd.

Een Hasseltse koffiebrander kreeg een tijd terug ook de erkenning van streekproduct. Op zijn website zet hij de criteria om die eretitel te behalen op een rijtje.

Dick, maak je geen illusies: Belgen zijn onderkruipers, zelfbedieners en graaiers.

Maar gelukkig ook Bourgondiërs. En ‘t is schoon weer, dus ik ga er seffens een Zonderik op drinken! En op de gezondheid van de foodloggers! Schol!


29 mei 16.31 flipse

Ik kom nog even terug op mijn eerder genoemde opmerkingen over het vastleggen van regels m.b.t. het maken van een ambachtelijk (streek)product. Een van de regels zou moeten zijn dat de ingredienten afkomstig zijn uit een gebied met een straal van Xkm² rond de fabriek waar het product uiteindelijk uitrolt. Het is natuurlijk idioot om te denken dat koffie uit Hasselt een streekproduct zou kunnen zijn. Kan wel een ambachtelijk product zijn trouwens....


29 mei 16.44 Steven

Je ziet hoe men dit soort begrippen dus oprekt tot het uiteindelijk niks meer voorstelt. Ambachtelijk vind ik veel aantrekkelijker.

Nu, ik ben al mijn voorstel aan het uitwerken om nog wat meer olie op het vuur te gooien in de strijd tussen mijn buurgemeenten. Het Worldshakesap van Oxfam Fairtrade. Komt perfect in orde, volgens die eerder vernoemde criteria. Het wordt in Zonhoven op de fles getrokken. 50% Limburgs fruit 50% tropisch. etc…
Belachelijk.


29 mei 16.54 Pieternel

Tja, die Westlandse druif. Ik ben dan benieuwd als deze BOB is, onder welke categorie deze valt.

Het is een mooi voorbeeld van een streekproduct dat gelukkig nu door een enthousiast stel vrijwilligers in de markt wordt gehouden. Het is net als de ridders van de Militaire Willems Orde, de tuinders die het vak beheersen sterven uit. Het is dus nodig dat er nieuw bloed komt.

Die druiven zijn een steekproduct, maar het is niet zozeer de Westlandse grond, de ligging langs de Noordzee, de rassen of een paar extra zonuren die de Westlandse druif maakt wat het is. Het is juist het ambacht van druiven telen in serres, dat die unieke smaak bepaalt. Die serres kan je overal in Nederland neerzetten. En waarom zou dat niet mogen? En ik sluit niet uit dat je met wat veredeling weer tot een nieuwe Westlands druivenras zal komen. De finesses zitten in het snoeien, ofwel het uitbreken van takken, dunnen van bossen, krenten, een beetje water geven en op tijd luchten.

Dick suggereert dat je deze informatie transparant op het Internet moet zetten. Wel Dick, dat lijkt me heel moeilijk.
1. Een echt ambacht laat zich niet beschrijven. Geloof me, ik heb avonden met telers om tafel gezeten. Ze praten er tot diep in de nacht over en de volgende dag gaan ze bij elkaar tuinen om weer vrolijk door te discussiëren. Dat houdt dus de kwaliteit van het product hoog. Ik denk dat dat ook op gaat voor kaasmakers en wijnboeren.
2. Ambacht wordt binnen families overgedragen. Ieder heeft zo zijn geheimen om zijn producten te maken zoals ze zijn. behalve dat dit voorstel wellicht op tegenstand stuit verdwijnt ook de mystiek. Dat vind ik persoonlijk zo aantrekkelijk aan die producten.

ik zit met nog een vraag. Is evolutie geoorloofd? Als ‘streek’ betekent dat het een productieproces is zoals dat 200 jaar geleden ergens is vastgelegd vrees ik dat het zal uitsterven. Je zal met de tijd mee moeten om een economisch rendabel product te maken. Innovatie lijkt me een wezenlijk onderdeel van streekproducten.

Even terug naar die Westlandse druif. Dat was een vruchtgewas dat door Pastoor Verburgh ooit (1647) werd geïntroduceerd. Zijn standbeeld kun je in Poeldijk vinden. die druiventeelt bracht het Westland grote voorspoed. Dat veranderde met de komst van goedkopere tafeldruiven uit Zuid-Europa, die veel minder smaakten maar voor veel mensen eindelijk betaalbaar werden. De druif was een luxe product. En niet alleen druiven waren goedkoper, maar er kwamen ook kiwi’s, mango’s, nectarines, noem maar op. De Westlandse telers waren niet in staat om nog goede prijzen voor hun product te maken en kozen voor andere teelten als tomaten, paprika’s, aubergines. De teelt van de Westlandse druif is dus niet mee geëvalueerd en losgelaten. Wil je dus zo’n product een kans geven, dan moet je methoden vinden om goedkoper te telen. En dat is niet gelukt. De laatste druiventelers waren mensen met een afgeschreven bedrijf, eigenlijk bijna hobbyisten. Ik heb eens de allerlaatste grote druiventuinder geïnterviewd die geprobeerd heeft zijn eigen merk in de markt te zetten. Ook hij heeft het niet volgehouden. Alleen de stichting http://www.westlandsedruif.nl/ kan met behulp van vrijwilligers een product op de markt brengen.


29 mei 17.10 flipse

Even terug naar die Westlandse druif. Dat was een vruchtgewas dat door Pastoor Verburgh ooit (1647) werd geïntroduceerd

HOEZO GEEN STREEKPRODUCT? HOEZO GEEN AMBACHTELIJK PRODUCT? Het is trouwens niet voor niets dat er kassen in het Westland staan. De lichtsterkte in deze streek schijnt de meest optimale van Nederland te zijn. De grond is misschien niet spectaculair anders als in de bollenstreek, maar het product is uniek. Ik dee het al 50 jaar geleden, druiven krenten in het Westland.... Nu nog alles goed vastleggen en daar gaat ‘ie (naar Brussel dus)!!

Het verhaal doet me een beetje denken aan de Clementines uit Corsica. Ooit meegenomen als een soort kloon van een citrusboom uit Noord Afrika, en verder ontwikkeld en veredeld door een monnik. Onnavolgbaar, genoeg geimmiteerd, maar echt, het lijkt op appels met peren vergelijken....


29 mei 17.41 Pieternel

Helemaal me eens, Flipse. Voldoet aan de voorwaarden van een streekproduct, qua oorsprong. Maar kan nog steeds overal worden geteeld.
Inderdaad heeft het Westland met z’n invloed van de Noordzee een prachtig mild en uniek klimaat. Zo heb ik het op school ook nog geleerd. Die stelling is echter de laatste tien jaar grotendeels achterhaald. De wortels staan in steenwol en boven het gewas hangen lampen. In de woestijn van Arizona staat een Hollandse kas van pakweg 100 hectare met gevelkoeling en schitterende tomaten. Zou eigenlijk niet kunnen. Westlandse kennis is exportproduct geworden.

