Vraag het je buren
We denken allemaal dat we altijd dezelfde Cola willen. Dat zal ook wel kloppen, want Coca moet Coca zijn, anders nam je wel Pepsi. Maar wist je dat om die reden winkeliers denken dat tomaten, sla, speklappen, rundervinken, komkommers en gekookte ham ook altijd hetzelfde moeten smaken? Als je er goed over nadenkt is het een hele maffe gedachte. De afgelopen weken kreeg ik door verschillende boerderijbezoekjes 4 dozen met ieder tien eieren. Niet een hetzelfde, want ze kwamen van echte boerenscharrelaars. 40 verschillende echte eieren, niks merkei of 'scharrelei'. En prachtig dat ik het vind, want misschien zitten er wel spannende verschillen tussen. Ieder ei is in ieder geval weer anders. Ik bekijk ze goed voor ik ze breek. Nee, het gaat nog verder. Ik vergelijk ze en kies welke ik neem. Een kleintje voor een snel gebakken eitje op brood. Een grote voor een forse Atkins omelet met spek en salie zonder brood. Achteloos een eitje pakken is over. Het is een avontuurtje: welke zou het beste wezen?
Zelfs binnen 1 doos zal het me worst wezen of ze hetzelfde zijn. Na m'n 48 andere eieren wil ik niet meer anders. Ik wil ze zelfs zo-allemaal-anders uit mijn super.
Stel je nou voor dat Jumbo of C1000 of AH voortaan allemaal verschillende tomaten, komkommers eieren en nog veel meer vers had staan, met de naam van teler en waar die woont erop natuurlijk. Voor mijn part gaan ze het eerste uur allemaal voor dezelfde prijs. Daarna met een plusje voor de hardlopers, die het populairst zijn.
Zou dat de winkel niet hartstikke spannend maken?
Doe me een lol: vertel hier wat je er zelf van vindt en vraag het je buren, die ene links en die andere rechts of die van boven en van beneden. Vrienden en familie mogen natuurlijk ook mee doen.
Reacties (49)
We doen dit trucje van smaakuniformiteit al zo lang, dat het moeite zal kosten om de massa smaakdiversiteit als spannend te laten ervaren. Bij front cooking buffetten in een aantal flinke vergadercentra waar ik het aanbod heb opgeleukt, blijkt dat de hang naar bekende smaken groot is. Je moet praten als brugman om die grote groepen zaterdagcursisten van de NCOI of LOI aan iets anders dan een boterham vierkant geperste ham te krijgen. En daar sta je dan met je huisbereide falafel....
Met veel individuele moeite lukt het uiteindelijk wel en zijn de reacties zeer enthousiast. Maar God, het voelt als trekken aan een dood paard.
Mark, waarom lukt het die jongens van Willem en Drees dan toch om de supers binnen te komen?
He shit, nou doe ik het zelf ook al:: commentaar geven. Ik wil gewoon horen wat jij en je buren er zelf van denken. Weg met het denken voor mensen, laat ze zelf eens wat vinden.
Ik beschrijf hier een groep die in samenstelling wat onder het gemiddelde ligt. En ik durf echt niet te zeggen hoe groot het percentage is dat het ‘wat-een-boer-niet-kent-dat-vreet-hij-niet’ principe aanhangt. 40%? Meer? De rest is wel te kietelen of is uit zichzelf al druk op zoek.
Er beweegt zich ontegenzeglijk veel in Nederland, maar de focus ligt op de mensen die het intrinsiek al willen, niet op de mensen die geen enkele noodzaak voelen. En ik denk dat die groep nog erg groot is. Hoe bereiken we die? Antwoord: individueel en een voor een. Deze groep kijkt namelijk niet naar Klootwijk aan Zee en ook niet naar de KvW.
Ik doe de laatste tijd steeds vaker mijn boodschappen bij de Natuurwinkel, en ik geniet van de producten die ze daar verkopen. Veel diverser dan in de AH, en niet alleen qua formaat. Waarom verkoopt de AH wel zes soorten rijst, maar geen quinoa? Ik heb vorige week genoten van de smaak van aardpeer, nog nooit geproefd. De gangbare supermarkt ligt het niet.
