DEBAT

De laatste kleine super en de kleine kruidenier


19 juli 9:42 redactie

Het nieuws rolt vanmorgen van de persen: na de zomer zullen de laatste kleine supermarkten verdwijnen. Het zijn winkelketentjes die voor dat laatste beetje variatie op de schappen konden zorgen. Maar het lukt ze niet. Ze zijn te klein om met de laatste paar groten mee te kunnen roeien en te groot om nog onderscheidend te kunnen zijn ten opzichte van de laatste zelfstandige bakkers, slagers, groenten- en kaasboeren en andere eetwinkels die het nog anders willen.

Foodlog.nl gaf afgelopen week aan een voorkeur voor echt kleine winkeltjes te hebben, als ze maar lekker makkelijk in de buurt zitten. De denkende, handige, hoogopgeleide en berekenende laag van de samenleving heeft die allang ontdekt zoals het toevallig ontstane multi culti winkelgebied Kanaalstraat in Utrecht bewijst. U leest het goed, geen projectontwikkelaar of gemeente bemoeide zich met de 'planning' van die winkelstraat. Het aanbod ontstond vanzelf. Daarom koop je er spullen die niet lijken op wat je in de supers vindt. En daarom ga je erheen, blijf je er terugkomen en blijkt de prijs nog meegenomen ook.

Wat moet er gebeuren om straks niet de laatste drie supers te laten bepalen wat we eten?

Voor alle duidelijkheid: die drie kunnen er ook niks aan doen. Als ze niet eerst de laatste kleintjes opvreten, moeten ze meteen beginnen met het hoofdgerecht, elkaar. Eerst de kruimels wegvegen is dan ook veel handiger en minder risicovol. Het is eten of gegeten worden, tot de laatste ronde.
Wij staan erbij en kijken ernaar, maar zouden op een goede dag kunnen bedenken dat ze van ons te eten krijgen. Of zijn we als collectief te onhandig en onorganiseerbaar om duidelijk te maken wat we willen?

Bron: FD, 19 juli 2010




LEES MEER REAGEER (16 REACTIES)

Als we ziek worden van de beesten


26 juni 9:35 redactie

We worden ziek van de beesten. Niet alleen van de geiten, de varkens en de schapen. Maar ook van de cavia, de kat, het huiskonijn en de huishond.

Ziekten die van dier op mens overgaan heten zoönosen. Op het ministerie van LNV willen ze liever niet dat er te veel over wordt gesproken; dat zou de maatschappij te veel in verwarring brengen. De Partij van de Dieren en Wakker Dier hebben het onderwerp nog nauwelijks ontdekt. Geen wonder, want voor je het weet, roep je als dierenactivist de hel over jezelf af. Zoönosen bestrijden doe je o.m. door preventief 'ruimen' - een eufemisme voor het doden van honderdduizenden dieren die helemaal niet ziek zijn.
Afgelopen week kwam er een chique rapport over zoönosen uit. Volgens het RIVM moet er veel eerder gesignaleerd worden dat er iets aan hand zou kunnen zijn. Het ministerie van LNV kreeg er een dikke onvoldoende in. Het beweerde dat het alles onder controle had, maar dat was niet zo. Eigenlijk wordt zo'n beetje beweerd dat de dierendokters en hun hoge pieffen het gedaan hebben. Zij willen maar niet samenwerken met de mensendokters.

In werkelijkheid is het misschien wel omgekeerd: mensendokters snappen het niet, dierendokters snappen het al heel lang.

Landbouwjournalist Jan Braakman sprak in 2006 met David Nabarro, de Engelsman die als een soort veterinair wereldopperhoofd bij de Verenigde Naties verantwoordelijk is voor het gevaar dat alle dieren elkaar aandoen omdat ze een beetje op elkaar lijken.
Als de een ziek wordt, kan de ander het ook worden. Als we veel beesten en veel mensen in elkaars buurt houden, dan kunnen we daar behoorlijk vaak en met heel velen ziek van worden. We kunnen er zelfs massaal aan dood gaan omdat we voor nieuwe besmettingsziektes nou eenmaal geen remedies hebben. We zijn tenslotte alleen maar 'andere beesten', of dieren zo je wilt.
Nabarro was in 2006 al heel stellig: 75% van alle nieuwe besmettelijke ziekten bij mensen zijn afkomstig uit het dierenrijk. Hij zei "Als dieren ziek zijn, moeten mensen weten dat ze bij die dieren weg moeten blijven. Heel simpel, maar heel belangrijk."

image

Volgens Braakman weten dierenartsen maar al te goed hoe het zit. Zij leven als het ware met de gevaren die ze al tijdens hun studie in hun manier van doen hebben verankerd. Daarom mag er wel eens goed over nagedacht worden waar we het nou eigenlijk over hebben. In plaats van moddergooien moeten we de relevante vragen stellen. De vraag is immers niet OF we ziek worden van dieren, maar HOE we met ze samen kunnen leven. Daar waren dierenartsen zich altijd al van bewust, terwijl nu het RIVM doet of zij de boosdoeners zijn. Het lijkt er eerderop dat de wet- en regelgevers ernstig in gebreke zijn gebeleven, want de waarschuwende geluiden waren allang luid en duidelijk te horen.

Volgens Nabarro is het antwoord op die HOE-vraag heel helder: je moet uit de buurt blijven. Doe Felix, Wodan, Flappie en Pietje in de vintage kanariekooi van oma dus maar de deur uit en hou in godsnaam op met dat gebazel over 'alle beesten buiten'. Dat is levensgevaarlijk. In steden en in de buurt van andere grote menselijke concentraties dus, zoals bijvoorbeeld de Nederlandse Randstad.
Alle dieren de stad uit. Ook uit je huis.
Overdreven? Het is in ieder geval nieuws voor de konijnenknuffelaars onder de aanhang van dierenrechtenbeweging.


LEES MEER REAGEER (80 REACTIES)
ADVERTENTIE Adverteren op Foodlog

Zolang we poep en pies wegspoelen, hoeven we ook niet biologisch te eten


27 mei 7:07 redactie

Kan biologische landbouw de wereld voeden? Het is een controversiele vraag. Hier is het onderwerp geworden van moddergooierij tussen reageerder-zonder-achternaam Wilem en Hendrik J. Kaput. 'Nee, dat kan niet', zegt Kaput stellig, en draagt boekenkasten vol referenties aan. Zijn belangrijkste argument: Ook bij biologische landbouw concentreer je nutriënten op één plaats, dat kun je alleen blijvend doen dankzij gangbare landbouw die die nutriënten beschikbaar maakt door het uit mijnen te winnen.
-'Maar heel veel mensen zeggen dat het wel kan', zegt Willem volhoudend, 'hoe kan dat dan?' Dit debat sluimert al maanden op Foodlog en vlamde nota bene weer op in een lijn over de marketingnep van boerenrookworst. Ondertussen weet de Foodlog lezer het nog niet: Is biologisch een goed idee, of niet? Dat moet eens opgelost worden.

... de vraag of biologisch de wereld kan voeden is niet relevant, beweert Wouter de Heij, foodlog's eigen procestechnoloog in de scheikunde, in onderstaand betoog. Het gaat om het sluitend krijgen van kringlopen, en specifiek over fosfor en fosfaat.

