Een handelsstunt in de Tweede Kamer
Wie verdient teveel en wie te weinig aan ons eten? Ondanks het struikelende kabinet houdt de Tweede Kamer commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op dit moment zogenaamde 'open gesprekken' die duidelijk moeten maken hoe het zit. Volgens de NMA - de Nederlandse Mededingingsautoriteit die moet waken over eerlijke prijzen - is er niets aan de hand. De super krijgt niet teveel, al krijgt de boer bar weinig. Hoe het zit weet nu nog steeds niemand. De boeren vinden dat ze te weinig krijgen. De supers vinden dat ze niks fout doen, behalve dan zorgen voor wat consumenten willen: veel voor weinig. Maar, zeggen de supers, er is wel degelijk een schuldige als je die wilt aanwijzen en dat is 'de handel'.
'De handel'? Wie is dat?
We lieten het ons laatst uitleggen door wat tuinders. Die zitten de laatste tijd nogal in de penarie zodat foodlog met hen in gesprek kwam. Hier werd al eens geschreven dat de NMA en zijn collega LEI misschien wel niet zulke goeie accountants zijn. Er zijn heel wat centen zoek en het zijn nou juist de centen waar een boer of tuinder wel beter van zou kunnen leven. De redactie sprak wat tuinders die wel weten waar dat zoekgeraakte geld blijft: 'in de handel'.
Wie is dat dan en waar woont die 'handel'? Heeft de Tweede Kamer 'de handel' wel gebeld om ook eens open gehoord te worden? Want kennelijk zijn de boeren en de supers het ergens over eens: er gaat wel degelijk iemand met de buit vandoor.
De tuinders die ik sprak zijn er in ieder geval duidelijk over: met de handel bedoelen ze niet de super want die koopt helemaal niet bij hen aan de deur. Het gaat allemaal via anderen. Dat is ook logisch, want als Albert Heijn of Jumbo spruitjes of paprika's verkoopt, dan is het partijtje van die ene teler helemaal niet genoeg of nou juist weer veel te veel. Iemand moet het bij elkaar vegen en die doet dat dus ook. Daar is weinig voor nodig. Een telefoontje, een PC-tje en een burootje, desnoods een rijdend.
Voor die paar telefoontjes schijnt die figuur zoveel te krijgen dat we wat de boer krijgt en wat de super betaalt lang niet hetzelfde zijn. Daar zit een berg tussen waar iedereen maar een beetje over zwijgt en die onze NMA en het LEI niet zomaar in de boeken kunnen vinden. Dat zou eens afgelopen moeten wezen. Kan die Tweede Kamercommissie niet eens een handelsstunt uithalen door even goed door te vragen?
Nu praten ze daar over moraliteit en het stunten met voedselprijzen. Van mijn moeder leerde ik al dat je met eten niet mag spotten, dus dat doet het altijd goed voor in de krant. Moeten ze de politie niet eens afsturen op die handel en gaan uitzoeken hoe die heet, waar'ie woont, wat'ie verdient en daar precies voor doet? Het is nl. hartstikke logisch als je even goed nadenkt. Tussen de boer en de super zit iemand die voor de super en de groothandel hun handeltjes bij elkaar veegt. Anders hebben ze nl. nooit precies wat ze nodig hebben en moeten ze zelf iedere dag als een gek het hele land door naar die 75.000 boeren om hun spulletjes bij elkaar te vinden. Zo zit de wereld niet in elkaar en daar heb je dus tussenhandelaren voor.
Wie zijn dat, wat verdienen ze en wat doen ze daarvoor? Tweede Kamer Commissie, weet u zeker dat u iedereen aan tafel heeft?
Reacties (11)
Wat een vreemd verhaal is dit. Alsof niet bekend is dat er tussen het traject ‘van zaadje tot carbonaatje’ er retailers tussen zitten. Is de hele keten wel eens ‘geanalyseerd’… En wat zien we dan, dat er natuurlijk ‘handelaren’ tussen zitten die hier iets aan verdienen. Het zou wel heel vreemd zijn als partijen niet weten aan wie ze hun waar verkopen.