Ik vermoed dat de uitleg van de supermarkt is dat het de consument om gemak draait. Althans, zo verkopen ze het. Vorige week had ik nog geen flauw benul hoe je aardpeer moet bereiden. Toch heb ik het gekocht en uitgezocht wat ik er mee kon. Erg leuk, maar wie doet zo iets tegenwoordig nog?
Wat zou het mooi zijn, he… Als het zou lukken om variatie op de winkelvloer te krijgen.
Wij kunnen nu spelen met hardlopers: aardappels, appels, aardbeien, spruitstammen.
Vandaag staan we in de PLUS in Amersfoort met aardappels (Texla) van een boer (Gert Verweij) uit Leusden in ons schap midden in de loop. Iedereen spreekt de groentechef aan en vertelt hem dat de teler zelfs zijn eigen ijs maakt. En dat klopt. Wat vreemd is, is dat zijn aardappels er al liggen sinds augustus. Je ziet dus dat je het echt in het gezicht moet duwen om het mensen te laten herkennen.
Zo ook met onze wortels. Wij hebben biologische peen en een ‘expert’ wist me te vertellen dat ze niet goed waren. Want ze waren een beetje krom. Gelukkig hoor ik er geen consument over. Mensen vinden ze heerlijk.
Met de wat bijzondere producten zijn wij al blij als er vraag is. Het vergt veel uitleg. Het is dus iedere keer weer verkennen, wat de consument wel pakt en wat niet. Pastinaak was een topper, lentelook nog geen succes.
Ik hoop dat wij het voor elkaar gaan krijgen om één kist (van de 6 die er in een winkel staan) met bijzondere afwijkende producten te vullen. Iedere week iets anders....
En die eieren. Daar willen we dit najaar over na gaan denken.
Dick, ik denk dat je hier supermarkten met grote volumes gaat verwarren met speciaalzaken.
Waarom lukt het Willem en Drees wel? Er van uitgaande dat zij winkelruimte huren en consumenten trekken die regionaal geproduceert vers als een pre beschouwen zullen supers dit zien als een extra klantentrekker waar zij eveneens andere producten aan verkopen. Hoe zou de reactie van supermarkten zijn als Willem en Drees met een complete overname van het versvak kwamen? Ik heb zo’n soort vraag al eens gesteld waarom The Greenery e.a. geen schappen in de supers hebben.
Toeval. Mijn vrouw komt net terug van een grote (Franse) super: ‘les beaux oeufs de nos villages’ (’die mooie eieren uit de buurt’) . Ze komen uit St Pons (34220), op zo’n 20 km van de super, en hebben een legdatum. Ik heb daar nog nooit een schuur met 800.000 leghennen kunnen ontdekken. Ze hebben wel een mooi ‘merkdoosje’. Een boercode maakt die overbodig. Een boercode zorgt voor dat onopgepoetste helemaal ‘echte’.
Paul, 1) kan het antwoord zijn: ‘omdat de Greenery er geen bal van begrijpt?’(Sorbo doet het ook, dus als het met afwasborstels kan, waarom kan het dan niet met boerenspul?) 2) waarom zou een supermarkt geen multivolumes willen?
Ik ga het nog veel erger zeggen: stel je de vraag eens of boeren niet in onmogelijkheden in plaats van mogelijkheden denken. Ik hoor supers die al verder zijn. Het aanbod is er alleen niet. Dat is pas een drama.
@Dick, is dat dan net zo’n vorm van “willen” als dat de Nederlandse supermarkten innovatieve producten zoals gepascaliseerd sap willen ? Wel willen, maar niet meer willen betalen dan de conventionele producten. Daar schiet je als producent dus niet veel mee op.
Dat is ook waarom ik mij afvraag waarom het met boerenspul niet kan. Dumeco heeft het ooit geprobeerd maar is gestopt. Waarom? Winstmarges op vers?
Die winstmarges gaan ook tellen als Willem en Drees de overhand zouden krijgen en de super haar marges op vers gaat verliezen. Er is al eens over geschreven in het kader van de kruissubsidies.
Er zou hier - in dit lijntje dus - eens een super moeten reageren: dames en heren daar, zoals jullie zien, the floor is yours.