Kringlopen op aarde
Op aarde hebben we verschillende grote en kleine kringlopen. Iedereen kent de waterkringloop: water verdampt, vormt in de lucht neerslag en stroom naar rivieren en uiteindelijk de zee. Daarnaast hebben we de korte en lange koolstofkringloop http://nl.wikipedia.org/wiki/Koolstofkringloop. In de korte koolstofkringloop wordt koolstof (CO2) opgenomen door planten en bomen, eten mensen en dieren deze planten, en wordt CO2 weer uitgeademd door deze mensen en dieren. Deze kringlopen zijn redelijk sluitend: de voorraden hernieuwen zichzelf en als we het niet te gek maken kunnen ze eeuwig doorgaan.
De lange koolstofkringloop gaat om in de aarde opgeslagen koolstofatomen, die we in de vorm van olie en gas naar boven halen en verbranden zodat de concentratie van CO2 in de lucht toeneemt. Deze kringloop is níet sluitend. Fossiele brandstoffen die gedurende miljoenen jaren zijn ontstaan worden in enkele decennia erdoor gejaagd; het is duidelijk dat de voorraden zich nooit zo snel kunnen hernieuwen. Dit is dus geen kringloop maar een leegloop.
Voor vrijwel elk scheikundig 'element' gelden deze kringlopen. Door de steeds toenemende aantallen mensen op aarde zullen we beter naar kringloopsluiting moeten gaan kijken.

Kringlopen kun je op verschillende manieren sluiten. Per bedrijf, per sector, per land, per continent. Op wereldschaal zijn de kringlopen per definitie gesloten. We verliezen als aarde immers geen materie. Wel kunnen elementen zodanig vervuild of verspreid raken, dat het heel erg lastig is ze opnieuw in nuttige vorm te verkrijgen. Kringlopen zodanig sluiten, dat voorraden van essentiele elementen zich kunnen hernieuwen en het proces in beginsel eeuwig door kan gaan. Dát is een essentieel onderdeel van het verduurzamingsproces.

Fosfor essentieel
Voor de mens zijn moleculen zoals zuurstof (O2) en water (H2O) essentieel. Maar ook grotere macro-moleculen (en dan noemen we ze plotseling in de voeding macronutrienten) zoals eiwitten, koolhydraten, suikers, vetten zijn essentieel en opgebouwd uit de de kleinere atomen. Negen atomen doen specifiek mee in ons leven: (1) O (zuurstof), (2) H (waterstof), (3) C (koolstof), (4) P (fosfor), (5) N (stikstof), (6) K (kalium), (7) S (zwavel), (8) Mg (magnesium) en (9) Ca (Calcium).

image

Het zuurstof atoom O wandelt mondiaal gezellig mee met water (gebonden aan twee waterstofatomen), in de lucht (als koolstofdioxide of te wel CO2), maar voelt zich ook prima thuis in de bodem. We hebben mondiaal niet echt een beperking aan zuurstofatomen, en de natuur regelt deze kringloop vanzelf wel. Iets soortgelijks is het geval voor de overige atomen.

Er is echter ook een uitzondering: het fosfor-atoom, of eigenlijk de gebonden toestand zoals we het beter kennen, het fosfaat-molecuul.

Fosfaat is in de vorm van apatiet voor de mens en andere gewervelde dieren een basisonderdeel van botten en tanden. Fosfaat speelt in het lichaam een belangrijke rol bij de energiehuishouding, en fosfaatbruggen vormen de ruggegraat van de dubbele helixen van DNA. Daarnaast doet fosfor/fosfaat mee aan veel andere biologische processen. Het fosfor atoom krijgen we meestal binnen in de vorm van groente, granen, melkproducten en vlees. Mensen hebben ongeveer 800 mg P per persoon per dag nog (de huidige consumptie wordt geschat op1000 tot 1500 mg P per persoon per dag), en we lozen een vergelijkbare hoeveelheid 1000 tot 2000 mg P per persoon per dag. In totaliteit is dat alleen al in Nederland ongeveer 7000 tot 17000 ton P per jaar.

Down the drain
Fosfaat is ook een basisgrondstof voor kunstmest. Het is te danken aan de ontdekking van kunstmest, ongeveer 150 jaar geleden, dat de wereldbevolking snel heeft kunnen groeien. Dankzij kunstmest (en mechanisering) kunnen we veel goedkoop voedsel maken. Het fosfaat komt voornamelijk uit een paar fosfaatmijnen. De fosfaten komen uit mest en kunstmest via gewassen in ons lichaam, wat we niet meer nodig hebben plassen en poepen we weer uit. In de westerse wereld wordt een beetje fosfaat uit onze ontlasting hergebruikt. Maar op grote schaal, overal ter wereld, verdwijnen fosfaten via de rivieren naar de oceanen. Down the drain dus, letterlijk. Voorraden hernieuwen zich niet: een leegloop of niet-sluitende kringloop.
Op basis van onze huidige wereldbevolking hebben we naar schatting nog 60 tot maximaal 130 jaar fosfaat tot onze beschikking in mijnen. Binnen enkele tientallen jaren staan we voor een grote uitdaging om alle mensen op aarde te voeden. In een simpel plaatje ziet de huidige "keten" kan de huidige keten als volgt worden weergegeven:



image




Biologische en conventionele fosfaten cycli
Laten we nu eens vanuit het perspectief van de fosfaatuitdaging kijken naar de biologische en de conventionele sector. Via voedingsproducten worden fosfaten afgevoerd van de akkers. In biologische landbouw is gebruik van kunstmest aan banden gelegd. Toch moet er ook in de biologische sector dus ergens een 'bron' zijn voor fosfaat om de afgevoerde producten te compenseren. Er zijn twee mogelijkheden voor de biologische sector (a) mest uit de gangbare -niet-biologische en dus uit fosfaatmijnen gevoede- landbouw (nu rond de 50% in Nederland) en (b) interen op de fosfaat reserves die reeds in de 'rijke' landbouwgronden van Nederland zitten (zie ook de fosfaatstromen in Nederland op wdeheij.blospot.com).

Een andere mogelijkheid is er niet voor de biologische sector.
Ook de conventionele sector heeft op termijn een probleem, (a) de fosfaatmijnen raken immers op een gegeven moment leeg en (b) op dit moment hebben we in Nederland nog steeds een groot mestoverschot en verrijken we de grond meer met fosfaat dan nodig is. Meer mensen op onze aarde die allen een hogere consumptiepatroon hebben, dat resulteert onherroepelijk tot het bereiken van systeemgrenzen. Hiervoor heb ik het volgende ietwat complex schema gemaakt (zie ook onderstaande presentatie op slideshare):



image



Enkele scenario's kwalitatief uitgewerkt.
Even een kwantitatieve analyse uitvoeren is vrijwel onmogelijk. STOWA en Grontmij hebben overigens een heel mooie aanzet gemaakt. Het is wel degelijk interessant om hier op foodlog eerst een paar kwalitatieve eerste analyses te maken. Zo kunnen we de scenario's verrijken en bronnen verzamelen. Als dat er allemaal is kunnen we beginnen met het vellen van een oordeel.

