Een koe in de bek kijken
In een interview dat ik deed voor het Agrarisch Dagblad, vertelde Ruud Huirne, die de leiding heeft over Nederland's Landbouw Economisch Instituut me iets schokkends. Bekeken vanaf de tekentafel moet 70% van de Nederlandse boeren afvallen. Hoe langer het duurt eer dat gebeurt, hoe meer de BV de Nederlandse Boer & Tuinder gaat lijken op de Nederlandse scheepsbouw. Als je te laat bijstuurt, dan verlies je alles. Er is nog wel wat scheepvaart-industrie in Nederland, maar dat zit alleen in zogenaamde niches van de markt. 'Gewoon' is er niet meer bij.
Het is makkelijk om een koe van achteren in zijn kont te kijken. Laten we het daarom eens vanaf de voorkant doen en kijken of we het kalf kunnen redden voor het redeloos en reddeloos verdrinkt.
Wat vindt foodlog van zo'n visie? Hier vind je het interview.
Reacties (63)
Het zal wel vloeken in de kerk zijn, maar laat het zinkend schip maar zinken. Liever een niche-markt dan het grootschalige gesubsidieerde gekopieer dat nu de dienst uitmaakt.
Vanmorgen op radio1 mooie uitspraken van lokale politici over de ‘megastallen’. Over vloek in de kerk gesproken… : luister
@Joy lekker generaliseren. Noem het woord megastal en de discussie valt stil. Intensieve veehouderijbedrijven (varkens/kippen) zijn juist zo hard gegroeid aangezien ze klem zaten tussen de jarenlange tucht van de markt en (steeds wijzigende) regelgeving. Deze bedrijven ontvangen geen subsidie.
Akkerbouwers en melkveehouders ontvangen sinds enkele jaren wel direct subsidie. Voor de hervorming van het Europese landbouwbeleid niet. Toen werd de Europese markt beschermd middels exportsubsidies en importheffingen. Voor mij ook wel verdedigbaar aangezien zuivelproducten vooral binnen continenten werden verhandeld. De wereldmarkt voor zuivel bedroeg slechts 5% van de mondiale productie. In 2013 wordt de huidige inkomenssteun gestopt. Ook melkveehouders en akkerbouwers moeten dan voor marktprijzen kunnen produceren.
Lastig is wel dat de regeldruk in Nederland (overigens niet alleen voor melkveehouders) erg hoog is. Dit werkt sterk kostprijsverhogend. Boeren zitten klem tussen een te hoge kostprijs en een te lage opbrengstprijs, aangezien we er niet in slagen om de hoge kwaliteit van onze producten te vertalen in goede opbrengstprijzen. Het gemiddelde melkveebedrijf telt nu circa 60 melkkoeien. Niet echt mega volgens mij. We doen ons best om te zorgen voor gezonde en duurzame (levensduur) koeien. We slagen er helaas onvoldoende in om duidelijk te maken wat we doen en hoe we werken. Mede door het optreden van clubs als Wakker dier, Natuur en milieu, milieudefensie en ook de partij voor de dieren, neemt de regeldruk nog verder toe. Komt de sector nog meer klem te zitten door een te lage opbrengstprijs en te hoge kostprijzen, dan resteren inderdaad alleen die bedrijven die door schaalvergroting erin geslaagd zijn om voor de laagste kosten te produceren.
Het probleem is altijd dat dit op macro niveau eenvoudig uitspraken zijn.
Op micro niveau is het veel lastiger: welke boer moet verdwijnen?
Het feit dat veel boeren dezelfde producten maken van min of meer dezelfde kwaliteit maakt dat concurrentie hevig is. De vergelijking met de scheepsindustrie is interessant. Namelijk de scheepsindustrie heeft een opmerkelijk come-back doorgemaakt. Dit door zich met name te specialiseren op producten in het exclusieve of technische complexe domein.
Hebben boeren die mogelijkheid ook? Of verdwijnen de boeren zonder kans op een ‘come-back’?
Ronnie, precies wat ik bedoel met die niche-producten.
En in dat radiofragment werd het opeens heel micro: land voor de kleine gemeenschap, of land voor een klein gedeelte van die kleine gemeenschap?
Dick, welke visie bedoel je?
A-De visie van Ruud Huirne
B-De koe in de voorkant kijken ipv in de kont
Onderstaande heb ik net op AGD Foodlog gedeponeerd, ik weet niet of Dick’s vriendinnetje Annechien er blij mee is.
08 feb 2010 19:50
Dom, Annechien? Je wijst er zelf op dat je met iets onderscheidends in de markt moet komen. Het tussensegment varkensvlees is inderdaad een opstap om je hierin onderscheidend te maken. Maar dan ga je zelf, ik neem aan in opdracht van je koepel, samen met de NVV in Den Haag pleitten om oppervlakte-eisen, roosterafmetingen en ammoniakmaatregelen van tafel te krijgen. DAT noem ik dom, nee erger, vreselijk DOM. Ga naar de Dierenbescherming, VION, Albert Hein en consorten, Den Haag en leg ze een plan voor om dierenwelzijn, milieumaatregelen en mestwetgeving samen te voegen in een productiemethode of stalsysteem dat de problematiek oplost en een product presenteerd dat echt onderscheidend genoemd kan worden. Brede insteek op acceptatie door de maatschappij. Ik mag dan ook hopen dat de dierenbescherming met hun sterretje de lat voldoende hoog gaan leggen en niet voor slechts iets meer hokruimte gaan. Om de uittocht van boeren te stoppen moet je tegen verdere industrialisering zijn en de relatie boer-consument herstellen. Kom met iets dat het imago van “eigenwijze boer die niets wil” omtovert in “de keizer voor iedereen die niet vegetarisch is”. ===== De markt waar ik voor produceer? Voor een markt die bereid is te betalen voor mijn productie, anders produceer ik niet
Paul, mijn vriendin? Wat bedoel je? Ben jij mijn vriend omdat we wel eens in dezelfde richting denken?
