Antoon Vermeer in RH VI
In het zesde Rode Hoed-debat over de toekomst van ons eten en de landbouw, kondigde Felix Rottenberg Vermeer aan als een “generaal”. Ik zag een generaal die niet als zoveel andere generaals bezig is de voorlaatste oorlog te winnen, maar een generaal die zich klaarmaakt voor een heel nieuwe oorlog, en vastbesloten is deze te winnen, kostte wat kost.
En hij weet het, hij weet het echt, en hij weet het met absolute zekerheid. Maar om erachter te komen wat Antoon Vermeer precies weet en hoe hij ons waarschuwt moeten we heel goed luisteren en vooral ook naar hem kijken.
Ik zag een wat torsende oudere man het podium op komen, maar een jongere man veel elastischer het podium verlaten. Wat was de reden daarvan? Welk gewicht was hij kwijt? Welke last viel van zijn schouders?
De inhoud van zijn betoog was niet schokkend. Een opsomming:
1. Voedsel hoort nooit in de liberale markt thuis
2. Machtconcentraties bij zaadveredelaars en retailers zijn zorgwekkend
3. Dankzij moderne landbouw kunnen we iedereen voeden
4. We hebben goed ontwikkelde instituties en kennis netwerken.
5. Onze kenniskracht is groot en de manier waarop we kennis delen en makelen is uniek in de wereld.
6. De primaire sector moet zelf meer waarde toevoegen in plaats van aan de ketenpartijen over te laten.
Daarnaast gaf hij aan dat de landbouw zich moet verbinden. Onder meer door nieuwe samenwerkingen, met soms volledig nieuwe partijen. Vernieuwen, ontwikkelen en ondernemen, dat is het motto aldus Vermeer.
Het werd wat spannender toen hij voorspelde dat er over 50 jaar geen handelsschakels meer zouden moeten bestaan en dat het nu onvermijdbaar is dat voor bepaalde producten minimum prijzen zouden moeten gelden. “We hebben immers het welvaartsniveau bereikt waarmee we daar goed mee om kunnen gaan”. So right!
Antoon Vermeer leek wat defensiever toen hij voorbeelden noemde van innovaties in de landbouw. Maar dat kan aan mij liggen. De landbouw waar ik dagelijks mee omga (en da’s niet per se de biologische) is immers al een vooruitstrevende groep
ondernemers die per gemiddelde agrariër veel meer waarde bijdraagt aan de BV Nederland dan welke andere beroepsgroep dan ook. Hij leek zelfs een beetje verrast over de ontdekking dat varkenshouderij in een heel andere waardeketen kan terechtkomen dan alleen vleesproductie.
Hij gaf aan dat zijn achterban niet alleen bereid is om een op waarden gebaseerde ontwikkelingsrichting in te gaan met andere maatschappelijke organisaties, maar daar al volop in de praktijk mee bezig is. De kippen van Volwaard en de streekproducten van Gijs om er maar een paar te noemen.
Maar nu over wat’ie weet zonder het ons te vertellen, maar toch ook weer wel.
Vermeer gebruikte bovenmatig veel woorden als ‘verbinden’, ‘samenwerken’ en ‘ketens’. Tegelijkertijd kwamen ook de woorden ‘zoeken’, ‘ontwikkelingsrichtingen’, ‘proberen’ en ‘leren van elkaar’ veelvuldig voor. Je zou bijna kunnen denken dat hij onzeker was. Maar nee, die woorden en de nadruk daarop riepen een beeld bij me op.
We zitten met z’n allen op een mooi jacht, op een ver meer, of op een open zee. Het is nog prima weer. Geen vuiltje aan de lucht. Toch zie ik de kapitein opvallend onopvallend rondlopen om te checken of alles vastgesjord ligt, de zwemvesten klaarliggen, de reddingsboot opgeblazen. Hij kijkt wat bezorgd, want hij weet dat er net wat minder zwemvesten klaarliggen en de reddingsboot, ach daar is helaas ook op bezuinigd. Hij ontwijkt eerst je blik, maar kijkt je dan indringend aan: “Ik zal ook jou moeten laten gaan. Zorg voor jezelf, broeder, wees creatief en maak vrienden, maar de teerling is geworpen”.
Wat Vermeer weet? De Nederlandse landbouw staat een Perfect Storm te wachten, hij hoort het geraas al, hij overziet de vernietigende krachten, hij kent de slachtoffers en ziet het landschap van NA de storm. Innovate or die. En hij heeft ons allen gewaarschuwd. En dat is de last die van hem afviel.
Peter Jens is directeur van Biologica
Reacties (39)
dank voor een echt mooi verslag. het houdt me bezig. en dan kijk ik weer even naar het mooi-weer. geen vuiltje aan de lucht. Of, ik kijk even naar het prachtige jacht, de goede kapitein(s). Ze zullen het toch wel weten? Dit jacht heeft al vaker stormen doorstaan. Toch?
Wat ik me niet eerder realiseerde is dat produktie en verwerking elkaar zo bijten. Houden we binnenlandse produktie in de benen dan betekent dat verlies van concurrentie positie in de verwerking. Die heeft immers gedwongen nering bij eigen leden-producenten.
Zetten we in op groei van agroindustrie, tja, dan zijn in veel gevallen NLse producenten niet de preferred suppliers.
Het is een rekensom. De handel is belangrijker dan de produktie. Wat me ook bezighoudt is dat we het immers allang wisten. Een +voedsel+nota van het ministerie van +landbouw+. Landbouw is niet belangrijk, voedsel wel. Dat had ons al aan het denken moeten zetten. Is het erg? we zijn toch altijd kooplieden geweest?