Voorlopig zijn mijn stellingen:
1. Doorgaan op de huidige manier is niet duurzaam, fosfaten gaan down the drain terwijl het einde van de voorraden in de huidige fosfaatmijnen al in zicht is.
2. 100% overgang op biologisch kan in het specifieke geval van Nederland (tijdelijk) prima. We hebben in de laatste 50 jaar zoveel fosfaat opgeslagen in onze bodem, dat we zeker jaren kunnen interen op deze reserves zonder dat we de bodem teveel uitputten. Maar uiteindelijk putten we de bodem alsnog uit. Het betekent waarschijnlijk wel een forse krimp van de agri-sector en is daarmee een scenario dat ik zelf economisch niet zo waardeer. Waarom niet een sterke agri-sector behouden in Nederland en onderwijl aan de verdere verduurzaming werken
3. Geen vlees meer eten is niet de oplossing. Planten hebben ook gewoon fosfaat nodig. Bovendien wordt er in Nederland door de veehouderij sector hard gewerkt om de mestkringloop te sluiten, wanneer dat slaagt, heeft een 100% vegetarisch scenario geen voordelen boven een scenario waarbij we wel vlees blijven eten. Voor geïmporteerd vlees uit het buitenland geldt overigens zelden dat de mestkringloop sluiten is gemaakt. In de Nederlandse situatie heeft het derhalve geen zin om vegetarisch te worden, we zullen dan juist mee fosfaat moeten gaan importeren.
4. Een manier om de fosfaatkringloop te sluiten, is om onze eigen uitwerpselen weer te gaan hergebruiken. In Nederland hebben we hoogstaande waterzuiverinsinstallaties waar grijs en zwart water wordt gezuiverd voordat het gezuiverde water weer in de natuurlijke kringlopen komt. Ongeveer 80% van het 'humane' fosfaat wordt in de de waterzuiveringen reeds opgevangen. Dit sterk fosfaatrijke slib wordt echter niet hergebruikt als mest. Hier ligt dan ook de werkelijke uitdaging. Als Nederland dit voor elkaar krijgt, dan kunnen we op termijn een groot gedeelte van de fosfaatkringloop sluiten. De rest van Europa zou ons dan wel moeten gaan volgen ....

De discussie hoeveel mensen we kunnen voeden met biologisch of conventioneel is oninteressant. Het antwoord op deze vraag ligt immers opgesloten in de vraag of we de 'lekken' in de fosfaat 'niet-kringloop' mondiaal gezien kunnen beperken, of niet.

Specifieker: kunnen we ervoor zorgen dat humane faeces en mest van veehouderijsystemen zo gebruikt worden dat we fosfaat hergebruiken en er minder verliezen naar de zee ontstaan. Hoe gaan we dat doen?
Door het slib en de overige resten van onze waterzuiveringsinstallaties (mits deze alle P tjes opvangen) weer als meststof in te gaan zetten. Als we deze kringloop kunnen gaan sluiten, is fosfaat uit de mijnen niet meer nodig, en hebben we een Cradle2Cradle fosfaatkringloop gemaakt. Onder deze omstandigheid, zou het theoretisch mogelijk moeten zijn om ook 7 miljard mensen '100% biologisch' te gaan voeden denk ik. Lukt het ons niet, dan hebben we mondiaal nog 60-130 jaar te gaan op basis van kunstmest.

Ik zou willen voorstellen dat we in de komende tientallen jaren ervoor aan zorgen dat onze eigen poep en pies nuttig wordt hergebruikt. Daarnaast denk ik dat we op Europees niveau in stapjes kunstmest duurder moeten maken (eventueel met accijnzen net zoals bij olie). Niet de klimaatsector, de energiesector of de watersector gaan een beslissende mondiale rol hebben in het verduurzamingsproces. Verduurzaming draait om fosfaat en de vraag of we het voor elkaar krijgen om de fosfaatkringloop te gaan sluiten. De technieken zijn er al dus 'meer onderzoek' is niet nodig. Hebben we er echter ook de financiële middelen voor over? En is er voldoende politiek bewustzijn ook op mondiaal vlak aanwezig (op dit moment zeker niet!)? Dat zijn de werkelijke vragen die we onszelf zouden moeten stellen.

Bronnen:
- wereldwijde fosfaat reserves.http://www.mvo.nl/Portals/0/duurzaamheid/biobrandstoffen/nieuws/2009/11/12571.pdf
- een erg goed rapport van STOWA over fosfaat.
- beleidsnota ministerie http://www.stuurgroepta.nl/rapporten/beleidsnotitie_fosfaat.pdf
- proefschrift over fosfor-balansen.
- Stikstof en fosfaat in mest http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl0106-Stikstof-en-fosfaat-in-mest.html?i=3-17
- http://www.foodlog.nl/cafe/bericht/boerenmetworst_versus_boerenrookworst/#comment56829


LEES MEER REAGEER (78 REACTIES)

Een ondergrondse kas - ook voor de Sahara


5 mei 10:46 redactie

'Ze keken alsof ze water zagen branden' aldus Pieternel van Velden. 'Ze' zijn tuinbouwers die Pieternel - op verzoek - sprak aangaande een rapport van Wageningen over een duurzame kas....onder de grond.

Enkele weken geleden kwam Mark Soetman in contact met een uitvinder met een achtergrond in de glastuinbouw. Hij heet Blaauw, maar deed het niet op een blauwe maandag. Meneer Blaauw had een idee dat hij verder tot in de technische details liet ontwikkelen en - op papier - testen door 'Wageninger' Peter Vermeulen. Daarna volgde een impasse. Er zijn inmiddels drie jaar verstreken en het idee wil maar niet 'pakken': het is nog steeds niet gerealiseerd, zelfs niet in een testopstelling waarmee 'de markt' het zou kunnen beoordelen. Mark vraagt zich af waarom, want het is toch een geweldig idee.

Mark schreef de redactie van foodlog: Één oorzaak was de tegenwerking vanuit de markt (men zit volop in de glastuinbouw en belangen spelen een grote rol) en door een gebrek aan durfinvesteerders.

Maar stel: je bouwt een kas onder de grond. Daarmee houd je het bovenliggende land vrij voor andere doeleinden. Misschien wel complementaire doeleinden, bijvoorbeeld in plantenvoeding. Die kas is ingedeeld in groeikamers (gesloten bakken) waar de wortels in hangen en waar een koele, verrijkte mist doorheen gaat (dit is de opvolger van aeroponics wat nog druppels zijn). Welke gewassen het best renderen zal moeten worden getest. Welke mist daarbij hoort ook. CO2 verhoging is een mogelijkheid die ook nog eens de hoeveelheid broeikasgassen beperkt.

Dan het licht. Dat haal je uit speciale LED verlichting die - alweer - speciaal is ontwikkeld om plantgroei te stimuleren. Meer rood en blauw (blijkbaar) en met een goede omzetting van energie naar plantgroei. Natuurlijk komen de gewassen niet in de volle grond, maar gewoon in de lucht (het gas). De voeding van de gewassen lossen we op in water en daarvan maken we - door middel van trillende plaatjes - een hele fijne mist. Zo fijn (3 mu) dat schadelijke organismen er niet in kunnen (over)leven. Daarmee wordt alwéér de groei positief beïnvloed, tot twee keer de reguliere wortelgroei is haalbaar.

image

Bijkomend voordeel is de immense beperking van het watergebruik. In theorie is nog maar 1 to 5% van het water nodig in vergelijk met tuinbouw in de volle grond. De energie die nodig is voor de LED verlichting en de warmte halen we uit eigen groene energie: zonnecellen op de rol, windmolen, biomassa, vergisting, eventueel de verwerking van de mest van het bovenliggende veeteeltbedrijf (Rondeel of iets dergelijks). Of aardwarmte. Dit hele ding kan natuurlijk ook in een 40-voetsuitvoering die schakelbaar inzetbaar is in derde wereldlanden waar hongersnood dreigt. Warmte is er genoeg in de Sahara.

