Achtergrond
-
Een jaar of twee lang stelde foodlog.nl streeknep aan de orde. De redactie vernam zelfs dat een retailer de eis heeft gesteld dat "streken" bestand moeten zijn tegen onze scherpe pennenstreken.
Aan de redactietafel hadden we erover. We moesten grinniken toen we het hoorden, maar werden er ook een beetje somber van. Het is zo sneu voor die mensen die wel degelijk iets echt streeks proberen te maken. De streek wordt onder hun serieuze pogingen vandaan gegrist, nog voor ze streek serieus inhoud hebben kunnen geven. Want ook al heeft Nederland nauwelijks vier producten die streek zijn zoals een appellation contrôlée of een denominazione d'origine controllata dat is, ze doen hun best om ze te maken. Zo begon het daarginds ten slotte ook, al lopen wij een jaar of honderd achter.
Het Sallandse brood van het plaatje wordt gemaakt van buitenlands meel. In fabrieken die niet in het Salland staan. Voor brood dat geen Sallander ooit at, behalve dan tegenwoordig. Albert Heijn laat het bakken van broodmix door zijn grootbakker die er ook zijn andere 'streekbroden' van bakt. Het meel is geen meel maar kant-en-klare mix. Het komt van de grote broodmixmakers Meneba en Zeelandia, die kannie-mislukken-meel maken voor bakkers die te lui zijn om zelf hun deeg te maken. En natuurlijk voor bakkers die geen bakkers meer zijn, maar net als wij thuis de mix in de broodmachine weten te mikken in de juiste verhoudingen met water, suiker, vet en zout.
Wat moet je nou tegen dat soort streken, als je wel probeert iets volgens de regels van een kunst te maken? Eer je een eerbaar streekproduct hebt, zijn de grootwinkeliers en snelle jongens alweer bezig met de volgende hype. Een rotstreek, want dan wil niemand jouw echte streek meer. Alsof Cartier op de markt komt, nadat het merk eerst groot is gemaakt door Chinese kopieerders.
En dan hebben we het nog niet eens over het feit dat echte Goudse streekkaas nooit uit Gouda kan komen. Daar hebben ze nl. vergeten er een Beschermde Oorspongsbenaming - een zgn. BOB - van te maken. De beste Goudse kwam de laatste jaren dan ook uit Friesland en Groningen. Of ze daar geen eigen koeienrassen, eigen gras, een eigen typische ondergrond, eigen wind en weet-ik-wat-nog-meer aan eigens hebben. Niettemin maken ze er Goudse kaas.
Nederlanders doen het met grote stappen om gauw thuis te wezen. Een jaar geleden werd een spinazie-geitenkaastaartje het beste streekproduct uit de IJsselvallei. De dag voor het beroemd werd was nog niet bekend dat bewoners IJsselvallei er ooit van hadden gegeten. Daarna trouwens ook niet.
Geen wonder natuurlijk, want zelfs de echte strekers vroegen zich niet af wat dat blije taartje met de IJsselvallei te maken had.Da's vragen om problemen.
Streken moeten ergens op slaan. Maar waarop? Is het wat Slow Food in zijn Ark van de Smaak en Praesidia stopt? Of wat Erkend Streekproduct mag heten? Gaat dat helpen tegen de Chinese Cartiers die nuchtere Hollandse nepverkopers laten maken omdat ze geld zien in een leuk 'verhaaltje' om hetzelfde spul dat ze altijd al verkochten weer even te peppen?
Als het je werkelijk serieus is met 'streek', moet er dan geen echt en meteen maar heel streng Nederlands Institut national de l'origine et de la qualité? Een streekbewakingsinstituut van appellaties, zoals de Fransen het hebben en waarin Friese Kaas toch echt moet komen van Fries Roodbont van kleigronden, Leidse van Blaarkoppen, Maasse kant-en-klare Boeuf Meusien van MRIJ-runderen die op uiterwaarden liepen.