Je moet even kijken naar de komkommerteler in een belendende draad die - in reactie op Jan Peter van Doorn - zegt dat je alle komkommers anoniem op een hoop moet vegen en dat je ze dan beter kunt verkopen. Je hoeft niet naar Den Haag als je zelf het publiek weet duidelijk te maken waarom ze JOUW varkens moeten hebben. Dat hoeven alleen die 10 of 20 laatste hele grote boeren. Er is ruimte voor hele andere. Ik denk dat je dat dat een beetje uit het oog verliest door de scherpe opmerkingen van Huirne.
Dick, een beetje prikkelen moet kunnen. Gelijkdenkenden komen niet onder kritische observaties uit. De regelgeving is dermate complex dat je om echte stappen te kunnen maken in een onderscheidend product niet zonder Den Haag kan.
Om stalconcepten te laten functioneren zal er aan wetgeving gesleuteld moeten worden. Niet om ontheffing te geven aan 20% dichte vloer i.pl.v. 40% omdat een stalsysteem anders niet te promoten is.
Mestwetgeving die nu al niet sluitend te krijgen is zal herschreven moeten worden om diervriendelijke stallen te laten functioneren.
Paul, mij sta je niet zo makkelijk op m’n jongeheer. Dat weet jij wel. Ik zag eerlijk gezegd heel wat anders in jouw reactie: emotie. Waar de tuinderij door zijn kapitaalintensiteit het eerst toe is aan de storm, volgen waarschijnlijk de nog minder grondgebonden sectoren varken en kip.
Ik sprak vanavond met een aantal tuinders. Ze staan er bar slecht voor. Er is op dit moment sprake van gedwongen verkoop van bedrijven. Omdat ze niet eerder de keuze maakten tussen groot (en ‘cost leadership’) en niche (en ‘anders’). Ik hoop dat de niche mensen in varkens en kippen zich realiseren wat ze moeten doen: zich laten zien in plaats van het zoveelste anonieme spul, nu met 1 ster dan, leveren. Bij betere kip op enige schaal (Volwaard) is dat mislukt. Laat het bij varken niet gebeuren. Het zou me niet verbazen als AH er zelfs uiteindelijk graag aan mee zal willen werken. Of dacht je dat die allemaal dezelfde eenheidsworst willen waar jij nog steeds om lijkt te vragen? ‘Ga naar Den Haag, Annechien, en kom met een plan voor ons alleemaal.’ Je moet je eigen ding doen en ervoor zorgen dat ik het graag wil hebben. Den Haag is nl. voorlopig zo doof als een kwartel. Op korte en middellange termijn zul je zelf moeten overleven.
Paul, op AgD heb ik je al laten weten dat ik me er juist voor inspan dat er een onderscheidend concept komt. Het is een goed begin dat VION, een NL vleesverwerker, haar nek uitsteekt om samen met AH en Dierenbescherming tot een tussensegment te komen. Ik kan je zeggen dat ik met een aantal van deze partijen veel heb gesproken. Soms zelfs op het confronterende af.
Mijn visie is dat de basisregels in Nederland op het Europees niveau moeten liggen. (Inmiddels zijn ze in NL al hoger niveau dan de EU om over de wereld nog maar niet te spreken.) Dat Europese speelveld moet gelijk blijven. Omdat we ons als NL anders uit de markt prijzen. We moeten tijd hebben om te komen tot onderscheidende concepten. Dat kan alleen maar als we niet voortijdig uit de markt geconcurreerd worden. Juist doordat er nu een tussensegment komt, kunnen ook de bewuste consumenten kiezen. Dat moet verder uitgebouwd worden. DUS: plusconcepten moeten via de markt gaan. Om die ontwikkeling te stimuleren kan er een tijdelijke ondersteuning komen middels subsidie of fiscale faciliteit (vlees als maatschappelijke dienst.
Daarom heb ik me met het bekendmaken van het tussensegment positief kritisch uitgelaten. Super: dat er een tussensegment komt. Een goed begin, maar we moeten verder en door. Op zoek naar onderscheidende smaak en en een onderscheidend product. Dat heb ik bewust gedaan.
Voor nieuwe stalconcepten is er experimenteerruimte te krijgen. Ook is er ruimte om in het kader van de SBiR regeling haalbaarheidsonderzoeken te doen naar nieuwe stalconcepten. LNV doet er veel aan om deze nieuwe zaken te ondersteunen. Vanuit LTO ondersteunen we een aantal varkenshouders die een haalbaarheidsonderzoek willen doen.
We zijn er niet, maar er gebeurt wel het één en ander.
Misschien nog even ten overvloedde: de Zweedse les. Ik ben vorig jaar in Zweden geweest. De Zweedse varkenshouderij is lang niet meer zelfvoorzienend. Waarom? Omdat de productie, die hoogwaardig is en met een hoge standaard voor dierwelzijn, uit Zweden verdreven wordt. Zweedse varkenshouders stoppen. De import uit vb. Denemarken stijgt. De Zweedse boeren kunnen niet concurreren tegenover de import van Deens vlees. Een vergelijkbare situatie zie je in het Verenigd Koninkrijk. In Nederland moeten we dit zien te voorkomen.
Voor diegene die het allemaal lastig vinden. Kijk maar eens waar we twee jaar terug stonden en waar we nu staan. Je moet je zegeningen tellen en zien dat er voortgang is. Dat houdt de moed erin.
En Paul, vertel jij mij nu eens hoe jij hier naar kijkt. Welke ontwikkelingen zie jij en waar zou jij zelf wat mee willen doen?
Dick. ik las vandaag pogingen van Super de Boer(JUMBO) en Tönnies, Duitse slachterij, om tussensegment competitief te maken met AH en VION.
Positief denkend hoop ik dat de eisen die gesteld gaan worden om aan een concept deel te nemen elkaar in de goede richting beinvloeden.