De theoretische resultaten van dit alles zijn veelbelovend. De aquapoon/areopoon technieken zijn - sinds het Wageningenrapport - sterk verbeterd in de VS en ook de LED technologie heeft niet stilgestaan. De theoretische opbrengsten zijn hoog. (Veel) Hoger dan van de volle grond of uit de bestaande glastuinbouw. Mooi niet? In theorie?

Of toch niet? Zijn er op Foodlog mensen met kennis van één van de onderliggende technieken die aanmerkingen hebben? Of zijn er tests gedaan waar ik nog geen weet van heb? Kan het NOG beter? Alle zinvolle informatie is welkom. Aanvullende ideeën ook. Alvorens een praktijktest gestart wordt.
De kernvraag: moet de WUR deze test uitvoeren? Of een gelegenheidssamenstelling van techneuten die specialist zijn op alle bovengenoemde vakgebieden?



LEES MEER REAGEER (45 REACTIES)

Het gelukkige dier


7 april 12:58 redactie

Hoe gelukkig is een dier waarvan we moeten vinden dat het gelukkig is? We nemen maar aan dat een scharrelei van een gelukkige kip kwam, maar loopt ze erbij zoals we denken? Ligt een binnenvarken er slecht bij? Is een scharrelvarken blijer? Is een biologische kip gelukkiger dan een Label Rouge dat niet bio at?

Foodlog.nl opent een foto-debat. Professionals en amateurs stuur ons je foto's met je commentaar en een kort beschrijving van de taferelen op .

De eerste foto's komen al binnen nadat Flipse en Klootwijk het hier na jaren nog altijd niet eens bleken over het wel en wee van Label Rouge kippen die Klootwijk alleen in het zand en de modder trof, maar die Flipse fotografeerde onder bomen en in gras.

We bespreken de beelden met mensen die er echt voor gestudeerd hebben. We plaatsen ze hieronder.

image





Foto's toegevoegd, 17:05, 7/4/10:

biologische legkippen binnen (ingezonden door Willem):
image

haan tussen diezelfde biologische hennen (Willem):
image

de biologische kippen van hierboven, nu buiten (Willem):
image

Label Rouge vleeskippen in Les Landes 1 (ingezonden door Flipse):
image

Label Rouge vleeskippen in Les Landes 2 (ingezonden door Flipse):
image

Label Rouge vleeskippen in de Sarthe (Flipse):
image

Zeug met biggen, zelfde Portugese bedrijf als de staande foto (ingezonden door Josien Kapma):
image

Toegevoegd, 23:50, 7/4/10:

Brandrode koeien in de 'stadsnatuur' bij Enschede (ingezonden door Berrie Klein Swormink)
image

Modern gehouden Portugees binnenbig (Josien Kapma)
image


Toegevoegd, 08:57, 8/4/10:

Legkippen met uitloop in de wijngaard (Ron en Gracia Verdel
in Almen, Gelderland; ingestuurd door Berrie Klein Swormink)
image

Toegevoegd, 10:04, 8/4/10: Nederlandse stallen
(kip en varken) die voldoen aan alle gangbare eisen (foto's Berrie)

overzicht van een stal vleeskuikens:
image

detailopname zelfde stal:
image

varkensstal van buiten:
image

dragende zeugen:
image

gespeende vleesbiggen:
image
LEES MEER REAGEER (27 REACTIES)
ADVERTENTIE Adverteren op Foodlog

Op zoek naar het Meisje


16 maart 0:49 pieternel van velden

Moeten ze nou een merk of geen merk? Meer toegevoegde waarde of niet? Bulk of niche? Groot of klein? Alleen of samen? Een veilsysteem of niet? De glastuinders worden met alle boodschappen het bos in gestuurd.

In december 2009 schreef ING - piepklein in de financiering van de glastuinbouwsector- een visie die ‘Kansen met Convenience’ heet maar nauwelijks aandacht kreeg. Heel anders verging het afgelopen week Rabobank die vond de tuinders het maar ‘Beter met minder’ moesten doen. De voltallige vakpers snelde naar Utrecht om de presentatie van het rapport bij te wonen. Een dag eerder liet LTO Glaskracht van zich horen dat ‘Samen marktgericht vooruit’ wil.

We bestudeerden de plannetjes die de wijze bobo's bedachten. Stel je voor dat ze allemaal verschillende afslagen nemen, wat moet je dan? Dat hadden we nou niet moeten vragen, want dat doen ze.

Je zou zeggen dat al deze visies op dezelfde wereld van gelijke strekking zouden zijn. Niets is minder waar. Waar Rabobank stelt dat de sector maar eens moet krimpen – een uitspraak die tot een jaar geleden ondenkbaar was – zegt LTO Glaskracht dat de sector na deze crisis weer vrolijk door zal groeien. Alsof je tegelijk links en rechtsaf kunt.

Het actieplan van LTO Glaskracht is tot stand gekomen nadat de bestuurders een rondje door de regio’s maakten. Het heeft veel actiepunten, van financiering tot ondernemerschap, van innovatie tot verduurzaming, van ruimte tot ICT. Nieuw is dat de standsorganisatie zich wil inzetten om de rebellerende tuinders en telersverenigingen bij elkaar te brengen. Dat behoort niet helemaal tot de doelstellingen, maar vooruit, het is crisis. Al lezend kom je al snel op de vraag of de genoemde problemen nieuw zijn. Ook zonder crisis behoren de verzamelde actiepunten gewoon tot het werk van deze club. Als dat nieuws is, moet je je afvragen waar ze altijd mee bezig zijn geweest.

Rabobank heeft onder druk van veel dwingende ogen ook gewerkt aan een visie. Je moet wel, want je moet als bank weten wie je wel en wie je niet financiert. Het is niet de bedoeling dat ook maar één accountmanager nog durft te praten over meer productie - groei - tegen lagere kosten. En dat is hoog tijd, want terwijl Rabobank afgelopen week in het Algemeen Dagblad telers waarschuwde om vooral niet voor de kilo’s te gaan en de waterbom weer tot leven te wekken, adviseerden lokale Rabobankiers afgelopen najaar nog veel tuinders dringend, zo niet dwingend om productierassen - waterbommenmakers dus - in te zetten. Ja, de hand van de bank reikt ver. Grootste zorg van Rabobank blijkt de grote verdeeldheid in de afzet. Als ondernemers nog langer ruziën over bundeling, zegt de bank, verliezen ze nog meer van hun ooit zo riante marktpositie. Desnoods maar franchiseformules maken, met dwingende afspraken. Oplossingen ziet de bank in concepten, bedacht door producent of zaadbedrijf.

Kijkend naar trends in Amerika denkt ING dat er in Europa meer kansen zijn voor convenience, gemaksvoeding. Waar de visies van Rabo en LTO stoppen, pakt ING de draad op. Deze bank constateert dat zowel telers als inkopers van

image

supermarkten niet precies weten wat consumenten willen. Telersverenigingen weten alleen wat retailers willen en daarom kiezen ze grotendeels voor commodities, ofwel producten die volledig inwisselbaar zijn.