In alle gevallen (of het nu vlees, vis of zuivel is) zit er natuurlijk een schakel tussen. En elke schakel moet verdienen (tenslotte werken er maar weinig bij een filantropische instelling). En over de kwestie of de handelaar in deze dan te veel geld achter houdt, tja daar kun je over twisten. Wie bepaalt wat je wel en wat je niet mag vragen? Dat is de handelaar zelf. En zolang de hele keten daar mee akkoord gaat, wat dus het geval is, dan ben je zelf debet aan je eigen prijs.
<opmerking aan mezelf>"maar Adriaan, dat is niet eerlijk wat je hier zegt. Ik kan geen invloed uitoefenen op de marktprijs”.
Nee, dat is waar. Je kan zelfstandig geen wijziging doorvoeren. Maar als je het idee hebt dat je oneerlijk wordt behandeld of dat je de keten aan kan passen; bijvoorbeeld duurzamer, energiebewuster, korter of gewoon anders, dan ben je zelf eigenaar van je verandering. Je zult dan een reeks aan partijen voor moeten mobilseren. Misschien wel via dit forum? En als ik het artikel zo lees, zijn er meer mensen die het hele traject niet eerlijk verloopt.
Ik vind het namelijk zelf vreemd dat als ik 2 liter melk in een willekeurige winkel koop, dat ik er 0,72 cent voor betaal (0,355 cent per liter). En wat krijgt de boer? wat krijgt de fabriek? wat krijgt de handelaar? en wat de supermarkt? Of een kilootje gehakt? wat kost dat nog 3-4 euro? Als je meer over voeding gaat na denken (hè,hè) dan besef je steeds meer dat de voeding die we tot ons nemen ‘unfair policy’ is… Maar hoe verander je de keten? Ik denk niet door de keten en sich te veranderen, maar door het gedrag van de gebruikers in die keten te veranderen. En ja, dan kom je misschien wel weer uit bij het begin, waar dit artikel om draait “het ministerie gaat aan tafel”.
Maar los je daarmee het gedrag op? Ik ben van mening dat als je echt, als ondernemer, wilt dan lukt het je ook om je producten op een andere wijze aan de markt te brengen. De LTO als belangenorganisatie zou hier een stimulerende/coordinerende rol in kunnen spelen. Er zijn volgens mij ontzettend veel mensen in Nederland die ‘eerlijk voedsel’ willen. Het probleem is alleen vaak dat het duurder wordt. Waarom is een stuk biologisch vlees duurder dan een stuk niet biologisch vlees? Is de enige reden dat dit komt omdat het stuk vlees langer in de wei staat? Het zou interessant zijn om dat eens na te gaan. Want misschien verdient de handelaar daar wel grof geld aan. En als dat zo is, dan moet dat het onderwerp van gesprek zijn.
m.a.w. zolang nog niet duidelijk is, wie over welk product wat verdient, valt er weinig te veranderen. Intussen kun je als actor in de schakel wel wat doen: verander je zelf en stimuleer anderen. Alleen dan, heb je invloed. Maar alleen maar roepen en niets doen verandert niets…
Interessant artikel trouwens!
errata: lees bijvoorbeeld het bericht van Jopie http://www.foodlog.nl/vandaag/bericht/het_nieuwe_denken/#com ment51625
Adriaan, de vraag is heel feitelijk: waar blijven de centen (en het zijn er heel veel) die de NMA niet kan vinden terwijl bijv. paprikatelers heel zeker weten dat ze ergens moeten zijn gebleven?
Aan dit stukje hangt een tekst dat de hele problematiek in de Tweede Kamer in een notedop neerzet: Uien, aardappelen, appels, ze leveren weinig op, terwijl ik er als consument genoeg voor moet betalen. Tijdens de oogst lagen de koelhuizen nog vol appels van vorig jaar. De laagste prijs in oktober was 2 cent voor een kilo goudreinetten. Of
telers die besloten te stoppen buurmannen vonden,weet ik niet. “Supermarkten zijn in de periode 2005?2008 niet in staat geweest om de prijzen eenzijdig winstgevend te verhogen ten koste van de producent en de consument”, concludeerde de NMA in zijn onderzoek naar de machtsopbouw in de keten tussen boer en super.