Een prachtig product als de Westlandse druif zou best goedkoop in Roemenië kunnen worden geteeld met behulp van Hollandse kennis. Welke naam mag die druif dan dragen?

‘t Is een gevoelig onderwerp, die steenwol. Ik weet het. De druiven staan nog steeds in de grond. Maar moeten we de Westlandse tomaat ook bombarderen tot streekproduct? Ook een waarheid als een koe.


29 mei 17.42 Steven

Bij wijze van vrijdaggrap dit ‘grappige verhaal’ - over streek en ambacht - uit mijn provincie, eind vorig jaar:
Limburgse streekproducten in beslag genomen


29 mei 18.45 flipse

Pieternel, een goede raad: deponeren in Brussel die handel. Met een nauwkeurige omschrijving van het ras, het vertroetelen, enz. Met nauwkeurige omschrijving van wat niet mag en wat wel. Met zo’n geschiedenis achter zich, moet dat lukken.

Ik denk trouwens dat het met andere producten ook zou moeten kunnen. Westlandse tuinders die een product (laten) ontwikkelen dat speciaal voor de NL markt zou moeten geteeld. Rijp geoogst met korte aanvoerlijnen naar de retail. Een soort primeur product van onavolgbare (eet)kwaliteit.

Een tijdje geleden had ik tomaten in mijn koude kas van de varieteit Prisca. Weliswaar een F1 hybride, maar met een supersmaak. Doen we niet meer zegt S&G;na 25 jaar, brengt te weinig op....

In feite kun je elk product overal maken en overal telen. Het gaat er nu juist om, waarom dit speciale product alleen maar in die streek geteeld kan worden, omdat het dan die eigenschappen verkrijgt, die het ergens anders nooit zou hebben. Dus tomaten op steenwol, dat werkt dan ineens niet meer. Misschien zou je ook niet moeten belichten, zelfs niet verwarmen, alleen tegen vorst beschermen. Kan niet uit zeg je? Ik heb zo mijn twijfels… Maar het is een weg van lange adem, dat wel… Een product maken waar ze om vechten in de winkel, wat een uitdaging… En de prijs? Goede marge voor iedereen, anders is het niet de moeite. Maak je geen zorgen over die zogenaamde prijsbewuste consument. uiteindelijk zal het hem/haar worst wezen wat het kost. Als het product maar onderscheidend is....


29 mei 19.16 dick veerman

Dat betekent dus dat er per product strenge normen opgesteld moeten worden en dat er een argument moet zijn waarom het streekgebonden (terroir, climat, desnoods met streekgebonden hulpmiddelen zoals de kassen in het Westland als daar een goede reden voor is)) zou moeten zijn. Er zullen andere criteria moeten worden gedefinieerd die de neppers graag doen afhaken:
- opbrengstnormen
- verwekingsnormen
- (bijv.) min. 95% van de ingredienten = lokaal
- rijpingscriteria
- criteria voor vocht/drogestof gehaltes
- toegestane conserveringstechnieken
- geen grote-stappen-gauw-thuis hulpstoffen
- (ik lees overal over duurzaamheid,dus:) normen voor de mate en wijze van integrale teelt- en verwerkingstechnieken
- etc, etc.

En dan deponeren en duidelijk maken. Zo kun je mogelijk zelfs het moderne streekproduct (uitgevonden anno 2009 dus) obv kennis en intelligente techniek zonder al te veel technologie heruitvinden.

Een belangrijke vraag rijst: zijn de Nederlandse streekmensen zover dat ze dat kunnen en willen?


29 mei 20.26 Pieternel

Met tuinders zal dat wel lukken. Die zijn gewend aan ‘teeltrecepten’. voor bepaalde kwaliteitsproducten hebben ze zich gecommitteerd om volgens vastgestelde richtlijnen te werken. Je kan geen kwaliteitstomaat telen als je niet voldoet aan bepaalde temperatuurregimes, plantafstanden, toevoeging van meststoffen, etc.. Dat werkt al zo. Je mag alleen toetreden tot een bepaalde vereniging als je voldoet aan deze eisen.

Niet in steenwol is ook z’n afspraak.


3 juni 14.45 dick veerman

Wie heeft een link naar het plan van Fischer Boel waar het in dit bericht om gaat:

BRUSSEL (ANP) ? Consumenten moeten Europese kaas, vlees en andere landbouwproducten makkelijker kunnen herkennen door betere etikettering.

Europees Commissaris Fischer Boel (Landbouw) heeft dat gisteren voorgesteld aan de EU-landen en Europees Parlement.

Probleem voor Europese boeren is dat hun kwaliteitsproducten nu amper opvallen tussen goedkope niet-Europese producten van mindere kwaliteit. De producenten dreigen zo de concurrentie te verliezen.

‘De Europese voedingssector heeft een welverdiende reputatie voor de hoge kwaliteit. Onze boeren moeten beter communiceren over de kwaliteit’, vindt Fischer Boel. Ze wil dat etiketten beter aangeven waar het product vandaan komt. Er moeten ook aparte aanduidingen komen als ‘product van bergboer’ en ‘traditioneel product’. Namen van streekproducten, zoals parmaham en champagne, moeten beter internationaal beschermd worden.

Europarlementslid Mulder (VVD) reageert positief op het plan: ‘We liberaliseren de handel steeds meer, maar niet-Europese boeren hoeven zich niet te houden aan de strenge normen voor milieu en dierenwelzijn in Europa. In de winkels is dat verschil nu nauwelijks te zien’, aldus Mulder.

Hij stond aan de basis van het plan. Bron: Reformatorisch Dagblad.

De Stichting Streekproducten Nederland, waarvan Rene de secretaris en coördinator is, verklaarde vorige week volgens het Agrarisch Dagblad dat Nederland wel eens wat meer mag doen aan de wettelijke bescherming van Nederlandse streekproducten: De EU telt op nu zo?n achthon­derd geregistreerde streekpro­ducten, waarvan zeven uit Neder­land. Uit onderzoek blijkt dat het ministerie van LNV sinds 2000 zo?n negen ton heeft uitgegeven aan beleid op dit gebied. Volgens de stichting Streekeigen Produc­ten Nederland is dat te weinig en is er meer aandacht nodig voor promotie en het voorkomen van misbruik van benamingen.

Dat is dus duidelijke kritiek op LNV: 9 ton uitgegeven en nog niets gedaan voor streekproducten.



