Achtergrond
-
Ik loop een beetje achter met de stukken van Nick. Deze is al van 25 mei jl. Inmiddels zijn de verse doperwten al uit seizoen. Ik zal mijn leven beteren ;-)
Ik ben een doorgewinterde stadsbewoner. Erwtjes komen voor mij uit blik, uitzonderlijk ook eens uit de diepvries. Blikken erwtjes behoren tot de 'ijzeren reserve' die altijd in de kelder staat voor die dag dat er per ongeluk geen boodschappen konden worden gedaan. Of wanneer er plots gasten zijn die honger hebben. Maar verse nieuwe erwtjes? Neen, dat is hier in huis geen traditie.
Erwten waren vroeger armemenseneten. Een aalmoes heet in het Engels en het Oud-Frans pit(t)ance. Oorspronkelijk betekende dat 'erwtensoep', en bij uitbreiding 'dagelijkse kost'. Natuurlijk werd die destijds gemaakt van rijpe gele erwten, die waren voedzamer dan de groene 'nieuwe' die we nu gewoon zijn.
Winston Churchill mijmerde in een brief van het Franse front in 1916 over wat noodzakelijk was in het leven: "Hot baths, cold champagne, new peas and old brandy" ("een heet bad, koude champagne, nieuwe erwtjes en oude cognac").
Dé erwtjesspecialisten zitten blijkbaar in Engeland. Edward Bunyard, Brits levensgenieter en vooraanstaand lid van de machtige Britse tuiniersvereniging NHS, schreef in de eerste helft van de vorige eeuw: "Om te zonnebaden moeten we ver reizen, maar erwtjes zijn nergens zo goed als thuis." Het Britse klimaat was, volgens hem, ideaal voor 'gourmets, golfers and gardeners'. Wij, Continentals, leven onder de Franse regel die door de Britten smalend petit pois aut nullus wordt genoemd: wij vinden dat alle erwtjes klein moeten zijn. Ziet u ooit blikken met 'extra grote' erwten? Neen. We willen ons voedsel tegenwoordig in olifantenformaat, zelfs spruitjes en kappertjes, maar voor erwtjes is dat verboden. Grote erwten kunnen niet lekker zijn, leerden we van Marie Thumas. De Britten daarentegen, die vonden de marrowfat uit. Een erwt die naar onze maatstaven wanstaltig reusachtig is, maar toch zo zacht blijft als een Parijs dopje, en bovendien van een fluogroene kleur waarbij elke foreigner zich afvraagt of het wel gezond is. Ze zijn daar ook niet vies van erwtenpudding en erwtenpuree. In de Midlands genieten ze van een pak frieten met mushy peas, grove erwtenpuree in plaats van pickles of mayonaise.
Bunyard schreef ook het ultieme geheim neer van goede erwtjes: versheid. "Alleen wie een tuin heeft, kan ze eten zoals dat moet: onmiddellijk na de pluk! Enkele uren al beroven de erwt van haar heerlijke versheid."
Wat een trompetterend argument voor groenten uit eigen tuin! Aangezien ik geen tuinderambities heb, moest ik voor een compromis gaan. Verse peulen van de markt. Ze zagen er behoorlijk vers uit (dat ziet men aan de steeltjes, hoe minder verlept, hoe verser). Ik schrok wel van de prijs: 3,50 euro per kilo. Dat is bijna zoveel als een bot asperges.Maar dan begint het pas. Het moeilijkst is om eraf te blijven. Ik popte een peul open (een grappige bezigheid) op weg naar huis en proefde een rauw erwtje. Hééérlijk. Eigenlijk hoeven die niet eens gekookt te worden. Terug in de keuken heb ik ze dan snel gedopt. Er waren er bij die al wat groot en zelfs gelig begonnen te worden, andere waren nog minuscuul.
Het doppen verliep vlot, en al snel lag er een hoopje erwtjes op het aanrecht. Met nadruk op hoop-je. Wat zielig, van mijn hele kilo bleef amper 260 gram over. Dat is minder dan na het pellen van een kilootje garnalen. Mijn handgepeulde erwtjes kostten dus 13,50 per kilo, zonder arbeidsuren. Over luxevoedsel gesproken!
Peulexperiment
Even blancheren. Een grote pot water met een snuif zout aan de kook brengen. Vervolgens de erwtjes erin en dan een drietal minuten laten zieden op hoog vuur (en zonder deksel). In een zeef afkoelen onder de koude kraan. Voilà, nu zijn ze zo gefixeerd van kleur en smaak, dat ze kunnen wachten tot het eten bijna klaar is.
De spreekwoordelijke duivenjongen waren hier op hun plaats geweest, maar ik stoofde enkele simpele kwartels. Tegen het einde van de baktijd de erwtjes even laten meestoven en daar dan op het bord nog een gekookt patatje rond. Het leven kan eenvoudig zijn.
Met kruiding moet men opletten. Erwtjes zijn subtiel, te veel kruiden doet ze geen goed. Een draai van de pepermolen, hoogstens, maar het takje munt laat ik graag aan de Engelsen.