Het stemt me alleen niet erg vrolijk over de duurzaamheid.
Vermeer’s oordeel dat het onvermijdbaar is dat voor bepaalde producten minimum prijzen zouden moeten gelden is een duidelijk statement. Deze dienen dan echter mondiaal te worden vastgesteld. Indien dit slechts in Europees verband zou plaatsvinden dan zouden deze minimumprijzen maximumprijzen worden.
Betreffende de zuivel zou middels een minimumprijs bovendien de bestaande afname en leveringsplicht aan coöperatieve zuivelfabrieken onhoudbaar worden. Inkooporganisaties van de retail hebben op termijn geen boodschap aan het verkoopargument van deze fabrieken in de EU, dat zij door deze minimumprijs genoodzaakt zijn hun producten duurder dan de fabrieken buiten de EU aan te bieden. Dan blijven de zuivelfabrieken in de EU dus met een flink deel van hun producten zitten. Bij aanhoudende lage wereldmarktprijzen zal het aanbod van buiten de EU zelfs het aanbod van binnen de EU volledig verdringen.
Zo’n minimumprijs dient dus gefaciliteerd te worden met importbeperkingen. Daarmee verslechterd evenwel de uitgangspositie in het Gatt overleg. Importbeperkingen opleggen naast het zelf ongelimiteerd exporteren is vanzelfsprekend geen duurzame basis voor bi- en multilaterale onderhandelingen. Het gevolg zal zijn dat deze minimumprijs slechts tijdelijk in meer of mindere mate doeltreffend en houdbaar zal zijn.
Uiteindelijk is dat maar goed ook.
Omdat er op Europees niveau dan geen regulerend mechanisme voor de melkproductie meer bestaat, zal de vastgestelde minimumprijs dan immers feitelijk tevens de maximumprijs worden…
Peter, mooi verslag hoor! Net poëzie, maar dan tegelijkertijd heel diepgaand. Het beeld van de kapitein is zeer raak. Zijn manier van praten was mij ook opgevallen, maar ik had deze analyse nog niet gemaakt.
Mooie vergelijking. Stilte voor de Perfect-storm. Het systeem is instabiel. De vraag is niet of, maar wanneer we de foodbubble barst.
Peter, de vrije interpretatie zoals je die geeft op de niet uitgesproken woorden van Vermeer is een samenvatting van de gevolgen van liberalisatie.
Uiteraard bekent bij Vermeer die in zijn positie moet schipperen tussen boer en verwerkende industrie.
Goedwerkende marktmechanismen inbouwen zal moeten gebeuren zonder subsidies die als prijscompensatie voor wereldmarktprijzen gelden.
Inkomenssteun ( op innovaties of minimumprijzen ) zonder productiebeperking zal tot grote overschotdumpingen leiden en andere markten verstoren.
Ik kan me voorstellen, beter gezegd ik hoop, dat er verder vooruit gedacht is en dat Vermeer de invulling en uitvoering ervan aan zijn opvolger laat.
Ik heb Antoon Vermeer hoog zitten, maar ik vond dat hij woensdag te veel op meerdere gedachten hinkte, waardoor er geen lijn in zijn verhaal kwam. Hij kwam ook rechtstreeks van onderhandelingen met minister Cramer die waren uitgelopen. Kortom, hij was moe en hij dacht met een standaardboerenverhaal de mensen in de Rode Hoed te kunnen bereiken. Dat lukte dus niet. Daar komt bij dat hij in een vocabulaire sprak dat boerenbestuurders kunnen volgen, maar niet de doorsnee luisteraar in de Rode Hoed. Ik zag steeds meer mensen om me heen afhaken, laat staan dat ze geïnspireerd werden.
Ik had gehoopt dat hij het interview in de Volkskrant nader zou inkleuren. Dat hij op de rand van zijn afscheid met enige afstand naar de problemen zou kunnen kijken en een visie zou neerleggen waar zijn opvolger mee aan de slag kan. Wat bij mij bleef hangen was een zoekende man, die voor de zoveelste keer noemt dat ondernemers goed moeten inspelen op de markt, toegevoegde waarde moeten creëren en niet moeten verworden tot grondstoffenleveranciers, maar hier eigenlijk niet meer in gelooft en nog niet durft uit te spreken wat dan wel het alternatief moet zijn.
Joost, heeft de ZLTO met VION en LTO met haar nauwe banden met Friesland-Campina niet zelf ervoor gezorgd dat boeren grondstofleverancier werden?
Die bedrijven hadden er voor moeten zorgen dat de boer toegevoegde waarde uitbetaald kreeg.
Buiten nichemarkten is er voor een boer toch niet in te spelen op zo’n volumemarkt.
Pikant. José Bové, de Franse relboer (in werkelijkheid helemaal geen boer maar een linkse Parijse student uit de jaren ‘60 die naar de Franse Larzac verhuisde) gaat het Europese onderzoek leiden naar de vermeende macht van de Europese supermarkten waar inmiddels iedereen tegen is.