3 juni 15.06 dick veerman

Dank! Want zie hier een recente beleidsevaluatie van het beleid van ons ministerie van LNV tav streekproducten.

Op p. 43 valt te lezen waarom LNV niet meer wil investeren in streekkeurmerken:

Uit de evaluatie komt naar voren dat de beschermingssystemen voor streekproducten ? zowel op EU-niveau als het nationale keurmerk de afgelopen jaren beperkte betekenis
hebben voor de vraagstimulering. Dit heeft ondermeer te maken met het feit dat de
keurmerken niet bekend zijn bij het publiek. Het nationale keurmerk heeft indirect wel een meerwaarde richting de regionale streekproductenorganisaties, in die zin dat het keurmerksysteem als basis is genomen voor de eigen regionale keurmerken en labels.
Bij het EU-keurmerk kan de huidige lijn ? namelijk uitvoering van de wettelijke taken door het HPA ? voortgezet worden. In het geval van het nationale keurmerk is de sector zelf verantwoordelijk voor de instandhouding ervan.


3 juni 15.26 Rene de Bruin

Dat is een leuke cirkelredenering in die beleidsevaluatie. Omdat de keurmerken niet bekend zijn bij het publiek, heeft het beperkte waarde voor de vraagstimulering en daarom steekt LNV er geen geld in. Als SPN (Streekeigen Producten Nederland) hebben wij aanspraak mogen maken op een deel van de 9 ton die er sinds 2000 is geïnvesteerd. Dat geld mocht echter niet aan promotie besteed worden, maar alleen aan professionalisering en ketenvorming. Er wordt derhalve van kleine ambachtelijke producenten verwacht dat ze zelf bekendheid geven aan de streekproductenlabels. 
Ik kan me overigens niet herinneren recent een interview aan het Agrarisch Dagblad te hebben gegeven. Maar evenzogoed sta ik er wel achter wat daar gezegd wordt.


3 juni 15.41 lizet kruyff

Dick, zijn die vraagstekens in het citaat een toevoeging van jou? Anders zou ik LNV wel héél ironisch vinden over eigen bijdrage.


3 juni 15.43 dick veerman

Nee, dat zijn verkeerd geconverteerde aanhalingstekens van de ‘ vorm.
LNV is bloedserieus.

Rene, SPN zou dit gezegd hebben volgens het AGD van 28 mei jl.


3 juni 15.45 Joost Reus

Waarom wordt toch steeds de bal bij de overheid gelegd? Dat doen we toch ook niet bij de promotie van andere producten (behalve dan die gekke kipreclame)? Het gaat wel om 0,9 miljoen belastinggeld. Als de inzet van geld te weinig effect sorteert, kun je beweren dat het te weinig was, maar dat vind ik wel heel gemakkelijk.
Ik vind dat de bal bij de sector moet worden gelegd. Sommige landbouworganisaties hebben meer geld te besteden dan de overheid.
In het rapport staat ook dat er bij producenten weinig belangstelling is voor een EU-erkenning en dat de belangstelling voor het nationale keurmerk na 2003 is afgenomen, vanwege de geringe meerwaarde. Immers, de meeste streekproducten worden in de eigen streek afgezet en de producent kan de consument bijna in de ogen kijken. De sector stemt met de voeten en laat het keurmerk waar veel geld in was geïnvesteerd links liggen.
Mijn conclusie zou daarom zijn: laat eerst de sector maar eens aantonen dat ze serieus met streekproducten aan de slag wil en hier in wil investeren. Dan kan de overheid altijd nog de helpende hand bieden mocht dat nodig zijn.


3 juni 15.50 flipse

Niet mee eens!! Er moet een organisatie zijn die boven de partijen staat en die de regelgeving op poten zet en die deze ook controleert. Als je de producenten laat beslissen, dan zal er nooit wat veranderen. En verder is het gewoon een comercieel verhaal: de producent gaat proberen zijn product aan de man te brengen. Dat heet gewoon ondernemerschap...!!


3 juni 16.12 lizet kruyff

De meeste streekproducten worden afgezet in de streek????? En die paarse asperges voor Rusland dan, hier in Helvoirt naast de witte en groene geteeld. Maar afgezien daarvan: in plaats van elkaar te bestrijden (limburgse vs brabantse vs twenste asperges) zou je natuurlijk veel beter gezamenlijk actie kunnen voeren. En dan heb ik het natuurlijk niet alleen over asperges, maar over alle streekproducten. Maar zolang ‘Old Amsterdam’ als fantastisch Nederlands streekproduct de wereld in gestuurd wordt, heeft het dan nog wel zin allemaal? Waaróm kent de consument wel Old Amsterdam (ongetwijfeld vanwege het pakkende liedje, nostalgische nepfilmpje, dus knappe marketing en reclame) en het streekkeurmerk niet. Als daarmee op ‘Gijs’ gedoeld wordt verbaast me dat niets, wat een ongein, dacht ik al bij de eerste presentatie, precies de verkeerde nostalgie. Dus inderdaad moeten de producenten er serieus mee aan de slag. Maar.... dat neemt niet weg dat een boven de partijen staande overheid toezicht moet houden en criteria moet formuleren, zonder door de industrie ingefluisterd te worden, waardoor Old Amsterdammia’s opeens ook streek blijken te mogen heten.


3 juni 16.15 Rene de Bruin

@Joost ´dat doen we toch ook niet bij de promotie van andere producten´? En biologisch dan?
Overigens wie legt er eigenlijk de bal bij de overheid, wie de schoen past....
Verder ben ik het absoluut niet eens met de conclusie dat de belangstelling voor het nationale keurmerk sinds 2003 is afgenomen. Waar baseert men dit op? Niet op de gegevens die SPN heeft aangeleverd, in ieder geval. En even een misverstand uit de weg helpen: er is door LNV echt geen 9 ton in het landelijk keurmerk geïnvesteerd, integendeel.
Jammer dat de overheid zelf geen visie ontwikkelt op het belang van (gecertificeerde) streekproducten in de ontwikkeling van duurzame en betrouwbare voedselsystemen. Makkelijk om de bal bij ´de sector´ neer te leggen. Welke sector praten we eigenlijk over, de landbouw, de retail, de groothandel.....