Als er echte Nederlandse streek moet komen, aan welke voorwaarden zou het dan moeten voldoen? Of heeft het geen zin en moeten de makers ervan gewoon zorgen voor een goed, misschien wel lokaal product? En waarin onderscheidt dat zich dan van de Chinese Cartiermakers die in Nederland als paddestoelen uit grond schieten? Want één ding is ook de echte strekers die het goed bedoelen duidelijk: zo kan het niet doorgaan, want met al die woordkapers op de kust wordt het fröbelen in de marge.
Let wel, dit debat is bedoeld om een beetje te helpen. Tegen rotstreken die nergens op slaan.
toegevoegd op 28/5: de nep AOC Oudendijkkaas waar Nick het over heeft in het 3e commentaar

reageer
Je moet ingelogd zijn om te reageren.
Nog geen account, meld je dan nu aan!
Om te kunnen reageren op Achtergrond artikelen willen we je een beetje beter kennen.Je reputatie bouw je op in de rubriek Nieuws. Als je daar drie sterren hebt behaald, kun je ook in dit onderdeel reacties achterlaten.
Hoe je sterren opbouwt en waarom we dat zo doen lees je hier.






61 reacties
Ik vind deze reactie
Wat concluderen we nu uit het bovenstaande? Is er wellicht een link met die wilde en soms erotische draad over 'de Libelle-factor' en de groentenboer?
Ik vind deze reactie
Asperges waren inderdaad een delicatesse onder andere uit 's-Gravenzande. Zoals de naam al doet vermoeden ligt 's-Gravenzande op een zandplaat. Het zand van de graaf, ofwel het jachtterrein van Graaf Floris de vijfde in de delta van de Maas (Maesemunde). Ik haal er maar weer eens mijn vader bij, die net zoals ik in 's-Gravenzande is geboren. Hij raakte in vervoering als het aspergetijd was. Wist precies hoe je ze op ruggen moest telen en dat je er na 21 juni vanaf moest blijven. Echte Westlanders noemen ze 'sparries'. Er zijn inmiddels weer Westlandse asperges. Ze komen nu onder glas vandaan, natuurlijk.
http://www.asparaguscentre.nl/download/iakc/20080303_6855.pdf
Ook de teelt van tulpen was een 's-Gravenzandse aangelegenheid. Een bollenhandelaar uit het Noordelijk zandgebied vertelde me pas dat veel 's-Gravenzanders later zijn uitgeweken naar het kopje van Noord-Holland, maar dat ook hun roots in het Westland liggen.
Dus behalve de Westlandse tafeldruif, met name de rassen Frankenthaler (Zuid-Tirol), Muskaat(Egypte), Golden Champion(Engeland) en Alicante(Spanje) hebben we nog streekproducten als asperges, tulpen. Waarschijnlijk nog een heel rijtje groentes die ooit in het Westland aan hun opmars zijn begonnen.
Ik ben het met René eens dat je ook moet kijken naar nieuwe ontwikkelingen, maar de historie bepaalt toch voor een groot deel het verhaal achter streek. Misschien niet bij de juiste definiëring, maar wel bij het verkoopverhaal naar de consument.
Ik vind deze reactie
's Gravezande e.o. én de Zuid Hollandse eilanden waren de bakermat van onze aspergeteelt, dit even ter verduidelijking, mij is de geografie bekend, het kan zijn dat ik het niet nauwkeurig genoeg omschreef. Ik geloof dat je hier en daar op Schouwen nog een teler kunt vinden. 's Gravezande is voor zover ik weet ouder dan de Brabantse Wal, maar daar ga ik geen halszaak van maken, zou ik de boeken weer in moeten duiken.
Zolang ik nog op mijn vraag: wat zijn dat voor aardbeien? het antwoord krijg: Hollandse, of 'Van de Veiling?' hebben we nog een lange weg te gaan. Maar misschien is het wel allemaal onbegonnen werk.