Het is zaterdag, dus of de kantoorsupermens meeleest is niet helemaal zeker. Maar door de week is dat zeker het geval.
Dick, dat gebeurt hier in Italie ook, een kleine geitenboer/agroturismo in Aosta levert aan de lokale supermarkt, zijn rauwe melkse geitenkaas, als hij overschot heeft.
Volgens mij zou het perfect zijn als veel van de (verse) producten zoveel mogelijk uit de regio komen. Maar, hoe is dat te managen?
Door een goeie logistieke afstemming. Moderne technologie - zachte en harde waar - is daar vast cruciaal voor. Er is nog iets: voedselveiligheidseisen, cq. het geschikt maken daarvan voor een di-versere productie.
Ik geloof dat het concept supermarkt dan wel weer enigsinds op de schop mag? Het lijkt dan meer op een combinatie van selfridges achtige foodhall en de ouderwetse kruidenierszaak.
Juistum, met noodzakelijk ‘unieke’ producten, dwz die dat vanzelf al zo echt zijn dat geen marketeer ze uniek hoeft te lullen of verpakken. Is dat zo’n gekke formule? Supers vechten elkaar ook de tent uit en zoeken naar hun uitweg (al zijn ze erg aan het gevecht gewend).
Ineens schiet me te binnen: dat Willem en Drees eigenlijk hun eigen BOERCODE hebben. De kleine leaflet die bij hun producten ligt, is eigenlijk een print van de BOERCODE!
Het was er al, maar heeft ineens een naam!
Annechien, is dit echt de geboorte van de BOERCODE die LTO Nederland nu aan een ik-heb-niks-te-verbergen boerenproduct gaat hangen?!?!
Als LTO erachter gaat staan, dan hebben we nl. bij deze vast 1 ding te pakken: een boercode op alle vers en vers verwerkt en weet ik voortaan tenminste of ik een karbonaadje met hazen en vogeltjes heb of niet.
Dick, het is echt wel de geboorte van de BOERCODE. Ik ga aan LTO Nederland voorstellen om hier achter te gaan staan. Mij lijkt het een prima idee. Dus ik ga ermee op pad.
Eieren van verschillend formaat in een doosje lijkt me niet praktisch, de kleintjes hopsen dan kapot. Verder hou ik wel van gelijkmatigheid. Wat is erop tegen om ze te sorteren op grootte? S, M en L? En ook mijn komkommer heb ik liever recht, dat snijdt een stuk makkelijker. De kromme mag naar de komkommersoepfabriek of mijn turkse groenteboer.
De naam van de boer op een doosje voegt voor mij niets toe. Het ras van de kip misschien, de varieteit van de tomaat, okay, maar de naam van de boer, neuh.
Onderstaande berichten doen de wereld er weer niet vrolijker van worden.
Door boeren opgezette handel, met website vol info over de boeren en hun goede bedoelingen, blijkt niet voldoende om consumenten over de streep te trekken. Het zal toch in samenwerking met retail, en het vrijwel onmogelijk maken van keuzes voor dumpprijzen, moeten. Ook Duitse consumenten gaan voor de prijsvechters.
Ik vernam laatst dat Duitsers slechts 11.2% van hun inkomen aan levensmiddelen spenderen.
Paul, er zijn wel overeenkomsten, maar meer verschillen. De uniciteit van faire Milch is twijfelachtig. Melk met herkomstaanduiding is de overeenkomst, maar verder is het gewoon melk waarvoor de consument uit bewustzijn (melkboer krijgt te weinig) meer moet betalen. Het is maar een paar cent, maar de consument zal het als bedelen ervaren.
In bovenstaand voorstel wordt de boer uitgedaagd te zoeken naar meerwaarde, naar uniciteit, waar dan een hogere prijs voor wordt betaald. Liefst ook met directere betaling, minder tussenhandel, meer marktwerking en meer ondersteuning.
Maar je zou wel eens gelijk kunnen krijgen dat samenwerking met één of meer grote supermarkten pas het gewenste effect zal sorteren. Bij het ontstaan van nóg een nichemarkt is niemand gebaat.