Vraagteken blijft of de meerprijs die ontstaat niet tijdelijk is en opnieuw zal omslaan in een laagste kostprijsrace.
Kom met een plan voor boerenlandbouw en niet voor de industrie.
Annechien, als je economische wetten laat prefereren en bied je ondernemers geen bescherming voor geleverde prestaties ben je altijd het haasje.
Daarom pleit ik voor continentale landbouw waar producenten onderscheidend, dierenwelzijn en kwaliteit, een topprestatie kunnen leveren zonder onder de duiven geschoten te worden door prijsvechters.
Ik ben geen voorstander van subsidie of enige vorm van steun, een basisprijs gebaseerd op hoogste kwaliteit moet ondernemers voldoende inkomen genereren om de toko draaiende te houden.
Ontwikkelingen die ik zie zijn de doodlopende weg van schaalvergroting en weerstand vanuit de maatschappij die zich stoort aan de massaliteit.
Ontwikkelingen waar ik achter sta zijn boerenbedrijven die, met de menselijke maat, de consument een zichtbaar verantwoord product aan kunnen bieden.
Het zou de verwerkers en retail sieren om in hun concepten boeren die rugdekking te willen geven.
Een conclusie dat maar 30% van de agrarische bedrijven levensvatbaar zijn, is schokkend als je het zo zwart op wit staat. Nu is het wel zo dat wij boeren taai zijn en dat er misschien een groter percentage overlevers zullen zijn.
De afgelopen 10 jaar is het aantal varkenshouders gehalveerd. De verwachting is dat de komende 10 jaar nog een keer zal halveren. Die verwachtingen zijn niet geheim. In de toekomstvisie van de RABO staat dat bijvoorbeeld ook beschreven.
De ontwikkelingen nopen tot schaalvergroting.Steeds meer eisen. Nu dierwelzijn, ammoniakreductie etc. Vaak kun je de investeringen alleen maar financieren als je meer dieren per man gaat verzorgen. En nu kun je ook meer dieren per man verzorgen door verdergaande automatisering.
Bij deze ontwikkelingen hoort ook dat we moeten werken aan nieuwe marktconcepten.Zorgen dat we een onderscheidend product krijgen. En ‘we’ wie zijn dat dan? Als boer-zijn je vak is: dieren verzorgen en je bent druk met je boerderij. De afzetcooperatie zorgt voor de afzet. Dat is als het ware uitbesteed. Dat is makkelijk. Je maakt je niet druk over het aanbod. Cooperatie of afzetorganisatie en boer zijn als het ware van elkaar vervreemd. En over de consument hebben we nog helemaal niet gesproken. Die consument wantrouwt zijn super. Terecht: Wat zie je bij Super de Boer in haar huisblaadje. Foto’s van een big met een hond en dan buiten. Nee, zo leven de varkens niet die uiteindelijk bij Super de Boer in de winkel liggen. De consument wordt door de super voor het zootje gehouden. Nee, dan liggen hier toch wel kansen voor de betrouwbare boer. Misschien moeten we dat meer uitnutten. Wantrouwen moet overwonnen worden.... Daar moeten we het over hebben. Het ‘Kijken of het Klopt-merk is hier broodnodig.
En dan toch?
Hier in huis denken we dat we bij de 30% overlevers horen. Maar wat als dat niet het geval blijkt te zijn? Kop in het zand steken? Bespreekbaar maken? We praten hier niet zo snel over in de agrarische sector. Dat is niet makkelijk. En wat als je kop in het zand zit. Misschien is de werkelijkheid wel zo pijnlijk dat het in het zand beter is.
Annechien, citaat:
De ontwikkelingen nopen tot schaalvergroting.Steeds meer eisen. Nu dierwelzijn, ammoniakreductie etc. Vaak kun je de investeringen alleen maar financieren als je meer dieren per man gaat verzorgen. En nu kun je ook meer dieren per man verzorgen door verdergaande automatisering.
====
Dit is nu net waar de consument niet aan wil en waarom ik je opriep om in Den Haag een totaalplan neer te leggen waarbij meerdere problemen opgelost worden.
Minister Verburg lijkt me in dat opzicht de kwaadste niet.
Paul, het is een economische activiteit. We moeten verdienen uit de markt. Dus zorg voor een niet-inwisselbaar product. Dan bouw je een goede positie op en kunnen ze niet om je heen. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. Het is moeilijk. Maar het is wel zo.
En nog even over je zorgen dat Super de Boer en Tonnies de markt gaan bederven. Ik deel die zorgen met je. Juist het informatiemerk is daarom broodnodig. Varkensvlees maar als pilot. Dat geeft transparantie. Je wordt geinformeerd over alles wat je weten wilt. Juist dat moet de producenten ook bescherming geven. Dat voorkomt dat consumenten voor het zootje gehouden worden (zoals in het blaadje bij Super de Boer)
En wij boeren moeten dat ook NIET LATEN gebeuren.Daarom oefen ik ook druk uit op de Dierenbescherming om te komen met duidelijke en controleerbare criteria. En als een bepaald product er met kop en schouder boven uitsteekt, zal de wereld dat weten ook.
Ja, Paul ik ga voor een totaalplan. De elementen heb je kunnen lezen. De markt, de industrie en de varkenshouders moeten het wel oppakken. Dat kost tijd. In het door jou genoemde citaat noem ik een aantal ontwikkelingen, die er ook zijn. Het is čn čn.
Ik stop er nu mee. Moet nog ff mijn gezondheid in acht nemen.
Ik stel niet dat Super de Boer, JUMBO is grondlegger van het tussensegment, en Tönnies de markt kunnen bederven, AH en VION kunnen dat net zo goed.
Het is maar wie het lontje aansteekt. Welterusten en kijk uit met de trap.
“Kom met een plan voor boerenlandbouw en niet voor de industrie,” zegt Paul. Paul, ik zou het van de daken willen schreeuwen en niet langer op dit blog: dat kan alleen maar als boeren daar zelf ook aan mee willen werken. Je hebt gezien wat er met Volwaard is gebeurd. Laat dat niet met die varkens ook gebeuren, zei ik al. Hoe?