Ik vind deze reactie
Waar een klein land niet groot in kan zijn. Geen gehucht zo klein, of het heeft wel een specialiteit, die met een regiolabel blijkbaar beschermd moet worden....
Opperdoezer kaas, Vechtdaalse worst, Tietjerkstradeler perentaarten en Achterhoekse spinaziegeitenstaartkaasjes..
Ik zou liever zien, dat naast dat kneuterige gedoe, dat geen enkele garantie op kwaliteit biedt en alleen op basis van pseudo-exclusiviteit een hogere prijs claimt, men zich op Foodlog eens wat drukker maakte over het feit dat de supers met hun huismerken geen enkele traceerbaarheid betrachten.
Hoe zit dat wettelijk qua aansprakelijkheid met voedsel ?
Zeker wanneer de bron buiten-europees is ..
De supers vinden de Hollandse consument blijkbaar te dom om met betrekking tot voedsel transparant te maken WIE WAT WAAR produceert.
Maar daar hoor ik hier niemand over ;-)
Folklore is blijkbaar hier een belangrijk food-issue
Ik vind deze reactie
Er is veel waar ik op zou willen reageren, maar het ontbreekt me nu even aan tijd. Ik ben het eens met Dick e.a. dat streekproducten niet alleen terug moeten gaan naar het verleden, maar dat er juist ook ruimte moet zijn voor nieuwe ontwikkelingen. Helemaal goed, zouden ze in Rotterdam zeggen. Juist een ´gezamenlijke propositie´ van gezamenlijke onafhankelijke producenten is in de praktijk natuurlijk de basis voor nieuwe regionale ontwikkeling. Soms werken die bedrijven dan samen onder 1 vlag, zoals Vechtdalproducten, DrentsGoed, Waddengoud etc. Maar volgens mij hebben deze streken ook hun ´iconen´ nodig, streekeigen producten die goed beschreven en gedocumenteerd zijn.
Paar andere opmerkingen nog: volgens mij worden soortnamen (recepturen) en streeknamen door elkaar gebruikt. Goudse kaas staat volgens de warenwet inderdaad voor een type kaas, net als Fries Roggebrood.
Verder ligt ´s Gravenzande niet oop de Zuidhollandse eilanden maar in het Westland. Volgens de telers van de Brabantse Wal asperge is het oudse productiegebied om en nabij Bergen op Zoom, waar tot de jaren 50 de meeste asperges werden geteeld en verhandeld.
Ik vind deze reactie
Linzen en kikkererwten (kekers) groeiden hier van oudsher gewoon in de volle grond, dus daar is helemaal niets op tegen, net als de kievietsbonen (die het als borlottibonen natuurlijk veel beter doen, want Italiaans). Maar om de een of andere manier hebben veel groentesoorten hier het stempel 'armeluiskost' en is eigenlijk alleen de bloemkool nog salonfähig. Er is een hele lijst van streekproducten, Hielke van der Meulen schreef er een aantal jaar geleden een prachtig boek over. Maar waar begin je en waar houdt het op? Asperges werden van oorsprong in de buurt van 's-Gravezande en op de Zuid-Hollandse eilanden geteeld, niet in Limburg, niet in Brabant. Toch omarmen we de Limburgse en inmiddels ook de Brabantse en Twentse asperge als streekproduct. Kwestie van goede marketing. Net als bij de Opperdoezer Ronde aardappel, die inmiddels ook uit een wat wijdser gebied komt dan alleen Opperdoes om ruzie met de buren te voorkomen.
Wel Openluchtmuseum als je die asperges alleen uit 's Gravezande laat komen, waar ze overigens al lang niet meer geteeld worden, maar daar de teelt weer naar terugbrengen zou. Wel Hoornse wortelen, als we er eindelijk over uit zijn wát dat nu precies zijn: oranje, gele wortelen? Kortom: het product moet niet alleen traceerbaar en herkenbaar zijn, maar het vergt een enorme investering in communicatie en positionering.