Boerenbaas Albert Jan Maat, die erom had gevraagd, las er heel er wat anders in: “De marges bij de supermarkten zijn het hoogst. Ook is duidelijk dat de mededingingswetgeving eenzijdig is gericht op consument en supermarkt, en niet op de agrarische producenten.” Bijzonder, want het CBL, de belangbehartiger van de verenigde Nederlandse supermarkten, bleek ook blij: “De uitkomsten bevestigen dat de kritiek over de vermeende marktmacht van supermarkten onterecht is.”
Een stel paprikatelers keek de boeken na. Geschrokken constateerden ze dat de NMA denkt dat ze eenderde meer krijgen voor hun paprika?s dan uit hun eigen boeken blijkt. En dan melk. De prijs daalde 30 procent. De groothandelsprijzen van kaas bleven sinds 2007 gelijk. In de supermarkt stegen de prijzen een kwart. Wie heeft het mis?
Waar blijven die centen in de mist? Dat willen we toch ook weten als burgers van dit land, want de telers vertelden me dat ze al 2 gaten in de lucht zouden springen als ze er maar de helft van zouden krijgen.
Het gaat er niet alleen om welke cijfers je hebt, maar ook wat je ermee doet. Daar zijn modellen voor, om de theorie met de praktijk te koppelen. Wanneer ik op basis van de informatie die ik heb, de situatie analyseer, kom ik tot de conclusie dat de macht vooral bij de supermarkten liggen. Uit het rapport van het NMA komt ook deze zin:
“Wel is de hoogte van de absolute marge in de verschillende schakels in de betreffende bedrijfskolom op supermarktniveau het hoogst.”
Dit geeft aan dat de supermarkten de meeste winst per eenheid product in de kolom naar zich toe weet te trekken. In het rapport prijsvorming glastuinbouw, ééntje die minder aandacht heeft gekregen, wordt verklaard hoe het komt dat de supermarkten de meeste onderhandelingsmacht hebben. Het komt er daarin eigenlijk op neer dat de partij met de meeste macht in de keten, de hoogste marge naar zich toe weet te trekken.
Wanneer je het vijfkrachtenmodel van Porter op de situatie toepast, kom je tot het volgende resultaat:
Factoren die de macht van de afnemers bepalen.
*Deel van de totale omzet dat per afnemer wordt afgenomen?
Is voor elk agrarisch bedrijf erg hoog aangezien deze aan groothandels en/of supermarkten leveren die grote hoeveelheden per keer afnemen, vaak heeft een teler slechts één of enkele afnemers. Verliest de teler dus een afnemer, heeft deze een groot probleem want dan is het goed mogelijk dat deze mogelijk geen andere afnemer vindt.(heeft ook met C4 te maken)
*C4 indexverhoudingen aanbieder vs afnemer(C4 is marktaandeel van de 4 grootste partijen tezamen).
Er zijn per land maar enkele afnemers. Deze afnemers hebben een hoge C4 ratio. In Nederland hebben supermarkten een C4 tussen de 61% en 77% in de groente- en fruithandel. Alleen vanuit Nederlandse teelt bekeken hebben de telersverenigingen van sommige productgroepen een hoge C4 , wordt het vanuit de teelt over de hele wereld bekeken dan is de C4 van telersverenigingen een stuk lager.
*Er kan vaak een betere prijs bedongen worden bij afname van een hoog volume.
in het rapport prijsvorming glastuinbouw blijkt dat de grootste supermarkt, de laagste prijzen weet te bedingen, wat een aanwijzing is dat er een betere prijs wordt bedongen bij afname van hoog volume.
*Welk belang heeft de afnemer bij het kopen van het product? Als de aanschaf van een product erg belangrijk is voor een consument zal er niet snel met minder genoegen genomen worden. Als het belang erg laag is dan maakt een subsituut vaak niet uit.
Een supermarkt heeft baat bij een breed assortiment, maar kan gerust weleens wat groenten of fruit missen. Daarbij zijn er ook diepvriesgroenten, blikgroenten, gesneden groenten, kant- en klaarmaaltijden etc. Genoeg substituten voor handen en het product is inwisselbaar(dan maar een andere groenten, of in een andere vorm)
*In welke mate is het product gestandaardiseerd? Homogeen of Heterogeen?