Ik heb het gevoel dat ik er hier de blaren voor op m’n vingers kan tikken en dat het niet helpt. Ene JP van Doorn zei het vorige week mooi: ‘de bakker zat met z’n kop in de oven en z’n reet in de winkel’. Daarom zitten we nu met brood van Menebabroodmix. Ik ben bang dat het met ieder boerenproduct niet anders is.
Maar hoe krijg je dat boeren tussen de oren? Daar vond ik die 1ste april voor uit. Kom jij?
En jazeker Paul: ook het middensegment zal weer ten prooi vallen aan concurrentiestrijd. Iets dergelijks stelde ik al binnen een 2 uur na het bekend worden het het ene -ster nieuws. Daarom moeten de boer hun part of the deal doen. Maar dat doen ze dat? Nee, ze blijven met hun reet naar de winkel staan. Laat ook dat maar eens gezegd worden, want anders wordt het nooit wat.
Dick, ik was er nog over aan het nadenken om 1 april naar Eindhoven te gaan. Eerlijk gezegd zat ik nog te wachten op een kopstuk uit agrarisch of retail Nederland die het liberale gedachtengoed aan flarden schiet.
Ik zie mezelf al in mijn uppie vechtend over het toneel rollen met voorstanders van vrijhandel en mega-bedrijven.
De boeren en tuinders, die willen wel, zitten te wachten op een soort teken van een soort garantie dat er werkelijk perspectief zit in een andere, lonende, productiemethode.
In de vele reacties op het net is het wantrouwen richting verwerker en retail erg groot. Daarom hebben we Den Haag nodig om de eerder met Annechien aangekaarte koppelingen te bewerkstelligen.
Annechien, “Dus zorg voor een niet-inwisselbaar product. Dan bouw je een goede positie op en kunnen ze niet om je heen.”
Als boeren in staat zijn om een niet-inwisselbaar product te maken, waarom zouden andere boeren (in binnen of buitenland) dan niet in staat zijn exact datzelfde niet-inwisselbare product te maken. En zelfs nog gemakkelijker, want ze hebben al een voorbeeld.
Paul, zo’n figuur komt in de serie ook nog aan de orde. Maak je geen zorgen. Het is overigens grappig - nee, heel triest - om te zien hoe de boeren op het AGD reageren op de geinterviweden. Bankier Geu Siebenga - nota bene ex ABN AMRO - deed een een voorstel voor een ‘duurzaam systeem’. Maar niemand blijkt het meer te zien. ‘7 profeten’ hebben afgedaan, als retailers hun logica neerzetten. Ik ben persoonlijk erg voor een boerenlandbouw, zoals je weet. Ik hoor zelfs retailers die er wel oren naar hebben. Helaas hoor ik ook boeren die er geen weg mee weten. Waar ik nu naar op zoek ben, is of boeren de boerenlndbouw die ze willen de meerwaarde voor een consument kunnen geven. Zet het eens verder neer dan alleen op de voorwaarde ‘prijs’? Hoe definiëren ze de andere P’s? Daar daag ik op uit. Tot op heden hoor ik weinig.
Ik weet het wel, die P’s zijn geen boerentaal. Laten we het ook niet te ingewikkeld maken, want dat is het helemaal niet. Leg gewoon eens uit, waarom ik jullie product moet hebben en niet dat van jullie hele grote buurman en waarom ik daar als consument beter van wordt. Tot op heden heb ik dat hier niet gehoord.
tja, wat mij betreft is dat de vinger op de zere plek. Het bezorgt me heel wat hoofdbrekens en zelfs nachtrust, maar ik kan het niet anders maken:
zowel als producent als consument ben ik dol op dat inwisselbare produkt.
Dick, wat jij op 21.56u zei over eenheidsworst die ik zou wensen is een worst van ultieme kwaliteit. De eisen die je aan een product kunt en moet stellen maken het overbodig om er vanuit boeren en tuindersondernemen nog maar enig kritiek op los te laten. Als er zelfs aan het energieverbruik eisen gesteld worden om de korte kringloop te bewerkstelligen kan dat allemaal in de basisprijs verwerkt worden.
Waar jij als consument mee leven kunt aan product heeft niet direct te maken met definities over groot of klein. Iedere ondernemer heeft daar zijn eigen grenzen.
De ideale situatie is dat er vanuit die basisprijs boerenproduct in de handel of super komt waarbij producenten hun identiteit kunnen laten zien.
Dat kan via verwerkers of eigen distributiekanalen.
Producenten hoeven niet allemaal eenzelfde productiewijze te hanteren om aan eisen te voldoen en consumenten laat je de keuze.
Het wordt een beetje een herhaling van zetten zoals ze ook in andere draadjes te vinden zijn. Maar kennelijk is het nodig. Vergeet even de marketing. Graaf een paar spade dieper.
1. Wordt weer boer. Kies voor een menselijke maat. Stap uit de ‘agro business’.
2. Herwaardeer je vakmanschap. Zorg dat het weer ergens over gaat. Het verlangen het werk goed te doen uit liefde voor het werk. Innerlijk kwaliteit. Softe begrippen die in de agro business verloren zijn gegaan.
3. Herstel de verbinding met de omgeving. De buurt, de consument, de handel. Leg daar contacten. Kom één dag per week van de boerderij (of zorg dat de mensen daar komen.
4. Wordt authentiek, integer en duurzaam.
Dit is de basis. De nieuwe norm. Laten we die maar eerst in orde krijgen voordat we over verder onderscheid gaan praten. Dit is al lastig genoeg.