In de Nederlandse boerenkrant schreef ik van de week al dat daaruit zal komen dat de supers niet teveel verdienen en dat daar dus geen argument gevonden gaat worden om politiek in te grijpen. Het probleem zit nogal anders in elkaar. Retailers weten dat heel goed: hun systemen zijn niet hyperrendabel (behalve voor de allergrootste) maar hyperkostbaar. Van een oude baas leerde ik ooit dat je boeven het beste met boeven kunt vangen. Ik moet dus nogal glimlachen dat de elektriserende Bové nu gekozen is tot dat, ook wat mij betreft, wezenlijke onderzoeksambt. Hij is anti-establishment en anti-globaal, maar kennis van retailers hebben .... vrijwel alleen retailers zelf (gelukkig heb ik er wat betrouwbare contacten in de sector en leer ik er nog wel eens wat van). Verkeerde boef dus.
Maar wat nou nog meer intrigeert zijn Vermeer’s herhaaldelijke opmerkingen afgelopen woensdagavond over ‘bijzondere ontwikkelingen in Frankrijk’. Het zal toch niet zo zijn dat deze keurige Brabantse herenboer de voorzitterspositie van deze linkse-helemaal-niet-boer-maar-vroegere-en-nog-altijd-antiglobali stische-en-anti-OGM-(Frans-voor-GMO)-oproer-kraaier omarmt heeft als Neerland’s boerenhoop in bange dagen?
Als dat, Joost, zo zou zijn, geloof in niet in een vermoeidheidshypothese maar in de complete verwarring van het konijn in het licht van de koplampen.
PS ‘Elektrisend’. Mijn meest directe Franse buurvrouw (we wonen daarginder ca. 80 km onder Millau, de hoofstad van de Larzac) is goed met Bové bevriend. Ze is regionaal parlementslid voor dezelfde partij en helemaal idolaat van hem. Wij hebben een oud dispuut: ik vind de basis van zijn gedachten niet eens zo gek, maar zijn marketing waardeloos, want louter populistisch. Zij vindt zijn marketing geweldig. En dat voor een Franse donkergroene met een giga afkeur van marketing.
Dick: “in werkelijkheid helemaal geen boer maar een linkse Parijse student uit de jaren ?60 die naar de Franse Larzac verhuisde”
Je doet de boerenstiel oneer aan met zo’n opmerking. De meeste boeren hebben tegenwoordig hogere studies gedaan, vaak ingenieur agronomie. Waarom zou een dropout van de universiteit (Bordeaux) geen boer kunnen worden, zeker wanneer hij de zoon is van een gereputeerd (Luxemburgs) agronoom? Boer is wie boert! Wat zijn politieke activiteiten ook mogen zijn. Bové is geboren in 1953, dus wat jong in de jaren ‘60
Alexandre prins de Mérode (1934-2002), hoofd van de medische commissie van het olympisch comité tot het jaar 2000 en aldus dopingjager, had geschiedenis, filosofie en rechten gestudeerd. op zijn visitekaartje stond als beroep “agriculteur” (want dat was zijn basisinkomen).
@ Paul, dat is mijn punt ook al een tijdje. Waarom keren VION en FrieslandCampigna niet voldoende dividend uit aan de coop boeren? Worden de ‘toegevoegde waarde’ producten niet ook te goedkoop in de (super) markt neergelegd? 10% rendement op de opzet dat terugvloeit naar de boeren is toch een leuke extra inkomsten bron? Wie weet er eigenlijk wat de uit te keren dividenden zijn aan de boeren? Of is dit nu het grote geheim?
Interessant dat beoordelingen zo divers kunnen zijn. En tegelijk allemaal een waardevolle toevoeging van het beeld. De kapitein op het schip die het aantal reddingsboten telt, de vermoeide bestuurder, het konijn in het licht van de koplampen. Die konijnen zijn trouwens verandert, vroeger liepen ze naar de koplampen toe, de moderne lopen juist weg. Zie Wilde pachters. Misschien kun je het gedrag van de landbouwlobby ook zo benoemen: ze weten dat blijven zitten of proberen tussen de koplampen door te gaan niet werkt, alleen twijfelen ze of ze naar de ene of de andere kant van de weg moeten vluchten.
Politiek is altijd als een olietanker. Omdat het 5 á 10 km duurt voordat hij stilstaat of een nieuwe koers heeft aangenomen lijkt hij onbestuurbaar. Toch kun je er de hele wereld mee overvaren, door het Suezkanaal, of een mooi bochtje om Kaap de Goede Hoop [ik moest even de atlas er bij pakken of dit wel echt de goede naam was], bij Somalië opletten op mannetjes in snelle speedbootjes.
Het interessante is om juist de eerste tekenen te ontdekken van eeen koersverandering. Een opmerking dat de vrije markt niet heilig is, dat vervanging van dierlijk door plantaardig eiwit niet onbespreekbaar is.
Een nieuwe koers of een toevallige slinger aan het stuurwiel? Wie zal het zeggen?
Wouter, Friesland-Campina heeft een interne aandelenmarkt met dividend uitkering aan leden. http://www.nl.frieslandcampina.com/news and press/news/press releases/over 70 percent of class b depositary receipts converted into member bonds.aspx
VION heeft ZLTO als grootste aandeelhouder(eigenaar) en daarnaast enkele outsiders die in het verleden belangen hadden in Dumeco.
Leveranciers moeten het doen met wat de markt voor hun product geeft.
Dick, supermarkten verdienen ook niet veel. De verschillen zitten tussen boer en winkelier. Ik heb op het AGD in een reactie op Marc Jansen’s verhaal dat boeren bij Friesland-Campina moeten zijn voor een betere melkprijs, aan hem gevraagd om een prijsopbouw van agrarische producten in de keten.
Het blijft verdacht stil.
Zou Bové niet slim genoeg zijn om daar ook niet naar te kijken? Jij kunt toch ook een aardig woordje Frans!!!