Ik vind deze reactie
Lizet, in een land waar de consumenten zo mijlenver af zijn geraakt met alles wat levensmiddelenproductie betreft (om nog maar niet te spreken over historisch en cultureel besef), zou het wel eens een goed idee kunnen zijn om traditionele producten nieuw leven in te blazen. Met moderne technieken, misschien niet altijd met de oude rassen en ook maar niet met varietieten welke hier eigenlijk niet echt willen groeien. Geen kekererwten uit kassen bijvoorbeeld...
Laten we er dan meteen een goede gewoonte van maken om deze producten een korrekte NL naam te geven en niet een of andere verbasterde fancy Franse of Engelse term... Kunnen we meteen rare termen als "echte boter" om zeep helpen...
We hebben al Opperdoezer Rondes. Waarom geen Zeeuwse mosselen, Friese drabbelkoeken, Limburgse asperges, Hollandse haring (ipv de maatjes die overal vandaan kunnen komen...)en wie weet wat er nog allemaal voor moois te ontdekken valt. Niks Openlucht museum of Ot en Sien. Gewoon moderne, dynamische producten, waarvan iedereen moet weten en zal weten hoe ze gemaakt worden en waar ze vandaan komen, en..... die voor eenieder beschikbaar zijn...
Ik vind deze reactie
Dick, ik vind het prachtig wanneer historisch verankerde producten bewaard blijven, maar dat zou stilstand betekenen, bevriezen in de tijd, en vooruitgang, vernieuwing tegen gaan. OK, verklaren we Nederland tot één groot Openluchtmuseum, met een terugkeer naar Ot-en-Sienromantiek? Nee toch. Prima om tradities te handhaven, en Goudse kaas uit niet-Gouda gewoon een andere naam te geven. (type Gouda, noemen ze dat niet zo in Frankrijk?)Dat geldt dan dus ook voor de streekgebonden nagelholt en droge worst en plaatham.
Nieuwe mogelijkheden, zoals een project om de van oudsher in Zeeland geteelde peulvruchten een comeback te geven, ondersteun ik van harte. Dat hoeven dan niet de 'oude' rasjes te zijn, zoals de bruine kogelboontjes, doet u mij maar linzen, kikkererwten, kievietsbonen, alles wat er maar groeien wil en waar de consument vrolijk van wordt en hebzuchtig.
Gisteren hadden we nieuwe aardappelen die ik ergens bij de boer in Brabant had opgeduikeld toen ik er langs kwam: roken typisch naar aardappelen van het zand en niet naar klei-aardappelen. Daar heb je je terroir. Al denk ik dat deze aardappelen 'Frieslanders' waren ;-). Ik onderschrijf Nicks verhaal dus, zeker de laatste alinea.
Ik vind deze reactie
"Lokaal product" is vrij gemakkelijk te definiëren en hoeft ook niet eenduidig te zijn. Iemand kan zeggen: producten van kwekers binnen een straal van 30 Kilometer, terwijl een ander (waar veel keuze zit): enkel uit het dorp. Kies zelf en schrijf het in het groot op je winkel.
"Locale specialiteit" is een uniek product dat enkel door één fabrikant wordt gemaakt. Die machedoux (die ik verder niet ken) is iets dat niemand anders maakt, ook niet in de streek. Het hoeft geen band met de streek hebben, maar het is wel (uitsluitend) plaatselijk verkrijgbaar, of zoals jullie zeggen: "waar je voor omfietst".
Een echt streekproduct impliceert m.i. dat er meerdere fabrikanten van bestaan. Dat het product gemeengoed is in één bepaalde streek. Voorbeelden uit België: geuze (Pajottenland), rood bier (Zuid west Vlaanderen), hervekaas (Plateau de Herve), vroonaardappelen (kust), perenstroop (Limburg en Luik).