Paul, het wordt lastig lezen, maar ik citeer maar wat ik net in het andere draadje op een kanibaal daar antwoordde: Kanibaal [die suggereert dat het liberale systeem tot ontwrichting van de landbouw zal leiden, dv], waar dit systeem toe zal leiden staat zelfs al in dit interview. Het leidt precies tot het systeem dat Jan Douwe van der Ploeg beschrijft: empire. Een doordenkertje, nog zweveriger dan de Dalai Lama: heb je gezien dat Van der Ploeg (en zijn neo-marxistische inspiratoren Negri en Hardt) en Huirne het volledig eens zijn? Wat nu? Dat is de vraag die beantwoord moet worden. Roepen om hulp en bescherming alleen gaat niet helpen. De linker- en rechterschoenenfabrieken in de oude SU zijn afgeschaft. Je zult zelf iets moeten doen. In landen als Oostenrijk, Italie, Frankrijk en Spanje bestaan bloeiende boereneconomieën. Midden in de liberale, die ze gewoon laten dorsen. Ze vergen alleen ingrijpendere keuzen ten aanzien van de bedrijfsfocus. Ik denk - en nu richt ik me specifiek tot Paul - dat Nederlandse boeren verleerd zijn zelf hun keuzen te maken. Ze maken wat de tussenhandel vraagt. Over wat consumenten willen hebben ze al heel lang niet meer nagedacht. Ik ben zelfs bang dat het ze geen fluit interesseert. Als hun komkommers, paprika’s en varkens maar wegkomen. Ik schrok me vorige week kapot toen ik dat merkt tijdens een tuindersbijeenkomst. Hoe heeft het boerendenken zover kunnen ontsporen? Je moet producten maken die mensen willen en ervoor zorgen dat ze die willen. Producten die ‘weg moeten’ zijn kansloos.
Authentiek: dicht bij jij eigen kern, herkomst, leitmotiv. Zijn wie je bent en daar goed in zijn. Ga weer boeren, zoals bankiers weer moeten bankieren.
Integer: Doen wat je zegt en zeggen wat je doet. Woorden en daden die congruent zijn.
Duurzaam: een gezonde balans tussen geven en nemen, waarbij je in ieder geval niet meer neemt dan je teruggeeft.
En als je dat nou overtuigend - nee, gewoon echt ‘echt’ - duidelijk maakt, is dan een goed product al goed genoeg?
Jan Peter, ik onderschrijf je lijn volledig maar in een markt waar op wereldprijs geproduceerd en geconcurreerd moet worden is het lastig.
Boeren met huisverkoop en winkeltjes aan de straat hebben we al diverse en zij hebben hun handen al vol om rendabel te kunnen werken. Hele families die pro deo actief zijn om door te kunnen gaan en je moet er niet aan denken dat daar meer concurrentie gaat ontstaan. Dat worden buurtoorlogen.
Dick, ik vind dat je gelijk hebt met je constatering dat boeren en tuinders zich voornamelijk gericht hebben op productie en de vermarkting weggegeven hebben aan de verwerkers. Dat zijn of waren hun cooperaties en de verwachting dat die hun producten zouden verwaarden is niet uitgekomen.
Waarom niet? Omdat afnemers met hun gevraagde volumes een te stevige vinger in de pap kregen of omdat door toegenomen mobiliteit producten net zo makkelijk elders vandaan gehaald kunnen worden. Leg eens uit wat ik er specifiek mee te maken heb waarom boeren hun keuzes verleerd zijn?
Paul, lig er niet van wakker, dat heb jij niet gedaan natuurlijk (boeren hun keuzes laten verleren)! Je bent er zo fel op vandaag. Daarom richtte ik me speciaal tot jou. Ik laat het nou ff aan JP om uit te leggen wat er misgaat als je denkt dat een Italiaan met z’n eigen ham concurreert tegen een wereldham. Die eerste heeft betekenis, de tweede niet. Ik hoop dat jouw strooiselstalcollega’s - evenals Annechien met haar Comfort Class - zo wijs zijn daar met hun dieren ook voor te gaan zorgen. In het andere draadje blijkt Piet Wisse dat heel goed door te hebben. Waarom is dat toch zo moeilijk in die boerenkoppen te krijgen? Jullie hebben veel meer dan alleen maar dat miserabele peetje van prijs. Jullie schelden op de retailers in de serie terwijl ze het alle drie zeiden. Van Doesburg, de laatste, zelfs heel hardop.
Ja inderdaad Dick, dan is een goed product al goed genoeg en bestaat zelfs de kans omdat elke boer zijn eigen kleur aan deze 4 elementen geeft er ook onderscheidend vermogen ontstaat.
Hoe groot die markt daarvoor is, wat in feite jouw vraag is Paul, dat zullen we eens moeten berekenen. Of er voor alle boeren plaats is? Nog geen idee. Maar ik denk dat de markt groter is dan we denken (Nederland, delen van sommige buurtlanden, sommige globale merken).
Wat je doet is de menselijke maat een beetje belachelijk maken door het in een amateuristisch kader te plaatsen ("Boeren met huisverkoop en winkeltjes aan de straat"). Dat is niet wat ik bedoel.
Waarom zie ik op de Noordermarkt in Amsterdam een groentenkraam met vijf man personeel die het hartstikke druk hebben en is de groentenafdeling bij AH nog steeds een kwalitatief zooitje en ontbreekt er personeel?
Ik kom een beetje laat binnen in een interessante discussie. Druk, druk, druk. Kan Paul Jansen omschrijven(beschrijven) wat hij bedoelt met een onderscheidend product? Annechien ook? En hebben jullie het over hetzelfde?
Jan Peter, mijn opmerking richting huisverkoop is extreem gesteld in een nichemarkt of neveninkomstenactiviteit. Voor het grote publiek heb je uiteraard productiekanalen nodig die aansluiten bij supermarktkanalen.
Die groentenhandelaren op de markt hebben meestal dagelijks verse producten rechtstreeks van tuinder of handel en steken daarmee de supers de loef af door kortere lijntjes.
Flipse, hierboven gaat het over tussensegment varkensvlees. Industriële productie heeft ervoor gezorgt dat consumenten ver van de bron zijn komen te staan en negatieve incidenten ruďneren het imago.