Ontzettend homogeen, weinig tot geen onderscheid tussen verschillende aanbieders
*Zijn er hoge kosten verbonden aan het overstappen naar andere aanbieder (een concurrent)?
Nee, telers staan waarschijnlijk zelfs in de rij om te mogen leveren en kunnen bijna geen overstapdrempels creëren
*Is het mogelijk om zelf producten te gaan produceren?
Dat is mogelijk, maar kennis en kunde is wel vereist. Maar waarom zou je dat doen als een ander het doet en je kunt het zelf niet goedkoper maken dan voor de prijs waar anderen het voor aanbieden?
*De mate waarin een koper geïnformeerd is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan prijzen en kosten.
Afnemers zijn beter geïnformeerd dan aanbieders en kunnen de prijzen van verschillende aanbieders met elkaar vergelijken en doordat telers niet van elkaar weten wat ze krijgen kunnen deze gemakkelijk tegen elkaar uitgespeeld worden.
Wanneer je bovenstaande factoren bekijkt, ziet het er naar uit dat alle factoren het gunstigste uitpakken voor de supermarkten, die tegenover hun leveranciers veel onderhandelingsmacht hebben. De macht ligt voornamelijk bij de supermarkten. Natuurlijk liggen de zaken wel wat genuanceerder, maar bij veel productgroepen in de agrarische sector staan de zaken er wel zo voor.
Maar goed, waarom hebben supers dan niet het gevoel veel macht te hebben?
Supermarkten bevinden zich in een oligopolie. In deze marktvorm is er het gevaar dat één partij uiteindelijk monopolist zou kunnen worden en proberen de oligopolisten elkaar de markt uit te duwen. De concurrentiestrijd is evengoed nog hevig waardoor de supers ook niet te hoge prijzen ten opzichte van elkaar kunnen hanteren. Dat is ook de reden waarom supers geen macht hebben om hun marge verder te vergroten. Ten opzichte van de concurrentie kunnen ze hun prijzen namelijk niet te hoog zetten. Dit zegt echter niets over hun inkoopprijzen en de verhoudingen leverancier vs afnemer. Het is namelijk niet zo dat de telers de supers tegen elkaar kunnen uitspelen, eerder andersom. Dit komt vooral door de uitwisselbaarheid van de telers.
Jos, maar nu lees ik nergens dat tussenhandel en supermarkten dit alleen maar kunnen omdat er een te groot aanbod is. Daar wringt de schoen en moet de oplossing gevonden worden. Krapper aanbod en een groter aantal vragers maakt het voor boer en tuinders mogelijk om extra geld te vragen. Door bundeling een krachtiger vuist te maken helpt niet als er aan de andere kant een beperkt aantal vragers is.
Onderhandelingsmacht wordt niet alleen bepaald door vraag en aanbod. Vandaar dat Porter meerdere factoren noemt om de macht van de afnemers of leveranciers te bepalen. De supermarkten hebben ook macht omdat deze informatie, marktaandeel, weinig/geen overstapkosten, en de mogelijkheid tot substitutie hebben. Telers zijn op die gebieden in het nadeel. De schoen wringt niet alleen in het vermeende overaanbod.
Naast bovengenoemde factoren van Porter speelt ook mee dat telers geen inzicht meer in de markt(vraag, aanbod, gangbare prijzen) hebben. Supermarkten die in een oligopolie zitten hebben baat bij een intransparante markt, telers die zich meer in een markt van volledige concurrentie bevinden bij transparantie. De transparantie moet eerst terugkeren wil je de balans weer in evenwicht krijgen.
Veilen zou een oplossing zijn, maar andere mogelijkheden zoals bijvoorbeeld een internetforum waarop telers openlijk verkoopprijzen met elkaar delen zou ook kunnen helpen. Nu zitten telers in een markt van volledige concurrentie, maar de voorwaarden waarop zo’n markt goed functioneert zijn verdwenen.
Zelf had ik ook eerst de rechtlijnige gedachte van teveel aanbod --> lage prijzen. Deze oorzaak-gevolg conclusie is eigenlijk te simpel, heb ik me gerealiseerd, en dat is waar marketing begint. Ik heb in eerdere artikels gelezen dat het probleem niet benoemd zou worden. Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Ik denk dat het ontbreekt aan een goede oorzaak-gevolg analyse. Er moeten meer vragen worden gesteld en dan bijvoorbeeld deze samenvatten in een oorzaak-gevolg diagram. Alleen heb ik tekort bronnen om de antwoorden boven water te krijgen.
