image

Door Daniël de Jong en Onno van Eijk werd ik een tijdje geleden gevraagd deel te nemen aan een Bgood-ontmoeting tussen belangenvereningen van de veehouderij, ondernemingen in de primaire voedingssector (voer, slacht, jonge dieren, mesterij), LNV, WUR en gerelateerde ondernemingen, organisaties en geïnteresseerden. De sessie vond gisteren plaats in de voormalige AVRO-studio's in Hilversum, onder de even gevatte als rake leiding van caberetier Vincent Bijlo (jammer dat een cabaretier slechts als grappig wordt gezien - het lot van de lollige maar slimme nar).

Het was boeiend te ontdekken dat je bekend bent bij de Dierenbescherming en de ondernemers achter de Boeren/Volwaard-kip. Stille lezers van foodlog, met wat pijn rond de debatten over, maar zonder hen. Jammer, want de site is er voor het debat, niet om te slaan. Het beste argument wint, maar dan moet er wel debat zijn.

Daarover later meer, want het gesprek - zo constateerden we - over het imago en de status van deze kip is nog lang niet afgelopen. Het mag transparanter en scherper. De trade-off tussen de economisch handelende consument en zijn dierenwelzijnselasticiteit verdient meer aandacht. Net als de rol van de retailer in de vraag welke kip wij eten en tegen welke prijs. Ik pak het op, met de DB en Volwaard.

Minstens zo boeiend was 'de kloof' zelf. Ik had Daniël en Onno van te voren gezegd dat ik niets begreep van de kloof en de zgn. 'legitimatie-kwestie' die Begood en LNV eraan verbinden. De Nederlandse boer schijnt een reden te moeten bedenken waarom hij er is voor ons eten. Onzin,want óf wij 'urbans' zijn het probleem, óf er is geen probleem omdat de kloof nou juist het wezenskenmerk van de moderne hypocriete vleesconsument is. In het laatste geval kun je er alleen maar omheen werken.

Hieronder de 'korte' column die ik aan het begin van de sessie uitsprak. Ik moet zeggen: ik was verbaasd door de probleemstelling en ben er even verbaasd weer weg gegaan. Voor mij is de keuze nl. simpel. Of we kiezen ervoor heel urban geen dieren meer zichtbaar te doden omdat de moderne consument dat niet meer kan aanzien (maar wel meer vlees eet dan ooit), of we duwen hem met z'n neus op de feiten van de consequenties van zijn eigen gedrag. Daartussen zit niet zoveel. Verstandige marketeers kiezen voor het eerste, want de consument heeft nu eenmaal altijd gelijk. Mensen met idealen kiezen voor het laatste.
Is er een tussenweg? - voor de marketeer met idealen. Ik pieker me suf.


'URBAAN' OF 'RURAAL': GEEN COMMUNICERENDE LANDBOUW AUB!

Begood gaat over een kloof die zou zijn ontstaan toen het publiek de vervelende kanten van de intensieve dierenhouderij ontdekte. Weg met de beelden van geruimde dieren. Weg met varkensboeren met de MRSA-bacterie in onze ziekenhuizen. Ons eten bedreigt ons, maar we denken dat het de boeren zijn.

Wie heeft het echt gedaan?

Het antwoord moeten we niet ingewikkelder maken dan het is: onze zucht naar steeds goedkoper eten en steeds meer vlees. Productie en handel hebben eraan mee geholpen, maar de consument kocht het dankbaar. Daarom hebben we tegenwoordig vleesproductiefabrieken ipv stallen. Intensieve teelt heet dat. Extensief - duurder - vlees koopt de consument niet. Dat doet hij alleen als het net zo goedkoop is als gewoon vlees. We roepen ach en wee dat het zo goed gaat als het bio-koopaandeel met 10% stijgt, maar vergeten graag even dat stijgingen van vele tientallen procenten nodig zijn om in de buurt te komen van de doelstelling van het Biologisch Convenant (het moest al lang op 5% staan, we zitten rond de 2%, 10% is dus 0,2% echte stijging). Niettemin zijn de eerste bio-stunters een feit, want we willen wel ons geweten sussen. Drie keer raden alleen hoe ze werken: ze maken van extensieve bio, intensieve bio, alleen zo krijg je de prijs omlaag.

Hoe zit het met dat geweten? Wat willen we een halt toe roepen?

Een van de vragen tijdens deze meeting is: hoe kun je landbouw en m.n. de dierhouderij legitimeren in ons land?

Dat is een vraag waar ik niets van begrijp: de legimatie zit ‘m in het feit dat we willen en moeten eten.