Op hun website staat dat ze begonnen zijn met volle en halfvolle melk en de bedoeling was om uit te breiden met andere zuivelproducten. Helaas krijgen ze daar de tijd niet voor. En ook dan blijft de vraag of consumenten bereid zijn extra te betalen. Toetjesmarkt barst van het aanbod.
Paul, ik vraag me af of de consument zoveel meer moet betalen. Het probleem zit veeleer in de kosten van het systeem. Die kunnen niet ten gunste van het eten zelf gaan. Als je zo gaat denken, ontstaan er heel nieuwe mogelijkheden. Hoe? Ja, daar geldt alweer: het is tijd om het er eens over te hebben. Het vergt een klein en misschien wel heel boekje. Op 1 april wil ik het er in Eindhoven over beginnen te hebben. En dat is geen grap.
Dick, daar heb je wel een punt. De boeren zouden 40 cent krijgen en de melk in de super kost 1 euro. Daar blijft wat aan de strijkstok hangen.
http://www.nw-news.de/lokale_news/warburg/warburg/3372587_Mu t_zur_Initiative.html
Dat is bij melk nou juist minder een probleem, dan bij vleeswaar en groenten. Daar gaat de boel tussen de 3 en 7x over de kop. Bruto dan. Netto is weer een ander verhaal.
Het antwoord is communicatie. De verzamelde retailers en merkartikelfabrikanten hebben de laatste 30 jaar vermoedelijk een kleine 3 miljard euro uitgegeven aan reclame. Met als doel mensen te laten letten op de laagste prijs, de eenheidsworst, de niet tastbare kwaliteiten en de nauwelijks relevante productvernieuwingen. Niets is gebeurt aan het mensen vertellen wat echte kwaliteit is, waar het vandaan komt, hoe het gemaakt wordt, wat de waarde ervan is, hoe verschillend het allemaal kan zijn, hoe het smaakt, hoe het klaar gemaakt wordt.
Er is een verhaal te vertellen en consumenten zijn geinteresseerd in het verhaal.
Willem en Drees bewijzen dat het kan en zo zijn er nog veel anderen.
Het wordt zo langzamerhand tijd om er eens mee te beginnen. Hoe lang nog gewacht en geklaagd?
Deze draad begon met eieren en nu zitten we in de melk. Rondvraag hier: eieren uit de eigen ren hebben natuurlijk alle maten, maar die uit de winkel, die moeten één maat hebben, dat is overzichtelijk. Vroeger had je ze in klassen 1, 2,3,4 qua afmeting. We kochten dubbeldooier eieren, en krieleitjes op de markt. Dat is allemaal weggewerkt tot één standaardmaat in een standaard winkeldoos.
Champignons dito. Vroeger kon je bij champignonkwekers nog wel eens achterom de afwijkende champignons kopen, dat gebeurt nu niet meer. Vroeger kon je ze ook los uit de krat per ons krijgen, of per half ons. Nu zijn het standaardmaten in standaardbakken.
Landbouwautomatisering en mechanisering hebben de boel ‘genormaliseerd’. Kromme komkommers, daarvan gaan er minder in een kratje, rechte laten zich netjes dichtopeen verpakken. Ach, dat past wel bij de veegtuin en de doorzonwoning, toch?
De veegtuin en doorzonwoning. Dat klinkt als O-Duitsland, 1960. Het hoogtepunt van industriele eenvormigheid die we saaier en saaier aan het vinden zijn.
Het ambachtelijke Spyker neemt nu het verOpelde Saab over, is dat de megalomane versie van mijn eieren? Is de plotselinge hipheid van de gele Zeemanonderbroek of van HEMA-kleding als anti-fashion statement dat ook? Als het niet uitmaakt, dan maakt ook het merkje niet meer uit.
Dan gaan we dus op zoek naar producten die wel ECHT en ECHT anders zijn terwijl je er geen marketeer voor nodig hebt om het echt te lullen. Zo makkelijk is het. Zo bekeken snap je niet waarom een tuinder streeft naar allemaal dezelfde komkommers of paprika’s. Of waarom een varkensboer allemaal dezelfde varkens wil. Wist je trouwens dat de laatste echte slagers liever een beetje minder mager varken hebben?