@ Paul, bedankt. Wij (=TOP) werken voor vrijwel alle groentesnijderijen in Nederland die aan de supermarkten leveren. De kostprijs opbouw van een zakje ijsbersla of willekeurig ander vers groente-product ken ik heel erg goed. Vorige week heb ik gesproken met de onderzoeker bij het LEI dit deze keten gaat onderzoeken. Ik heb hem net zo teleurgesteld als ik Dick in het verleden heb gedaan. Deze informatie ga ik met niemand in de openbaarheid delen.
Een ding weet ik nu al zeker : (1) de marge zit ook niet bij de groentesnijbedrijven (hoe dit met melk en vlees zit, weet ik niet), en (2) het LEI (en dus ministerie van LNV) gaat er ook NIET achterkomen, (3) er wordt een zeer grote marge op het AGF assortiment gemaakt bij de supermarkten (denk aan de margemix). Er zijn maar een paar insiders die de kostprijsopbouw ketenbreed WEL weten.
Dat de supermarkten wellicht relatief weinig marge maken (AH = 7%!, ik weet niet wat je weinig winst vindt!), heeft helemaal te maken met het feit dat er producten (bv A-merk producten) onder de inkoopprijs in de winkel liggen. Het totaal van winstpakkers (vers en eigen-huismerk) en verliesnemers (bv A-merken) resulteert bij een gewone supermarkt tussen de 4% en 8% brutto winst aan het einde van het jaar. En dan heeft een supermarkt ook nog eens heel weinig vaste kosten vergeleken bij een verwerker of boer. Kortom het risico-profiel van een supermarkt is veel lager, terwijl de marge relatief hoger ligt.
Mooie vragen van Huib: Een nieuwe koers of een toevallige slinger aan het stuurwiel? Wie zal het zeggen?. Ze positioneren het nut van boerenleiderschap als Kremlin- of FED-watching. Bizar, want een boerenleider moet helder zijn naar zijn mensen omdat het gaat om hun individuele winst- en verliesrekeningen.
Maar ik schreef het eergisteravond al in dit lijntje, ik kan het begrijpen en zelfs waarderen vanuit algemeen economische belangen. Ik noemde het zelfs wijs.
Nick, dat is een mooi punt. Waarschijnlijk de achter de schermen allerinvloedrijkste Nederlandse boer is hoogleraar en is wereldwijd actief in commissies van wijze mannen.
Josien en Wout die hier regelmatig reageren zijn Wageningse ingenieurs ‘maar’ melkboeren nu heel modern in Portugal (wat een leven!).
Bové is een actievoerder die er een terrein bij zocht. Dat was m’n punt en nu is het hopelijk helder. Met actievoeren is overigens niets mis. Bové - inderdaad een verlate soixante huitard die als een van de eerste ‘de boer’ ontdekte - is de man die de zgn. ‘petite paysannerie’ weer mogelijk wilde maken op de met verlating bedreigde Larzac. Zijn Nederlandse tegenhanger werkt aan de Wageningse universiteit, prof. Jan Douwe van der Ploeg. Hij pleit al 30 jaar voor kleiner in plaats van groter boeren omdat hij ziet dat dat rendabeler, menselijker en minder ‘va banque’ is. Eerst nu komt het realisme achter deze altijd voor alleen-maar-politiek versleten denkbeelden over boeren naar buiten.
Niettemin is Bové’s benoeming niet voor niets omstreden. In plaats van met een analyse te starten, startte hij zijn werk tot dusver altijd met een wel heel heftig politiek standpunt. Overdrijving en de wil om een statement te maken, overschaduwen zijn realisme.
Paul, het gaat inderdaad om een prijsopbouw. De prachtige staafjes die laten zien welke kosten en winstopslag waar in de keten aan een product worden toegevoegd. Ik was gistermiddag in een bijeenkomst waarin het onder meer ging over die ‘vermaledijde’ super. Het is geen geheim hier dat ik wel eens wat lelijks over supers zeg. Het super bashen ging echter zo onfeitelijk en onjuist ver, dat ik ze ben gaan verdedigen. In een varkensblad dat jij waarschijnlijk leest heb ik de vergissing die velen maken afgelopen zomer als volgt verwoord:
Wyno Zwanenburg vond Varkens in Nood aan z’n kant
om een betere verkoopprijs voor varkensvlees te bedingen. Zal het
werken? Hoewel terecht, nee. De super maakt zelf wel uit hoe hij
zijn margemix vormgeeft. Voor groenten en verwerkt vlees betalen
supers ook weinig, maar het ligt er voor de hoofdprijs. Loss leaders
zeggen niets over inkoopprijzen. Hema verkocht jarenlang uitste-
kende wijn voor weinig en kreeg er extra klanten door voor het hele
assortiment. Winkeliers kijken naar de marge op de kassabon. Da’s
geen diefstal, maar winkellogica.
Op die logica zijn business modellen waar in Europa honderden miljarden door heen stromen gepompt. Die kunnen ook Dick Boer of zijn grote voorbeeld, het Engelse Tesco’s, niet zomaar even veranderen.
Kortom, ja de staafjes zijn relevant, maar je moet in de spreadsheet naar de rijen kijken om te zien waar je in de kolommen iets kunt veranderen. De supers zitten op alle info en zullen eindeloos veel info kunnen aandragen om te laten zien dat het toch anders zit.
