Tijdens de Salon d’ Agriculture in Parijs eind februari maak ik kennis met Juliet. Zij is een appel. En nog wel een biologische. En zij ruikt heerlijk, ligt lekker in de hand en smaakt voortreffelijk. Op de stand van de Agence Bio ontmoet ik ook haar uitvinder, Benoit Escande, een jonge fruitboomkweker uit St. Vite bij Cahors. Hoe komt het dat deze appel helemaal niet doet denken aan de gerimpelde bio-appels die je vaak in onze winkels aantreft?

Fruitsoorten concurreren met elkaar binnen het ras, zoals de diverse rassen appels, en met andere rassen uit hetzelfde seizoen. Dat kun je alleen redden, wanneer het fruit een zeer hoge kwaliteit heeft, die ook als zodanig erkend wordt. Benoit Escande meent dat een nieuw ras zich dus sterk moet positioneren op de markt ten opzichte van de bestaande rassen en ondersteund door een goed marketingplan. Juliet is exclusief voor de biologische markt ontwikkeld. Deze ontwikkeling zette Escande op het spoor van meer biologische producten, waaronder nu ook abrikozenrassen. Onafhankelijke familiebedrijven staan sterk door het met elkaar uitwisselen van hybridisatieprogramma’s, waardoor je met de multinationals kunt concurreren. De samenwerking gaat verder dan alleen het uitruilen van plantenmateriaal. Teelttechnieken, marketing en consumentenvoorlichting, hoe meer je gezamenlijk doet, des te beter kun je de juiste vrucht bij de juiste consument krijgen. Zoals appel Juliet naar de biologische markt.

Groei
Juliet is een tweekleurige, glanzende, rood op gele appel, met een zoet aromatische smaak, exclusief voor de biologische teelt. Het is een goede bewaarappel. Behalve in Frankrijk wordt Juliet op korte termijn ook in Italië, en later in Nieuw Zeeland ( in 2011) en in Zuid Afrika (2012)biologisch geteeld. In Frankrijk zelf stonden er in 2006 al 90.000 bomen op 56 hectare, met een opbrengst van 250 ton. Een jaar later was dat ongeveer 600 ton. Het merendeel verdwijnt naar de Franse markt (60 procent), gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (10 procent) en nog eens tien procent gaat naar andere Europese landen, met nog een klein beetje naar Singapore en Dubai en dergelijke. De plannen voor de Europese oogst voorzien een groei naar 10.000 ton in Frankrijk in 2015."Op dit moment zijn er ongeveer 100 hectare aangeplant en ieder seizoen komt daar nog eens 60 hectare bij, dus het is een realistische inschatting." Om Juliet te mogen telen moet je lid zijn van de vereniging: ‘Les Amis de Juliet’, zodat biologische teelt en kwaliteit van het fruit constant zijn. Verpakking en verspreiding zijn in handen van Cardell Export. De kwaliteitsregels zijn bewust streng, want je concurreert tenslotte met de conventionele appels en de klant wil constante hoge kwaliteit. Escande vertelt dat de markt voor biologisch groeit, ondanks de economische crisis. "Onze consumenten maken zich zorgen over het milieu en de voedselveiligheid, dus ze zijn bereid een beetje meer te betalen, maar dat valt wat betreft Juliet erg mee. Een paar eurodubbeltjes meer dan de conventionele appels, geen euro’s meer. Ter vergelijking, als de Kenzi in de supermarkt 2,20 de kilo kost, ligt de Juliet ernaast voor 2,50. Op de markt en bij de directe verkoop is het wat goedkoper". Natuurlijk wordt een deel van de opbrengst geïnvesteerd in de marketing en de support, maar de boer zelf wordt daar niet slechter van. Die kan zelf bepalen hoeveel hij via de directe verkoop, de locale markt of via Cardell afzet. In tegenstelling tot de contractappelteler in Nederland blijft de teler van Juliet de baas van zijn bomen. Meer informatie is te vinden op de sites www.juliet.eu en www.pepineries-escande.com.

En dan nog even dit over de abrikozen: Escande Pépinières is een familiebedrijf in Saint-Vite, vlak bij Cahors in Frankrijk. Benoit Escande, een neef van de oprichter van het bedrijf en de huidige directeur, ontwikkelt biologische appelrassen, abrikozen, kersen. In 2007 won het bedrijf een innovatieprijs voor zijn abrikozen (FELSCOPE, tijdens de internationale fruit en groentebeurs SIFEL). Voor abrikozen zijn de belangrijkste variabelen waarop je kunt ontwikkelen aroma, het suikerniveau boven 20 graden brix. Voor kersen gaat het om het vinden van soorten die zich beter lenen voor mechanisering van de verwerking en voor appels gaat het om het 'rode' vruchtvlees. Resistentie tegen ziekten en schimmels is natuurlijk bij alle fruitsoorten een vereiste. De huidige abrikozenrassen zijn het resultaat van deresearch van Jean-Louis Escande in de jaren tachtig van de vorige eeuw, zoals Pinkcot, Kioto, Spring Blush.
Benoit Escande claimt dat de succesvolle hybridisatie van de abrikozen verband houdt met de robuustheid van de rassen en hun gebruikelijke productiecapaciteit. "Met slechts zes elkaar in het seizoen opvolgende varianten bestrijken we meer dan een derde van de marktvraag in Frankrijk. De levensduur van een ras is de determinerende succesfactor voor de teler en voor de geloofwaardigheid van de boomkweker. Wij kiezen voor minder rassen en richten onze middelen op het ontwikkelen daarvan. In het algemeen is het eenvoudiger om een mooie kleur te krijgen, dan een goede smaak of houdbaarheid."


Dit artikel afdrukken