Om hier verandering in aan te brengen bedoelen we met onderscheidend om mensen productiemethoden te laten ervaren waarmee je laat zien dat het dier een waardig bestaan heeft gehad. Onderscheidend in producten van het dier ligt niet direct in boerenhand maar bij hun verwerkers. Zoals met zoveel producten speelt tijd een rol in smaak. De ene keer om rijp te worden, de andere keer tijd om echt dood, besterven, te gaan. Mocht er een markt ontstaan uit vraag van de retail om ook iets extra’s toe te voegen door voergebruik of ras kan dat richting boer worden doorgegeven.
http://www.foodlog.nl/vandaag/bericht/culinaire_zaken_aangaa nde_de_dood_en_het_besterven/
Probleem is volgens mij dat boeren meer dan genoeg kunnen produceren. Niet alleen van bulk, maar ook van niche-producten, en alles wat daar nog weer boven gaat.
Bloeiende economieën in andere landen? Frankrijk en Italië kan ik niet beoordelen. Zwitserland wel en Oostenrijk een beetje. Dat zij zulke goede producten kunnen verkopen is voornameliojk gebaseerd op bescherming van bergboerenregelingen, etc. Zwitserse boeren maken kaas op basis van kruidenrijk gras, simpelweg omdat de weg van de gangbare melkveehouderij als in Nederland geen begaanbare weg is. Letterlijk onbegaanbaar vanwege het alandschap.
Boeren in Nederland zijn het verleerd om producten te maken die consumenten willen? Ik zie het andersom: omdat het voor hen niet uit kon om die producten te maken met die allerhoogste kwaliteit die consumenten op o zo grote schaal zeggen te willen blijft voor hen slechts de manier over die ze nu beoefenen. Een kwestie van selectie.
Hij begrijpt het nog steeds niet zullen sommigen zeggen. Goed, een voorbeeld: Millinova is een groepje boeren. Ongeveer 8, waarvan 3 tot mijn beste vrienden horen. Zij houden zich al meer dan 15 jaar bezig met geďntegreerde landbouw, en daar gaan zij bijna tot in het extreme door. Zij hebben directe contacten met supermarkten, een eigen website, ze willen ook wel heel speciale rassen met zeer goede kwaliteit, smaak, etc leveren. Voor uien hebben ze enkele jaren aan supermarkten geteeld, het tussensegment, bijna biologisch, amper duurder dan gangbaar. Ze zijn er mee gestopt toen zelfs een meerprijs van €0,02 per kg niet meer haalbaar was. Wat hebben zij verkeerd gedaan? Gouden tips speel ik aan hen door. ["zij hadden het beter moeten doen want tot nu toe hebben ze het blijkbaar niet goed genoeg gedaan”,hoort daar niet bij, hoewel ik ze die tip wel zal doorspelen]
“Onderscheidend in producten van het dier ligt niet direct in boerenhand maar bij hun verwerkers”. Dit is maar ten dele waar Paul. Als het uitgangsmateriaal niet goed is (teveel geselecteerd op bepaalde eigenschappen, waardoor helaas zwakker in andere...) en het voer te standaard (eenzijdig) kun je afhangen zo je wilt, maar op het bord van de consument zullen de verschillen nauwelijks merkbaar zijn. Je kunt je ook afvragen of afhangen (laten besterven) van het vlees van veel van de huidige selecties niet een volksgezondheidsprobleem zou kunnen opleveren.
Anders gezegd,natuurlijk is het beter om vlees enige tijd te laten besterven! Alleen, het vlees moet er wel tegen kunnen…
@Paul
Boeren hebben ditributiekanalen nodig die bij hun productie passen. Die hun toegevoegde waarde weten te verkopen (voor zover er toegevoegde waarde is). Dat is precies andersom dan jij stelt.
De super de loef afsteken door kortere lijntjes, goh gaan we het begrijpen.
Het moet me van het hart Paul dat ik je soms aardig tegenstrijdig vind formuleren.
Of ik snap niet waar je heen wilt, dat kan ook.
Huib ze hebben niets verkeerds gedaan, behalve dan uien produceren waarop je je kennelijk niet meer kan onderscheiden. Maar daar moet je achterkomen en dan snel er mee stoppen en je energie stoppen in zaken waar je je wel kan onderscheiden.
Ik kan hun website niet vinden.
Jan Peter,
Het wordt mij soms te vermoeiend de sociaal economische analyse van de befaamde Amerikaan Thomas Frank hier voor de zoveelste keer weer af te drukken, immers er is toch niemand hier die hem, volstrekt ten onrechte trouwens, al te series neemt. Maar zijn economische analyse is wel volstrekt in lijn met wat mijn boeren familie archief aan data oplevert. Meesttijds moesten ze gezien de inzet van hun arbeid sappelen om rond te komen. Alleen tijdens en vlak na een oorlog wisten ze ons met een fatsoenlijke prijs te bedienen. Een groot deel van die producten vond tijdens de oorlog trouwens om niet zijn weg. Bijvoorbeeld: Een club uitgehongerde gereformeerden uit Kampen e.o, onder de luizen en vlooien, die in de NOP waren opgepakt en die in de nadagen van de oorlog uit een Duits concentratiekamp waren ontsnapt, hadden bij opa en oma aangeklopt en werden nu weer up to date gemaakt. Voor niets dus. Bedankt en vaarwel was voor die oudjes al wel genoeg.
Uit de economische geschiedenis van de landbouw blijkt dat slechts het economische beleid in de periode van George A. Wallace (USA) voldeed aan de verwachtingen van veel boeren. Studie van zijn productiebeheersingssytemen zouden misschien een leidraad voor de agrarische economie in de toekomst kunnen zijn.
De boeken liggen hier op de plank Huib. Lezen, lezen, lezen,...........