3 juni 16.15 Joost Reus

Als ik de discussies hier over wat streek precies is, dan wordt het nog knap lastig om criteria vast te leggen in wet- en regelgeving. In andere sectoren gebeurt dat toch ook niet? Neem het Kemakeur of het ‘Goedgekeurd door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen’-keurmerk (bestaat dat nog eigenlijk?). Onafhankelijkheid is ook te waarborgen door een onafhankelijk toezichthoudend orgaan te benoemen, dit gebeurt ook bij het Milieukeur. Uiteindelijk moet het systeem zichzelf wel financieel kunnen bedruipen, de producenten hebben er immers belang bij dat hun product zich kan onderscheiden in de markt en dat nep van echt wordt onderscheiden. Dat is geen urgent publiek belang dat vraagt om een blijvende overheidsinzet. Wel aan het begin van een traject om van start te kunnen gaan, zoals is gebeurd met het Erkend Streekproduct. Maar uiteindelijk zullen de producenten bereid moeten zijn om te betalen.


3 juni 16.27 flipse

Dat lijkt me een beetje appels met peren vergelijken, de Kema keur en die van de NVH. Net zoals Milieukeur (sorry) of IKB of MSC of...... Natuurlijk is het lastig om alles vast te leggen, zeker als het om een streekproduct gaat. Maar dat is nu juist de clou. Anders moet je gewoon doorgaan met Old Amsterdam te promoten…


3 juni 16.38 dick veerman

Joost zegt: “laat eerst de sector maar eens aantonen dat ze serieus met streekproducten aan de slag wil en hier in wil investeren. Dan kan de overheid altijd nog de helpende hand bieden mocht dat nodig zijn.”

Flipse zegt: “Niet mee eens!!”

Flipse, jij weet waarschijnlijk als een van de weinigen in Nederland hoe de INAO ontstaan is: vanuit de private sector. M.n. in de Champagnestreek waren wijnmakers zo slim om regels op te stellen waaraan champagne moest voldoen om zo te mogen heten. De CIVC - le Comité interprofessionnel du vin de Champagne - is een van de belangrijkste organen geweest die die regels zo strict hebben gemaakt dat er een wettelijk systeem van gemaakt kon worden.

Dat begon in wijn, bij de 2 grote B’s (Bordeaux en Bourgogne) en de Champagne. Daarna volgde het parcours onder de Bourgogne, via de Beaujolais de Rhône stroomopwaarts en ontstonden - eveneens op prive-initiatief - steeds meer appellaties. De Roussillon en Languedoc appellaties (bulkproducenten van na de phyloxera die eindelijk ook aan de ‘streek’ moesten met hun 250 HL per hectare) jongen nog steeds. Eveneens prive initiatief, dat wordt - en daar zit het verschil waarschijnlijk - opgenomen in een inmiddels goed ontwikkeld wettelijk kader.

In dat licht bezien vind ik Joost’s opmerking vlstrekt terecht: het is niet aan de regering om te bepalen hoe Goudse kaas of waarmee het varken gevoerd moet worden dat tot Brabantse gekookte of gerookte ham wordt. Het is wel aan de wetgever om te beschermen wat er eenmaal is afgesproken omdat anders de neppers er met de buit vandoor gaan zoals dat nu gebeurt.

Gijs verkoopt streekeieren die van doodgewone kippen die met doodgewoon voer gevoerd worden. Hun bijzonderheid is het feit dat ze dagvers zijn. Als dat streek is, lust ik er nog wel een paar. Maar dat neemt niet weg dat de streekkippenboeren zelf zullen moeten definiëren wat streekeieren zijn.
We vragen de wetgever toch ook niet zelf te bedenken wat het protocol moet zijn voor een open hart operatie?

En nog even terug naar die champagne: inmiddels mag je zelfs een parfum geen champagne meer noemen en een flesje stille witte wijn geen Crystal. De bescherming is aardig gelukt ;-)

Om het eens heel hard te zeggen: zijn de Ndl. ‘strekers’ niet veel te laks geweest in het bepalen van heel strenge normen? Uit angst dat ze ook zelf buiten hun eigen normen zouden vallen.


3 juni 16.40 Joost Reus

@flipse Bij mijn weten promoot de overheid niet Old Amsterdam. Bovendien zie ik het publiek belang niet om hier een stokje voor te steken. Veel mensen vinden het een lekkere kaas en ik vind niet dat de overheid zich met smaak moet bemoeien. Anders kunnen we veel supermarkten sluiten.
Dat er op het etiket staat wat er in zit, dat kun je wettelijk regelen. Of dat consumenten niet moeten worden voorgelogen. Maar waar ligt dan de grens? Moet de overheid dan reclamefilmpjes van Old Amsterdam verbieden? Ook dan krijgt de STER weinig meer te doen. De meeste filmpjes gaan creatief om met de waarheid.


3 juni 16.52 flipse

@Dick. Dat ging inderdaad een beetje te kort door de bocht. Natuurlijk zijn het de fabricanten die zich sterk moeten maken voor hun product. Mijn commentaar ging eigenlijk uitsluitend over de regelgeving en de controle daarop. In een eerder commentaar sprak ik al van de vele concepten die de afgelopen decennia het licht hebben gezien, zonder dat er echter nog maar iets van over is. Gebakken lucht, anders niets.

Soms is het wel eens moeilijk om in een paar woorden te zeggen wat eigenlijk in een lijvig handboek zou moeten staan. En dan schiet je doel voorbij, zoals Joost dacht dat ik de overheid Old Amsterdam wil laten promoten.... Aie, aie, het valt soms niet mee…


3 juni 16.57 Rene de Bruin

De kern van het probleem is volgens mij dat het begrip ´streekproduct´ in Nederland geen bescherming geniet en dat er in bijvoorbeeld het geval van Old Amsterdam in zeker zin sprake is van misleiding (het is geen oude kaas en komt niet uit Amsterdam) waar niet tegen opgetreden wordt. Volgens het Chiemsee arrest uit 1999, die gaat over oneigenlijke en misleidende geografische aanduidingen is hier wel een juridische basis voor. Deze link http://www.ivir.nl/publicaties/vroom-cramer/IER-Chiemsee.doc verwijst naar een artikel daarover (maar met die juridische termen weet ik nooit of ik het goed begrepen heb).


3 juni 17.03 dick veerman

Heren, hebben we nu het probleem - en dus de kans - niet te pakken: zolang ‘streek’ niet heel precies maakt wat de criteria zijn voor een streekproduct (niet in het algemeen dus, maar voor iedere product specifiek) kan er geen wettelijke bescherming worden gedefinieerd (wel een publicistische, zoals m.n. dit krantje heeft duidelijk gemaakt). Strekers moeten dan ook kiezen: heel precies zijn, met het risico zichzelf zwaardere eisen op te leggen, of de nep en fantasie - incl. de eigen, want zonder duidelijke status zijn het producenten als ieder ander - de vrije loop laten.