En dan beginnen met een Bové? Als de commissie wijs was geweest hadden ze ‘onze’ Pieter Winsemius (als McKinseyeaan uiterst bedreven in het maken van scherpe analyses en bovendien een onkreukbare en koele denker die na alle analyses niet het oordeel niet schuwt en er dan het podium voor krijgt) gevraagd samen met ‘onze’ retailwatcher’ Gerard Rutte. Wie weet, misschien komen deze gedachten toch nog bij Bové terecht ;-)
Die moet z’n team tenslotte nog formeren.
Ik had Wouter’s reactie nog niet gezien. Het interne gebouw aan cijfers van een super is zo intransparant voor een buitenstaander dat die er niet makkelijk aan-, in- en uitkomt. En, dat is zeker en vast, die cijfers kunnen bovendien niet op straat komen.
Met een scherpe en realistische geest als Winsemius zou je een kans maken. En zelfs dan.
Zooo complex is dit vraagstuk, dat je je kunt afvragen of onze democratie nog besluiten kan nemen over opgelopen zand in het systeem. Het systeem slaat zelf terug en zal dat kunnen met een beroep op ondernemersvrijheid, het recht op bescherming van bedrijfsgeheimen en ogenschijn logische winst- en verliesrekeningen.
Ik vind dat Wouter optimistisch is over de winst van supers. De grootste in een regio kunnen heel dik verdienen. De gemiddelde super staat er slecht voor. Geen overheid gaat het supersysteem - in Nederland verantwoordelijk voor 70% van wat we thuis eten - in gevaar brengen. Dat kan een kettingreactie aan economische gevolgen hebben en bovendien het volk in opstand brengen. Pielen aan een steentje in het hele gebouw is gevaarlijk. Al helemaal vanuit een vooringenomen politiek standpunt, terwijl nou juist een politieke keuze van ingrijpen nodig is. Daar zit het werkelijke probleem. Het systeem is wat sterker en weerbarstiger geworden dan wat wij wat - zelfs met z’n allen, na een gezellige avond aan tafel met supers, boeren en politiek erbij - zouden willen en als wijs beoordelen.
@ Dick, ik had moeten schrijven : supermarkconcerns (of inkooporganisatie). De gewone supermarkt-eigenaar, zal inderdaad niet zulke grote marge’s maken. Elke groot concern - Ahold, Philips, IBM, WUR, ...- hanteert een paar simpele spelregels:
- kosten worden zo laag mogelijk in het concern neergelegd.
- inkomsten worden zo hoog mogelijk in het concern opgenomen.
- inkoopvoordelen worden niet doorgeven naar onderligende eenheden doorgeven.
- onderliggende eenheden ‘moeten’ diensten inkopen vanaf het concern (gebouw, marketing, ... ...)
Nee, LEI en EU gaan hier zeker niet uitkomen (niet alleen door gebrek aan info, veel belangrijker: gebrek aan kennis!). Je suggestie om McKinsey te vragen dit te onderzoeken is prima, daar zitten in ieder geval slimme systeemdenkers. Nu denk ik dat McKinsey deze opdracht niet zou willen oppakken (want hun klantenkring zijn voornamelijk grote multinationals).
Auw (je laatste zin), het begint te klinken als de wereld van Kafka. Dat is niet helemaal naast de werkelijkheid, maar zo droef of fatalistisch wil ik nou ook weer niet wezen.
Tussen de regels doorlezen en geprikkeld door nieuwsgierigheid wil ik toch een poging wagen.
De inkooporganisaties gebruiken winst op vers, weggesluist door toegerekende kosten elders te plaatsen of omgekeerd, om hun stunts met A-merken en hun eigen huismerken te financieren.
Als Wouter met zijn wetenschap van het systeem met een eerlijk geweten slapen kan moeten wij er maar vrede mee hebben. Of juist niet?
‘Juist niet’, Paul, want wat je daar zegt is hartstikke waar. Je zou terug moetn willen naar directe product marges, maar het kan niet zonder de boel te ontwrichten. De remedie is dan erger dan de kwaal. Het systeem is uit de hand gelopen, daarom kun je er geen moreel oordeel meer over vellen.
Dit is overigens precies de reden van mijn symptahie voor discounters: die werken niet vanuit de rijen, maar vanuit de kolommen. Voor de boer en de verwerker is het lood om oud ijzer. Maar het is wel transparant en corrigeerbaar. Behoorlijk gemakkelijk zelfs als je dat doet vanuit het bekende begrip ‘creëer een level playing field’.
Wouter is overwerkt, maar slaapt gelukkig goed. Mijn rol is niet om producenten om zeep te helpen, nog meer transparantie helpt alleen de supermarkten, niet de producenten, niet de verwerkers en niet de boeren. Verder probeer ik maximaal mijn eigen inzichten en kennis te delen met derden (o.a. hier op foodlog.nl, maar ook op mijn eigen blog). Transparantie is een net zo braaftaal-woord als “duurzaamheid”, “samenwerken”, “de markt”. Soms is transparantie niet gewenst.
Het enige lichtpuntje dat ik zie: consumenten worden steeds kritischer, koopgedrag KAN inkoopgedrag van supermarketen wel degelijk beïnvloeden. Als consument gedraag ik me echter net zo als alle consumenten.
Mijn suggestie : onderzoek NIET de kostprijsopbouw in de vers-keten, maar onderzoek de margemix maar eens. De rest zorgt voor afleiding. Dit lijkt met voorlopig het ENIGE relevante onderzoek dat uitgevoerd zou kunnen worden.