Locaal je product vermarkten is een van onze idealen. Lastig echter is het om productie op kleine schaal kostendekkend te krijgen. Plaats is ook een belangrijke p. Voor boerenwinkels vaak de lastigste, aangezien consumenten vanwege tijdgebrek logischerwijze makkelijker in de supermarkt inkopen. We proberen dus wel onze P’s te benutten, maar dat kost heel veel arbeid.
Veel boeren produceren producten die nog bewerkt moeten worden. Wij ook. Het grootste deel van onze melk gaat naar een cooperatie die een grote diversiteit aan producten maakt en vermarkt. Een voorbeeld van een verwerker die probeert met samen met haar boeren de vermarkting van producten goed op te pakken is Cono Beemster. De boeren van Cono ontvangen een hogere melkprijs wanneer ze ieder jaar enkele workshops volgen. Dit kan gericht zijn op diergezondheid, dierwelzijn, energiegebruik etc. Cono gebruikt haar boeren ook bij de vermarkting van producten. Zo hebben ze een bijeenkomst met koks en journalisten georganiseerd op een boerderij, waar meerdere boeren aanwezig waren om te vertellen wat ze doen en hoe ze boeren. Deze strategie vind ik erg bijzonder. Je koppelt de producten weer aan de producent en de productiewijze, maakt het transparant en zichtbaar.
Jan Peter, ik schrijf vanuit boer richting consument en jij vanuit super of consument richting boer. Het lijntje moet er hetzelfde uitzien. De productie en vraag moeten op elkaar afgestemd.
Boeren en tuinders produceren waar consument en retail om vragen.
Mijn insteek blijft dat boeren en tuinders vanuit een basisprijs zelf een afzetkanaal op kunnen zetten en zich niet opnieuw afhankelijk maken van wispelturige afnemers of prijsvechters.
Misschien dat daar iets anders gelezen wordt.
Goh, dat ik dat weet hé van die kortere lijntjes die voor verser product zorgen, da’s wel heel apart.
Deze is wel de moeite waard.
http://horizontalisering.ning.com/profiles/blogs/we-zitten-m et-onze-wereld-op
Ik pik daaruit de stelling dat met een gegarandeerde meerprijs op energie een milieuvriendelijke productie plaats kan vinden. Dat moet op voedselproductie ook van toepassing kunnen zijn.
Hendrik, waarom je reactie aan mij?
Paul, ik probeer continue duidelijk te maken dat de afhankelijkheid waarin de boeren en tuinders zijn terechtgekomen erg snel moet worden doorbroken. Het maakt me verder niet uit welke richtingen we denken. Ik denk dat korte lijnen, naast allerlei andere opties, een heel belangrijke is. Ik noemde ook vakmanschap, betrokkenheid, authenticiteit. Het is de taak van de boer de hele keten daarmee te doordesemen. Waardoor alle versproducten weer persoonlijk worden gemaakt in plaats van inwisselbare commodities.
Jan Peter, Het was niet alleen een reactie aan jou. Maar jouw antwoord is onderscheiden. Hoe dan? Zie Thomas Frank die de kern treft:"There are millions of farmers and they are naturally disorganized: they can’t coordinate their plans one with another.
De afhankelijkheid moet worden doorbroken zeg je hierboven. Terwijl die afhankelijkheid bepaald wordt door wat Frank noemt: “an ‘overproduction trap,” and it can only be overcome by a suspension of competition through government intervention.”
Daarvoor heb je een verandering van ideologie nodig. Dat in de eerste plaats en andere politieke leiders die de landbouw niet net als de Twentse textielindustrie behandelen of als de scheepsbouw. Niet alleen omdat het beter is voor de boeren, maar ook omdat we met zijn allen al snel spijt krijgen van onze opstelling.
Hendrik, het wordt tijd voor een ronde tafel.
Over was het in alle beroepen sappelen om rond te komen. En in de meeste nog steeds.
Een nieuwe ideologie is nodig zeg en dat ben ik met je eens. Ik denk alleen dat deze uit een andere hoek moet komen dan die van de overheid of de markt.
Misschien, en nu begint iedereen hard te lachen, is de burger wel aan zet.
De “citoyen” heeft in de geschiedenis wel vaker de macht gegrepen, maar die had dan wel de guilloltine nodig.
Haha Hendrik je bent onverbetelijk. Tijden veranderen. De guillotine heet nu internet. Iets minder bloederig, maar net zo effectief.
Machtig internet: http://news.google.com/newspapers?nid=1338&dat=19371013& amp;id=F7wzAAAAIBAJ&sjid=GfUDAAAAIBAJ&pg=7174,2963998
Niet om je belachelijk te maken, volstrekt niet.
“American dreamer: the life and times of Henry A. Wallace” door John C. Culver,John Hyde
Zulke mannen, zulke vrouwen hebben we nodig. Er dient weer gedroomd te worden.
Slechte boerenprijzen. M’n mailbox puilde gisteren uit met dit nieuws:
Supers: verwerker wordt rijk over de rug van boer
Leidschendam - De supermarkten ontkennen dat zij rijk worden over de rug van boeren die een lage prijs ontvangen. De Tweede Kamer zoekt deze week uit wie de marge dan wel opstrijkt. De supermarkten wijzen met de beschuldigende vinger naar de schakel tussen hen en de boeren.
Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) biedt CDA-Kamerlid Joop Atsma vandaag een rapport met bovenstaande strekking aan. Die nam het initiatief voor drie hoorzittingen in de Tweede Kamer. Hij wil weten waar de marge op landbouwproducten blijft hangen. De hoorzittingen beginnen donderdag.
,,Het lek zit vooral in de tussenliggende schakels”, zegt René Roorda, directeur van het Centraal Bureau voor Levensmiddelenhandel (CBL), dat de belangen behartigt voor de supermarkten. Hij wijst op de bewerkers, zoals Danone die toetjes maakt van de melk, of bij FrieslandCampina. Voor groenten en fruit wijst hij op groothandels zoals The Greenery.