3 juni 17.19 Rene de Bruin

Dick, ik denk inderdaad dat het belangrijk is om de criteria specifiek te beschrijven. En je kent me inmiddels een beetje, ik wil die handschoen wel oppakken om daar eens op door te denken. Blijf ik wel met de door jouw elders gestelde vraag zitten, wie bepaalt dan wat een streekproduct is? De producenten die zelf de koppen bij elkaar steken om een lastenboek te maken?

Overigens constateer ik wel dat er hier op Foodlog weinig geloof is in de voorgewende transparantie waar veel streekinitiatieven zich tegenwoordig op beroepen.


3 juni 17.31 Steven

Het wordt “leve de fantasie”, Dick. Vind ik okee.

Streek is al vooral overgenomen door charlatans. Dat komt nooit meer goed. En hoeft ook niet.

In Belgisch-Limburg was er zopas grote ruzie tussen Zonhoven en Hasselt. Ik heb het hier wat proberen te duiden.

In een notendop: een Zonhovense ondernemer-pur-sang wil wat culinair leven in de brouwerij brengen en brouwt een bierke met een fantasieverhaal dat zich afspeelt in Zonhoven. De streek zit hem in het feit dat de Zonhovenaar dit als een eigen bierke beschouwt en het kan hem bierworst wezen, dat het aan de andere kant van het land wordt gebrouwen.

Streek wordt hier niet volledig aardrijkskundig, maar vooral met humor ingevuld. Mag niet?


3 juni 17.33 flipse

Misschien een uitdaging voor Lizet. Een onderzoekje doen naar streekproducten van vroeger en kijken of dit soort producten kunnen worden teruggehaald. Je moet ook niet te benepen zijn met het woord streek. Soms kan dat wel een hele provincie zijn. Of een gedeelte daarvan, zoals de Peel of de Utrechtse Heuvelrug, de Betuwe, Tessel, Yerseke of noem maar op. Maar je moet ergens beginnen en niet opnieuw het wiel willen uitvinden.


3 juni 17.57 Rene de Bruin

Ja leuk, een onderzoekje.
Die laatste zin bevalt me beter: ´niet opnieuw het wiel willen uitvinden´.


3 juni 18.39 dick veerman

“Wie bepaalt dan wat een streekproduct is? De producenten die zelf de koppen bij elkaar steken om een lastenboek te maken?” Als ik het voor het zeggen zou hebben: jazeker. Je wilt toch niet dat een stel ambtenaren of Wageningers in opdracht van ‘Den Haag’ dat gaan doen?

Als het er eenmaal is en serieus functioneert, verdienen die lastenboeken wettelijke bescherming. Maar ... misschien is dat wel een achterhaald systeem en kun je beter kiezen voor een verankering van heel serieuze producten in het publieke domein zelf.
Ik schreef hierboven al iets over Hanneke Kuppens. Als er een modern streekproduct uit haar Machedoux zou ontstaan, gemaakt door 40 geitenhouders die zich duidelijk bekend weten te maken via een sterk openbaar register en er een duidelijke smaakkwaliteitsstandaard op na houden, denk ik niet dat Gijs of Streeck het in hun hoofd zouden halen die kaas te neppen. Integendeel: ze zouden er meer van willen hebben en er zouden er meer van kunnen komen. In plaats van streek te neppen, zouden ze het laten groeien.

Of je het moet doen via het supermarktkanaal (zoals Gijs en Streeck) is weer een tweede. Streek is meer iets voor echte boerenwinkels, met een compleet assortiment (incl. huismerk WC-papier en waspoeder) uit heel Nederland aangevuld met sinaasappels en ander spul dat hier niet wil groeien. Zonder franje, heel basic, maar uitstekende kwaliteit. Geen leuke ‘toeristen’- of ‘cadeauwinkels’ zoals de streekknuffelaars willen, maar serieuze concurrenten voor de bestaande retail. Goed eten, direct van boer + verwerker, geen nodeloze franje en daarom goed + niet duur. Op markten, in steden en in dorpen. Lokale overheden zouden moeten helpen met het vestigingsbeleid. Dat is immers beremoeilijk voor eetwinkeliers.

Iets als Marqt dus, maar dan met volume, want anders blijft het hobbyen en veel te duur voor wat het pretendeert te zijn.

O ja, volume, dat kan dus iets heel anders betekenen dan 2 fabrieken. Eentje voor rechter- en eentje voor linkerschoenen, zoals de karikatuur van de vroegere Sovjet-Unie het wilde. Dat kan 100 Hanneke’s betekenen. Dan gaan we het ergens over hebben. Volume in spannende diversiteit.


3 juni 19.56 lizet kruyff

Flipse, retro-streek, dan kunnen we hier beter Westfaalse hammen eten, erg populair door een aantal eeuwen heen. En Friese groene kaas. Verder liep Nederland geheel in de pas met wat er in West Europa aanwezig danwel in de mode was. Streekproduct was eerder noodzaak dan wens.


3 juni 21.18 Willem Treep

Aanstaande maandag gaan wij beginnen met streekeigen producten. Onze onderneming werpt een totaal ander licht op streek. Wij definiëren streek als vanuit de buurt. Met een straal van om en nabij de 30 kilometer zoeken wij boeren en winkels om aardappels, groenten en fruit van boeren uit de buurt aan te bieden.

Ik heb de tijd niet om naar de boer te gaan, dus als de supermarkt zorgt dat ik producten van boeren uit mijn streek kan kopen ben ik gelukkig. Wie nog meer?

De discussie over streek vind ik ver gaan. Transparantie op een procedé moet uit het procedé komen. Een mooi voorbeeld vindt je terug in de mode: consumenten voelen haarfijn aan of iets echt of nep is. Ik schrik van Flevosap met appels uit Polen en Appelaere uit Zeeland waar nog nooit een appel uit Zeeland in gezeten heeft (heb ik me laten vertellen). Als consumenten hier een keer achter komen dan schrikken ze.

Je moet echt zijn om te overleven. En een beetje nep pikt de consument nog net, maar ga niet te ver. Een commercieel risico dus, waar de overheid zich niet mee moet bemoeien. Eerlijk duurt het langst.

De overheid mag zich wat mij betreft wel bemoeien met het belang van lokale betrokkenheid en lokale ambachten. Ik, als burger, zie het als een groot goed dat er in Nederland echt brood wordt gemaakt, dat ik gisteren een heerlijk zelfgemaakt Terschellinger cranberrygebakje heb mogen eten etc. Die ambachtelijkheid, die natuurlijkheid en dat agrarisch besef moeten we vasthouden.