@ Dick, ik geloof zeker niet in complot theorieën. aan de andere kant ben ik wel een realist. Ik ken de LEI onderzoekers, en de materie is te COMPLEX om het zomaar ff te doorgronden. LNV (of de mededingsautoriteiten) zouden dit soort onderzoeken OPENBAAR moeten aanbesteden MET een zeer kritische onafhankelijke begeleidingscommissie MET journalisten erin. De onderzoekscommissie, zou dan alle bevindingen openbaar op het web MOETEN plaatsen in de vorm van een WIKI of zo. Laten we de voortgang van een dergelijk onderzoek maar tussentijds monitoren. in de TOEKOMST, kunnen er gelegenheidscoallities ontstaan die samen een dergelijk ONDERZOEKS-OPDRACHT oppakken, gedwongen winkelnering bij een semi-overheidsclub is dan niet meer aan de orde.
BLOEDLINK! Dit soort onderzoeken naar (bijvoorbeeld) prijsopbouw. Zeker als de partijpolitiek in de diverse EU landen een loopje gaan nemen via de bekende “voor elck wat wils interpretaties”. Schieten we niets mee op en vooral onszelf in de voet. Eerst maar eens bepalen met wat je wilt of kan met “mogelijke” onderzoeksuitkomst A,B of C of misschien wel D t/m Z.
Heertje vertelde op het BioCongres nog: Pas op met “de uitkomst is de beslissing”.
De systemen die we nu minder bruikbaar achten zijn in decennia gegroeid en deze zijn niet zomaar te ontrafelen.
Begin met een breed gedragen visie over hoe we de voedselproductie in Europa WILLEN hebben en niet allen hoe we het KUNNEN hebben, en dan kijk je welke huidige actoren hoe en in welke mate moeten veranderen. En of ze nog toegevoegde waarde hebben. Soms is Schumpeter’s aanpak de beste.
Vermeer had een goeie: Hij gaf aan dat die geroemde exportfunctie van Nederland op de keper beschouwd misschien gewoon een EU-binnenlandse aangelegenheid is en als zodanig ook bekeken moet zijn. Levert ook weer nieuwe oplossingen op.
@Mezelf, wel even de juiste woorden blijven gebruiken:
A- margemix : binnen een categorie (b.v. kippenvlees) met marges en volumes spelen zodat de winst van de categorie wordt gemaximaliseerd. Voorbeeld hiervan staat op mijn blog.
B- kruis-subsidie : de mega-winst op een categorie (b.v. groente), gebruiken om andere product categorieën (b.v. bier) intern te subsidiëren. Bij het HEMA voorbeeld van Dick : wijn heel scherp (onder inkoopprijs?) verkopen, en marge maken op textiel en andere non-food producten.
Je kant het ook anders zeggen. Het systeem is heel diffuus omdat er eigenlijk twee typen margemixen zijn. Binnen een productie-categorie, en tussen de product-categorieën (en dat noem ik dan kruis-subsidie). In beide gevallen is het een multidimensionaal probleem, waar je met een simpele spreadsheet niet uitkomt:
- inkoopprijs van de super = kostprijs van de verwerker + marge verwerker + marge tussenhandel + kosten distributie.
- consumentenverkoopprijs hangt af van: (1) inkoopprijs, (2) het belang van de categorie, (3) de opbouw van de rest van de categorie, (3) kruis-subsidie, (4) aanbieding/promotie, (5) de bijdrage van de fabrikant aan de reclame, (6) ....
Dit complexheid van dit systeem, is ook te projecteren bij voedselproducenten (verwerkers). Producenten kopen honderden grondstoffen in, deze worden onderling “gemengd” en afgevuld tot honderden of zelfs duizenden eindproducten (SKU’s). Wij maken wel eens ABC-modellen voor producenten, en dan pas zie je hoe complex en multi-dimensioneel het eigenlijk is. De verkoopprijs is echter niet gelijk aan de ABC-kostprijs met een standaard marge. Ook bij producenten doen ze aan ‘kruis-subsidie’ tussen de verkoopprijs van de verschillende SKU’s
De oplossing **? Verkoop onder de inkoopprijs verbieden :-), een accountant zou dit kunnen controleren.
** Ik ben niet serieus, ik weet dat dat in een vrije markt niet kan en wellicht zelfs onwenselijk is.
@ Peter, helemaal met je reactie eens. Inderdaad bloedlink dergelijke onderzoeken, en de vraag is inderdaad: Welk systeem WILLEN we hebben. Maar juist op dat vlak zie je dat NIEMAND een heldere visie lijkt te hebben. De politiek niet, de boeren (ZLTO) zelf niet. Maar nogmaals, ik ben het helemaal met je eens.
Wouter, verkoopverbod onder inkoopprijs gaat boeren en tuinders niet helpen. Die zullen dan voor hun product een minimumprijs moeten kunnen ontvangen.
@ Paul, ik weet het. Daarom gaf ik ook een ** bij mijn reactie. Maar de vraag is dan ook, wat WEL gaat helpen.
Om de basisproducenten te beschermen en al die andere neveneffecten heb ik in andere draden al een suggestie gedaan.
Wat een gegarandeerde productprijs voor boeren een verdere ontwikkeling in de margemix van retailers heeft?
AH maakt een marge van 7%. Partijen als Unilever en P&G;rapporteren jaarlijks ver boven 10% rendementen. Het is in ieder geval helder dat er goud geld verdient kan worden in de sector, mits je aan de goede touwtjes trekt.
En de boer, hij ploegt (ploetert) verder.