Maar ook zij zijn vergeten, dat ze iedere week ander vlees zouden kunnen brengen. ‘Dat wil de klant niet’, zeggen ook zij dan. Kwaliteit, denken ook zij, is altijd hetzelfde. Coca Cola. Zou het? Wat zou het feest zijn als kwaliteit regelmatig anders smaakte.
Dick, ik vrees dat je dan toch maar eens hier moet komen kijken. Plattelandsdorpen veranderen in buitenwijken met veegtuinen, onkruid weggespoten, hoge mate van uniformiteit, twee Blokkervazen voor de ramen, allemaal dezelfde potten bolchrysanten bij de voordeur. En echte slagers, restaurateurs en boeren - ook in Duitsland, ik mailde je een artikel uit de Sueddeutsche - willen beesten met vet. En echte consumenten willen misschien wel liever paprika’s die niet allemaal even groot zijn, want tenslotte heb je voor sommige gerechten maar een beetje nodig.
Waar ik dan treurig van wordt: het bio-vlees bij AH, biovarkenslapjes, die dezelfde uniformiteit hebben als de niet-biolapjes. Ze voldoen dus aan dat zogenaamde verwachtingspatroon van de klant. Altijd dezelfde vorm, kwaliteit.
Ik verwacht bij bio juist ánders, échter, en dus geen varkenshaasjes en lapjes, maar ribstukken, buik, nek, schouder, whatever, maar niet die maffe haaskarbonades.
@Annechien. Over de BOERCODE.
Wat voegt ie toe? Zo lang een teler, producent geen kwalitatief onderscheidend product maakt, is het niet zo belangrijk om te zien van welke teler het komt. Als alle komkommers hetzelfde zijn, maakt het niet uit of ie van boer 1 of boer 2 komt.
Consumenten die geïnteresseerd zijn in voeding gaan voor lekker tegen een bepaalde prijs. Een BOERCODE over de hele linie voegt dat niet toe. Je ziet alleen waar het vandaan komt (en slechts 6% van de consumenten die wij ondervraagd hebben, vindt dat belangrijk). Dus het zou wel eens drempelverhogend kunnen zijn. Je ziet dat met die faire melk waarvan je de code kan intikken op internet. Met Nature en More waarbij je precies kan zien van welke teler het komt en hoe het product scoort op duurzaamheid.
De eieren in Frankrijk die lokaal worden bezorgd, er goed uitzien en vervolgens door hun versheid en afwijkende groottes ook nog onderscheidend zijn. Ja, dat voegt toe. Dat wil je proeven. Een BOERCODE wil je niet proeven.
Overigens wel een leuk idee: De BOERCODE op de achterkant zetten en dan een plakplaatjes boek uitbrengen. Dan kan je zo bij de boerensuper een spaaractie beginnen. En dan krijg je een spaarboek met de herkomst van je eten, met toelichting over producten. Ik zie mijn kinderen al boeren sparen… Heb je BOERCODE 125 nog, want die kan zo goed melken ;-) Beter dan die stickers met goedgekapte voetballers die nu in onze woonkamer liggen.
Willem, niet alles wat hetzelfde lijkt is hetzelfde. Kijk naar het naburige varkensdraadje. Er zijn varkenshouders die zorgen voor de vogels en de hazen, dat zie en proef je niet. Er zijn er ook die het niet doen. Dat zie en dat proef je ook niet. Toch is er een flink verschil.
Lizet, in de stad is het nou weer net andersom. Daar kopen dwazen heel dure kasten van drijfhout omdat die uniek zijn. Als je naar de sloop gaat, zet je zelf even in elkaar (nou ja, als je 2 rechterhanden hebt natuurlijk).
De eerste neppers zijn alweer een feit. Nu gaan ze de nieuwbouwwijken in. Tot mensen ze ook daar niet meer willen. Zelfs niet in de Bommelerwaard, want de stad heeft zo zijn invloed.
Dick, het tempo waarin het gaat: hier zetten de ‘oude’ inwoners van resthout schuurtjes, kastjes, kinderspeelgoed in elkaar. De jongelui vinden dat rommelig, en willen de schoongepoetste Blokkervariant, als je begrijpt wat ik bedoel. En ieder jaar een nieuw behangetje. Het vertrut hier in hoge mate en in hoog tempo.