3 juni 22.01 dick veerman

Volstrekt eens Willem, naast streekproducten heb je - doodsimpel - ook lokale producten. Nederland barst er zelfs van, want alles groeit ergens. Een kind kan de was doen als het gaat om de definitie daarvan: ze komen uit de buurt.

Zo is er hier in het verleden meermalen over gediscussieerd: ‘streek’ is een verkeerde vertaling van ‘local’. Maar daar zijn de streekmensen het niet helemaal mee eens. Ze claimen wel degelijk iets “AOC-achtigs”.  Als je dan A zegt, moet je wel tot de C komen en geen Pools Flevosap of Brabantsche Streeckaardbeienjam met, ook alweer, Poolse aardbeien maken. En dat is nog maar een topje, want een Brabantsche streekaardbei moet iets anders zijn dan een willekeurige.

Succes met jullie launch. Ik hoop dat de super jullie en de boer wat gunt en blijft gunnen!!


3 juni 23.35 Rene de Bruin

Willem, ik hoop ook dat jullie opzet slaagt om lokale producten lokaal af te zetten. Maar noem het dan ook geen streekeigen (zie je openingszin). Ik ben het niet eens met Dick dat ´streek´ een verkeerde vertaling van ´local´ is, ´local´ is nl. lokaal geproduceerd. Wij bij SPN spreken dan ook liever van streekeigen, iets dat aan de streek toebehoort, lamsvlees van Texel, asperges uit Limburg noem maar op. Heb je daar een beter Nederlands woord voor?? Regionaal misschien? Dat bekt ook niet lekker.
Flevosap met poolse appels is natuurlijk fake, daarom Dick is het ook niet zo heel erg wat AH hen geflikt heeft, hadden ze maar wat minder moeten neppen lijkt me.
Overigens, volgens mij smaakt zo´n Terschellinger cranberrygebakje ook een stuk minder als je weet dat het merendeel van de cranberries die op Terschelling verkocht worden gewoon import van elders (Canada?) is.


4 juni 0.24 dick veerman

Ik denk niet dat Flevosap door AH wegens nep aan de kant is gezet. Wel wegens huismerkcreatie rond ‘troebel appelsap’. Het was de klassieke supermarketeerstruuk waar iedere aanbieder van een beter product bij AH op bedacht moet zijn. De super laat je een nieuwe (sub)categorie maken en daar alle risico’s en inversteringen voor doen. Vervolgens pikt het die dan zelf in, met een boven zijn normale range maar onder jouw product gepositioneerd product.

Al zijn er hier mensen die beweren dat bedrijven slechts business en geen ethische normen hanteren kom ik in het woordenboek en in titels van boeken het begrip business ethics tegen. De Flevosap-case is een icoon van very bad business ethics in supermarketeersland. Heeft niets met streekproducten van doen

Maar dat is natuurlijk off topic.

Back to business. Prachtig dat dit Willem en Rene het even zo scherp tegenover elkaar stellen. Nu hebben we immers 2 heldere begrippen (het begrip ‘streekproduct’ kan in de ban):
- lokale producten: van dichtbij (alleen de omtrek moet nog bepaald worden; in de VS komt ‘local produce’ uit een gebied met een grootte die hier zou reiken tot in Denemarken, nog net achter Berlijn en tot heel ver onder Lille)
- streekeigen producten: met grote stappen en dus gauw thuis gedefinieerd als ‘appellatie-achtige’ producten die verankerd zijn in de historie van een streek

Ik concludeer dat het spinazie-geitenkaastaartje dat Eric van Veluwen vorig jaar tot beste streekproduct van zijn IJsselstreek uitriep voortaan het beste lokale product moet heten.

Resten nog 2 vragen:
- mag Machedoux (of een andere nieuwe uitvinding) een streekproduct worden? Of Olde Remeker (van Jersey-koeien, geen Nederlands ras; de oude kaas van hun vettere melk is evenwel een vondst van jewelste)? De onverkort kruidnagelige (is dat een streeksmaak?) worsten van Rob Rijks uit de Achterhoek? Of - om dat ook maar even fundamenteel aan te pakken - Goudse kaas uit Friesland of Groningen?
- welke streekeigen - appellatie-waardige - producten kent Nederland en hoe zijn ze exact gedefinieerd (eea in bovenstaande zin)?


4 juni 8.03 lizet kruyff

Mooi, twee heldere begrippen, waarbij 2. “verankerd in de historie van de streek” al gauw tot museumproducten leidt en geen ruimte biedt voor nieuwe streekproducten als de Machedoux, de paarse Brabantse asperge. Ruimte voor Goudse kaas uit niet-Gouda zou er wat mij betreft niet moeten zijn. En de kruidnagelige worst hoort van oorsprong in Groningen (en deels Friesland/Drenthe) thuis. Mag een slager uit Brabant nagelholt maken? En een Texelse slager Brabantse plaatham? Of gaat het om de receptuur?


4 juni 9.21 dick veerman

Lizet, je lijkt dat verankeren in de geschiedenis te betreuren, maar zou de Goudse kaas uit niet-Gouda willen afschaffen. Leg eens uit.

De consequentie van het bovenstaande voor je laatste 3 vraagtekens is dat een Brabantse slager best iets mag maken dat op nagelhout lijkt, maar het mag niet zo heten, al gebruikt hij precies dezelfde receptuur. Nagelhout komt uit Oost-Nederland. Het omgekeerde geldt voor de Brabantse plaatham. Dat zijn de consequenties van het spel dat - ik zeg t maar even op zijn Frans-Nederlands - appellatie heet. Hou je je daar niet aan dan krijg je zowel uitstekende als namaaknep en alles daartussen.

Dat zou een reden kunnen zijn om voor een modern lokaal kwaliteitsproduct te kiezen: Machedoux, Olde Remeker als nieuwe kazen van onze typisch Nederlandse vette weiden (mogen niet uit streken met te arme gronden komen; jammer dus voor bijv. Peelboeren). Nieuwe kansen ontstaan voor peentjes uit zandgrond en peentjes uit klei of zelfs uit mergel. etc.

Denk je dat goed door, dan kan een heel nieuw streekproduct ontstaan, dat niet meer verankerd is in de geschiedenis van een streek, maar in combinaties van rassen en ondergronden, neerslag en zonlicht (naar het het schijnt het hoogst in West-Walcheren en het Westland). Die speelt overigens ook in de ouderwetsere Franse appellaties een rol. Menig perceeltje binnen een streek is uitgesloten van appellatie omdat het niet aan de eisen voor een goede ondergrond voldoet. In de jongste appellaties (in de Languedoc en de Roussillon is bijv. de steeds belangrijker geworden Syrah volstrekte import, terwijl de Cinsault, Picpoul Noir en Ribeyrenc inheems zijn en beter tegen de droogte van daarginder kunnen maar verboden raakten).