Bij de aardappelen hier is er een duidelijke inbreng van terroir (vroongrond, ligging bij de zee), en die kan eenvoudig beschermd worden, wat de boer een extra prijs voor zijn patatjes zou kunnen opleveren. Andere grondgebonden teelten zijn paddenstoelen uit mergelgrotten..., witloof en asperges (zandgrond), waterkers (kalkrijke bronnen).
Bepaalde dierenrassen en plantenrassen zijn meer aangepast (of traditioneel) aan een streek dan andere en daar dus makkelijker te krijgen: pêches de vigne, cavaillonmeloenen, ganzen van Visé, Buffels in Campanië. Maar als er maar één struisvogelboer is en die net zo goed elders zou kunnen zitten, dan s dat voor mij geen streekproduct.
Kort streekproducten moeten een samenhang hebben met het fysisch milieu OF een plaatselijke afwijking zijn (variëteit, ras, habitus of verwerkingsvorm) van een standaardproduct (om historische of lokaal fysische redenen zoals klimaat) EN (dit is cruciaal) ze moeten door meer dan één zonderling worden geproduceerd.
Ik vind deze reactie
Lizet, je lijkt dat verankeren in de geschiedenis te betreuren, maar zou de Goudse kaas uit niet-Gouda willen afschaffen. Leg eens uit.
De consequentie van het bovenstaande voor je laatste 3 vraagtekens is dat een Brabantse slager best iets mag maken dat op nagelhout lijkt, maar het mag niet zo heten, al gebruikt hij precies dezelfde receptuur. Nagelhout komt uit Oost-Nederland. Het omgekeerde geldt voor de Brabantse plaatham. Dat zijn de consequenties van het spel dat - ik zeg t maar even op zijn Frans-Nederlands - appellatie heet. Hou je je daar niet aan dan krijg je zowel uitstekende als namaaknep en alles daartussen.
Dat zou een reden kunnen zijn om voor een modern lokaal kwaliteitsproduct te kiezen: Machedoux, Olde Remeker als nieuwe kazen van onze typisch Nederlandse vette weiden (mogen niet uit streken met te arme gronden komen; jammer dus voor bijv. Peelboeren). Nieuwe kansen ontstaan voor peentjes uit zandgrond en peentjes uit klei of zelfs uit mergel. etc.
Denk je dat goed door, dan kan een heel nieuw streekproduct ontstaan, dat niet meer verankerd is in de geschiedenis van een streek, maar in combinaties van rassen en ondergronden, neerslag en zonlicht (naar het het schijnt het hoogst in West-Walcheren en het Westland). Die speelt overigens ook in de ouderwetsere Franse appellaties een rol. Menig perceeltje binnen een streek is uitgesloten van appellatie omdat het niet aan de eisen voor een goede ondergrond voldoet. In de jongste appellaties (in de Languedoc en de Roussillon is bijv. de steeds belangrijker geworden Syrah volstrekte import, terwijl de Cinsault, Picpoul Noir en Ribeyrenc inheems zijn en beter tegen de droogte van daarginder kunnen maar verboden raakten).
Denk je dat terroir/ras/climat-principe veel moderner door, dan krijg je een modern streekproduct dat niet zozeer aan de naam van een streek als wel aan stricte ingredienten- en maak-eisen moet voldoen. Het is minder krampachtig en zorgt - om het in marketeersjargon te zeggen - voor een gezamenlijke propositie van onafhankelijk van elkaar werkende kleine zelfstandigen. Dat maakt sterker en kan hen een economisch voordeel bieden.
Voor alle duidelijkheid: Goudse kaas uit Friesland mag dan ook weer, al zullen de eisen aan het maken veel strenger moeten (bijv. rauwmelks en niet 'thermiseren' zoals kaasmakers een lichte vorm van pasteurisatie noemen; de nodige boerenkaasmakers doen dat).
Ik ben benieuwd wat Rene van die manier van denken vindt. Aan het einde van de rit, zorgt het nl. voor een kwaliteitssysteem dat Label Rouge-achtig is (en dat niet bij toeval ook onder de regie van de INAO valt).