Het aanpalende draadje over het varken heeft inmiddels meer dan een klein beetje uit te staan met deze draad.
Willem heeft gelijk. Als een product zelf geen verhaal te vertellen heeft, heeft traceerbaarheid naar de boer die het maakt geen waarde. Dick heeft gelijk dat er al producten bestaan die een verhaal te vertellen hebben, maar de focus van de Boercode moet wel liggen op verandering. Niet op het in kaart brengen van het bestaande oninteressante. Anders valt die varkensboer die wel zorgt voor de fazanten en hazen niet meer op in de massa aan lege informatie.
Ik zit eraan te denken om een weekblog bij gaan te houden op mijn website. Daar beschrijf ik dan wat er hier op het bedrijf allemaal gebeurt, met een paar foto’s erbij. Mensen die mijn doosjes aardbeien kopen kunnen dan zien wat we de hele week zo’n beetje aanklooien. Zo kunnen ze zien dat er achter en in een doosje aardbeien meer verhaal zit dan mensen in eerste instantie verwachten. En natuurlijk kan op die weekblog dan ook gereageerd worden. Daarmee stel ik me kwetsbaar op, maar dan heb ik wel weer echtemensenmeningen waar we mee vooruit kunnen.
Jan, goed idee! Ik kijk er naar uit en krijg ogenblikkelijk ontzettende trek in aardbeien.
Hoi Jan,
nav jouw berichtje jouw site bekeken, ziet er goed uit, supergoed voorbeeld van het vermarkten van je product met een goed verhaal met grensverleggende innovaties; ter inspiratie van agrarisch ondernemers in Weerterland en Cranendonck zal ik melding maken van jouw aanpak op onze regio-site http://www.stippenaandehorizon.nl
@Leon en Lizet, ik ben er vandaag maar meteen mee begonnen, zie http://www.aardbeien.net (Actueel) of http://janrobben.blogspot.com
Wat vind je er als consument van? Schiet je daar als consument iets mee op om dat verhaal van mij te lezen? Of hoe en wat zou je anders willen zien?
@Dick. Wat betekenen die ballpoint kruisjes op die drie witte eieren?
En verder lijkt het mij leuk variabelen te vinden in mijn eierdoos. Vooral die krieleitjes zijn zo lekker bij het ontbijt, zachtgekookt. Mmmmm....
Ik zal eens informeren hier en daar wat anderen vinden van variabel gevulde eierdozen.
Kruisjes op de eieren. Dat is een oude gewoonte. Wie hier gebruikt hem nog en legt het Florine uit?
Bij het broeden van een kip in een nest met meer kippen. De gekruiste eieren zijn van de broedende kip en moeten in het nest blijven. De rest (een broedse kip pakt alle eieren waar ze haar vleugels op kan leggen) kan je meenemen. Geen viltstift gebruiken, balpen lukt niet goed, potlood is makkelijkst.
Klopt, kruisjes op de bebroede eieren; mijn kipjes hadden trouwens de neiging om gezellig met z’n tweeën op de eieren te gaan zitten. En datum op de consumptieeieren. Met zo’n oud plat potlood met dikke zachte punt, uit de bouwwereld afkomstig, rood geverfd aan buitenkant, gaatje onderin, touwtje erdoor, vastgebonden in het hok, reuzehandig.
Communicatie en communicatie. Jan heel goed. Sommige consumenten vinden het leuk.
Zijn geinteresseerd. Zorgen ook voor de sneeuwbal. Maar als je een veenbrandje wil, moet je nog zichtbaarder worden. Dat kan bijna niet in je eentje, je moet dat, zoals je ook op je blog zegt samen doen. In communicatie gaat het om ‘share of voice’. Het aandeel dat je hebt op de communicatiemarkt. T.o.v. de grote adverteerder komen we behoorlijk tekort. Maar samen, met al het geld dat in een deel van dee keten zit, en niet optimaal gebruikt wordt, kunnen we verder komen.
Een tweede voorwaarde is dat je iets relevant te vertellen hebt, een relevant verhaal. Komkommers die hetzelfde zijn, is van de dezelfde non informatie als veel van de boodschappen die we nu al krijgen. Als je niks te melden hebt, kan je beter je mond houden. Heb je ook geen geld nodig.