Denk je dat terroir/ras/climat-principe veel moderner door, dan krijg je een modern streekproduct dat niet zozeer aan de naam van een streek als wel aan stricte ingredienten- en maak-eisen moet voldoen. Het is minder krampachtig en zorgt - om het in marketeersjargon te zeggen - voor een gezamenlijke propositie van onafhankelijk van elkaar werkende kleine zelfstandigen. Dat maakt sterker en kan hen een economisch voordeel bieden.
Voor alle duidelijkheid: Goudse kaas uit Friesland mag dan ook weer, al zullen de eisen aan het maken veel strenger moeten (bijv. rauwmelks en niet ‘thermiseren’ zoals kaasmakers een lichte vorm van pasteurisatie noemen; de nodige boerenkaasmakers doen dat).

Ik ben benieuwd wat Rene van die manier van denken vindt. Aan het einde van de rit, zorgt het nl. voor een kwaliteitssysteem dat Label Rouge-achtig is (en dat niet bij toeval ook onder de regie van de INAO valt).


4 juni 9.25 Nick Trachet

“Lokaal product” is vrij gemakkelijk te definiëren en hoeft ook niet eenduidig te zijn.  Iemand kan zeggen: producten van kwekers binnen een straal van 30 Kilometer, terwijl een ander (waar veel keuze zit): enkel uit het dorp. Kies zelf en schrijf het in het groot op je winkel.

“Locale specialiteit” is een uniek product dat enkel door één fabrikant wordt gemaakt.  Die machedoux (die ik verder niet ken) is iets dat niemand anders maakt, ook niet in de streek.  Het hoeft geen band met de streek hebben, maar het is wel (uitsluitend) plaatselijk verkrijgbaar, of zoals jullie zeggen: “waar je voor omfietst”.

Een echt streekproduct impliceert m.i. dat er meerdere fabrikanten van bestaan.  Dat het product gemeengoed is in één bepaalde streek. Voorbeelden uit België: geuze (Pajottenland), rood bier (Zuid west Vlaanderen), hervekaas (Plateau de Herve), vroonaardappelen (kust), perenstroop (Limburg en Luik).

Bij de aardappelen hier is er een duidelijke inbreng van terroir (vroongrond, ligging bij de zee), en die kan eenvoudig beschermd worden, wat de boer een extra prijs voor zijn patatjes zou kunnen opleveren.  Andere grondgebonden teelten zijn paddenstoelen uit mergelgrotten..., witloof en asperges (zandgrond), waterkers (kalkrijke bronnen).

Bepaalde dierenrassen en plantenrassen zijn meer aangepast (of traditioneel) aan een streek dan andere en daar dus makkelijker te krijgen: pêches de vigne, cavaillonmeloenen, ganzen van Visé, Buffels in Campanië. Maar als er maar één struisvogelboer is en die net zo goed elders zou kunnen zitten, dan s dat voor mij geen streekproduct.

Kort streekproducten moeten een samenhang hebben met het fysisch milieu OF een plaatselijke afwijking zijn (variëteit, ras, habitus of verwerkingsvorm) van een standaardproduct (om historische of lokaal fysische redenen zoals klimaat) EN (dit is cruciaal) ze moeten door meer dan één zonderling worden geproduceerd.


4 juni 9.34 lizet kruyff

Dick, ik vind het prachtig wanneer historisch verankerde producten bewaard blijven, maar dat zou stilstand betekenen, bevriezen in de tijd, en vooruitgang, vernieuwing tegen gaan. OK, verklaren we Nederland tot één groot Openluchtmuseum, met een terugkeer naar Ot-en-Sienromantiek? Nee toch. Prima om tradities te handhaven, en Goudse kaas uit niet-Gouda gewoon een andere naam te geven. (type Gouda, noemen ze dat niet zo in Frankrijk?)Dat geldt dan dus ook voor de streekgebonden nagelholt en droge worst en plaatham.
Nieuwe mogelijkheden, zoals een project om de van oudsher in Zeeland geteelde peulvruchten een comeback te geven, ondersteun ik van harte. Dat hoeven dan niet de ‘oude’ rasjes te zijn, zoals de bruine kogelboontjes, doet u mij maar linzen, kikkererwten, kievietsbonen, alles wat er maar groeien wil en waar de consument vrolijk van wordt en hebzuchtig.
Gisteren hadden we nieuwe aardappelen die ik ergens bij de boer in Brabant had opgeduikeld toen ik er langs kwam: roken typisch naar aardappelen van het zand en niet naar klei-aardappelen. Daar heb je je terroir. Al denk ik dat deze aardappelen ‘Frieslanders’ waren ;-). Ik onderschrijf Nicks verhaal dus, zeker de laatste alinea.


4 juni 10.39 flipse

Lizet, in een land waar de consumenten zo mijlenver af zijn geraakt met alles wat levensmiddelenproductie betreft (om nog maar niet te spreken over historisch en cultureel besef), zou het wel eens een goed idee kunnen zijn om traditionele producten nieuw leven in te blazen. Met moderne technieken, misschien niet altijd met de oude rassen en ook maar niet met varietieten welke hier eigenlijk niet echt willen groeien. Geen kekererwten uit kassen bijvoorbeeld…

Laten we er dan meteen een goede gewoonte van maken om deze producten een korrekte NL naam te geven en niet een of andere verbasterde fancy Franse of Engelse term… Kunnen we meteen rare termen als “echte boter” om zeep helpen…

We hebben al Opperdoezer Rondes. Waarom geen Zeeuwse mosselen, Friese drabbelkoeken, Limburgse asperges, Hollandse haring (ipv de maatjes die overal vandaan kunnen komen...)en wie weet wat er nog allemaal voor moois te ontdekken valt. Niks Openlucht museum of Ot en Sien. Gewoon moderne, dynamische producten, waarvan iedereen moet weten en zal weten hoe ze gemaakt worden en waar ze vandaan komen, en..... die voor eenieder beschikbaar zijn…