Er is overaanbod wordt gesteld. Waardoor komt dat(oorzaak)? Wie zegt dat? Hoe kun je dat zien? Wat voor gevolgen heeft dat? Laten we stellen dat het probleem is dat er geen kostendekkende prijs gerealiseerd wordt. Zelfde verhaal als voor het overaanbod. Een voorbeeld. De lijntjes lopen normaal meestal vaak door elkaar.
Transparantie verdwenen
Opkomende concurrentie uit het buitenland-->
Vraag, aanbod en prijs niet meer zichtbaar -->
Banken investeren in groei niet wetende of aanbod en vraag in evenwicht is
Telers zijn bereid laag te gaan in prijs uit angst dat concurrentie goedkoper is -->
Prijzen onder druk.
Stel nu dat de transparantie terugkeert. Wat zouden banken doen met de marktinformatie? Investeren als er al genoeg is of in opmars is? Wat zouden telers doen als ze elkaars prijzen weten? Stel nu dat de Nederlandse telers gaan krimpen omdat er overaanbod is. Wat zou de buitenlandse concurrentie gaan doen? Wat gaan de banken doen?
Jos, en wat zou er gebeuren als door prijstransparantie blijkt dat boeren en tuinders weer rendabel kunnen werken c.q. geld verdienen?
Ik vermoedt dat de aanvragen voor nieuwe stallen of kassen weer op het gemeentehuis liggen en begint het spel opnieuw.
Daar ben ik het mee eens, Paul. Kotler stelt over een markt van volledige concurrentie dat men van elkaar op de hoogte wenst te zijn(transparantie) om goed te functioneren en dat prijs een vast gegeven is en de spelers hoeveelheidsaanpassers. Een varkenscyclus is normaal in een gezonde markt. Nu is de transparantie weg, en de markt functioneert niet meer. Als ik transparantie in de markt heb, weet ik wel wat de waarde is van m’n product en wat m’n concurrentie krijgt. Ook weet ik dan dat de beste kwaliteit de hoogste prijs krijgt en niet dat het beste product ook weleens tegen dezelfde prijs gaat als een ander die ook volgens voorwaarden levert maar een mindere kwaliteit heeft. Ook weet ik wie kwaliteit koopt en wie niet. Maar goed, we speculeren er op los, net zoals alle andere adviseurs en belangenbehartigers. De oorzaak-gevolg analyse, daar draait het om. En dan vanaf de bron de oplossing zoeken. Wat moet er eerst gebeuren, wat daarna?
Jos, “dat prijs een vast gegeven is en de spelers hoeveelheidsaanpassers.” Voor de landbouw zie ik dat juist andersom.
Huib, ik heb wel een idee van wat je bedoeld, maar dit kan ik op meerdere manieren interpreteren. Bedoel je dat de telers een hoeveelheid aanbieden en dat op basis daarvan de prijs tot stand komt? Dat klopt. In veel gevallen zijn agrarische producten homogeen, zoals een rode paprika gezien wordt door de consument als een rode paprika en niets meer. Elke rode paprika is hetzelfde hoewel er uiteraard kleine verschillen zijn in smaak, grootte, noem maar op. Wat Kotler bedoelt met dat prijs een vast gegeven is, is dat de prijs alleen beinvloed kan worden door vraag en aanbod. Niet door extra services of een merk creeren, want daar is vergelijk gewoon te makkelijk voor. Uiteraard is dit heel zwartwit en zal bijvoorbeeld betere kwaliteit beter betaald worden(een markt is ook bijna nooit volledig een volledige concurrentie), maar daar komt het wel op neer. Dat is ook de reden waarom transparantie zo belangrijk is, zodat telers hun hoeveelheid kunnen aanpassen als de prijs keldert. Helaas is door de globalisering de hoeveelheid afstemmen om een wenselijke prijs te krijgen niet meer zo gemakkelijk. En dat is dan weer het volgende probleem.