Inderdaad, bloedlink. Dat denk ik dus ook. Nog bloedlinker om uit radeloosheid je hoop te stellen op een populist, die wellicht goede motieven heeft maar een snelle-stappen-gauw-thuis-communicatieve habitus meebrengt waarvan je je kunt afvragen wat daaruit voortkomt.
Dat vastgelopen systeem - denk ik - kun je niet van binnenuit veranderen. Je zult er langzaam andere naast moeten ontwikkelen die de sympathie van het publiek krijgen en daarom omzet maken. Niet ertegen en niet erbinnen dus, maar ernaast.
Dat is trouwens een bekende theorie uit de McKinsey strategie-handboeken van de jaren’80/’90: steeds krachtiger speedbootjes maken naast de tanker. Laat die nou maar varen. Sauve qui peut. Als Nederland dan toch zijn vertrouwen stelt in een radicale Franse boerenleider, dan mogen onze boerenleiders die drie woordjes iets duidelijker uitspreken naar ‘hun’ ondernemers.
@ Judith, Een 10% van Unilever mag je niet vergelijken met een 7% van AH. De vaste kosten van Unilever zijn veel hoger, ook innoveren ze meer dan AH (dus nemen meer risico). Alleen naar marge kijken is dus ook bloedlink.
@ Dick, de strategie van de speedboot is een prima strategie. Echter naarmate de olie-tankers EN sneller EN groter worden, moeten de speedbootjes al bijna halve kruisers zijn om voorbei te komen. Dit is ook de reden waarom ik denk dat een boerensuper er nooit zal komen (minimaal 30 miljoen investering nodig, meerder vestigingen etc. etc.) om impact te kunnen maken. Daarnaast zie je dat in een Open Innovatie wereld, de speedbootjes heel snel worden opgekocht door de olie-tankers .
Dus Wouter, wat ons rest is toch een Kafka-esk fatalisme?
Ik denk het niet. De kapitalen en idealen om fundamenteel naar nieuwe wegen te zoeken zijn er nog. Het is voor de houders ervan alleen nog moeilijk om de alternatieve denkwegen op hun juiste waarde te schatten en zich ‘en conséquence’ te organiseren.
Daarom zou ik er toch graag wat positiever over spreken, hoewel ook het voor-denken ergens stopt.
Peter, mooi verslag. Je verwoordt mijn gevoelens.
Een goede vriendin van mij die werkt op het gebied van duurzaam en veranderingen heeft een aardig klein boekje geschreven mbt tot de strategie van verandering. Het heet slimme sturing. Je vindt er wat van op http://www.slimmesturing.nl
Twee tips van haar zijn erg toepasbaar voor dit onderwerp:
1. Creeer parallelle werelden (de speedboot van Dick, maar dan net iets anders)
2. Smeed onverwachte coalities. Die vind ik hier op foodlog, maar we zijn nog iets te weinig samen.
Boeren doen ook aan kruissubsidiëring op het eigen bedrijf. Uien was dertig jaar geleden in Flevoland een teelt die vnl door boeren uit Zeeland werd gedaan. Momenteel is het een algemeen geteeld gewas. Want: veel oogstmachines en ook bewaarschuren waren inzetbaar voor uienteelt. De teelt van aardappels ‘subsidieerde’de teelt van uien.
Veel boeren hebben wel wat tijd over voor andere activiteieten. Omdat ze toch over zijn hoef je er niets voor te rekenen (denken ze) en kun je er ook wel wat groenteteelt bij doen.
“Pielen aan een steentje in het hele gebouw is gevaarlijk” zegt Dick hierboven. Daar geloof ik niks van.
Consumenten lijken ook onverbeterlijk. Maar als je ze voor de juiste keuzes stelt: product A wat onder goede omstandigheden is geproduceerd en ook nog goedkoper is (bijv. door subsidies) of product B dat allerlei nadelen heeft en duurder is (door heffingen), dan maken ze heel bewuste keuzes, en in volledige vrijheid en vol enthousiasme.
Voor supermarkten:
Aan de inkoopzijde: de retail heeft geen verantwoordelijkheid voor het rendement van welke sector dan ook. Dat moet die sector zelf oplossen of overlaten aan een autoriteit daarboven (landbouwpolitiek). Wel van belang zijn oneerlijke “afperspraktijken” als ‘gedwongen terugname indien niet verkocht’. Idee: instellen van een website http://www.degeslagenhond.nl waar dergelijke praktijken gemeld kunnen worden incl gegevens. Het idee hier achter is dat als er ooit een moment komt dat de retail product tekort komt zullen leveranciers als de geslagen hond die zich toen moest inhouden, plotseling vals worden en verschrikkelijk wraak nemen.
Aan de verkoopkant:
waarom wordt er geen site opgesteld van supermarkten waarin vermeld prijzen van die producten die te lijden hebben onder kruissubsidiëring. Zijn supermarkten daar niet heel gevoelig voor?
De landbouw zou dit ism de Consumentenbond kunnen doen. Ze kan het ook zelf doen. Waarom het niet gebeurd? Wellicht omdat ze niet weten wat goed voor hen is. Als hun product voor een hoge prijs in de winkel ligt zijn ze boos. Als het voor stuntprijzen weggaat zijn ze ook boos.
Peter, Ik heb helaas het referaat van Antoon gemist. Maar heb wel de discussie erna meegemaakt. Je hebt een treffend verslag gemaakt.
Jan Peter, jij hebt twee prachtige tips gegeven. Daar kunnen we wel iets mee.
Juist die onverwachte coalities kunnen soms verrassend zijn.