Elk van de drie geschriften laten veelvuldig de termen ‘luisteren naar de markt’, ‘innovatieve concepten’ en ‘toegevoegde waarde creëren’ vallen. Daarin papegaaien ze elkaar prima na, zonder deze begrippen van heldere voorbeelden te voorzien. Het heeft ook weinig nieuwswaarde. Daarom zou het verstandig zijn om óf deze begrippen van een goede definitie te voorzien óf ze helemaal weg te laten en te vervangen voor iets beters.

Wat is dat dan, iets beters? Daarvoor gaan we ongeveer twintig jaar terug in de tijd, want dat beters is er ooit geweest menen velen. Nederland exporteerde namelijk alleen klasse I producten naar het buitenland, in een houten kistje of kartonnen doos met Holland merk. Het Holland meisje stond symbool voor een kwaliteitsproduct. Klasse II ging in het bekende grijze en later blauwe poolfust de binnenlandse markt, dus letterlijk de markt, op. Een systeem met wat nadelen, maar heel veel voordelen. Het maakte van de Hollandse tuinders in de volksmond topproducenten.

Door veranderende Europese regelgeving is dat principe losgelaten. En met het loslaten is de eerste wildgroei ontstaan. Het is dus geen wonder dat tussen de regels van verschillende visies door subtiel wordt verwezen naar een merkproduct. Velen verlangen met weemoed naar het Holland meisje. Eens het symbool van een super-product.

In die tijd was het begrip ‘toegevoegde waarde’ nog niet toegevoegd aan het bestuurdersjargon. Toen mocht een paprika nog gewoon een goeie paprika zijn. Nu hebben we alleen nog hoogdravende woorden waarvan niemand weet wat hij er mee moet. We moeten en zullen op 'toegevoegde waarde' reis. Op zoek naar het Meisje van toen?
Het is vast schrikken als je haar nu tegenkomt. Zo gaat dat met oude liefdes. Er is nieuw bloed nodig.

Wat valt er te maken van de ideeën van al die banken en bestuurders?


LEES MEER REAGEER (75 REACTIES)

Siebenga’s vlees- en voedseltaks


2 maart 15:23 dick veerman

Minister Gerda Verburg, thans demissionair, laat vandaag weten dat ze niets ziet in een vleestaks. Alexander Pechtold (D66), kandidaat voor een ministerspost in het nieuwe kabinet, had net uitgerekend dat het alvast 1 miljard oplevert die hij dan niet meer hoeft te bezuinigen als straks het overheidsapparaat echt flink moet worden ingekrompen. Dat is natuurlijk sowieso een slechte reden om aan vleestaxering te beginnen. Maar nu even serieus, want het moet natuurlijk niet om geld gaan en je hebt wel degelijk vlees - ook al komt het van dezelfde diersoort - dat heel OK is.

Niet alle vlees hoeft op de taks. Er is heel duurzaam vlees. Neem een koe, die gras eet dat er toch maar staat en dat er staat omdat we van weilanden met koeien houden. Neem een varken, het duurzaamste dier ter wereld, dat ons afval zou moeten eten en kan eten van het Nederlandse graan dat we zo mooi vinden wuiven op de akkers maar niet eten omdat het te zacht is om er brood van te bakken. Wist u dat eigenlijk wel? Al ons graan gaat naar de dieren. We kunnen er heel wat van eten en wat moeten we anders met die akkers? In het Groningense Oldambt - graanland bij uitstek - bouwen ze er nu huizen op voor rijke Amsterdammers en Hagenezen. 'De blauwe stad' noemen ze dat. In hun 4x4 BMW's en sportieve Mercedessen blazen die nep-Groningers wekelijks heel wat fijn stof de lucht in tijdnes hun ritjes op en neer naar de Randstad.
Voor die oplossing is maar gekozen omdat het graan niks meer opleverde. En dat kwam weer omdat er niet te weinig, maar veel te veel eten wordt gemaakt. Tis een rare wereld.

Dus als we het nou eens zo doen:
- we stoppen subiet met het verbranden van al dat kostbare eetafval van al die mensenmassa's hier en brengen het naar de beesten; varkens en kippen zijn er dol op en het is goed te verwerken.
- daarnaast voeden we ze met ons graan
- onze landschappen houden we mooi met koeien en andere grazers, die we bij voeren met graan (er is een oude slagerswijsheid: 'je moet koeien hebben die in de meelzak hebben geblazen')

Alle vlees en alle melk die daar vanaf komt noemen we duurzaam, want er is niemand die er iets anders mee kan.

image

Geu Siebenga, foto: Diederik van der Laan

Alles wat dat niet is, daar komt een heffing op. Dat noemen we de taks van Geu Siebenga, de oude wijze bankier die onlangs een voorstel deed dat kennelijk noch Pechtold, noch Verburg, Wakker Dier, Natuur & Milieu, Milieudefensie of de Dierenbescherming opviel. In een interview waarin het o.m. ging over 'duurzaamheid' kwam hij met een boeiende gedachte:

Het denken in geld alleen leidt tot dat soort toestanden. Er zou een modern soort ‘local for local’ –denken moeten ontstaan. Geen arcadisch gedoe met van die romantische stadslandbouw. Maar efficiënte productie rond stedelijke concentraties. Met duurzame transport afstanden. Daarin zou een goede marktwerking moeten zorgen voor een keuze aan producten die voldoen aan de normen die we stellen op het gebied van milieu, dierwelzijn en een faire beloning voor arbeid en risico. En dat tegen de best mogelijke kostprijzen. Producten die niet aan die te stellen eisen voldoen zouden moeten worden belast. Die belasting zou moeten worden gebruikt om ‘short cuts’ te ondervangen. Die willen we immers niet, want we vinden ze ‘onduurzaam’. Dan moeten we daar ook consequenties aan verbinden

U snapt het al, Siebenga's gedachte geldt niet alleen voor dieren, maar voor alle voedselproductie.

Is het een idee dat ergens op slaat of niet?




LEES MEER REAGEER (64 REACTIES)

Restanten van de beschaving


13 februari 21:40 redactie

In boerenblad Nieuwe Oogst schrijft akkerbouwer Huib Rijk deze week een tekst over beschaving en voedsel. Volgens Huib kun je alleen maar naar het geheel kijken en zorgen deeloplossingen altijd weer voor problemen. Honger is niet het gevolg van een tekort aan eten maar van armoe. Geld is het gevolg van genoeg eten, maar het zorgt voor honger elders als we daar niet ook voor genoeg koopkracht zorgen.

Komen we ooit uit deze vraagstukken met de eendimensionale manier van denken die onze tijden kenmerkt?

Het wereldvoedselsysteem zit vol systeemfouten: 1 miljard mensen kampen met overgewicht. Tegelijk zijn er 1 miljard mensen die met honger naar bed gaan, terwijl cijfers van FAO-OECD aantonen dat boeren voldoende voedsel kunnen produceren voor 9 miljard mensen. Verder worden recordhoeveelheden graan in bio-ethanol omgezet, vruchtbare polders onder water gezet, oerwoud gekapt voor teelt van soja, waar koeien melk van produceren die boeren weggooien uit protest tegen machtsmisbruik van supermarkten. In dit artikel wil ik een analyse maken, niet alleen van deze verschijnselen afzonderlijk, maar ook in hun samenhang. Analyses zijn op diverse niveau’s – van het individu tot de mensheid als geheel – sterk verschillend, zelfs vaak tegenstrijdig.