We willen niets laten stoppen, maar het alleen niet meer zien. Het doden en het goedkoop produceren moet uit onze ogen. Om ons heen moet het extensief en onderwijl verplaatsen we het leed dat we blijven kopen. Doen we onze ogen en oren dicht en protesteren we tegen het eten van ganzenlevers.

Op foodlog heb ik deze houding ‘urban’ genoemd. ‘Urban’ staat los van de werkelijkheid en de samenhang der dingen. Beschermd door onze maakbare omgeving waarin het eten je wordt nagegooid en nooit tekorten bestaan.

Wat niet past in ons droombeeld van vergroten we uit en halen we uit z’n context. Dat hebben we geleerd van de communicatie-cultuur waarin we leven: maak het simpel en haal de details en samenhang weg. Simpele ideeën doen het goed.

Dus zijn we tegen ganzen- en eendenlevers, maar eten we wel de borsten van diezelfde arme beesten.

Dus zijn we vóór biologisch – want de trend is naar ‘natural’, zoals het heet – maar realiseren ons niet dat biologisch waarschijnlijk voor meer vervuiling zorgt dan intensieve landbouw.

Dus zijn we gescandaliseerd als in de film Ons dagelijks brood een olijfboom wordt ‘geslagen’ om de olijven er snel af te halen.

Dus zijn we opeens tegen paardenvlees, omdat de PvdD dat zegt – terwijl er in de hele wereld echt niet één bio-industrieel paard te vinden is.

Dus zijn we tegen gentech, maar zouden we bijv. beter tegen het misbruik van gentech om ongebreideld met bestrijdingsmiddelen te strooien moeten zijn.

Ik kan nog een boel voorbeelden noemen. Maar denkt u er zelf maar eens over door.

Waar ik op uit wil is die kloof. Is die nou echt of is het ook zo’n urban droom?

We (wie?) willen de kloof dichten.

Met amusementsprogramma’s.

Met boerendochters met leuk opengeknoopte bloesjes op stoere motoren.

Met rondleidingen op gezellige boerderijen met geiten, schapen en koeien. Ficties, die zo weg hadden kunnen lopen uit bladen als Landleven.

We gaan niet naar het slachthuis. Niet naar een volledig geautomatiseerde stal en niet naar een presentatie van de voordelen van de varkensflat - want ze zijn legio, óók voor de dieren.

We maken ook geen programma over onze vraatzucht en de budgettaire prioriteiten die we stellen (eten weegt steeds minder in onze uitgaven). Het moet wel leuk blijven en makkelijk in één boodschap te vangen zijn.

Daarom beweer ik dat de kloof urban is. Het komt niet meer goed als we er zonodig over willen gaan communiceren. Dat is nl. urban. Simpel en monoperspectivisch gemaakt. De werkelijkheid is veel genuanceerder.

Is er dan geen oplossing? Ik denk het wel, alleen vraag ik me af of we die willen.

We hebben in Nederland smaaklessen waarin kinderen leren spelen met eten (da’s ‘fun’). Ook dat is urban. Er wordt nog wat gesproken over het feit dat aardappels uit de grond komen en niet aan een boom groeien en dat chips ook van aardappelen gemaakt zijn.

Maar wat kinderen niet leren – en verschillende generaties ouders allang niet meer weten – is wat heb je nodig voor een goeie aardappel, hoe die smaakt én wat voor omstandigheden überhaupt nodig zijn om die te kunnen telen. Dezelfde vragen kun je stellen voor vlees, voor kaas, voor een worst of een appel.

Stel je voor: als je bepaalde handelingen niet verricht, heb je niks te eten.

Zo simpel is het: laat mensen het ervaren. Richt daar strategieën voor in. Laat mensen hun handen én hun ziel vuil maken. Zelf planten, slachten, bakken en zelf opeten óf zonder eten naar bed. Wouter Klootwijk heeft er op verschillende plekken – w.o. op foodlog – concrete voorstellen voor gedaan.

Toegegeven, het is niet stads. Maar wel ruraal en dáár gaat het om. Eten is niet vanzelfsprekend. Het doden voor eten is niet gratuit. Onze relatie met wat we eten en het respect daarvoor staan zover buiten ons dat we hun reële belang niet meer kunnen voelen.
Op die harde manier is het binnen de kortste keren terug. Erger nog, het is nog leuk ook.

Vuile handen, een vuile ziel en dus een beetje respect voor wat we eten, waar het vandaan komt en wie het maakt. Dat is precies de reden waarom de productie van voedsel niet uit Nl. mag worden verbannen of alleen maar 'gezellig communicatief' kan worden gemaakt.

We zijn urbans. Durven en kunnen we dat nog?
Dit artikel afdrukken