Een voorbeeldje van wellicht een onverwachte coalitie in wording is: wij willen onze varkens chippen, maar hebben een probleem. Die chip moet op een vaste plek in het varken blijven en mag niet gaan ‘wandelen’ in het lichaam. Nu hebben we onlangs een vertegenwoordiger van dierentuinen ontmoet die hetzelfde probleem van identificatie van dierentuindieren hebben. Wellicht wordt dat een coalitie tussen varkenshouders en dierentuineigenaren die niet voor de hand ligt, maar waar we op het terrein van identificatie wel stappen zou kunnen maken.
Zoiets moet op het vlak van duurzaamheid ook mogelijk zijn.
Soms ligt het voor je voeten en loop je er steeds over heen.
Jan Peter, tijd dus voor echte foodlogmeeting. In het echt. Wie van de lezers hier willen daarbij zijn?
Je kunt het ook laten weten via
@Wouter, je hebt gelijk dat je niet zomaar kengetallen mag vergelijken tussen retail en fabrikant.
Toch denk ik dat mijn conclusie blijft staan. Een jaar geleden mocht ik op een congress een analyse vanuit het EVMI horen (volgens mij was het Laurens Sloot). Hij had op een rijtje gezet de historische winstontwikkelingen in retail versus de fabrikanten (beursgenoteerd).
Zijn conclusie vond ik een eye opener. Ondanks de verandering van macht in de keten (meer macht bij retail), is op langer termijn nog steeds zichtbaar dat de winstontwikkeling bij retailers niet de snelheid bij fabrikanten bijhoudt.
Vanzelfsprekend zijn er verschillen per land en per categorie optreden, maar het punt blijft staan. Er zijn partij die schurftig veel verdienen in food. Dit zijn partijen in retailer en fabrikanten. Er zijn consultants die het vast veel beter hebben ge-analyseerd, maar ik vermoedt dat de dominerende partijen, met een onderscheidend productassortiment, inspelen op huidige consumenten behoeften de winnaars zijn van vandaag.
En in mijn beeldvorming, zijn juist deze partijen niet oprecht bezig met duurzaamheid. Op zijn hoogst een keertje opportunistisch (Dick heeft ooit Hellmans ergens als voorbeeld genoemd).
De boerenstand is in de laatste 100 jaren in een kwetsbare positie gebracht binnen het voedselsysteem. Duurzaamheid zou een ongelofelijk kans kunnen zijn om de positie van de teler te versterken. Wat zou het goed zijn als we weer wisten waar ons eten vandaan kwam. En dat eetpatronen weer gebaseerd worden op ongekunstelde producten. En dat ons eten niet walmt van aspartaam en al die andere toevoegingen.
Alleen, zolang ik nog hordes mensen zie roken, terwijl ik doodshoofden zie op een pakje sigarettes, is mijn verwachting voor veranderend consumentengedrag laag. Pas een rookverband in de kroeg zet zoden aan de dijk. Je moet dus concreet ingrijpen met gedragmaatregelen, blijkt.
Tijd voor een foodlogmanifest met een definitie van duurzaamheid anno 2009. Een simpele graag.
En tijd voor subsidie op een ‘goed’ product / heffing op een ‘slecht’ product.
@ Judith, als we over een jaar of 10 a 20 terugkijken dan ligt de macht inderdaad weer bij de producenten en niet bij de retail. Waarom? Overal in de maatschappij zie je dat de ‘middelman’ verdwijnt. Dat een producent iets meer geld verdient, zou ook logisch zijn. Retail is dozenschuiven (en een beetje transport). Producenten hebben dure productie-systemen staan, er wordt van hen verwacht regelmatig met ‘vernieuwing’ te komen. Met vernieuwing komen (=innovatie), kost veel geld, en is ook nog eens een risicovolle activiteit.
Daarnaast zijn er ongeveer 4000 producenten in Nederland, de meeste partijen (huismerkleverancier, kleine producenten, MKB) zijn geen “Unilever”, “P&G;” of “Mars”. De omzet en winst van deze producenten zijn grosse modo lager dan die van AH. In de gesneden groente-sector (de grote jongens hebben een omzet van 50 tot 150 miljoen euro per jaar), zijn de marges al jaren -1% tot 3% in goede jaren. Nee, mijn stelling kan ik financieel rationeel onderbouwen. De meeste marge (en het minste risico) ligt bij retail.
Ik geloof je gelijk. Gesneden groeten sector klinkt als uitwisselbaar, merkloos en zonder enige emotie rondom het product (behalve ‘lekker makkelijk’). Regie ligt bij de retailer, onhandeling is assymetrisch.
Als een product op de markt, is het al een commodity. Klinkt als: wegwezen uit deze markt.
Even in het algemeen over de Rode Hoed debatreeks: ik vind het prijzenswaardig dat er steeds weer landbouwiconen worden gevonden om verslag te doen van de debatten. Heel waardevol voor de verslaggeving en ook voor de persoon zelf. Daarnaast vind ik het geweldig dat Foodlog en partners zo’n breed publiek weet aan te spreken, met mensen verspreid over het hele land en over alle bij landbouw & voedsel betrokken beroepsgroepen (vooral de inbreng van agrariërs tijdens debatavonden vind ik zeer waardevol).
Wel blijkt het lastig debaters concrete uitspraken te ontfutselen. Ook gaan ze zelden echt met elkaar in debat. De discussies die na debatten op de website worden gevoerd brengen deze meerwaarde gelukkig wel. Ga zo door!