Ondertussen lag die hoop lege peulen daar te lonken. Blakend van versheid, maar ongebruikt. Zouden die nog ergens voor dienen? Ik heb ze in een grote pot gedaan met de overgebleven kwartelkarkassen, beentjes en bakjus van het gevogelte. Sjalotje en blancheervocht erbij. Een uurtje laten sudderen onder deksel en dan doorgestoken met de passe-vite. Al het fluwelen groen werd van de peulen gewreven en kwam in het vocht terecht. Ik had een best verdedigbare erwtensoep op basis van kwartelbouillon, gemaakt zonder veel moeite. De soepingrediënten waren immers al gebruikt bij de bereiding van de maaltijd. Ik ben ervan overtuigd dat heel wat industriële erwtensoep op deze manier gemaakt moet worden: de erwtjes apart verkopen en soep van de peulen trekken. Het werkt en het is gewoon lekker. En u hebt nog wat terug van uw geld. Smakelijk.
De blauwschokkers van D.J. Polak (zie draad):


reageer
Je moet ingelogd zijn om te reageren.
reageer
Je moet ingelogd zijn om te reageren.
Nog geen account, meld je dan nu aan!
Om te kunnen reageren op Achtergrond artikelen willen we je een beetje beter kennen.Je reputatie bouw je op in de rubriek Nieuws. Als je daar drie sterren hebt behaald, kun je ook in dit onderdeel reacties achterlaten.
Hoe je sterren opbouwt en waarom we dat zo doen lees je hier.
gerelateerde berichten
-
Een wederom met veel kennis gepleegd artikel over de komkommer door Nick Trachet van het Brusselsnieuws, hier schaamteloos geplukt en...
-
Een duurzame vis om het nieuwe jaar mee in te luiden! Oudere Nederlanders vinden een wijting voor de kat. Ten onrechte, om zowel culinaire als...
-
Het nieuwe blad heet Sabor. Op de cover kijkt een Siciliaans bedoelde mannelijke schone ons guitig aan vanonder zijn pet, met een bordje cassatelle in...
-
Friese wolhandkrabben zijn een echt streekproduct, zij het plaatselijk niet erg gewaardeerd. Ik noemde (van horen zeggen) de wolhandkrab op een...
-
Eindelijk eens drank van Nick. Van alle sterke drank is rum misschien wel de meest mythische. Het is echter niet alleen een trendy drankje, het is...
-
Herinneringen aan het eten in Oost-Europa, achter de Muur. Het lijkt al zo lang geleden, die twintig jaar, en ondertussen eten ze daar waarschijnlijk...
-
Wederom een bijdrage van onze Brusselse relatie Nick Trachet. Mensen houden niet van graten. Je moet maar voor de viswinkel werken, je hoort niets...
-
Schar, tong, tongschar, schartong. Allemaal anders. Nick doet het uit de doeken. Elk jaar kiest de Vlam, dat is het Vlaams Centrum voor Agro- en...
-
Olijfolie is er de laatste dertig jaar in geslaagd zich in elke Europese stadskeuken te nestelen. Dat heeft te maken met gezondheidsclaims. Olijfolie...









20 reacties
Ik vind deze reactie
Beste meneer Trachet,
Een beetje vent eet een bamibal uit de muur. Vrouwen zijn wat slimmer.
Ik vind deze reactie
Wel Mieke,
Het is niet wat het lijkt.
Wat voor jou gewoon is, is voor de buurman vandepotgerukt.
Zoals dubbelzoute drop.
Of bamiballen uit de muur
Niets is vreemder dan "andere" mensen en hun gewoontes.
Ik vind deze reactie
Geachte meneer Trachet,
Dit is het world wide internet. Mijn bericht zou zo maar kunnen komen uit Nuku’alofa of Torshavn. U heeft de wonderlijke wereld onder handbereik. En zelfs op een hollandse hoek kunt u een Surinaamse toko vinden. Maar dit hoef ik u toch helemaal niet te vertellen? Brussel is tenslotte een internationaal georienteerde stad. Doe uw ogen open en u ziet een belgische boon, een Kongeese erwt, of een Joodse kapucijner.
Vriendelijke groet,
M. Boes
Ik vind deze reactie
Lizet: Bij Stappaerts staan ze niet vermeld.
Onze groenen en hunne teelt - Praktische leergang over groenteteelt door Em. Stappaerts, leraar groenteteelt aan de staatstuinbouwschool te Vilvoorde, derde uitgave (zonder datum, maar eerste uitgave was 1923)
Ik vind deze reactie
Ik heb Aiko zojuist een paar foto’s van blauwschokkers gemaild. Mijn vader teelt ze al jaren, ze staan naast de tuinbonen. Hoe het met de historie staat weet ik niet, wat ik wel weet is dat we ze zodadelijk gaan eten!
Het is een kostelijke peulvrucht, maar ze moeten echt jong zijn. Wanneer ze ‘vol’ zijn en in de peul tegen elkaar zijn gegroeid zijn ze al melig. Zoals ze op de foto te zien zijn die ik aan Aiko mailde zijn ze perfect, misschien kan ie hem laten zien op de site?