Honger als verdelingsvraagstuk
Een veel gehoorde gedachte is dat er voldoende voedsel is, maar dat slechts de verdeling ongelijk is. Vanuit die gedachte is voedselhulp een logische gedachte: “We feed the world”.

Honger als technologisch vraagstuk
80% van de hongerigen is zelf boer of landarbeider. Maar hun productiemethoden leiden tot lage opbrengsten en uitputting van de grond. “Geef je iemand een vis dan kan hij één dag eten, geef je hem een hengel dan kan hij zichzelf voeden”, dit is het motto van ontwikkelingshulp. De G-20 lanceerde deze zomer het initiatief investeringen in de landbouw sterk te verhogen. Een verhoging van 1% van het landbouwbudget leidt tot 2 á 3% productieverhoging, waarbij landbouw een positieve bijdrage vormt aan de totale economie.

Honger als sociaal-economisch vraagstuk
Input aan productiemiddelen is voor arme boeren te duur, doordat ze te weinig ontvangen voor hun producten.
Het lijkt logisch dat onder moeilijke omstandigheden de ware ondernemers boven komen drijven. Maar ondernemersschap vereist goede omstandigheden: redelijke, en vooral stabiele prijzen. Een boer met koe, maar zonder afzet voor melk, richt zich op zelfvoorzienende landbouw – zolang zijn grond wat opbrengt. Vissers met hengel bij een lege zee investeren niet in een tweede hengel maar gaan op zoek naar alternatieve inkomsten. Opvallend gevolg van piraterij bij Somalië is dat grote vissersboten uit de kust blijven en de visstand zich herstelt. Jongelui zonder nuttige besteding van hun energie en tijd, zijn creatief genoeg om onnuttige bestedingen te bedenken.

Honger als gevolg van machtsstructuren
Boeren worden op diverse niveau’s geconfronteerd met machtsstructuren die in hun nadeel werken. Hierdoor hebben zij geen marktmacht en kunnen geen rendabele prijzen afdwingen. Zij dreigen vaak hun land kwijt te raken omdat ze niet over eigendomspapieren beschikken. Door gebrek aan opslagcapaciteit zijn ze vaak genoodzaakt hun producten na de oogst voor lage prijzen te verkopen – soms moeten ze hetzelfde product later voor veel hogere prijzen terugkopen als hun eigen voorraad op is. Hun belangen worden stelselmatig verkwanseld voor de belangen van de stadselite. En de belangen van arme landen worden weer tegengewerkt door welvarende landen. Dit gaat soms op subtiele wijze. Zo zijn er voor onbewerkte grondstoffen (cacao, koffie, ertsen) geen importheffingen ingesteld. Maar hoe meer bewerking er heeft plaatsgevonden, hoe hoger deze heffingen zijn (tariefescalatie). Ontwikkeling van verwerkende industrie wordt daarmee tegengehouden.
Is het geen schande hoe ontwikkelingslanden hun landbouw verwaarloosd hebben? Maar als die landen IMF-leningen willen, krijgen ze ‘dringend advies’ hun markten te openen voor export uit rijke landen die wel hun boeren beschermen. Honger hangt samen met structuren, zelfs al zien die er barmhartig uit. Als boeren bij voedseltekorten niet profiteren van hoge prijzen, maar juist moeten concurreren met gratis voedselhulp, zijn de gevolgen verwoestend.

Honger als overcapaciteitsprobleem
De landbouw kan voldoende produceren om 9 miljard mensen te voeden. Maar er zijn slechts 6,7 miljard mensen, waarvan er één miljard elke dag met honger naar bed gaan. Dit resulteert in een felle concurrentie om afzetmogelijkheden. Belangrijk is te realiseren dat hier veel indirecte effecten uit voortkomen. Want hierdoor zijn producenten uitwisselbaar en bezitten geen marktmacht. Lage prijzen maakt het arme boeren onmogelijk hun grond goed te verzorgen. Honger en armoede zijn er niet ondanks, maar juist doordat we zo veel kunnen produceren.

Armoede als oorzaak van honger
Binnen het comité voor voedselzekerheid (CFS), onderdeel van de FAO, is de visie dat honger het best bestreden wordt door voedselprijzen zo laag mogelijk te maken. Maar gevolg hiervan is leegloop van het platteland, en daardoor druk op de arbeidsmarkt en nog lagere lonen. Het voedselprobleem hangt samen met het probleem van werkgelegenheid. Als er voor arme boeren voldoende werkgelegenheid in de stad is, dan zijn ze niet genoodzaakt hun onzekere bestaan op het platteland voort te zetten.

Armoede en honger als onderontwikkelingsprobleem
Aanhangers van het neoliberale gedachtengoed zeggen het zelf. De drijvende kracht achter hun systeem is hebzucht; alleen eigenbelang zorgt ervoor

image

dat mensen zich optimaal inzetten. Zij geloven daarbij dat de markt altijd eerlijk is. Weliswaar niet op korte termijn, maar uiteindelijk corrigeert de markt zichzelf en gaat productie daar plaats vinden waar dat economisch gezien het gunstigst is. Want iedereen die onvoldoende beloning ontvangt voor zijn inzet zal iets anders gaan doen. Dit verschijnsel is zelfs de basis van onze welvaart: efficiëntieverhoging van voedselproductie leidde tot uitstoot van arbeidskrachten, die benut werden om andere goederen te produceren. De economie bleek keer op keer in staat tot ongekende welvaartsvorming. De sleutelvraag is daarmee: waarom leidt dit systeem niet tot welvaart voor iedereen?

Het systeem van vrije markten gaat van één vooronderstelling uit: dat er voldoende mogelijkheden zijn om iets anders te gaan doen als je te weinig verdient. Maar dit is een ongefundeerde gedachte.
De vervanging van menselijke arbeid door machines is een autonoom proces. En dit proces gaat juist versnellen. Het grootste deel van alle arbeid wereldwijd is ongeschoold. Middels kunstmatige intelligentie kan het grootste deel hiervan binnenkort door machines uitgevoerd worden. Want hoe moeilijk kan het in elkaar zetten van een spijkerbroek zijn als zelfs kinderen van 8 of 10 jaar – zonder enige vorm van scholing! – er 10 in een uur maken?
Daarmee komen we in een spagaat terecht. We zijn in staat voortdurend meer te produceren, maar daar hebben we een steeds kleiner deel van de mensheid voor nodig. Belangrijk is te beseffen dat het grootste effect indirect is. Werkloosheidsuitkeringen lijken uitsluitend ter bescherming van werklozen te zijn. Maar juist de werkenden worden er door beschermd. Zij hebben geen enkele machtspositie als er tien anderen achter hen staan die hun werk over willen nemen voor minder loon. Net zoals boeren geen marktmacht in de voedselketen bezitten als ze elkaar verdringen bij de afnemers.
Wij zijn met duizelingwekkende snelheid op weg naar een science-fictionachtige beschaving, maar de beheersing van onze capaciteiten is onderontwikkeld. Het gevaar is levensgroot dat er een onderklasse ontstaat van “onrendabelen”. In dit verband is opmerkelijk dat instrumenten als microkredieten met name effectief zijn voor diegenen die het al redelijk vergaat. De “Bottom billion” zijn onbereikbaar.
Er is nog een tweede spagaat: vanuit economisch oogpunt zouden we veel meer kunnen produceren, maar vanuit duurzaamheidsoogpunt produceren we al veel te veel.