4 juni 11.07 lizet kruyff

Linzen en kikkererwten (kekers) groeiden hier van oudsher gewoon in de volle grond, dus daar is helemaal niets op tegen, net als de kievietsbonen (die het als borlottibonen natuurlijk veel beter doen, want Italiaans). Maar om de een of andere manier hebben veel groentesoorten hier het stempel ‘armeluiskost’ en is eigenlijk alleen de bloemkool nog salonfähig. Er is een hele lijst van streekproducten, Hielke van der Meulen schreef er een aantal jaar geleden een prachtig boek over. Maar waar begin je en waar houdt het op? Asperges werden van oorsprong in de buurt van ‘s-Gravezande en op de Zuid-Hollandse eilanden geteeld, niet in Limburg, niet in Brabant. Toch omarmen we de Limburgse en inmiddels ook de Brabantse en Twentse asperge als streekproduct. Kwestie van goede marketing. Net als bij de Opperdoezer Ronde aardappel, die inmiddels ook uit een wat wijdser gebied komt dan alleen Opperdoes om ruzie met de buren te voorkomen.
Wel Openluchtmuseum als je die asperges alleen uit ‘s Gravezande laat komen, waar ze overigens al lang niet meer geteeld worden, maar daar de teelt weer naar terugbrengen zou. Wel Hoornse wortelen, als we er eindelijk over uit zijn wát dat nu precies zijn: oranje, gele wortelen? Kortom: het product moet niet alleen traceerbaar en herkenbaar zijn, maar het vergt een enorme investering in communicatie en positionering.


4 juni 13.27 Rene de Bruin

Er is veel waar ik op zou willen reageren, maar het ontbreekt me nu even aan tijd. Ik ben het eens met Dick e.a. dat streekproducten niet alleen terug moeten gaan naar het verleden, maar dat er juist ook ruimte moet zijn voor nieuwe ontwikkelingen. Helemaal goed, zouden ze in Rotterdam zeggen. Juist een ´gezamenlijke propositie´ van gezamenlijke onafhankelijke producenten is in de praktijk natuurlijk de basis voor nieuwe regionale ontwikkeling. Soms werken die bedrijven dan samen onder 1 vlag, zoals Vechtdalproducten, DrentsGoed, Waddengoud etc. Maar volgens mij hebben deze streken ook hun ´iconen´ nodig, streekeigen producten die goed beschreven en gedocumenteerd zijn.
Paar andere opmerkingen nog: volgens mij worden soortnamen (recepturen) en streeknamen door elkaar gebruikt. Goudse kaas staat volgens de warenwet inderdaad voor een type kaas, net als Fries Roggebrood.
Verder ligt ´s Gravenzande niet oop de Zuidhollandse eilanden maar in het Westland. Volgens de telers van de Brabantse Wal asperge is het oudse productiegebied om en nabij Bergen op Zoom, waar tot de jaren 50 de meeste asperges werden geteeld en verhandeld.


4 juni 15.05 Guillaume

Waar een klein land niet groot in kan zijn. Geen gehucht zo klein, of het heeft wel een specialiteit, die met een regiolabel blijkbaar beschermd moet worden....
Opperdoezer kaas, Vechtdaalse worst, Tietjerkstradeler perentaarten en Achterhoekse spinaziegeitenstaartkaasjes..

Ik zou liever zien, dat naast dat kneuterige gedoe, dat geen enkele garantie op kwaliteit biedt en alleen op basis van pseudo-exclusiviteit een hogere prijs claimt, men zich op Foodlog eens wat drukker maakte over het feit dat de supers met hun huismerken geen enkele traceerbaarheid betrachten.
Hoe zit dat wettelijk qua aansprakelijkheid met voedsel ?
Zeker wanneer de bron buiten-europees is ..

De supers vinden de Hollandse consument blijkbaar te dom om met betrekking tot voedsel transparant te maken WIE WAT WAAR produceert.
Maar daar hoor ik hier niemand over ;-)
Folklore is blijkbaar hier een belangrijk food-issue


4 juni 15.12 lizet kruyff

‘s Gravezande e.o. én de Zuid Hollandse eilanden waren de bakermat van onze aspergeteelt, dit even ter verduidelijking, mij is de geografie bekend, het kan zijn dat ik het niet nauwkeurig genoeg omschreef. Ik geloof dat je hier en daar op Schouwen nog een teler kunt vinden. ‘s Gravezande is voor zover ik weet ouder dan de Brabantse Wal, maar daar ga ik geen halszaak van maken, zou ik de boeken weer in moeten duiken.
Zolang ik nog op mijn vraag: wat zijn dat voor aardbeien? het antwoord krijg: Hollandse, of ‘Van de Veiling?’ hebben we nog een lange weg te gaan. Maar misschien is het wel allemaal onbegonnen werk.


4 juni 16.26 Pieternel

Asperges waren inderdaad een delicatesse onder andere uit ‘s-Gravenzande. Zoals de naam al doet vermoeden ligt ‘s-Gravenzande op een zandplaat. Het zand van de graaf, ofwel het jachtterrein van Graaf Floris de vijfde in de delta van de Maas (Maesemunde). Ik haal er maar weer eens mijn vader bij, die net zoals ik in ‘s-Gravenzande is geboren. Hij raakte in vervoering als het aspergetijd was. Wist precies hoe je ze op ruggen moest telen en dat je er na 21 juni vanaf moest blijven. Echte Westlanders noemen ze ‘sparries’. Er zijn inmiddels weer Westlandse asperges. Ze komen nu onder glas vandaan, natuurlijk.
http://www.asparaguscentre.nl/download/iakc/20080303_6855.pdf

Ook de teelt van tulpen was een ‘s-Gravenzandse aangelegenheid. Een bollenhandelaar uit het Noordelijk zandgebied vertelde me pas dat veel ‘s-Gravenzanders later zijn uitgeweken naar het kopje van Noord-Holland, maar dat ook hun roots in het Westland liggen.

Dus behalve de Westlandse tafeldruif, met name de rassen Frankenthaler (Zuid-Tirol), Muskaat(Egypte), Golden Champion(Engeland) en Alicante(Spanje) hebben we nog streekproducten als asperges, tulpen. Waarschijnlijk nog een heel rijtje groentes die ooit in het Westland aan hun opmars zijn begonnen.

Ik ben het met René eens dat je ook moet kijken naar nieuwe ontwikkelingen, maar de historie bepaalt toch voor een groot deel het verhaal achter streek. Misschien niet bij de juiste definiëring, maar wel bij het verkoopverhaal naar de consument.


8 juni 10.29 dick veerman

Wat concluderen we nu uit het bovenstaande? Is er wellicht een link met die wilde en soms erotische draad over ‘de Libelle-factor’ en de groentenboer?

Reageer op dit bericht

Naam
E-mail
Website

Code
Type code

Reactie   [url=http://www.link.nl]omschrijving[/url]


LAATSTE REACTIES

Meer Reacties

POLL

Deze poll is geëindigd op 22 augustus om 0.24 uur.


ZOEK OP DEZE SITE

Uitgebreid zoeken

ARCHIEF