Uit onderzoek van de Nederlandse Mededingingsautoriteit en het Landbouw-Economisch Instituut bleek vorig jaar dat prijsverhogingen in de winkel samengaan met prijsverhogingen bij de groothandel.
En de tweede kamer verwijst weer naar het NMa onderzoek, en de NMa wijst weer naar de leveranciers van cijfers, juist ja, de LEI club van Meneer Huirne, weetjewel, die boerenzoon, die vorig jaar schreef dat als je in Nederland als boer of tuinder het niet red je geluk hebt. Je krijgt dan op zijn minst mooi bijstand. En over een paar weken word het weer voorjaar, en gaat iedereen weer lekker aan de slag en zo is er weer zo een jaar voorbij.
Het bekende probleem van de waardeketen Dick.
De boeren zitten alleen helemaal aan het begin van de waardeketen. Daar waar waarde toegevoegd wordt zitten de verwerkers, groothandel en supers. Boeren proberen met meer en minder succes verder in de waardeketen te komen. Een goed voorbeeld hiervan is De Oorsprong in Schalkhaar of kaasboerderij kaamps. Boeren die alleen of samen mooie producten maken en zo in een groter deel van de waardeketen acteren.
Voor boeren is er een echte kans als dit soort initiatieven grootschalig worden. Op lokaal niveau zijn ze een echte concurrent van de supers. De producten tegen consumentenprijzen verkopen en productiekosten te beheersen kan er een goede boterham verdiend worden.
Ik vind dit geweldige initiatieven en zou haast willen oproepen tot het volgende:
Boeren ondernemers verenigt u en start meer ‘Oorsprongen’…
Het zou geweldig zijn om als boer direct aan de consument te kunnen leveren.
Maar je kunt de consument moeijlijk een (levend) varken meegeven. Je hebt altijd te maken met derden voor de verwerking van je product.
En als er overal “Oorsprongen” komen zullen deze met elkaar gaan concureren, toch?
(ik vind het overigens wel een geweldig initiatief)
@Lisette: Netwerken maken van onverwachte coalities. Boeren, slagers en consumenten bijvoorbeeld. Met elkaar waarde creeeren en delen. Community denken. Nieuw denken.
‘Oorsprongen’ lijken mij lokaal en niet zo snel met elkaar concurreren. En twee a drie oorsprongen per gebied lijkt me aardig, houdt de boel een beetje scherp.
@JPvD:Zijn zo de cooperaties ook niet begonnen? Waar ging het toen dan mis?
Cooperaties waren hierarchische organisaties, geen netwerken. En de consument maakte er geen onderdeel van uit. Daarbij waren ze opgezet vanuit machtsdenken en als verdedigingsmechanisme (het conflictmodel), niet vanuit een visie hoe het met ons voedsel moet gaan en hoe je partijen kan verbinden met elkaar(het harmoniemodel).
(reactie op, maar niet alleen aan JPVD): dat is nu waar en w.s. de afgelopen (tien)tallen jaren ook. Maar ooit waren er ook andere coops. En die zijn er nog.
Kijk maar een op http://www.mondragon-corporation.com/ENG.aspx.
Een zeer succesvolle coop in Spanje.
Let vooral op de sociale uitgangspunten http://www.mondragon-corporation.com/language/en-US/ENG/Co-o perativism/Co-operative-Experience.aspx en documenten in dezelfde tab.
@Jan Peter, Stel dat de consument er intensief bij betrokken wordt. En stel dat die grote hoop consumenten echt zijn invloed gaat aanwenden, zodat de keten andersom gaat werken zoals ie nu doet.
Hoe zou je dan die invloed van de consument moeten noemen? Is dat dan ook macht en is er dan nog steeds sprake van machtsdenken? Of hoe moet ik dat dan noemen?
Of noemen we dat dan vrienddenken, fandenken, communitydenken, familiedenken, of hoe heb jij daar een andere term voor?
@Lisette: inderdaad een levend varkens kan je niet leveren aan een consument, maar wel karbonades, verse worst en gedroogde hammen. Kaamps had eerst alleen maar melk en is daar kaas van gaan maken wat voor 90% door de industrie wordt gedaan.
Je argument mbt concurrentie, er zitten ook meerdere supers in vrijwel ieder dorp of stad. Je kan alleen concurreren als je vergelijkbare producten hebt en in vergelijkbare periferie zit. Kortom; veel ‘Oorsprongen’ en graag dicht bij de consument.
Cooperatie of niet, ik vind dat niet heel belangrijk. Mijn indruk, van de bedrijven die ik analyseer en adviseer, is dat vrijwel nooit de organisatievorm het zwakke punt is. Van de initiatieven zullen er vast 5 van de 10 niet slagen om veel verschillende redenen en we ontdekken wel welke 5 de juiste keuze hebben gemaakt.
Jan, omdat het nog niet echt gebeurt is er ook nog geen naam voor. Maar dat komt nog wel. Vroeger zeiden we wel ‘prosumer’. Samentrekking van producent en consumer. De consument produceert (en denkt) mee. De tijd zal leren of die grote groepen consumenten hun macht zullen uit oefenen. voorlopig is het nog lang niet zover.
“Jan, omdat het nog niet echt gebeurt is er ook nog geen naam voor.”
Misschien komt dit in de richting, of begrijp ik het verkeerd?
CSA (=community supported agriculture).
In het nederlands: pergola boeren. Voorbeeld:
artikeltje in Trouw
Even goegeloeren en je vind veel meer voorbeelden.
Vanzelfspreken niet DE redding van de NL landbouw, maar wellicht een niche, een begaanbaar pad voor enkelen.
Groet, RvO
Mooi voorbeeld. Alsook de rol die de boer in urban agriculture kan gaan spelen.En zo zie ik nog wel meer mogelijkheden. Het is misschien niet de redding van de landbouw, maar het zou wel eens de redding van de boer kunnen zijn. ‘Boeren zoals boeren bedoeld is’.
By the way RVO, je begrijpt het helemaal goed.