De beschaving van het beleid
Mijn analyse van het huidige beleid is kort en hard: wij zijn heel meelevend in het uitdelen van onze overvloed (voedsel/ontwikkelingshulp), maar slechts zolang dit de bestaande machtsstructuren niet aantast. En maatregelen op beschavingsniveau die zijn zelfs helemaal afwezig.
Dan blijven er slechts “onsmakelijke keuzes” over: boeren in rijke landen een reëel inkomen gunnen of arme boeren rechtvaardige kansen bieden. Of alles aan het marktmechanisme overlaten met verpaupering en ontvolking van het platteland als gevolg. En moeten we kiezen om ons volop te richten op onze internationale concurrentiepositie of voor behoud van een sociaal vangnet en productie die rekening houdt met milieu en duurzaamheid?

Alternatieven
Machtsmisbruik kan alleen bestaan als mensen zich er niet aan kunnen onttrekken. Alternatief beleid moet daarom bestaan uit … alternatieven.
LTO-Akkerbouw heeft een plan ontwikkeld voor variabele bijmenging van bio-brandstof: hoe lager de graanprijs, hoe meer bio-ethanol. Autorijden op voedsel is niet onethisch; juist met alle middelen doorproduceren van overschotten is dat.
Het ontbreekt ons niet aan werkzame instrumenten: subsidies, quotering, regelgeving. Het ontbreekt ons aan de wil om deze zodanig in te zetten dat ze ten bate zijn van de gehele mensheid. Door de globalisering komen we als boeren in één groot systeem. Wij kunnen alleen wat verdienen als we zorgen dat boeren elders op de wereld dat ook kunnen. Er zijn nog meer mogelijkheden: landbouwgrond omzetten in natuur. Dit roept sterke weerstand op, op nationale schaal is dit zelfs kapitaalvernietiging, maar voor de mensheid is natuur van onschatbare waarde. Voor boeren is het van belang te bedenken dat lage prijzen niet komen doordat er te veel boeren zijn, maar te veel productiecapaciteit. Interessant is het voorstel dat landen die in het verleden hun bossen hebben gekapt andere landen ondersteunen hun oerwouden onaangetast te laten.
Hetzelfde geldt voor maatregels voor duurzaamheid. Op individueel of nationaal een concurrentienadeel, op beschavingsniveau essentieel.

Als we de keuze maken om geen keuzes te maken lopen we gevaar in een darwinistisch systeem te belanden waarbij iedereen tegenover iedereen komt te staan: het ene continent tegenover het andere, de ene bevolkingsgroep tegenover de andere (in onze binnensteden bijv). Maar van alle intelligente beschavingen zullen slechts de beschavingen overleven die op beschaafde, duurzame wijze samen leven.



LEES MEER REAGEER (27 REACTIES)

Edited Choice en waarom gewone mensen niet groen doen


3 februari 2:30 redactie

Luc Ferry, een wijsgeer, was minister van onderwijs onder de Franse president Chirac. Hij vertelde het blad L'Express vorige week iets behartenswaardigs: groen doen is voor Westerse bobo's, niet voor gewone mensen is (hier vind je een ruwe automatische vertaling van het interview). Dat is nogal wat, want het betekent dat al het gedoe waarvoor ministers, hele ministeries en bergen adviesburo's zich voor inspannen voor niks is. Ze willen ingewikkelde, nooit sluitend te krijgen 'duurzaamheidssystemen' en 'logo's'. Sloten met geld worden weggespoeld zonder resultaat omdat het alleen besteed is aan 'bewuste' mensen die ook niet beter weten, maar het uit erbarmen maar kopen.

Volgens Ferry staan gewone mensen veel te ver af van het abstracte gepraat over 2 graden minder warmer, zoals dat in Kopenhagen gebeurde en mislukte. Inmiddels bleek bovendien de drukte om die twee graden ook nog eens gebaseerd op een scriptie van een student en een pamfletje van een actievoerder zodat de officiële instantie die al het gedoe veroorzaakte nu in zijn hemd staat, terwijl ons vervuilend gedrag natuurlijk wel degelijk een issue van jewelste is. De nodige editoren doen niet anders. Dat mag je niet hardop zeggen, maar het is wel zo. Onderwijl maakt het weinig uit, want bergen gewone mensen staan waarschijnlijk al even ver van al die mooie systemen die zij in hun duurzame drift proberen te op te leggen. Dat geldt voor 'gewone mensen' hier, maar vooral voor de miljarden 'gewonen' elders in de wereld die net een beetje welvaart beginnen te krijgen. Wat moeten die met 2 graden minder warmer? Ze willen eten en op vakantie. Ze zijn net zomin bewusteloos als de bewusten, maar ze functioneren op basis van directe signalen. Ze moeten weten hoe iets zit en waarom het beter voor hen, hun hond, hun toekomst of hun

image

eigen en kleinkinderen is. Anders kopen ze het niet en gaan ze zich niet anders gedragen.

Maak aantrekkelijker producten voor ze, zegt Ferry. 'Ik denk dat onze politici er geen bal van begrijpen', zegt hij. Spannend. De Nederlandse regering organiseert panels om te onderzoeken of consumenten vanzelf duurzamer gaan doen. Nee, natuurlijk niet. Waarom zouden ze ook als ze niet voelen waarom. De roep om edited choice - bijv. vlees op rantsoenbonnen of verboden voor Nederlanders, omdat nu de Chinezen maar even moeten mogen - kwam al meteen weer op.

We kopieren even wat tweets van gisteravond over een panel over (on)groen burgerschap:



image



Nou, edited choice dan maar? Omdat mensen te dom en kortzichtig zouden zijn. Of kijken de onderzoekers niet verder dan hun neus lang is en hebben ze niet door dat je mensen eerst iets moet leren? Daarna kunnen ze het vanzelf. Fietsen gaat op een goed moment zelfs met losse handen, zonder dat je het ze leert.
Rekenen ook. Einstein leerde het en vond er heel wat mee uit. Uitzonderlijk natuurlijk, maar zijn mensen zo onuitzonderlijk? Ooit waren we allemaal vrekken. En

dat is duurzaam. Dat was gewoon een houding. Je moet hem wel even aanleren. Anders moet je een verwend mens z'n leven lang in de luiers helpen en blijft het dweilen met de kraan open. Vooral op al die momenten dat je er niet bij bent en hij of zij even wat onduurzaams doen dat je nog niet had voorzien. Da's hard werken met al die miljarden.
Edited choice, gaat dat helpen of is het 't definitieve begin van intensieve goed gemonitorde menshouderij? Voor wie eigenlijk?





LEES MEER REAGEER (69 REACTIES)

Een Week van de Voeding?


12 januari 0:21 redactie

Gisteren werd de Horecava geopend met een ministeriële blije ballon: smaaklessen op Middelbare Scholen worden gegeven. De redactie kreeg er scherpe mail over. Lezer Mark Soetman schreef ons dat hij verwacht dat het niet gaat werken. We mailden er wat over heen en weer. Al is smaaklesgoeroe Pierre Wind nog zo cool en geinig, lessen helpen niet als het niet van 'binnenuit' gaat komen. Je moet mensen raken en weer 'haakjes' vinden.