Dank voor de informatie. Maar ik kende het systeem van kruisjes of datum zetten op bebroede eieren in het nest/legkok op het aantal eieren waarvan je wilt dat ze uitgebroed gaat worden (de rest van de versgelegde eieren haal je dagelijks weg en eet je op).(Zie mijn nieuwsbrief van juli 2009)Maar dit leek mij een geensceneerde foto (krielkippen leggen niet samen in hetzelfde nest met Barnevelders lijkt me zo) om allerlei verschillende formaten verse consumptie eieren te laten zien die bij elkaar worden verkocht. Dat was de reden dat ik me afvroeg wat de boodschap moest zijn van de kruisjes op die eieren. Want bebroede eieren horen niet echt tussen verse eieren lijkt mij zo.
De foto is extreem geesceneerd. Je ziet er eieren van grote en kleine leggers. Over die kruisjes nog. Er is nog een systeem: in huis.
Nog niet gekookte hebben niks, gekookte hebben een kruisje. Je kunt dus ook kruisjes in de koelkast vinden. Om de voor-bereide kant-en-klaar aan te duiden.
@Dick. Nog makkelijker dan kruisjes op eieren aanbrengen is het gekookte ei even hard neer te zetten op het aanrecht. Klaar. Een ei dat kan verraadt zichzelf.
@Dick. Er viel een woordje weg. Ik wilde zeggen, een ei dat kan staan verraadt zichzelf. Maar verse, ongekookte eieren kun je beter niet in de ijskast bewaren; nergens voor nodig. Makkelijker in gebruik als je ze op kamertemperatuur bewaart in een mandje op het aanrecht of een houten rekje.
Koude eieren hebben langer nodig om te garen als je een gekookt eitje wilt eten en ze riskeren ook nog eens te barsten. En als je mayonaise wilt maken, moet je ook nooit een ijskoude eierdooier gebruiken met olie die wel op kamertemperatuur is. dan riskeer je dat je mayonaise schift.
Mensen hebben graag een “aparte” onderbroek, maar deze moet wel in het plaatje passen van de onderboek zoals die moet zijn. Een beetje apart mag ("Knorr Wereldgerechten"), maar vanuit een basis van vertrouwd terrein.
Een outdoorinstructeur vertelde me ooit over deze indeling:
“comfort zone” - vertrouwd, veilig
“adventure zone” - spannend, afwisselend
“panic zone” - vermijden, niet leuk meer
Wat er wel of niet in je “comfort zone” valt is afhankelijk van je ervaring. Eten waarmee je niet opgroeit, zal je via de “adventure zone” moeten bereiken en niet iedereen is even avontuurlijk ingesteld. Des te jonger je dingen leert kennen, des te beter en des te meer houvast je mensen kan bieden (zoals het vertrouwde merk “Knorr” en de geruststellende reclames) des te beter het gaat, maar ik verwacht niet dat je de “comfort zone” makkelijk oprekt bij het grote publiek. Daarvoor is marketing nodig, merken, een vertrouwd gezicht. Gelukkig hebben de supermarkten en levensmiddelengiganten geen monopolie op mooie marketing, zoals de website van Jan Robben laat zien, maar een bijzondere aardbei verkoopt vermoedelijk makkelijker dan een biologische aardpeer.
Ik ben geen deskundige en niet meer dan een consument, maar ik denk dat het mogelijk moet zijn om een gezicht te geven aan al die mooie lokale producten. Op optimistische momenten denk ik dan aan een voedings-attractiepark/-weidewinkel, waarin kleinere ondernemers samenwerken in een samenhangend geheel met het gemak van een supermarkt, maar met de faciliteiten van een IKEA zodat mensen er een dagje uit van maken. Seizoensproducten uit de winkels kunnen terugkeren in kookworkshops, demonstraties en horeca met open keuken (denk aan La Place van V&D;) en zo fantaseren we door. Probleem is natuurlijk dat een dergelijke onderneming vraagt om een organisatie met focus en geld. Zie dat maar eens bij elkaar te krijgen - en hou dat maar eens zuiver op de graat :-)
Daar waar ik wereldvreemd, kortzichtig of ondeskundig blijk hoor ik dit graag.