Mark schreef ons terug: Het is op dit moment niet eenvoudig om eten leuk te vinden, zeker niet als je een beginnende eetonderzoeker bent (ik bedoel niet het Klootwijk-type, maar gewoon een jongere die op zoek is naar zijn of haar lekker). De lol is uit eten weg. Hier althans.

Ik zou me eventueel wel een ‘week van de voeding’ kunnen voorstellen op alle middelbare scholen. Biologie, scheikunde en natuurkunde in samenwerking met maatschappijleer en huishoud-iets (ben helaas niet goed op de hoogte van alle nieuwe vakken sinds mijn eigen eindexamen medio jaren 80) doen een project samen. Enzymologie, moleculair koken, aminozuren, gal, neurotransmitters, smaak volgens Klosse en meer van die zaken. Groepsproject van een week. Er zal meer begrip, inzicht en nieuwsgierigheid uit moeten voortkomen. En hopelijk één of twee met passie…..


Weg met die vrolijke-maar-verder-wat-eigenlijk Week van de Smaak en al even nietzeggende smaaklessen en op naar een Week van de Voeding? Het knopje moet om. Een paar gratuite leuke lesjes helpen niet. Eten is geen TV en geen 'verleiden'. It's real stuff en het moet je gaan 'pakken'.

image

LEES MEER REAGEER (64 REACTIES)

MEEST GELEZEN DEBAT

De laatste kleine super en de kleine kruidenier


19 juli 2010 redactie

Het nieuws rolt vanmorgen van de persen: na de zomer zullen de laatste kleine supermarkten verdwijnen. Het zijn winkelketentjes die voor dat laatste beetje variatie op de schappen konden zorgen. Maar het lukt ze niet. Ze zijn te klein om met de laatste paar groten mee te kunnen roeien en te groot om nog onderscheidend te kunnen zijn ten opzichte van de laatste zelfstandige bakkers, slagers, groenten- en kaasboeren en andere eetwinkels die het nog anders willen.

Foodlog.nl gaf afgelopen week aan een voorkeur voor echt kleine winkeltjes te hebben, als ze maar lekker makkelijk in de buurt zitten. De denkende, handige, hoogopgeleide en berekenende laag van de samenleving heeft die allang ontdekt zoals het toevallig ontstane multi culti winkelgebied Kanaalstraat in Utrecht bewijst. U leest het goed, geen projectontwikkelaar of gemeente bemoeide zich met de 'planning' van die winkelstraat. Het aanbod ontstond vanzelf. Daarom koop je er spullen die niet lijken op wat je in de supers vindt. En daarom ga je erheen, blijf je er terugkomen en blijkt de prijs nog meegenomen ook.

Wat moet er gebeuren om straks niet de laatste drie supers te laten bepalen wat we eten?

Voor alle duidelijkheid: die drie kunnen er ook niks aan doen. Als ze niet eerst de laatste kleintjes opvreten, moeten ze meteen beginnen met het hoofdgerecht, elkaar. Eerst de kruimels wegvegen is dan ook veel handiger en minder risicovol. Het is eten of gegeten worden, tot de laatste ronde.
Wij staan erbij en kijken ernaar, maar zouden op een goede dag kunnen bedenken dat ze van ons te eten krijgen. Of zijn we als collectief te onhandig en onorganiseerbaar om duidelijk te maken wat we willen?

Bron: FD, 19 juli 2010




LEES MEER REAGEER (16 REACTIES)

Als we ziek worden van de beesten


26 juni 2010 redactie

We worden ziek van de beesten. Niet alleen van de geiten, de varkens en de schapen. Maar ook van de cavia, de kat, het huiskonijn en de huishond.

Ziekten die van dier op mens overgaan heten zoönosen. Op het ministerie van LNV willen ze liever niet dat er te veel over wordt gesproken; dat zou de maatschappij te veel in verwarring brengen. De Partij van de Dieren en Wakker Dier hebben het onderwerp nog nauwelijks ontdekt. Geen wonder, want voor je het weet, roep je als dierenactivist de hel over jezelf af. Zoönosen bestrijden doe je o.m. door preventief 'ruimen' - een eufemisme voor het doden van honderdduizenden dieren die helemaal niet ziek zijn.
Afgelopen week kwam er een chique rapport over zoönosen uit. Volgens het RIVM moet er veel eerder gesignaleerd worden dat er iets aan hand zou kunnen zijn. Het ministerie van LNV kreeg er een dikke onvoldoende in. Het beweerde dat het alles onder controle had, maar dat was niet zo. Eigenlijk wordt zo'n beetje beweerd dat de dierendokters en hun hoge pieffen het gedaan hebben. Zij willen maar niet samenwerken met de mensendokters.

In werkelijkheid is het misschien wel omgekeerd: mensendokters snappen het niet, dierendokters snappen het al heel lang.

Landbouwjournalist Jan Braakman sprak in 2006 met David Nabarro, de Engelsman die als een soort veterinair wereldopperhoofd bij de Verenigde Naties verantwoordelijk is voor het gevaar dat alle dieren elkaar aandoen omdat ze een beetje op elkaar lijken.
Als de een ziek wordt, kan de ander het ook worden. Als we veel beesten en veel mensen in elkaars buurt houden, dan kunnen we daar behoorlijk vaak en met heel velen ziek van worden. We kunnen er zelfs massaal aan dood gaan omdat we voor nieuwe besmettingsziektes nou eenmaal geen remedies hebben. We zijn tenslotte alleen maar 'andere beesten', of dieren zo je wilt.
Nabarro was in 2006 al heel stellig: 75% van alle nieuwe besmettelijke ziekten bij mensen zijn afkomstig uit het dierenrijk. Hij zei "Als dieren ziek zijn, moeten mensen weten dat ze bij die dieren weg moeten blijven. Heel simpel, maar heel belangrijk."

image

Volgens Braakman weten dierenartsen maar al te goed hoe het zit. Zij leven als het ware met de gevaren die ze al tijdens hun studie in hun manier van doen hebben verankerd. Daarom mag er wel eens goed over nagedacht worden waar we het nou eigenlijk over hebben. In plaats van moddergooien moeten we de relevante vragen stellen. De vraag is immers niet OF we ziek worden van dieren, maar HOE we met ze samen kunnen leven. Daar waren dierenartsen zich altijd al van bewust, terwijl nu het RIVM doet of zij de boosdoeners zijn. Het lijkt er eerderop dat de wet- en regelgevers ernstig in gebreke zijn gebeleven, want de waarschuwende geluiden waren allang luid en duidelijk te horen.

Volgens Nabarro is het antwoord op die HOE-vraag heel helder: je moet uit de buurt blijven. Doe Felix, Wodan, Flappie en Pietje in de vintage kanariekooi van oma dus maar de deur uit en hou in godsnaam op met dat gebazel over 'alle beesten buiten'. Dat is levensgevaarlijk. In steden en in de buurt van andere grote menselijke concentraties dus, zoals bijvoorbeeld de Nederlandse Randstad.
Alle dieren de stad uit. Ook uit je huis.
Overdreven? Het is in ieder geval nieuws voor de konijnenknuffelaars onder de aanhang van dierenrechtenbeweging.


LEES MEER REAGEER (80 REACTIES)


LAATSTE REACTIES

Meer Reacties

POLL

Deze poll is geëindigd op 22 augustus om 0.24 uur.


ZOEK OP DEZE SITE

Uitgebreid zoeken

ARCHIEF